Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31981R1785

Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker

OJ L 177, 1.7.1981, p. 4–31 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)
Spanish special edition: Chapter 03 Volume 022 P. 80 - 107
Portuguese special edition: Chapter 03 Volume 022 P. 80 - 107
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 013 P. 110 - 137
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 013 P. 110 - 137

No longer in force, Date of end of validity: 24/09/1999; afgeschaft en vervangen door 399R2038

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1981/1785/oj

31981R1785

Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker

Publicatieblad Nr. L 177 van 01/07/1981 blz. 0004 - 0031
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 22 blz. 0080
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 22 blz. 0080
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 13 blz. 0110
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 13 blz. 0110


VERORDENING (EEG) Nr. 1785/81 VAN DE RAAD van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat in de basisbepalingen inzake de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker en in die inzake de sector isoglucose sinds hun aanneming een groot aantal wijzigingen is aangebracht; dat deze bepalingen opnieuw ingrijpend moeten worden gewijzigd, met name omdat de bepalingen inzake de quota in de sectoren suiker en isoglucose binnenkort hun geldigheid verliezen; dat de betrokken basisbepalingen voor deze twee sectoren gezien deze omstandigheden opnieuw moeten worden bewerkt;

Overwegende dat de werking en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor landbouwprodukten gepaard moeten gaan met de totstandkoming van een gemeenschappelijk landbouwbeleid en dat dit beleid met name een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten dient te omvatten die verschillende vormen kan aannemen naar gelang van de produkten; dat isoglucose een rechtstreeks vervangingsprodukt is voor vloeibare suiker die wordt verkregen door verwerking van suikerbieten of suikerriet; dat bijgevolg de markten voor suiker en isoglucose nauw met elkaar verbonden zijn; dat de situatie in de Gemeenschap met betrekking tot zoetstoffen door structurele overschotten wordt gekenmerkt en dat elke communautaire beslissing met betrekking tot een van deze produkten noodzakelijkerwijs gevolgen heeft voor het andere produkt; dat het bijgevolg dienstig is over een gemeenschappelijke ordening voor de markten van suiker en isoglucose te beschikken waarin naar behoren rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van beide produkties;

Overwegende dat, om aan de suikerbieten- en suikerrietproducenten van de Gemeenschap de noodzakelijke waarborgen inzake werkgelegenheid en levensstandaard te blijven verzekeren, dient te worden voorzien in passende maatregelen tot stabilisatie van de suikermarkt; dat te dien einde jaarlijks een richtprijs voor witte suiker en voor de gebieden zonder tekort een interventieprijs voor witte suiker alsmede een interventieprijs voor ruwe suiker en voor elk van de gebieden met een tekort een afgeleide interventieprijs voor witte suiker en, in voorkomend geval, voor ruwe suiker dienen te worden vastgesteld; dat het bovenvermelde doel kan worden bereikt door voor te schrijven dat de interventiebureaus aankopen tegen de interventieprijzen; dat daarnaast een vereveningsregeling voor de opslagkosten van suiker vervaardigd zowel uit grondstoffen van communautaire oorsprong, met inbegrip van melasse, als uit preferentiële suiker tot hetzelfde doel kan leiden; dat deze voor suiker toegekende prijsgaranties in feite ook saccharosestropen en isoglucose ten goede komen, daar hun prijzen afhankelijk zijn van die van suiker;

Overwegende dat het noodzakelijk is dat deze regeling zowel de fabrikanten als de producenten van het basisprodukt billijke waarborgen biedt; dat het derhalve gewenst is voor suikerbieten niet alleen een basisprijs vast te stellen, maar ook minimumprijzen voor A-suikerbieten die worden verwerkt tot A-suiker en voor B-suikerbieten die worden verwerkt tot B-suiker, welke prijzen bij de aankoop door de suikerfabrikanten in acht moeten worden genomen; dat te dien einde eveneens, ten einde een redelijk evenwicht tot stand te brengen tussen de rechten en verplichtingen van fabrikanten en landbouwproducenten, de nodige instrumenten geschapen dienen te worden en met name communautaire raamvoorschriften voor de contractuele betrekkingen tussen de kopers en verkopers van suikerbieten, alsmede passende bepalingen om dit doel te bereiken voor suikerriet;

Overwegende dat de totstandbrenging van een communautaire markt voor zowel suiker als isoglucose de instelling van een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer aan de buitengrenzen van de Gemeenschap met zich brengt; dat een regeling van het handelsverkeer die een stelsel van heffingen bij invoer en restituties bij uitvoer omvat tot stabilisatie van de markt van de Gemeenschap bijdraagt en met name voorkomt dat schommelingen van de wereldmarktprijzen voor suiker een terugslag hebben op de binnen de Gemeenschap toegepaste prijzen voor deze beide produkten; dat derhalve dient te worden voorzien in het opleggen van een heffing bij invoer uit derde landen en het toekennen van een restitutie bij uitvoer naar dezelfde derde landen, beide, met betrekking tot de sector suiker, ter overbrugging van het verschil tussen de buiten en binnen de Gemeenschap geldende prijzen wanneer de wereldmarktprijzen lager zijn dan de prijzen van de Gemeenschap en, met betrekking tot de sector isoglucose, om de verwerkende industrie van dit produkt in de Gemeenschap enige bescherming te verschaffen;

Overwegende dat, ter aanvulling van het hierboven beschreven stelsel en voor zover nodig voor de goede werking daarvan, de mogelijkheid dient te worden geschapen voorschriften vast te stellen voor de toepassing van het zogenaamde stelsel van het actieve veredelingsverkeer en deze toepassing uit te sluiten voor zover de marktsituatie zulks vereist;

Overwegende dat, ten einde de normale voorziening van de gehele Gemeenschap of van één van de gebieden van de Gemeenschap te waarborgen, een stelsel van minimumvoorraden een doeltreffende maatregel vormt; dat het ten einde tot de verwezenlijking van deze doelstelling bij te dragen eveneens dienstig is bepalingen vast te stellen om op bepaalde voorwaarden passende interventiemaatregelen te kunnen nemen;

Overwegende dat in een situatie van schaarste op de wereldmarkt waardoor de wereldmarktprijzen hoger komen te liggen dan de prijzen van de Gemeenschap of in geval van moeilijkheden bij de normale voorziening van de gehele Gemeenschap of van een van de gebieden van de Gemeenschap, dient te worden voorzien in passende bepalingen om tijdig te voorkomen dat regionale overschotten naar derde landen worden uitgevoerd en dat als gevolg van een abnormale prijsstijging in de Gemeenschap de levering aan verbruikers tegen redelijke prijzen niet meer kan worden verzekerd;

Overwegende dat de bevoegde instanties in staat moeten worden gesteld het verloop van het handelsverkeer met derde landen permanent te volgen ten einde de ontwikkeling hiervan te kunnen beoordelen en eventueel de bij deze verordening voorgeschreven maatregelen te kunnen toepassen die deze ontwikkeling vereist; dat te dien einde behoort te worden voorzien in de afgifte van in- of uitvoercertificaten waaraan het stellen van een waarborg wordt gekoppeld als garantie dat de in- of uitvoer waarvoor de certificaten zijn aangevraagd, zal plaatsvinden;

Overwegende dat het stelsel van heffingen het mogelijk maakt af te zien van iedere andere beschermende maatregel aan de buitengrenzen van de Gemeenschap; dat het stelsel van gemeenschappelijke prijzen en heffingen echter in uitzonderlijke omstandigheden tekort kan schieten; dat, ten einde de markt van de Gemeenschap in dergelijke gevallen niet zonder bescherming te laten tegen de verstoringen die hieruit dreigen voort te vloeien, nu de voorheen bestaande invoerbelemmeringen zullen zijn opgeheven, de Gemeenschap in staat dient te worden gesteld snel de vereiste maatregelen te nemen;

Overwegende dat de redenen waarom de Gemeenschap tot nu toe een produktiequotaregeling voor suiker en isoglucose heeft aangehouden nog altijd gelden; dat hierin evenwel wijzigingen moeten worden aangebracht, enerzijds om rekening te houden met de recente ontwikkeling van de produktie en anderzijds om de Gemeenschap de nodige instrumenten te verschaffen om op billijke maar doelmatige wijze te verzekeren, dat de kosten voor de afzet van de overschotten die voortvloeien uit de verhouding tussen de produktie van de Gemeenschap en haar verbruik, volledig door de producenten zelf worden gefinancierd; dat een dergelijke regeling echter van beperkte duur moet zijn en als een overgangsregeling moet worden beschouwd;

Overwegende dat voor de sector suikerbieten, gezien met name de gevolgen van algemene aard voor de werking van de gemeenschappelijke ordening van de suikermarkten, de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1360/78 van de Raad van 19 juni 1978 betreffende producentengroeperingen en unies van producentengroeperingen (4) gedurende het tijdvak waarin het stelsel van produktiequota geldt, dient te worden geschorst;

Overwegende dat voor de vaststelling van het B-quotum van elke onderneming dient te worden bepaald dat wanneer een van hen in aanmerking is gekomen voor gehele of gedeeltelijke overdracht van een basisquotum overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3330/74 rekening wordt gehouden met de overeenkomstige produktie van de onderneming waarvan de overdracht afkomstig is vóór deze transactie tijdens de verkoopseizoenen 1975/1976 tot en met 1979/1980;

Overwegende dat in het kader van het quotastelsel dient te worden voorzien in maatregelen waarmee, in voorkomend geval, tegemoet kan worden gekomen aan de behoefte tot herstructurering van de sectoren teelt van suikerbieten en suikerriet, suikerproduktie en isoglucoseproduktie zowel voor wat betreft de bestaande produktie-eenheden als de mogelijkerwijs te vormen eenheden; dat het hiertoe en gezien de complexe en voor elke Lid-Staat andersliggende aard van deze ingrepen, gegrond is de Lid-Staten, in het kader van bijzondere communautaire regels en criteria, behoudens de bevoegdheid de quota toe te kennen per suiker- of isoglucoseproducerende onderneming, ook de bevoegdheid te verlenen later de quota van de bestaande ondernemingen te wijzigen door vermindering daarvan met een totale hoeveelheid die evenwel voor het gehele tijdvak van 1 juli 1981 tot en met 30 juni 1986 niet meer mag bedragen dan 10 % van de quota die aanvankelijk volgens de desbetreffende criteria zijn vastgesteld en de onttrokken quota aan andere ondernemingen toe te kennen; dat het voorts gerechtvaardigd is de Italiaanse Republiek en de Franse Republiek, voor wat haar overzeese departementen betreft, gezien hun bijzondere situatie in de sector van de suikerbietenteelt enerzijds en in de sector van suikerrietteelt anderzijds, te machtigen de quota van de in deze gebieden gevestigde ondernemingen zonder begrenzingen te wijzigen, wanneer de overdrachten van quota in deze gebieden plaatsvinden op de grondslag van herstructureringsplannen;

Overwegende dat aangezien de aan de ondernemingen toegewezen produktiequota een middel vormen om de producenten de communautaire prijzen en de afzet van hun produkten te waarborgen, bij de overdrachten van quota het belang van alle betrokken partijen en met name dat van de producenten van suikerbieten en rietsuiker in aanmerking moet worden genomen;

Overwegende dat voorts om de afzetmogelijkheden voor suiker en isoglucose op de interne markt van de Gemeenschap te kunnen verruimen, de mogelijkheid dient te worden geschapen onder nader vast te stellen voorwaarden alle suiker of isoglucose die bestemd is voor vervaardiging in de Gemeenschap van niet-voedingsprodukten buiten de produktie in de zin van de quotaregeling te plaatsen;

Overwegende dat in Protocol nr. 7 inzake ACS-suiker waarin de tekst is opgenomen van Protocol nr. 3 betreffende ACS-suiker gehecht aan de op 28 februari 1975 ondertekende ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé en de aan deze Overeenkomst gehechte desbetreffende verklaringen, wordt voorzien in een preferentiële invoerregeling voor rietsuiker in de Gemeenschap; dat voornoemde regeling bij Besluit 80/1186/EEG (5) is uitgebreid tot invoer van rietsuiker die van oorsprong is uit de landen en gebieden overzee; dat de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek India betreffende rietsuiker (6) voorziet in een soortgelijke regeling voor bepaalde hoeveelheden rietsuiker van oorsprong uit dat land;

Overwegende dat krachtens de artikelen 1 van genoemd Protocol, van voornoemd besluit en van de Overeenkomst met India deze preferentiële invoerregelingen moeten worden beheerd in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker;

Overwegende dat het preferentiële karakter van deze regelingen meebrengt dat de heffingen bij invoer waarin de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker voorziet, niet mogen gelden voor invoer onder deze regelingen;

Overwegende dat middelen in het leven moeten worden geroepen om te waarborgen dat de op grond van genoemde preferentiële regelingen ingevoerde ruwe rietsuiker onder zo billijk mogelijke concurrentievoorwaarden geraffineerd wordt;

Overwegende dat bij de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker gelijkelijk en op passende wijze rekening moet worden gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag gestelde doeleinden;

Overwegende dat, om de uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken, dient te worden voorzien in een procedure waarbij in het kader van een Comité van beheer voor suiker een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand wordt gebracht;

Overwegende dat de totstandbrenging van een gemeenschappelijke markt voor de sector suiker door de toepassing van bepaalde steunmaatregelen in gevaar zou worden gebracht; dat het derhalve dienstig is dat de bepalingen van het Verdrag, die het mogelijk maken de door de Lid-Staten verleende steun te beoordelen en die steunmaatregelen welke onverenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt te verbieden, van toepassing worden verklaard op de sector suiker; dat evenwel de produktie van suikerbieten en suiker in Italië evenals die van suikerriet en suiker in de Franse overzeese departementen nog op moeilijkheden stuiten, met name voor wat betreft de toepassing van moderne produktiemethoden of om redenen van structurele aard; dat deze teelten en de hiermee verband houdende verwerkende industrie voor deze gebieden belangrijke, en voor de economie van de Franse overzeese departementen zelfs essentiële factoren zijn; dat derhalve de betrokken Lid-Staten moet worden toegestaan om onder bepaalde voorwaarden nationale steun aan de bedoelde sectoren toe te kennen en voor bepaalde gebieden in Italië in het kader van een degressieve regeling; dat rekening dient te worden gehouden met de in Italië bestaande situatie inzake de rentevoet;

Overwegende dat de overgang naar de bij de onderhavige verordening ingestelde regeling onder de meest gunstige omstandigheden dient te verlopen; dat daartoe bepaalde overgangsmaatregelen noodzakelijk kunnen zijn en dat dezelfde noodzaak zich bij iedere overgang van het ene verkoopseizoen naar het andere of tijdens hetzelfde verkoopseizoen kan doen gevoelen; dat derhalve dient te worden voorzien in de mogelijkheid om passende maatregelen te nemen;

Overwegende dat toetreding van de Gemeenschap tot de Internationale Suikerovereenkomst zou kunnen nopen tot het vaststellen van bijzondere maatregelen om de Gemeenschap in staat te stellen de in het kader van deze toetreding aangegane verplichtingen na te komen; dat dientengevolge in het kader van deze verordening de mogelijkheid moet worden geschapen om de vereiste maatregelen te nemen;

Overwegende dat de uitgaven die de Lid-Staten verrichten op grond van de verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van deze verordening, overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3509/80 (8), voor rekening komen van de Gemeenschap;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 3330/74 van de Raad van 19 december 1974 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3455/80 (10), Verordening (EEG) nr. 1111/77 van de Raad van 17 mei 1977 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen voor isoglucose (11), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 387/81 (12), alsmede sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3331/74 van de Raad van 19 december 1974 betreffende de toekenning en de wijziging van basisquota in de sector suiker (13), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1292/79 (14), dienen te worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De bij deze verordening ingestelde gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker geldt ten aanzien van de volgende produkten:

"" ID="1">a) 17.01> ID="2">Beetwortelsuiker en rietsuiker, in vaste vorm"> ID="1">b) 12.04> ID="2">Suikerbieten, ook indien gesneden, vers, gedroogd of in poeder; suikerriet"> ID="1">c) 17.03> ID="2">Melasse"> ID="1">d) 17.02 C> ID="2">Ahornsuiker en ahornsuikerstroop"> ID="1">17.02 D II> ID="2">Andere suikers en stropen (met uitzondering van lactose, glucose, maltodextrine en isoglocose)"> ID="1">17.02 E> ID="2">Kunsthonig, ook indien met natuurhonig vermengd"> ID="1">17.02 F I> ID="2">Karamel, bevattende in droge toestand, 50 of meer gewichtspercenten saccharose"> ID="1">21.07 F IV> ID="2">Suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen (met uitzondering van stroop van lactose, glucose, maltodextrine en isoglucose)"> ID="1">e) 23.03 B I> ID="2">Bietenpulp, uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie"> ID="1">f) 17.02 D I> ID="2">Isoglucose"> ID="1">g) 21.07 F III> ID="2">Isoglucosestroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen">

2. In deze verordening wordt verstaan onder:

a) witte suiker: suiker, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, welke in droge toestand 99,5 of meer gewichtspercenten saccharose bevat, bepaald met behulp van de polarimeter;

b) ruwe suiker: suiker, niet gearomatiseerd en zonder toegevoegde kleurstoffen, welke in droge toestand minder dan 99,5 gewichtspercenten saccharose bevat, bepaald met behulp van de polarimeter;

c) isoglucose: het uit glucose of glucosepolymeren verkregen produkt, dat ten minste 10 gewichtspercenten fructose bevat, berekend op de droge stof.

TITEL I

PRIJSREGELING

Artikel 2

1. Het verkoopseizoen begint op 1 juli en eindigt op 30 juni van het daaropvolgende jaar voor alle in artikel 1 bedoelde produkten.

2. Jaarlijks wordt voor witte suiker een richtprijs vastgesteld. Deze prijs geldt voor witte suiker van de standaardkwaliteit, waarop de interventieprijs van toepassing is, onverpakt, af-fabriek, geladen op of in een vervoermiddel naar keuze van de koper.

3. De richtprijs voor witte suiker wordt jaarlijks tegelijk met de interventieprijs voor witte suiker vastgesteld volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag.

Artikel 3

1. Voor witte suiker worden jaarlijks vastgesteld:

a) een interventieprijs voor de gebieden zonder tekort;

b) een afgeleide interventieprijs voor ieder gebied met een tekort.

2. Voor ruwe suiker wordt jaarlijks een interventieprijs bepaald. Deze prijs wordt vastgesteld uitgaande van de interventieprijs voor witte suiker, rekening houdend met forfaitaire bedragen voor de verwerkingsmarge en voor het rendement.

Wanneer de noodzaak zich voordoet in een gebied met een tekort geproduceerde ruwe suiker in de handel te brengen, kan voor deze suiker een afwijkende interventieprijs worden vastgesteld.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde interventieprijzen gelden voor het produkt onverpakt, af-fabriek, geladen op of in een vervoermiddel naar keuze van de koper.

Zij zijn van toepassing voor witte suiker en voor ruwe suiker van een bepaalde standaardkwaliteit.

4. De interventieprijs voor witte suiker wordt vóór 1 augustus vastgesteld voor het verkoopseizoen dat op 1 juli van het daaropvolgende jaar begint, volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag.

Volgens dezelfde procedure wordt door de Raad de standaardkwaliteit vastgesteld waarvoor deze prijs geldt.

5. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen ieder jaar tegelijk met de interventieprijs voor witte suiker de interventieprijs voor ruwe suiker en de afgeleide interventieprijzen vast.

Volgens dezelfde procedure bepaalt de Raad de standaardkwaliteit waarvoor de interventieprijs voor ruwe suiker geldt.

Artikel 4

1. Jaarlijks wordt voor suikerbieten een basisprijs vastgesteld. Deze prijs geldt voor een bepaald leveringsstadium en een bepaalde standaardkwaliteit.

2. De in lid 1 genoemde basisprijs voor suikerbieten wordt bepaald met inachtneming van de interventieprijs voor witte suiker en van forfaitaire bedragen voor:

- de verwerkingsmarge,

- het rendement,

- de ontvangsten van de ondernemingen uit de verkoop van melasse,

- eventueel, de kosten van levering van de suikerbieten aan de ondernemingen.

De basisprijs voor suikerbieten wordt tegelijk met de interventieprijs voor witte suiker volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag vastgesteld.

Volgens dezelfde procedure wordt door de Raad het leveringsstadium en de standaardkwaliteit voor de suikerbieten vastgesteld.

Artikel 5

1. Jaarlijks wordt tegelijk met de interventieprijs voor witte suiker een minimumprijs voor A-suikerbieten en een minimumprijs voor B-suikerbieten vastgesteld.

Deze prijzen gelden voor het leveringsstadium en de standaardkwaliteit die voor de basisprijs van suikerbieten zijn vastgesteld.

2. De minimumprijs voor A-suikerbieten komt overeen met 98 % van de basisprijs voor suikerbieten.

Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 28 komt de minimumprijs voor B-suikerbieten overeen met 68 % van de basisprijs voor suikerbieten.

3. Voor de gebieden waarvoor een afgeleide interventieprijs voor witte suiker is vastgesteld, worden de minimumprijzen voor A-suikerbieten en B-suikerbieten verhoogd met een bedrag gelijk aan het verschil tussen de afgeleide interventieprijs voor het betrokken gebied en de interventieprijs; op dit bedrag wordt de coëfficiënt 1,30 toegepast.

4. In de zin van deze verordening verstaat men onder A-suikerbieten en onder B-suikerbieten alle suikerbieten die worden verwerkt tot respectievelijk A-suiker of B-suiker, zoals omschreven in artikel 24.

5. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de minimumprijzen voor suikerbieten vast.

Artikel 6

1. Onverminderd artikel 32 en de uit hoofde van artikel 27 vastgestelde bepalingen zijn de suikerfabrikanten verplicht bij de aankoop van suikerbieten die:

a) geschikt zijn om tot suiker te worden verwerkt en

b) bestemd zijn om tot suiker te worden verwerkt,

ten minste een minimumprijs te betalen welke is aangepast aan de hand van toeslagen of kortingen voor de kwaliteitsverschillen ten opzichte van de standaardkwaliteit.

2. De in lid 1 bedoelde minimumprijs komt overeen:

a) in de gebieden zonder tekort:

- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot A-suiker, met de minimumprijs voor A-suikerbieten;

- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot B-suiker, met de minimumprijs voor B-suikerbieten;

b) in de gebieden met een tekort:

- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot A-suiker, met de minimumprijs voor A-suikerbieten verhoogd overeenkomstig artikel 5, lid 3;

- voor suikerbieten die zullen worden verwerkt tot B-suiker, met de minimumprijs voor B-suikerbieten verhoogd overeenkomstig artikel 5, lid 3.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, alsmede de toeslagen en kortingen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 7

1. De overeenkomsten van het betrokken bedrijfsleven evenals de contracten tussen verkopers en kopers van suikerbieten moeten voldoen aan kadervoorschriften, met name wat de voorwaarden voor aankoop, levering, ontvangst en betaling van suikerbieten betreft.

2. De voorwaarden voor de aankoop van suikerriet worden geregeld in overeenkomsten van het betrokken bedrijfsleven tussen suikerrietproducenten in de Gemeenschap en suikerfabrikanten in de Gemeenschap.

3. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast voor de toepassing van dit artikel en met name de in lid 1 bedoelde kadervoorschriften.

4. Zo nodig worden de uitvoeringsbepalingen van de leden 1 en 2 vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

5. Bij gebreke van overeenkomsten van het betrokken bedrijfsleven kan de desbetreffende Lid-Staat in het kader van deze verordening de nodige maatregelen treffen om de belangen van de betrokken partijen veilig te stellen.

Deze Lid-Staat brengt de Commissie onverwijld op de hoogte van de uit hoofde van de eerste alinea getroffen maatregelen.

6. Verordening (EEG) nr. 1360/78 is tijdens de in artikel 23, lid 1, bedoelde periode niet van toepassing op suikerbieten.

Artikel 8

1. Onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden wordt een vereveningsstelsel van de opslagkosten ingesteld dat een forfaitaire vergoeding en financiering daarvan door middel van een bijdrage behelst.

2. De opslagkosten van:

- witte suiker

- ruwe suiker

- stropen die een tussenstadium in de produktie van vaste suiker vormen

- stropen verkregen door oplossing van vaste suiker,

vervaardigd uit in de Gemeenschap geoogste suikerbieten of suikerriet, worden door de Lid-Staten forfaitair terugbetaald.

De opslagkosten worden ook door de Lid-Staten forfaitair terugbetaald voor preferentiële suiker:

- ingevoerd in de vorm van ruwe suiker

- ingevoerd in de vorm van witte suiker

en voor

- witte suiker die in de Gemeenschap is verkregen door raffinage van ruwe preferentiële suiker

- stropen die in de Gemeenschap zijn verkregen na oplossing van preferentiële suiker

- stropen die in de Gemeenschap rechtstreeks zijn verkregen uit ruwe preferentiële suiker.

De Lid-Staten heffen naar gelang van het geval een bijdrage:

a) van iedere fabrikant, naar gelang van het geval:

- per gewichtseenheid geproduceerde suiker

- per gewichtseenheid stropen bedoeld in de eerste alinea, die een tussenstadium in de produktie van vaste suiker vormen en als zodanig worden afgezet;

b) van iedere importeur van preferentiële suiker, per gewichtseenheid ingevoerde en als zodanig afgezette suiker;

c) van iedere raffinadeur van preferentiële suiker, per gewichtseenheid geraffineerde suiker; de vervaardiging van stropen rechtstreeks verkregen uit ruwe preferentiële suiker wordt voor de bijdrageheffing als raffinage beschouwd.

Het bedrag van de terugbetaling is voor de gehele Gemeenschap gelijk. Deze regel geldt ook voor de bijdrage die in elk van de gevallen als bedoeld sub a) enerzijds en sub b) en c) anderzijds van toepassing is.

3. Lid 2 is niet van toepassing op suiker, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, van post 17.01, noch op suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, van post 21.07 F IV van het gemeenschappelijk douanetarief.

4. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast:

a) de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel;

b) gelijktijdig met de afgeleide interventieprijzen, het bedrag van de terugbetaling.

5. Het bedrag van de bijdrage wordt jaarlijks vastgesteld volgens de procedure van artikel 41. De overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.

Artikel 9

1. Gedurende het hele verkoopseizoen voor suiker zijn de door de suikerproducerende Lid-Staten aangewezen interventiebureaus, onder overeenkomstig de leden 5 en 6 te bepalen voorwaarden, verplicht de hun aangeboden witte en ruwe suiker die vervaardigd is uit in de Gemeenschap geoogste suikerbieten of suikerriet te kopen, voor zover er tussen de aanbieder en het interventiebureau voor de betrokken suiker vooraf een opslagcontract is afgesloten.

De interventiebureaus verrichten hun aankopen naar gelang van het geval tegen de interventieprijs of de afgeleide interventieprijs die geldt voor het gebied waar de suiker zich op het ogenblik van de aankoop bevindt. Indien de kwaliteit van de suiker verschilt van de standaardkwaliteit waarvoor de interventieprijs is vastgesteld, wordt deze met behulp van toeslagen of kortingen aangepast.

2. Er kan worden besloten premies te verlenen voor suiker die zich in een van de in artikel 9, lid 2, van het Verdrag bedoelde situaties bevindt en die ongeschikt is gemaakt voor menselijke consumptie.

3. Er kan worden besloten restituties bij de produktie te verlenen voor de in artikel 1, lid 1, sub a) en f), genoemde produkten, en de in artikel 1, lid 1, sub d), genoemde stropen die zich in een van de in artikel 9, lid 2, van het Verdrag bedoelde situaties bevinden, indien deze produkten worden gebruikt bij de vervaardiging van bepaalde produkten van de chemische industrie.

4. Er worden passende maatregelen genomen om de afzet van in de Franse overzeese departementen voortgebrachte suiker in de Europese gebieden van de Gemeenschap mogelijk te maken.

5. Op voorstel van de Commissie bepaalt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften voor de toepassing van de voorgaande leden alsmede de in lid 3 bedoelde produkten van de chemische industrie.

6. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden volgens de procedure van artikel 41 vastgesteld en met name:

- de bij interventie geldende minimumkwaliteit en minimumhoeveelheid,

- de bij interventie geldende toeslagen en kortingen,

- de procedures en voorwaarden voor de overneming door de interventiebureaus,

- de voorwaarden voor toekenning van de premies en het bedrag ervan,

- de voorwaarden voor toekenning van de restituties bij de produktie en het bedrag ervan.

Artikel 10

1. Om ertoe bij te dragen dat de voorziening van alle gebieden of van een gebied van de Gemeenschap veilig wordt gesteld, stelt de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de voorwaarden vast waaronder bijzondere interventiemaatregelen kunnen worden genomen wanneer artikel 18 wordt toegepast.

Deze maatregelen mogen echter niet tot gevolg hebben dat de suikerfabrikanten van de Gemeenschap verplicht worden suiker aan de interventiebureaus te verkopen.

2. Over de aard en de toepassing van dergelijke interventiemaatregelen wordt besloten volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 11

1. De interventiebureaus mogen suiker slechts verkopen tegen een prijs die hoger is dan de interventieprijs.

Er kan evenwel worden besloten dat de interventiebureaus suiker verkopen tegen een prijs die gelijk is aan of lager is dan de interventieprijs, wanneer de suiker bestemd is:

- voor voederdoeleinden,

of

- om als zodanig of na verwerking tot in bijlage II van het Verdrag genoemde produkten of tot in bijlage I van deze verordening opgenomen goederen te worden uitgevoerd.

2. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast voor de verkoop van de produkten waarop interventiemaatregelen zijn toegepast.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 12

1. Ten einde de normale voorziening van alle gebieden of van een gebied van de Gemeenschap veilig te stellen, wordt een permanente verplichting tot het aanhouden, op het Europese grondgebied van de Gemeenschap, van een minimumvoorraad ingesteld:

a) voor in de Gemeenschap geproduceerde bietsuiker;

b) voor in de Franse overzeese departementen geproduceerde rietsuiker en voor de in artikel 33 bedoelde preferentiële suiker.

De minimumvoorraad voor de in de eerste alinea, sub a), genoemde suiker is op een bepaalde datum gelijk aan een percentage van het A-quotum van elke suikeronderneming of aan hetzelfde percentage van haar A-suikerproduktie wanneer deze lager is dan haar A-quotum.

Dit percentage kan worden verlaagd.

De minimumvoorraad voor de in de eerste alinea, sub b), genoemde suiker is gelijk aan een percentage van de betrokken hoeveelheid suiker die een onderneming tijdens een bepaalde periode heeft geraffineerd.

2. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast en met name de datum en het percentage, bedoeld in lid 1, tweede alinea, alsmede het percentage en de periode, bedoeld in lid 1, vierde alinea.

Volgens dezelfde procedure kan voor het in artikel 1, lid 1, sub f), genoemde produkt een gelijkwaardige verplichting als de verplichting om een minimumvoorraad aan te houden worden ingesteld.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name de in lid 1, derde alinea, bedoelde verlaging van het percentage worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

TITEL II

REGELING VAN HET HANDELSVERKEER MET DERDE LANDEN

Artikel 13

1. Voor alle invoer in of uitvoer uit de Gemeenschap van de in artikel 1, lid 1, sub a), b), c), d), f) en g), genoemde produkten moet een invoer- of een uitvoercertificaat worden overgelegd, dat door de Lid-Staten wordt afgegeven aan elke belanghebbende die daartoe het verzoek doet, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Wanneer de heffing of de restitutie vooraf wordt vastgesteld, wordt de voorafgaande vaststelling opgenomen in het certificaat dat tot bewijs van deze voorafgaande vaststelling dient.

Het certificaat is geldig in de gehele Gemeenschap.

De afgifte van het certificaat is afhankelijk van het stellen van een waarborg, als garantie dat tijdens de geldigheidsduur van het certificaat aan de verplichting tot invoer of uitvoer zal worden voldaan; deze waarborg wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de invoer of de uitvoer niet of slechts ten dele binnen deze termijn plaatsvindt.

2. De in dit artikel neergelegde regeling kan volgens de procedure van artikel 41 worden uitgebreid tot de produkten genoemd in artikel 1, lid 1, sub e). Volgens dezelfde procedure worden vastgesteld de geldigheidsduur van de certificaten en de overige uitvoeringsbepalingen van dit artikel, waarin in het bijzonder een termijn voor de afgifte van de certificaten kan worden bepaald.

Artikel 14

1. Jaarlijks wordt voor de Gemeenschap een drempelprijs vastgesteld voor elk van de volgende produkten: witte suiker, ruwe suiker en melasse.

2. De drempelprijs voor witte suiker is gelijk aan de richtprijs, vermeerderd met de forfaitair berekende vervoerkosten van het gebied in de Gemeenschap met het grootste overschot naar het verst verwijderde consumptiegebied met een tekort binnen de Gemeenschap, alsmede met een forfaitair bedrag in verband met de in artikel 8 bedoelde bijdrage voor het betrokken verkoopseizoen. Deze prijs geldt voor dezelfde standaardkwaliteit als die welke is vastgesteld voor de interventieprijs voor witte suiker.

3. De drempelprijs voor ruwe suiker wordt afgeleid van de drempelprijs voor witte suiker, rekening houdend met forfaitaire bedragen voor verwerking en rendement. Deze drempelprijs geldt voor dezelfde standaardkwaliteit als die welke is vastgesteld voor de interventieprijs voor ruwe suiker.

4. De drempelprijs voor melasse wordt zodanig vastgesteld dat de opbrengst van de melasseverkoop het nievau van de ontvangsten van de ondernemingen kan bereiken waarmede uit hoofde van artikel 4 bij de vaststelling van de basisprijs voor suikerbieten rekening wordt gehouden. Deze drempelprijs geldt voor een standaardkwaliteit.

5. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen elk jaar, tegelijk met de interventieprijs voor witte suiker, de drempelprijs voor de in lid 1 bedoelde produkten vast.

6. De standaardkwaliteit van melasse wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 15

1. Voor elk van de volgende produkten wordt een cifprijs berekend voor een plaats van grensoverschrijding van de Gemeenschap: witte suiker, ruwe suiker en melasse. Bij deze berekening wordt uitgegaan van de gunstigste aankoopmogelijkheden op de wereldmarkt, welke voor elk produkt worden vastgesteld op grond van de noteringen of prijzen op die markt, aangepast aan de hand van de eventuele kwaliteitsverschillen ten opzichte van de standaardkwaliteit waarvoor de drempelprijs wordt toegepast.

2. Indien de vrije prijsnoteringen op de wereldmarkt niet bepalend zijn voor de aanbiedingsprijs en indien deze prijs lager is dan de internationale prijsnoteringen, wordt de cif-prijs, uitsluitend voor de betrokken invoer, vervangen door een speciale cif-prijs, die berekend wordt aan de hand van de aanbiedingsprijs.

3. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de plaats van grensoverschrijding vast.

4. De wijze van berekening van de cif-prijzen wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 41. De in lid 1 bedoelde aanpassingen worden volgens dezelfde procedure vastgesteld.

Artikel 16

1. Bij de invoer van de in artikel 1, lid 1, sub a), b), c), d), f) en g), genoemde produkten wordt een heffing toegepast.

2. De heffing op witte suiker, ruwe suiker en melasse is gelijk aan de drempelprijs, verminderd met de cif-prijs. Voor gearomatiseerde suiker of suiker met toegevoegde kleurstoffen, verkregen uit witte suiker of ruwe suiker, is de voor witte suiker geldende heffing van toepassing.

3. De heffing op ruwe suiker wordt in voorkomend geval aangepast aan de hand van het rendement. Bij de invoer van niet voor raffinage bestemde ruwe suiker wordt de heffing toegepast die geldt voor witte suiker, indien deze hoger is dan de heffing op ruwe suiker. Indien de heffing op witte suiker hoger is dan de heffing op ruwe suiker, wordt de voor raffinage bestemde ruwe suiker onderworpen aan een douanecontrole of aan een administratieve controle die gelijkwaardige waarborgen biedt.

4. De heffing op de in artikel 1, lid 1, sub b), genoemde produkten wordt forfaitair berekend op basis van het gehalte aan saccharose van elk van deze produkten en op basis van de heffing op witte suiker.

Voor andere gebruiksdoeleinden dan de vervaardiging van suiker kan in speciale gevallen volgens de procedure van artikel 41 tijdelijk gedeeltelijke vrijstelling van de heffing bij invoer worden verleend.

5. De heffing op de in artikel 1, lid 1, sub d), genoemde produkten wordt in voorkomend geval forfaitair berekend op basis van het gehalte aan saccharose of aan andere suiker, omgerekend in saccharose, van het betrokken produkt en op basis van de heffing op witte suiker.

De heffing op ahornsuiker en ahornsuikerstroop van post 17.02 van het gemeenschappelijk douanetarief wordt evenwel beperkt tot het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van het in het kader van de GATT geconsolideerde douanerecht.

6. De heffing op de in artikel 1, lid 1, sub f) en g), bedoelde produkten bestaat uit een variabel en een vast element. Het variabele element is per 100 kilogram droge stof gelijk aan honderdmaal het basisbedrag van de invoerheffing, dat is vastgesteld overeenkomstig lid 5, en geldt vanaf de eerste van iedere maand.

Het vaste element is per 100 kilogram droge stof gelijk aan een tiende van het bedrag van het vaste element dat wordt berekend overeenkomstig artikel 14, lid 1, punt B, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (15), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1784/81 (16), voor de vaststelling van de heffing bij invoer van produkten van post 17.02 B II van het gemeenschappelijk douanetarief.

7. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name de marge waarbinnen de veranderingen van de berekeningselementen van de heffing geen wijziging van de heffing medebrengen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

8. De Commissie stelt de in dit artikel bedoelde heffingen vast.

Artikel 17

1. De toe te passen heffing is die welke op de dag van invoer geldt.

2. Er kan evenwel worden besloten de heffing op de invoer van de in artikel 1, lid 1, sub a) en c), genoemde produkten vooraf vast te stellen.

In dat geval wordt op verzoek van de belanghebbende de op de dag van indiening van de aanvraag van een certificaat geldende heffing, aangepast aan de hand van de drempelprijs die op de dag van invoer zal gelden, toegepast op invoer welke tijdens de geldigheidsduur van het certificaat plaatsvindt. Een premie, die aan de heffing wordt toegevoegd, kan gelijktijdig met de heffing worden vastgesteld.

3. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast, met name de voorwaarden waaronder de voorafgaande vaststelling van toepassing is, alsmede de voorschriften voor de vaststelling van de premies.

4. Wanneer de in lid 3 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, wordt volgens de procedure van artikel 41 besloten tot toepassing van de in lid 2 bedoelde regeling. Wanneer deze voorwaarden niet meer zijn vervuld, wordt de maatregel volgens dezelfde procedure ingetrokken.

Volgens dezelfde procedure kan worden besloten de in lid 2 bedoelde regeling geheel of gedeeltelijk toe te passen op één of meer van de in artikel 1, lid 1, sub d), f) en g), genoemde produkten.

5. De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de voorafgaande vaststelling van de heffing worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

6. De premies worden door de Commissie vastgesteld.

7. Wanneer het onderzoek van de marktsituatie aanleiding geeft tot het constateren van moeilijkheden ten gevolge van de toepassing van de bepalingen inzake de voorafgaande vaststelling van de heffing of wanneer het gevaar bestaat dat dergelijke moeilijkheden zich voordoen, kan volgens de procedure van artikel 41 worden besloten de toepassing van deze bepalingen voor de strikt noodzakelijke duur te schorsen.

In uiterst dringende gevallen kan de Commissie, na een onderzoek van de situatie aan de hand van alle informaties waarover zij beschikt, beslissen de voorafgaande vaststelling, gedurende ten hoogste drie werkdagen te schorsen. Aanvragen om certificaten, vergezeld van verzoeken om voorafgaande vaststelling, die tijdens de schorsingsperiode worden ingediend, zijn niet ontvankelijk.

Artikel 18

1. Wanneer de wereldmarktprijs voor suiker de interventieprijs overschrijdt, kan tot de toepassing van een heffing bij uitvoer van de betrokken suiker worden besloten. De toepassing van de heffing is verplicht wanneer de cif-prijs voor witte suiker of voor ruwe suiker de respectievelijke drempelprijs overschrijdt.

Behoudens door de Raad volgens de procedure van lid 3 vastgestelde andersluidende bepalingen, is de toe te passen heffing die welke op de dag van uitvoer geldt.

2. Wanneer de cif-prijs voor witte suiker of ruwe suiker hoger is dan de drempelprijs, kan worden besloten tot toekenning van een subsidie bij de invoer van het betrokken produkt.

3. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast voor de toepassing van de leden 1 en 2.

4. Voor de in artikel 1, lid 1, sub b), c), d), f) en g), genoemde produkten kunnen volgens de procedure van artikel 41 bepalingen worden vastgesteld welke met die van de leden 1 en 2 alsmede met de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften overeenkomen.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

6. De Commissie stelt de uit de toepassing van dit artikel voortvloeiende heffingen vast.

Artikel 19

1. Voor zover dit nodig is om de in artikel 1, lid 1, sub a), c) en d), genoemde produkten als zodanig of in de vorm van in bijlage I opgenomen goederen te kunnen uitvoeren op basis van de noteringen of de prijzen op de wereldmarkt voor de in artikel 1, lid 1, sub a) en c), genoemde produkten, kan het verschil tussen deze noteringen of prijzen en de prijzen in de Gemeenschap worden overbrugd door een restitutie bij uitvoer.

De restitutie voor ruwe suiker mag niet hoger zijn dan die voor witte suiker.

2. Er kan een restitutie worden vastgesteld bij uitvoer van de in artikel 1, lid 1, sub f) en g), bedoelde produkten als zodanig of in de vorm van in bijlage I opgenomen goederen

De hoogte van de restitutie wordt vastgesteld voor 100 kg droge stof, waarbij rekening wordt gehouden met:

a) de restitutie die wordt toegepast bij uitvoer van de onder post 17.02 B II a) van het gemeenschappelijk douanetarief vallende produkten;

b) de restitutie die bij uitvoer van de in artikel 1, lid 1, sub d), genoemde produkten wordt toegepast;

c) de economische aspecten van de betrokken uitvoer.

3. Bij de vaststelling van de restitutie wordt in het bijzonder rekening gehouden met de noodzaak een evenwicht tot stand te brengen tussen het gebruik van de basisprodukten uit de Gemeenschap met het oog op de uitvoer van verwerkte goederen naar derde landen en het gebruik van de tot het veredelingsverkeer toegelaten produkten van deze landen.

De restitutie is gelijk voor de gehele Gemeenschap. Zij kan variëren naar gelang van de bestemming.

De vastgestelde restitutie wordt toegekend op verzoek van de belanghebbende.

De toe te passen restitutie is die welke op de dag van uitvoer geldt.

Tot voorafgaande vaststelling van de restitutie kan worden besloten volgens de procedure van artikel 41.

4. De restituties worden

a) periodiek

of

b) door middel van een openbare inschrijving

vastgesteld volgens de procedure van artikel 41. Zo nodig kan de Commissie op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief de periodiek vastgestelde restituties tussentijds wijzigen. 5. Wanneer het onderzoek van de marktsituatie aanleiding geeft tot het constateren van moeilijkheden ten gevolge van de toepassing van de bepalingen inzake de voorafgaande vaststelling van de restitutie, of wanneer het gevaar bestaat dat dergelijke moeilijkheden zich kunnen voordoen, kan volgens de procedure van artikel 41 worden besloten de toepassing van deze bepalingen voor de strikt noodzakelijke duur te schorsen.

In uiterst dringende gevallen kan de Commissie, na een onderzoek van de situatie aan de hand van alle informaties waarover zij beschikt, beslissen de voorafgaande vaststelling voor de betrokken produkten gedurende ten hoogste drie werkdagen te schorsen. Aanvragen van certificaten, vergezeld van verzoeken om voorafgaande vaststelling, die tijdens de schorsingsperiode worden ingediend, zijn niet ontvankelijk.

6. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast voor de toepassing van dit artikel.

7. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 20

Voor zover voor de goede werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector suiker, kan de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de toepassing van de regeling van het actieve veredelingsverkeer geheel of gedeeltelijk uitsluiten:

- voor de in artikel 1, lid 1, sub a) en d), genoemde produkten

- en, in bijzondere gevallen, voor de in artikel 1, lid 1, genoemde produkten die bestemd zijn voor de vervaardiging van in bijlage I genoemde goederen.

Artikel 21

1. De algemene bepalingen voor de interpretatie van het gemeenschappelijk douanetarief en de bijzondere bepalingen voor de toepassing daarvan gelden voor de indeling van de produkten die onder deze verordening vallen; de uit de toepassing van deze verordening voortvloeiende tariefnomenclatuur wordt opgenomen in het gemeenschappelijk douanetarief.

2. Behoudens andersluidende bepalingen van deze verordening of afwijkingen waartoe de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, zijn verboden:

- de toepassing van enig douanerecht op de in artikel 1, lid 1, sub a) tot en met d), f) en g), genoemde produkten,

- de toepassing van enige heffing van gelijke werking als een douanerecht,

- de toepassing van enige kwantitatieve beperking of maatregel van gelijke werking.

Als maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking wordt onder meer beschouwd de beperking van de toekenning van invoer- of uitvoercertificaten tot een bepaalde groep rechthebbenden.

Artikel 22

1. Indien in de Gemeenschap de markt voor een of meer van de in artikel 1, lid 1, genoemde produkten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan die de doeleinden van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen, kunnen in het handelsverkeer met derde landen passende maatregelen worden toegepast totdat deze verstoringen opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is.

De Raad stelt op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de uitvoeringsbepalingen van dit lid vast en bepaalt in welke gevallen en binnen welke grenzen de Lid-Staten conservatoire maatregelen kunnen treffen.

2. Indien de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet, beslist de Commissie op verzoek van een Lid-Staat of op eigen initiatief over de noodzakelijke maatregelen, die aan de Lid-Staten worden medegedeeld en die onmiddellijk van toepassing zijn.

Indien bij de Commissie een dergelijk verzoek van een Lid-Staat wordt ingediend, beslist zij hierover binnen vierentwintig uur na ontvangst van het verzoek.

3. Iedere Lid-Staat kan de maatregel van de Commissie, binnen drie werkdagen volgende op de dag van de mededeling daarvan, aan de Raad voorleggen. De Raad komt onverwijld bijeen. Hij kan de betrokken maatregel met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wijzigen of vernietigen.

TITEL III

QUOTAREGELING

Artikel 23

1. De artikelen 24 tot en met 32 gelden voor de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1985/1986.

2. De Raad stelt vóór 1 november 1985 volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag, de regeling vast die met ingang van 1 juli 1986 van toepassing is.

Artikel 24

1. De Lid-Staten kennen, onder de voorwaarden van deze titel, een A-quotum en een B-quotum toe aan iedere op hun gebied gevestigde suiker- of isoglucoseproducerende onderneming die of wel gedurende het tijdvak van 1 juli 1980 tot en met 30 juni 1981 een basisquotum heeft gekregen als bepaald bij Verordening (EEG) nr. 3330/70, respectievelijk Verordening (EEG) nr. 1111/77, of wel, voor wat betreft Griekenland, gedurende deze periode suiker of isoglucose heeft geproduceerd.

In deze verordening wordt verstaan onder:

a) A-suiker, of A-isoglucose, elke hoeveelheid suiker of isoglucose die voor rekening van een bepaald verkoopseizoen binnen de limiet van het A-quotum van de betrokken onderneming wordt geproduceerd;

b) B-suiker, of B-isoglucose, elke hoeveelheid suiker of isoglucose die voor rekening van een bepaald verkoopseizoen wordt geproduceerd en het A-quotum overschrijdt doch binnen de som van de A- en B-quota van de betrokken onderneming blijft;

c) C-suiker, of C-isoglucose, elke hoeveelheid suiker of isoglucose die voor rekening van een bepaald verkoopseizoen wordt geproduceerd en de som van de A- en B-quota van de betrokken onderneming overschrijdt.

2. Voor de toekenning van de in lid 1 bedoelde A- en B-quota worden de volgende basishoeveelheden vastgesteld:

I. Basishoeveelheden A

>(1)(2)"> ID="1">Denemarken> ID="2">328 000,0> ID="3">-"> ID="1">Duitsland> ID="2">1 990 000,0> ID="3">28 882,0"> ID="1">Frankrijk (moederland)> ID="2">2 530 000,0> ID="3">15 887,0"> ID="1">Franse overzeese departementen> ID="2">466 000,0> ID="3">-"> ID="1">Griekenland> ID="2">290 000,0> ID="3">10 522,0"> ID="1">Ierland> ID="2">182 000,0> ID="3">-"> ID="1">Italië> ID="2">1 320 000,0> ID="3">16 569,0"> ID="1">Nederland> ID="2">690 000,0> ID="3">7 426,0"> ID="1">BLEU> ID="2">680 000,0> ID="3">56 667,0"> ID="1">Verenigd Koninkrijk> ID="2">1 040 000,0> ID="3">21 696,0"">

II. Basishoeveelheden B

>(1)(2)"> ID="1">Denemarken> ID="2">96 629,3> ID="3">-"> ID="1">Duitsland> ID="2">612 312,9> ID="3">6 802,0"> ID="1">Frankrijk (moederland)> ID="2">759 232,8> ID="3">4 135,0"> ID="1">Franse overzeese departementen> ID="2">46 600,0> ID="3">-"> ID="1">Griekenland> ID="2">29 000,0> ID="3">2 478,0"> ID="1">Ierland> ID="2">18 200,0> ID="3">-"> ID="1">Italië> ID="2">248 250,0> ID="3">3 902,0"> ID="1">Nederland> ID="2">182 000,0> ID="3">1 749,0"> ID="1">BLEU> ID="2">146 000,0> ID="3">15 583,0"> ID="1">Verenigd Koninkrijk> ID="2">104 000,0> ID="3">5 787,0"">

3. Het A-quotum van elke suiker- of isoglucoseproducerende onderneming is gelijk aan het haar in de periode van 1 juli 1980 tot en met 30 juni 1981 toegekende basisquotum.

Wat evenwel de suikerproducerende ondernemingen betreft, die zijn gevestigd in:

a) Italië, wordt op het referentiebasisquotum een coëfficiënt toegepast die de verhouding aangeeft tussen de in lid 2, sub I a), voor Italië vastgestelde basishoeveelheid en de som van de in de eerste alinea bedoelde basisquota die door deze Lid-Staat zijn toegekend;

b) Griekenland, is het A-quotum van de suikerproducerende onderneming gelijk aan de in lid 2, sub I a), voor Griekenland vastgestelde basishoeveelheid.

Voorts wordt, voor wat betreft de twee isoglucoseproducerende ondernemingen die in Griekenland zijn gevestigd, de in lid 2, sub I b), vastgestelde basishoeveelheid op onderstaande wijze door Griekenland onder deze twee ondernemingen verdeeld:

- 6 377 ton droge stof, bij wijze van A-quotum, voor de onderneming die haar isoglucoseproduktie vóór 1 januari 1981 heeft aangevangen;

- 4 145 ton droge stof, bij wijze van A-quotum, voor de onderneming die haar isoglucoseproduktie sinds 1 januari 1981 heeft aangevangen.

4. Het B-quotum van elke suikerproducerende onderneming wordt bepaald op grond van de door de betrokken onderneming buiten haar basisquotum maar binnen haar maximumquotum geproduceerde hoeveelheid suiker, als zodanig waargenomen krachtens Verordening (EEG) nr. 3330/74 voor elk van de verkoopseizoenen voor suiker 1975/1976 tot en met 1979/1980. Daartoe wordt, wanneer aan een onderneming het basisquotum van een andere onderneming geheel of gedeeltelijk is overgedragen, de overeenkomstige produktie van deze laatste onderneming, die is gerealiseerd vóór de overdracht gedurende de genoemde verkoopseizoenen, beschouwd als produktie van de onderneming waaraan de overdracht heeft plaatsgevonden. Het B-quotum van de onderneming is gelijk aan het gemiddelde van haar hoogste produktiecijfers aldus waargenomen voor drie van de bovengenoemde verkoopseizoenen voor suiker.

Onder voorbehoud van artikel 25:

a) mag, onverminderd het bepaalde sub b), het B-quotum van de onderneming niet minder bedragen dan 10 % van haar in lid 3, eerste alinea, bedoelde basisquotum en mag het B-quotum van de in Griekenland gevestigde onderneming niet kleiner zijn dan 10 % van haar A-quotum;

b) wordt, wanneer de som van de uit hoofde van de eerste alinea en van het bepaalde sub a) vastgestelde B-quota niet gelijk is aan de in lid 2, sub II a), vastgestelde hoeveelheid voor het betrokken gebied, op deze B-quota een coëfficiënt toegepast die de verhouding aangeeft tussen genoemde som en de overeenkomstige vastgestelde hoeveelheid;

c) wordt bij de vaststelling van het B-quotum van elke suikerproducerende onderneming die is gevestigd in de Lid-Staten die artikel 32 van Verordening (EEG) nr. 3330/74 hebben toegepast, rekening gehouden met de produktie van de onderneming buiten haar basisquotum in de in de eerste alinea bedoelde periode zonder dat de som van de aldus bepaalde B-quota de in lid 2, sub II, a), vastgestelde basishoeveelheid B mag overschrijden.

5. Het B-quotum van elke isoglucoseproducerende onderneming is gelijk aan 23,55 % van haar overeenkomstig lid 3, al naar gelang van het geval eerste of derde alinea, bepaalde A-quotum.

Voor elke andere onderneming dan die bedoeld in lid 3, derde alinea, mag het B-quotum evenwel niet lager zijn dan de produktie van isoglucose die heeft plaatsgevonden in de periode van 1 juli 1979 tot en met 30 juni 1980 boven haar basisquotum maar binnen haar maximumquotum.

6. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen zo nodig de standaardkwaliteit vast voor isoglucose alsmede de criteria voor de vaststelling van een systeem voor de omrekening van geproduceerde hoeveelheden in hoeveelheden die onder deze standaardkwaliteit vallen.

7. Vóór 1 januari 1984 gaat de Raad op de grondslag van een rapport van de Commissie over tot een onderzoek van de voorzieningssituatie op de wereldmarkt en in voorkomend geval tot een herziening van de A- en B-quota volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag.

8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met name die betreffende het in lid 6 bedoelde omrekeningssysteem, worden voor zover nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 25

1. De Lid-Staten kunnen onder de voorwaarden neergelegd in dit artikel overdrachten van A-quota en B-quota tussen ondernemingen verrichten, waarbij het belang van elk van de betrokken partijen en met name dat van de producenten van suikerbieten of suikerriet in aanmerking wordt genomen.

2. De Lid-Staten kunnen het A-quotum en het B-quotum van elke op hun grondgebied gevestigde suiker- of isoglucoseproducerende onderneming verminderen met een hoeveelheid die voor de in artikel 23, lid 1, bedoelde periode in totaal niet groter is dan 10 % van respectievelijk het A-quotum of het B-quotum dat voor elk dezer ondernemingen is bepaald overeenkomstig artikel 24.

De in de eerste alinea bedoelde grens van 10 % is niet van toepassing in Italië en de Franse overzeese departementen wanneer de quotaoverdrachten geschieden op basis van plannen ter herstructurering van de suikerbiet- of suikerrietsector en van de suikersector van het betrokken gebied, voor zover zulks noodzakelijk is om de uitvoering van deze plannen mogelijk te maken.

De herstructureringsplannen en de dienovereenkomstige maatregelen betreffende de A- en B-quota worden onverwijld aan de Commissie medegedeeld.

3. De Lid-Staten kennen de afgetrokken hoeveelheden van A-quota of B-quota toe aan een of meer andere ondernemingen, al dan niet voorzien van een quotum, die in hetzelfde gebied in de zin van artikel 24, lid 2, zijn gevestigd als de ondernemingen waarvan deze hoeveelheden werden afgetrokken.

De Franse Republiek kan echter de overeenkomstig artikel 24 vastgestelde A-quota van de in haar overzeese departementen gevestigde ondernemingen verminderen met een totale hoeveelheid van niet meer dan 30 000 ton witte suiker, en de aldus afgetrokken hoeveelheden toekennen aan een of meer andere in het moederland gevestigde ondernemingen. Het A-quotum van iedere betrokken onderneming mag na aftrek niet lager zijn dan de gemiddelde suikerproduktie binnen haar basisquotum, die voor deze onderneming is waargenomen tijdens de verkoopseizoenen voor suiker 1977/1978 tot en met 1979/1980 in de zin van Verordening (EEG) nr. 3330/74.

4. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast betreffende de wijziging van de quota in geval van met name fusie en vervreemding van ondernemingen.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden voor zover nodig vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 26

1. Onverminderd lid 2 kunnen C-suiker die niet krachtens artikel 27 naar het volgende verkoopseizoen is overgebracht en C-isoglucose niet op de interne markt van de Gemeenschap worden afgezet; deze produkten moeten als zodanig vóór 1 januari volgend op het einde van het betrokken verkoopseizoen worden uitgevoerd.

De artikelen 8, 9, 18 en 19 zijn niet op deze suiker van toepassing en de artikelen 18 en 19 niet op deze isoglucose.

2. Bij wijze van uitzondering en voor zover dit nodig is om de suikervoorziening van de Gemeenschap veilig te stellen, kan worden besloten dat artikel 18 van toepassing is op C-suiker. In dat geval wordt terzelfder tijd besloten dat de gehele betrokken hoeveelheid C-suiker definitief op de interne markt kan worden afgezet zonder dat het in lid 3 bedoelde bedrag wordt geheven.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Zij moeten met name inhouden dat een bedrag wordt geheven op de C-suiker en op de C-isoglucose bedoeld in lid 1, waarvan de uitvoer als zodanig binnen de gestelde termijn op een te bepalen datum niet is bewezen.

Artikel 27

1. Iedere onderneming kan besluiten de produktie van suiker boven het A-quotum geheel of gedeeltelijk over te brengen naar het volgende verkoopseizoen voor suiker voor rekening van de produktie van dat verkoopseizoen. Deze beslissing is onherroepelijk.

2. De ondernemingen die de in lid 1 bedoelde beslissing nemen:

- delen vóór 1 februari aan de betrokken Lid-Staat de over te brengen hoeveelheid mede,

en

- verbinden zich ertoe deze overgebrachte hoeveelheid gedurende het tijdvak van 1 februari tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar op te slaan; de opslagkosten voor deze periode worden vergoed volgens het bepaalde in artikel 8.

Ten aanzien van de ondernemingen in de Franse departementen Guadeloupe en Martinique wordt evenwel de in de eerste alinea, eerste steepje, genoemde datum 1 februari vervangen door 1 mei en wordt het tijdvak van 1 februari tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar, genoemd in dezelfde alinea, tweede streepje, vervangen door het tijdvak van 1 mei tot en met 30 april van het daaropvolgende jaar.

Indien de uiteindelijke produktie van het betrokken verkoopseizoen voor suiker lager is dan de raming die werd gemaakt op het tijdstip waarop tot overbrenging werd besloten, kan de overgebrachte hoeveelheid vóór 1 augustus van het daaropvolgende verkoopseizoen met terugwerkende kracht worden aangepast.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, die een beperking van de voor overbrenging in aanmerking komende hoeveelheden suiker kunnen inhouden, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Die bepalingen voorzien met name in de heffing van een bedrag op de in lid 2, tweede streepje, bedoelde in opslag te plaatsen hoeveelheid die wordt afgezet in de voorgeschreven opslagperiode.

Artikel 28

1. Voor het einde van elk van de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1985/1986 worden vastgesteld:

a) de verwachte hoeveelheid A- en B-suiker en A- en B-isoglucose die voor rekening van het lopende verkoopseizoen wordt geproduceerd;

b) de verwachte hoeveelheid suiker en isoglucose die in het lopende verkoopseizoen voor intern verbruik in de Gemeenschap wordt afgezet;

c) het uit te voeren overschot, dat wordt berekend door de sub a) bedoelde hoeveelheid te verminderen met de sub b) bedoelde hoeveelheid;

d) het verwachte gemiddelde verlies of de verwachte gemiddelde opbrengst per ton suiker voor de verbintenissen tot uitvoer voor rekening van het lopende verkoopseizoen.

Dit gemiddelde verlies of deze gemiddelde opbrengst is gelijk aan het verschil tussen het totale bedrag van de restituties en het totale bedrag van de heffingen, gerelateerd aan de totale omvang van de desbetreffende verbintenissen tot uitvoer;

e) het verwachte totale verlies of de verwachte totale opbrengst, berekend door het sub c) bedoelde overschot te vermenigvuldigen met het gemiddelde verlies of de gemiddelde opbrengst bedoeld sub d).

2. Vóór het einde van elk van de verkoopseizoenen 1982/1983 tot en met 1985/1986 wordt voor de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1984/1985 voorafgaande aan het jaar waarin de vaststelling plaatsvindt cumulatief vastgesteld:

a) het uit te voeren overschot dat is vastgesteld uitgaande van de uiteindelijke produktie van A- en B-suiker en van A- en B-isoglucose enerzijds en van de uiteindelijke hoeveelheid suiker en isoglucose die voor intern gebruik in de Gemeenschap is afgezet anderzijds;

b) het gemiddelde verlies of de gemiddelde opbrengst per ton suiker resulterend uit het totaal van de desbetreffende verbintenissen tot uitvoer, vastgesteld overeenkomstig de in lid 1, sub d), tweede alinea, bedoelde berekeningsmethode;

c) het totale verlies of de totale opbrengst, berekend door het sub a) bedoelde overschot te vermenigvuldigen met het gemiddelde verlies of de gemiddelde opbrengst bedoeld sub b);

d) de totale opbrengst van de geïnde basisproduktieheffingen en B-heffingen.

Het verwachte totale verlies of de verwachte totale opbrengst bedoeld in lid 1, sub e), wordt aangepast aan de hand van het verschil tussen de sub c) en d) bedoelde vaststellingen.

3. Wanneer de in lid 1 bedoelde vaststellingen na aanpassing overeenkomstig lid 2, en onverminderd artikel 29, lid 1, wijzen op een te verwachten totaal verlies, wordt dit verlies gedeeld door de verwachte hoeveelheid A- en B-suiker en A- en B-isoglucose, die voor rekening van het lopende verkoopseizoen is geproduceerd. Het hieruit voortvloeiende bedrag moet bij de fabrikanten worden geïnd als basisproduktieheffing op hun produktie van A- en B-suiker en A- en B-isoglucose.

Deze heffing mag evenwel niet hoger zijn

- voor de betrokken suiker, dan een bedrag dat gelijk is aan 2,0 % van de interventieprijs voor witte suiker

en

- voor de betrokken isoglucose, dan het ten laste van de suikerfabrikanten blijvende deel van de basisproduktieheffing.

4. Wanneer het ten gevolge van de limitering van de basisproduktieheffing niet mogelijk is het in lid 3, eerste alinea, bedoelde totale verlies geheel te dekken, wordt het saldo gedeeld door de verwachte hoeveelheid B-suiker en B-isoglucose die voor rekening van het betrokken verkoopseizoen is geproduceerd. Het hieruit voortvloeiende bedrag moet bij de fabrikanten worden geïnd als B-heffing op hun produktie van B-suiker en B-isoglucose.

Onder voorbehoud van lid 5 mag deze heffing evenwel niet hoger zijn

- voor B-suiker, dan een bedrag dat gelijk is aan 30,0 % van de interventieprijs voor witte suiker,

en

- voor B-isoglucose, dan het ten laste van de suikerfabrikanten blijvende deel van de B-heffing.

5. Wanneer het ten gevolge van de limitering van de basisproduktieheffing en van de B-heffing niet mogelijk is geweest het in lid 3, eerste alinea, bedoelde totale verlies geheel te dekken, wordt het in lid 4, tweede alinea, eerste streepje, bedoelde maximumpercentage herzien binnen een grens die het mogelijk maakt dit laatste percentage tot 37,5 % te verhogen. Het in artikel 5, lid 2, tweede alinea, bedoelde percentage wordt aangepast aan de hand van deze herziening.

Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de herziening van de in de eerste alinea bedoelde percentages vast. Deze herziene percentages zijn van toepassing op het verkoopseizoen voor suiker dat onmiddellijk volgt op het verkoopseizoen waarvoor het niet gedekte verliessaldo is geconstateerd.

6. De heffingen worden door de Lid-Staten geïnd.

7. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel alsmede de te innen bedragen van de heffing worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 29

1. Wanneer voor het verkoopseizoen voor suiker 1980/1981 de totale verliezen bedoeld in artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 3330/74:

a) niet geheel worden gedekt door de opbrengst van de produktieheffing, worden de hieruit voorvloeiende financiële lasten opgeteld bij het verwachte totale verlies, bedoeld in artikel 28, lid 1, sub e), van de onderhavige verordening, voor het verkoopseizoen 1981/1982.

In afwijking van artikel 27, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 3330/74 worden deze lasten berekend door als gegarandeerde hoeveelheid te beschouwen de menselijke consumptie in de Gemeenschap, uitgedrukt in hoeveelheid witte suiker, in het verkoopseizoen voor suiker 1980/1981;

b) berekend overeenkomstig het bepaalde sub a), tweede alinea, lager zijn dan de opbrengst van de geïnde produktieheffing, wordt een bedrag, gelijk aan dit verschil, afgetrokken van het verwachte totale verlies, respectievelijk opgeteld bij de verwachte totale opbrengst voortvloeiend uit de toepassing van artikel 28, lid 1, van de onderhavige verordening.

2. Wanneer de opbrengst van de basisproduktieheffing minder bedraagt dan het maximumbedrag, bedoeld in artikel 28, lid 3, of wanneer de opbrengst van de B-heffing minder bedraagt dan het maximumbedrag, bedoeld in lid 4 van dat artikel, in voorkomend geval herzien volgens lid 5 van dat artikel, zijn de suikerfabrikanten verplicht de suikerbietenverkopers het verschil uit te keren tussen het maximumbedrag van de desbetreffende heffing en het bedrag van de te innen heffing, ten belope van 60 % van dit verschil.

Het per ton suikerbieten te betalen bedrag wordt vastgesteld voor de standaardkwaliteit.

De in artikel 6 bedoelde toeslagen en kortingen zijn op dit bedrag van toepassing.

3. Voor een hoeveelheid suiker waarvoor de desbetreffende heffing wordt geïnd, kunnen de suikerfabrikanten in de Gemeenschap van de verkopers van in de Gemeenschap geproduceerd suikerriet terugbetaling van deze heffing eisen, ten belope van 60 % van deze heffing.

4. De Lid-Staten gaan aan de hand van de door de suikerfabrikanten verstrekte gegevens na of de betaling van de suikerbieten geschiedt in overeenstemming met de communautaire voorschriften ter zake.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 30

1. In de contracten voor de levering van suikerbieten bestemd voor de suikerproduktie wordt onderscheid gemaakt tussen de suikerbieten naar gelang de daaruit vervaardigde suiker:

a) A-suiker zal zijn,

b) B-suiker zal zijn,

c) andere suiker dan A- of B-suiker zal zijn.

Voor elke onderneming stellen de suikerfabrikanten de Lid-Staat waarin de betrokken onderneming suiker produceert, in kennis van:

- de sub a) bedoelde hoeveelheden suikerbieten waarvoor zij vóór de uitzaai contracten hebben gesloten, alsmede het in het contract als grondslag genomen suikergehalte,

- het hiermee overeenkomende voorziene rendement.

De Lid-Staten kunnen aanvullende gegevens verlangen.

2. In afwijking van artikel 6, lid 2, sub b), en van artikel 32, is elke suikerfabrikant die niet vóór de uitzaai contracten voor de levering van een met het A-quotum overeenstemmende hoeveelheid suikerbieten heeft afgesloten tegen de voor A-suikerbieten geldende minimumprijs, verplicht voor elke hoeveelheid suikerbieten die in de betrokken onderneming tot suiker wordt verwerkt, ten minste de genoemde minimumprijs te betalen.

3. In een overeenkomst van het betrokken bedrijfsleven kan evenwel met de instemming van de betrokken Lid-Staat van het bepaalde in de leden 1 en 2 worden afgeweken.

4. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast.

5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en in voorkomend geval de criteria waaraan de fabrikanten zich moeten houden bij de verdeling tussen de suikerbietenverkopers van de hoeveelheden suikerbieten waarvoor zij vóór de uitzaai contracten sluiten in de zin van lid 1, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 31

1. Er kan worden besloten dat suiker of isoglucose, gebruikt voor de vervaardiging van bepaalde produkten, niet als produktie wordt beschouwd in de zin van deze titel.

2. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de algemene voorschriften vast voor de toepassing van lid 1, alsmede de produkten bedoeld in hetzelfde lid.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 32

1. De suikerfabrikanten kunnen suikerbieten, bestemd voor de produktie van C-suiker of suiker bedoeld in artikel 31 van de betrokken onderneming kopen tegen een lagere prijs dan de in artikel 5, lid 1, bedoelde minimumprijzen voor suikerbieten.

2. Voor de gekochte hoeveelheid suikerbieten die overeenstemt met de hoeveelheid suiker

- welke op de interne markt wordt afgezet krachtens artikel 26, lid 3,

of

- naar het volgende verkoopseizoen voor suiker wordt overgebracht krachtens artikel 27,

passen de betrokken suikerfabrikanten evenwel in voorkomend geval de aankoopprijs zodanig aan dat hij ten minste gelijk is aan de minimumprijs voor A-suikerbieten.

3. Zo nodig worden de uitvoeringsbepalingen van dit artikel vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

TITEL IV

PREFERENTIËLE INVOERREGELING

Artikel 33

De artikelen 34 tot en met 37 zijn van toepassing op witte en ruwe rietsuiker, hierna te noemen "preferentiële suiker", van post 17.01 van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit de in bijlage II vermelde staten, landen en gebieden en in de Gemeenschap ingevoerd op grond van:

a) Protocol nr. 3 inzake ACS-suiker, gehecht aan de op 28 februari 1975 ondertekende ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé en opgenomen in Protocol nr. 7 van de op 31 oktober 1979 te Lomé ondertekende tweede ACS-EEG-Overeenkomst,

b) Besluit 80/1186/EEG,

c) de Overeenkomst van 15 juli 1975 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek India betreffende rietsuiker.

Artikel 34

Wanneer de interventiebureaus of andere door de Gemeenschap aangewezen lasthebbers tegen de gegarandeerde prijzen preferentiële suiker aankopen waarvan de kwaliteit verschilt van de standaardkwaliteit worden de gegarandeerde prijzen met behulp van toeslagen of kortingen aangepast.

Artikel 35

1. De in artikel 16 bedoelde heffing wordt niet toegepast bij invoer van preferentiële suiker.

2. Voor preferentiële suiker mag niet worden afgeweken van de in artikel 21, lid 2, opgenomen verbodsbepalingen.

Artikel 36

1. Voor de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1983/1984 wordt bij het in het vrije verkeer brengen van de ruwe preferentiële suiker in de Gemeenschap een differentiële bijdrage geheven.

Deze bijdrage bedraagt per 100 kg suiker uitgedrukt in witte suiker voor het verkoopseizoen:

- 1981/1982: 2,25 Ecu,

- 1982/1983: 1,50 Ecu,

- 1983/1984: 0,75 Ecu.

2. In afwijking van lid 1:

a) wordt de bijdrage niet geheven:

- voor ruwe preferentiële suiker, andere dan suiker bestemd voor raffinage, van post 17.01 B II van het gemeenschappelijk douanetarief,

of

- voor ruwe preferentiële suiker, andere dan bedoeld in het eerste streepje, bestemd om te worden geraffineerd in een raffinaderij, en mits een waarborg wordt gesteld waarvan het bedrag gelijk is aan de differentiële bijdrage;

b) kan worden bepaald dat de bijdrage niet of slechts gedeeltelijk wordt geheven voor ruwe preferentiële suiker die in nader te bepalen gebieden van de Gemeenschap wordt ingevoerd en geraffineerd in een andere technische bedrijfseenheid dan een raffinaderij.

3. In de zin van dit artikel wordt onder raffinaderij verstaan een technische bedrijfseenheid die zich uitsluitend bezighoudt met het raffineren van ruwe suiker of van stropen die een tussenstadium in de produktie van vaste suiker vormen.

Artikel 37

1. Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast:

a) de algemene regels voor de toepassing van deze titel, en met name die betreffende de tenuitvoerlegging van de in artikel 33 genoemde teksten,

b) de wijze van toepassing van artikel 36, lid 2, sub b).

2. De uitvoeringsbepalingen van deze titel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

TITEL V

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 38

De bepalingen die noodzakelijk zijn ter voorkoming van een verstoring van de suikermarkt als gevolg van een wijziging van het prijspeil bij de overgang van het ene verkoopseizoen voor suiker naar het andere of in de loop van een verkoopseizoen, kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 39

De Lid-Staten en de Commissie verstrekken elkaar de voor de toepassing van deze verordening benodigde gegevens.

De wijze waarop deze gegevens worden medegedeeld en verspreid, wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 41.

Artikel 40

1. Er wordt een Comité van beheer voor suiker ingesteld, hierna te noemen het "Comité", bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten, onder voorzitterschap van een vertegenwoordiger van de Commissie.

2. In het Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148, lid 2, van het Verdrag. De Voorzitter neemt geen deel aan de stemming.

Artikel 41

1. In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure, leidt de voorzitter deze procedure bij het Comité in, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp in van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt over deze maatregelen advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie der aan een onderzoek onderworpen vraagstukken. Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van vijfenveertig stemmen.

3. De Commissie stelt de maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn.

Indien echter deze maatregelen niet in overeenstemming zijn met het door het Comité uitgebrachte advies, worden zij door de Commissie onverwijld ter kennis van de Raad gebracht; in dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten tot ten hoogste een maand na deze kennisgeving uitstellen.

De Raad kan binnen een maand met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.

Artikel 42

Het Comité kan elk ander vraagstuk onderzoeken dat door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat, aan de orde wordt gesteld.

Artikel 43

De in artikel 1, lid 1, genoemde goederen waarin produkten welke noch in artikel 9, lid 2, noch in artikel 10, lid 1, van het Verdrag zijn bedoeld, verwerkt zijn, of die uit zodanige produkten zijn verkregen, worden niet toegelaten tot het vrije verkeer binnen de Gemeenschap.

Artikel 44

Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening zijn de artikelen 92 tot en met 94 van het Verdrag van toepassing op de produktie van en de handel in de in artikel 1, lid 1, genoemde produkten.

Artikel 45

Deze verordening moet zodanig worden toegepast dat gelijkelijk en op passende wijze rekening wordt gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag gestelde doeleinden.

Artikel 46

1. De Italiaanse Republiek en de Franse Republiek worden gemachtigd gedurende de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1985/1986 onder de voorwaarden van de leden 2 en 3 aanpassingssteun toe te kennen aan suikerbietentelers, suikerriettelers en in voorkomend geval aan suikerfabrikanten.

2. In Italië kan toekenning van de in lid 1 bedoelde steun slechts plaatsvinden voor de produktie van de hoeveelheid suiker binnen de A- en B-quota van iedere suikerproducerende onderneming. Voor de suikerproduktie die is verkregen.

a) in Midden- en Zuid-Italië, mag het maximum steunbedrag per 100 kg witte suiker niet meer bedragen dan 23,64 % van de overeenkomstig artikel 3, lid 1, sub a), vastgestelde interventieprijs voor witte suiker voor ieder van de in lid 1 bedoelde verkoopseizoenen;

b) in Noord-Italië wordt het maximum steunbedrag voor ieder van de in lid 1 bedoelde verkoopseizoenen vastgesteld door vanaf het verkoopseizoen 1981/1982 het sub a) genoemde percentage met 2 percent punten te verminderen.

3. In Frankrijk kan toekenning van de in lid 1 bedoelde steun slechts plaatsvinden voor de produktie van een in de overzeese departementen geproduceerde hoeveelheid witte suiker, die de aan deze departementen toegekende basishoeveelheid niet overschrijdt, na aftrek van de eventuele quota-overdrachten krachtens artikel 25, lid 2, tweede alinea. Deze steun mag niet meer bedragen dan 6,04 Ecu per 100 kg uitgedrukt in witte suiker.

4. Bovendien wordt de Italiaanse Republiek gemachtigd om, gedurende de verkoopseizoenen 1981/1982 tot en met 1985/1986, wanneer in Italië het niveau van de aan de meest solvente klant toegestane rentevoet ten minste 3 % hoger is dan het niveau van de rentevoet die gebruikt wordt bij de berekening van de in artikel 8 bedoelde terugbetaling, de weerslag van dit verschil op de kosten voor opslag te dekken door nationale steun.

Artikel 47

Wanneer bijzondere maatregelen nodig zijn om het mogelijk te maken in het kader van deze verordening de verplichtingen na te komen die voortvloeien uit een toetreding van de Gemeenschap tot de Internationale Suikerovereenkomst, stelt de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen deze maatregelen vast, die kunnen afwijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 48

Indien overgangsmaatregelen noodzakelijk zijn ter vergemakkelijking van de overgang naar de in de onderhavige verordening vervatte regeling, met name wanneer de toepassing van deze regeling met ingang van de vastgestelde datum op aanmerkelijke moeilijkheden zou stuiten, worden deze maatregelen volgens de procedure van artikel 41 vastgesteld. Zij zijn uiterlijk tot en met 30 juni 1982 van toepassing.

Artikel 49

1. Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

2. Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 juli 1981.

3. De Verordeningen (EEG) nr. 3330/74 en nr. 1111/77 alsmede de artikelen 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 3331/74 worden op 30 juni 1981 ingetrokken.

4. De aanhalingen van en verwijzingen naar de Verordeningen nr. 1009/67/EEG, (EEG) nr. 3330/74 en nr. 1111/77, voorkomende in de besluiten ter uitvoering van die verordeningen, gelden als aanhalingen van en verwijzingen naar deze verordening.

De aanhalingen van en verwijzingen naar de artikelen van de ingetrokken verordeningen moeten worden gelezen volgens de concordantietabel van bijlage III.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 30 juni 1981.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. BRAKS

(1) In tonnen witte suiker.

(2) In tonnen droge stof.(1) In tonnen witte suiker.

(2) In tonnen droge stof.(1) PB nr. C 271 van 18. 10. 1980, blz. 2.(2) PB nr. C 90 van 21. 4. 1981, blz. 88.(3) PB nr. C 348 van 31. 12. 1980, blz. 14.(4) PB nr. L 166 van 23. 6. 1978, blz. 1.(5) PB nr. L 361 van 31. 12. 1980, blz. 1.(6) PB nr. L 190 van 23. 7. 1975, blz. 36.(7) PB nr. L 84 van 28. 4. 1970, blz. 12.(8) PB nr. L 367 van 31. 12. 1980, blz. 87.(9) PB nr. L 359 van 31. 12. 1974, blz. 1.(10) PB nr. L 360 van 31. 12. 1980, blz. 17.(11) PB nr. L 134 van 28. 5. 1977, blz. 4.(12) PB nr. L 44 van 17. 2. 1981, blz. 1.(13) PB nr. L 359 van 31. 12. 1974, blz. 18.(14) PB nr. L 162 van 30. 6. 1979, blz. 9.(15) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1.(16) Zie blz. 1 van dit Publikatieblad.

BIJLAGE I

"" ID="1" ASSV="2">13.03> ID="2">Plantesappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en pectaten; agar-agar en andere uit plantaardige produkten verkregen planteslijmen en bindmiddelen:"> ID="2">C. Agar-agar en andere uit plantaardige produkten verkregen planteslijmen en bindmiddelen:

ex III. andere:

- Carrageen"> ID="1" ASSV="2">15.11> ID="2">Glycerine, glycerinewater en glycerinelogen daaronder begrepen:"> ID="2">B. andere, synthetische glycerine daaronder begrepen"> ID="1" ASSV="4">17.04> ID="2">Suikerwerk zonder cacao:"> ID="2">B. Kauwgom"> ID="2">C. witte chocolade"> ID="2">D. ander"> ID="1">18.06> ID="2">Chocolade en andere voedingsmiddelen, welke cacao bevatten"> ID="1" ASSV="2">19.02> ID="2">Moutextract; meel-, gries-, griesmeel-, zetmeel- en moutextractpreparaten voor kindervoeding, voor dieetvoeding of voor keukengebruik, zonder cacao of met minder dan 50 gewichtspercenten cacao:"> ID="2">B. andere"> ID="1">19.05> ID="2">Graanpreparaten vervaardigd door poffen of door roosteren (gepofte rijst, cornflakes en dergelijke)"> ID="1">19.08> ID="2">Banketbakkerswerk, gebak en biscuits, ook indien deze produkten (ongeacht in welke verhouding) cacao bevatten"> ID="1">ex 21.02> ID="2">Extracten en essences, van koffie, van thee of van maté en preparaten van deze extracten of essences"> ID="1">21.04> ID="2">Sausen; samengestelde kruiderijen en dergelijke produkten"> ID="1" ASSV="3">21.06> ID="2">Natuurlijke gist, ook indien inactief; samengestelde bakpoeders:"> ID="2">A. levende natuurlijke gist:

II. Bakkersgist:

a) gedroogd

b) andere"> ID="2">B. andere natuurlijke gist:

I. in tabletten, in blokken of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van 1 kg of minder

II. andere"> ID="1">ex 21.07> ID="2">Produkten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen, met uitzondering van suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen, van post 21.07 F"> ID="1">22.02> ID="2">Limonade (gearomatiseerd mineraalwater en gearomatiseerd spuitwater daaronder begrepen) en andere alcoholvrije dranken, met uitzondering van de vruchte- en groentesappen bedoeld bij post 20.07"> ID="1">22.06> ID="2">Vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen"> ID="1" ASSV="2">22.09> ID="2">Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholgehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken; samengestelde alcoholische preparaten (geconcentreerde extracten) voor de vervaardiging van dranken:"> ID="2">C. gedistilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken:

V. andere"> ID="1" ASSV="2">29.04> ID="2">Acyclische alcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:"> ID="2">C. meerwaardige alcoholen:

II. D-Mannitol (mannitol)

III. D-Glucitol (sorbitol)"> ID="1" ASSV="2">29.15> ID="2">Meerwaardige carbonzuren, daarvan afgeleide zuuranhydriden, zuurhalogeniden, acylperoxyden en persuren, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:"> ID="2">A. meerwaardige carbonzuren met open koolstofketen (acyclische):

ex V. andere:

- Itaconzuur, alsmede zouten en esters daarvan"> ID="1" ASSV="3">29.16> ID="2">Carbonzuren met alcoholische hydroxylgroepen, fenolische hydroxylgroepen, aldehyd- of ketongroepen en andere carbonzuren met een of verscheidene zuurstofhoudende groepen, van deze verbindingen afgeleide zuuranhydriden, zuurhalogeniden, acylperoxyden en perzuren, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan:"> ID="2">A. Carbonzuren met alcoholische hydroxylgroepen:

I. Melkzuur, alsmede zouten en esters daarvan

III. Wijnsteenzuur, alsmede zouten en esters daarvan

IV. Citroenzuur, alsmede zouten en esters daarvan

V. Gluconzuur, alsmede zouten en esters daarvan"> ID="2">ex VIII. andere:

- Glycerinezuur, glycoolzuur, suikerzuur, isosuikerzuur, heptasuikerzuur, alsmede zouten en esters daarvan"> ID="1" ASSV="2">29.23> ID="2">Aminoverbindingen met zuurstofhoudende groepen:"> ID="2">D. Aminozuren:

I. Lysine en esters daarvan, alsmede zouten van deze verbindingen

III. Glutaminezuur en zouten daarvan"> ID="1" ASSV="2">29.35> ID="2">Heterocyclische verbindingen, nucleïnezuren daaronder begrepen:"> ID="2">ex Q. andere:

- Tussenprodukten van de chemische verwerking van penicilline tot antibiotica van onderverdeling 29.44 A of C"> ID="1" ASSV="2">29.38> ID="2">Provitaminen en vitaminen, natuurlijke of door synthese gereproduceerd (natuurlijke concentraten daaronder begrepen), alsmede derivaten daarvan, welke hoofdszakelijk als vitaminen worden gebruikt, ook indien deze stoffen onderling zijn vermengd of in oplossingen zijn gebracht:"> ID="2">B. Vitaminen, niet vermengd, ook indien in water opgelost:

ex II. Vitamine B12

IV. Vitamine C"> ID="1" ASSV="2">29.43> ID="2">Suikers, chemisch zuiver, met uitzondering van saccharose, van glucose en van lactose; ethers en esters van suikers en zouten daarvan, andere dan de produkten bedoeld bij de posten 29.39, 29.41 en 29.42:"> ID="2">ex B. andere:

- Levulose, alsmede de zouten en esters daarvan"> ID="1" ASSV="3">29.44> ID="2">Antibiotica:"> ID="2">A. Penicillinen"> ID="2">C. andere antibiotica"> ID="1" ASSV="4">30.03> ID="2">Geneesmiddelen voor mensen en dieren:"> ID="2">A. niet gereed voor de verkoop in het klein:"> ID="2">II. andere:

a) bevattende penicilline, streptomycine of derivaten van deze produkten:

1. bevattende penicilline of derivaten daarvan"> ID="2">ex b) overige:

- bevattende antibiotica of derivaten van deze produkten, met uitzondering van die bedoeld sub a)"> ID="1" ASSV="4">38.19> ID="2">Chemische produkten en preparaten van de chemische of van aanverwante industrieën (mengsels van natuurlijke produkten daaronder begrepen), elders genoemd noch elders onder begrepen; residuen van de chemische of van aanverwante industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen:"> ID="2">Q. Bindmiddelen voor gietkernen, op basis van synthetische harsen"> ID="2">T. D-Glucitol (sorbitol), andere dan die bedoeld bij onderverdeling C III van post 29.04"> ID="2">ex U. andere:

- Crackingsprodukten uit D-glucitol (sorbitol)"> ID="1" ASSV="2">39.06> ID="2">Andere hogere polymeren, kunstharsen en kunstmatige plastische stoffen, alginezuren en zouten en esters daarvan daaronder begrepen; linoxyne:"> ID="2">ex B. andere:

- Dextrat

- Heteropolysaccharide">

BIJLAGE II

In artikel 33 bedoelde staten, landen en gebieden

Barbados

Belize

Fiji

Guyana

India

Jamaica

Kenya

Madagascar

Malawi

Mauritius

Oeganda

St. Kitts-Nevis-Anguilla

Suriname

Swaziland

Tanzania

Trinidad en Tobago

Volksrepubliek Kongo

BIJLAGE III

CONCORDANTIETABEL

A

"" ID="1">artikel 9, lid 5> ID="2">artikel 9, lid 3"> ID="1">artikel 9, lid 6> ID="2">artikel 9, lid 4"> ID="1">artikel 9, lid 7> ID="2">artikel 9, lid 5"> ID="1">artikel 9, lid 8> ID="2">artikel 9, lid 6"> ID="1">artikel 10> ID="2">artikel 11"> ID="1">artikel 11> ID="2">artikel 12"> ID="1">artikel 12> ID="2">artikel 13"> ID="1">artikel 13> ID="2">artikel 14"> ID="1">artikel 14, lid 1, eerste zin> ID="2">artikel 15, lid 1"> ID="1">artikel 14, lid 2> ID="2">artikel 15, lid 2"> ID="1">artikel 14, lid 3> ID="2">artikel 15, lid 3"> ID="1">artikel 14, lid 4> ID="2">artikel 15, lid 4"> ID="1">artikel 14, lid 5> ID="2">artikel 15, lid 5"> ID="1">artikel 14, lid 6> ID="2">artikel 15, lid 6"> ID="1">artikel 14, lid 7> ID="2">artikel 15, lid 7"> ID="1">artikel 15> ID="2">artikel 16"> ID="1">artikel 16, lid 1, eerste alinea> ID="2">artikel 17, lid 1, eerste alinea, tweede zin"> ID="1">artikel 16, lid 1, tweede alinea> ID="2">artikel 17, lid 1, eerste alinea, eerste zin"> ID="1">artikel 16, lid 1, derde alinea> ID="2">artikel 17, lid 1, tweede alinea"> ID="1">artikel 16, lid 2> ID="2">artikel 17, lid 2"> ID="1">artikel 16, lid 3> ID="2">artikel 17, lid 3"> ID="1">artikel 16, lid 4> ID="2">artikel 17, lid 4"> ID="1">artikel 16, lid 5, eerste alinea> ID="2">artikel 17, lid 5"> ID="1">artikel 16, lid 5, tweede alinea> ID="2">artikel 17, lid 6"> ID="1">artikel 17> ID="2">artikel 19"> ID="1">artikel 19, lid 1> ID="2">artikel 20"> ID="1">artikel 20> ID="2">artikel 21"> ID="1">artikel 21> ID="2">artikel 22"> ID="1">artikel 25, lid 1, eerste alinea> ID="2">artikel 26, lid 1"> ID="1">artikel 25, lid 2> ID="2">artikel 26, lid 2"> ID="1">artikel 25, lid 3> ID="2">artikel 26, lid 3"> ID="1">artikel 27, lid 3> ID="2">artikel 27, lid 3, eerste zin"> ID="1">artikel 31, lid 1 en 2> ID="2">artikel 32, lid 1 en 2"> ID="1">artikel 31, lid 3, eerste tot en met derde alinea> ID="2">artikel 32, lid 3"> ID="1">artikel 31, lid 4 tot en met lid 6> ID="2">artikel 32, lid 4 tot en met lid 6"> ID="1">artikel 32> ID="2">artikel 31"> ID="1">artikel 35, lid 2> ID="2">artikel 40"> ID="1">artikel 36> ID="2">artikel 41"> ID="1">artikel 37, lid 2> ID="2">artikel 33"> ID="1">artikel 38> ID="2">artikel 34"> ID="1">artikel 39> ID="2">artikel 35"> ID="1">artikel 40> ID="2">artikel 36"> ID="1">artikel 41> ID="2">artikel 37"> ID="1">artikel 43, lid 1 en 2> ID="2">artikel 39"> ID="1">artikel 44> ID="2">artikel 42"> ID="1">artikel 45, lid 1, eerste zin> ID="2">artikel 43">

B

"" ID="1">artikel 1> ID="2">artikel 1"> ID="1">artikel 2, lid 1> ID="2">artikel 2, lid 2"> ID="1">artikel 2, lid 2> ID="2">artikel 2, lid 3"> ID="1">artikel 3, leden 1, 2 en 3> ID="2">artikel 3, lid 1"> ID="1">artikel 3, lid 5> ID="2">artikel 3, lid 4"> ID="1">artikel 3, lid 6> ID="2">artikel 3, lid 5"> ID="1">artikel 4, lid 1> ID="2">artikel 5, lid 1"> ID="1">artikel 4, lid 2> ID="2">artikel 4, lid 2"> ID="1">artikel 4, lid 3> ID="2">artikel 4, lid 3"> ID="1">artikel 4, lid 4> ID="2">artikel 5, lid 5"> ID="1">artikel 5> ID="2">artikel 6"> ID="1">artikel 6> ID="2">artikel 7, leden 1 en 3"> ID="1">artikel 7, lid 1> ID="2">artikel 7, lid 2"> ID="1">artikel 8, lid 1> ID="2">artikel 8, lid 2"> ID="1">artikel 8, lid 2> ID="2">artikel 8, lid 3"> ID="1">artikel 8, lid 3, eerste alinea, sub a)> ID="2">artikel 8, lid 4"> ID="1">artikel 8, lid 3, tweede alinea, sub b)> ID="2">artikel 8, lid 5"> ID="1">artikel 9, lid 1, eerste alinea> ID="2">artikel 9, lid 1, eerste alinea"> ID="1">artikel 9, lid 1, tweede alinea, tweede zin> ID="2">artikel 9, lid 1, tweede alinea"> ID="1">artikel 9, lid 2> ID="2">artikel 9, lid 2"> ID="1">artikel 9, lid 3, eerste alinea> ID="2">artikel 9, lid 4"> ID="1">artikel 9, lid 4> ID="2">artikel 9, lid 3"> ID="1">artikel 9, lid 5, eerste en derde streepje> ID="2">artikel 9, lid 5"> ID="1">artikel 9, lid 5, tweede streepje> ID="2">artikel 3, lid 2"> ID="1">artikel 9, lid 6> ID="2">artikel 9, lid 6"> ID="1">artikel 9, lid 7> ID="2">artikel 36, lid 3"> ID="1">artikel 10> ID="2">artikel 10"> ID="1">artikel 11> ID="2">artikel 11"> ID="1">artikel 12> ID="2">artikel 13"> ID="1">artikel 13> ID="2">artikel 14"> ID="1">artikel 14> ID="2">artikel 15"> ID="1">artikel 15, lid 1> ID="2">artikel 16, lid 1"> ID="1">artikel 15, lid 2> ID="2">artikel 16, lid 2"> ID="1">artikel 15, lid 3> ID="2">artikel 16, lid 3"> ID="1">artikel 15, lid 4> ID="2">artikel 16, lid 4"> ID="1">artikel 15, lid 5> ID="2">artikel 16, lid 5"> ID="1">artikel 15, lid 6> ID="2">artikel 16, lid 7"> ID="1">artikel 15, lid 7> ID="2">artikel 16, lid 8"> ID="1">artikel 16, lid 1> ID="2">artikel 17, lid 1"> ID="1">artikel 16, lid 2> ID="2">artikel 17, lid 2"> ID="1">artikel 16, lid 3> ID="2">artikel 17, lid 3"> ID="1">artikel 16, lid 4> ID="2">artikel 17, lid 4"> ID="1">artikel 16, lid 5> ID="2">artikel 17, lid 5"> ID="1">artikel 16, lid 6> ID="2">artikel 17, lid 6"> ID="1">artikel 16, lid 7> ID="2">artikel 17, lid 7"> ID="1">artikel 17, lid 1> ID="2">artikel 18, lid 1"> ID="1">artikel 17, lid 2> ID="2">artikel 18, lid 2"> ID="1">artikel 17, lid 3> ID="2">artikel 18, lid 3"> ID="1">artikel 17, lid 4> ID="2">artikel 18, lid 4"> ID="1">artikel 17, lid 5> ID="2">artikel 18, lid 5"> ID="1">artikel 17, lid 6> ID="2">artikel 18, lid 6"> ID="1">artikel 18, lid 1> ID="2">artikel 12, lid 1"> ID="1">artikel 18, lid 3> ID="2">artikel 12, lid 2"> ID="1">artikel 19, lid 1> ID="2">artikel 19, lid 1"> ID="1">artikel 19, lid 2, eerste alinea> ID="2">artikel 19, lid 3, tweede alinea"> ID="1">artikel 19, lid 2, tweede alinea> ID="2">artikel 19, lid 3, derde alinea"> ID="1">artikel 19, lid 2, derde alinea> ID="2">artikel 19, lid 1, tweede alinea"> ID="1">artikel 19, lid 2, vierde alinea> ID="2">artikel 19, lid 3, eerste alinea"> ID="1">artikel 19, lid 2, vijfde alinea> ID="2">artikel 19, lid 6"> ID="1">artikel 19, lid 2, zesde alinea> ID="2">artikel 19, lid 4"> ID="1">artikel 19, lid 3> ID="2">artikel 19, lid 6"> ID="1">artikel 19, lid 4> ID="2">artikel 19, lid 7"> ID="1">artikel 19, lid 5> ID="2">artikel 19, lid 5"> ID="1">artikel 20> ID="2">artikel 20"> ID="1">artikel 21> ID="2">artikel 21"> ID="1">artikel 22> ID="2">artikel 22"> ID="1">artikel 23> ID="2">artikel 23"> ID="1">artikel 24, lid 1> ID="2">artikel 24, lid 1"> ID="1">artikel 24, lid 2> ID="2">artikel 24, leden 2 en 3"> ID="1">artikel 24, lid 3> ID="2">artikel 25, lid 5"> ID="1">artikel 24, lid 4> ID="2">artikel 24, lid 8"> ID="1">artikel 25> ID="2">artikel 24, lid 4"> ID="1">artikel 26, leden 1 en 2, eerste alinea> ID="2">artikel 26, lid 1, eerste en tweede alinea"> ID="1">artikel 26, lid 2, tweede alinea> ID="2">artikel 26, lid 2"> ID="1">artikel 26, lid 3> ID="2">artikel 26, lid 3"> ID="1">artikel 27, leden 1, 2, 3 en 4> ID="2">artikel 28, leden 1, 2, 3 en 4 en artikel 29, leden 1 en 2"> ID="1">artikel 27, lid 5> ID="2">artikel 29, lid 3"> ID="1">artikel 27, lid 6> ID="2">artikel 29, lid 4"> ID="1">artikel 27, lid 7> ID="2">artikel 28, lid 7 en artikel 29, lid 5"> ID="1">artikel 28> ID="2">artikel 5, leden 3 en 5"> ID="1">artikel 29> ID="2">artikel 32"> ID="1">artikel 30, leden 1 en 2> ID="2">artikel 30, leden 1 en 2"> ID="1">artikel 30, lid 3> ID="2">artikel 30, lid 4"> ID="1">artikel 30, lid 4> ID="2">artikel 30, lid 5"> ID="1">artikel 31, lid 1> ID="2">artikel 27, lid 1"> ID="1">artikel 31, lid 2> ID="2">artikel 27, lid 2"> ID="1">artikel 31, lid 4> ID="2">artikel 27, lid 3"> ID="1">artikel 33> ID="2">artikel 38"> ID="1">artikel 34> ID="2">artikel 39"> ID="1">artikel 35> ID="2">artikel 40"> ID="1">artikel 36> ID="2">artikel 41"> ID="1">artikel 37> ID="2">artikel 42"> ID="1">artikel 38> ID="2">artikel 46"> ID="1">artikel 40> ID="2">artikel 43"> ID="1">artikel 41> ID="2">artikel 44"> ID="1">artikel 42> ID="2">artikel 45"> ID="1">artikel 43> ID="2">artikel 33"> ID="1">artikel 44> ID="2">artikel 34"> ID="1">artikel 45> ID="2">artikel 35"> ID="1">artikel 46> ID="2">artikel 36, lid 1 en 2"> ID="1">artikel 47> ID="2">artikel 37"> ID="1">artikel 48> ID="2">artikel 48"> ID="1">artikel 49> ID="2">artikel 49"> ID="1">Bijlage I> ID="2">Bijlage I"> ID="1">Bijlage II> ID="2">Bijlage II"> ID="1">Bijlage III> ID="2">Bijlage III">

C

"" ID="1">artikel 1> ID="2">artikel 1, lid 1, sub f) en g) en lid 2, sub c)"> ID="1">artikel 2> ID="2">artikel 13"> ID="1">artikel 3, lid 1> ID="2">artikel 16, leden 1 en 6"> ID="1">artikel 3, lid 2> ID="2">artikel 17, lid 1"> ID="1">artikel 3, lid 3> ID="2">artikel 16, lid 7"> ID="1">artikel 3, lid 4> ID="2">artikel 16, lid 8"> ID="1">artikel 4, lid 1> ID="2">artikel 19, leden 2 en 3, eerste alinea"> ID="1">artikel 4, lid 2> ID="2">artikel 19, lid 3, tweede en derde alinea"> ID="1">artikel 4, lid 3> ID="2">artikel 19, lid 3, vierde en vijfde alinea"> ID="1">artikel 4, lid 4> ID="2">artikel 19, lid 5, tweede alinea"> ID="1">artikel 4, lid 4 bis> ID="2">artikel 19, lid 6"> ID="1">artikel 4, lid 5> ID="2">artikel 19, lid 7"> ID="1">artikel 5> ID="2">artikel 20"> ID="1">artikel 6> ID="2">artikel 21"> ID="1">artikel 7> ID="2">artikel 22"> ID="1">artikel 8> ID="2">artikel 23"> ID="1">artikel 9, leden 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7> ID="2">artikel 24 en artikel 26, lid 1"> ID="1">artikel 9, lid 8> ID="2">artikel 28 en 29"> ID="1">artikel 9, lid 9> ID="2">artikel 25, lid 4"> ID="1">artikel 9, lid 10> ID="2">artikel 25, lid 6, artikel 28, lid 7, en artikel 29, lid 5"> ID="1">artikel 10> ID="2">artikel 39"> ID="1">artikel 11> ID="2">artikel 40"> ID="1">artikel 12> ID="2">artikel 41"> ID="1">artikel 13> ID="2">artikel 42"> ID="1">artikel 15> ID="2">artikel 43"> ID="1">artikel 16> ID="2">artikel 44"> ID="1">artikel 17> ID="2">artikel 45"> ID="1">artikel 18> ID="2">artikel 48"> ID="1">artikel 20> ID="2">artikel 49"> ID="1">Bijlage I> ID="2">Bijlage I">

Top