Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31990L0675

Richtlijn 90/675/EEG van de Raad van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht

OJ L 373, 31.12.1990, p. 1–14 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 036 P. 59 - 71
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 036 P. 59 - 71

No longer in force, Date of end of validity: 30/06/1999; afgeschaft en vervangen door 397L0078

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1990/675/oj

31990L0675

Richtlijn 90/675/EEG van de Raad van 10 december 1990 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht

Publicatieblad Nr. L 373 van 31/12/1990 blz. 0001 - 0014
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 36 blz. 0059
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 36 blz. 0059


RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 10 december 1990

tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht

(90/675/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende dat de dierlijke produkten, de produkten van dierlijke oorsprong en de plantaardige produkten die ter voorkoming van de verspreiding van besmettelijke dierziekten aan een controle worden onderworpen, in de lijst van bijlage II van het Verdrag zijn opgenomen;

Overwegende dat de vaststelling, op communautair niveau, van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen tot veiligstelling van de voorziening en stabilisatie van de markten bijdraagt, waarbij tevens de maatregelen die voor de bescherming van de gezondheid van mens en dier nodig zijn, worden geharmoniseerd;

Overwegende dat in artikel 19 van Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (3) en in artikel 23 van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zooetechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van

de totstandbrenging van de interne markt (4) met name is bepaald dat de Raad vóór 31 december 1990 de algemene beginselen vaststelt voor de controles op de invoer uit derde landen van onder genoemde richtlijnen vallende produkten;

Overwegende dat voor elke partij produkten uit derde landen, zodra zij in de Gemeenschap wordt binnengebracht, een controle van documenten en een overeenstemmingscontrole dienen te worden verricht;

Overwegende dat voor de gehele Gemeenschap geldende beginselen dienen te worden vastgesteld inzake de organisatie van en het gevolg dat moet worden gegeven aan de door de bevoegde veterinaire autoriteiten te verrichten materiële controles;

Overwegende dat in een stelsel van vrijwaringsmaatregelen dient te worden voorzien; dat de Commissie in het kader daarvan handelend moet kunnen optreden, met name door zich ter plaatse te begeven en de aan de situatie aangepaste maatregelen vast te stellen;

Overwegende dat een harmonieuze werking van het controlesysteem een erkenningsprocedure en inspectie van de inspectieposten aan de grens impliceert en uitwisselingen van ambtenaren die tot taak hebben de produkten uit derde landen te controleren;

Overwegende dat de vaststelling, op communautair niveau, van gemeenschappelijke beginselen te meer noodzakelijk is omdat de controles aan de binnengrenzen in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt worden afgeschaft;

Overwegende dat het noodzakelijk is te voorzien in eventuele overgangsmaatregelen met een beperkte geldigheidsduur ten einde de overgang naar het bij deze richtlijn ingestelde nieuwe controlestelsel te vergemakkelijken;

Overwegende dat de Commissie met de vaststelling van de maatregelen ter uitvoering van deze richtlijn dient te worden belast,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De Lid-Staten verrichten de veterinaire controles voor produkten van herkomst uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht overeenkomstig het bepaalde in deze richtlijn.

2. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de handhaving van de nationale veterinaire eisen voor de produkten waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd, noch aan de eisen die voortvloeien uit de communautaire regelgeving wanneer deze eisen niet volledig zijn geharmoniseerd op communautair niveau.

Artikel 2

1. Voor de toepassing van deze richtlijn gelden, voor zover nodig, de definities van artikel 2 van Richtlijn 89/662/EEG en van Richtlijn 90/425/EEG.

2. Voorts wordt verstaan onder:

a) produkten: dierlijke produkten of produkten van dierlijke oorsprong als bedoeld in Richtlijn 89/662/EEG en Richtlijn 90/425/EEG, alsmede, onder de in artikel 18 vastgestelde voorwaarden:

- verse vis die onmiddellijk uit een vissersvaartuig is gelost,

- bepaalde plantaardige produkten,

- niet onder bijlage II van het Verdrag vallende bijprodukten van dierlijke oorsprong;

b) controle van de documenten: verificatie van de veterinaire certificaten of documenten die de produkten vergezellen;

c)

overeenstemmingscontrole: verificatie, door een eenvoudige visuele inspectie, van de overeenstemming tussen de documenten of certificaten en de produkten alsmede van de aanwezigheid van de stempels en merktekens die op de produkten moeten voorkomen overeenkomstig de communautaire voorschriften of, voor produkten waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd, overeenkomstig de desbetreffende nationale wetgeving voor de verschillende gevallen voorzien bij deze richtlijn;

d)

materiële controle: controle van de produkten zelf, die monsterneming en een onderzoek in een laboratorium kan omvatten;

e)

importeur: elke natuurlijke of rechtsperoon die de produkten aanbiedt met het oog op de invoer ervan in de Gemeenschap;

f)

partij: een hoeveelheid produkten van dezelfde aard waarvoor een zelfde veterinair certificaat of document geldt, die met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd en die afkomstig is uit hetzelfde derde land of gedeelte van een derde land;

g)

inspectiepost aan de grens: inspectiepost die in de nabijheid van de buitengrens van het in bijlage I omschreven grondgebied is gelegen en die is aangewezen en erkend overeenkomstig artikel 9;

h)

bevoegde autoriteit: de centrale autoriteit van een Lid-Staat die bevoegd is voor het verrichten van de veterinaire of zooetechnische controles of elke autoriteit waaraan de centrale autoriteit deze bevoegdheid heeft overgedragen.

HOOFDSTUK I

ORGANISATIE VAN DE CONTROLES EN GEVOLGEN DIE AAN DEZE CONTROLES MOETEN WORDEN

VERBONDEN

Artikel 3

De Lid-Staten zien erop toe dat de douaneautoriteit invoer tot verbruik op het in bijlage I omschreven grondgebied slechts toestaat indien - onverminderd de overeenkomstig artikel 17 vast te stellen bijzondere bepalingen - wordt aangetoond dat:

ii) in de vorm van het in artikel 10, lid 1, tweede streepje, genoemde certificaat, de veterinaire controles op de produkten zijn verricht overeenkomstig de artikelen 4, 5, 6 en 8 ten genoegen van de bevoegde autoriteit,

ii) de kosten van de veterinaire controles zijn voldaan en dat, in voorkomend geval, een zekerheid is gesteld ter dekking van de eventuele kosten als bedoeld in artikel 16, lid 3. Indien noodzakelijk, worden de uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 4

1. Alle uit derde landen afkomstige partijen produkten worden onderworpen aan een controle van de documenten en een overeenstemmingscontrole, ongeacht de douanebe-

stemming van deze produkten, ten einde zich te vergewissen van:

- hun oorsprong,

- hun verdere bestemming, met name in het geval van produkten waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd,

- het feit dat de erop voorkomende vermeldingen overeenstemmen met de garanties die worden verlangd door de communautaire regelgeving of, indien het gaat om produkten waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd, met de garanties die worden verlangd door de nationale regels die gelden voor de verschillende gevallen voorzien bij deze richtlijn.

2. De controles van de documenten en de overeenstemmingscontroles worden verricht:

ii) onmiddellijk bij het binnenbrengen op het in bijlage I omschreven grondgebied in een van de inspectieposten

aan de grens of in elke andere grensdoorlaatpost waarvan de lijst - en de op gezette tijden aangebrachte wijzigingen erop - door de Lid-Staten moeten worden meegedeeld aan de Commissie, die deze in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendmaakt;

ii) door het veterinaire personeel van de inspectiepost aan de grens of, in het geval van grensoverschrijding via een doorlaatpost als bedoeld onder i), door de bevoegde autoriteit.

Wanneer de produkten in een dergelijke doorlaatpost aan controle van de documenten en overeenstemmingscontrole worden onderworpen, moeten zij onverwijld onder douanetoezicht tot aan de dichtstbijzijnde inspectiepost aan de grens worden vervoerd om er de in artikel 8 bedoelde controles te ondergaan.

3. Het binnenbrengen op het in bijlage I omschreven grondgebied is verboden indien bij die controles blijkt dat:

a) deze produkten afkomstig zijn van het grondgebied of een gedeelte van het grondgebied van een derde land, dat niet voldoet aan onderstaande voorwaarden:

ii) indien het gaat om produkten ten aanzien waarvan de regels voor de invoer zijn geharmoniseerd:

- de produkten zijn opgenomen op een lijst die

is opgesteld overeenkomstig de communau-

taire regelgeving en met name Richtlijn

72/462/EEG (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/425/EEG,

- de invoer niet is verboden ten gevolge van een communautair besluit;

ii) bij ontstentenis van geharmoniseerde regels, met name veterinairrechtelijke voorschriften, de produkten niet voldoen aan de eisen die zijn gesteld bij de nationale regels die gelden voor de verschillende gevallen voorzien bij deze richtlijn;

b)

het certificaat of het veterinair document dat deze produkten vergezelt niet beantwoordt aan de voorwaarden gesteld krachtens de communautaire regelgeving of, bij ontstentenis van geharmoniseerde regels, aan de eisen die zijn gesteld bij de nationale regels die gelden voor de verschillende gevallen voorzien bij deze richtlijn.

4. De Lid-Staten zien erop toe dat de importeurs worden verplicht het veterinaire personeel van de inspectiepost aan de grens waar de produkten ter controle zullen worden aangeboden van tevoren mededeling te doen van de hoeveelheid en de aard van de produkten, alsmede van het vermoedelijke tijdstip van aankomst.

5. In het geval dat:

- produkten zijn bestemd voor een Lid-Staat of een regio met specifieke eisen,

- monsternemingen hebben plaatsgevonden, maar de uitkomsten niet bekend zijn bij het vertrek van het vervoermiddel uit de inspectiedienst aan de grens,

- het gaat om invoer die is toegestaan voor bijzondere doeleinden,

moet de informatie van de bevoegde autoriteit van de plaats van bestemming plaatsvinden:

- voor de produkten van Richtlijn 90/425/EEG, door middel van het geautomatiseerde systeem voorzien bij artikel 20 van die richtlijn,

- voor de andere produkten overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Richtlijn 89/662/EEG.

6. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1 tot en met 5 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

7. Alle kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel komen zonder schadeloosstelling van de kant van de Lid-Staat ten laste van de afzender, de geadresseerde of hun gemachtigde.

Artikel 5

1. Voor toelating in een vrije zone of een vrij entrepot zoals omschreven in artikel 4, onder a) en b), van Verordening (EEG) nr. 2504/88 (2) dragen de bevoegde autoriteiten er zorg voor dat de produkten worden onderworpen aan een controle van de documenten en aan een verificatie door eenvoudige visuele inspectie van de overeenstemming tussen de documenten of certificaten en de produkten en, zo

nodig, met name in verdachte gevallen, aan een overeenstemmingscontrole en een materiële controle. De produkten die een vrije zone of een vrij entrepot verlaten, moeten om tot invoer tot verbruik te worden toegelaten op het in bijlage I omschreven grondgebied worden onderworpen aan de controles voorzien bij deze richtlijn.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 6

1. De bevoegde autoriteit verricht bij de toelating in het entrepot een overeenstemmingscontrole op de produkten die bestemd zijn om onder het stelsel van "douane-entrepots'` als omschreven in Verordening (EEG) nr. 2503/88 (3) of "in tijdelijke opslag'` als omschreven in Verordening (EEG) nr. 4151/88 (4) te worden opgeslagen in een entrepot dat door de bevoegde autoriteit op de grondslag van volgens de procedure van artikel 24 vast te stellen richtsnoeren is aangewezen.

Bovendien verricht de bevoegde autoriteit de passende veterinaire controles in het entrepot volgens overeenkomstig lid 5 vast te stellen regels.

2. De Lid-Staten stellen de lijst van de in lid 1 bedoelde entrepots op, met vermelding van de soort veterinaire controle die wordt verricht op de in- en uitslag van de in

artikel 2 bedoelde produkten. Zij delen deze lijst alsmede

de latere bijwerkingen daarvan mede aan de Commissie.

De Commissie maakt de lijst van deze entrepots en de eventuele bijwerkingen daarvan bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

3. Produkten die in een door een Lid-Staat aangewezen depot zijn opgeslagen en die bestemd zijn om op het in bijlage I omschreven grondgebied in het vrije verkeer te worden gebracht, moeten onder douanetoezicht gebleven zijn en alvorens zij in het vrije verkeer worden gebracht, aan de in artikel 8 of in artikel 11, indien het produkten betreft waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd, bedoelde controles worden onderworpen.

Bij splitsing van de partij moeten de produkten die het entrepot verlaten vergezeld gaan:

- van het in artikel 10, lid 1, tweede streepje, genoemde certificaat opgesteld door de officiële dierenarts op grondslag van de certificaten die bij de opslag bij de zendingen produkten zijn gevoegd en waarin de oorsprong van de produkten wordt vermeld;

- overeenkomstig artikel 11, lid 4, onder b), tweede streepje, van het afschrift van de oorspronkelijke certificaten.

4. De kosten van de in dit artikel bedoelde veterinaire controles komen ten laste van de handelaar die om opslag in douane-entrepot of om tijdelijke opslag heeft verzocht.

Deze kosten, met inbegrip van een zekerheidstelling voor de kosten bij eventueel gebruik van de in artikel 16, lid 3, bedoelde mogelijkheden, moeten worden betaald vóór de opslag in het entrepot.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 7

1. Onverminderd de overeenkomstig artikel 19 genomen maatregelen hoeven de Lid-Staten de voorschriften van artikel 4, lid 3, niet toe te passen op de produkten die noch aan de voorschriften van de communautaire regelgeving noch, wanneer het produkten betreft waarvan het handelsverkeer niet op communautair niveau is geharmoniseerd, aan de van toepassing zijnde nationale voorschriften voldoen en die bestemd zijn om te worden opgeslagen in een vrije zone, mits:

- er overeenstemming bestaat tussen de hoeveelheid produkten of partijen en de begeleidende documenten,

- de betrokken produkten in een later stadium worden doorgezonden naar een derde land, op de in artikel 12 genoemde voorwaarden,

- de betrokken produkten zodanig worden opgeslagen dat zij duidelijk gescheiden zijn van de produkten die bestemd zijn om op het in bijlage I omschreven grondgebied tot verbruik te worden toegelaten.

2. Eventuele uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 8

De produkten waarvoor de veterinaire voorschriften inzake het handelsverkeer op communautair niveau geharmoniseerd zijn en die worden aangeboden op een van de punten van binnenkomst op het in bijlage I omschreven grondgebied moeten aan de volgende eisen voldoen:

1. De produkten moeten:

a) indien het punt van binnenkomst een inspectiepost aan de grens is, aldaar onverwijld worden onderworpen aan de in artikel 4, lid 1, bedoelde controles, alsmede aan de in punt 2 bedoelde controles,

b)

indien het punt van binnenkomst een doorlaatpost als bedoeld in artikel 4, lid 2, is of indien de produkten uit een entrepot komen overeenkomstig artikel 6, lid 3, onverwijld onder douanetoezicht naar de dichstbijzijnde inspectiepost aan de grens worden vervoerd, waar de officiële dierenarts:

- zich ervan moet vergewissen dat de controles in artikel 4, lid 1, naar behoren zijn verricht,

- moet overgaan tot de in punt 2 bedoelde controles.

2. De officiële dierenarts moet:

a)

een materiële controle van elke partij verrichten op basis van een representatief monster van de partij om zich ervan te vergewissen dat de produkten nog altijd in een staat zijn die in overeenstemming is met de bestemming die is vermeld op het certificaat of document waarvan zij vergezeld gaan,

b)

de laboratoriumonderzoeken verrichten die ter plaatse moeten worden gehouden.

c)

de officiële monsters nemen met het oog op het onderzoek op de aanwezigheid van residuen of ziekteverwekkers en de monsters zo spoedig mogelijk laten analyseren.

De officiële dierenarts kan bij de uitvoering van sommige van voornoemde taken worden bijgestaan door gekwalificeerd, speciaal daartoe opgeleid personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid staat.

3. De wijze van toepassing van de in de punten 1 en 2 bedoelde controles wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Op verzoek van een Lid-Staat, vergezeld van het nodige bewijsmateriaal, of op eigen initiatief kan de Commissie volgens dezelfde procedure ten aanzien van bepaalde derde landen of inrichtingen uit bepaalde derde landen die bevredigende garanties inzake de oorsprongscontrole bieden onder bepaalde voorwaarden en met name afhankelijk van het resultaat van vroegere controles een lagere controlefrequentie vaststellen.

Voor het toekennen van dergelijke afwijkingen neemt de Commissie de volgende criteria in aanmerking:

a) de door het betrokken derde land geboden garanties ten aanzien van de naleving van de communautaire voorschriften, met name die van Richtlijn

72/462/EEG en Richtlijn 90/426/EEG (1);

b)

de gezondheidssituatie van de dieren in het betrokken derde land;

c)

de informatie over de gezondheidssituatie van het land;

d)

de aard van de door het derde land toegepaste maatregelen inzake controles en inzake bestrijding van de ziekten;

e)

de structuur en de bevoegdheden van de veterinaire dienst;

f)

de naleving van de minimumeisen van de communautaire regelgeving op het gebied van produktiehygiëne;

g)

de voorschriften inzake toelating van bepaalde stoffen en de naleving van de in artikel 8 van Richtlijn 86/469/EEG (2) opgenomen eisen;

h)

het resultaat van de communautaire inspectiebezoeken;

i)

de resultaten van de bij invoer verrichte controles.

4. In afwijking van punt 2 mag de controle van produkten die via een haven of een luchthaven op het in bijlage I omschreven grondgebied worden binnengebracht, in de haven of de luchthaven van bestemming worden verricht, mits deze haven of luchthaven over een inspectiepost aan de grens beschikt en de produkten naar gelang van het geval over zee of door de lucht worden aangevoerd.

Artikel 9

1. De inspectieposten aan de grens dienen aan de bepalingen van het onderhavige artikel te voldoen.

2. De inspectiepost aan de grens moet:

iii) gelegen zijn in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van binnenkomst op het in bijlage I omschreven grondgebied,

iii) zijn aangewezen en erkend overeenkomstig lid 3,

iii) onder het gezag van een officiële dierenarts zijn geplaatst die daadwerkelijk de verantwoordelijkheid voor de controles draagt. De officiële dierenarts mag zich laten bijstaan door speciaal daartoe opgeleide hulpkrachten.

3. Na voorselectie door de nationale instanties, in samenwerking met de Commissiediensten, om te verifiëren of zij voldoen aan de in bijlage II opgenomen minimumeisen, leggen de Lid-Staten de Commissie vóór 31 maart 1991 de lijst van de grensposten voor die worden belast met de veterinaire controles op de produkten; daarbij verstrekken zij de volgende gegevens:

a) aard van de inspectiepost aan de grens:

- haven,

- luchthaven,

- controlepost voor het wegverkeer,

- post voor het vervoer per spoor;

b)

de aard van de produkten die op grond van de beschikbare uitrusting en het beschikbare veterinaire personeel in de betrokken inspectiepost aan de grens kunnen worden gecontroleerd, met eventuele vermelding van de produkten die in genoemde grensposten niet kunnen worden gecontroleerd;

c)

voor de veterinaire controle beschikbaar personeel:

- aantal officiële dierenartsen, met ten minste één dienstdoende officiële dierenarts tijdens de uren waarop de inspectiedienst aan de grens open is,

- aantal hulpkrachten of assistenten met speciale kwalificatie;

d)

beschrijving van de uitrusting en de ruimten die afhankelijk van de verschillende uit te voeren controles beschikbaar zijn voor:

- de controle van de documenten,

- de materiële controle,

- de bemonstering,

- laboratorium voor het ter plaatse verrichten van de in artikel 8, punt 2, onder b), bedoelde analyses van algemene aard,

- laboratorium beschikbaar voor specifieke analyses op last van de officiële dierenarts;

e)

capaciteit van de koelruimten en -installaties beschik-

baar voor de opslag van produkten in afwachting van het resultaat van de analyses;

f)

aard van de uitrusting waarmee snel informatie kan worden uitgewisseld, met name met de andere inspectieposten aan de grens;

g)

procedure voor de behandeling van geschillen met derde landen;

h)

omvang van de handelsstromen (soorten produkten en hoeveelheden die deze inspectiepost aan de grens passeren).

4. In samenwerking met de bevoegde nationale instanties, inspecteert de Commissie de overeenkomstig lid 3 aangewezen inspectieposten aan de grens om zich ervan te vergewissen dat de regels inzake de veterinaire controles uniform worden toegepast en dat de verschillende inspectieposten aan de grens daadwerkelijk beschikken over de noodzakelijke infrastructuur en voldoen aan de minimumeisen van bijlage II.

De Commissie legt uiterlijk op 31 december 1991 aan het Permanent Veterinair Comité een verslag voor over het resultaat van deze inspectie, alsmede voorstellen aan de hand van de conclusies van dit verslag om te komen tot de opstelling van een communautaire lijst van erkende inspectieposten aan de grens volgens de procedure van artikel 24.

In dit verslag zal melding worden gemaakt van eventuele problemen waarmee bepaalde Lid-Staten worden geconfronteerd, indien de in lid 3, eerste alinea, genoemde voorselectie ertoe zou leiden dat een aanzienlijk aantal inspectieposten aan de grens op 1 januari 1992 wordt uitgesloten.

Volgens de procedure van artikel 23 kan een termijn van maximaal drie jaar worden toegestaan om de inspectieposten van de in de vorige alinea bedoelde Lid-Staten in de gelegenheid te stellen aan de bepalingen van deze richtlijn, met name wat de uitrusting en de infrastructuur betreft, te voldoen.

De Commissie maakt de lijst van inspectieposten aan de grens alsmede eventuele bijwerkingen daarvan bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

5. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 24 de eventuele uitvoeringsbepalingen van dit artikel vast.

Artikel 10

1. Wanneer produkten, waarvoor het handelsverkeer op communautair niveau is geharmoniseerd, niet zijn bestemd voor invoer tot verbruik op het grondgebied van de Lid-Staat waar de controle als omschreven in artikel 8, punt 2, is verricht, moet de officiële dierenarts die voor inspectiepost aan de grens verantwoordelijk is:

- aan de betrokkene één gewaarmerkt afschrift of, bij splitsing van de partij, verscheidene gewaarmerkte afschriften van de originele certificaten inzake de produkten verstrekken; de geldigheidsduur van deze afschriften wordt, naar gelang de aard van het betrokken produkt, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24,

- een certificaat afgeven dat overeenstemt met een door de Commissie volgens de procedure van artikel 24 op te stellen model en waarin wordt verklaard dat de in artikel 8, punt 2, omschreven controles zijn verricht ten genoegen van de officiële dierenarts, met vermelding van de aard van de verrichte bemonsteringen en de eventuele resultaten van de laboratoriumonderzoeken,

- het originele certificaat, respectievelijk de originele certificaten die de produkten vergezellen bewaren.

2. De uitvoeringsbepalingen van lid 1, met name die welke betrekking hebben op de voor specifieke doeleinden ingevoerde produkten, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

3. Bij het handelsverkeer van de in Richtlijn

89/662/EEG bedoelde en op het in bijlage I van de onderhavige richtlijn omschreven grondgebied toegelaten produkten dienen de bepalingen te worden nageleefd die zijn vastgesteld bij Richtlijn 89/662/EEG, in het bijzonder die van hoofdstuk II.

Artikel 11

1. Dit artikel is van toepassing op de produkten waarvoor de voorschriften betreffende het handelsverkeer nog niet op communautair niveau zijn geharmoniseerd en die, na in het in bijlage I omschreven grondgebied te zijn binnengebracht, moeten worden doorgezonden naar een andere Lid-Staat die deze produkten op zijn grondgebied toelaat.

2. Elke partij produkten moet worden onderworpen aan de controles bedoeld in artikel 4, lid 1, en

a) hetzij worden onderworpen aan de in artikel 8 bedoelde veterinaire controles in de inspectiepost aan de grens gelegen op het grondgebied van de Lid-Staat waar de produkten zijn binnengebracht om met name na te gaan of de betrokken produkten, in overeenstemming zijn met de voorschriften van de Lid-Staat van bestemming,

b)

hetzij in het kader van een voorafgaand bilateraal akkoord over de controleregeling tussen de Lid-Staat op wiens grondgebied zich het punt bevindt waarop de produkten het in bijlage I omschreven grondgebied worden binnengebracht en de Lid-Staat van bestemming en eventueel de Lid-Staat of Lid-Staten van doorvoer, onder douanetoezicht naar de plaats van bestemming worden gebracht waar de veterinaire controles dienen te worden verricht.

De Lid-Staten stellen de Commissie en de andere Lid-Staten, in het Permanent Veterinair Comité bijeen, in kennis van de uit hoofde van dit lid vastgestelde controleregeling.

3. In het in lid 2, onder a), bedoelde geval is artikel 10 van toepassing.

4. In de in lid 2, onder b), bedoelde gevallen:

a) moeten de controle van de documenten, de overeenstemmingscontrole en de materiële controle in een op het grondgebied van de Lid-Staat van bestemming gelegen inspectiepost aan de grens worden verricht;

b)

moeten de bevoegde autoriteiten die de controle van de documenten en de overeenstemmingscontrole verrichten:

- de officiële dierenarts van de inspectiepost van de plaats van bestemming op de hoogte brengen van het passeren van de produkten en van de vermoedelijke datum van aankomst van de produkten in het kader van het programma voor de ontwikkeling van de automatisering van de veterinaire invoerprocedures (Shift-project),

- die passage op het afschrift of, bij splitsing van de partij, op de afschriften van de oorspronkelijke certificaten, vermelden,

- het originele certificaat of de originele certificaten inzake de produkten bewaren.

Wanneer bijzondere omstandigheden zulks rechtvaardigen en indien een Lid-Staat daar met overlegging van de nodige bewijsstukken om verzoekt, mag de materiële controle op een andere dan de onder a) vermelde plaatsen worden verricht.

Deze plaats wordt aangewezen volgens de procedure van artikel 24.

5. In de in lid 4 bedoelde gevallen valt het verkeer van de betrokken produkten onder de regeling "communautair douanevervoer (externe procedure)'`, als omschreven in Verordening (EEG) nr. 2726/90 (1), en moeten voor het vervoer ervan door de bevoegde autoriteit verzegelde voertuigen of containers worden gebruikt.

Voor het handelsverkeer in produkten die na inspectie overeenkomstig dit artikel tot verbruik worden toegelaten gelden de bij Richtlijn 89/662/EEG vastgestelde voorschriften.

6. Indien bij de in dit artikel bedoelde materiële controle blijkt dat de produkten niet tot verbruik mogen worden ingevoerd, is het bepaalde in artikel 16 van toepassing.

7. Eventuele uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 12

1. De Lid-Staten geven toestemming voor het vervoer van produkten uit een derde land naar een ander derde land, mits:

a) de belanghebbende aantoont dat het eerste derde land waarnaar de produkten worden vervoerd, na doorvoer over het in bijlage I omschreven grondgebied, de verplichting op zich neemt de produkten waarvan het de invoer of de doorvoer toestaat in geen geval te weigeren of terug te zenden;

b)

voor dit vervoer vooraf toestemming is verleend door de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de in artikel 4, lid 1, bedoelde controles worden uitgevoerd;

c)

bij doorvoer over het in bijlage I omschreven grondgebied dit vervoer zonder overlading plaatsvindt onder toezicht van de bevoegde autoriteiten in door deze autoriteiten verzegelde voertuigen of containers; de enige tijdens dit vervoer toegestane handelingen zijn die welke onderscheidenlijk in het punt van binnenkomst in of vertrek uit het in bijlage I omschreven grondgebied worden verricht.

2. Alle kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel komen zonder schadeloosstelling van de kant van de Lid-Staat ten laste van de afzender, de geadresseerde of hun gemachtigde.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 13

1. De bevoegde veterinaire dienst onderwerpt de produkten die een andere douanebestemming krijgen dan bedoeld in de artikelen 5, 6, 10, 11 en 12 aan een overeenstemmingscontrole en, in voorkomend geval, onverminderd artikel 15, aan een materiële controle.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 14

1. Dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 15, is niet van toepassing op de produkten die:

iii) in de persoonlijke bagage van reizigers voor eigen gebruik worden vervoerd, voor zover de hoeveelheid een overeenkomstig lid 3 vast te stellen hoeveelheid niet overschrijdt en mits de produkten afkomstig zijn uit een derde land of deel van een derde land dat voorkomt op de overeenkomstig de communautaire voorschriften opgestelde lijst en waaruit de invoer niet is verboden;

iii) in kleine zendingen aan particulieren worden toegestuurd, voor zover het gaat om invoer zonder enig handelskarakter, en de verzonden hoveelheid een overeenkomstig lid 3 vast te stellen hoeveelheid niet overschrijdt en mits de produkten afkomstig zijn uit een derde land of deel van een derde land dat voorkomt op een overeenkomstig de communautaire voorschriften opgestelde lijst en waaruit de invoer niet is verboden;

iii) zich als proviand voor personeel en passagiers bevinden in grensoverschrijdende vervoermiddelen, mits zij afkomstig zijn uit een derde land of deel van een derde land of een inrichting van waaruit invoer niet is verboden overeenkomstig de communautaire regelgeving.

Indien deze produkten of de keukenafvallen ervan worden uitgeladen, moeten zij worden vernietigd. Er behoeft evenwel niet tot vernietiging te worden overgegaan indien de produkten rechtstreeks of na voorlopig onder douanetoezicht te zijn geplaatst, van dit vervoermiddel naar een ander worden overgeladen;

iv) voor zover de hoeveelheid een overeenkomstig lid 3 vast te stellen hoeveelheid niet overschrijdt - in een hermetisch gesloten recipiënt een warmtebehandeling hebben ondergaan waarvan de Fo-waarde ten minste 3,00 bedraagt en

a) die in de persoonlijke bagage van reizigers voor eigen gebruik worden vervoerd;

b)

die als kleine zending aan particulieren worden toegestuurd voor zover het gaat om invoer zonder enig handelskarakter.

2. Lid 1 doet geen afbreuk aan de regels die van toepassing zijn op vers vlees en vleesprodukten overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Richtlijn 72/462/EEG.

3. De Commissie stelt, volgens de procedure van artikel 24, de maximumgewichten vast voor de verschillende produkten die onder de in lid 1 bedoelde afwijkingen kunnen vallen.

Artikel 15

Onverminderd het bepaalde in dit hoofdstuk verricht de officiële dierenarts of de bevoegde autoriteit indien het vermoeden bestaat dat de veterinaire wetgeving niet wordt nageleefd of bij twijfel over de overeenstemming van het produkt, alle veterinaire controles die nodig worden geacht.

Artikel 16

1. Wanneer de bevoegde autoriteit bij de in deze richtlijn omschreven controles constateert dat de produkten niet aan de voorwaarden van de communautaire voorschriften of, voor gebieden waarvoor nog geen harmonisatie op communautair niveau heeft plaatsgevonden, aan de voorwaarden van de nationale voorschriften voldoen, of wanneer blijkt dat onregelmatigheden zijn begaan, besluit de bevoegde autoriteit na overleg met de importeur of diens vertegenwoordiger om:

a) of wel de partij binnen een door de bevoegde nationale autoriteit vast te stellen termijn door te zenden naar een plaats die buiten het in bijlage I omschreven grondgebied gelegen is, wanneer veterinairrechtelijke en gezondheids-

overwegingen zich daar niet tegen verzetten.

In dat geval moet de officiële dierenarts van de inspectiepost aan de grens:

- de andere inspectieposten aan de grens er overeenkomstig lid 5 van in kennis stellen dat de partij is geweigerd, met opgave van de geconstateerde overtredingen;

- het veterinaire certificaat of document dat de geweigerde partij vergezelt, intrekken op de wijze die moet worden gepreciseerd volgens de procedure van artikel 24;

- de Commissie, volgens een nader te bepalen frequentie, via de bevoegde centrale autoriteit in kennis stellen van de aard en de frequentie van de geconstateerde overtredingen;

b) of wel, indien het onmogelijk is de partij door te zenden, deze te vernietigen op het grondgebied van de Lid-Staat waar de controles worden uitgevoerd.

2. Onverminderd de mogelijkheden geboden bij artikel 24, lid 5, derde alinea, van Richtlijn 72/462/EEG en artikel 8, lid 1, onder b), eerste streepje, van Richtlijn 90/425/EEG kunnen volgens de procedure van artikel 24 afwijkingen van lid 1 van het onderhavige artikel worden vastgesteld, met name om het mogelijk te maken dat de produkten voor andere doeleinden dan voor menselijke consumptie worden gebruikt. In het kader van deze afwijkingen worden volgens dezelfde procedure de voorschriften met betrekking tot de controle op het gebruik van de betrokken produkten vastgesteld.

3. De kosten in verband met het doorzenden van de partij, het vernietigen ervan of het gebruik van de produkten voor andere doeleinden komen ten laste van de importeur of diens vertegenwoordiger.

4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

5. De bepalingen met betrekking tot de informatie van de Lid-Staten worden vastgesteld in het kader van het programma voor de ontwikkeling van de automatisering van de veterinaire invoerprocedures (Shift-project).

6. De bevoegde autoriteiten doen, in voorkomend geval, mededeling van de gegevens waarover zij beschikken overeenkomstig Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21 november 1989 betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de Lid-Staten en samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing van de veterinaire en zooetechnische wetgeving (1).

Artikel 17

De Commissie stelt, volgens de procedure van artikel 24, op basis van de in de tweede alinea bedoelde plannen, de voorschriften vast voor de invoer in bepaalde delen van het in bijlage I omschreven grondgebied, om rekening te houden met de bijzondere natuurlijke situatie van die gebieden, en met name met de afstand tussen die gebieden en het continentale gedeelte van het grondgebied van de Gemeenschap.

Te dien einde zullen de Franse Republiek, enerzijds, en de Helleense Republiek, anderzijds, uiterlijk op 1 juli 1991 de Commissie een plan voorleggen waarin voor het bijzondere geval van de overzeese departementen enerzijds en van bepaalde eilanden of groepen van eilanden anderzijds, de aard wordt gepreciseerd van de controles die moeten worden verricht bij invoer in die gebieden van uit derde landen afkomstige produkten, rekening houdend met de bijzondere natuurlijke geografische situatie van die gebieden.

In deze plannen moet worden vermeld welke controles zijn verricht om te vermijden dat de in die gebieden binnengebrachte produkten opnieuw verzonden worden naar de rest van het grondgebied van de Gemeenschap.

Artikel 18

1. De Commissie stelt, volgens de procedure van artikel 24, de lijst vast van de in artikel 2, lid 2, onder a), tweede streepje, bedoelde plantaardige produkten die, met name wegens hun verdere bestemming, een risico kunnen inhouden voor de verspreiding van voor dieren besmettelijke ziekten en die daarom moeten worden onderworpen aan de in deze richtlijn bedoelde veterinaire controles, en in het bijzonder aan de in artikel 4 bedoelde controles, om zich te vergewissen van de oorsprong en de bestemming van deze plantaardige produkten.

Volgens dezelfde procedure worden vastgesteld:

- de veterinairrechtelijke voorschriften die door de derde landen moeten worden nageleefd en de garanties die moeten worden geboden, met name de aard van de eventuele behandeling waarin moet worden voorzien afhankelijk van hun gezondheidssituatie,

- de lijst van de derde landen die, op grond van deze garanties, kunnen worden gemachtigd de in de eerste alinea bedoelde plantaardige produkten naar de Gemeenschap uit te voeren,

- eventuele bijzondere controlevoorschriften, in het bijzonder voor de eventuele bemonstering van deze produkten, met name bij invoer van onverpakte produkten.

2. In afwachting van communautaire voorschriften voor de invoer van deze produkten kan de Commissie, volgens de procedure van artikel 24, de voorschriften inzake veterinaire controle van deze richtlijn uitbreiden tot niet onder bijlage II van het Verdrag vallende bijprodukten van dierlijke oorsprong, door in voorkomend geval bepaalde specifieke criteria vast te stellen die bij de veterinaire controles op deze produkten in acht moeten worden genomen.

3. Verse vis die onmiddellijk wordt gelost uit een vaartuig dat de vlag van een derde land voert, moet - alvorens tot verbruik in het in bijlage I omschreven grondgebied te kunnen worden ingevoerd - worden onderworpen aan de controles die zijn voorgeschreven voor vis die onmiddellijk wordt gelost uit een vaartuig dat de vlag van een Lid-Staat voert.

4. Volgens de procedure van artikel 24 kunnen afwijkingen worden toegestaan van de bepalingen van artikel 9 en, voor wat het met de controles belaste personeel betreft, van artikel 8, lid 2, voor havens waar vis wordt gelost.

HOOFDSTUK II

Vrijwaringsmaatregelen

Artikel 19

1. Indien zich op het grondgebied van een derde land een in Richtlijn 82/894/EEG (1) vermelde ziekte, een zooenose of een ziekte of een risico voordoet of verspreidt waaraan ernstige gevaren voor de gezondheid van mens en dier kunnen zijn verbonden, of indien zulks om andere ernstige veterinairrechtelijke redenen of in verband met de bescherming van de volksgezondheid is gerechtvaardigd, met name wegens door haar veterinairs gedane constateringen, stelt de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een Lid-Staat onverwijld, naar gelang van de ernst van de situatie, een van de volgende maatregelen vast:

- schorsing van de invoer uit het gehele grondgebied van het betrokken derde land of een deel daarvan en, in voorkomend geval, van het derde land van doorvoer,

- vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de produkten afkomstig uit het gehele grondgebied van het betrokken derde land of een deel daarvan.

2. Indien bij een van de controles voorzien bij deze richtlijn blijkt dat een partij produkten een gevaar kan vormen voor de gezondheid van mens of dier neemt de bevoegde veterinaire autoriteit onmiddellijk de volgende maatregelen:

- beslag en vernietiging van de betrokken partij,

- onmiddellijke kennisgeving aan de andere inspectieposten aan de grens en aan de Commissie van de gedane constateringen en van de oorsprong van de produkten overeenkomstig artikel 16, lid 5.

3. De Commissie kan in het in lid 1 bedoelde geval conservatoire maatregelen nemen ten aanzien van de in artikel 12 bedoelde produkten.

4. Vertegenwoordigers van de Commissie kunnen zich onmiddellijk ter plaatse begeven.

5. Voor wat betreft de produkten waarvoor de regels inzake de invoer nog niet zijn geharmoniseerd, kan een Lid-Staat, wanneer hij de Commissie officieel in kennis stelt van de noodzaak om vrijwaringsmaatregelen te nemen en laatstgenoemde geen gebruik heeft gemaakt van de bepalingen van de leden 1 en 3 of de aangelegenheid niet overeenkomstig lid 6 heeft voorgelegd aan het Permanent Veterinair Comité, conservatoire maatregelen treffen ten aanzien van de betrokken produkten.

Wanneer een Lid-Staat conservatoire maatregelen neemt ten aanzien van een derde land of een inrichting van een derde land, overeenkomstig dat lid, stelt hij de andere Lid-Staten en de Commissie daarvan in kennis overeenkomstig artikel 16, lid 5.

6. De Commissie bespreekt de situatie zo spoedig mogelijk in het Permanent Veterinair Comité. Zij kan volgens de procedure van artikel 23 de nodige besluiten nemen, met inbegrip van besluiten inzake het intracommunautaire verkeer van de betrokken produkten en de doorvoer.

7. De besluiten tot wijziging, intrekking of verlenging van de maatregelen genomen krachtens de leden 1, 2, 3 en 6 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 23.

8. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot dit hoofdstuk worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

HOOFDSTUK III

Inspectie

Artikel 20

1. Veterinaire deskundigen van de Commissie kunnen, in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten, en voor zover dit voor de uniforme toepassing van de voorschriften van deze richtlijn noodzakelijk is, nagaan of de overeenkomstig artikel 9 erkende inspectieposten aan de grens voldoen aan de criteria genoemd in bijlage II.

2. Veterinaire deskundigen van de Commissie kunnen, in samenwerking met de bevoegde autoriteiten, controles ter plaatse verrichten.

3. De Lid-Staat op het grondgebied waarvan een inspectie wordt verricht, verleent de veterinaire deskundigen van de Commissie alle nodige bijstand voor de vervulling van hun taak.

4. De Commissie stelt de Lid-Staten van de uitkomsten van de verrichte controles in kennis.

5. Wanneer de Commissie van oordeel is dat de uitkomsten van de controle zulks rechtvaardigen, bespreekt zij de situatie in het Permanent Veterinair Comité. Zij kan de nodige besluiten nemen volgens de procedure van artikel 23.

6. De Commissie volgt het verloop van de situatie en naar gelang hiervan worden de in lid 5 bedoelde besluiten volgens de procedure van artikel 23 door haar gewijzigd of ingetrokken.

7. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 21

1. Wanneer een bevoegde autoriteit van een Lid-Staat gezien de uitkomsten van de controles op de plaats van afzet van de produkten van oordeel is dat de bepalingen van deze richtlijn in een inspectiepost aan de grens, een van de in artikel 4, lid 2, onder i), bedoelde doorlaatposten, een vrijhaven of een vrije zone bedoeld in artikel 5 of een vrij entrepot bedoeld in artikel 6 in een andere Lid-Staat niet in acht worden genomen, treedt zij onverwijld met de bevoegde centrale autoriteit van die Lid-Staat in contact. Deze autoriteit treft alle nodige maatregelen en doet de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Lid-Staat mededeling van de aard van de verrichte controles, van de genomen besluiten en van de gronden daarvan.

Indien de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde Lid-Staat vreest dat deze maatregelen ontoereikend zijn, zoekt zij met de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat, in voorkomend geval door een bezoek ter plaatse, naar de wegen en middelen om de situatie te verhelpen.

Wanneer bij de in de eerste alinea vermelde controles herhaalde inbreuken op de bepalingen van deze richtlijn worden geconstateerd, stelt de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van bestemming de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de overige Lid-Staten daarvan in kennis.

De Commissie kan, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat van bestemming of op eigen initiatief, gezien de aard van de geconstateerde overtredingen:

- in samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten een inspectiemissie ter plaatse zenden,

- de bevoegde autoriteit verzoeken de controles in de betrokken inspectiepost aan de grens, plaats van doorgang, vrijhaven, vrije zone of vrij entrepot te verscherpen.

In afwachting van de conclusie van de Commissie moet de in het geding gebrachte Lid-Staat, op verzoek van de Lid-Staat van bestemming, de controles in de in het geding gebrachte inspectiepost aan de grens, de plaats van doorgang, de vrijhaven, de vrije zone of het entrepot verscherpen.

De Lid-Staat van bestemming kan zijnerzijds de controles ten aanzien van produkten van dezelfde herkomst intensiveren.

De Commissie moet, op verzoek van een van de betrokken Lid-Staten, en indien de in de vierde alinea, eerste streepje, bedoelde inspectie de tekortkomingen bevestigt, volgens de procedure van artikel 23 passende maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten zo spoedig mogelijk worden bevestigd of herzien volgens dezelfde procedure.

2. Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de rechtsmiddelen voorzien bij de wetgeving van de Lid-Staten tegen de beslissingen van de bevoegde autoriteiten.

De door de bevoegde autoriteit getroffen beslissingen moeten, met opgave van redenen, worden medegedeeld aan de door deze beslissing getroffen handelaar of aan diens gemachtigde.

Indien de betrokken handelaar of diens gemachtigde daarom verzoekt, moeten de met redenen omklede beslissingen hem schriftelijk worden medegedeeld met opgave van de rechtsmiddelen die de wetgeving van de Lid-Staat van controle voor hem openstelt, alsmede van de vorm en de termijnen waarbinnen deze rechtsmiddelen moeten worden ingesteld.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 22

1. Iedere Lid-Staat stelt een programma op voor de uitwisseling van ambtenaren die bevoegd zijn voor het verrichten van controles op produkten uit derde landen.

2. De Commissie cooerdineert in het Permanent Veterinair Comité, samen met de Lid-Staten, de in lid 1 genoemde programma's.

3. De Lid-Staten treffen alle maatregelen die nodig zijn om de uitvoering van de programma's die uit de in lid 2 bedoelde cooerdinatie voortvloeien, mogelijk te maken.

4. De uitvoering van de programma's wordt jaarlijks in het Permanent Veterinair Comité aan de hand van verslagen van de Lid-Staten besproken.

5. De Lid-Staten houden met de opgedane ervaring rekening om de uitwisselingsprogramma's te verbeteren en verder te ontwikkelen.

6. De Gemeenschap kan met het oog op een doeltreffend verloop van de uitwisselingsprogramma's financiële bijstand verlenen. De bepalingen inzake de financiële bijstand van de Gemeenschap en de geraamde uitgaven daarvoor ten laste

van de begroting van de Gemeenschap zijn vastgesteld bij Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1).

7. De uitvoeringsbepalingen van de leden 1, 4 en 5 worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 24.

HOOFDSTUK IV

Algemene Bepalingen

Artikel 23

In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit

artikel omschreven procedure, neemt het bij Besluit

68/361/EEG (2) ingestelde Permanent Veterinair Comité

een besluit overeenkomstig de in artikel 17 van Richtlijn

89/662/EEG neergelegde regels.

Artikel 24

In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, neemt het Permanent Veterinair Comité een besluit overeenkomstig de in artikel 18 van Richtlijn 89/662/EEG neergelegde regels.

Artikel 25

Bijlage II kan worden aangevuld volgens de procedure van artikel 24.

Artikel 26

Deze richtlijn laat de verplichtingen die uit de douaneregelingen voortvloeien onverlet.

Artikel 27

Artikel 23 van Richtlijn 72/462/EEG vervalt.

In afwachting van de besluiten bedoeld in artikel 4, lid 6, blijven de krachtens artikel 23 van Richtlijn 72/462/EEG vastgestelde regels van toepassing.

Artikel 28

Artikel 6, lid 1, van Richtlijn 89/662/EEG wordt vervangen door:

"1. De Lid-Staten zien erop toe dat bij de controles op plaatsen waar produkten uit derde landen op het in bijlage I van Richtlijn 90/675/EEG (*) omschreven grondgebied kunnen worden binnengebracht, zoals

havens, luchthavens en inspectieposten aan de grens met derde landen, de volgende maatregelen worden getroffen:

a) controle van de documenten betreffende de oorsprong van de produkten,

b)

voor produkten van communautaire oorsprong, toepassing van de in artikel 5 voorgeschreven controleregels,

c)

voor produkten uit derde landen, toepassing van de bij Richtlijn 90/675/EEG vastgestelde regels.

(*) PB nr. L 373 van 31. 12. 1990, blz. 1.''.

Artikel 29

Artikel 7 van Richtlijn 90/425/EEG wordt vervangen door:

"Artikel 7

1. De Lid-Staten zien erop toe dat bij de controles op plaatsen waar dieren of produkten als bedoeld in artikel 1 uit derde landen op het in bijlage I van Richtlijn

90/675/EEG (*) omschreven grondgebied kunnen worden binnengebracht, zoals havens, luchthavens en inspectieposten aan de grens met derde landen, aan het volgende wordt voldaan:

a) controle van de certificaten of documenten die de dieren of produkten vergezellen;

b)

voor de produkten uit derde landen gelden de regels voorzien bij Richtlijn 90/675/EEG;

c)

dieren die uit derde landen worden ingevoerd, moeten onder douanetoezicht naar de inspectieposten aan de grens worden gebracht waar de veterinaire controles worden verricht.

De in bijlage A bedoelde dieren kunnen pas worden ingeklaard wanneer bij deze controles is gebleken dat zij in overeenstemming zijn met de communautaire voorschriften;

d)

dieren of produkten van communautaire oorsprong worden aan de in artikel 5 voorgeschreven controleregels onderworpen.

2. De dieren dienen rechtstreeks op het grondgebied van de Gemeenschap te worden binnengebracht via een van de inspectieposten aan de grens van de Lid-Staat die hen wenst in te voeren en aldaar overeenkomstig lid 1, onder b), te worden geïnspecteerd.

Wanneer Lid-Staten op basis van nationale veterinairrechtelijke voorschriften dieren of produkten uit derde landen invoeren, stellen zij de Commissie en de overige Lid-Staten - en met name de Lid-Staten van doorvoer - daarvan op de hoogte, alsmede van hun voorschriften inzake deze invoer.

De Lid-Staten van bestemming verbieden dat dieren - wanneer die nog niet gedurende de in specifieke communautaire voorschriften genoemde periodes op hun grondgebied hebben verbleven - vanaf hun grondgebied

opnieuw worden verzonden, behalve, zonder doorvoer, naar een andere Lid-Staat die van dezelfde mogelijkheid gebruik maakt.

In afwachting van communautaire voorschriften mogen deze dieren evenwel op het grondgebied van een andere dan de in de tweede alinea bedoelde Lid-Staat worden binnengebracht na voorafgaande algemene instemming van deze andere Lid-Staat, en zo nodig van een Lid-Staat van doorvoer, met de controleregeling. Zij stellen de Commissie en de andere Lid-Staten, in het Permanent Veterinair Comité bijeen, in kennis van de toepassing van deze afwijking en van de overeengekomen controleregeling.

3. In afwijking van lid 1 worden evenwel na 1 januari 1993 op alle dieren of produkten die rechtstreeks via geregelde lijndiensten tussen twee plaatsen op het geografische grondgebied van de Gemeenschap worden vervoerd, de in artikel 5 bedoelde controlevoorschriften toegepast.''.

(*) PB nr. L 373 van 31. 12. 1990, blz. 1.''.

Artikel 30

De Commissie kan volgens de procedure van artikel 24 voor een periode van drie jaar de overgangsmaatregelen vaststellen die nodig zijn om de overgang naar de bij deze richtlijn ingestelde nieuwe controleregeling te vergemakkelijken.

Artikel 31

De Lid-Staten kunnen voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn een beroep doen op de in artikel 38 van Beschikking 90/424/EEG bedoelde financiële bijdrage van de Gemeenschap.

Artikel 32

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 1991 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

De uitvoeringsbepalingen van deze richtlijn en met name die van artikel 8, lid 3, moeten uiterlijk op 31 december 1991 worden vastgesteld en het Shift-systeem moet uiterlijk op dezelfde datum in werking worden gesteld.

Indien de in de vorige alinea genoemde datum niet in acht kan worden genomen, moeten de in artikel 30 bedoelde overgangsmaatregelen op die datum zijn getroffen.

2. Wanneer de Lid-Staten de in lid 1 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Artikel 33

Deze richtlijn is gericht tot de de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 10 december 1990.

Voor de Raad

De Voorzitter

V. SACCOMANDI

(1) PB nr. C 252 van 6. 10. 1990, blz. 10.

(2) Advies uitgebracht op 23 november 1990 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

(=) PB nr. L 395 van 30. 12. 1989, blz. 13.

(4) PB nr. L 224 van 18. 8. 1990, blz. 29.

(1) PB nr. L 302 van 31. 12. 1972, blz. 28.

(2) PB nr. L 225 van 15. 8. 1988, blz. 8.

(3) PB nr. L 225 van 15. 8. 1988, blz. 1.

(4) PB nr. L 367 van 31. 12. 1988, blz. 1.

(1) PB nr. L 224 van 18. 8. 1990, blz. 42.

(2) PB nr. L 275 van 26. 9. 1986, blz. 36.

(1) PB nr. L 262 van 26. 9. 1990, blz. 1.

(1) PB nr. L 351 van 2. 12. 1989, blz. 34.

(1) PB nr. L 378 van 31. 12. 1982, blz 58.

(1) PB nr. L 224 van 18. 8. 1990, blz. 19.

(2) PB nr. L 255 van 18. 10. 1968, blz. 23.

BIJLAGE 1

1. Het grondgebied van het Koninkrijk België.

2. Het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken, met uitzondering van de Faeroeer en Groenland.

3. Het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland.

4. Het grondgebied van het Koninkrijk Spanje, met uitzondering van de Canarische eilanden en Ceuta en Melilla.

5. Het grondgebied van de Helleense Republiek.

6. Het grondgebied van de Franse Republiek.

7. Het grondgebied van Ierland.

8. Het grondgebied van de Italiaanse Republiek.

9. Het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg.

10. Het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

11. Het grondgebied van de Portugese Republiek.

12. Het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

BIJLAGE II

Om voor communautaire erkenning in aanmerking te komen, dienen de inspectieposten aan de grens te beschikken over:

- het personeel dat nodig is om de documenten (gezondheidscertificaat of keuringscertificaat of een ander door de communautaire wetgeving voorgeschreven document) die de produkten vergezellen te controleren,

- een, de door de inspectiedienst aan de grens behandelde hoeveelheden produkten in aanmerking genomen, voldoende aantal dierenartsen en speciaal opgeleide hulpkrachten om de overeenstemming tussen produkten en begeleidende documenten te controleren en de systematische materiële controles op elke partij produkten te verrichten,

- voldoende personeel om van de partijen produkten die in een bepaalde inspectiepost aan de grens worden aangeboden, aselecte monsters te nemen en deze te behandelen,

- voldoende grote ruimten voor het personeel dat met de veterinaire controles is belast,

- een passende ruimte en passende installaties voor het nemen en behandelen van monsters voor de in de communautaire voorschriften voorziene routinecontroles (microbiologische normen),

- de diensten van een gespecialiseerd en in de nabijheid van de inspectiepost aan de grens gelegen laboratorium dat in staat is speciale analyses te verrichten op de in die inspectiepost genomen monsters.

- koelruimten en -installaties voor de opslag van de voor analyse gekozen gedeelten van partijen en van produkten die de verantwoordelijke dierenarts van de inspectiepost aan de grens niet tot het vrije verkeer heeft toegelaten,

- passende apparatuur voor de snelle uitwisseling van informatie, met name met andere inspectieposten aan de grens (vanaf 1 januari 1993 via het geïnformatiseerde systeem bedoeld in artikel 20 van Richtlijn 90/425/EEG of via het Shift-project).

Top