Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31992L0120

Richtlijn 92/120/EEG van de Raad van 17 december 1992 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van bepaalde produkten van dierlijke oorsprong

OJ L 62, 15.3.1993, p. 86–87 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 048 P. 230 - 231
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 048 P. 230 - 231

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1995

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/120/oj

31992L0120

Richtlijn 92/120/EEG van de Raad van 17 december 1992 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van bepaalde produkten van dierlijke oorsprong

Publicatieblad Nr. L 062 van 15/03/1993 blz. 0086 - 0087
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 48 blz. 0230
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 48 blz. 0230


RICHTLIJN 92/120/EEG VAN DE RAAD van 17 december 1992 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van bepaalde produkten van dierlijke oorsprong

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat produkten van dierlijke oorsprong op de lijst van bijlage II bij het Verdrag voorkomen; dat het in de handel brengen daarvan voor de landbouwbevolking een belangrijke bron van inkomsten vormt;

Overwegende dat, met het oog op de rationele ontwikkeling van de betrokken sector, de verbetering van de produktiviteit en de geleidelijke totstandbrenging van de ongedeelde markt, op communautair niveau gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen zijn vastgesteld;

Overwegende dat de Gemeenschap de maatregelen heeft vastgesteld op grond waarvan de veterinaire controles aan de grenzen tussen Lid-Staten voor de betrokken produkten kunnen worden afgeschaft;

Overwegende dat de mogelijkheid bestaat dat sommige inrichtingen, in verband met bijzondere situaties, niet in staat zijn om op 1 januari 1993 alle specifieke voorschriften in acht te nemen; dat, om rekening te houden met plaatselijke situaties of te voorkomen dat inrichtingen gedwongen worden hun activiteiten abrupt stop te zetten, moet worden voorzien in een regeling waarbij aan inrichtingen die op 1 januari 1993 reeds in bedrijf zijn, beperkte en tijdelijke afwijkingen worden toegestaan;

Overwegende dat de Commissie het noodzakelijk heeft geacht het advies van het Wetenschappelijk Veterinair Comité in te winnen over de toekenning van afwijkingen op het beginsel van het stelselmatig onderzoek naar de aanwezigheid van trichinen in vlees van varkens; dat dit advies nog niet voorhanden is; dat de tijdelijke afwijkingen voor vlees van varkens, dat niet bestemd is voor Lid-Staten die dat vlees stelselmatig op trichinen onderzoeken, derhalve moeten worden gehandhaafd;

Overwegende dat deze afwijkingen aan een strenge controle onderworpen moeten blijven om ieder risico van misbruik te voorkomen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De Lid-Staten kunnen tot en met 31 december 1995 de inrichtingen die produkten van dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 2, onder b), van Richtlijn 77/99/EEG vervaardigen en die op de datum van kennisgeving van deze richtlijn geacht worden niet te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden van Richtlijn 77/99/EEG, toestaan af te wijken van sommige van de in bijlage A, hoofdstuk I, en in bijlage C, hoofdstuk II, onder A, en hoofdstuk III van genoemde richtlijn gestelde structurele eisen, voor zover de produkten van dierlijke oorsprong die van deze inrichtingen afkomstig zijn, onderworpen blijven aan de controlevoorschriften van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 89/662/EEG.

2. Voor de in lid 1 bedoelde afwijkingen komen alleen de inrichtingen in aanmerking die bij de bevoegde nationale autoriteit een afwijking hebben aangevraagd.

Deze aanvraag moet, indien de bevoegde autoriteit zulks verzoekt, aangevuld worden met een plan en een werkprogramma waarin de termijnen worden genoemd waarbinnen de betrokken inrichting aan de in lid 1 bedoelde structurele eisen kan voldoen.

De Lid-Staten delen de Commissie en de overige Lid-Staten in het Permanent Veterinair Comité mede welke inrichtingen ten aanzien van de produkten van dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 2, onder b), van Richtlijn 77/99/EEG voldoen aan de eisen van die richtlijn. Daarbij moet per inrichting worden gepreciseerd wat de aard is van de produkten die worden vervaardigd.

3. Ingeval om financiële bijstand van de Gemeenschap wordt verzocht, kunnen alleen aanvragen worden aanvaard voor projecten die voldoen aan de eisen van Richtlijn 77/99/EEG.

Artikel 2

1. Tot en met 31 december 1995 kunnen de Lid-Staten voor koel- en vrieshuizen met een geringe capaciteit waar uitsluitend vlees en andere levensmiddelen in eindverpakking worden opgeslagen, afwijkingen toestaan op de structurele eisen van bijlage I, hoofdstuk IV, van Richtlijn 64/433/EEG (4) en van bijlage B, hoofdstuk I, punt 1, onder a), van Richtlijn 77/99/EEG, alsmede ten aanzien van een eventuele verplichte erkenning van die inrichtingen.

2. De bepalingen inzake verwerking van artikel 13, lid 1, eerste alinea, van Richtlijn 64/433/EEG zijn tot en met 31 december 1994 van toepassing op de in artikel 4, onder A, van die richtlijn bedoelde slachthuizen. Voorts bedraagt voor de uitsnijderijen het cijfer in artikel 4, onder A, punt 2, eerste alinea, van die richtlijn voor dezelfde periode 5 ton per week.

Artikel 3

In afwachting van het in artikel 6, lid 2, van Richtlijn 64/433/EEG bedoelde besluit, mogen de Lid-Staten afwijken van de eis van artikel 6, lid 1, onder a), van genoemde richtlijn voor vers vlees van varkens, dat op hun grondgebied in de handel zal worden gebracht, en voor dergelijk vlees dat bestemd is voor Lid-Staten die gebruik maken van dezelfde afwijking.

De Lid-Staten die gebruik maken van deze afwijking stellen de Commissie en de overige Lid-Staten daarvan in het Permanent Veterinair Comité in kennis.

Artikel 4

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1993 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 17 december 1992.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. GUMMER

(1) PB nr. C 84 van 2. 4. 1990, blz. 100.(2) PB nr. C 113 van 7. 5. 1990, blz. 205.(3) PB nr. C 332 van 31. 12. 1990, blz. 62.(4) PB nr. L 268 van 24. 9. 1991, blz. 71 (gecodificeerde versie).

Top