EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31995L0050

Richtlijn 95/50/EG van de Raad van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

OJ L 249, 17.10.1995, p. 35–40 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Estonian: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Latvian: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Lithuanian: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Hungarian Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Maltese: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Polish: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Slovak: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Slovene: Chapter 07 Volume 002 P. 282 - 287
Special edition in Bulgarian: Chapter 07 Volume 003 P. 179 - 185
Special edition in Romanian: Chapter 07 Volume 003 P. 179 - 185
Special edition in Croatian: Chapter 07 Volume 003 P. 39 - 44

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 12/11/2022; opgeheven door 32022L1999

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1995/50/oj

31995L0050

Richtlijn 95/50/EG van de Raad van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

Publicatieblad Nr. L 249 van 17/10/1995 blz. 0035 - 0040


RICHTLIJN 95/50/EG VAN DE RAAD van 6 oktober 1995 betreffende uniforme procedures voor de controle op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 75,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag (3),

Overwegende dat de Gemeenschap een aantal maatregelen heeft vastgesteld welke gericht zijn op de verwezenlijking van een interne markt die een ruimte zonder grenzen omvat waarbinnen het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag wordt verzekerd;

Overwegende dat de controles betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg worden verricht overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 4060/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de afschaffing van controles aan de grenzen van de Lid-Staten voor wegvervoer en binnenvaart (4) en Verordening (EEG) nr. 3912/92 van de Raad van 17 december 1992 inzake in de Gemeenschap in het wegvervoer en de binnenvaart uitgevoerde controles van in een derde land ingeschreven of tot het verkeer toegelaten vervoermiddelen (5);

Overwegende dat de Raad op 21 november 1994 Richtlijn 94/55/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (6) heeft aangenomen en dat het derhalve wenselijk is de procedures voor de controle op dit soort vervoer, alsmede de respectieve definities te harmoniseren, teneinde het verifiëren van de naleving van de aldus vastgelegde veiligheidsnormen doeltreffender te maken;

Overwegende dat het van belang is dat de Lid-Staten zorgen voor voldoende controle op hun gehele grondgebied, maar tegelijkertijd zoveel mogelijk vermijden dat de controles van de betrokken voertuigen sterk toenemen;

Overwegende dat met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel een maatregel van de Gemeenschap aldus nodig lijkt om de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen te verbeteren;

Overwegende dat de controles dienen te worden uitgevoerd aan de hand van een lijst van gemeenschappelijke elementen, die in de gehele Gemeenschap op dit vervoer van toepassing is;

Overwegende dat het voorts wenselijk is een lijst vast te stellen van inbreuken die door alle Lid-Staten als voldoende ernstig worden beschouwd om, ten aanzien van de voertuigen die ze hebben begaan, naar gelang van de omstandigheden of de veiligheidseisen passende maatregelen te treffen, met inbegrip van het eventueel ontzeggen van toegang tot de Gemeenschap aan die voertuigen;

Overwegende dat, met het oog op een betere naleving van de veiligheidsnormen voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, het wenselijk is controles te voorzien in de ondernemingen, hetzij preventief hetzij wanneer langs de weg belangrijke inbreuken op de wetgeving betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen zijn vastgesteld;

Overwegende dat bedoelde controles betrekking moeten hebben op al het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg dat volledig of gedeeltelijk op het grondgebied van de Lid-Staten plaatsheeft, ongeacht de plaats van herkomst of bestemming van de goederen dan wel het land van inschrijving van het voertuig;

Overwegende dat, in geval van ernstige of herhaalde inbreuken, aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van inschrijving van het voertuig of van vestiging van de onderneming kan worden verzocht om passende maatregelen te treffen en de Lid-Staat die dit verzoek heeft ingediend op de hoogte te stellen van het gevolg dat hieraan is gegeven;

Overwegende dat de toepassing van deze richtlijn moet worden gevolgd op basis van een door de Commissie in te dienen verslag,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Deze richtlijn is van toepassing op de controles van de Lid-Staten op het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg met voertuigen die zich op hun grondgebied in het verkeer bevinden of binnenkomen uit een derde land.

Zij is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen met voertuigen die toebehoren aan de strijdkrachten of onder hun verantwoordelijkheid vallen.

2. De bepalingen van deze richtlijn laten evenwel het recht van de Lid-Staten onverlet om, met inachtneming van het Gemeenschapsrecht, controle uit te oefenen op het nationale en internationale vervoer van gevaarlijke goederen op hun grondgebied door voertuigen die buiten de werkingssfeer van deze richtlijn vallen.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

- voertuig: ieder voor deelname aan het wegverkeer bestemd compleet of niet-compleet motorvoertuig op ten minste vier wielen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km/h, alsmede aanhangwagens daarvan, met uitzondering van voertuigen die zich over rails voortbewegen, landbouw- en bosbouwtrekkers en alle mobiele machines;

- gevaarlijke goederen: goederen welke als zodanig worden vermeld in de Richtlijn 94/55/EG;

- vervoer: ieder vervoer over de weg door voertuigen, dat geheel of gedeeltelijk plaatsvindt via het openbare wegennet op het grondgebied van een Lid-Staat, met inbegrip van de werkzaamheden in verband met het laden en lossen, die vallen onder Richtlijn 94/55/EG, onverminderd de wettelijke regelingen van de Lid-Staten inzake de uit deze werkzaamheden voortvloeiende aansprakelijkheid;

- onderneming: iedere natuurlijke persoon, iedere rechtspersoon, met of zonder winstoogmerk, iedere vereniging of groepering van personen zonder rechtspersoonlijkheid en met of zonder winstoogmerk, alsmede iedere onder de overheid ressorterende instelling met een eigen rechtspersoonlijkheid of afhangende van een instantie met rechtspersoonlijkheid, die zich bezighoudt met hetzij het vervoeren, laden, lossen of laten vervoeren van gevaarlijke goederen, hetzij het tijdelijk opslaan, bijeenbrengen, verpakken of in ontvangst nemen van dergelijke goederen in het kader van een vervoersactiviteit, en die zich op het grondgebied van de Gemeenschap bevindt;

- controle: iedere controle of iedere inspectie, verificatie of formaliteit die door de bevoegde instanties wordt uitgevoerd om redenen die verband houden met de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen.

Artikel 3

1. De Lid-Staten dragen er zorg voor dat een representatief deel van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg wordt onderworpen aan de controles in het kader van deze richtlijn, teneinde de overeenstemming van het vervoer met de wetgeving inzake het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg te verifiëren.

2. Deze controles worden verricht op het grondgebied van een Lid-Staat overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 4060/89 en artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 3912/92.

Artikel 4

1. Om de controles uit hoofde van deze richtlijn uit te voeren, gebruiken de Lid-Staten de controlelijst van bijlage I. Een exemplaar van de controlelijst of een door de controle-instantie opgesteld bewijs van de verrichte controle moet aan de bestuurder van het voertuig worden afgegeven en desgevraagd worden overgelegd, teneinde latere controles zoveel mogelijk te vereenvoudigen of te vermijden. Dit lid laat het recht van de Lid-Staten om ad hoc specifieke controles uit te voeren onverlet.

2. De controles worden uitgevoerd door middel van steekproeven en omvatten zoveel mogelijk een groot deel van het wegennet.

3. De plaats voor de controleposten wordt zodanig gekozen dat het mogelijk is de voertuigen die in overtreding zijn, opnieuw met de voorschriften in overeenstemming te brengen of, wanneer de controle-instantie zulks nodig acht, ter plaatse of op een daartoe door bedoelde instantie aangewezen plaats een doorrijverbod op te leggen, zonder dat de veiligheid daardoor in gevaar wordt gebracht.

4. Zo nodig, en op voorwaarde dat de veiligheid daardoor niet in gevaar wordt gebracht, kunnen van de vervoerde produkten monsters worden genomen met het oog op het onderzoek ervan door laboratoria die door de bevoegde instantie zijn erkend.

5. De controles mogen niet langer duren dan redelijk is.

Artikel 5

Onverminderd andere eventueel toe te passen sancties kan, wanneer tijdens het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg een of meer van de met name in bijlage II vermelde inbreuken op de veiligheidsnormen zijn vastgesteld, ter plaatse of op een daartoe door de controle-instanties aangewezen plaats, aan de betrokken voertuigen een doorrijverbod worden opgelegd en kan de verplichting worden opgelegd dat zij vóór het voortzetten van de reis in overeenstemming met de voorschriften worden gebracht ofwel is het mogelijk dat er naar gelang van de omstandigheden of veiligheidseisen andere passende maatregelen, met inbegrip van een eventuele weigering van toegang van deze voertuigen tot de Gemeenschap, worden toegepast.

Artikel 6

1. Controles kunnen eveneens plaatshebben in de ondernemingen, preventief of wanneer inbreuken welke een gevaar vormen voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen, langs de weg zijn vastgesteld.

2. Deze controles moeten erop gericht zijn te verzekeren dat de veiligheidsvoorwaarden waaronder het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg plaatsheeft, in overeenstemming zijn met de ter zake toepasselijke wetgeving.

Wanneer een of meer van de met name in bijlage II vermelde inbreuken zijn vastgesteld op het gebied van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, moet het betrokken vervoer vóór het verlaten van de onderneming in overeenstemming met de voorschriften zijn gebracht of zal het voorwerp zijn van andere passende maatregelen.

Artikel 7

1. De Lid-Staten verlenen elkaar met het oog op de juiste toepassing van deze richtlijn de nodige bijstand.

2. Door een niet in de betrokken Lid-Staat ingeschreven voertuig of gevestigde onderneming gepleegde ernstige of herhaalde inbreuken welke een gevaar voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen opleveren, dienen te worden gemeld aan de bevoegde instanties van de Lid-Staat van inschrijving van het voertuig of van vestiging van de onderneming.

De bevoegde instanties van de Lid-Staat waar een ernstige of herhaalde inbreuk is vastgesteld, kunnen de bevoegde instanties van de Lid-Staat van inschrijving van het voertuig of van vestiging van de onderneming verzoeken tegen de overtreder(s) passende maatregelen te treffen.

Laatstgenoemde instanties doen aan de bevoegde instanties van de Lid-Staat waar de inbreuken zijn vastgesteld mededeling van de maatregelen die eventueel tegen de vervoerder of de onderneming zijn getroffen.

Artikel 8

Indien de vaststellingen bij de controle langs de weg van een in een andere Lid-Staat ingeschreven voertuig aanleiding geven tot het vermoeden dat ernstige of herhaalde inbreuken zijn gepleegd welke tijdens de controle door het ontbreken van de noodzakelijke voorzieningen niet kunnen worden aangetoond, verlenen de bevoegde instanties van de betrokken Lid-Staten elkaar met het oog op verduidelijking van de situatie de nodige bijstand. Indien de bevoegde Lid-Staat daartoe een controle in de onderneming uitvoert, worden de resultaten van die controle ter kennis van de andere betrokken Lid-Staat gebracht.

Artikel 9

1. Elke Lid-Staat zendt de Commissie voor ieder kalenderjaar, uiterlijk twaalf maanden na het einde daarvan, een verslag over de toepassing van deze richtlijn. Dit verslag wordt volgens het model van bijlage III opgesteld en bevat de volgende gegevens:

- zo mogelijk een op telling of schatting gebaseerd overzicht van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (in vervoerde ton of tonkilometers);

- het aantal uitgevoerde controles;

- het aantal gecontroleerde voertuigen, per land van inschrijving (betrokken Lid-Staat, andere Lid-Staten of derde Staten);

- het aantal vastgestelde inbreuken en soorten inbreuken;

- aantal en soort van de opgelegde sancties.

2. Voor het eerst in 1999, en vervolgens ten minste om de drie jaar, zendt de Commissie naar het Europees Parlement en naar de Raad een verslag over de wijze waarop de Lid-Staten deze richtlijn toepassen, gelet op de in lid 1 bedoelde gegevens.

Artikel 10

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1997 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 11

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 12

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 6 oktober 1995.

Voor de Raad De Voorzitter J. BORRELL FONTELLES

BIJLAGE I

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

EG-CONTROLELIJST 1. Plaats van controle: 2. Datum: 3. Tijd: 4. Nationaliteitskenmerk en inschrijvingsnummer van het voertuig: 5. Nationaliteitskenmerk en inschrijvingsnummer van de aanhangwagen/oplegger: 6. Voertuigtype: vrachtwagen aanhangercombinatie opleggercombinatie met laadbak 7. Onderneming die het vervoer uitvoert, en adres: 8. Nationaliteit: 9. Bestuurder: 10. Bijrijder: 11. Afzender en adres; plaats van laden (1) 12. Ontvanger en adres; plaats van lossen (1) 13. Brutomassa van gevaarlijke goederen per vervoerseenheid: 14. Maximale hoeveelheid van randnummer 10 011 overschreden ja nee 15. Wijze van vervoer:

vaste tank losse tank tankcontainer batterij van recipiënten los container stukgoed Documenten in het voertuig 16. Vervoersdocument(en)/begeleidend(e) document(en): gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 17. Schriftelijke instructies: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 18. Bilaterale/multilaterale overeenkomst/nationale vergunning: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 19. Certificaat van goedkeuring van de voertuigen: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 20. Getuigschrift betreffende de opleiding van de bestuurder: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing Het voertuig met betrekking tot het verkeer 21. Goederen mogen worden vervoerd: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 22. Bulkvervoer: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 23. Vervoer in tanks: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 24. Vervoer per container: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 25. Goederen mogen met het voertuigtype worden vervoerd: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 26. Verbod van samenlading: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 27. Behandeling en stuwing van de vracht (2): gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 28. Er is lekkage of de colli zijn beschadigd (2): gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 29. UNO-nummer/etikettering van de colli/UNO-verpakkingscode (1) (2): gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 30. Bebording van het voertuig en/of van de container: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 31. Gevaarsetiket(ten) tank- of bulkvervoer: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing Uitrusting van het voertuig 32. Gereedschapstas voor noodreparaties: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 33. Ten minste één wielblok per voertuig: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 34. Twee oranje lampen: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 35. Brandblusapparaat(apparaten): gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 36. Uitrusting ter bescherming van de bestuurder: gecontroleerd vastgestelde inbreuk niet van toepassing 37. Diversen/opmerkingen:

38. Controlerende instantie/beambte >EIND VAN DE GRAFIEK>

BIJLAGE II

INBREUKEN

In het kader van deze richtlijn worden met name de volgende gevallen beschouwd als inbreuken:

1. de goederen mogen niet worden vervoerd;

2. het ontbreken van een verklaring van de verzender over het conform zijn van de stoffen en van de verpakking voor het vervoer;

3. het voertuig vertoont, bij de controle, lekkage van gevaarlijke stoffen ten gevolge van het niet hermetisch gesloten zijn van de tanks of van de verpakking;

4. het certificaat van goedkeuring van het voertuig ontbreekt of is niet-reglementair;

5. de passende oranje borden ontbreken of zijn niet-reglementair;

6. de veiligheidsinstructies ontbreken of zijn ontoereikend;

7. het voertuig of de verpakking is ongeschikt;

8. de bestuurder beschikt niet over een voorgeschreven vakbekwaamheidscertificaat voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg;

9. er zijn geen brandblusapparaten in het voertuig;

10. de voorgeschreven gevaarsetiketten ontbreken op de voertuigen of colli;

11. het vervoersdocument/begeleidend document ontbreekt of de verklaringen betreffende de vervoerde gevaarlijke goederen zijn niet-reglementair;

12. de bilaterale/multilaterale overeenkomst ontbreekt of de overeenkomst is niet-reglementair;

13. de tank is te hoog gevuld.

BIJLAGE III

STANDAARDMODEL VOOR HET OPSTELLEN VAN HET AAN DE COMMISSIE TE ZENDEN VERSLAG OVER INBREUKEN EN SANCTIES

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

Lid-Staat: Jaar: ....................

Uitgevoerde controles langs de weg Voertuigen ingeschreven op het grondgebied (1) van betrokken Lid-Staat van andere Lid-Staten van de Gemeenschap van derde Staten Totaal Aantal gecontroleerde voertuigen Aantal vastgestelde inbreuken, per soort inbreuk Aantal en soort opgelegde sancties (1) Voor de toepassing van deze bijlage is het land van inschrijving het land waar het motorvoertuig is ingeschreven.

>EIND VAN DE GRAFIEK>

Top