EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31997D0247

97/247/EG: Besluit van de Commissie van 4 april 1997 betreffende de instelling van een gespecialiseerde afdeling "aquacultuur" in het Raadgevend Comité voor de visserij

OJ L 97, 12.4.1997, p. 28–29 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 31/07/1999; opgeheven door 399D0478

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1997/247/oj

31997D0247

97/247/EG: Besluit van de Commissie van 4 april 1997 betreffende de instelling van een gespecialiseerde afdeling "aquacultuur" in het Raadgevend Comité voor de visserij

Publicatieblad Nr. L 097 van 12/04/1997 blz. 0028 - 0029


BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 4 april 1997 betreffende de instelling van een gespecialiseerde afdeling "aquacultuur" in het Raadgevend Comité voor de visserij (97/247/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Overwegende dat het van belang is het advies van het bedrijfsleven en de consumenten over diverse aspecten in verband met de totstandbrenging van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur in te winnen in de sector aquacultuur;

Overwegende dat bij Besluit 71/128/EEG van de Commissie (1), laatstelijk vervangen door Besluit 89/4/EEG (2), in de visserijsector een Raadgevend Comité voor de visserij is ingesteld;

Overwegende dat het, gezien de groei van de aquacultuursector en het economisch belang en bepaalde specifieke kenmerken van deze sector, dienstig is in het Raadgevend Comité voor de visserij een gespecialiseerde afdeling "aquacultuur" in te stellen om te zorgen voor een beter overleg binnen de sector;

Overwegende dat het met het oog op de coördinatie van het overleg in de sector visserij en aquacultuur dienstig is de afdeling te laten voorzitten door de voorzitter van het Raadgevend Comité voor de visserij en, telkens wanneer het nodig blijkt, gezamenlijke vergaderingen van het Raadgevend Comité voor de visserij en van de gespecialiseerde afdeling te organiseren,

BESLUIT:

Artikel 1

1. Bij de Europese Commissie wordt in het Raadgevend Comité voor de visserij een gespecialiseerde afdeling "aquacultuur" ingesteld, hierna "de afdeling" te noemen.

2. In de afdeling zijn de volgende economische groeperingen uit de aquacultuursector vertegenwoordigd:

de producenten, de coöperaties, de kredietinstellingen, de handel en de industrie, de werknemers en de consumenten.

Artikel 2

1. De afdeling kan door de Commissie worden geraadpleegd over aangelegenheden betreffende de aquacultuur en met name over de maatregelen die de Commissie in het kader van het gemeenschappelijk visserij- en aquacultuurbeleid voor deze sector moet nemen.

2. De voorzitter van de afdeling kan de aandacht van de Commissie vestigen op de wenselijkheid de afdeling te raadplegen over een aangelegenheid waarvoor zij bevoegd is.

3. Hij doet zulks met name op verzoek van een der vertegenwoordigde economische groeperingen.

Artikel 3

1. De afdeling bestaat uit 20 leden. De zetels worden als volgt verdeeld:

- 13 zetels voor de producenten en de coöperaties in de aquacultuursector, waarvan ten minste vier voor de producenten en coöperaties in de sector weekdieren;

- 3 zetels voor de handel in en de verwerking van aquacultuurproducten;

- 2 zetels voor de werknemers in de aquacultuursector;

- 1 gemeenschappelijke zetel voor de handelsbanken en de gespecialiseerde coöperatieve kredietinstellingen;

- 1 zetel voor de consumenten.

Artikel 4

1. De leden van de afdeling worden door de Commissie benoemd op voordracht van de op het vlak van de Gemeenschap bestaande beroepsorganisaties en instanties die het meest representatief zijn voor de in artikel 1, lid 2, bedoelde economische groeperingen. Voor elk van de beschikbare zetels stellen deze organisaties en instanties twee kandidaten van verschillende nationaliteit voor.

2. De leden van de afdeling worden aangesteld voor een ambtstermijn van drie jaar, maar de eerste ambtstermijn eindigt evenwel op de datum waarop de ambtstermijn van de leden van het Raadgevend Comité voor de visserij afloopt. De leden zijn herbenoembaar. Voor de functies die de leden van de afdeling vervullen wordt geen bezoldiging toegekend.

Na afloop van de ambtstermijn van drie jaar blijven de leden van de afdeling in functie totdat in hun vervanging of in de verlenging van hun ambtstermijn is voorzien.

Bij ontslag of overlijden eindigt de ambtstermijn van een lid vóór het einde van de periode van drie jaar.

De ambtstermijn van een lid kan ook worden beëindigd op verzoek van de organisatie of instantie die hem heeft voorgedragen.

Het lid wordt voor de overblijvende periode van zijn ambtstermijn vervangen volgens de procedure van lid 1.

3. De lijst van de leden wordt ter informatie door de Commissie bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 5

Het voorzitterschap van de afdeling wordt waargenomen door de voorzitter van het Raadgevend Comité voor de visserij. De afdeling kiest een vice-voorzitter voor een periode van drie jaar, behalve voor de eerste ambtstermijn, die zal eindigen op dezelfde datum als die waarop, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid 2, de ambtstermijn van de leden van de afdeling afloopt. De vice-voorzitter wordt gekozen met een meerderheid van twee derde der aanwezige leden. De afdeling kan met dezelfde meerderheid andere leden aan het bureau toevoegen. In dat geval omvat het bureau, behalve de voorzitter, ten hoogste één vertegenwoordiger van elke in de afdeling vertegenwoordigde economische groepering. Het bureau is belast met de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van de afdeling.

Artikel 6

Op verzoek van een der vertegenwoordigde economische groeperingen kan de voorzitter een afgevaardigde van deze groepering uitnodigen om de vergaderingen van de afdeling bij te wonen. Hij kan onder dezelfde voorwaarden ieder persoon die speciaal bevoegd is met betrekking tot een bepaald agendapunt verzoeken als deskundige aan de werkzaamheden van de afdeling deel te nemen; de deskundigen nemen alleen voor de aangelegenheid waarvoor zij zijn uitgenodigd aan de besprekingen deel.

Artikel 7

De afdeling kan werkgroepen vormen om de werkzaamheden te vergemakkelijken.

Artikel 8

1. De afdeling wordt door de Commissie bijeengeroepen en vergadert op de plaats waar de Commissie haar zetel heeft. Het bureau wordt in overleg met de Commissie door de voorzitter bijeengeroepen.

2. Op verzoek van de voorzitter van het Raadgevend Comité voor de visserij of van de Commissie kunnen gezamenlijke vergaderingen met het Raadgevend Comité voor de visserij worden georganiseerd.

3. De vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Commissie wonen de vergaderingen van de afdeling, van het bureau en van de werkgroepen bij.

4. De diensten van de Commissie belasten zich met het secretariaat van de afdeling, van het bureau en van de werkgroepen.

Artikel 9

De besprekingen in de afdeling hebben betrekking op de door de Commissie gevraagde adviezen. Er wordt niet over gestemd.

De Commissie mag, wanneer zij de afdeling om advies verzoekt, de termijn bepalen waarbinnen het advies moet worden uitgebracht.

De standpunten van de in de afdeling vertegenwoordigde economische groeperingen worden vermeld in een verslag dat aan de Commissie wordt toegezonden.

Indien er met betrekking tot het gevraagde advies eenstemmigheid bestaat in de afdeling, stelt de afdeling gemeenschappelijke conclusies op, welke bij het verslag van de besprekingen worden gevoegd.

Artikel 10

Onverminderd het bepaalde in artikel 214 van het Verdrag, mogen de leden van de afdeling de inlichtingen welke in verband met de werkzaamheden van de afdeling of van de werkgroepen aan hen zijn verstrekt niet openbaar maken indien de Commissie mededeelt dat het gevraagde advies of de gestelde vraag betrekking heeft op een aangelegenheid die een vertrouwelijk karakter draagt.

In dat geval nemen alleen de leden van de afdeling en de vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie aan de vergaderingen deel.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking op 4 april 1997.

Gedaan te Brussel, 4 april 1997.

Voor de Commissie

Emma BONINO

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 68 van 22. 3. 1971, blz. 18.

(2) PB nr. L 5 van 7. 1. 1989, blz. 33.

Top