Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31975L0442

Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen

OJ L 194, 25.7.1975, p. 47–49 (DA, DE, IT, NL)
OJ L 194, 25.7.1975, p. 39–41 (EN, FR)
Greek special edition: Chapter 15 Volume 001 P. 86 - 88
Spanish special edition: Chapter 15 Volume 001 P. 129 - 131
Portuguese special edition: Chapter 15 Volume 001 P. 129 - 131
Special edition in Finnish: Chapter 15 Volume 001 P. 238 - 240
Special edition in Swedish: Chapter 15 Volume 001 P. 238 - 240
Special edition in Czech: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Estonian: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Latvian: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Lithuanian: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Hungarian Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Maltese: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Polish: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Slovak: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25
Special edition in Slovene: Chapter 15 Volume 001 P. 23 - 25

No longer in force, Date of end of validity: 16/05/2006; opgeheven door 32006L0012

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1975/442/oj

31975L0442

Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen

Publicatieblad Nr. L 194 van 25/07/1975 blz. 0039 - 0041
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0238
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0086
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0238
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0129
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 15 Deel 1 blz. 0129


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 15 juli 1975

betreffende afvalstoffen

( 75/442/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot instelling van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 100 en 235 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat een dispariteit tussen de bepalingen betreffende het verwijderen van afvalstoffen die in de verschillende Lid-Staten reeds van toepassing of in voorbereiding zijn , aanleiding kan geven tot ongelijke mededingingsvoorwaarden en dientengevolge een rechtstreekse invloed kan hebben op de werking van de gemeenschappelijke markt ; dat derhalve op dit terrein de in artikel 100 van het Verdrag bedoelde aanpassing van de wetgevingen dient plaats te vinden ;

Overwegende dat het noodzakelijk blijkt deze aanpassing van de wetgevingen vergezeld te laten gaan van een optreden van de Gemeenschap om door een meer omvattende regeling één van de doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van de milieubescherming en de verbetering van de kwaliteit van het bestaan te verwezenlijken ; dat derhalve uit dien hoofde bepaalde specifieke bepalingen dienen te worden vastgesteld ; dat , aangezien het Verdrag niet voorziet in de hiertoe vereiste bevoegdheden , van artikel 235 van het Verdrag gebruik dient te worden gemaakt ;

Overwegende dat iedere regeling op het gebied van de verwijdering van afvalstoffen als voornaamste doelstelling moet hebben de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen de schadelijke invloeden veroorzaakt door het ophalen , het transport , de behandeling , de opslag en het storten van afvalstoffen ;

Overwegende dat het van belang is de terugwinning van afvalstoffen en het gebruik van teruggewonnen materialen te bevorderen ten einde de natuurlijke hulpbronnen te beschermen ;

Overwegende dat in het actieprogramma van de Europese Gemeenschappen inzake het milieu ( 3 ) de nadruk wordt gelegd op de noodzaak van communautaire acties , met inbegrip van de harmonisatie van de wetgevingen ;

Overwegende dat een doeltreffende en samenhangende regeling inzake verwijdering van afvalstoffen , die de intracommunautaire handel niet belemmert en de concurrentievoorwaarden niet nadelig beinvloedt , zou moeten worden toegepast op roerende goederen waarvan de houder zich ontdoet of krachtens de geldende nationale bepalingen moet ontdoen , met uitzondering van radioactieve afvalstoffen , afval afkomstig uit mijn - en landbouw , kadavers , afvalwater , gasvormige effluenten en afvalstoffen die aan een specifieke communautaire regeling zijn onderworpen ;

Overwegende dat , voor de bescherming van het milieu , in een vergunningsregeling moet worden voorzien voor bedrijven die zich met de behandeling , de opslag of het storten van afvalstoffen ten behoeve van derden bezighouden , alsook in toezicht op bedrijven die hun eigen afvalstoffen verwijderen alsmede op die welke de afvalstoffen van derden ophalen , en in een plan dat betrekking heeft op de essentiële gegevens die bij de verschillende handelingen ter verwijdering van afvalstoffen in aanmerking moeten worden genomen ;

Overwegende dat het deel van de kosten dat niet door de opbrengst van afvalstoffen wordt gedekt , moet worden gedragen overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

a ) afvalstoffen : elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet of zich moet ontdoen krachtens de geldende nationale bepalingen ;

b ) verwijdering :

- het ophalen , sorteren , vervoeren en behandelen van afvalstoffen alsmede het opslaan en storten daarvan op of in de bodem ;

- de verwerking , hoodzakelijk voor hergebruik , terugwinning of recycling van afvalstoffen .

Artikel 2

1 . Onverminderd deze richtlijn kunnen de Lid-Staten specifieke voorschriften vaststellen voor bijzondere categorieën afvalstoffen .

2 . Onder de werkingssfeer van deze richtlijn vallen niet :

a ) radioactieve afvalstoffen ;

b ) afvalstoffen die ontstaan bij opsporing , winning , behandeling en opslag van delfstoffen , alsmede bij de exploitatie van steengroeven ;

c ) kadavers en de volgende landbouwafvalstoffen : faecaliën en andere stoffen die in de landbouw worden gebruikt ;

d ) afvalwater , met uitzondering van afvalstoffen in vloeibare toestand ;

e ) gasvormige efluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten ;

f ) afvalstoffen die onderworpen zijn aan specifieke communautaire voorschriften .

Artikel 3

1 . De Lid-Staten nemen passende maatregelen ter bevordering van het voorkomen van afvalvorming , de recycling en het verwerken van afvalstoffen , het winnen van grondstoffen en eventueel energie uit afvalstoffen , alsmede van alle andere methoden voor het opnieuw gebruiken van afvalstoffen .

2 . Zij stellen de Commissie tijdig in kennis van de ontwerpregelingen betreffende dergelijke maatregelen , inzonderheid van ontwerp-regelingen betreffende :

a ) het gebruik van produkten die een bron van technische moeilijkheden kunnen vormen bij de verwijdering of aanleiding kunnen zijn tot buitensporige verwijderingskosten ;

b ) het bevorderen van :

- de vermindering van de hoeveelheden van bepaalde afvalstoffen ,

- de behandeling van afvalstoffen met het oog op recycling en hergebruik ,

- de terugwinning van grondstoffen en/of het winnen van energie uit afvalstoffen ;

c ) het gebruik van bepaalde natuurlijke hulpbronnen , energiebronnen daaronder begrepen , wanneer deze kunnen worden vervangen door teruggewonnen materialen .

Artikel 4

De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen opdat de afvalstoffen worden verwijderd zonder gevaar op te leveren voor de gezondheid van de mens en zonder nadelige gevolgen voor het milieu , met name :

- zonder risico voor het water , de lucht of de bodem , alsmede voor fauna en flora ,

- zonder geluids - of stankbinder te veroorzaken ,

- zonder schade te berokkenen aan natuur en landschap .

Artikel 5

De Lid-Staten zorgen voor het in het leven roepen of aanwijzen van de bevoegde instantie(s ) die voor een bepaald gebied belast is ( zijn ) met de planning en organisatie van , het verlenen van vergunningen voor en het houden van toezicht op de werkzaamheden gericht op verwijdering van afvalstoffer .

Artikel 6

De in artikel 5 bedoelde bevoegde instantie(s ) dient ( dienen ) zo spoedig mogelijk een plan of plannen op te stellen betreffende met name :

- soort en hoeveelheid van te verwijderen afvalstoffen ,

- de algemene technische eisen ,

- de plaatsen die geschikt zijn voor de verwijdering ,

- alle bijzondere regelingen voor bijzondere afvalstoffen .

Dit plan of deze plannen kan/kunnen bij voorbeeld omvatten :

- de natuurlijke of rechtspersonen die gemachtigd zijn om afvalstoffen te verwijderen ,

- de raming van de kosten der werkzaamheden die in verband met de verwijdering moeten worden verricht ,

- passende maatregelen om de rationalisatie van de inzameling , het sorteren en de behandeling van afvalstoffen te bevorderen .

Artikel 7

De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen opdat houders van afvalstoffen :

- deze stoffen afleveren aan een particuliere of openbare ophaaldienst , dan wel aan een onderneming die afval verwijdert ,

- ofwel zelf zorgen voor de verwijdering hiervan , met inachtneming van de krachtens in artikel 4 vastgestelde maatregelen .

Artikel 8

Ten einde de krachtens artikel 4 vastgestelde maatregelen na te leven , moet elke inrichting of elke onderneming die ten behoeve van derden afvalstoffen behandelt , opslaat of stort , over een vergunning van de in artikel 5 bedoelde bevoegde instantie beschikken ; deze vergunning heeft met name betrekking op :

- soort en hoeveelheid van de te behandelen afvalstoffen ,

- de algemene technische eisen ,

- de te nemen voorzorgsmaatregelen ,

- de op verzoek van de bevoegde instanties te verstrekken gegevens betreffende de oorsprong , de bestemming en de behandeling van de afvalstoffen , alsmede soort en hoeveelheid daarvan .

Artikel 9

De in artikel 8 genoemde inrichtingen of ondernemingen worden periodiek gecontroleerd door de in artikel 5 bedoelde bevoegde instantie , met name wat het in acht nemen van de vergunningsvoorwaarden betreft .

Artikel 10

De ondernemingen die hun eigen afvalstoffen vervoeren , ophalen , opslaan , storten of behandelen alsmede die welke ten behoeve van derden afvalstoffen ophalen of vervoeren , staan onder toezicht van de in artikel 5 bedoelde bevoegde instantie .

Artikel 11

Overeenkomstig het beginsel dat de vervuiler betaalt dienen de kosten van de verwijdering van de afvalstoffen , na aftrek van de eventuele opbrengst ervan , te worden gedragen door :

- de houder die afvalstoffen aan een ophaaldienst of een onderneming , als bedoeld in artikel 8 , afgeeft ,

- en/of de vroegere houders of de producent van het afvalstoffen voortbrengende produkt .

Artikel 12

Om de drie jaar stellen de Lid-Staten een verslag op over de toestand inzake de verwijdering van afvalstoffen in hun land ; zij doen dit verslag toekomen aan de Commissie . Te dien einde zijn de in de artikelen 8 en 10 bedoelde inrichtingen of ondernemingen gehouden de in artikel 5 bedoelde bevoegde instantie de inlichtingen inzake de verwijdering van afvalstoffen te verstrekken . De Commissie zendt dit verslag toe aan de andere Lid-Staten .

Om de drie jaar brengt de Commissie aan de Raad en aan het Europese Parlement verslag uit over de toepassing van deze richtlijn .

Artikel 13

De Lid-Staten doen de nodige maatregelen in werking treden om binnen 24 maanden vanaf de kennisgeving van de onderhavige richtlijn aan het daarin gestelde te voldoen . Zij stellen de Commissie onverwijld hiervan in kennis .

Artikel 14

De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht die zij invoeren op het door deze richtlijn bestreken gebied .

Artikel 15

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 15 juli 1975 .

Voor de Raad

De Voorzitter

M . RUMOR

( 1 ) PB nr . C 32 van 11 . 2 . 1975 , blz . 36 .

( 2 ) PB nr . C 16 van 23 . 1 . 1975 , blz . 12 .

( 3 ) PB nr . C 112 van 20 . 12 . 1973 , blz . 3 .

Top