EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31992L0048

Richtlijn 92/48/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a) i), van Richtlijn 91/493/EEG, van de minimale hygiënische voorschriften die van toepassing zijn op visserijprodukten die zijn verkregen aan boord van bepaalde vissersvaartuigen

OJ L 187, 7.7.1992, p. 41–44 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 043 P. 60 - 63
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 043 P. 60 - 63
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 012 P. 344 - 347

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2005; opgeheven door 32004L0041

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/48/oj

31992L0048

Richtlijn 92/48/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a) i), van Richtlijn 91/493/EEG, van de minimale hygiënische voorschriften die van toepassing zijn op visserijprodukten die zijn verkregen aan boord van bepaalde vissersvaartuigen

Publicatieblad Nr. L 187 van 07/07/1992 blz. 0041 - 0044
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 43 blz. 0060
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 43 blz. 0060


RICHTLIJN 92/48/EEG VAN DE RAAD van 16 juni 1992 tot vaststelling, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a) i), van Richtlijn 91/493/EEG, van de minimale hygiënische voorschriften die van toepassing zijn op visserijprodukten die zijn verkregen aan boord van bepaalde vissersvaartuigen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/493/EEG van de Raad van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van visserijprodukten (1), inzonderheid op artikel 3, lid 1, onder a) i),

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat ingevolge artikel 3, lid 1, onder a) i), van Richtlijn 91/493/EEG hygiënische voorschriften moeten worden vastgesteld voor visserijprodukten die zijn gevangen en eventueel aan boord van bepaalde vissersvaartuigen zijn uitgebloed, ontkopt, gestript, van de vinnen ontdaan en gekoeld of ingevroren;

Overwegende dat algemene hygiënische eisen moeten worden vastgesteld voor vissersvaartuigen;

Overwegende dat aanvullende hygiënische eisen moeten worden vastgesteld voor vissersvaartuigen aan boord waarvan de produkten meer dan vierentwintig uur worden bewaard;

Overwegende dat de mogelijkheid moet worden gecreëerd om rekening te houden met een aantal specifieke kenmerken van bepaalde vissersvaartuigen;

Overwegende dat eraan dient te worden herinnerd dat de ter uitvoering van Richtlijn 91/493/EEG verrichte inspecties en controles ook betrekking hebben op de in onderhavige richtlijn bedoelde vaartuigen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De in bijlage I vastgestelde algemene hygiënische eisen zijn van toepassing op visserijprodukten die aan boord van vissersvaartuigen worden gehanteerd.

2. De in bijlage II vastgestelde aanvullende hygiënische eisen gelden voor vissersvaartuigen die zo ontworpen en uitgerust zijn dat de visserijprodukten gedurende meer dan vierentwintig uur onder bevredigende omstandigheden aan boord kunnen worden bewaard, met uitzondering van de vissersvaartuigen die uitgerust zijn om vissen, schaal- en weekdieren zonder andere conserveermethode aan boord in leven te houden.

3. Zo nodig kunnen volgens de procedure van artikel 2 afwijkingen of aanvullingen op de bepalingen van bijlage I worden vastgesteld, ten einde rekening te houden met eventuele specifieke kenmerken van bepaalde vissersvaartuigen.

Artikel 2

De bijlagen van deze richtlijn kunnen worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 15 van Richtlijn 91/493/EEG.

Artikel 3

Onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de produkten die afkomstig zijn van vissersvaartuigen voldoen aan de hygiënische normen die zijn vastgesteld bij Richtlijn 91/493/EEG, kunnen de Lid-Staten de vissersvaartuigen een extra termijn toestaan om te voldoen aan de eisen die zijn vervat in punt 8, onder b) en e) van bijlage II. Die termijn loopt af op 31 december 1995.

Dergelijke afwijkingen kunnen slechts worden toegestaan aan vissersvaartuigen die op 30 juni 1992 in bedrijf zijn en die daartoe vóór 31 december 1992 bij de bevoegde nationale autoriteit een naar behoren gemotiveerd verzoek hebben ingediend.

In het verzoek moet worden vermeld binnen welke termijnen die vissersvaartuigen aan genoemde eisen kunnen voldoen.

Ingeval de Gemeenschap wordt verzocht om financiële steun, kunnen alleen projecten worden aanvaard die voldoen aan de eisen van deze richtlijn.

Artikel 4

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1993 te voldoen aan deze richtlijn. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden door de Lid-Staten vastgesteld.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 16 juni 1992. Voor de Raad De Voorzitter Arlindo MARQUES CUNHA

(1) PB nr. L 268 van 24. 9. 1991, blz. 15.

BIJLAGE I

Algemene hygiënische eisen voor visserijprodukten aan boord van vissersvaartuigen 1. Gedeelten van vissersvaartuigen of recipiënten die bestemd zijn voor de opslag van visserijprodukten mogen geen voorwerpen of produkten bevatten die op de visserijprodukten schadelijke eigenschappen of abnormale kenmerken kunnen overbrengen. Deze gedeelten of recipiënten dienen zo te zijn ontworpen dat zij gemakkelijk gereinigd kunnen worden en dat het smeltwater niet in contact blijft met de visserijprodukten.

2. De gedeelten van vissersvaartuigen of de recipiënten die bestemd zijn voor de opslag van visserijprodukten moeten vóór gebruik volstrekt schoon zijn en het moet met name onmogelijk zijn dat zij worden verontreinigd door de brandstof die voor de voortstuwing van het vaartuig wordt gebruikt of door bilgewater.

3. Zodra de visserijprodukten aan boord zijn, moet er zo snel mogelijk voor worden gezorgd dat zij worden beschermd tegen verontreiniging en niet worden blootgesteld aan de zon of enige andere warmtebron. Wanneer de produkten worden gewassen, dient zulks te geschieden hetzij met zoet water dat voldoet aan de parameters vermeld in de bijlagen D en E van Richtlijn 80/778/EEG (1), hetzij met schoon zeewater zodat de kwaliteit en de hygiënestaat van de produkten niet wordt aangetast.

4. De visserijprodukten moeten zo worden gehanteerd en opgeslagen dat beschadiging wordt voorkomen. Voor het verplaatsen van grote vissen of van vissen waaraan het personeel zich kan verwonden, mag scherp gereedschap worden gebruikt, op voorwaarde dat het vlees van deze vissen niet wordt beschadigd.

5. Met uitzondering van de visserijprodukten die levend worden bewaard, dienen visserijprodukten zo vlug mogelijk na het aan boord brengen te worden gekoeld. Voor vissersvaartuigen waar koeling om praktische redenen niet mogelijk is, geldt dat de visserijprodukten niet langer dan acht uur aan boord mogen worden bewaard.

6. Wanneer voor het koelen van de visserijprodukten ijs wordt gebruikt, dient dit ijs te worden vervaardigd uit drinkwater of schoon zeewater. Zolang dit ijs niet wordt gebruikt, moet het zo worden opgeslagen dat het niet kan worden verontreinigd.

7. De recipiënten het gereedschap en de gedeelten van het vaartuig die rechtstreeks in contact komen met de visserijprodukten, moeten na het lossen van deze produkten met drinkwater of schoon zeewater worden gereinigd.

8. Wanneer de vis aan boord ontkopt en/of gestript wordt, dient zulks op hygiënische wijze te gebeuren en moeten de produkten onmiddellijk na deze bewerkingen overvloedig worden afgespoeld met drinkwater of schoon zeewater. De ingewanden en de delen van de vis die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid worden apart gehouden en gescheiden van de voor menselijke consumptie bestemde produkten. De voor menselijke consumptie bestemde levers, kuit en hom worden onder ijs bewaard en ingevroren.

9. Het materieel dat wordt gebruikt voor het strippen, ontkoppen of verwijderen van de vinnen, en de recipiënten, het gereedschap en de apparatuur die in contact komen met de visserijprodukten moeten bestaan uit of bekleed zijn met ondoordringbaar, glad, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten materiaal dat niet kan rotten. Voor gebruik moeten zij volstrekt schoon zijn.

10. Het personeel dat betrokken is bij het hanteren van visserijprodukten dient schone werkkleding te dragen en een goede lichaamshygiëne te betrachten.

(1) PB nr. L 229 van 30. 8. 1980, blz. 11. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/377/EEG (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 48).

BIJLAGE II

Aanvullende hygiënische eisen voor de in artikel 1, lid 2, bedoelde vissersvaartuigen 1. De vissersvaartuigen moeten uitgerust zijn met ruimen, tanks of containers waarin de visserijprodukten, gekoeld of ingevroren, kunnen worden opgeslagen bij de in Richtlijn 91/493/EEG voorgeschreven temperaturen. Deze ruimen moeten van de machinekamer en de voor de bemanning bestemde ruimten gescheiden zijn door wanden die een voldoende hermetische afsluiting vormen om verontreiniging van de opgeslagen visserijprodukten te voorkomen.

2. De binnenbekleding van de ruimen, tanks en containers dient ondoordringbaar te zijn, alsmede gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten. Zij dient uit glad materiaal te bestaan, of, anders uit een gladde, goed onderhouden verflaag, waaruit geen voor de gezondheid van de mens schadelijke stoffen op de visserijprodukten kunnen overgaan.

3. De ruimen moeten zo zijn ontworpen dat het smeltwater niet in contact blijft met de visserijprodukten.

4. De recipiënten die worden gebruikt voor de opslag van de produkten moeten van dien aard zijn dat de produkten onder bevredigende hygiënische omstandigheden kunnen worden bewaard en dat met name het smeltwater kan weglopen. Zij dienen vóór gebruik volstrekt schoon te zijn.

5. De werkdekken, installaties, ruimen, tanks en containers worden na gebruik steeds gereinigd. Daarvoor wordt hetzij drinkwater, hetzij schoon zeewater gebruikt. Ontsmetting, verdelging van insekten of van ratten gebeurt telkens wanneer dat nodig is.

6. Schoonmaakmiddelen, ontsmettingsmiddelen, insekticiden of andere stoffen met een zekere toxiciteit worden opgeslagen in vergrendelde ruimten of kasten, en moeten zo worden gebruikt dat er geen gevaar is voor verontreiniging van de visserijprodukten.

7. Wanneer visserijprodukten aan boord worden ingevroren, dient dat te gebeuren overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV, rubriek II, punten 1 en 3, van de bijlage bij Richtlijn 91/493/EEG. Bij invriezing in pekel moet ervoor worden gezorgd dat de pekel geen bron van verontreiniging kan zijn voor de vis.

8. Vaartuigen die zijn uitgerust voor koeling van visserijprodukten in met ijs (CSP) of met mechanische middelen (RSW) gekoeld zeewater, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

a) de tanks moeten uitgerust zijn met een geschikte installatie voor het vullen met en het wegpompen van het zeewater en met een systeem dat een homogene temperatuur in de tanks waarborgt;

b) de tanks moeten uitgerust zijn met een thermograaf waarvan de sonde is geplaatst in die zone van de tank waar de temperatuur het hoogst is;

c) de installatie voor het koelen van de tanks of containers dient voldoende krachtig te zijn om de temperatuur van het mengsel van vis en zeewater uiterlijk zes uur na de waterverversing tot 3 °C en uiterlijk zestien uur na de waterverversing tot 0 °C te doen dalen;

d) de tanks, de circulatiesystemen en de containers moeten telkens na het lossen helemaal worden geleegd en grondig worden gereinigd met drinkwater of schoon zeewater; zij moeten met schoon zeewater worden gevuld;

e) in de registraties van de temperatuur van de tanks moeten duidelijk de datum en het nummer van de tank worden vermeld. Zij moeten ter beschikking worden gehouden van de met de controle belaste autoriteit.

9. De bevoegde autoriteit houdt met het oog op de controle een lijst bij van de vaartuigen die overeenkomstig punt 7 of 8 zijn uitgerust, met uitzondering evenwel van de vaartuigen die over mobiele containers beschikken en aan boord waarvan, onverminderd punt 5, tweede zin, van bijlage I, niet regelmatig vis in gekoeld zeewater wordt bewaard.

10. De reders of hun vertegenwoordigers dienen de nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat personen die een bron van besmetting zouden kunnen zijn, bij de be- en verwerking en het hanteren van visserijprodukten worden betrokken, totdat is aangetoond dat die personen dat werk kunnen verrichten zonder gevaar voor besmetting. Het medisch toezicht op bovenbedoelde personen valt onder de nationale wetgeving in de betrokken Lid-Staten.

Top