Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31977R1078

Verordening (EEG) nr. 1078/77 van de Raad van 17 mei 1977 tot invoering van een stelsel van premies voor het niet in de handel bengen van melk en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand

OJ L 131, 26.5.1977, p. 1–5 (DA, DE, EN, FR, IT, NL)
Spanish special edition: Chapter 03 Volume 012 P. 143 - 147
Portuguese special edition: Chapter 03 Volume 012 P. 143 - 147
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 008 P. 215 - 219
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 008 P. 215 - 219

No longer in force, Date of end of validity: 10/12/2011; opgeheven door 32011R1229

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1977/1078/oj

31977R1078

Verordening (EEG) nr. 1078/77 van de Raad van 17 mei 1977 tot invoering van een stelsel van premies voor het niet in de handel bengen van melk en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand

Publicatieblad Nr. L 131 van 26/05/1977 blz. 0001 - 0005
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 8 blz. 0215
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 12 blz. 0143
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 8 blz. 0215
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 12 blz. 0143


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 1078/77 VAN DE RAAD

van 17 mei 1977

tot invoering van een stelsel van premies voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelprodukten en voor de omschakeling van het melkveebestand

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 43 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat de huidige situatie in de sector van de produkten die vallen onder Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 3 ) , laatstelijk gewiizigd bij Verordening ( EEG ) nr . 559/76 ( 4 ) , wordt gekenmerkt door aanzienlijke en toenemende overschotten ; dat het derhalve dienstig is de bij bepaalde categorieën landbouwbedrijven in de Gemeenschap waargenomen tendens om de melkproduktie of het in de handel brengen van melk en zuivelprodukten stop te zetten , te bevorderen ;

Overwegende dat het nagestreefde doel kan worden bereikt door toekenning van premies aan landbouwers die ervan afzien melk en zuivelprodukten in de handel te brengen of hun melkveebestand op de rundvleesproduktie omschakelen ; dat het , ingeval de ontwikkeling van de rundveestapel in een Lid-Staat moeilijk is en de melkveebestanden er derhalve reeds aanzienlijk zijn geslonken , evenwel dienstig kan blijken deze Lid-Staat te machtigen de bepalingen inzake de premie voor het niet in de handel brengen of voor de omschakeling niet toe te passen ;

Overwegende dat het bedrag van de premies zodanig moet worden vastgesteld dat deze als een zekere compensatie voor de inkomstenderving als gevolg van het niet in de handel brengen van de betrokken produkten kunnen worden beschouwd ; dat het om deze redenen dienstig lijkt het premiebedrag in verhouding tot de in het kalenderjaar 1976 in de handel gebrachte hoeveelheid produkten vast te stellen ;

Overwegende dat het wenselijk is het totale bedrag van de aan een bedrijf toegekende premies te beperken , ten einde de structuur van de melkveehouderij te verbeteren op bedrijven die , gezien hun omvang , economisch meer levensvatbaar zijn ; dat evenwel bepaalde uitzonderingen op de betrokken beperkingen moeten worden vastgesteld voor aanvragers die deelnemen aan een programma tot uitroeiing van brucellose , tuberculose en leukose ;

Overwegende dat het , ten einde de controle op de inachtneming van de uit de toepassing van deze verordening voortvloeiende verplichtingen te vergemakkelijken , dienstig is te bepalen dat de premies in verschillende gedeelten worden uitbetaald ;

Overwegende dat de onderhavige maatregelen enerzijds ten doel hebben het evenwicht op de markt van de betrokken produkten te herstellen en derhalve kunnen worden beschouwd als interventies in de zin van artikel 3 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ( 5 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2788/72 ( 6 ) , en anderzijds gericht zijn op de verwezenlijking van de in artikel 39 , lid 1 , sub a ) , van het Verdrag vastgestelde doeleinden , met inbegrip van de wijzigingen die nodig zijn voor een goede werking van de gemeenschappelijke markt ; dat deze maatregelen derhalve een gemeenschappelijke actie in de zin van artikel 6 van genoemde verordening vormen ;

Overwegende dat derhalve moet worden voorzien in een communautaire financiering van de uitgaven door de afdelingen Oriëntatie en Garantie van het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw ,

Overwegende dat ten einde het administratieve en financiële beheer van de premieregeling te vergemakkelijken , bij wijze van uitzondering op de door de afdeling Oriëntatie gefinancierde uitgaven de bepalingen moeten worden toegepast van Verordening ( EEG ) nr . 2697/70 van de Commissie van 29 december 1970 betreffende de terbeschikkingstelling aan de Lid-Staten van de financiële middelen van de Gemeenschap met betrekking tot de afdeling Garantie van het EOGFL ( 7 ) alsmede van Verordening ( EEG ) nr . 1723/72 van de Commissie van 26 juli 1972 inzake de goedkeuring van de rekeningen betreffende het EOGFL , afdeling Oriëntatie ( 8 ) , dat gedurende een overgangsperiode op verzoek van een Lid-Staat evenwel de normale terugbetalingsregeling van het EOGFL , afdeling Oriëntatie , kan worden toegepast ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

TITEL I

Voorwaarden voor en bedragen van de premies voor het niet in de handel brengen en voor de omschakeling

Artikel 1

1 . Op aanvraag wordt , naar keuze van de aanvrager , een premie voor het niet in de handel brengen van melk - en zuivelprodukten ( premie voor het niet in de handel brengen ) of een premie voor de omschakeling van het melkveebestand op de rundvleesproduktie ( omschakelingspremie ) toegekend .

2 . Ingeval wordt geconstateerd dat het aantal melkkoeien in een Lid-Staat in het tijdvak van 1 januari 1969 tot en met 31 december 1975 met meer dan 20 % is verminderd , wordt deze Lid-Staat evenwel gemachtigd om de bepalingen van deze verordening niet toe te passen .

Artikel 2

1 . Om voor de premie voor het niet in de handel brengen in aanmerking te komen , moet elke producent ten genoegen van de bevoegde instanties aantonen dat hij op zijn bedrijf nog een aantal melkkoeien houdt dat evenredig is aan de in het kalenderjaar 1976 geleverde hoeveelheid melk of het equivalent ervan in zuivelprodukten en dat hij nog steeds overeenkomstige hoeveelheden levert . Deze voorwaarde moet nog vervuld zijn op de datum waarop de aanvraag wordt goedgekeurd ; indien dit niet het geval is zal de premie , behalve in bepaalde nog vast te stellen speciale gevallen , dienovereenkomstig worden verminderd .

2 . Toekenning van de premie voor het niet in de handel brengen is afhankelijk van de schriftelijke verbintenis van de producent om :

a ) gedurende de periode van het riet in de handel brengen , geen melk of zuivelprodukten afkomstig van zijn bedrijf tegen betaling of gratis te leveren ,

b ) vanaf de dag van indiening van de aanvraag tot het einde van de periode van het niet in de handel brengen

- niet toe te staan dat zijn bedrijf of een gedeelte ervan door derden wordt gebruikt voor de melkveehouderij ,

- zijn melkveebestand niet in pacht te geven en het niet tegen betaling of gratis aan derden toe te vertrouwen ,

- zijn melkveebestand niet van de hand te doen behalve voor slachting of voor uitvoer .

De periode waarin geen melk of zuivelprodukten in de handel mogen worden gebracht , duurt vijf jaar en begint uiterlijk aan het einde van de zesde maand na de datum waarop de aanvraag is goedgekeurd .

3 . Producenten die hun bedrijf overeenkomstig Richtlijn 72/160/EEG ( 9 ) beëindigen na een periode van minstens twee jaar waarin zij geen melk of zuivelprodukten in de handel hebben gebracht , worden ontslagen van de in lid 2 bedoelde verplichtingen .

4 . Producenten die hun bedrijf overeenkomstig Richtlijn 72/160/EEG beëindigen aan het einde van het derde jaar waarin geen melk of zuivelprodukten in de handel worden gebracht , worden ontslagen van de in lid 2 bedoelde verplichtingen . In dit geval wordt voor het derde jaar een bedrag van 37,5 % van de premie voor het niet in de handel brengen uitgekeerd zodra de op grond van de vorengenoemde richtlijn ingediende aanvraag is goedgekeurd en aan de bevoegde instantie het bewijs is geleverd dat het melkveebestand is geslacht .

5 . In de in de leden 3 en 4 bedoelde gevallen dient geen enkel bedrag dat in het kader van de premieregeling voor het niet in de handel brengen is ontvangen , te worden terugbetaald . De betrokken producenten komen nadien niet meer in aanmerking voor de premie voor het niet in de handel brengen .

Artikel 3

1 . Om voor de omschakelingspremie in aanmerking te komen , dient de producent ten genoegen van de bevoegde instanties aan te tonen

- dat hij gedurende het kalenderjaar 1976 ten minste 50 000 kg melk of het equivalent ervan in zuivelprodukten heeft geleverd , dat hij nog een evenredig aantal melkkoeien in zijn bedrijf houdt en dat hij nog steeds overeenkomstige hoeveelheden levert

of

- dat hij op de datum van goedkeuring van zijn aanvraag ten minste 15 melkkoeien , inclusief drachtige vaarzen , op zijn bedrijf houdt .

In beide gevallen moeten de overeenkomstige hoeveelheden melk nog worden geleverd op de datum waarop de aanvraag wordt goedgekeurd ; indien dit niet het geval is zal de premie , behalve in bepaalde nog vast te stellen speciale gevallen , dienovereenkomstig worden verminderd .

2 . Toekenning van de omschakelingspremie is afhankelijk van de verbintenis van de producent om :

a ) gedurende de omschakelingsperiode geen melk of zuivelprodukten afkomstig van zijn bedrijf tegen betaling of gratis te leveren ;

b ) vanaf de dag van indiening van de aanvraag tot het einde van de omschakelingsperiode , de in artikel 2 , lid 2 , eerste alinea , sub b ) , vastgestelde voorwaarden in acht te nemen ,

c ) gedurende de omschakelingsperiode op zijn bedrijf een gemiddeld aantal vee-eenheden of schapen aan te houden , dat ten minste gelijk is aan het aantal dat op de referentiedatum op hetzelfde bedrijf werd gehouden .

De omschakelingsperiode duurt vier jaar en begint uiterlijk aan het einde van de zesde maand na de datum waarop de aanvraag wordt goedgekeurd .

3 . Ingeval de producent koeien blijft houden , moet hij , om in aanmerking te komen voor de premie , ten genoegen van de bevoegde instanties aantonen dat hij zijn bestand zodanig heeft aangepast dat uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de dag waarop de aanvraag is goedgekeurd ten minste 80 % van het aantal koeien of drachtige vaarzen op het bedrijf bestaat uit vrouwelijke dieren welke de kenmerken vertonen van een der erkende vleesrassen of uit vrouwelijke dieren die verkregen zijn door kruising met een stamboekstier die tot een van deze rassen behoort , of , bij gebreke daarvan , voldoende waarborgen biedt inzake de geschiktheid om de wezenlijke kenmerken van dat ras op zijn nakomelingen te doen overgaan .

Artikel 4

1 . De premie voor het niet in de handel brengen wordt berekend in verhouding tot de door de producent in het kalenderjaar 1976 geleverde hoeveelheid melk of het equivalent ervan in zuivelprodukten .

Per 100 kg is de premie gelijk aan het volgende percentage van de melkrichtprijs die van toepassing is op de datum waarop de aanvraag wordt goedgekeurd :

- 95 % voor hoeveelheden van 30 000 kg of minder ;

- 90 % voor hoeveelheden van meer dan 30 000 kg , maar niet meer dan 50 000 kg ;

- 75 % voor hoeveelheden van meer dan 50 000 kg , maar niet meer dan 120 000 kg .

Een bedrag van 50 % van de premie wordt betaald in de loop van de eerste drie maanden van de periode waarin geen melk of zuivelprodukten in de handel mogen worden gebracht .

Het resterende gedeelte wordt in twee gelijke betalingen van elk 25 % van de premie uitgekeerd in de loop van het derde en het vijfde jaar , op voorwaarde dat de begunstigde aan de bevoegde instanties bewijst dat hij de in artikel 2 bedoelde verbintenissen is nagekomen .

2 . De omschakelingspremie bedraagt per 100 kg 90 % van de melkrichtprijs die van toepassing is op de datum waarop de aanvraag wordt goedgekeurd ; de premie wordt berekend over de door de producent in het kalenderjaar 1976 geleverde hoeveelheid melk of het equivalent ervan in zuivelprodukten , met een maximum van 120 000 kg melk . Het bedrag van de omschakelingspremie kan echter in geen geval lager zijn dan het bedrag dat uit de toepassing van lid 1 zou voortvloeien .

Een bedrag van 60 % van de premie wordt uitgekeerd in de eerste drie maanden van de omschakelingsperiode .

Het resterende bedrag wordt in twee gelijke betalingen van elk 20 % van de premie , uitgekeerd in het derde en het vierde jaar , op voorwaarde dat de begunstigde aan de bevoegde instanties bewijst dat de in artikel 3 bedoelde verbintenissen zijn nagekomen .

3 . De producenten die gedurende het kalenderjaar 1976 meer dan 120 000 kg melk of het equivalent ervan in melkprodukten hebben geleverd , ontvangen de premie voor het niet in de handel brengen of de omschakelingspremie voor 120 000 kg .

4 . De beide premies worden gecumuleerd met steun die wordt toegekend in het kader van programma's tot uitroeiing van brucellose , tuberculose en leukose .

Indien de producent , op de datum waarop zijn aanvraag wordt goedgekeurd , deelneemt aan een van de betrokken programma's , wordt de in de leden 1 , 2 en 3 bedoelde maximumhoeveelheden van 120 000 kg

- verhoogd met de hoeveelheid welke overeenkomt met het aantal door de betrokken ziekten aangetaste melkkoeien , voor zover dit aantal niet hoger is dan 20 % van het bestand ;

- niet toegepast wanneer meer dan 20 % van de vrouwelijke runderen van meer dan twee jaar door brucellose is aangetast en de producent zich ertoe heeft verbonden om alle vrouwelijke runderen van zijn bedrijf binnen drie maanden na de goedkeuring van zijn aanvraag te doen slachten .

TITEL II

Algemene en financiële bepalingen

Artikel 5

In deze verordening wordt :

a ) als " producent " aangemerkt :

- de natuurlijke of rechtspersoon die een in de Gemeenschap gelegen landbouwbedrijf beheert , waarop rundvee wordt gehouden ;

- een groep natuurlijke of rechtspersonen die gemeenschappelijk landbouwproduktiemiddelen gebruiken voor het gemeenschappelijk houden van rundvee op het grondgebied van de Gemeenschap ;

b ) als " bedrijf " aangemerkt :

het geheel der door de producent beheerde en op het grondgebied van de Gemeenschap gelegen produktie-eenheden .

Artikel 6

1 . Elke opvolger op een bedrijf kan zich er schriftelijk toe verbinden de door zijn voorganger aangegane verplichtingen verder na te komen .

In dit geval behoudt laatstgenoemde de reeds betaalde bedragen en wordt het resterende gedeelte aan zijn opvolger uitgekeerd .

In het tegenovergestelde geval worden de reeds uitgekeerde bedragen door de voorganger terugbetaald .

2 . Ingeval slechts een gedeelte van een bedrijf wordt overgedaan , behoudt de aanvrager zijn recht op de premie indien de persoon aan wie hij het gedeelte heeft overgedaan zich er schriftelijk toe verbindt om de door zijn voorganger aangegane verplichtingen verder na te komen . In het tegenovergestelde geval wordt een evenredig gedeelte van de reeds uitgekeerde bedragen door de voorganger terugbetaald . Dit gedeelte wordt berekend aan de hand van het groenvoederareaal dat werd overgedaan .

Artikel 7

Volgens de procedure van artikel 30 van Verordening ( EEG ) nr . 804/68 worden vastgesteld :

a ) het tijdvak voor de indiening van de premieaanvragen ,

b ) de definitie van " evenredig aantal " en de " overeenkomstige hoeveelheden " , bedoeld in artikel 2 , lid 1 , en artikel 3 , lid 1 ,

c ) de voorwaarden met betrekking tot de erkenning van de in artikel 3 , lid 3 , bedoelde rassen ,

d ) de definitie van het in artikel 4 , lid 1 , eerste alinea , bedoelde " equivalent in zuivelprodukten " ,

e ) de bepalingen inzake de controle op de naleving van de uit de toekenning van de premie voortvloeiende verbintenissen ,

f ) de gelijkwaardigheidscoëfficiënten voor de berekening van het aantal grootvee-eenheden en schapen ,

g ) de bepalingen inzake het behoud , in uitzonderlijke omstandigheden , van de reeds uitgekeerde bedragen , met name wanneer de begunstigde zijn bedrijf in de landbouwsector beëindigt ,

h ) een tolerantiemarge voor de berekening van het gemiddelde aantal , bedoeld in artikel 3 , lid 2 , sub c ) ,

i ) het groenvoederareaal , bedoeld in artikel 6 , lid 2 ,

j ) de andere bepalingen voor de toepassing van de artikelen 1 t/m 6 .

Artikel 8

1 . In afwijking van artikel 3 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 worden de uitgaven voor de in deze verordening vastgestelde maatregelen voor 60 % door de afdeling Garantie van het EOGFL gefinancierd . Voorts vergoedt het EOGFL , afdeling Oriëntatie , de Lid-Staten 40 % van de voor bijstand in aanmerking komende uitgaven .

2 . Wat de afdelingen Garantie en Oriëntatie van het EOGFL betreft worden deze maatregelen , met name voor de uitgaven die door deze twee afdelingen worden vergoed , respectievelijk beschouwd als interventies in de zin van artikel 3 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 en vormen deze maatregelen een gemeenschappelijke actie in de zin van artikel 6 , lid 1 , van dezelfde verordening .

Artikel 9

De totale door het EOGFL , afdeling Oriëntatie , te dragen kosten voor de gemeenschappelijke actie worden op 263 miljoen rekeneenheden geraamd . De termijn voor de verwezenlijking van de in deze verordening vervatte maatregel loopt af op 31 maart 1978 .

Artikel 10

Voor wat betreft dat gedeelte van de uitgaven dat gefinancierd wordt door het EOGFL , afdeling Oriëntatie , gelden voor de gemeenschappelijke actie bij wijze van uitzondering de in de Verordening ( EEG ) nr . 2697/70 en nr . 1723/72 bedoelde financiële uitvoeringsbepalingen .

Gedurende het jaar 1977 wordt evenwel op verzoek van een Lid-Staat de terugbetalingsregeling op deze Lid-Staat toegepast . Het verzoek om terugbetaling van deze Lid-Staat heeft betrekking op de in de loop van dat jaar door die Lid-Staat verrichte uitgaven en wordt voor 1 juli van het volgende jaar bij de Commissie ingediend .

De Commissie neemt een besluit over dit verzoek volgens de procedure van artikel 7 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 .

Artikel 11

1 . Onverminderd de krachtens artikel 7 , sub g ) , vastgestelde bepalingen nemen de Lid-Staten , onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 8 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 , de nodige maatregelen om de reeds uitgekeerde premies terug te vorderen ingeval de vastgestelde verbintenissen niet zijn nagekomen .

Zij delen de Commissie de toegepaste maatregelen mede en stellen haar met name periodiek in kennis van de stand van de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures .

2 . De teruggevorderde bedragen worden overgemaakt aan de diensten of instanties die de betalingen hebben gedaan en worden door deze naar rato van het communautaire aandeel in de financiering ervan in mindering gebracht op de uitgaven die door de afdeling Garantie , respectievelijk de afdeling Oriëntatie van het EOGFL worden gefinancierd .

3 . Wanneer het onmogelijk is de uitgekeerde bedragen terug te vorderen , worden de financiële gevolgen daarvan door de afdelingen Garantie en Oriëntatie van het EOGFL gedragen naar rato van hun financiële deelneming .

4 . De terug te vorderen bedragen kunnen worden verhoogd met een rente .

Artikel 12

De uitvoeringsbepalingen van de artikelen 8 tot en met 11 worden , indien nodig , vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 .

Artikel 13

1 . Uitgaande van de door de Lid-Staten verstrekte gegevens legt de Commissie uiterlijk 31 januari 1978 aan de Raad en het Europese Parlement een verslag voor betreffende de toepassing van het premiestelsel .

2 . Na onderzoek van dit verslag kan de Raad , rekening houdende met de opgedane ervaring en de ontwikkeling van de economische omstandigheden in de betrokken sectoren , op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid beslissen het premiestelsel te handhaven of te wijzigen en de periode van toepassing en de raming van de totale kosten dienovereenkomstig aan te passen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 17 mei 1977 .

Voor de Raad

De Voorzitter

J . SILKIN

( 1 ) PB nr . C 93 van 18 . 4 . 1977 , blz . 11 .

( 2 ) PB nr . C 77 van 30 . 3 . 1977 , blz . 15 .

( 3 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .

( 4 ) PB nr . L 67 van 15 . 3 . 1976 , blz . 9 .

( 5 ) PB nr . L 94 van 28 . 4 . 1970 , blz . 13 .

( 6 ) PB nr . L 295 van 3 . 12 . 1972 , blz . 1 .

( 7 ) PB nr . L 285 van 31 . 12 . 1970 , blz . 63 .

( 8 ) PB nr . L 186 van 16 . 8 . 1972 , blz . 1 .

( 9 ) PB nr . L 96 van 23 . 4 . 1972 , blz . 9 .

Top