EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001D0669

Beschikking van de Commissie van 25 april 2001 over de staatssteun die Oostenrijk voornemens is te verlenen aan Voest Alpine Stahl Linz GmbH (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1130)

OJ L 235, 4.9.2001, p. 13–15 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2001/669/oj

32001D0669

Beschikking van de Commissie van 25 april 2001 over de staatssteun die Oostenrijk voornemens is te verlenen aan Voest Alpine Stahl Linz GmbH (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1130)

Publicatieblad Nr. L 235 van 04/09/2001 blz. 0013 - 0015


Beschikking van de Commissie

van 25 april 2001

over de staatssteun die Oostenrijk voornemens is te verlenen aan Voest Alpine Stahl Linz GmbH

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1130)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2001/669/EGKS)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, en met name op artikel 4, onder c),

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a), juncto Protocol nr. 14,

Gelet op Beschikking nr. 2496/96/EGKS van de Commissie van 18 december 1996 houdende communautaire regels voor steun aan de ijzer- en staalindustrie(1),

Na de belanghebbenden te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken(2),

Overwegende hetgeen volgt:

I. PROCEDURE

(1) Bij schrijven van 15 april 1999 heeft Oostenrijk de Commissie de milieusteun ten gunste van Voest Alpine Stahl Linz GmbH ter uitbreiding van de afvalwaterzuiveringsinstallatie van de onderneming aangemeld.

(2) Bij schrijven van 17 mei 2000 heeft de Commissie Oostenrijk in kennis gesteld van haar besluit de procedure van artikel 6, lid 5, van Beschikking nr. 2496/96/EGKS (hierna "staalsteuncode") in te leiden ten aanzien van deze steun.

(3) Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt(3). De Commissie heeft de belanghebbenden verzocht hun opmerkingen over de betrokken steun te maken.

(4) De Commissie heeft van de belanghebbenden geen opmerkingen terzake ontvangen. Oostenrijk heeft zijn opmerkingen bij schrijven van 20 juni 2000 doen toekomen en wijzigde bij schrijven van 28 februari 2001 de oorspronkelijke aanmelding zodat de steun werd beperkt tot 15 % van de hiervoor in aanmerking komende investeringskosten.

II. GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE STEUN

(5) De geïntegreerde staalonderneming Voest Alpine Stahl Linz GmbH produceert ruwstaal en warmgewalste breedband. In haar warmwalsfabriek wordt jaarlijks 3 tot 3,7 miljoen ton gefabriceerd. De walsfabriek bestaat uit een opwarmoven en een bandkoelinstallatie. Bij het hele walsproces wordt water gebruikt, dat aan de Donau wordt onttrokken; het met vaste stoffen en machineolie verontreinigde water wordt hierna terug in de rivier geloosd.

(6) Op 27 november 1998 zijn in Oostenrijk nieuwe milieunormen op het gebied van de afvalwaterzuivering van kracht geworden. Voor bestaande installaties, zoals die van Voest Alpine Stahl Linz GmbH, geldt een overgangsperiode van zeven jaar, dat wil zeggen tot 27 november 2005. De onderneming heeft evenwel besloten haar installaties vóór het verstrijken van deze termijn in overeenstemming te brengen met de nieuwe normen. Voor de aanzienlijke uitbreiding van de afvalwaterzuiveringsinstallatie in de jaren 1997 en 1998 werd in 1997 een verzoek om steun ingediend bij de Oostenrijkse autoriteiten.

(7) Bij het inleiden van de procedure betwijfelde de Commissie of het plan, gelet op de ouderdom van de bestaande installatie, die uit 1958 dateert, in aanmerking kwam voor milieusteun. Destijds was niet duidelijk of de investering werd gedaan om aan de verbeterde milieunormen te voldoen, of dat zij hoe dan ook noodzakelijk was aangezien de installatie was verouderd. In het kader van de procedure diende terzake duidelijkheid te worden geschapen.

(8) De oude afvalwaterzuiveringsinstallatie was tamelijk eenvoudig en bestond hoofdzakelijk uit drie sedimentatiebassins waarin het afvalwater werd gefilterd alvorens de Donau te bereiken. Deze installatie is behouden gebleven, maar is ingrijpend uitgebreid. Het afvalwater uit de bestaande sedimentatiebassins wordt thans verzameld in vijf spiraalbezinktanks, waar vaste stoffen en olie van het water worden gescheiden. Vervolgens wordt het water naar een secundaire filterinstallatie geleid en deels voor koeling in het walsproces gebruikt, deels na een filterbehandeling op een zand/grindbedding in de Donau geloosd. Vaste stoffen en afgewerkte olie worden verbrand in de hoogoven van de fabriek.

(9) De Oostenrijkse autoriteiten willen een subsidie ten bedrage van 22,4 miljoen ATS (1,6 miljoen EUR) verlenen, hetgeen overeenkomt met 15 % van de voor steun in aanmerking komende projectkosten, die in totaal 149,1 miljoen ATS (10,9 miljoen EUR) bedragen.

III. OPMERKINGEN VAN OOSTENRIJK

(10) In zijn standpunt heeft Oostenrijk de aard van de investeringen toegelicht en aangegeven welke verbeteringen ten opzichte van de bestaande afvalwaterzuiveringsinstallatie worden beoogd. Deze installaties hadden ongewijzigd kunnen voortbestaan, als er na de geconstateerde noodzaak hiertoe niet besloten was tot beperking van de afvalwaterlozing. In feite blijven de belangrijkste onderdelen van de installatie, namelijk de drie sedimentatiebassins, in bedrijf. Ze worden opgenomen in het nieuwe afvalwaterzuiveringssysteem. Daarenboven wijzigden de Oostenrijkse autoriteiten hun kennisgeving en verminderden de aanvankelijk aangemelde steunintensiviteit van 20 % tot 15 % van de investeringskosten.

IV. BEOORDELING VAN DE STEUN

(11) Voest Alpine Stahl Linz GmbH is een onderneming in de zin van artikel 80 van het EGKS-Verdrag en is derhalve onderworpen aan de regels van de staalsteuncode. De door Oostenrijk aangemelde maatregel vormt steun in de zin van artikel 1 van de staalsteuncode. Overeenkomstig artikel 3 van de staalsteuncode kan milieusteun als met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden beschouwd, indien deze voldoet aan de bepalingen van de communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu(4) (hierna "communautaire kaderregeling") en de in de bijlage van de staalsteuncode vervatte criteria voor toepassing op de staalindustrie.

(12) Krachtens de communautaire kaderregeling geldt de algemene regel dat uitsluitend de extra investeringskosten die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de milieudoeleinden voor steun in aanmerking komen(5). Investeringssteun voor de toepassing van nieuwe bindende milieunormen, die gepaard gaat met aanpassing van de installaties of uitrustingen aan de nieuwe eisen, is toelaatbaar tot hoogstens 15 % van de voor steun in aanmerking komende brutokosten. De steun mag alleen worden verleend ten aanzien van installaties die op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe normen minstens twee jaar in gebruik zijn(6).

(13) Deze regels zijn vastgelegd in de bijlage van de staalsteuncode. Niettemin wordt er tevens een onderzoek naar de achtergronden van de investering voorgeschreven. In beginsel komen investeringen die om economische redenen of wegens de ouderdom van de installaties of de uitrustingen hoe dan ook zouden zijn gedaan niet in aanmerking voor steun. Om in aanmerking te komen voor nieuwe investeringen dient de resterende levensduur van de installatie nog minstens 25 % te bedragen.

(14) Op 28 november 1997 werden in Oostenrijk nieuwe milieunormen voor afvalwaterlozing uit de staalproducerende en -verwerkende industrie bekend gemaakt, die op 27 november 1998 in werking zijn getreden. Voor bestaande installaties zoals Voest Alpine Stahl Linz GmbH is evenwel een overgangsperiode van zeven jaar vastgesteld, die op 27 november 2005 afloopt.

(15) Om aan de nieuwe milieunormen te voldoen heeft Voest Alpine Stahl Linz GmbH de aangemelde investeringen die een aanmerkelijke verbetering voor het milieu betekenen uitgevoerd: het lozen van vaste stoffen in open water wordt met 80 % beperkt en het lozen van afgewerkte olie met 44 %. In een eerste beoordeling van de steun betwijfelde de Commissie of de investeringen op grond van de staalsteuncode voor steun in aanmerking kwamen, aangezien de installatie uit 1958 dateert. De vraag rees of de nieuwe investering hoe dan ook niet noodzakelijk was en of de levensduur van de oude installatie op het moment van de investering nog meer dan 25 % bedroeg.

(16) De inlichtingen die Oostenrijk in het kader van het proces heeft verschaft, konden de door de Commissie geuite twijfels wegnemen. Ofschoon de oude installatie uit 1958 dateert, had zij om productie- noch milieuoverwegingen hoeven te worden vervangen, indien de bepalingen inzake afvalwaterlozing niet zouden zijn gewijzigd. Zij had zonder tijdsbeperking in gebruik kunnen blijven. De investering was derhalve alleen noodzakelijk omdat de oude installatie niet meer kon voldoen aan de nieuwe milieunormen voor afvalwaterlozing. De hoofdbestanddelen van de oude installatie, dat wil zeggen de drie sedimentatiebassins, zijn daadwerkelijk opgenomen in het nieuwe systeem. Hieruit heeft de Commissie opgemaakt, dat de investering uitsluitend is gedaan omwille van het milieu en enkel dient om te voldoen aan de nieuwe milieunormen.

V. CONCLUSIE

(17) De Commissie concludeert derhalve dat de aanvankelijke twijfels zijn weggenomen. De door Oostenrijk voorgestelde steun ter hoogte van 15 % van de investeringskosten voldoet aan de in de communautaire kaderregeling en de bijlage van de staalsteuncode vervatte criteria voor milieusteun die dient om ondernemingen in staat te stellen zich aan de nieuwe milieunormen aan te passen,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De steun ter hoogte van 22,4 miljoen ATS (1,6 miljoen EUR) - hetgeen overeenkomt met 15 % van de voor steun in aanmerking komende investeringskosten van 149,1 miljoen ATS (10,9 miljoen EUR) - die Oostenrijk wil verlenen ten gunste van Voest Alpine Stahl Linz GmbH is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Oostenrijk.

Gedaan te Brussel, 25 april 2001.

Voor de Commissie

Mario Monti

Lid van de Commissie

(1) PB L 338 van 28.12.1996, blz. 42.

(2) PB C 190 van 8.7.2000, blz. 9.

(3) Zie voetnoot 2.

(4) PB C 72 van 10.3.1994, blz. 3.

(5) Vgl. met name punt 3.2.1 van de communautaire kaderovereenkomst.

(6) Vgl. met name punt 3.2.3.A van de communautaire kaderovereenkomst.

Top