EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31983L0513

Richtlijn 83/513/EEG van de Raad van 26 september 1983 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium

PB L 291 van 24.10.1983, p. 1–8 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (ES, PT, FI, SV, CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 22/12/2012; opgeheven door 32008L0105

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1983/513/oj

31983L0513

Richtlijn 83/513/EEG van de Raad van 26 september 1983 betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium

Publicatieblad Nr. L 291 van 24/10/1983 blz. 0001 - 0008
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 15 Deel 4 blz. 0131
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 15 Deel 4 blz. 0131
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 4 blz. 0140
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 4 blz. 0140


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 26 september 1983

betreffende grenswaarden en kwaliteitsdoelstellingen voor lozingen van cadmium

( 83/513/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 100 en 235 ,

Gelet op Richtlijn 76/464/EEG van de Raad van 4 mei 1976 betreffende de verontreininging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd ( 1 ) , inzonderheid op de artikelen 6 en 12 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 3 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 4 ) ,

Overwegende dat , met het oog op de bescherming van het aquatisch milieu van de Gemeenschap tegen de door bepaalde gevaarlijke stoffen veroorzaakte verontreiniging , bij artikel 3 van Richtlijn 76/464/EEG een stelsel is ingevoerd van voorafgaande vergunningen waarin emissienormen voor lozingen van onder lijst I van de bijlage bij die richtlijn vallende stoffen worden vastgesteld ; dat in artikel 6 van genoemde richtlijn is bepaald dat er grenswaarden voor de emissienormen dienen te worden vastgesteld , alsmede kwaliteitsdoelstellingen voor het aquatisch milieu waarop lozingen van die stoffen van nadelige invloed zijn ;

Overwegende dat cadmium en cadmiumverbindingen onder lijst I vallen ;

Overwegende dat de Lid-Staten verplicht zijn de grenswaarden toe te passen , met uitzondering van de gevallen waarin zij een systeem van kwaliteitsdoelstellingen mogen hanteren ;

Overwegende dat , aangezien de verontreiniging door lozing van cadmium in het water door een groot aantal industrieën wordt veroorzaakt , er specifieke grenswaarden naar gelang van het type industrie moeten worden vastgesteld , alsmede kwaliteitsdoelstellingen voor het aquatisch milieu waarin door deze industrieën cadmium wordt geloosd ;

Overwegende dat het thans echter niet mogelijk is grenswaarden vast te stellen voor lozingen afkomstig van de fabricage van fosforzuur en fosfaatmeststoffen uit fosfaaterts ;

Overwegende dat kwaliteitsdoelstellingen gericht moeten zijn op het voorkomen van vervuiling door cadmium van de verschillende delen van het aquatisch milieu die kunnen worden beïnvloed door cadmiumhoudende lozingen ;

Overwegende dat dergelijke kwaliteitsdoelstellingen uitdrukkelijk hiertoe moeten worden vastgesteld en niet met de bedoeling voorschriften vast te stellen die betrekking hebben op de bescherming van de consument of de afzet van produkten uit het aquatisch milieu ;

Overwegende dat , om de Lid-Staten in staat te stellen aan te tonen dat de kwaliteitsdoelstellingen in acht zijn genomen , in een specifieke controleprocedure dient te worden voorzien ;

Overwegende dat er met het oog op een doeltreffende toepassing van deze richtlijn , dient te worden bewerkstelligd dat de Lid-Staten toezicht houden op het aquatisch milieu dat door genoemde cadmiumlozingen wordt beïnvloed ; dat de bevoegdheid om zulk een toezicht in te voeren niet in artikel 6 van Richtlijn 76/464/EEG is omschreven ; dat het Verdrag niet in de voor de aanneming van deze richtlijn vereiste specifieke bevoegdheid voorziet en dat derhalve een beroep op artikel 235 dient te worden gedaan ;

Overwegende dat het van belang is dat de Commissie om de vijf jaar aan de Raad een vergelijkende beoordeling toezendt van de toepassing van de onderhavige richtlijn door de Lid-Staten ;

Overwegende dat voor grondwateren Richtlijn 80/68/EEG ( 5 ) is vastgesteld , zodat deze richtlijn daarop niet van toepassing is ;

Overwegende dat Groenland een zeer laag industrialisatieniveau heeft ingevolge de algemene situatie van dat land , met name de geringe bevolkingsdichtheid , de aanzienlijke oppervlakte en de bijzondere geografische ligging ; dat bijgevolg deze richtlijn niet op Groenland van toepassing dient te zijn ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn

- stelt , overeenkomstig artikel 6 , lid 1 , van Richtlijn 76/464/EEG , de grenswaarden vast voor emissienormen voor cadmium in lozingen afkomstig van industriële bedrijven in de zin van artikel 2 , sub e ) , van deze richtlijn ;

- stelt , overeenkomstig artikel 6 , lid 2 , van Richtlijn 76/464/EEG , de kwaliteitsdoelstellingen voor het aquatisch milieu ten aanzien van cadmium vast ;

- stelt , overeenkomstig artikel 6 , lid 4 , van Richtlijn 76/464/EEG , de termijnen vast waarbinnen moet worden voldaan aan de voorwaarden gesteld door de vergunningen die voor bestaande lozingen door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten worden verleend ;

- stelt , overeenkomstig artikel 12 , lid 1 , van Richtlijn 76/464/EEG , de referentiemeetmethoden vast voor het bepalen van het gehalte aan cadmium in lozingen en in het aquatisch milieu ;

- stelt , overeenkomstig artikel 6 , lid 3 , van Richtlijn 76/464/EEG , een controleprocedure in ;

- schrijft de Lid-Staten voor samen te werken in geval van lozingen die de wateren van meer dan één Lid-Staat beïnvloeden .

2 . Deze richtlijn is van toepassing op de in artikel 1 van Richtlijn 76/464/EEG genoemde wateren , met uitzondering van grondwateren .

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

a ) " cadmium " :

- het chemisch element cadmium ,

- het cadmium in cadmiumverbindingen ;

b ) " grenswaarden " :

de in bijlage I bij deze richtlijn genoemde waarden ;

c ) " kwaliteitsdoelstellingen " :

de in bijlage II bij deze richtlijn omschreven eisen ;

d ) " verwerking van cadmium " :

elk industrieel proces dat de produktie of het gebruik van cadmium met zich meebrengt , of elk ander industrieel proces waaraan de aanwezigheid van cadmium inherent is ;

e ) " industrieel bedrijf " :

een bedrijf waarin cadmium of cadmium bevattende stoffen worden verwerkt ;

f ) " bestaand bedrijf " :

een industrieel bedrijf dat in werking is op de datum van kennisgeving van deze richtlijn ;

g ) " nieuw bedrijf " :

- een industrieel bedrijf dat in werking wordt gesteld na de datum van kennisgeving van deze richtlijn ,

- een bestaand industrieel bedrijf waarvan de capaciteit voor de verwerking van cadmium aanzienlijk is uitgebreid na de datum van kennisgeving van deze richtlijn .

Artikel 3

1 . De grenswaarden , de termijnen waarbinnen deze in acht moeten worden genomen en de procedure voor de op de lozingen uit te oefenen controle zijn vastgelegd in bijlage I .

2 . De grenswaarden gelden normaliter op het punt waar het cadmium bevattende afvalwater het industriële bedrijf verlaat .

Indien het cadmium bevattende afvalwater buiten het industriële bedrijf wordt behandeld in een zuiveringsinstallatie die bestemd is voor de verwijdering van cadmium , mag de Lid-Staat toestaan dat de grenswaarden gelden op het punt waar het afvalwater de zuiveringsinstallatie verlaat .

3 . De in artikel 3 van Richtlijn 76/464/EEG bedoelde vergunningen moeten voorschriften bevatten die ten minste even streng zijn als die welke in bijlage I bij deze richtlijn zijn vastgesteld , uitgezonderd in de gevallen waarin een Lid-Staat voldoet aan artikel 6 , lid 3 , van Richtlijn 76/464/EEG , zulks op basis van de bijlagen II en IV bij deze richtlijn .

Deze vergunningen worden ten minste om de vier jaar aan een nieuw onderzoek onderworpen .

4 . Onverminderd hun verplichtingen die voortvloeien uit de leden 1 , 2 en 3 en uit het bepaalde in Richtlijn 76/464/EEG , mogen de Lid-Staten slechts vergunningen verlenen voor nieuwe bedrijven , indien deze bedrijven normen toepassen die overeenstemmen met de beste beschikbare technische middelen , wanneer zulks nodig is om de verontreiniging overeenkomstig artikel 2 van genoemde richtlijn te beëindigen of om concurrentievervalsing tegen te gaan .

In de gevallen waarin de overwogen maatregelen op technische gronden niet overeenstemmen met de beste beschikbare technische middelen , deelt de Lid-Staat , ongeacht de door hem gekozen methode , voordat een vergunning wordt verleend , aan de Commissie de rechtvaardiging van deze gronden mede .

De Commissie stelt de andere Lid-Staten onmiddellijk in kennis van deze rechtvaardiging en zendt zo spoedig mogelijk aan alle Lid-Staten een verslag met haar advies over de in de tweede alinea bedoelde afwijking . Zo nodig doet zij tegelijkertijd passende voorstellen aan de Raad .

5 . De referentieanalysemethode voor het vaststellen van de aanwezigheid van cadmium is aangegeven in bijlage III , punt 1 . Er mogen andere methoden worden toegepast , mits de waarnemingsdrempels , de precisie en de nauwkeurigheid van deze methoden ten minste gelijkwaardig zijn aan die welke in bijlage III , punt 1 , zijn omschreven .

De vereiste nauwkeurigheid bij het meten van het afvalwaterdebiet is aangegeven in bijlage III , punt 2 .

Artikel 4

De betrokken Lid-Staten houden toezicht op het aquatisch milieu dat door lozingen van industriële bedrijven wordt beïnvloed .

In geval van lozingen die de wateren van meer dan één Lid-Staat beïnvloeden , werken de betrokken Lid-Staten samen om de toezichtsprocedures te harmoniseren .

Artikel 5

1 . Aan de hand van de inlichtingen die haar krachtens artikel 13 van Richtlijn 76/464/EEG op haar verzoek , dat per geval wordt ingediend , door de Lid-Staten worden verstrekt , met name voor wat betreft :

- de bijzonderheden betreffende de vergunningen waarin emissienormen voor cadmiumlozingen zijn vastgelegd ;

- de resultaten van de inventarisatie van de cadmiumlozingen die plaatsvinden in de in artikel 1 , lid 2 , bedoelde wateren ;

- de resultaten van de controle door het nationale meetnet dat is ingesteld om de aanwezigheid van cadmiumconcentraties te bepalen ,

gaat de Commissie over tot een vergelijkende beoordeling van de toepassing van deze richtlijn door de Lid-Staten .

2 . Om de vijf jaar , en voor het eerst vier jaar na de kennisgeving van deze richtlijn , zendt de Commissie aan de Raad de in lid 1 bedoelde vergelijkende beoordeling toe .

3 . In geval van wijziging van de wetenschappelijke kennis omtrent voornamelijk de toxiciteit , de persistentie en de accumulatie van cadmium in levende organismen en in sedimenten , of in geval van verbetering van de beste beschikbare technische middelen , dient de Commissie passende voorstellen bij de Raad in die ertoe strekken om zo nodig de grenswaarden en de kwaliteitsdoelstellingen strenger te maken of om nieuwe grenswaarden en nieuwe kwaliteitsdoelstellingen vast te stellen .

Artikel 6

1 . De Lid-Staten treffen de maatregelen die nodig zijn om binnen twee jaar na kennisgeving van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen .

Artikel 7

Deze richtlijn is niet van toepassing op Groenland .

Artikel 8

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 26 september 1983 .

Voor de Raad

De Voorzitter

C . SIMITIS

( 1 ) PB nr . L 129 van 18 . 5 . 1976 , blz . 23 .

( 2 ) PB nr . C 118 van 21 . 5 . 1981 , blz . 3 .

( 3 ) PB nr . C 334 van 20 . 12 . 1982 , blz . 133 .

( 4 ) PB nr . C 230 van 10 . 9 . 1981 , blz . 22 .

( 5 ) PB nr . L 20 van 26 . 1 . 1980 , blz . 43 .

BIJLAGE I

Grenswaarden , termijnen waarbinnen deze in acht moeten worden genomen en procedure voor de controle op de lozingen

1 . Grenswaarden en termijnen

Bedrijfstak ( 1 ) * Meeteenheid * In acht te nemen grenswaarden met ingang van *

* * 1 . 1 . 1986 * 1 . 1 . 1989 ( 2 ) *

1 . Winning van zink , raffinage van lood en zink en de fabricage van non-ferrometalen en van metallisch cadmium * Milligram cadmium per liter geloosde vloeistof * 0,3 ( 3 ) * 0,2 ( 3 ) *

2 . Fabricage van cadmiumverbindingen * Milligram cadmium per liter geloosde vloeistof * 0,5 ( 3 ) * 0,2 ( 3 ) *

* Gram cadmium , geloosd per kilogram verwerkt cadmium * 0,5 ( 4 ) * ( 5 ) *

3 . Fabricage van pigmenten * Milligram cadmium per liter geloosde vloeistof * 0,5 ( 3 ) * 0,2 ( 3 ) *

* Gram cadmium , geloosd per kilogram verwerkt cadmium * 0,3 ( 4 ) * ( 5 ) *

4 . Fabricage van stabilisatoren * Milligram cadmium per liter geloosde vloeistof * 0,5 ( 3 ) * 0,2 ( 3 ) *

* Gram cadmium , geloosd per kilogram verwerkt cadmium * 0,5 ( 4 ) * ( 5 ) *

5 . Fabricage van primaire en secundaire batterijen * Milligram cadmium per liter geloosde vloeistof * 0,5 ( 3 ) * 0,2 ( 3 ) *

* Gram cadmium , geloosd per kilogram verwerkt cadmium * 1,5 ( 4 ) * ( 5 ) *

6 . Galvanotechniek ( 6 ) * Milligram cadmium per liter geloosde vloeistof * 0,5 ( 3 ) * 0,2 ( 3 ) *

* Gram cadmium , geloosd per kilogram verwerkt cadmium * 0,3 ( 4 ) * ( 5 ) *

7 . Fabricage van fosforzuur en/of fosfaatmeststoffen uit fosfaaterts ( 7 ) * * - * - *

( 1 ) Voor de bedrijfstakken die niet in deze tabel zijn opgenomen , worden de grenswaarden zo nodig door de Raad op een later tijdstip vastgesteld . Intussen stellen de Lid-Staten voor cadmiumlozingen autonoom emissienormen vast overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 76/464/EEG . Deze normen moeten worden vastgesteld met inachtneming van de beste beschikbare technische middelen , en mogen niet minder streng zijn dan de best vergelijkbare grenswaarde in deze bijlage .

( 2 ) Op grond van de bij de toepassing van deze richtlijn opgedane ervaring zal de Commissie overeenkomstig artikel 5 , lid 3 , tijdig aan de Raad voorstellen doen ter vaststelling van strengere grenswaarden die in 1992 in werking moeten treden .

( 3 ) Maandgemiddelde van de totale concentratie van cadmium gewogen op basis van het afvalwaterdebiet .

( 4 ) Maandgemiddelde .

( 5 ) Momenteel kunnen geen grenswaarden uitgedrukt in vrachtwaarden worden vastgesteld . Deze waarden worden in voorkomend geval overeenkomstig artikel 5 , lid 3 , door de Raad vastgesteld . Indien de Raad zulks niet doet , blijven de vrachtwaarden van de kolom " 1 . 1 . 1986 " van kracht .

( 6 ) De Lid-Staten kunnen de toepassing van de grenswaarden voor bedrijven die niet meer dan 10 kilogram cadmium per jaar lozen en waarvan het totale volume van de galvanische baden minder dan 1,5 m3 bedraagt , tot 1 januari 1989 uitstellen , als technische of administratieve omstandigheden zulks dwingend vereisen .

( 7 ) Momenteel bestaan er , economisch gezien , geen deugdelijke technische methoden waarmee het cadmium systematisch kan worden teruggewonnen uit lozingen afkomstig van de fabricage van fosforzuur en/of fosfaatmeststoffen uit fosfaaterts . Voor die lozingen zijn dus geen grenswaarden vastgesteld . Het ontbreken van deze grenswaarden ontslaat de Lid-Staten niet van de verplichting om uit hoofde van Richtlijn 76/464/EEG emissienormen voor deze lozingen vast te stellen .

2 . De grenswaarden , uitgedrukt in concentratiewaarden die in beginsel niet mogen worden overschreden , zijn in de bovenstaande tabel voor de industrieën van de rubrieken 2 , 3 , 4 , 5 en 6 aangegeven . In alle gevallen mogen de grenswaarden , uitgedrukt in maximale concentratiewaarden , niet hoger zijn dan die welke zijn uitgedrukt in maximale hoeveelheden , gedeeld door het per kilogram verwerkt cadmium benodigde water . Aangezien de cadmiumconcentratie in lozingen evenwel afhankelijk is van de betrokken hoeveelheid water , die verschilt naar gelang van het procédé en het bedrijf , dienen de grenswaarden van de bovenstaande tabel , uitgedrukt in de hoeveelheid cadmium die per hoeveelheid verwerkt cadmium wordt geloosd , in alle gevallen in acht te worden genomen .

3 . De grenswaarden van de daggemiddelden bedragen tweemaal de in bovenstaande tabel vermelde overeenkomstige grenswaarden van de maandgemiddelden .

4 . Ten einde na te gaan of de lozingen voldoen aan de emissienormen die overeenkomstig de in deze bijlage gedefinieerde grenswaarden zijn vastgesteld , dient een controleprocedure te worden ingesteld .

Deze controleprocedure moet het nemen en het analyseren van monsters en het moten van het lozingsdebiet en de hoeveelheid verwerkt cadmium omvatten .

Indien de hoeveelheid verwerkt cadmium niet kan worden bepaald , kan de controleprocedure worden gebaseerd op de hoeveelheid cadmium die , afhankelijk van de produktiecapaciteit op basis waarvan de vergunning is verleend , kan worden verwerkt .

5 . Er wordt een monster genomen dat representatief is voor de lozing gedurende een tijdvak van 24 uur . De in de loop van een maand geloosde hoeveelheid cadmium moet worden berekend op basis van de hoeveelheden cadmium die dagelijks worden geloosd .

Er kan evenwel een vereenvoudigde controleprocedure worden ingesteld voor industriële bedrijven die niet meer dan 10 kg cadmium per jaar lozen . Voor industriële galvanische bedrijven kan een vereenvoudigde controleprocedure alleen worden ingesteld indien het totale volume van de galvanische baden minder dan 1,5 m3 bedraagt .

BIJLAGE II

Kwaliteitsdoelstellingen

Voor de Lid-Staten die de in artikel 6 , lid 3 , van Richtlijn 76/464/EEG bedoelde uitzondering toepassen , worden de emissienormen die de Lid-Staten overeenkomstig artikel 5 van genoemde richtlijn moeten vaststellen en doen toepassen , zodanig vastgesteld dat de passende kwaliteitsdoelstelling(en ) van die welke hierna zijn genoemd , in acht wordt ( worden ) genomen in het gebied dat wordt beïnvloed door cadmiumlozingen . De bevoegde autoriteit wijst in elk afzonderlijk geval het beïnvloede gebied aan en kiest van de in punt 1 genoemde kwaliteitsdoelstellingen die uit welke haar geschikt lijkt ( lijken ) gezien de bestemming van het beïnvloede gebied , er daarbij rekening mee houdend dat met deze richtlijn wordt beoogd elke verontreiniging te voorkomen .

1 . Ten einde de verontreiniging in de zin van Richtlijn 76/464/EEG en overeenkomstig artikel 2 van die richtlijn te beëindigen , worden de volgende kwaliteitsdoelstellingen ( 1 ) , die voldoende dicht bij het lozingspunt worden gemeten , vastgesteld ( 2 ) :

1.1 . De totale concentratie van cadmium in de door de lozingen beïnvloede oppervlaktewateren in het binnenland mag niet meer bedragen dan 5 mg/l .

1.2 . De concentratie van cadmium in oplossing in de door de lozingen beïnvloede estuariawateren mag niet meer bedragen dan 5 mg/l .

1.3 . De concentratie van cadmium in oplossing in de territoriale zeewateren en in de andere interne kustwateren dan estuaria die door lozingen worden beïnvloed , mag niet meer bedragen dan 2,5 mg/l .

1.4 . In het geval van water dat wordt gebruikt voor de drinkwaterproduktie moet het cadmiumgehalte voldoen aan de eisen van Richtlijn 75/440/EEG ( 3 ) .

2 . Naast bovenstaande eisen moeten de cadmiumconcentraties worden bepaald door het in artikel 5 bedoelde nationale meetnet en moeten de resultaten worden vergeleken met de volgende concentraties ( 2 ) :

2.1 . In het geval van oppervlaktewateren in het binnenland , een totale cadmiumconcentratie van 1 mg/l .

2.2 . In het geval van estuariawateren , een concentratie van cadmium in oplossing van 1 mg/l .

2.3 . In het geval van territoriale zeewateren en andere interne kustwateren dan estuaria , een concentratie van cadmium in oplossing van 0,5 mg/l .

Indien op een van de punten van het nationale meetnet deze concentraties niet worden nagekomen , moeten de redenen daarvan aan de Commissie worden medegedeeld .

3 . De concentratie van cadmium in sedimenten of in schaal - , schelp - en weekdieren , zo mogelijk van de soort Mytilus edulis , mag niet significant toenemen met het verstrijken van de tijd .

4 . Wanneer op wateren in een gebied meer dan één kwaliteitsdoelstelling wordt toegepast , dient de kwaliteit van het water toereikend te zijn om aan elk van deze doelstellingen te voldoen .

( 1 ) De in de punten 1.1 , 1.2 en 1.3 aangegeven cadmiumconcentraties vormen de minimumeisen voor de bescherming van het aquatisch leven .

( 2 ) Met uitzondering van de kwaliteitsdoelstelling van punt 1.4 hebben alle concentraties betrekking op het rekenkundig gemiddelde van de in de loop van een jaar verkregen resultaten .

( 3 ) Richtlijn 75/440/EEG betreft de vereiste kwaliteit van het oppervlaktewater dat is bestemd voor de produktie van drinkwater in de Lid-Staten ( PB nr . L 194 van 25 . 7 . 1975 , blz . 26 ) . Deze richtlijn voorziet in een bindende cadmiumwaarde van 5 mg op basis van 95 % van de monsters .

BIJLAGE III

Referentiemeetmethoden

1 . De referentieanalysemethode voor het bepalen van het cadmiumgehalte in water , in sedimenten en in schaal - , schelp - en weekdieren , is de atoomabsorptiespectrometrie na een passende conservering en behandeling van het monster .

De waarnemingsdrempels ( 1 ) moeten zodanig zijn dat de cadmiumconcentratie kan worden gemeten met een nauwkeurigheid ( 1 ) van min of meer 30 % en een precisie ( 1 ) van min of meer 30 % bij de volgende concentraties :

- in het geval van lozingen , een tiende van de in de vergunning vermelde , toegestane maximumcadmiumconcentratie ;

- in het geval van oppervlaktewater , 0,1 mg/l of een tiende van de in de kwaliteitsdoelstelling vermelde cadmiumconcentratie , waarbij de hoogste waarde geldt ;

- in het geval van schaal - , schelp - en weekdieren , 0,1 mg/kg nat gewicht ;

- in het geval van sedimenten , een tiende van de concentratie van het cadmium in het monster of 0,1 mg/kg droge stof bij constant gewicht , droging tussen 105 en 110 * C , waarbij de hoogste waarde geldt .

2 . Het debiet van de lozingen moet worden bepaald met een nauwkeurigheid van min of meer 20 % .

( 1 ) De definities van deze termen komen voor in Richtlijn 79/869/EEG van de Raad van 9 oktober 1979 inzake de meetmethodes en de frequentie van de bemonstering en de analyse van het oppervlaktewater dat is bestemd voor de produktie van drinkwater in de Lid-Staten ( PB nr . L 271 van 29 . 10 . 1979 , blz . 44 ) .

BIJLAGE IV

Controleprocedure voor de kwaliteitsdoelstellingen

1 . Voor elke vergunning die krachtens deze richtlijn wordt verleend , preciseert de bevoegde autoriteit de voorschriften , de wijze van controle en de termijnen ten einde er zorg voor te dragen dat de hand wordt gehouden aan de desbetreffende kwaliteitsdoelstelling of kwaliteitsdoelstellingen .

2 . Overeenkomstig artikel 6 , lid 3 , van Richtlijn 76/464/EEG stelt de Lid-Staat voor elke gekozen en toegepaste kwaliteitsdoelstelling de Commissie in kennis van :

- de plaatsen van lozing en de middelen ter dispersie ;

- de omvang van de zone waarin de kwaliteitsdoelstelling wordt toegepast ;

- de ligging van de plaatsen waar monsters worden genomen ;

- de frequentie van monsterneming ;

- de methoden van monsterneming en meting ;

- de verkregen resultaten .

3 . De monsters moeten voldoende representatief zijn voor de kwaliteit van het aquatisch milieu van het gebied dat door de lozing wordt beïnvloed en de monsterneming moet vaak genoeg plaatsvinden om eventuele wijzigingen in de toestand van het aquatisch milieu aan te tonen , met name rekening houdend met de natuurlijke wijzigingen in de waterhuishouding .

Top