Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R0883

Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie van 24 april 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad met betrekking tot het handelsverkeer van producten van de wijnbouwsector met derde landen

OJ L 128, 10.5.2001, p. 1–31 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 032 P. 172 - 201
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 037 P. 115 - 144
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 037 P. 115 - 144

No longer in force, Date of end of validity: 31/07/2008; opgeheven door 32008R0555

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/883/oj

32001R0883

Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie van 24 april 2001 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad met betrekking tot het handelsverkeer van producten van de wijnbouwsector met derde landen

Publicatieblad Nr. L 128 van 10/05/2001 blz. 0001 - 0031


Verordening (EG) nr. 883/2001 van de Commissie

van 24 april 2001

tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad met betrekking tot het handelsverkeer van producten van de wijnbouwsector met derde landen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt(1), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2826/2000(2), en met name op artikel 1, lid 3, artikel 46, artikel 59, lid 3, artikel 60, lid 4, artikel 61, lid 4, artikel 63, lid 8, artikel 64, lid 5, en artikel 68, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij titel VII van Verordening (EG) nr. 1493/1999 zijn de algemene regels voor het handelsverkeer met derde landen vastgesteld en wordt voor de overige regels verwezen naar de door de Commissie vast te stellen uitvoeringsbepalingen.

(2) Tot op heden waren deze uitvoeringsbepalingen verspreid over een groot aantal Gemeenschapsverordeningen. In het belang van zowel de marktdeelnemers in de Gemeenschap, als de met de toepassing van de Gemeenschapsreglementering belaste overheidsdiensten, dienen al deze bepalingen in een enkele verordening te worden samengebracht en dient te worden overgegaan tot intrekking van de verordeningen van de Commissie betreffende de onderwerpen die voortaan door de onderhavige verordening worden bestreken, te weten Verordening (EEG) nr. 3388/81 van 27 november 1981 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de wijnsector(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2739/1999(4), Verordening (EEG) nr. 3389/81 van 27 november 1981 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de restituties bij uitvoer in de wijnsector(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2730/95(6), Verordening (EEG) nr. 3590/85 van 18 december 1985 betreffende het bij invoer van wijn, druivensap en druivenmost voorgeschreven attest en analyseverslag(7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 960/98(8), Verordening (EG) nr. 1685/95 van 11 juli 1995 tot instelling van een regeling voor de afgifte van uitvoercertificaten in de wijnbouwsector en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3388/81 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de wijnsector(9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2512/2000(10), en Verordening (EG) nr. 1281/1999 van 18 juni 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van het stelsel van invoerprijzen voor druivensap en druivenmost(11).

(3) In de onderhavige verordening moet de bestaande reglementering worden overgenomen en aan de nieuwe eisen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 worden aangepast. In de bestaande reglementering moeten ook wijzigingen worden aangebracht om de samenhang ervan te verbeteren, haar te vereenvoudigen en in bepaalde leemten te voorzien.

(4) Bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie(12) zijn gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten vastgesteld. Deze bepalingen moeten worden aangevuld met specifieke bepalingen voor de wijnbouwsector, inzonderheid met bepalingen betreffende de indiening van de aanvragen en de gegevens die in de certificaataanvragen en in de certificaten moeten worden vermeld.

(5) Overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 moet voor elke invoer in de Gemeenschap een invoercertificaat worden overgelegd. De toekenning van een uitvoerrestitutie moet van de overlegging van een uitvoercertificaat afhankelijk worden gesteld.

(6) Om rekening te houden met de veranderingen in het alcoholgehalte die zich tijdens een lang transport kunnen voordoen, met name als gevolg van het laden en lossen van de betrokken producten, is het volstrekt noodzakelijk, naast de foutmarge waarin is voorzien bij de analysemethode die wordt gebruikt op grond van Verordening (EEG) nr. 2676/90 van de Commissie van 17 september 1990 tot vaststelling van de in de wijnsector toe te passen communautaire analysemethoden(13), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1622/2000(14), ook hiervoor een tolerantie toe te staan.

(7) Voor een regelmatige toepassing van de certificatenregeling moeten in de certificaten ten minste bepaalde gegevens worden vermeld. Het is om die reden noodzakelijk dat de marktdeelnemer de voor de afgifte van de certificaten bevoegde instantie het land van oorsprong of het land van bestemming van het product meedeelt. Het moet voor de marktdeelnemer mogelijk zijn op bepaalde voorwaarden een wijziging van het land van oorsprong of van het land van bestemming te vragen.

(8) In het licht van de opgedane ervaring is het dienstig toe te staan dat op eenzelfde certificaat producten van onderverdelingen van het gemeenschappelijk douanetarief die betrekking hebben op hetzij geconcentreerd druivensap en geconcentreerde druivenmost, hetzij niet-geconcentreerd druivensap en niet-geconcentreerde druivenmost, hetzij uit verse druiven bereide wijnen samen worden vermeld.

(9) Bij de bepaling van de geldigheidsduur van de certificaten dient rekening te worden gehouden met de gebruiken en leveringstermijnen die in het internationale handelsverkeer gelden. Voor het uitvoercertificaat moet deze termijn korter zijn, teneinde speculatie met de certificaataanvragen te voorkomen.

(10) Overeenkomstig artikel 59, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 is de afgifte van certificaten afhankelijk van het stellen van een zekerheid die geheel of gedeeltelijk wordt verbeurd wanneer de betrokken goederen niet worden ingevoerd, respectievelijk uitgevoerd. Het bedrag van deze zekerheid dient te worden vastgesteld.

(11) Om de Commissie in staat te stellen een overzicht te hebben over de ontwikkeling van het handelsverkeer, moeten de lidstaten haar regelmatig de gegevens betreffende de hoeveelheden en de producten waarvoor zij invoercertificaten hebben afgegeven, meedelen. Het is dienstig dat deze mededelingen eenmaal per week worden gedaan en dat zij voorts volgens een eenvormig schema geschieden. Om een goed beheer van de wijnbouwmarkt te verzekeren is het echter noodzakelijk dat wanneer de hoeveelheden waarvoor invoercertificaten zijn aangevraagd een risico voor verstoring van de markt lijken op te leveren, de Commissie hiervan onmiddellijk door de lidstaten in kennis wordt gesteld.

(12) Artikel 63, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bepaalt dat de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de in het kader van de handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten overeenkomsten wordt gewaarborgd aan de hand van uitvoercertificaten. Er dient derhalve een nauwkeurig schema voor de indiening van de aanvragen en de afgifte van deze certificaten te worden vastgesteld.

(13) Uit de in het verleden opgedane ervaring met de toepassing van de regeling van de afgifte van uitvoercertificaten in de wijnbouwsector blijkt dat de beschikbare hoeveelheden beter over het gehele wijnoogstjaar moeten worden verdeeld, om te voorkomen dat de voor uitvoer beschikbare hoeveelheden te snel uitgeput zijn. De voor elk wijnoogstjaar beschikbare totale hoeveelheid moet worden onderverdeeld in hoeveelheden voor perioden van twee maanden en er moeten beheersmaatregelen voor elke tweemaandelijkse periode en met name de overdracht van de niet gebruikte hoeveelheden van een periode naar een volgende periode worden vastgesteld.

(14) Om de marktsituatie bij het begin van het wijnoogstjaar te kunnen evalueren, teneinde de restituties op een passend niveau te kunnen vaststellen, moet in een overwegingsperiode worden voorzien en moet worden bepaald dat de indiening van aanvragen voor uitvoercertificaten slechts vanaf 16 september van elk jaar mogelijk is.

(15) Bij artikel 4 van Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten(15), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 90/2001(16), is de mogelijkheid ingevoerd de geldigheidsduur van de uitvoercertificaten uit te breiden tot andere producten dan die welke in het certificaat zijn vermeld, op voorwaarde dat deze producten tot dezelfde productcategorie of tot dezelfde nog te bepalen productgroep behoren. Ook dienen, om evenredigheidsoverwegingen, in de wijnbouwsector de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde productgroepen te worden ingevoerd, teneinde te zware sancties te voorkomen.

(16) Er dient te worden bepaald dat de eventueel door de Commissie te nemen bijzondere maatregelen om te garanderen dat de per periode beschikbare hoeveelheden in acht worden genomen, per productcategorie en per zone van bestemming kunnen worden vastgesteld. Bovendien dient, om te voorkomen dat speculatieve aanvragen worden ingediend voor hoeveelheden die de behoeften van de aanvrager ruim overtreffen en om te voorkomen dat dit gebruik de marktdeelnemers die de hoeveelheden vragen die zij nodig hebben, schade kan berokkenen, de hoeveelheid die elke exporteur kan vragen te worden beperkt tot de hoeveelheid die voor elke periode beschikbaar is.

(17) Er dient te worden bepaald dat de beslissingen inzake de aanvragen voor uitvoercertificaten slechts na een bedenktijd worden meegedeeld. Deze bedenktijd moet de Commissie in staat stellen de gevraagde hoeveelheden en de daaraan verbonden uitgaven te beoordelen en, eventueel, bijzondere maatregelen vast te stellen, met name voor de aanvragen die nog hangende zijn.

(18) Ter verzekering van de goede werking van de regeling en ter voorkoming van speculatie moet de overdraagbaarheid van de certificaten worden afgeschaft.

(19) Om de regeling te kunnen beheren moet de Commissie beschikken over nauwkeurige gegevens over de ingediende certificaataanvragen en over het gebruik van de afgegeven certificaten. In het belang van de administratieve doeltreffendheid, dient te worden bepaald dat voor de mededelingen tussen de lidstaten en de Commissie een enkel model wordt gebruikt.

(20) Artikel 60, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bepaalt dat, voor druivensap en druivenmost waarvoor de toepassing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief afhankelijk is van de invoerprijs, de echtheid van deze prijs wordt geverifieerd, hetzij door een controle voor elke partij afzonderlijk, hetzij aan de hand van een forfaitaire waarde. De huidige kenmerken van de regeling inzake de invoer van druivensap en druivenmost in de Gemeenschap, en met name het ontbreken van regelmaat in deze invoer, zowel wat de omvang en de periodiciteit van deze invoer betreft, als wat de plaats van de invoer en de oorsprong van de betrokken producten betreft, maken het onmogelijk forfaitaire waarden voor de invoer vast te stellen die voldoende representatief zijn om de echtheid van de invoerprijs te kunnen verifiëren. Daarom is het dienstig deze prijs voor elke partij afzonderlijk te verifiëren.

(21) De invoerprijs op grond waarvan de ingevoerde producten in het gemeenschappelijk douanetarief zijn ingedeeld, moet gelijk zijn aan de prijs fob van de betrokken producten, verhoogd met de verzekerings- en vervoerskosten tot de plaats van binnenkomst in het douanegebied van de Gemeenschap.

(22) De restituties moeten periodiek worden vastgesteld. De met de prijsontwikkeling in de internationale handel opgedane ervaring toont aan dat een periodiciteit van ten minste één vaststelling per wijnoogstjaar volstaat.

(23) Er dient voor te worden gezorgd dat de tafelwijn waarvoor restituties worden verleend, voldoet aan de kwaliteitskenmerken van tafelwijn uit de productiegebieden waaruit hij afkomstig is en de lidstaten dienen daartoe alle nodige bepalingen vast te stellen om controles uit te voeren.

(24) Om voor restituties in aanmerking te komen, moet de exporteur worden verplicht het bewijs te leveren dat de betrokken producten aan de communautaire kwaliteitsnormen voldoen en de bevoegde instantie van de lidstaat van de oorsprong en de hoeveelheden van de betrokken wijn in kennis te stellen. Daartoe dient hij, onder meer, de nummers en de data van de begeleidende documenten als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2238/93 van de Commissie van 26 juli 1993 betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwproducten en de in de wijnsector bij te houden registers(17), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1592/1999(18), te vermelden. Krachtens artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 2238/93 kunnen de lidstaten evenwel voorschrijven dat dit document in bepaalde gevallen voor bepaalde producten niet behoeft te worden opgesteld. Om een doeltreffende controle te verzekeren, dient derhalve de mogelijkheid in het kader van de restitutieregeling van deze bepaling gebruik te maken, te worden uitgesloten.

(25) In het geval van leveringen voor de bevoorrading van vaartuigen en vliegtuigen, die recht geven op restituties, is het niet altijd gemakkelijk tijdig de nodige documenten te verkrijgen: met name voor niet producerende lidstaten, omdat het moeilijk is vooraf de data van levering te weten te komen. Er dient mee rekening te worden gehouden, dat de indiening van de vereiste bewijzen daardoor, voor de transacties waarvoor geen gebruik wordt gemaakt van de procedure van artikel 26 van Verordening (EG) nr. 800/1999 of Verordening (EEG) nr. 565/80 van de Raad van 4 maart 1980 betreffende de vooruitbetaling van de uitvoerrestituties voor landbouwproducten(19), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2026/83(20), een last zou kunnen vormen, die onevenredig is met de kleine hoeveelheden tafelwijn die normaal het voorwerp van dergelijke particuliere leveringen uitmaken.

(26) Artikel 68, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bepaalt dat de in dat artikel bedoelde producten bij invoer vergezeld moeten gaan van een certificaat en een analyseverslag, die door een door het derde land van oorsprong aangewezen instantie of dienst zijn afgegeven. Het is noodzakelijk de voorwaarden vast te stellen waaraan het analyseverslag moet voldoen.

(27) Er dient gebruik te worden gemaakt van de in artikel 68, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 voorziene mogelijkheid, om te bepalen dat het certificaat en het analyseverslag niet behoeven te worden voorgelegd voor uit derde landen ingevoerde producten in kleine recipiënten die in beperkte hoeveelheden worden vervoerd. Ter vergemakkelijking van de controle op dit laatste vereiste kan hieraan worden geacht te zijn voldaan indien het invoer uit een derde land betreft waarvan de totale jaarlijkse uitvoer naar de Gemeenschap reeds zeer gering is. Om in dit geval een verlegging van het handelsverkeer te voorkomen moet de betrokken wijn niet alleen van oorsprong maar ook van herkomst uit het betrokken land zijn.

(28) De vrijstelling van overlegging van het certificaat en het analyseverslag voor in de Gemeenschap in te voeren wijnbouwproducten moet, terwille van de harmonisatie, worden aangepast aan de vrijstellingsregels die in het kader van de douanewetgeving en de regeling inzake begeleidende documenten bij het vervoer van wijnbouwproducten binnen de Gemeenschap gelden.

(29) Sommige derde landen die hun wijnproducenten aan een doeltreffende regeling inzake controle door hun instanties of diensten hebben onderworpen, zoals bedoeld in artikel 68, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1493/1999, hebben laten weten dat zij hun wijnproducenten graag zouden toestaan zelf het certificaat en het analyseverslag op te stellen. Ter vergemakkelijking van het handelsverkeer met deze derde landen is het wenselijk, wanneer deze landen met de Gemeenschap verbintenissen hebben aangegaan die bepalingen bevatten betreffende de versterking van de samenwerking inzake fraudebestrijding, en zij goede handelsbetrekkingen met de Gemeenschap hebben, toe te staan dat de door de producenten opgestelde documenten, op dezelfde wijze als voor wijnen van oorsprong uit de Gemeenschap is bepaald, als door voornoemde instanties of diensten afgegeven documenten kunnen worden beschouwd, op voorwaarde dat deze laatste adequate waarborgen bieden en een doeltreffende controle op de uitgifte van voornoemde documenten uitoefenen. Om de doeltreffendheid van de nieuwe regeling te kunnen testen, moet nu reeds worden bepaald dat deze regels slechts gedurende een proefperiode toepasselijk zullen zijn.

(30) Het is noodzakelijk de lijsten met de namen en adressen van de instanties en laboratoria in de derde landen die gemachtigd zijn het certificaat en het analyseverslag op te stellen, bekend te maken, opdat de autoriteiten in de Gemeenschap die toezicht houden op de invoer van wijnbouwproducten, zo nodig de vereiste verificaties kunnen uitvoeren.

(31) Ter vergemakkelijking van de controle door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, moeten de vorm en, voorzover nodig, de inhoud van het certificaat en het analyseverslag en de voorwaarden voor het gebruik ervan worden vastgesteld.

(32) Ter voorkoming van fraude moet worden geverifieerd dat het certificaat en, in voorkomend geval, het analyseverslag inderdaad op elke partij van het ingevoerde product betrekking hebben. Daartoe is het noodzakelijk dat dit document of deze documenten elke partij vergezelt of vergezellen, totdat deze onder de communautaire controleregeling wordt geplaatst.

(33) Om rekening te houden met de geldende handelsgebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten worden gemachtigd, bij splitsing van een partij wijn, onder hun toezicht een uittreksel van het certificaat of het analyseverslag te laten opstellen dat elke nieuwe partij die bij de splitsing is ontstaan, vergezelt.

(34) Aangezien de consumenten snel en doeltreffend moeten kunnen worden beschermd, lijkt het noodzakelijk in de mogelijkheid te voorzien de toepassing van deze maatregelen op te schorten indien het gevaar bestaat dat aan de gezondheid van de consumenten afbreuk wordt gedaan of dat er fraude wordt gepleegd, en dit zonder dat behoeft te worden gewacht tot de proefperiode is afgelopen.

(35) Er moeten ook eenvoudige regels voor het verstrekken van documenten worden vastgesteld, die gelden voor de invoer uit een ander derde land dan het land van oorsprong van het wijnbouwproduct, op voorwaarde dat het product geen substantiële bewerking heeft ondergaan.

(36) Uit artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 volgt dat alleen wijnbouwproducten die volgens in de Gemeenschap toegestane oenologische procédés zijn bereid, voor rechtstreekse menselijke consumptie in de Gemeenschap mogen worden aangeboden. Bovendien moet worden bepaald dat, wanneer een ingevoerd product is verrijkt, aangezuurd of ontzuurd, het slechts voor rechtstreekse menselijke consumptie in de Gemeenschap wordt toegelaten indien de uiterste waarden die zijn vastgesteld voor het wijnbouwgebied in de Gemeenschap waarvan de natuurlijke productieomstandigheden gelijkwaardig zijn aan die van het productiegebied waaruit het product van het derde land afkomstig is, in acht zijn genomen.

(37) Het is wenselijk de taak van de exporteurs en de autoriteiten te vereenvoudigen, door te bepalen dat op de V I 1-documenten moet worden vermeld dat de aan likeurwijn en aan distillatiewijn toegevoegde alcohol uit wijnbouwproducten is verkregen, in plaats van hiervoor een afzonderlijk document te eisen. Om dezelfde reden dient in de mogelijkheid te worden voorzien document V I 1 te gebruiken als attest ter staving van de benaming van oorsprong dat nodig is voor wijn die met verlaagde douanerechten wordt ingevoerd. Sommige wijnen zijn echter van overlegging van een attest en een analyseverslag vrijgesteld, wanneer een certificaat voor de benaming van oorsprong wordt overgelegd. Er dient te worden bepaald dat het document V I 1 als certificaat ter staving van de benaming van oorsprong van de betrokken likeurwijnen wordt gebruikt, zonder dat het noodzakelijk is het vak betreffende het analyseverslag in te vullen.

(38) Op grond van artikel 68, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 mogen andere wijnen dan mousserende wijnen en likeurwijnen, van oorsprong uit een derde land, die bestemd zijn voor rechtstreekse menselijke consumptie, niet in de Gemeenschap worden ingevoerd wanneer hun totale alcohol-volumegehalte of hun totale zuurgehalte, bepaalde grenzen overschrijdt respectievelijk niet bereikt. In artikel 68, lid 2, onder a), van dezelfde verordening is evenwel in de mogelijkheid voorzien van deze bepaling af te wijken voor een met een geografische aanduiding omschreven wijn die bijzondere kwaliteitskenmerken heeft.

(39) In sommige wijnen van oorsprong uit Hongarije en Zwitserland, die worden gekenmerkt door een specifieke kwaliteit en die in beperkte hoeveelheden worden geproduceerd, zijn de uiterste waarden van het totale alcoholgehalte of van het totale zuurgehalte overschreden, respectievelijk niet bereikt, wegens de bijzondere traditionele bereidingsmethoden. De afzet van deze wijnen op de markt van de Gemeenschap dient te worden toegestaan. Om er evenwel zeker van te zijn dat aan de voorwaarden om voor deze mogelijkheid in aanmerking te komen, is voldaan, dient evenwel te worden geëist dat op het bij deze verordening ingestelde invoerdocument een verklaring van een officiële instantie van het land van oorsprong wordt vermeld.

(40) Bij de sluiting van de overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en Hongarije, respectievelijk Roemenië(21), betreffende de wederzijdse bescherming van en de controle op de benamingen van wijn heeft de Gemeenschap zich ertoe verbonden de afwijking voor Hongaarse wijn voor onbepaalde tijd toe te staan en eenzelfde afwijking voor bepaalde Roemeense wijnen van hoge kwaliteit toe te staan.

(41) De definities van een deel van de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 vermelde producten kunnen slechts gelden voor in de Gemeenschap verkregen producten. Het is derhalve noodzakelijk definities vast te stellen voor de overeenkomstige producten van oorsprong uit derde landen. De definities van de producten van oorsprong uit derde landen waarop de onderhavige verordening betrekking heeft, moeten zo dicht mogelijk bij de definities van communautaire producten liggen.

(42) Bij Verordening (EG) nr. 1608/2000 van de Commissie(22), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 731/2001(23), waarbij in afwachting van de definitieve uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1493/1999 overgangsmaatregelen zijn vastgesteld, zijn bepaalde bepalingen betreffende hetzelfde onderwerp als waarop de onderhavige verordening betrekking heeft, tot en met 31 januari 2001 in werking gelaten. Ter voorkoming van een onderbreking in het handelsverkeer van de producten die door deze bepalingen en door de onderhavige verordening worden bestreken, dient laatstgenoemde verordening derhalve met ingang van 1 februari 2001 van toepassing te zijn.

(43) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor wijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

STELSEL VAN INVOER- EN UITVOERCERTIFICATEN

Artikel 1

Algemene bepalingen

De bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 vastgestelde gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten is op de in dit hoofdstuk bedoelde certificaten van toepassing.

Artikel 2

Vermeldingen op het certificaat

1. Indien onder de code van de gecombineerde nomenclatuur het alcoholgehalte van het product nader wordt aangegeven, wordt voor de toepassing van het certificaat ten opzichte van dit gehalte een tolerantie toegestaan van 0,4 % vol.

De invoer- en uitvoercertificaten bevatten in vak 20 een van de volgende vermeldingen:

- "Tolerancia de 0,4 % vol"

- "Tolerance 0,4 % vol"

- "Toleranz 0,4 % vol"

- "Ανοχή 0,4 % vol"

- "Tolerance of 0,4 % vol"

- "Tolérance de 0,4 % vol"

- "Tolleranza di 0,4 % vol"

- "Tolerantie van 0,4 % vol"

- "Tolerância de 0,4 % vol"

- "Sallittu poikkeama 0,4 til-%"

- "Tolerans 0,4 vol %".

2. In de aanvraag om een invoercertificaat en in het certificaat wordt in vak 8 het land van oorsprong vermeld.

Het land of de zone van bestemming als bedoeld in artikel 9, lid 6, wordt vermeld in vak 7 van de aanvragen om uitvoercertificaten en van de uitvoercertificaten. Wanneer de zone van bestemming wordt vermeld, moet het vak "Verplicht: ja" worden aangekruist. Wanneer het land van bestemming wordt vermeld, moet het vak "Verplicht: neen" worden aangekruist. Bovendien moet in de aanvraag om een uitvoercertificaat en het uitvoercertificaat in vak 20 de vermelding: "Zone X verplicht" worden aangebracht. Op verzoek van de belanghebbende mag het land van bestemming door een ander land worden vervangen, voorzover dit in dezelfde bestemmingszone is ingedeeld.

3. De aanvraag om een invoercertificaat en het invoercertificaat bevatten in vak 14 de volgende aanvullende vermelding:

de kleur van de wijn of van de most: wit of rood/rosé.

4. De belanghebbende kan in eenzelfde aanvraag om een invoercertificaat onder verschillende tariefcodes vallende producten vermelden, waarbij naar gelang van het geval de vakken 15 en 16 van de aanvraag als volgt moeten worden ingevuld:

- vak 15: omschrijving van het product overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur;

- vak 16: GN-codes.

De in de aanvraag vermelde omschrijvingen van de producten en de GN-codes worden op het invoercertificaat vermeld.

Artikel 3

Geldigheidsduur

1. Het invoercertificaat is geldig vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 23, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 tot het einde van de vierde daaropvolgende kalendermaand.

2. Het uitvoercertificaat is geldig vanaf de dag van afgifte in de zin van artikel 23, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 tot het einde van de tweede daaropvolgende kalendermaand, maar in geen geval langer dan tot en met 31 augustus van het lopende GATT-verkoopseizoen.

Artikel 4

Zekerheid

1. Het bedrag van de zekerheid voor de invoercertificaten wordt als volgt vastgesteld:

- geconcentreerd druivensap en geconcentreerde druivenmost: 2,5 EUR per hectoliter,

- ander druivensap en druivenmost: 1,25 EUR per hectoliter,

- stille wijn en distillatiewijn: 1,25 EUR per hectoliter,

- mousserende wijn en likeurwijn: 2,5 EUR per hectoliter.

2. Het bedrag van de zekerheid voor de uitvoercertificaten bedraagt 8 EUR per hectoliter voor de producten die vallen onder de GN-codes 2009 60 11, 2009 60 19, 2009 60 51, 2009 60 71, 2204 30 92 en 2204 30 96, en 2,5 EUR per hectoliter voor de overige producten.

Artikel 5

Mededelingen betreffende de invoercertificaten

De lidstaten verstrekken de Commissie iedere donderdag of, indien dit een feestdag is, op de eerste werkdag daarna, volgens het model in bijlage I een opgave van de hoeveelheid en het land van oorsprong van de producten waarvoor in de voorafgaande week invoercertificaten zijn afgegeven, opgesplitst naar GN-code en landencode van de nomenclatuur voor de statistieken betreffende de buitenlandse handel van de Gemeenschap.

Ingeval de invoer van de hoeveelheden waarvoor in een lidstaat invoercertificaten worden aangevraagd een risico van verstoring van de markt lijkt op te leveren, brengt de betrokken lidstaat zulks onmiddellijk ter kennis van de Commissie en deelt hij tevens de betrokken hoeveelheden mee per soort product.

HOOFDSTUK II

BIJZONDER STELSEL VAN UITVOERCERTIFICATEN IN HET KADER VAN DE TOEPASSING VAN DE GATT-OVEREENKOMSTEN

Artikel 6

Voorwerp

Ter uitvoering van de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw, hierna "de overeenkomst" genoemd, worden in dit hoofdstuk aanvullende uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor de afgifte van uitvoercertificaten met vaststelling vooraf van de restitutie.

Artikel 7

Verdeling van de totale hoeveelheid over het jaar en indiening van aanvragen

1. De voor ieder GATT-jaar beschikbare totale hoeveelheid wordt verdeeld in zes gedeelten. De certificaataanvragen kunnen worden ingediend voor:

- 25 % van de totale hoeveelheid tot en met 15 november,

- 25 % van deze hoeveelheid tot en met 15 januari,

- 15 % van deze hoeveelheid tot en met 15 maart,

- 15 % van deze hoeveelheid tot en met 30 april,

- 10 % van deze hoeveelheid tot en met 30 juni,

- 10 % van deze hoeveelheid tot en met 31 augustus.

2. De in een periode niet gebruikte hoeveelheden worden, binnen hetzelfde jaar, automatisch naar de volgende periode overgedragen.

3. De uitvoercertificaataanvragen voor de eerste periode kunnen vanaf 16 september worden ingediend.

Artikel 8

Categorieën producten en productgroepen

1. De in artikel 14, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 bedoelde categorieën producten zijn vermeld in bijlage II bij de onderhavige verordening.

2. De in artikel 4, lid 2, eerste alinea, tweede streepje, van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde productgroepen, die overeenkomstig artikel 14, vierde alinea, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 op de certificaataanvraag en op het certificaat zelf mogen worden ingevuld, zijn vermeld in bijlage III bij de onderhavige verordening.

Artikel 9

Aanvragen voor uitvoercertificaten

1. De aanvragen voor uitvoercertificaten kunnen van woensdag tot en met dinsdag om 13.00 uur van de daaropvolgende week bij de bevoegde instanties worden ingediend.

2. In de in lid 1 bedoelde periode mag de totale hoeveelheid per bestemmingszone als bedoeld in lid 6, waarvoor een marktdeelnemer uitvoercertificaten aanvraagt, niet meer bedragen dan 30000 hectoliter. Alle aanvragen betreffende eenzelfde zone moeten, in één enkele mededeling samengevoegd, bij de bevoegde instantie worden ingediend.

Wanneer een marktdeelnemer voor een bepaalde zone certificaten aanvraagt voor een totale hoeveelheid van meer dan 30000 hectoliter, worden de betrokken aanvragen door de instantie waar de aanvragen zijn ingediend afgewezen.

Wanneer de totale nog beschikbare hoeveelheid voor een zone kleiner is dan 30000 hectoliter, verlaagt de instantie waarbij de aanvragen zijn ingediend zo nodig de in de aanvragen van de marktdeelnemers vermelde hoeveelheden tot de beschikbare hoeveelheid.

3. De uitvoercertificaten worden op de maandag volgend op de in lid 1 bedoelde dinsdag of, indien dit een feestdag is, op de eerste werkdag daarna afgegeven, voorzover de Commissie intussen geen bijzondere maatregelen heeft genomen.

4. Wanneer de hoeveelheden waarvoor certificaten zijn aangevraagd en die op de overeenkomstig artikel 12, lid 1, bepaalde dag aan de Commissie zijn meegedeeld, de hoeveelheden overschrijden die voor een van de in artikel 7, lid 1, bedoelde periodes nog beschikbaar zijn, stelt de Commissie voor de betrokken aanvragen een uniform aanvaardingspercentage vast en schorst zij de indiening van certificaataanvragen tot het begin van de volgende periode.

5. Wanneer door de afgifte van de aangevraagde certificaten de voor de sector wijn beschikbare bedragen, zoals vastgesteld in de overeenkomst, te vroeg dreigen opgebruikt te raken, kan de Commissie de aanvragen die in behandeling zijn, aanvaarden of de aanvragen waarvoor de uitvoercertificaten nog niet zijn toegekend, afwijzen en de indiening van aanvragen voor uitvoercertificaten gedurende maximaal tien werkdagen schorsen, met de mogelijkheid deze schorsing, volgens de procedure van artikel 75 van Verordening (EG) nr. 1493/1999, te verlengen.

Wanneer door de afgifte van de aangevraagde certificaten de voor de sector wijn beschikbare bedragen, zoals vastgesteld in de overeenkomst, dreigen te worden overschreden, kan de Commissie voor de aanvragen die reeds in behandeling zijn een uniform aanvaardingspercentage vaststellen en de indiening van aanvragen tot het einde van het verkoopseizoen schorsen.

6. De in de leden 4 en 5 genoemde maatregelen kunnen naar categorie producten en bestemmingszone worden aangepast. De bestemmingszones zijn:

- zone 1: Afrika;

- zone 2: Azië en Oceanië;

- zone 3: Oost-Europa met inbegrip van het GOS;

- zone 4: West-Europa.

De lijst van alle landen per bestemmingszone is opgenomen in bijlage IV.

7. Indien de gevraagde hoeveelheden niet worden toegewezen of worden verlaagd, wordt de in artikel 4, lid 2, bedoelde zekerheid voor elke hoeveelheid waarvoor de aanvraag niet is ingewilligd onmiddellijk vrijgegeven.

8. Ingeval een uniform aanvaardingspercentage van minder dan 85 % wordt vastgesteld, wordt het certificaat, in afwijking van het bepaalde in lid 3, afgegeven op de derde werkdag na de bekendmaking van dit percentage in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Vóór deze afgifte kan de marktdeelnemer, hetzij zijn aanvraag intrekken, in welk geval de in artikel 4, lid 2, bedoelde zekerheid onmiddellijk wordt vrijgegeven, hetzij het certificaat uitdrukkelijk aanvaarden, in welk geval het certificaat onmiddellijk wordt afgegeven.

Artikel 10

Overdracht van certificaten

Afgegeven uitvoercertificaten zijn niet overdraagbaar.

Artikel 11

Tolerantie

Voor de binnen de in artikel 8, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 bedoelde tolerantie uitgevoerde hoeveelheid wordt geen restitutie toegekend.

Op het certificaat moet in vak 22 ten minste een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

- Restitución válida para ... (cantidad por la que se haya expedido el certificado) como máximo

- Restitutionen omfatter højst ... (den mængde, licensen er udstedt for)

- Erstattung gültig für höchstens ... (Menge, für die die Lizenz erteilt wurde)

- Επιστροφή που ισχύει για ... (ποσότητα για την οποία εκδίδεται το πιστοποιητικό) κατ' ανώτατο όριο

- Refund valid for not more than ... (quantity for which licence is issued)

- Restitution valable pour ... (quantité pour laquelle le certificat est délivré) au maximum

- Restituzione valida al massimo per ... (quantitativo per il quale è rilasciato il titolo)

- Restitutie voor ten hoogste ... (hoeveelheid waarvoor het certificaat is afgegeven)

- Restituição válida para ... (quantidade em relação à qual é emitido o certificado), no máximo

- Vientituki voimassa enintään ... (määrä, jolle todistus on annettu) osalta

- Bidrag som gäller för högst ... (kvantitet för vilken licensen skall utfärdas).

Artikel 12

Mededelingen van de lidstaten

1. De lidstaten delen de Commissie iedere woensdag of, indien dit een feestdag is, de eerste werkdag daarna de volgende gegevens mede:

a) de van woensdag van de voorafgaande week tot en met de betrokken dinsdag ingediende aanvragen voor uitvoercertificaten met vaststelling vooraf van de restitutie, of het feit dat geen certificaataanvragen zijn ontvangen;

b) de hoeveelheden waarvoor op de voorafgaande maandag of, in voorkomend geval, binnen de in artikel 9, lid 8, bedoelde termijn, uitvoercertificaten zijn afgegeven;

c) de hoeveelheden waarvoor de certificaataanvragen, in het in artikel 9, lid 8, bedoelde geval, in de voorafgaande week zijn ingetrokken.

In de mededelingen wordt de in artikel 9, lid 6, bedoelde bestemmingszone vermeld.

2. De lidstaten delen de Commissie vóór de vijftiende van elke maand, voor de voorafgaande maand de volgende gegevens mede:

a) de hoeveelheden waarvoor certificaten zijn afgegeven, maar niet zijn gebruikt alsmede de in artikel 9, lid 6, bedoelde bestemmingszone;

b) de hoeveelheden waarvoor restituties zijn toegekend zonder certificaat, op grond van artikel 4, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 800/1999.

In de mededelingen worden de in lid 1 bedoelde hoeveelheden in het eenheidsbedrag van de restitutie vermeld.

3. De in lid 1 bedoelde mededelingen moeten de volgende gegevens vermelden:

a) de hoeveelheid in hectoliter voor elke productcode van twaalf cijfers van de landbouwproductennomenclatuur voor uitvoerrestituties. Wanneer een certificaat voor meer dan één code van elf cijfers van dezelfde in bijlage II bedoelde categorie wordt afgegeven, wordt het nummer van de categorie vermeld;

b) als het eenheidsbedrag van de restitutie naar gelang van de bestemming verschilt, de uitsplitsing naar bestemming van de hoeveelheid voor elke code;

c) het eenheidsbedrag van de restitutie voor de in lid 1, onder c), bedoelde hoeveelheden.

Wanneer het eenheidsbedrag van de restitutie tijdens de periode voor de indiening van certificaataanvragen is gewijzigd, moeten de betrokken aanvragen per periode met een verschillend eenheidsbedrag worden opgesplitst.

4. Alle in de leden 1 en 2 bedoelde mededelingen, met inbegrip van die waarmee wordt gemeld dat er geen gegevens te melden zijn, worden ingediend met gebruikmaking van het in bijlage V opgenomen model.

Artikel 13

Besluiten van de Commissie

1. Wanneer ten gevolge van de in artikel 12, lid 2, onder a), bedoelde mededelingen opnieuw een voldoende hoeveelheid beschikbaar is, kan de Commissie besluiten de indiening van aanvragen voor uitvoercertificaten te heropenen.

2. De Commissie stelt de lidstaten eenmaal per maand in kennis van de mate waarin de hoeveelheden en de uitgaven per jaar die voortvloeien uit de bij de overeenkomst voor het betrokken GATT-jaar aangegane verbintenissen, zijn gebruikt, en doet hun zodra deze hoeveelheden en uitgaven zijn bereikt, hiervan mededeling.

HOOFDSTUK III

STELSEL VAN INVOERPRIJZEN VOOR DRUIVENSAP EN DRUIVENMOST

Artikel 14

Controle per partij

1. Voor producten van de GN-codes 2009 60 en 2204 30 in bijlage I, derde deel, afdeling I, bijlage 2, van het gemeenschappelijk douanetarief die onder het stelsel van invoerprijzen vallen, wordt de echtheid van de invoerprijs per partij gecontroleerd.

2. Onder "partij" wordt verstaan de goederen die met één enkele aangifte worden aangeboden om in het vrije verkeer te worden gebracht. Een aangifte om producten in het vrije verkeer te brengen, mag slechts betrekking hebben op goederen van eenzelfde oorsprong en van eenzelfde code van de gecombineerde nomenclatuur.

Artikel 15

Controleregeling

1. De invoerprijs aan de hand waarvan de in artikel 14 bedoelde producten worden ingedeeld voor de gecombineerde nomenclatuur, is gelijk aan de fob-prijs van het betrokken product in het land van oorsprong, verhoogd met de kosten van verzekering en van vervoer tot de plaats waar de producten in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht.

2. Wanneer de invoerprijs niet op grond van lid 1 van dit artikel kan worden bepaald, worden de in artikel 14 bedoelde producten voor de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld op grond van de douanewaarde die is bepaald overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad(24).

HOOFDSTUK IV

STELSEL VAN RESTITUTIES BIJ UITVOER IN DE WIJNSECTOR

Artikel 16

Periodiciteit

De restituties bij uitvoer in de wijnsector worden periodiek, en ten minste eenmaal per wijnoogstjaar, herzien.

Artikel 17

Noodzaak van een certificaat

Behalve voor leveranties voor de bijzondere bestemmingen bedoeld in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 800/1999 en leveranties waarbij de in bijlage III, punt K, bij Verordening (EG) nr. 1291/2000 bedoelde hoeveelheden niet worden overschreden, is de toekenning van de restituties afhankelijk van de overlegging van het bewijs dat de producten op basis van een uitvoercertificaat zijn uitgevoerd.

Artikel 18

Bewijzen

1. De restituties worden slechts toegekend wanneer het bewijs wordt geleverd dat de uitgevoerde producten bij uitvoer vergezeld gingen van een analysecertificaat dat is afgegeven door een officiële instantie van de producerende of de exporterende lidstaat, waaruit blijkt dat zij voldoen aan de communautaire kwaliteitsnormen voor de betrokken producten of, bij gebreke daarvan, aan de door de exporterende lidstaat toegepaste nationale normen.

Wanneer het tafelwijn of likeurwijn andere dan v.q.p.r.d. betreft, moet bovendien worden bewezen dat zij door een door de exporterende lidstaat aangewezen proefcommissie zijn goedgekeurd. Wanneer deze lidstaat niet het producerende land is, moet bovendien het bewijs worden geleverd dat het tafelwijn of likeurwijn uit de Gemeenschap betreft.

In het in de eerste alinea bedoelde certificaat wordt ten minste vermeld:

a) voor tafelwijn en likeurwijn andere dan v.q.p.r.d.:

- de kleur,

- het totale alcohol-volumegehalte,

- het effectieve alcohol-volumegehalte,

- het totale zuurgehalte,

- in voorkomend geval de aanduiding dat het gaat om in artikel 28, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde wijn die is voortgebracht boven de normale productie, of de aanduiding van de hoeveelheid van de betrokken wijn indien het de uitvoer betreft van een door versnijding of vermenging verkregen wijn;

b) voor geconcentreerde druivenmost, de uitkomst verkregen bij een temperatuur van 20 °C volgens de in bijlage II, punt 6, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde refractometermethode.

2. De exporteur moet de bevoegde autoriteit van de lidstaat de volgende gegevens meedelen:

a) voor door versnijding verkregen wijn, de oorsprong van de gebruikte wijnen en de gebruikte hoeveelheden;

b) de nummers en data van de geleidedocumenten.

3. Wanneer de tafelwijn waarvoor een restitutie wordt gevraagd, verkregen is door versnijding zoals omschreven in titel II, hoofdstuk V, van Verordening (EG) nr. 1622/2000 of vermenging van tafelwijn waarvoor verschillende restitutiebedragen per eenheid gelden, wordt het bedrag van de restitutie berekend naar rato van de hoeveelheden tafelwijn die bij de versnijding of vermenging zijn gebruikt.

Artikel 19

Controle door de lidstaten

1. De lidstaten kunnen bepalen dat de in artikel 18, lid 1, tweede alinea, bedoelde goedkeuring kan worden gegeven in de vorm van een verklaring van regionale commissies waaruit blijkt dat de betrokken wijn beantwoordt aan de kwaliteitsnormen voor tafelwijn uit het productiegebied waar hij is verkregen.

2. De lidstaten treffen de nodige maatregelen voor de toepassing van de in de artikelen 17 en 18 bedoelde controles. Artikel 18, met uitzondering van het bepaalde in lid 2, onder b), is evenwel niet van toepassing op de in artikel 36, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 800/1999 bedoelde leveranties van tafelwijn waarvoor de in artikel 26 van die verordening of de in Verordening (EEG) nr. 565/80 bedoelde procedure niet wordt toegepast.

3. Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 18, lid 2, onder b), mogen de exporterende lidstaten geen gebruikmaken van de mogelijkheid bedoeld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2238/93.

HOOFDSTUK V

CERTIFICERING VAN WIJN, DRUIVENSAP EN DRUIVENMOST BIJ INVOER

Afdeling I

Algemeen

Artikel 20

Vereiste documenten

Het certificaat en het analyseverslag, bedoeld in artikel 68, lid 1, onder a), i), respectievelijk onder a), ii), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 vormen samen één document, waarvan:

a) het gedeelte dat betrekking heeft op het certificaat wordt opgesteld door een instantie van het derde land waaruit de producten van oorsprong zijn;

b) het gedeelte dat betrekking heeft op het analyseverslag wordt opgesteld door een officieel laboratorium dat is erkend door het derde land waaruit de producten van oorsprong zijn.

Artikel 21

Inhoud van het analyseverslag

Het analyseverslag bevat de volgende gegevens:

a) voor wijn en gedeeltelijk gegiste druivenmost:

- het totale alcohol-volumegehalte,

- het daadwerkelijke alcohol-volumegehalte;

b) voor druivenmost en druivensap de dichtheid;

c) voor wijn, druivenmost en druivensap:

- het totale gehalte aan droge stof,

- het totale gehalte aan zuren,

- het gehalte aan vluchtige zuren,

- het gehalte aan citroenzuur,

- het totale gehalte aan zwaveldioxide,

- aanwezigheid van wijnstokrassen die zijn verkregen uit raskruisingen (hybriden voor rechtstreekse teelt) of van andere rassen die niet tot de soort Vitis vinifera behoren.

Artikel 22

Vrijstellingen

1. Van overlegging van certificaat en analyseverslag zijn vrijgesteld producten van oorsprong en van herkomst uit derde landen die worden aangeboden in geëtiketteerde recipiënten van 5 liter of minder die zijn voorzien van een sluiting welke niet opnieuw kan worden gebruikt, wanneer de totale vervoerde hoeveelheid, ook wanneer deze uit verscheidene afzonderlijke partijen bestaat, niet meer dan 100 liter bedraagt.

2. De vrijstelling van overlegging van certificaat en analyseverslag geldt eveneens voor:

a) hoeveelheden producten van ten hoogste 30 liter per reiziger die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, in de zin van artikel 45 van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad(25);

b) hoeveelheden wijn van ten hoogste 30 liter die door een particulier worden verzonden naar een andere particulier in de zin van artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 918/83;

c) wijn en druivensap die worden aangeboden in geëtiketteerde recipiënten van 5 liter of minder die zijn voorzien van een sluiting welke niet opnieuw kan worden gebruikt, en die van oorsprong en van herkomst zijn uit derde landen waarvan de invoer in de Gemeenschap minder dan 1000 hectoliter per jaar bedraagt. De betrokken landen zijn vermeld in bijlage VI;

d) wijn en druivensap die tot de verhuisboedel van particulieren behoren;

e) wijn en druivensap die bestemd zijn voor handelsbeurzen, zoals die zijn gedefinieerd in de desbetreffende bepalingen van Verordening (EEG) nr. 918/83, mits de betrokken producten zijn verpakt in geëtiketteerde recipiënten van 2 liter of minder die zijn voorzien van een sluiting die niet opnieuw kan worden gebruikt;

f) wijn, druivenmost en druivensap die worden ingevoerd voor wetenschappelijke en technische experimenten, tot een maximumhoeveelheid van 1 hectoliter;

g) wijn en druivensap die bestemd zijn voor diplomatieke vertegenwoordigingen, consulaten en daarmee gelijkgestelde instanties, en die krachtens de daartoe ingestelde vrijstellingsregeling worden ingevoerd;

h) wijn en druivensap als boordprovisie voor internationale vervoermiddelen.

3. De in lid 1 bedoelde vrijstelling mag niet worden gecumuleerd met de in dit lid 2 bedoelde vrijstellingen.

Artikel 23

Uitzondering

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Boberglikeurwijn die met een certificaat van benaming van oorsprong wordt aangeboden.

Afdeling II

Voorwaarden betreffende en wijze van opstelling en gebruik van het bij invoer van wijn, druivensap en druivenmost vereiste certificaat en analyseverslag

Artikel 24

Document V I 1

1. Voor iedere partij die bestemd is om in de Gemeenschap te worden ingevoerd, worden het certificaat en het analyseverslag op eenzelfde document V I 1 opgesteld.

Onder partij wordt verstaan de hoeveelheid van eenzelfde product die door eenzelfde afzender aan eenzelfde ontvanger is gezonden.

Dit document wordt opgesteld op een formulier V I 1 dat in overeenstemming is met het model in bijlage VII en dat voldoet aan de technische voorwaarden van bijlage VIII. Het moet worden ondertekend door een beambte van een officiële instantie en een beambte van een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 29.

2. Wanneer het betrokken product niet voor rechtstreekse menselijke consumptie is bestemd, behoeft het gedeelte "Analyseverslag" van het formulier V I 1 niet te worden ingevuld.

Wanneer de betrokken wijn is verpakt in geëtiketteerde recipiënten met een inhoud van ten hoogste 60 liter welke voorzien zijn van een sluiting die niet opnieuw kan worden gebruikt, en voorzover deze wijn van oorsprong is uit een van de in de lijst in bijlage IX vermelde landen die bijzondere waarborgen hebben geboden welke door de Gemeenschap zijn aanvaard, behoeft het deel "Analyseverslag" van het formulier V I 1 slechts te worden ingevuld voor wat betreft:

- het daadwerkelijk alcoholgehalte,

- het totale gehalte aan zuren,

- het totale gehalte aan zwaveldioxide.

Artikel 25

Beschrijving van de formulieren

1. De formulieren V I 1 bestaan uit een origineel met daaronder een kopie die wordt verkregen wanneer het origineel met de machine of met de hand wordt ingevuld. De formulieren V I 2 bestaan uit een origineel met daaronder twee kopieën. Een formulier V I 2 is een uittreksel dat is opgesteld volgens het model in bijlage X, waarin de gegevens zijn overgenomen die in een document V I 1 of een ander uittreksel V I 2 zijn vermeld en dat door een douanekantoor in de Gemeenschap is geviseerd.

Het origineel en de kopie worden bij het product gevoegd. Het formulier V I 1 en het formulier V I 2 moeten worden ingevuld met de schrijfmachine of met de hand of door middel van andere technieken die door een officiële instantie als gelijkwaardig zijn erkend. Wanneer het met de hand wordt ingevuld, dient dit met inkt of in blokletters te geschieden. In de formulieren mogen geen schrappingen of overschrijvingen voorkomen. Eventuele wijzigingen moeten worden aangebracht door doorhaling van de onjuiste en, in voorkomend geval, toevoeging van de juiste gegevens. Elke aldus aangebrachte wijziging moet door de schrijver ervan worden goedgekeurd en, naar gelang van het geval, door de officiële instantie, het laboratorium of de douaneautoriteiten worden geviseerd.

2. De documenten V I 1 en de uittreksels V I 2 worden voorzien van een volgnummer dat voor de documenten V I 1 wordt toegekend door de officiële instantie waarvan een vertegenwoordiger het certificaat ondertekent en, voor de uittreksels V I 2, door het douanekantoor dat deze overeenkomstig artikel 29, leden 2 en 3, viseert.

Artikel 26

Vereenvoudigde procedure

1. Als certificaat of analyseverslag, opgesteld door de instanties en laboratoria die voorkomen op de in artikel 29 bedoelde lijst, worden beschouwd de documenten V I 1 die zijn opgesteld door de wijnproducenten die zijn gevestigd in de derde landen welke in bijlage IX zijn vermeld en waarvan de geboden bijzondere zekerheden door de Gemeenschap zijn aanvaard, op voorwaarde dat deze producenten door de bevoegde autoriteiten van genoemde derde landen individueel zijn erkend en onder toezicht staan van die autoriteiten.

2. De in lid 1 bedoelde erkende producenten gebruiken het formulier V I 1 waarop in vak 10 de naam en het adres worden vermeld van de bevoegde instantie van het derde land dat de betrokken producent heeft erkend. Zij vullen het formulier in en vermelden bovendien:

- in vak 1, afgezien van hun naam en adres, hun registratienummer in de derde landen die in bijlage IX zijn vermeld,

- in vak 11, ten minste de in artikel 24, lid 2, vermelde gegevens,

en ondertekenen op de daarvoor bestemde plaats in de vakken 10 en 11 na de woorden "naam en functie van de vertegenwoordiger" te hebben doorgehaald.

De aanbrenging van stempels en de vermelding van de naam en het adres van het laboratorium zijn niet vereist.

Artikel 27

Afwijkingen

1. De toepassing van artikel 24, lid 1, en artikel 26 kan worden geschorst indien wordt vastgesteld dat met betrekking tot de producten waarop deze maatregelen van toepassing zijn, vervalsingen hebben plaatsgevonden die een gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van de consument, dan wel oenologische procédés zijn toegepast die in de Gemeenschap niet zijn toegestaan.

2. Artikel 24, lid 2, en artikel 26 zijn van toepassing tot de inwerkingtreding van de overeenkomst die voortvloeit uit de onderhandelingen met de Verenigde Staten van Amerika met het oog op de sluiting van een overeenkomst inzake de handel in wijn, en uiterlijk tot en met 31 december 2003.

Artikel 28

Gebruiksvoorschriften

1. Het origineel en de kopie van het document V I 1 of van het uittreksel V I 2 worden bij de vervulling van de douaneformaliteiten om de betrokken partij in het vrije verkeer te brengen, afgegeven aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan deze verrichting plaatsheeft.

Voorzover nodig brengen deze autoriteiten de nodige aantekeningen op het document V I 1 of het uittreksel V I 2 aan. Zij geven het origineel aan de betrokkene terug en bewaren de kopie ten minste vijf jaar.

2. Wanneer een partij van een product in haar geheel opnieuw wordt uitgevoerd voordat deze in het vrije verkeer is gebracht, doet de nieuwe verzender het document V I 1 of het uittreksel V I 2 betreffende deze partij en, eventueel, een daarna opgesteld formulier V I 2, aan de douanediensten toekomen onder wier toezicht de betrokken partij is geplaatst.

Na zich ervan te hebben vergewist dat de op het document V I 1 voorkomende gegevens overeenstemmen met die welke op het formulier V I 2 zijn vermeld of, in voorkomend geval, dat de op het uittreksel V I 2 voorkomende gegevens overeenstemmen met die welke op het daarna opgestelde V I 2-formulier zijn vermeld, viseren deze autoriteiten dit formulier, dat vervolgens als uittreksel V I 2 geldt, en brengen zij op het vorige document of uittreksel de nodige aantekeningen aan. Zij geven het uittreksel, alsmede het origineel van het document V I 1 of van het vorige uittreksel V I 2 aan de nieuwe verzender terug en bewaren de kopie van dit document ten minste vijf jaar.

Bij wederuitvoer van een partij producten naar een derde land behoeft evenwel geen formulier V I 2 te worden opgesteld.

3. Wanneer een partij producten wordt gesplitst voordat zij in het vrije verkeer is gebracht, doet de betrokkene het origineel en de kopie van het document V I 1 of het uittreksel V I 2 betreffende deze partij en, voor elke nieuwe partij, het origineel van een formulier V I 2, alsmede twee daarna opgestelde kopieën aan de douanediensten toekomen onder wier toezicht de te splitsen partij is geplaatst. Na zich ervan te hebben vergewist dat de op het document V I 1 of op het uittreksel V I 2 voorkomende gegevens overeenstemmen met de gegevens die op het voor elke nieuwe partij opgestelde formulier V I 2 zijn vermeld, viseren deze diensten dit formulier, dat vervolgens als uittreksel V I 2 geldt, en brengen zij op de achterkant van het document V I 1 of van het uittreksel V I 2 waarop bedoeld uittreksel is gebaseerd, de nodige aantekeningen aan. Zij geven het uittreksel V I 2, alsmede het document V I 1 of het eerst opgestelde uittreksel V I 2 aan de betrokkene terug en bewaren een kopie van ieder van deze documenten gedurende ten minste vijf jaar.

Artikel 29

Lijst van bevoegde instanties

1. Op grond van de mededelingen van de bevoegde autoriteiten van de derde landen stelt de Commissie lijsten op met de namen en adressen van de tot het opstellen van de documenten V I 1 gemachtigde instanties, laboratoria en wijnproducenten en werkt deze lijsten regelmatig bij. De Commissie maakt deze lijsten in de reeks C van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend.

2. De in lid 1 bedoelde mededelingen van de bevoegde autoriteiten van de derde landen bevatten:

a) de naam en het adres van de voor de opstelling van de V I 1-documenten erkende of aangewezen officiële instanties en laboratoria,

b) de naam en het adres en het officiële registratienummer van de wijnproducenten die zelf V I 1-documenten mogen opmaken.

Op de lijst worden alleen opgenomen de in de eerste alinea bedoelde bevoegde instanties en laboratoria die door de bevoegde autoriteiten van het respectieve derde land zijn gemachtigd om aan de Commissie en aan de lidstaten, op hun verzoek, alle dienstige inlichtingen te verstrekken om de in het document vermelde gegevens te kunnen beoordelen.

3. De in lid 1 bedoelde lijsten worden bijgewerkt, met name om deze aan te passen aan eventuele adreswijzigingen en/of wijzigingen in de benaming van de instanties of laboratoria.

Artikel 30

Regels in geval van indirecte invoer

Ingeval een wijn wordt uitgevoerd uit een derde land op het grondgebied waarvan hij is bereid, hierna het "land van oorsprong" genoemd, naar een ander derde land, hierna het "land van uitvoer" genoemd, vanwaar hij vervolgens naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd, kunnen de bevoegde autoriteiten van het land van uitvoer het document V I voor de betrokken wijn opstellen op basis van een document V I 1 of een gelijkwaardig document dat door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong is opgesteld, zonder dat nieuwe analyses behoeven te worden uitgevoerd, indien de betrokken wijn:

i) reeds in het "land van oorsprong" is gebotteld en geëtiketteerd en er niets is aan gewijzigd, of

ii) in bulk is uitgevoerd uit het "land van oorsprong" en in het "land van uitvoer" is gebotteld en geëtiketteerd, zonder achteraf een andere bewerking te hebben ondergaan.

De bevoegde autoriteit van het land van uitvoer moet op het document V I 1 verklaren dat het om een in de eerste alinea bedoelde wijn gaat die aan de daar gestelde voorwaarden voldoet.

Artikel 31

Overeenstemming van de oenologische procédés met de voorschriften

1. Onverminderd artikel 45 en artikel 46, lid 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en de ter uitvoering ervan vastgestelde bepalingen, mogen producten van oorsprong uit derde landen slechts voor rechtstreekse menselijke consumptie worden aangeboden of geleverd indien zij zijn verkregen met inachtneming, ten aanzien van de in bijlage V, punten C, D en E van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde oenologische procédés, van de uiterste waarden die zijn vastgesteld voor het wijnbouwgebied in de Gemeenschap waarvan de natuurlijke productieomstandigheden gelijkwaardig zijn aan die van het productiegebied waaruit zij afkomstig zijn.

De gelijkwaardigheid van de productieomstandigheden wordt door de bevoegde autoriteiten van het betrokken derde land beoordeeld volgens de procedure van artikel 75 van Verordening (EG) nr. 1493/1999.

2. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een lidstaat vermoeden dat voor een product van oorsprong uit een derde land niet aan lid 1 is voldaan, stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 32

Speciale regels voor bepaalde soorten wijn

1. Voor likeurwijn en distillatiewijn worden de documenten V I 1 slechts als geldig erkend indien de in artikel 29 bedoelde officiële instantie in vak 15 de volgende vermelding heeft aangebracht: "Hierbij wordt bevestigd dat de aan deze wijn toegevoegde alcohol uit wijnbouwproducten is verkregen.".

Deze vermelding moet worden aangevuld met de volgende vermeldingen:

a) de naam en het volledige adres van de instantie van afgifte,

b) de handtekening van een vertegenwoordiger van deze instantie,

c) het stempel van deze instantie.

2. Voor wijn die met verlaagde douanerechten in de Gemeenschap wordt ingevoerd kunnen de documenten V I 1 dienen als attest ter staving van de benaming van oorsprong die voor de overeenkomstige regelingen is bepaald, wanneer de bevoegde officiële instantie in vak 15 de volgende vermelding heeft aangebracht: "Hierbij wordt bevestigd dat de wijn waarop dit document betrekking heeft, in wijnbouwgebied ... is geproduceerd en dat de in vak 6 vermelde benaming van oorsprong aan deze wijn is toegekend overeenkomstig de voorschriften van het land van oorsprong.".

Deze vermelding moet worden aangevuld met de in lid 1, tweede alinea, voorgeschreven vermeldingen.

HOOFDSTUK VI

ANALYSEAFWIJKINGEN VOOR BEPAALDE INGEVOERDE SOORTEN WIJN

Artikel 33

1. De volgende wijnen mogen voor rechtstreekse menselijke consumptie in de Gemeenschap worden ingevoerd:

a) wijnen van oorsprong uit Hongarije met een totaal alcohol-volumegehalte, zonder enige verrijking, van meer dan 15 % vol, voorzover zij worden aangeduid:

i) met de naam "Tokaji Aszu" of "Tokaji Aszu-eszencia" of "Tokaji Eszencia" of "Tokaji Szamorodni", of

ii) met de vermelding "Kueloenleges Minoeségue bor" (wijn van hogere kwaliteit) aangevuld met een geografische benaming en een van de volgende vermeldingen:

- "késöl szüretelésü bor",

- "válogatott szüretelésü bor",

- "töppedt szölöböl készült bor",

- "aszubor";

b) wijnen van oorsprong uit Zwitserland, die met een v.q.p.r.d. kunnen worden gelijkgesteld, met een totaal zuurgehalte, uitgedrukt in wijnsteenzuur, van minder dan 4,5, doch meer dan 3 gram per liter, wanneer deze verplicht met een geografische benaming moeten worden aangeduid en voor ten minste 85 % zijn verkregen uit druiven van een of meer van de volgende wijnstokrassen:

- Chasselas,

- Müller-Thurgau,

- Sylvaner,

- Pinot noir,

- Merlot.

c) wijnen van oorsprong uit Roemenië met een totaal alcohol-volumegehalte, zonder enige verrijking, van meer dan 15 % vol, voorzover zij worden aangeduid met de vermelding "vsoc" of "Vinuri de calitate superioara cu denumire de origine si trepte de calitate", aangevuld met een van de volgende geografische benamingen:

- Cernavoda,

- Cotnari,

- Medgidia,

- Murfatlar,

- Nazarcea,

- Pietroasa.

2. Voor de toepassing van lid 1, onder a), b) en c), brengt de officiële instantie van het land van oorsprong die bevoegd is om het in onderhavige verordening bedoelde document V I 1 op te stellen in vak nr. 15 van dit document de volgende vermelding aan: "Hierbij wordt bevestigd dat deze wijn voldoet aan de voorwaarden van artikel 68, lid 1, onder b), [punt i)] [punt ii)] van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en van Verordening (EG) nr. 883/2001.".

De officiële instantie bevestigt de echtheid van deze vermelding door haar stempel in het vak aan te brengen.

HOOFDSTUK VII

DEFINITIES VAN BEPAALDE PRODUCTEN VAN DE WIJNBOUWSECTOR

Artikel 34

Definities

De definities van de volgende producten van de wijnbouwsector van de GN-codes 2009 en 2204 van oorsprong uit derde landen zijn opgenomen in bijlage XI:

a) druivenmost waarvan de gisting door het toevoegen van alcohol is gestuit;

b) geconcentreerde druivenmost;

c) gerectificeerde geconcentreerde druivenmost;

d) likeurwijn;

e) mousserende wijn;

f) mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd;

g) parelwijn;

h) parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd;

i) wijn van overrijpe druiven.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 35

Intrekking

De Verordeningen (EEG) nr. 3388/91, (EEG) nr. 3389/85, (EEG) nr. 3590/81, (EG) nr. 1685/95 en (EG) nr. 1281/1999 worden ingetrokken.

Artikel 36

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 februari 2001.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 april 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(2) PB L 328 van 23.12.2000, blz. 2.

(3) PB L 341 van 28.11.1981, blz. 19.

(4) PB L 328 van 22.12.1999, blz. 60.

(5) PB L 341 van 28.11.1981, blz. 24.

(6) PB L 284 van 28.11.1995, blz. 6.

(7) PB L 343 van 20.12.1985, blz. 20.

(8) PB L 135 van 8.5.1998, blz. 4.

(9) PB L 161 van 12.7.1995, blz. 2.

(10) PB L 289 van 16.11.2000, blz. 21.

(11) PB L 153 van 19.6.1999, blz. 38.

(12) PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1.

(13) PB L 272 van 3.10.1990, blz. 1.

(14) PB L 194 van 31.7.2000, blz. 1.

(15) PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11.

(16) PB L 14 van 18.1.2001, blz. 22.

(17) PB L 200 van 10.8.1993, blz. 10.

(18) PB L 188 van 21.7.1999, blz. 33.

(19) PB L 62 van 7.3.1980, blz. 5.

(20) PB L 199 van 22.7.1983, blz. 12.

(21) PB L 337 van 31.12.1993, blz. 94 en 178.

(22) PB L 185 van 25.7.2000, blz. 24.

(23) PB L 102 van 12.4.2001, blz. 33.

(24) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(25) PB L 105 van 23.4.1983, blz. 1.

BIJLAGE I

>PIC FILE= "L_2001128NL.001602.EPS">

BIJLAGE II

Categorieën producten bedoeld in artikel 8, lid 1

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

Productgroepen bedoeld in artikel 8, lid 2

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Bijlage IV

Lijst van landen per bestemmingszone, bedoeld in artikel 9, lid 6

Zone 1: Afrika

Angola, Benin, Botswana, Burkina Faso, Burundi, Kameroen, Kaapverdië, Comoren, Congo (Democratische Republiek), Congo (Republiek), Ivoorkust, Djibouti, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Gabon, Gambia, Ghana, Guinee, Equatoriaal-Guinea, Guinee-Bissau, Kenia, Lesotho, Liberia, Libië, Madagaskar, Malawi, Mali, Mauritius, Mauritanië, Mayotte, Mozambique, Namibië, Niger, Nigeria, Oeganda, Centraal-Afrikaanse Republiek, Rwanda, Sint-Helena en afhankelijke gebieden, Sao Tomé en Principe, Senegal, Seychellen en afhankelijke gebieden, Sierra Leone, Somalië, Soedan, Swaziland, Tanzania, Tsjaad, Britse gebieden in de Indische Oceaan, Togo, Zambia, Zimbabwe.

Zone 2: Azië en Oceanië

Afghanistan, Saudi-Arabië, Bahrein, Bangladesh, Bhutan, Brunei, Cambodja, China, Westelijke Jordaanoever/Gazastrook, Noord-Korea, Zuid-Korea, Verenigde Arabische Emiraten, Federale staten van Micronesië, Fiji, Hongkong, Noordelijke Marianen, Marschalleilanden, Salomoneilanden, Wallis en Futuna, India, Indonesië, Iran, Irak, Japan, Jordanië, Kiribati, Koeweit, Laos, Libanon, Macau, Maleisië, Maldiven, Mongolië, Myanmar, Nauru, Nepal, Nieuw-Caledonië en afhankelijke gebieden, Nieuw-Zeeland, Amerikaanse gebieden van Oceanië, Australische gebieden van Oceanië, Nieuw-Zeelandse gebieden van Oceanië, Oman, Pakistan, Palua, Papoea-Nieuw-Guinea, Filipijnen, Pitcairn, Frans-Polynesië, Qatar, Samoa, Singapore, Sri Lanka, Syrië, Taiwan, Thailand, Tonga, Tuvalu, Vanuatu, Vietnam, Jemen.

Zone 3: Oost-Europa en landen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten

Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Estland, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Letland, Litouwen, Moldavië, Oezbekistan, Polen, Tsjechische Republiek, Rusland, Slowakije, Tadzjikistan, Turkmenistan, Oekraïne.

Zone 4: West-Europa

Andorra, Ceuta en Melilla, Vaticaanstad, Gibraltar, Faeröer, IJsland, Liechtenstein, Malta, Noorwegen, San Marino.

BIJLAGE V

Mededelingen bedoeld in artikel 12, lid 4

>PIC FILE= "L_2001128NL.002002.EPS">

BIJLAGE VI

Lijst van de in artikel 22 bedoelde landen

- Canada

- Iran

- Libanon

- Volksrepubliek China

- Taiwan

- India

- Bolivia

- Republiek San Marino

BIJLAGE VII

Document V I 1, bedoeld in artikel 24, lid 1

>PIC FILE= "L_2001128NL.002302.EPS">

>PIC FILE= "L_2001128NL.002401.EPS">

BIJLAGE VIII

Technische voorschriften betreffende de documenten V I 1 et V I 2, bedoeld in de artikelen 24 en 25

A. Het drukken van de formulieren

1. Het formaat van de formulieren moet ongeveer 210 x 297 mm zijn.

2. Het formulier moet zijn gedrukt op papier dat zodanig is gelijmd dat het goed te beschrijven is en dat ten minste 40 g per m2 weegt.

3. Op elk formulier moeten de naam en het adres of een kenteken van de drukkerij zijn vermeld.

4. De formulieren worden gedrukt in een van de officiële talen van de Gemeenschap; voor de formulieren V I 2 wordt de taal vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de formulieren worden geviseerd.

B. Het invullen van de formulieren

1. De formulieren moeten worden ingevuld in de taal waarin deze zijn gedrukt.

2. Elk formulier moet worden voorzien van een volgnummer dat is toegekend:

- voor de formulieren V I 1, door de officiële instantie die het gedeelte "certificaat" ondertekent;

- voor de formulieren V I 2, door het douanekantoor dat deze viseert.

3. De omschrijving van het product in vak 6 van formulier V I 1 en in vak 5 van het uittreksel V I 2 moet in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 32 van Verordening (EEG) nr. 2392/89.

BIJLAGE IX

Lijst van de in artikel 24, lid 2, en in artikel 26 bedoelde landen

- Australië

- Verenigde Staten van Amerika

BIJLAGE X

Document V I 2 bedoeld in artikel 25, lid 1

>PIC FILE= "L_2001128NL.002702.EPS">

>PIC FILE= "L_2001128NL.002801.EPS">

BIJLAGE XI

In artikel 34 bedoelde definities

Voor de toepassing van de bepalingen van de onderhavige verordening betreffende de invoer wordt verstaan onder:

a) "druivenmost waarvan de gisting door het toevoegen van alcohol is gestuit", het product dat:

- een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 12 % vol en minder dan 15 % vol heeft en

- verkregen is door toevoeging van een door distillatie van wijn verkregen product aan niet gegiste druivenmost die een natuurlijk alcohol-volumegehalte van ten minste 8,5 % vol heeft en uitsluitend afkomstig is van wijndruivenrassen die in het derde land van oorsprong zijn toegelaten;

b) "geconcentreerde druivenmost", niet gekaramelliseerde druivenmost die:

- verkregen is via gedeeltelijke onttrekking van het in de druivenmost aanwezige water door elk ander uit hoofde van de bepalingen van het derde land van oorsprong toegestaan en in de communautaire voorschriften niet verboden procédé dan de rechtstreekse werking van vuur, op zodanige wijze dat bij een temperatuur van 20 °C volgens de refractometermethode als bedoeld in bijlage XVIII bij Verordening (EG) nr. 1622/2000 geen lagere uitkomst dan 50,9 % wordt verkregen,

- uitsluitend afkomstig is van wijndruivenrassen die in het derde land van oorsprong zijn toegelaten, en

- verkregen is uit druivenmost met ten minste het minimale natuurlijk alcohol-volumegehalte dat door het derde land van oorsprong is vastgesteld voor de bereiding van voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde wijn; dit gehalte moet ten minste 8,5 % vol bedragen.

Een effectief alcohol-volumegehalte van geconcentreerde druivenmost dat 1 % vol niet overschrijdt, is toegestaan;

c) "gerectificeerde geconcentreerde druivenmost", niet gekaramelliseerde vloeistof die:

i) verkregen is via gedeeltelijke onttrekking van het in de druivenmost aanwezige water door elk ander uit hoofde van de bepalingen van het derde land van oorsprong toegestaan en in de communautaire voorschriften niet verboden procédé dan de rechtstreekse werking van vuur, op zodanige wijze dat bij een temperatuur van 20 °C volgens de refractometermethode als bedoeld in bijlage XVIII bij Verordening (EG) nr. 1622/2000 geen lagere uitkomst dan 61,7 % wordt verkregen,

ii) uit hoofde van de bepalingen van het derde land van oorsprong toegestane en in de communautaire voorschriften niet verboden behandelingen voor ontzuring en verwijdering van andere bestanddelen dan suiker heeft ondergaan,

iii) de volgende kenmerken vertoont:

- pH niet hoger dan 5 bij 25 °Brix,

- optische dichtheid bij 425 nm en een dikte van 1 cm, niet hoger dan 0,100, voor geconcentreerde druivenmost bij 25 °Brix,

- sacharosegehalte niet vast te stellen met een nader te bepalen analysemethode,

- Folin-Ciocalteau-index niet hoger dan 6 bij 25 °Brix,

- getitreerde zuurgraad niet hoger dan 15 milli-equivalent per kilogram suiker totaal,

- gehalte aan zwaveldioxide niet hoger dan 25 mg per kilogram suiker totaal,

- gehalte aan kationen totaal niet hoger dan 8 milli-equivalent per kilogram suiker totaal,

- conductiviteit bij 25 °Brix en 20 °C niet hoger dan 120 mS/cm,

- gehalte aan hydroxymethylfurfural niet hoger dan 25 mg per kilogram suiker totaal,

- aanwezigheid van meso-inositol,

iv) uitsluitend afkomstig is van wijndruivenrassen die in het derde land van oorsprong zijn toegelaten, en

v) verkregen is uit druivenmost met ten minste het minimum natuurlijk alcohol-volumegehalte dat door het derde land van oorsprong is vastgesteld voor de bereiding van voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde wijn; dit gehalte moet ten minste 8,5 % vol bedragen.

Een effectief alcohol-volumegehalte van gerectificeerde geconcentreerde druivenmost dat 1 % vol niet overschrijdt, is toegestaan;

d) "likeurwijn", het product dat:

- een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 15 % vol en ten hoogste 22 % vol, alsmede een totaal alcohol-volumegehalte van ten minste 17,5 % vol heeft, en

- verkregen is uit gistende druivenmost, wijn, of een mengsel daarvan, waarbij deze producten afkomstig moeten zijn van wijnstokrassen die in het derde land van oorsprong zijn toegelaten voor de productie van likeurwijn en een oorspronkelijk natuurlijk alcohol-volumegehalte van ten minste 12 % vol moeten hebben, en door toevoeging

i) afzonderlijk dan wel gemengd, van neutrale alcohol uit wijnbouwproducten, met inbegrip van alcohol verkregen door distillatie van rozijnen of krenten, met een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 96 % vol, en van distillaat van wijn of van rozijnen of krenten, met een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 52 % vol en ten hoogste 86 % vol,

ii) alsmede, in voorkomend geval, van een of meer van de volgende producten:

- geconcentreerde druivenmost,

- een mengsel van een van de onder i) genoemde producten met druivenmost of gistende druivenmost.

Sommige kwaliteitslikeurwijnen waarvan erkend is dat de productievoorwaarden gelijkwaardig zijn aan die van een v.l.q.p.r.d. en die voorkomen op een vast te stellen lijst, mogen evenwel:

- een totaal alcohol-volumegehalte hebben van minder dan 17,5 % vol, doch niet minder dan 15 % vol, wanneer de bepalingen van het derde land van oorsprong die vóór 1 januari 1985 voor deze likeurwijnen golden, daarin uitdrukkelijk voorzagen, of

- worden verkregen uit druivenmost met een natuurlijk alcohol-volumegehalte van minder dan 12 % vol doch niet minder dan 10,5 % vol;

e) "mousserende wijn", het product dat:

- een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 8,5 % vol heeft,

- is verkregen door eerste of tweede alcoholische vergisting van verse druiven, van druivenmost of van wijn, en

- wordt gekenmerkt door het feit dat bij het openen van de recipiënt koolzuurgas vrijkomt dat uitsluitend is ontstaan door de vergisting, en bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C een overdruk heeft die door koolzuurgas in oplossing is teweeggebracht en die ten minste 3 bar bedraagt;

f) "mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd", het product dat:

- een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 8,5 % vol heeft,

- verkregen is uit wijn,

- gekenmerkt wordt door het feit dat bij het openen van de recipiënt koolzuurgas vrijkomt dat geheel of gedeeltelijk werd toegevoegd, en

- bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C een overdruk heeft die is teweeggebracht door koolzuurgas in oplossing en die ten minste 3 bar bedraagt;

g) "parelwijn", het product dat:

- een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 8,5 % vol heeft, en

- bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C een overdruk heeft die door endogeen koolzuurgas in oplossing is teweeggebracht en die ten minste 1 doch niet meer dan 2,5 bar bedraagt;

h) "parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd", het product dat:

- een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 8,5 % vol heeft, en

- bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C een overdruk heeft die door geheel of gedeeltelijk toegevoegd koolzuurgas in oplossing is teweeggebracht en ten minste 1 doch niet meer dan 2,5 bar bedraagt.

i) "wijn van overrijpe druiven", het product dat:

- een effectief alcohol-volumegehalte van meer dan 15 % vol heeft,

- een totaal alcohol-volumegehalte van ten minste 16 % vol en een effectief alcohol-volumegehalte van ten minste 12 % vol heeft,

- in het derde land van oorsprong is bereid uit druiven die in dat land zijn geoogst en die afkomstig zijn van druivenrassen die in het derde land van oorsprong voor de wijnbereiding zijn toegelaten,

- eventueel een rijping heeft ondergaan.

Top