Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 22013A1207(01)

Protocol tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko

OJ L 328, 7.12.2013, p. 2–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_prot/2013/720/oj

7.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 328/2


PROTOCOL

tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko


Artikel 1

Algemene beginselen

Het protocol, de bijlage en de aanhangsels maken integrerend deel uit van de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko van 28 februari 2007 — hierna „de visserijovereenkomst” genoemd —, die past in het kader van de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko van 26 februari 1996 — hierna „de associatieovereenkomst” genoemd. Het protocol draagt bij aan de realisatie van de algemene doelstellingen van de associatieovereenkomst en is erop gericht de leefbaarheid van de visbestanden op ecologisch, economisch en sociaal gebied te waarborgen.

De uitvoering van dit protocol geschiedt overeenkomstig artikel 1 van de associatieovereenkomst, inzake de ontwikkeling van dialoog en samenwerking, en artikel 2 van diezelfde overeenkomst, inzake de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens.

Artikel 2

Toepassingsperiode, geldigheidsduur en vangstmogelijkheden

De krachtens artikel 5 van de visserijovereenkomst verleende vangstmogelijkheden worden in de bij dit protocol gevoegde tabel vastgesteld voor een periode van vier jaar die ingaat op de datum van de inwerkingtreding ervan.

De eerste alinea is van toepassing onverminderd de artikelen 4 en 5 van dit protocol.

Op grond van artikel 6 van de visserijovereenkomst mogen vaartuigen die de vlag van een lidstaat van de Europese Unie (EU) voeren slechts visserijactiviteiten in de Marokkaanse visserijzone uitoefenen indien daarvoor in het kader van dit protocol en overeenkomstig de bepalingen van de bijlage bij dit protocol een vergunning is verleend.

Artikel 3

Financiële tegenprestatie

1.   De totale jaarlijkse waarde van het protocol wordt geraamd op 40 000 000 EUR voor de in artikel 2 bedoelde periode. Dit bedrag is als volgt onderverdeeld:

a)

30 000 000 EUR in het kader van de in artikel 7 van de visserijovereenkomst bedoelde financiële tegenprestatie, die als volgt is onderverdeeld:

i)

16 000 000 EUR als financiële compensatie voor de toegang tot het bestand,

ii)

14 000 000 EUR als steun voor het sectorale visserijbeleid in Marokko;

b)

10 000 000 EUR, wat overeenkomt met het geraamde bedrag van de door de reders verschuldigde rechten voor de op grond van artikel 6 van de overeenkomst en volgens de voorwaarden van hoofdstuk I, delen D en E, van de bijlage bij dit protocol afgegeven visvergunningen.

2.   Lid 1 is van toepassing behoudens de artikelen 4, 5, 6 en 8 van dit protocol.

3.   Behoudens de bepalingen van artikel 6, lid 9, betaalt de EU de in lid 1, onder a), bedoelde financiële tegenprestatie voor het eerste jaar uiterlijk drie maanden na de datum waarop dit protocol van toepassing wordt, en voor de volgende jaren uiterlijk op de datum waarop het protocol verjaart.

4.   De in lid 1, onder a), bedoelde financiële tegenprestatie wordt overgemaakt ten name van de Thesaurier-generaal van het Koninkrijk Marokko op een bij de Generale Thesaurie van het Koninkrijk Marokko geopende rekening, waarvan de referenties door de Marokkaanse autoriteiten worden meegedeeld.

5.   Behoudens artikel 6 van dit protocol valt de beslissing over de bestemming van de tegenprestatie onder de exclusieve bevoegdheid van de Marokkaanse autoriteiten.

Artikel 4

Coördinatie op het gebied van wetenschap en experimentele visserij

1.   Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de visserijovereenkomst, verbinden de partijen zich ertoe, op regelmatige basis en in geval van behoefte, wetenschappelijke vergaderingen te houden teneinde wetenschappelijke vraagstukken te onderzoeken die door de gemengde commissie voor het beheer van en het technisch toezicht op dit protocol zijn opgeworpen. De opdracht, samenstelling en organisatie van de wetenschappelijke vergaderingen worden vastgesteld door de bij artikel 10 van de visserijovereenkomst ingestelde gemengde commissie.

2.   De twee partijen verbinden zich ertoe verantwoorde visserij in de Marokkaanse visserijzone te bevorderen zonder onderscheid te maken tussen de verschillende in die wateren aanwezige vloten.

3.   Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de visserijovereenkomst plegen de twee partijen, op basis van de conclusies van de vergaderingen van het wetenschappelijke comité, overleg binnen de bij artikel 10 van de visserijovereenkomst ingestelde gemengde commissie om, in voorkomend geval en in onderlinge overeenstemming, maatregelen te nemen die gericht zijn op het duurzame beheer van de visbestanden.

4.   Met het oog op wetenschappelijk onderzoek en de verbetering van de wetenschappelijke kennis kan in de Marokkaanse visserijzone op verzoek van de gemengde commissie experimentele visserij worden verricht. De uitvoeringsbepalingen inzake experimentele visserij worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV van de bijlage bij dit protocol.

Artikel 5

Herziening van de vangstmogelijkheden

1.   De in artikel 2 bedoelde vangstmogelijkheden kunnen in onderlinge overeenstemming door de gemengde commissie worden herzien voor zover met die herziening de duurzaamheid van de Marokkaanse visbestanden wordt beoogd.

2.   In het geval van een verhoging wordt de in artikel 3, lid 1, onder a), i), bedoelde financiële tegenprestatie evenredig met de vangstmogelijkheden verhoogd pro rata temporis. De verhoging wordt echter zo aangepast dat het totaalbedrag van de door de EU betaalde financiële tegenprestatie niet meer bedraagt dan tweemaal het in artikel 3, lid 1, onder a), i), genoemde bedrag. Wanneer de partijen overeenstemming bereiken over een verlaging van de in artikel 2 bedoelde vangstmogelijkheden, wordt de financiële tegenprestatie evenredig met de vangstmogelijkheden verlaagd pro rata temporis.

3.   De verdeling van de vangstmogelijkheden over de verschillende visserijtakken kan eveneens worden herzien, mits de partijen daartoe samen besluiten met inachtneming van de voorwaarden voor de duurzaamheid van de bestanden die gevolgen van deze herverdeling kunnen ondervinden. De partijen spreken een overeenkomstige aanpassing van de financiële tegenprestatie af indien de herverdeling van de vangstmogelijkheden dat rechtvaardigt.

Artikel 6

Steun voor het sectorale visserijbeleid van Marokko

1.   De in artikel 3, lid 1, onder a), ii), van dit protocol bedoelde financiële tegenprestatie draagt bij aan de ontwikkeling en de uitvoering van het sectorale visserijbeleid van Marokko in het kader van de ontwikkelingsstrategie voor de visserijsector „Halieutis”.

2.   De toewijzing en het beheer van deze bijdrage door Marokko gebeuren op basis van doelstellingen die de partijen in onderlinge overeenstemming in de gemengde commissie vaststellen en de desbetreffende jaarlijkse en meerjarige programmering, en wel overeenkomstig de strategie „Halieutis” en op basis van een raming van de effecten van de uit te voeren projecten.

3.   Wat betreft het eerste jaar van geldigheid van het protocol wordt de toewijzing van de in lid 1 bedoelde bijdrage door Marokko meegedeeld aan de EU zodra in de gemengde commissie de richtsnoeren, doelstellingen en evaluatiecriteria en -indicatoren zijn goedgekeurd. Deze toewijzing wordt door Marokko voor elk jaar aan de EU meegedeeld vóór 30 september van het jaar daarvoor.

4.   Elke wijziging van de richtsnoeren, doelstellingen en evaluatiecriteria en -indicatoren wordt door beide partijen in de gemengde commissie goedgekeurd.

5.   Met betrekking tot de projecten die worden uitgevoerd in het kader van de uit hoofde van dit protocol verleende sectorale steun, dient Marokko een voortgangsverslag in dat ter bestudering aan de gemengde commissie wordt overgelegd.

6.   Naargelang van de aard van de projecten en de duur van de uitvoering ervan, dient Marokko met betrekking tot de uitvoering van de projecten die in het kader van de uit hoofde van dit protocol verleende sectorale steun zijn voltooid, een verslag in bij de gemengde commissie met daarin een beschrijving van de verwachte economische en sociale gevolgen van deze projecten, met name de effecten op de werkgelegenheid en de investeringen en elke kwantificeerbare impact van de voltooide acties, alsmede van de geografische spreiding daarvan. Die gegevens worden uitgewerkt op basis van in de gemengde commissie nader te bepalen indicatoren.

7.   Voorts dient Marokko vóór het verstrijken van het protocol een eindverslag over de tenuitvoerlegging van de uit hoofde van dit protocol verleende sectorale steun in, waarin de in de voorgaande leden aangehaalde elementen worden opgenomen.

8.   Beide partijen volgen de tenuitvoerlegging van de sectorale steun zo nodig na het verstrijken van dit protocol, alsmede, in voorkomend geval, tijdens de schorsing ervan, en wel volgens de in dit protocol vastgestelde voorwaarden.

9.   De specifieke voor de sectorale steun bestemde tegenprestatie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a), ii), wordt in schijven betaald overeenkomstig een benadering die is gebaseerd op de analyse van wat met de tenuitvoerlegging van de sectorale steun is bereikt, en op de in het kader van de programmering vastgestelde behoeften.

10.   Het kader voor de operationele tenuitvoerlegging wordt vastgesteld in de gemengde commissie.

Artikel 7

Economische integratie van de actoren van de EU in de visserijsector van Marokko

Overeenkomstig de geldende wet- en regelgeving bevorderen de twee partijen contacten en samenwerking tussen de economische actoren op de volgende gebieden:

de ontwikkeling van de met de visserij verwante industrie, met name scheepsbouw en -reparatie, de vervaardiging van vismateriaal en vistuig;

de bevordering van uitwisselingen op het gebied van beroepskennis en opleiding van kaderpersoneel voor de zeevisserijsector;

de afzet van visserijproducten;

de marketing;

de aquacultuur.

Artikel 8

Schorsing van de toepassing van het protocol wegens een geschil over de interpretatie of de toepasssing ervan

1.   De partijen plegen in de bij artikel 10 van de overeenkomst ingestelde gemengde commissie, zo nodig in een bijzondere zitting ervan, overleg over eventuele onderlinge geschillen inzake de interpretatie en de toepassing van de in dit protocol vastgestelde bepalingen.

2.   De toepassing van dit protocol kan op initiatief van een partij worden geschorst, wanneer het geschil tussen de twee partijen als ernstig wordt beschouwd en het overeenkomstig lid 1 in de gemengde commissie gevoerde overleg niet tot een minnelijke schikking heeft geleid.

3.   De toepassing van het protocol kan pas worden geschorst, indien de betrokken partij haar voornemen hiertoe schriftelijk en ten minste drie maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de schorsing meldt.

4.   Bij schorsing blijven de partijen in onderling overleg streven naar een minnelijke schikking van het geschil. Zodra het geschil is opgelost, wordt de toepassing van het protocol hervat. Het bedrag van de financiële tegenprestatie wordt evenredig en pro rata temporis verlaagd, afhankelijk van de duur van de periode waarin de toepassing van het protocol is geschorst.

Artikel 9

Niet-naleving van de uit het protocol voortvloeiende technische verplichtingen

Overeenkomstig de bepalingen van dit protocol en de geldende wetgeving behoudt Marokko zich het recht voor de in de bijlagen bedoelde sancties toe te passen in geval van niet-naleving van de bepalingen in dit protocol of van de eruit voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 10

Elektronische gegevensuitwisseling

Marokko en de EU verbinden zich ertoe onverwijld de nodige systemen in te voeren voor de elektronische uitwisseling van alle met het technische beheer van het protocol verband houdende gegevens en documenten, zoals vangstgegevens, VMS-posities van vaartuigen en meldingen inzake het binnenvaren en verlaten van de zone.

Artikel 11

Geldend nationaal recht

Op de activiteiten van vaartuigen die onder dit protocol en de bijlage daarbij vallen, met name op, onder meer, het overladen, het gebruik van havendiensten en de aankoop van uitrusting, zijn de in Marokko geldende wetten van toepassing.

Artikel 12

Inwerkingtreding

Het onderhavige protocol en de bijlage daarbij treden in werking op de datum waarop de partijen de voltooiing van de respectieve in dit verband te volgen interne procedures melden.

Vangstmogelijkheden

Kleinschalige visserij

Demersale visserij

Industriële pelagische visserij

Industriële pelagische visserij met koelvaartuigen

Pelagische visserij noord: zegennetten

Kleinschalige visserij zuid: lijnen en hengels

Kleinschalige visserij noord: grondbeugen

Kleinschalige tonijnvisserij: hengels

Grondbeugen en bodemtrawls

Pelagische of semi-pelagische trawls

Pelagische of semi-pelagische trawls

 

 

 

 

 

Bestand C

Quotum:

80 000 ton

20 vaartuigen

10 vaartuigen

35 vaartuigen

27 vaartuigen

16 vaartuigen

18 vaartuigen

Съставено в Брюксел на осемнадесети ноември две хиляди и тринадесета година.

Hecho en Bruselas, el dieciocho de noviembre de dos mil trece.

V Bruselu dne osmnáctého listopadu dva tisíce třináct.

Udfærdiget i Bruxelles den attende november to tusind og tretten.

Geschehen zu Brüssel am achtzehnten November zweitausenddreizehn.

Kahe tuhande kolmeteistkümnenda aasta novembrikuu kaheksateistkümnendal päeval Brüsselis.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις δέκα οκτώ Νοεμβρίου δύο χιλιάδες δεκατρία.

Done at Brussels on the eighteenth day of November in the year two thousand and thirteen.

Fait à Bruxelles, le dix-huit novembre deux mille treize.

Sastavljeno u Bruxellesu osamnaestog studenoga dvije tisuće trinaeste.

Fatto a Bruxelles, addì diciotto novembre duemilatredici.

Briselē, divi tūkstoši trīspadsmitā gada astoņpadsmitajā novembrī.

Priimta du tūkstančiai tryliktų metų lapkričio aštuonioliktą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizenharmadik év november havának tizennyolcadik napján.

Magħmul fi Brussell, fit-tmintax-il jum ta’ Novembru tas-sena elfejn u tlettax.

Gedaan te Brussel, de achttiende november tweeduizend dertien.

Sporządzono w Brukseli dnia osiemnastego listopada roku dwa tysiące trzynastego.

Feito em Bruxelas, em dezoito de novembro de dois mil e treze.

Întocmit la Bruxelles la optsprezece noiembrie două mii treisprezece.

V Bruseli osemnásteho novembra dvetisíctrinásť.

V Bruslju, dne osemnajstega novembra leta dva tisoč trinajst.

Tehty Brysselissä kahdeksantenatoista päivänä marraskuuta vuonna kaksituhattakolmetoista.

Som skedde i Bryssel den artonde november tjugohundratretton.

Image

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Image

Image

За Кралство Мароко

Por el Reino de Marruecos

Za Marocké království

For Kongeriget Marokko

Für das Königreich Marokko

Maroko Kuningriigi nimel

Για τo Βασιλείου του Μαρόκου

For the Kingdom of Marocco

Pour le Royaume du Maroc

Za Kraljevinu Maroko

Per il Regno de Marocco

Marokas Karalistes vārdā –

Maroko Karalystės vardu

A Marokkói Királyság részéről

Għar-Renju tal-Marokk

Voor het Koninkrijk Marokko

W imieniu Królestwa Marokańskiego

Pelo Reino de Marrocos

Pentru Regatul Maroc

Za Marocké král'ovstvo

Za Kraljevino Maroko

Marokon kuningaskunnan puolesta

För Konungariket Marocko

Image

Image


BIJLAGE

VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE EUROPESE UNIE IN DE MAROKKAANSE VISSERIJZONE

HOOFDSTUK I

BEPALINGEN VOOR HET AANVRAGEN EN HET AFGEVEN VAN DE VERGUNNINGEN

A.   Aanvragen van vergunningen

1.

Alleen vaartuigen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, komen in aanmerking voor een vergunning voor de visserij in de Marokkaanse visserijzone.

2.

Een vaartuig komt slechts in aanmerking wanneer voor de reder, de kapitein en het vaartuig zelf geen verbod tot uitoefening van visserij in Marokko geldt en het vaartuig niet bij wet is opgenomen in de lijst van IOO-vaartuigen.

3.

Evenmin mogen zij bij Marokko verplichtingen hebben uitstaan op grond van eerdere in Marokko verrichte visserijactiviteiten in het kader van de met de Europese Unie gesloten visserijovereenkomsten.

4.

De bevoegde autoriteiten van de Europese Unie (hierna de „Commissie” genoemd) dienen ten minste twintig dagen vóór de datum van ingang van de geldigheid van de gevraagde vergunningen bij het ministerie van Landbouw en Zeevisserij - departement Zeevisserij (hierna het „departement” genoemd) de lijsten in van de vaartuigen waarvoor, overeenkomstig de in de technische notities bij het protocol vastgestelde grenzen, een vergunning wordt aangevraagd voor de uitoefening van de visserij. Die lijsten worden elektronisch toegezonden in een formaat dat compatibel is met de software van het departement.

Deze lijsten vermelden het aantal vaartuigen per visserijtak en per zone, alsook, voor elk vaartuig, de belangrijkste kenmerken en het bedrag van de betalingen uitgesplitst per rubriek, en het vistuig dat tijdens de aangevraagde periode zal worden gebruikt.

Voor de visserijtak „industriële pelagische visserij” wordt in de lijst eveneens voor elk vaartuig het gevraagde quotum in ton vangsten vermeld in de vorm van maandelijkse ramingen. Indien de vangsten, in de loop van een bepaalde maand, het geraamde maandelijkse quotum van het vaartuig bereiken vóór het einde van die maand, kan de reder, via de Commissie, aan het departement een aanpassing van zijn maandelijkse ramingen en een verzoek tot verhoging van dat geraamde maandelijkse quotum toezenden.

Indien de vangsten, in de loop van een bepaalde maand, onder het geraamde maandelijkse quotum van het vaartuig blijven, wordt de overeenkomstige hoeveelheid toegevoegd aan het quotum of het recht voor de volgende maand.

5.

Individuele vergunningsaanvragen worden, samengevoegd per visserijtak, gelijktijdig met de in de punten 4 en 5 bedoelde lijsten ingediend, overeenkomstig het modelformulier in aanhangsel 1.

6.

Elke vergunningsaanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:

een door de vlaggenlidstaat naar behoren voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de meetbrief;

een recente, gecertificeerde kleurenfoto met een zijaanzicht van het vaartuig. Deze foto dient ten minste 15 × 10 cm groot te zijn;

het bewijs van betaling van de rechten voor de visvergunningen, de andere rechten en de kosten van de waarnemers. Voor de visserijtak „industriële pelagische visserij” moet het bewijs van betaling van de rechten worden toegezonden vóór de eerste dag van de maand waarin een activiteit is gepland in de visserijzone waar mag worden gevist, zoals afgebakend in de overeenkomstige technische notitie;

elk ander document of attest dat op grond van de bijzondere bepalingen per vaartuigtype in het kader van dit protocol vereist is.

7.

Bij de verlenging van een vergunning met een jaar uit hoofde van dit protocol gaat het verzoek tot verlenging voor een vaartuig waarvan de technische kenmerken niet zijn gewijzigd enkel vergezeld van de bewijzen van betaling van de rechten voor de visvergunningen, de andere rechten en de kosten van de waarnemers.

8.

De formulieren voor het aanvragen van een vergunning en alle in punt 6 genoemde documenten die voor het opstellen van visvergunningen vereiste informatie bevatten, mogen elektronisch worden toegezonden in een formaat dat compatibel is met de software van het departement.

B.   Afgifte van de visvergunningen

1.

De visvergunningen worden voor alle vaartuigen na ontvangst van alle in punt 6 hierboven bedoelde documentatie binnen een termijn van vijftien dagen door het departement afgegeven aan de Commissie, via de delegatie van de Europese Unie in Marokko (hierna de „delegatie” genoemd). In voorkomend geval deelt het departement aan de Commissie mee om welke redenen een vergunning is geweigerd.

2.

De visvergunningen worden opgesteld conform de gegevens in de technische notities bij het protocol, onder vermelding van met name de visserijzone, de afstand tot de kust, de gegevens over het satellietcommunicatiesysteem voor permanente positiebepaling en lokalisering (serienummer van de VMS-transponder), het toegestane vistuig, de hoofdsoorten, de toegestane maaswijdten, de gedoogde bijvangsten en, voor de visserijtak „industriële pelagische visserij”, de geraamde maandelijkse quota van de toegestane vangsten van het vaartuig. Een verhoging van het geraamde maandelijkse quotum van het vaartuig kan worden toegekend binnen de in de desbetreffende technische notitie vastgestelde vangstmogelijkheden.

3.

De visvergunningen kunnen slechts worden afgegeven voor vaartuigen waarvoor alle voor de afgifte van de vergunningen vereiste administratieve formaliteiten zijn vervuld.

4.

De partijen komen overeen de invoering van een elektronisch vergunningssysteem te bevorderen.

C.   Geldigheid en gebruik van de vergunningen

1.

De geldigheidsperioden van de vergunningen vallen samen met een kalenderjaar, met uitzondering van de eerste periode, die ingaat op de toepassingsdatum en afloopt op 31 december, en de laatste periode, die ingaat op 1 januari en afloopt op de datum waarop het protocol verstrijkt.

2.

De visvergunning geldt uitsluitend voor de periode waarvoor de rechten zijn betaald en voor de visserijzone, de soorten vistuig en de visserijtak die in de vergunning zijn vermeld.

3.

Elke visvergunning wordt afgegeven voor een bepaald vaartuig en is niet overdraagbaar. In geval van aantoonbare overmacht, zoals verlies of langdurige immobilisatie van een vaartuig vanwege door de bevoegde autoriteiten van de vlaggenstaat naar behoren geconstateerde ernstige technische averij, wordt de visvergunning van het betrokken vaartuig op verzoek van de Europese Unie echter zo snel mogelijk vervangen door een nieuwe visvergunning op naam van een ander vaartuig van dezelfde visserijtak waarvan de tonnage niet hoger is dan die van het vaartuig dat averij heeft opgelopen.

4.

De reder van het vaartuig dat averij heeft opgelopen of diens vertegenwoordiger zendt de geannuleerde visvergunning terug aan het departement.

5.

De visvergunning moet aan boord van het betrokken vaartuig worden bewaard en moet bij elke controle aan de hiertoe gemachtigde autoriteiten worden voorgelegd.

6.

De visvergunningen zijn geldig voor de duur van een kalenderjaar, een semester of een trimester. Onder „semester” wordt verstaan een periode van zes maanden beginnende op 1 januari of 1 juli, behalve in de eerste en de laatste periode van het protocol. Onder „trimester” wordt verstaan een periode van drie maanden beginnende op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober, behalve in de eerste en de laatste periode van het protocol.

D.   Rechten voor de visvergunning en andere rechten

1.

De jaarlijkse rechten voor de visvergunningen worden bij de vigerende Marokkaanse wetgeving vastgesteld.

2.

De vergunningsrechten hebben betrekking op het kalenderjaar waarin de vergunning wordt afgegeven en worden betaald bij de eerste vergunningsaanvraag van het lopende jaar. De bedragen voor de vergunningen omvatten alle andere desbetreffende rechten of heffingen, met uitzondering van de havenheffingen of heffingen voor dienstprestaties.

3.

Naast de rechten voor visvergunningen worden rechten aangerekend voor elk vaartuig op basis van tarieven die zijn vastgesteld in de technische notities bij het protocol.

4.

De berekening van het recht vindt plaats naar rato van de feitelijke geldigheidsduur van de visvergunning, rekening houdend met eventuele biologische rustperioden.

5.

Elke wijziging van de wetgeving inzake visvergunningen wordt uiterlijk twee maanden vóór de toepassing ervan aan de Commissie meegedeeld.

E.   Betalingswijze

De betaling van de rechten voor de visvergunningen, de andere rechten en de kosten van de waarnemers gebeurt vóór afgifte van de visvergunningen ten name van de ministerieel thesaurier van het ministerie van Landbouw en Zeevisserij van Marokko op rekeningnummer 0018100078000 20110750201 bij Bank Al-Maghrib — Marokko.

De betaling van het recht voor de aan trawlers van de visserijtak „industriële pelagische visserij” toegewezen quota gebeurt als volgt:

het recht voor het door de reder aangevraagde geraamde maandelijkse quotum van het vaartuig wordt betaald vóór de aanvang van de visserijactiviteit, of op de eerste dag van elke maand;

in geval van verhoging van het geraamde maandelijkse quotum, zoals vastgesteld in hoofdstuk I, deel A, punt 4, wordt het met die verhoging overeenstemmende recht vóór de voortzetting van de visserijactiviteiten vastgesteld door de Marokkaanse autoriteiten;

in geval van overschrijding van het geraamde maandelijkse quotum en van de eventuele verhoging daarvan, wordt het bedrag van het met die overschrijding overeenkomende recht verhoogd met een factor 3. Het maandelijkse saldo, berekend op basis van de werkelijke vangsten, wordt betaald binnen de twee maanden volgende op de maand waarin de bedoelde vangsten zijn verricht.

HOOFDSTUK II

BEPALINGEN VOOR TONIJNVISSERIJVAARTUIGEN

1.

De rechten worden vastgesteld op 35 EUR per ton vis die in de Marokkaanse visserijzone wordt gevangen.

2.

De vergunningen worden afgegeven voor een kalenderjaar na overmaking van een forfaitair voorschot van 7 000 EUR per vaartuig.

3.

Het voorschot wordt berekend naar rato van de geldigheidsduur van de vergunning.

4.

De kapiteins van de vaartuigen die houder zijn van vergunningen voor sterk migrerende soorten houden een logboek bij volgens het model in aanhangsel 6 van deze bijlage.

5.

Zij zijn eveneens verplicht uiterlijk vijftien dagen na de aanlanding van de vangsten, een kopie van dat logboek aan hun bevoegde autoriteiten te zenden. Deze autoriteiten zenden de kopieën onverwijld toe aan de Commissie, die deze aan het departement doorzendt.

6.

De Commissie dient vóór 30 april bij het departement een afrekening van de voor het vorige visjaar verschuldigde rechten in op basis van de door elke reder opgestelde vangstaangiften die zijn geverifieerd door de bevoegde wetenschappelijke instellingen van de lidstaten en van Marokko, zoals het IRD (Institut de Recherche pour le Développement), het IEO (Instituto Español de Oceanografía), het IPMA (Instituto Português do Mar e da Atmosfera) en het INRH (Institut National de Recherche Halieutique).

7.

Voor het laatste jaar van toepassing wordt de afrekening van de rechten die voor het afgelopen visjaar verschuldigd zijn, meegedeeld binnen vier maanden na het verstrijken van het protocol.

8.

De eindafrekening wordt toegestuurd aan de betrokken reders, die na de kennisgeving van de goedkeuring van de cijfers door het departement dertig dagen de tijd hebben om aan hun financiële verplichtingen te voldoen. Het in euro luidende bewijs van betaling door de reder ten name van de hoofdthesaurier van Marokko op het in hoofdstuk I, deel E, vermelde rekeningnummer wordt door de Commissie uiterlijk anderhalve maand na de bedoelde kennisgeving aan het departement toegestuurd.

9.

Indien de afrekening echter lager is dan het bovengenoemde voorschot, kan de reder het betrokken verschil niet terugvorderen.

10.

De reders doen al het nodige om ervoor te zorgen dat de kopieën van de logboeken worden verstuurd en de eventuele aanvullende betalingen binnen de in de punten 5 en 8 gestelde termijnen worden verricht.

11.

Niet-nakoming van de in de punten 5 en 8 vastgestelde verplichtingen leidt automatisch tot schorsing van de visvergunning totdat de reder deze verplichtingen is nagekomen.

HOOFDSTUK III

VISSERIJZONES

Marokko stelt de Europese Unie, vóór de toepassingsdatum van het protocol, in kennis van de geografische coördinaten van de basislijnen van zijn visserijzone en alle daarin gelegen zones waarin de visserij verboden is, behalve van de mediterrane zone van Marokko gelegen ten oosten van 35°47′18″B - 5°55′33″WL (Kaap Spartel), die is uitgesloten van dit protocol.

De visserijzones voor elke visserijtak in de Atlantische zone van Marokko worden afgebakend in de technische notities (aanhangsel 2).

HOOFDSTUK IV

UITVOERINGSBEPALINGEN INZAKE DE EXPERIMENTELE VISSERIJ

De partijen bepalen samen i) welke EU-actoren de experimentele visserij zullen beoefenen, ii) welke periode daarvoor het meest geschikt is en iii) welke voorwaarden gelden. Om het verkennende werk van de vaartuigen te vergemakkelijken, zendt het departement de beschikbare wetenschappelijke informatie en andere fundamentele gegevens door. De twee partijen komen een wetenschappelijk protocol overeen dat ter ondersteuning van die experimentele visserij wordt uitgevoerd en aan de betrokken actoren wordt toegezonden.

De Marokkaanse visserijsector wordt hierbij nauw betrokken (coördinatie en dialoog inzake de uitvoeringsvoorwaarden voor de experimentele visserij).

De duur van de acties bedraagt maximaal zes maanden en minimaal drie maanden, behoudens wijziging door de partijen in onderlinge overeenstemming.

De Commissie stelt de Marokkaanse autoriteiten in kennis van de aanvragen voor vergunningen voor experimentele visserij. Zij verstrekt hun een technisch dossier met nauwkeurige vermelding van:

de technische kenmerken van het vaartuig;

het expertiseniveau van de scheepsofficieren betreffende de visserij;

het voorstel betreffende de technische parameters van de actie (duur, vistuig, exploratiegebieden enz.);

de wijze van financiering.

Indien nodig organiseert het departement een dialoog betreffende de technische en financiële aspecten met de Commissie en, eventueel, met de betrokken reders.

Vóór het vaartuig van de Europese Unie de experimentelevisserijactie aanvat, meldt het zich in een Marokkaanse haven om zich aan de in hoofdstuk IX, punten 1.1 en 1.2 van deze bijlage vastgestelde controles te onderwerpen.

Vóór het begin van de actie dienen de reders bij het departement en bij de Commissie het volgende in:

een verklaring betreffende de vangsten die zich reeds aan boord bevinden;

de technische kenmerken van het voor de actie gebruikte vistuig;

de waarborg dat zij aan de Marokkaanse visserijvoorschriften zullen voldoen.

Tijdens de uitvoering van de actie op zee doen de betrokken reders het volgende:

zij zenden het departement en de Commissie wekelijks een rapport toe betreffende de dagelijks gevangen hoeveelheden en de bij elke trek gevangen hoeveelheden, met nauwkeurige vermelding van de technische parameters van de actie (positie, diepte, datum en tijdstip, vangsthoeveelheden en andere waarnemingen of opmerkingen);

zij vermelden de positie, snelheid en de vaarrichting van het vaartuig per VMS;

zij zien erop toe dat er een wetenschappelijke waarnemer met de Marokkaanse nationaliteit of een door de Marokkaanse autoriteiten gekozen waarnemer aan boord is. De waarnemer heeft tot taak wetenschappelijke informatie over de vangsten te verzamelen en de vangsten te bemonsteren. De waarnemer wordt op voet van gelijkheid behandeld met een scheepsofficier en de reder neemt diens kosten van levensonderhoud voor zijn rekening tijdens diens verblijf aan boord van het schip. De beslissing betreffende de tijd die de waarnemer aan boord doorbrengt, de duur van zijn verblijf en de haven waar hij aan boord en van boord gaat, wordt in overeenstemming met de Marokkaanse autoriteiten genomen. Tenzij de partijen anders besluiten, kan een vaartuig niet worden verplicht meer dan eenmaal per twee maanden naar de haven terug te keren;

zij onderwerpen hun schip vóór het verlaten van de Marokkaanse visserijzone aan inspectie indien de Marokkaanse autoriteiten daarom vragen;

zij respecteren de visserijregelgeving van Marokko.

De vangsten, inclusief de bijvangsten, die tijdens de wetenschappelijke actie worden gedaan, blijven eigendom van de reder, behoudens naleving van de in die zin door de gemengde commissie vastgestelde bepalingen en de bepalingen van het wetenschappelijke protocol.

Het departement wijst een contactpersoon aan voor de afhandeling van onvoorziene problemen die het verloop van de experimentele visserij zouden kunnen belemmeren.

HOOFDSTUK V

BEPALINGEN BETREFFENDE HET VOLGEN PER SATELLIET VAN DE VISSERSVAARTUIGEN VAN DE EUROPESE UNIE DIE OP BASIS VAN DEZE OVEREENKOMST IN DE MAROKKAANSE VISSERIJZONE ACTIEF ZIJN

Algemene bepalingen

1.

De regelgeving van Marokko inzake de werking van systemen voor positiebepaling en lokalisering per satelliet is van toepassing op de vaartuigen van de Europese Unie die in het kader van dit protocol in de Marokkaanse visserijzone activiteiten verrichten of voornemens zijn die te verrichten. De vlaggenstaat ziet erop toe dat de vaartuigen die zijn vlag voeren, de bepalingen van die regelgeving naleven.

2.

Ten behoeve van het volgen per satelliet melden de Marokkaanse autoriteiten aan de EU de coördinaten (lengtegraad en breedtegraad) van de Marokkaanse visserijzone en van elke zone waar vissen verboden is.

i)

Het departement zendt die gegevens door aan de Commissie vóór de datum van toepassing van dit protocol.

ii)

Die gegevens worden in elektronische vorm verstrekt, uitgedrukt in decimaal formaat N/Z GGMM (WGS84);

iii)

Elke wijziging van die coördinaten wordt onverwijld meegedeeld.

3.

De vlaggenstaat en Marokko wijzen elk een VMS-correspondent aan die als contactpersoon fungeert.

i)

De Centra voor visserijbewaking en -toezicht (CSCP) van de vlaggenstaat en van Marokko delen elkaar vóór de datum van toepassing van het protocol de coördinaten (naam, adres, telefoonnummer, fax, e-mailadres) van hun respectieve VMS-correspondent mee.

ii)

Elke wijziging van de coördinaten van de VMS-correspondent wordt onverwijld meegedeeld.

VMS-gegevens

4.

De positie van de vaartuigen wordt bepaald met een foutenmarge van minder dan 100 m en een betrouwbaarheidsinterval van 99 %.

5.

Wanneer een op grond van de overeenkomst vissend vaartuig dat krachtens dit protocol via satelliet wordt gevolgd, de Marokkaanse visserijzone binnenvaart, meldt het CSCP van de vlaggenstaat de daaropvolgende positieberichten onmiddellijk aan het CSCP van Marokko. Deze meldingen gebeuren als volgt:

i)

langs elektronische weg volgens een beveiligd protocol;

ii)

met een frequentie van twee uur of minder;

iii)

in het in aanhangsel 3 vastgestelde formaat;

iv)

als positieberichten.

6.

Voorts worden de VMS-posities als volgt aangeduid:

i)

de eerste na het binnenvaren van de Marokkaanse visserijzone geregistreerde positie wordt aangeduid met de code „ENT”;

ii)

alle daaropvolgende posities worden aangeduid met de code „POS”;

iii)

de eerste na het verlaten van de Marokkaanse visserijzone geregistreerde positie wordt aangeduid met de code „EXI”;

iv)

de posities die overeenkomstig punt 13 manueel worden meegedeeld, worden aangeduid met de code „MAN”.

7.

De componenten van de software en van de apparatuur van het satellietvolgsysteem moeten aan de volgende eisen voldoen:

i)

ze moeten betrouwbaar zijn: het moet onmogelijk zijn de posities te vervalsen of manueel te bewerken;

ii)

ze moeten volledig automatisch en permanent operationeel zijn en mogen niet worden beïnvloed door milieu- en klimaatfactoren.

8.

Het is verboden het voor datatransmissie aan boord van het vaartuig geplaatste satellietcommunicatiesysteem voor permanente lokalisering, te verplaatsen, los te koppelen, te vernietigen, te beschadigen of onklaar te maken, of om bewust de door dit systeem verzonden of geregistreerde gegevens te manipuleren, te verduisteren of te vervalsen.

9.

De kapiteins van de vaartuigen zien er te allen tijde op toe dat:

i)

de gegevens niet worden gewijzigd;

ii)

de antenne of antennes van de satellietvolgapparatuur niet worden gestoord;

iii)

de elektrische voeding van de satellietvolgapparatuur niet wordt onderbroken;

iv)

de satellietvolgapparatuur niet wordt gedemonteerd.

10.

De partijen komen overeen elkaar op verzoek de gegevens betreffende de gebruikte satellietvolgapparatuur mee te delen om na te gaan of alle apparatuur volledig compatibel is met de voor de toepassing van deze bepalingen door de andere partij opgelegde eisen, alsook om in het geval van integratie van functies, mogelijke uitwisselingsprotocollen op te stellen die de overdracht van vangstgegevens mogelijk maken.

Technische storing of defect van de positiebepalingsapparatuur aan boord van een vaartuig

11.

Indien de aan boord van een vissersvaartuig aanwezige satellietapparatuur voor permanente positiebepaling onklaar is, worden het departement en de Commissie daarvan onverwijld in kennis gesteld door de vlaggenstaat.

12.

De defecte apparatuur wordt binnen tien werkdagen na de vaststelling van het defect vervangen. Wanneer die termijn is verstreken zonder dat het defect is verholpen, moet het betrokken vaartuig de Marokkaanse visserijzone verlaten of een Marokkaanse haven binnenvaren voor reparatie.

13.

Zolang de apparatuur niet is vervangen, verzendt de kapitein van het vaartuig elke vier uur manueel langs elektronische weg, radio of fax een algemeen positiebericht dat de positieberichten omvat welke door de kapitein van het vaartuig zijn geregistreerd overeenkomstig punt 5.

14.

Die manuele berichten worden toegezonden aan het CSCP van de vlaggenstaat, die ze onverwijld doorzendt aan het Marokkaanse CSCP.

Niet-ontvangst van VMS-gegevens door het Marokkaanse CSCP

15.

Indien het Marokkaanse CSCP vaststelt dat de vlaggenstaat de in punt 5 bedoelde informatie niet verstrekt, worden de Commissie en de betrokken vlaggenstaat daarvan onmiddellijk in kennis gesteld.

16.

Het CSCP van de vlaggenstaat die in gebreke blijft en/of het Marokkaanse CSCP melden onmiddellijk elk probleem met betrekking tot het verzenden en ontvangen van positieberichten tussen de CSCP’s teneinde zo snel mogelijk een technische oplossing te vinden. De Commissie wordt in kennis gesteld van de door de twee CSCP’s gevonden oplossing.

17.

Alle berichten die gedurende de storing niet zijn verzonden, worden verzonden zodra de verbinding tussen het CSCP van de betrokken vlaggenstaat en het Marokkaanse CSCP is hersteld.

18.

Het CSCP van de vlaggenstaat en het Marokkaanse CSCP spreken vóór de inwerkingtreding van het protocol af welke alternatieve elektronische middelen voor de transmissie van de VMS-gegevens moeten worden gebruikt wanneer zich een mankement bij de CSCP’s voordoet, en stellen elkaar onverwijld in kennis van elke wijziging in dit verband.

19.

Communicatiestoringen tussen de CSCP’s van Marokko en van de vlaggenstaten van de EU mogen de normale visserijactiviteiten van de vaartuigen niet hinderen. De in het kader van punt 18 overeengekomen transmissiewijze moet evenwel onmiddellijk worden toegepast.

20.

Marokko waarschuwt zijn bevoegde controlediensten om te voorkomen dat de EU-vaartuigen in gebreke worden gesteld wegens niet-transmissie van VMS-gegevens vanwege een mankement bij een van de CSCP’s of een mankement van het uit hoofde van punt 18 vastgestelde transmissie-instrument.

Bescherming van VMS-gegevens

21.

Alle overeenkomstig deze bepalingen door de ene partij aan de andere partij gemelde bewakingsgegevens zijn uitsluitend bestemd enerzijds om de Marokkaanse autoriteiten in staat te stellen de in het kader van deze overeenkomst vissende EU-vloot te volgen, te controleren en te bewaken, en anderzijds voor door de Marokkaanse partij in het kader van het beheer van de visgronden gevoerde onderzoeksstudies.

22.

Deze gegevens mogen in geen geval en onder geen beding aan derde partijen worden meegedeeld.

23.

Geschillen over de interpretatie of de toepassing van deze bepalingen worden door de partijen in onderling overleg behandeld in de bij artikel 10 van de overeenkomst ingestelde gemengde commissie, die ter zake een uitspraak doet.

24.

De partijen komen overeen indien nodig deze bepalingen te herzien in de bij artikel 10 van de overeenkomst ingestelde gemengde commissie.

HOOFDSTUK VI

VANGSTAANGIFTEN

1.   Logboek

1.

De kapiteins van de vaartuigen zijn verplicht gebruik te maken van het logboek dat speciaal is ingevoerd voor het verrichten van visserijactiviteiten in de Marokkaanse visserijzone en dit logboek bij te houden conform de bepalingen in de toelichting bij dat logboek; het model van dit logboek is opgenomen in aanhangsel 7 van de bijlage.

2.

De reders zijn verplicht uiterlijk 15 dagen na de aanlanding van de vangsten, een kopie van het genoemde logboek aan hun bevoegde autoriteiten toe te zenden. Deze autoriteiten zenden de kopieën onverwijld toe aan de Commissie, die deze aan het departement doorzendt.

3.

Niet-nakoming van de in de punten 1 en 2 vastgestelde verplichtingen door de reders leidt automatisch tot schorsing van de visvergunning totdat de reder deze verplichtingen is nagekomen. De Commissie wordt onverwijld in kennis gesteld van een dergelijke beslissing.

2.   Kwartaalaangiften van vangsten

1.

Vóór het einde van de derde maand van elk trimester meldt de Commissie de hoeveelheden die alle EU-vaartuigen in het voorgaande trimester hebben gevangen aan het departement, overeenkomstig de modellen in de aanhangsels 8 en 9 van deze bijlage.

2.

De gemelde gegevens zijn maandgegevens en zijn met name uitgesplitst per visserijtak, per vaartuig en per in het logboek gespecificeerde soort.

3.

Deze gegevens worden eveneens aan het departement gezonden door middel van een elektronisch bestand in een formaat dat compatibel is met de software van het ministerie.

3.   Betrouwbaarheid van de gegevens

Om bruikbaar te zijn als grondslag voor het toezicht op de ontwikkeling van de visbestanden, moeten de gegevens in de in de punten 1 en 2 bedoelde documenten in overeenstemming zijn met het feitelijke verloop van de visserij.

4.   Overgang naar een elektronisch systeem

De twee partijen hebben een protocol vastgesteld voor de elektronische uitwisseling van alle vangst- en aangiftegegevens (hierna „ERS-gegevens” genoemd, waarbij „ERS” staat voor „Electronic Reporting System”), dat in aanhangsel 11 is opgenomen. De twee partijen voorzien in de tenuitvoerlegging van dit protocol en in de vervanging van de papieren versie voor de aangifte van vangsten door ERS-gegevens zodra Marokko de nodige apparatuur en software heeft ingevoerd.

5.   Aanlandingen buiten Marokko

De reders zijn verplicht, uiterlijk vijftien dagen na de aanlanding, aan hun bevoegde autoriteiten aangifte te doen van aanlandingen van in het kader van dit protocol verrichte vangsten. Deze autoriteiten zenden de kopieën onverwijld toe aan de delegatie, die zorgt voor de doorzending.

HOOFDSTUK VII

AANMONSTERING VAN MAROKKAANSE ZEELIEDEN

1.

De reders die houder zijn van een visvergunning in het kader van deze overeenkomst monsteren gedurende de hele periode dat zij aanwezig zijn in de Marokkaanse visserijzone Marokkaanse zeelieden aan volgens de in de technische notities in aanhangsel 2 vastgestelde bepalingen.

2.

De reders kiezen uit de op hun vaartuigen aan te monsteren zeelieden uit de officiële lijst van geslaagden van maritieme instituten, die door het departement aan de Commissie wordt toegezonden en door de Commissie op haar beurt aan de betrokken vlaggenstaten wordt doorgegeven. De lijst wordt elk jaar bijgewerkt op 1 februari. De reders kiezen uit de afgestudeerden in alle vrijheid de kandidaten met de beste competenties en de adequaatste beroepservaring.

3.

De arbeidsovereenkomsten van de Marokkaanse zeelieden, waarvan de ondertekenende partijen een afschrift ontvangen, worden gesloten tussen de vertegenwoordiger(s) van de reders en de zeelieden en/of hun vakverenigingen of vertegenwoordigers, in samenwerking met de bevoegde autoriteit van Marokko. Die overeenkomsten garanderen de zeelieden de aansluiting bij de socialezekerheidsregeling die op hen van toepassing is, met inbegrip van een overlijdens-, ziekte- en ongevallenverzekering.

4.

Zodra de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat de overeenkomst hebben geparafeerd, zendt de reder of diens vertegenwoordiger een kopie ervan via de delegatie toe aan het departement.

5.

De reder of diens vertegenwoordiger deelt het departement, via de delegatie, de namen van de aan boord van elk vaartuig aangemonsterde Marokkaanse zeelui mee, met vermelding van hun inschrijving op de bemanningslijst.

6.

De delegatie verstrekt het departement, op 1 februari en op 1 augustus, een halfjaarlijkse samenvatting, per vaartuig, van de aan boord van vaartuigen van de Europese Unie aangemonsterde Marokkaanse zeelieden, met vermelding van hun inschrijvingsnummer.

7.

De verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de fundamentele beginselen en rechten op het werk is van rechtswege van toepassing op zeelieden die zijn aangemonsterd op vissersvaartuigen van de Europese Unie. Het gaat daarbij met name om de vrijheid van vereniging, de effectieve erkenning van het recht op collectieve onderhandeling van werknemers en de bestrijding van discriminatie op het gebied van werk en beroep.

8.

Het loon van de Marokkaanse zeelieden komt ten laste van de reder. Het loon wordt vóór de afgifte van de vergunningen vastgesteld in onderling overleg tussen de reders of hun vertegenwoordigers en de betrokken Marokkaanse zeelieden of hun vertegenwoordigers. De bezoldigingsvoorwaarden van de Marokkaanse zeelieden mogen evenwel niet ongunstiger zijn dan die voor Marokkaanse bemanningen, en moeten in overeenstemming zijn met en mogen in geen geval ongunstiger zijn dan de IAO-normen.

9.

Indien een of meer aangemonsterde zeelieden niet op het voor het vertrek van het vaartuig vastgestelde tijdstip verschijnen, mag het vaartuig de geplande visreis aanvangen na aan de bevoegde autoriteiten van de haven van inscheping te hebben gemeld dat er onvoldoende zeelieden aan boord zijn, en na zijn bemanningslijst te hebben bijgewerkt. Deze autoriteiten brengen het departement daarvan op de hoogte.

10.

De reder is verplicht de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat zijn vaartuig uiterlijk bij de volgende visreis het op grond van deze overeenkomst vereiste aantal zeelieden aan boord heeft.

11.

Bij niet-aanmonstering van Marokkaanse zeelieden om andere redenen dan die welke zijn bedoeld in het vorige punt, zijn de reders van de betrokken vaartuigen van de Europese Unie verplicht binnen een maximumtermijn van drie maanden per niet-aangemonsterde Marokkaanse zeeman een forfaitair bedrag van 20 EUR per visdag over te maken.

12.

Dat bedrag wordt gebruikt voor de opleiding van Marokkaanse zeevissers en wordt overgemaakt op de bij Bank Al-Maghrib — Marokko geopende bankrekening 0018100078000 20110750201.

13.

Behoudens het in punt 9 bedoelde geval wordt, indien de reders de bepaling inzake de aanmonstering van het aantal Marokkaanse vissers herhaaldelijk niet nakomen, de visvergunning van het vaartuig automatisch geschorst totdat wel aan die verplichting is voldaan. De delegatie wordt onverwijld in kennis gesteld van een dergelijke beslissing.

HOOFDSTUK VIII

MONITORING EN OBSERVATIE VAN DE VISSERIJ

A.   Observatie van de visserij

1.

De vaartuigen die in het kader van dit protocol een vergunning hebben om te vissen in de Marokkaanse visserijzone nemen overeenkomstig de onderstaande voorwaarden waarnemers aan boord die zijn aangewezen door Marokko.

1.1.

Per kwartaal neemt 25 % van de visgerechtigde vaartuigen met een tonnage van meer dan 100 BT waarnemers aan boord.

1.2.

Vaartuigen voor de industriële pelagische visserij dienen tijdens heel hun periode van activiteit in de Marokkaaanse visserijzone permanent een waarnemer aan boord te hebben.

1.3.

De andere vissersvaartuigen van de Europese Unie met een tonnage van minder dan of gelijk aan 100 BT worden per jaar en per visserijtak gedurende maximaal tien visreizen geobserveerd.

1.4.

De lijst van vaartuigen die zijn aangewezen om een waarnemer aan boord te nemen en de lijst van waarnemers die zijn aangewezen om aan boord te gaan, worden door het departement vastgesteld. Zodra deze lijsten zijn opgesteld, worden ze aan de delegatie toegezonden.

1.5.

Bij de afgifte van de vergunning of uiterlijk 15 dagen vóór de datum waarop de waarnemer aan boord moet gaan, deelt het departement aan de betrokken reders via de delegatie de naam van de waarnemer mee die is aangewezen om aan boord van het vaartuig te gaan.

2.

Op pelagische trawlers blijft de waarnemer permanent aan boord aanwezig. Voor de andere visserijtakken zijn de waarnemers gedurende één visreis per vaartuig aan boord.

3.

De voorwaarden voor het aan boord nemen van de waarnemer worden door de reder of diens vertegenwoordiger en de autoriteiten van Marokko in onderlinge overeenstemming vastgesteld.

4.

De waarnemer gaat aan boord in een door de reder gekozen haven aan het begin van de eerste visreis die na de mededeling van de lijst van aangewezen vaartuigen plaatsvindt in de Marokkaanse visserijzone.

5.

De betrokken reders delen uiterlijk twee weken vóór de waarnemers aan boord moeten gaan de datums en de Marokkaanse havens mee die voor het aan boord nemen van de waarnemers zijn vastgesteld.

6.

Als de waarnemer in een ander land aan boord gaat, zijn de reiskosten van de waarnemer voor rekening van de reder. Als een vaartuig dat een Marokkaanse waarnemer aan boord heeft, de Marokkaanse visserijzone verlaat, wordt alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de waarnemer zo spoedig mogelijk naar Marokko kan terugkeren; de kosten hiervan zijn voor rekening van de reder.

7.

Wanneer de waarnemer tevergeefs komt, omdat de reder zijn verbintenissen niet nakomt, betaalt de reder diens reiskosten, alsmede, voor elke dag waarop de waarnemer niet kan werken, een dagvergoeding, die gelijk is aan die van nationale Marokkaanse ambtenaren van een overeenkomstige rang. Ook wanneer de inscheping later gebeurt door de schuld van de reder, betaalt deze de waarnemer de hierboven beschreven dagvergoeding.

Elke wijziging in de regelingen inzake de dagvergoedingen wordt uiterlijk twee maanden vóór de toepassing ervan aan de delegatie meegedeeld.

8.

Indien de waarnemer zich binnen twaalf uur na het afgesproken tijdstip nog niet op de afgesproken plaats heeft gemeld, is de reder automatisch ontheven van de verplichting hem aan boord te nemen.

9.

De waarnemer wordt aan boord als een officier behandeld. Hij verricht de volgende taken:

9.1.

hij observeert de visserijactiviteiten van de vaartuigen;

9.2.

hij controleert de positie van de vaartuigen die bij visserijactiviteiten betrokken zijn;

9.3.

hij verricht bemonsteringsactiviteiten voor biologische doeleinden in het kader van wetenschappelijke programma’s;

9.4.

hij noteert welk vistuig wordt gebruikt;

9.5.

hij controleert de in het logboek opgenomen gegevens over de vangsten die in de Marokkaanse visserijzone zijn gedaan;

9.6.

hij controleert de percentages van de bijvangsten en schat de hoeveelheden teruggegooide verkoopbare vis, schaaldieren en koppotigen;

9.7.

hij deelt per fax of per radio de visserijgegevens mee, waaronder de aan boord aanwezige hoeveelheden hoofd- en bijvangst.

10.

De kapitein neemt binnen de grenzen van zijn bevoegdheid de nodige maatregelen om de fysieke en morele veiligheid van de waarnemer bij de uitoefening van zijn taken te garanderen.

11.

De waarnemer krijgt alle faciliteiten die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken. De kapitein vergemakkelijkt voor de waarnemer de toegang tot de communicatiemiddelen die deze voor zijn werk nodig heeft, tot de documenten die rechtstreeks met de visserijactiviteit van het vaartuig verband houden, met inbegrip van met name het logboek en het navigatieboek, en tot de delen van het vaartuig waar hij dient te zijn voor de uitoefening van zijn taak.

12.

Tijdens zijn verblijf aan boord gedraagt de waarnemer zich als volgt:

1.

hij zorgt ervoor dat zijn inscheping en zijn verblijf aan boord de visserijactiviteiten niet onderbreken of hinderen,

2.

hij gaat zorgvuldig om met de inventaris en de installaties van het vaartuig, en hij bewaart geheimhouding over alle aan het vaartuig toebehorende documenten.

13.

Aan het einde van de waarnemingsperiode stelt hij, vóór hij van boord gaat, een verslag van zijn activiteiten op dat wordt overgelegd aan de bevoegde Marokkaanse autoriteiten en waarvan een afschrift wordt bezorgd aan de delegatie. Hij ondertekent dat verslag in aanwezigheid van de kapitein, die er de door hem nuttig geachte opmerkingen aan kan toevoegen of laten toevoegen en daarbij zijn handtekening plaatst. De waarnemer geeft bij het verlaten van het vaartuig een kopie van het verslag aan de kapitein.

14.

De reder moet, op zijn kosten en volgens de mogelijkheden van het vaartuig, zorgen voor kost en logies van de waarnemer, die op dit punt als officier wordt behandeld.

15.

Het loon en de sociale premies voor de waarnemer zijn voor rekening van de bevoegde Marokkaanse autoriteiten.

16.

Als vergoeding voor de kosten die voor Marokko verbonden zijn aan de waarnemers aan boord van de vaartuigen, betalen de reders naast de rechten een „waarnemersbijdrage” ten bedrage van 5,5 EUR/BT/trimester voor elk vaartuig dat in de Marokkaanse visserijzone vist.

Deze bijdrage wordt overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk I, deel E, van deze bijlage voldaan.

17.

Niet-nakoming van de in bovenstaand punt 4 vastgestelde verplichtingen leidt automatisch tot schorsing van de visvergunning totdat de reder deze verplichtingen is nagekomen. De delegatie wordt onverwijld in kennis gesteld van een dergelijke beslissing.

B.   Systeem voor gezamenlijke monitoring van de visserij

1.

De overeenkomstsluitende partijen zetten een gezamenlijk systeem voor monitoring en observatie van de aanlandingscontroles op, dat erop gericht is de doeltreffendheid van die controle te verbeteren met het oog op de naleving van de bepalingen van dit protocol.

2.

De partijen stellen een jaarlijkse planning van de gezamenlijke monitoring op die alle onder dit protocol vallende visserijtakken omvat.

3.

Daartoe wijzen de bevoegde autoriteiten van elke overeenkomstsluitende partij hun vertegenwoordiger aan voor het bijwonen van de controle op de aanlandingen en het observeren van de wijze waarop deze verlopen en stellen zij de andere overeenkomstsluitende partij in kennis van diens naam.

4.

De vertegenwoordiger van de Marokkaanse autoriteit woont als waarnemer de door de nationale controlediensten van de lidstaten verrichte inspecties bij van de aanlanding door vaartuigen die in de Marokkaanse visserijzone actief zijn geweest.

5.

De waarnemer vergezelt de nationale controleambtenaren bij hun bezoeken in havens, aan boord van vaartuigen, aan de kade, in vismijnen, in magazijnen van groothandelaren in vis, in koelhuizen en andere ruimten die verband houden met de aanlanding en opslag van vis vóór de eerste verkoop, en heeft toegang tot de documenten waarop deze inspecties betrekking hebben.

6.

De vertegenwoordiger van de Marokkaanse autoriteit stelt een rapport op over de controles waarbij hij aanwezig is geweest en dient dit in. Een kopie van het rapport wordt aan de delegatie toegezonden.

7.

Het departement nodigt de delegatie een maand vóór de inspectiedatum uit tot het bijwonen van de in de havens van aanlanding geplande inspecties.

8.

Op verzoek van de Commissie mogen de visserijinspecteurs als waarnemer aaanwezig zijn bij door de Marokkaanse autoriteiten in de Marokkaanse havens verrichte inspecties van aanlandingsactiviteiten door vaartuigen van de Europese Unie.

9.

De praktische wijze van uitvoering van deze activiteiten wordt in gemeenschappelijke overeenstemming door de bevoegde autoriteiten van de twee partijen vastgelegd.

HOOFDSTUK IX

CONTROLE

1.   Technische inspecties

1.1.

De vaartuigen van de Europese Unie die houder zijn van een vergunning overeenkomstig de bepalingen van dit protocol, melden zich eens per jaar voor de voorgeschreven inspecties in de Marokkaanse haven aan, en verder na elke wijziging van hun technische kenmerken of elk verzoek tot overschakeling naar een andere visserijtak waarvoor andere soorten vistuig worden gebruikt. Deze inspecties vinden verplicht plaats binnen 48 uur na aankomst van het vaartuig in de haven.

1.2.

Wanneer het vaartuig in orde is bevonden, wordt aan de kapitein van het vaartuig een verklaring afgegeven met een geldigheidsduur die gelijk is aan die van de vergunning en die de facto wordt verlengd voor vaartuigen die hun vergunning in de loop van het jaar vernieuwen. De totale geldigheidsduur van de verklaring bedraagt echter niet meer dan één jaar. Deze verklaring wordt te allen tijde aan boord van het vaartuig bewaard.

1.3.

Bij de technische inspectie wordt nagegaan of de technische kenmerken van het vaartuig en het vistuig aan boord in overeenstemming zijn met de bepalingen van de overeenkomst, wordt de werking van de aan boord geïnstalleerde apparatuur voor positiebepaling en lokalisering per satelliet geverifieerd en wordt geverifieerd of aan de voorwaarden wat betreft de Marokkaanse bemanning is voldaan.

1.4.

De kosten van de inspectie worden aan de reder in rekening gebracht volgens de in de Marokkaanse wetgeving vastgestelde tariefregeling. Deze kosten mogen niet hoger zijn dan de gewoonlijk door andere vaartuigen voor dezelfde diensten betaalde bedragen.

1.5.

Als de in de bovenstaande punten 1.1 en 1.2 vastgestelde bepalingen niet worden nageleefd, wordt de visvergunning automatisch geschorst totdat de reder deze verplichtingen is nagekomen. De delegatie wordt onverwijld in kennis gesteld van een dergelijke beslissing.

2.   Binnenvaren en verlaten van de zone

2.1.

De vaartuigen van de Europese Unie die houder zijn van een vergunning overeenkomstig de bepalingen van dit protocol, stellen het departement minstens zes uur van tevoren in kennis van hun voornemen de Marokkaanse visserijzone binnen te varen of te verlaten en van de volgende informatie:

2.1.1.

datum en tijdstip van de verzending van het bericht;

2.1.2.

de positie van het vaartuig overeenkomstig hoofdstuk V, punt 5;

2.1.3.

het gewicht in kilogram per soort van de aan boord aanwezig vangsten, geïdentificeerd met de alfa-3-code;

2.1.4.

de aard van het bericht zoals „catch on entry” (COE) en „catch on exit” (COX).

2.2.

Deze mededelingen worden bij voorkeur per fax doorgestuurd; vaartuigen die daarmee niet zijn uitgerust, mogen hun gegevens via de radio meedelen (zie daarvoor de referenties in aanhangsel 10).

2.3.

Vaartuigen van de visserijtak „industriële pelagische visserij” moeten voorafgaande toestemming van het departement krijgen om de Marokkaanse visserijzone definitief te verlaten. Die toestemming wordt binnen 24 uur na de aanvraag door de kapitein of een gemachtigde van het vaartuig afgegeven, behalve als de aanvraag de dag voor een weekenddag binnenkomt, in welk geval de toestemming de daaropvolgende maandag wordt afgegeven. Indien de toestemming wordt geweigerd stelt het departement de reder van het vaartuig en de Commissie onverwijld in kennis van de redenen voor die weigering.

2.4.

Vaartuigen die in de visserijzone vissen zonder de nodige meldingen te hebben gedaan aan het departement worden aangemerkt als vaartuigen zonder vergunning.

2.5.

De reder vermeldt op het formulier voor de aanvraag van een visvergunning het fax- en telefoonnummer van het vaartuig en het e-mailadres van de kapitein.

3.   Controleprocedures

3.1.

De kapiteins van de vaartuigen van de Europese Unie die houder zijn van een vergunning overeenkomstig de bepalingen van dit protocol, staan elke met de inspectie en controle van de visserij belaste Marokkaanse ambtenaar toe aan boord te gaan en zijn taken te vervullen en staan hem daarin bij.

3.2.

Deze ambtenaren blijven niet langer aan boord dan voor het uitvoeren van hun taken nodig is.

3.3.

Na elke inspectie en controle wordt aan de kapitein van het vaartuig een attest afgegeven.

4.   Aanhouding

4.1.

Wanneer een vaartuig van de Europese Unie in de Marokkaanse visserijzone wordt aangehouden of een sanctie krijgt opgelegd, stelt het departement de delegatie daarvan zo snel mogelijk en uiterlijk binnen 48 uur in kennis.

4.2.

Terzelfder tijd ontvangt de Commissie een beknopt verslag over de omstandigheden van en de redenen voor de aanhouding.

5.   Proces-verbaal van de aanhouding

5.1.

De kapitein van het vaartuig ondertekent het proces-verbaal waarin de geconstateerde feiten door de Marokkaanse controleautoriteiten zijn opgetekend.

5.2.

Deze ondertekening heeft geen consequenties voor de rechten en de middelen die de kapitein ter verdediging kan aanvoeren ten aanzien van de hem ten laste gelegde overtreding.

5.3.

De kapitein brengt zijn vaartuig naar de door de Marokkaanse controleautoriteiten opgegeven haven over. Het vaartuig dat de vigerende Marokkaanse zeevisserijregelgeving heeft overtreden, wordt in de haven vastgehouden totdat de gebruikelijke administratieve aanhoudingsformaliteiten zijn vervuld.

6.   Afwikkeling van de overtreding

6.1.

Voordat een gerechtelijke procedure wordt ingeleid, wordt ernaar gestreefd de vermoedelijke overtreding via een schikkingsprocedure af te handelen. Deze procedure moet uiterlijk drie werkdagen na de aanhouding zijn afgewikkeld.

6.2.

Bij een minnelijke schikking wordt het bedrag van de boete vastgesteld overeenkomstig de Marokkaanse visserijregelgeving.

6.3.

Als de zaak niet via een minnelijke schikking kan worden afgehandeld en door een bevoegde rechterlijke instantie in behandeling moet worden genomen, stelt de reder bij een door de bevoegde autoriteit van Marokko opgegeven bank een bankgarantie die wordt vastgesteld met inachtneming van de met de aanhouding gepaard gaande kosten, de boetesom en de vergoedingen die moeten worden betaald door degenen die verantwoordelijk zijn voor de overtreding.

6.4.

De bankgarantie wordt niet vrijgegeven voordat de gerechtelijke procedure is voltooid. De bankgarantie wordt vrijgegeven wanneer de procedure niet tot een veroordeling heeft geleid. Als bij veroordeling de boete kleiner is dan de gestelde bankgarantie, wordt het saldo na de uitspraak vrijgegeven door de bevoegde autoriteit van Marokko.

6.5.

Het vaartuig mag de haven verlaten:

zodra is voldaan aan de bij de schikkingsprocedure vastgestelde verplichtingen, of

zodra, in afwachting van de voltooiing van de gerechtelijke procedure, een bankgarantie als bedoeld in bovenstaand punt 6.3 is gesteld en deze door de bevoegde autoriteit van Marokko is aanvaard.

7.   Overladingen

7.1.

Overlading op zee is verboden in de Marokkaanse visserijzone. Industriële pelagische trawlers van de Europese Unie die houder zijn van een visvergunning overeenkomstig de bepalingen van dit protocol en die toch vangsten in de Marokkaanse visserijzone wensen over te laden, doen dit in een Marokkaanse haven of op een andere door de bevoegde Marokkaanse autoriteiten aangewezen plaats, nadat zij daarvoor toestemming hebben gekregen van het departement. Dit overladen gebeurt onder supervisie van de waarnemer of een vertegenwoordiger van de delegatie Zeevisserij en de controleautoriteiten. Overtredingen worden bestraft met de sancties waarin de geldende Marokkaanse regelgeving voorziet.

7.2.

Voordat wordt overgeladen, stellen de reders van de betrokken vaartuigen het departement ten minste 24 uur van tevoren in kennis van:

de naam van de vissersvaartuigen waaruit wordt overgeladen;

de naam van het vrachtschip waarop wordt overgeladen, zijn vlaggenstaat, registratienummer en oproepnaam;

de over te laden hoeveelheid (in tonnen) van elke soort;

de bestemming van de vangst;

de datum en de dag waarop wordt overgeladen.

7.3.

De Marokkaanse partij behoudt zich het recht voor de overlading te weigeren indien het transportvaartuig zich binnen of buiten de Marokkaanse visserijzone aan illegale, onaangemelde en ongereglementeerde visserij schuldig heeft gemaakt.

7.4.

Overladen wordt beschouwd als het verlaten van de Marokkaanse visserijzone. De betrokken vaartuigen moeten derhalve de vangstaangiften bij het departement indienen en hun voornemen bekendmaken om de visserij voort te zetten of de Marokkaanse visserijzone te verlaten.

7.5.

De kapiteins van de industriële pelagische trawlers van de Europese Unie die houder zijn van een vergunning overeenkomstig de bepalingen van dit protocol en die hun vangst in een Marokkaanse haven aanlanden of overladen, staan de controle op deze verrichtingen door Marokkaanse inspecteurs toe en vergemakkelijken deze. Na elke inspectie en controle in de haven wordt aan de kapitein van het vaartuig een attest afgegeven.

HOOFDSTUK X

AANLANDING VAN DE VANGSTEN

In het belang van een betere integratie met het oog op een gezamenlijke ontwikkeling van hun respectieve visserijsector, komen de overeenkomstsluitende partijen overeen de volgende bepalingen vast te leggen inzake aanlandingen in Marokkaanse havens van een deel van de vangsten die in de Marrokkaanse visserijzone door vaartuigen van de Europese Unie zijn verricht.

De verplichte aanlanding gebeurt volgens de bepalingen in de technische notities die bij dit protocol zijn gevoegd.

Financiële prikkels:

1.

Aanlandingen

De vaartuigen van de Europese Unie voor de tonijnvisserij en van het type RSW (die op de C-bestanden van kleine pelagische soorten vissen), die houder zijn van een vergunning overeenkomstig de bepalingen van dit protocol en die in een Marokkaanse haven meer dan 25 % van de in de technische notities nr. 5 en 6 vastgestelde verplichte vangsten aanlanden, genieten op het recht een korting van 5 % voor elke ton die boven de verplichte minimumhoeveelheid wordt aangeland.

2.

Uitvoeringsbepalingen

Tijdens de aanlandingsactiviteiten stelt de vismijn een weegbriefje op dat dient als basis voor de traceerbaarheid van de producten.

Met betrekking tot de verkoop van producten in de vismijn wordt een attest „afrekening verkoop en inhoudingen” (AVI) opgesteld.

De kopieën van de weegbriefjes en de AVI’s worden aan de delegatie Zeevisserij van de haven van aanlanding gezonden. Na goedkeuring door het departement worden de betrokken reders op de hoogte gesteld van de bedragen die hun worden teruggegeven. Die bedragen worden in mindering gebracht op de bij de volgende vergunningsaanvragen verschuldigde rechten.

3.

Evaluatie

Het niveau van de financiële prikkels zal in het kader van de gemengde commissie worden aangepast op grond van het sociaaleconomische effect van de aanlandingen.

4.

Sancties in geval van niet-nakoming van de aanlandingsverplichtingen

Indien vaartuigen die behoren tot de visserijtakken waarvoor een verplichting tot aanlanding geldt, deze verplichting niet nakomen zoals vastgesteld in de desbetreffende technische notities, wordt de vergoeding voor het volgende recht met 5 % verhoogd. Bij recidive worden de genoemde sancties in de gemengde commissie vastgesteld.

Aanhangsels

1.

Formulier voor het aanvragen van een visvergunning

2.

Technische notities

3.

Melding van de VMS-gegevens aan Marokko, positiebericht

4.

Coördinaten van de visserijzones

5.

Coördinaten van het CSCP van Marokko

6.

ICCAT-logboek voor de tonijnvisserij

7.

Logboek (andere visserijen)

8.

Formulier voor de aangifte van vangsten (industriële pelagische visserij)

9.

Formulier voor de aangifte van vangsten (andere dan industriële pelagische visserij en tonijnvisserij)

10.

Kenmerken van het radiostation van het departement Zeevisserij van Marokko

11.

ERS-protocol

Aanhangsel 1

VISSERIJOVEREENKOMST MAROKKO — EUROPESE UNIE

AANVRAAG VAN EEN VISVERGUNNING

NUMMER VAN DE VISSERIJTAK

Image

Aanhangsel 2

De voorwaarden voor de uitoefening van de visserij in elke visserijtak worden elk jaar vóór de afgifte van de vergunningen in onderling overleg vastgesteld.

Technische notitie voor de visserij nr. 1

Kleinschalige visserij in het noorden: Pelagische soorten

Aantal vaartuigen met een vergunning

20

Toegestaan vistuig

Zegen

Toegestane maximumafmetingen die overeenstemmen met de voorwaarden die gelden in de zone: 500 m × 90 m.

Verbod op het vissen met lampara’s

Vaartuigtype:

< 100 BT

Rechten

75 EUR per BT en per trimester

Geografische grens van de toegestane zone

Ten noorden van 34°18′00″NB

Een uitbreiding tot 33°25′00″ is toegestaan voor 5 vaartuigen tegelijk, die opereren volgens een aan wetenschappelijke observatie onderworpen rotatiesysteem.

Buiten de 2 zeemijl

Doelsoorten

Sardine, ansjovis en andere kleine pelagische soorten

Verplichting tot aanlanding in Marokko

30 % van de aangegeven vangsten

Biologische rustperiode

Twee maanden: februari en maart

Aanmonsteringsverplichting

3 Marokkaanse zeelui per vaartuig

Opmerkingen

De uitbreiding van de activiteit van 5 zegenvisserijvaartuigen ten zuiden van 34°18′00″NB wordt na een jaar toepassing geëvalueerd om het effect van de eventuele interacties met de nationale vloot en de impact op het bestand te meten.

Technische notitie voor de visserij nr. 2

Kleinschalige visserij in het noorden

Aantal vaartuigen met een vergunning

35

Toegestaan vistuig

Grondbeug

Cat. a) < 40 BT — Maximumaantal haken per beug: 10 000 aan de lijn vastgemaakte, gemonteerde en gebruiksklare haken, met een maximum van 5 grondbeugen

Cat. b) ≥ 40 BT en < 150 BT — 15 000 aan de lijn vastgemaakte, gemonteerde en gebruiksklare haken, met een maximum van 8 grondbeugen

Vaartuigtype:

a)

< 40 BT: 32 vergunningen

b)

≥ 40 BT en < 150 BT: 3 vergunningen

Rechten

67 EUR per BT en per trimester

Geografische grens van de toegestane zone

Ten noorden van 34°18′00″NB

Een uitbreiding tot 33°25′00″ is toegestaan voor 4 vaartuigen tegelijk (1), die opereren volgens een aan wetenschappelijke observatie onderworpen rotatiesysteem

Buiten de 6 zeemijl

Doelsoorten

Haarstaartvis, sparidae en andere demersale soorten

Verplichting tot aanlanding in Marokko

Vrijwillige aanlanding

Biologische rustperiode

Van 15 maart tot 15 mei

Bijvangsten

0 % zwaardvis en pelagische haaien

Aanmonsteringsverplichting

< 100 BT: vrijwillig

≥ 100 BT: 1 Marokkaanse zeeman

Opmerkingen

De uitbreiding van de activiteit van 4 beugvisserijvaartuigen ten zuiden van 34°18′00″NB wordt na een jaar toepassing geëvalueerd om het effect van de eventuele interacties met de nationale vloot en de impact op het bestand te meten

Technische notitie voor de visserij nr. 3

Kleinschalige visserij in het zuiden

Aantal vaartuigen met een vergunning

10

Toegestaan vistuig

Lijn en hengel

Vaartuigtype:

< 80 BT

Rechten

67 EUR per BT en per trimester

Geografische grens van de toegestane zone

Ten zuiden van 30°40′00″NB

Buiten de 3 zeemijl

Doelsoorten

Ombervis en sparidae

Verplichting tot aanlanding in Marokko

Vrijwillige aanlanding

Biologische rustperiode

Toegestane zegen voor de vangst van levend aas

Maaswijdte van 8 mm voor de vangst van levend aas

Zegen gebruikt buiten de 3 zeemijl

Bijvangsten

0 % koppotigen en schaaldieren

5 % andere demersale soorten

Aanmonsteringsverplichting

2 Marokkaanse zeelui per vaartuig

Technische notitie voor de visserij nr. 4

Demersale visserij

Aantal vaartuigen met een vergunning

16 vaartuigen: 5 trawlers en 11 beugvisserijvaartuigen

Toegestaan vistuig

Voor trawlers:

bodemtrawl:

Maaswijdte kuil van 70 mm

Het gebruik van trawls met dubbele kuil is verboden

Het gebruik van trawls waarvan de kuil van dubbel garen is vervaardigd, is verboden

Voor beugvisserijvaartuigen:

grondbeug:

maximaal 20 000 haken per vaartuig

Vaartuigtype:

 

Trawlers:

Maximumtonnage van 600 BT per vaartuig

 

Beugvisserijvaartuigen:

maximumtonnage van 150 BT per vaartuig

Rechten

60 EUR per BT en per trimester

Geografische grens van de toegestane zone

Ten zuiden van 29°NB

Voorbij de 200 m-dieptelijn voor trawlers

Buiten de 12 zeemijl voor beugvisserijvaartuigen

Doelsoorten

Zwarte heek, haarstaartvis, grote gaffelmakreel/ongestreepte bonito

Verplichting tot aanlanding in Marokko

30 % van de vangsten per visreis

Biologische rustperiode

Bijvangsten

0 % koppotigen en schaaldieren en 5 % grondhaaien

Aanmonsteringsverplichting

4 Marokkaanse zeelui voor beugvisserijvaartuigen

7 Marokkaanse zeelui voor trawlers

Technische notitie voor de visserij nr. 5

Tonijnvisserij

Aantal vaartuigen met een vergunning

27

Toegestaan vistuig

Hengel en sleeplijn

Geografische grens van de toegestane zone

Meer dan 3 mijl

De gehele Atlantische zone van Marokko, met uitzondering van het beschermde gebied ten oosten van de lijn die de punten 33°30′NB/7°35′WL en 35°48′NB/6°20′WL verbindt

Doelsoorten

Tonijnachtigen

Verplichting tot aanlanding in Marokko

25 % van de aangegeven vangsten bestaande uit gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis), boniet (Sarda sarda) en fregattonijn (Auxis thazard) per visreis

Biologische rustperiode

Toegestane zegen voor de vangst van levend aas

Maaswijdte van 8 mm voor het vangen van levend aas, zegen gebruikt buiten de 3 zeemijl

Rechten

35 EUR per ton gevangen vis

Voorschot

Op het moment van de aanvraag van de jaarlijkse vergunning wordt een forfaitair voorschot van 7 000 EUR betaald

Aanmonsteringsverplichting

3 Marokkaanse zeelui per vaartuig

Technische notitie voor de visserij nr. 6

Industriële pelagische visserij

Aantal vaartuigen met een vergunning

18

Toegestaan vistuig

Pelagische of semipelagische trawls

Toegewezen quotum

80 000 ton per jaar,

met een maximum van 10 000 ton per maand voor de gehele vloot

met uitzondering van de maanden augustus tot en met oktober, waarin het maandelijkse plafond tot 15 000 ton wordt opgetrokken

Vaartuigtype

Industriële pelagische trawl

Toegestaan aantal vaartuigen

Onderverdeling van de vaartuigen die mogen vissen:

10 vaartuigen met een tonnage van meer dan 3 000 BT

3 vaartuigen met een tonnage van 150 tot en met 3 000 BT

5 vaartuigen met een tonnage van minder dan 150 BT

Maximaal toegestaan tonnage per vaartuig

7 765 BT, daarbij rekening houdend met de structuur van de visserijvloot van de Europese Unie

Geografische grens van de toegestane zone

Ten zuiden van 29°NB

Buiten de 15 zeemijl voor vriestrawlers

Buiten de 8 zeemijl voor RSW-trawlers

Doelsoorten

Sardine, sardinella, makreel, horsmakreel en ansjovis

Vangstsamenstelling (per soortengroep)

horsmakreel/makreel/ansjovis: 65 %

sardine/sardinella: 33 %

bijvangsten: 2 %

Deze vangstsamenstelling kan worden herzien in het kader van de gemengde commissie

Verplichting tot aanlanding in Marokko

25 % van de vangsten per visreis

Biologische rustperiode

De toegelaten vissersvaartuigen moeten alle biologische rustperioden in acht nemen die het departement heeft ingesteld in de visserijzone waarvoor de vergunning geldt, en er tijdens die perioden alle visserijactiviteiten stopzetten (2)

Toegestane netten

De minimummaaswijdte (gestrekte mazen) van de pelagische of semipelagische trawl bedraagt 40 mm.

De kuil van de pelagische of semipelagische trawl kan worden verstevigd door een netwerk met een minimummaaswijdte van 400 mm (gestrekte mazen) en verstevigingsstroppen met een tussenafstand van minimaal anderhalve meter (1,5 m), behalve voor die aan het achterste gedeelte van de trawl, die ten minste op 2 m afstand van het venster van de kuil moet worden aangebracht

Het gebruiken van verstevigingen of het verdubbelen van de kuilen met andere middelen is verboden en met de trawls mogen in geen geval andere soorten worden bevist dan de kleine pelagische soorten waarvan de vangst is toegestaan

Bijvangsten

Maximaal 2 % andere soorten

De lijst van toegestane soorten in de bijvangsten is vastgesteld in de Marokkaanse regelgeving inzake de „visserij op kleine pelagische soorten in het zuidelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan”

Industriële verwerking

De industriële verwerking van de vangsten tot vismeel of visolie is strikt verboden

Beschadigde vissen en uit de behandeling van de vangst voortkomend afval mogen wel worden verwerkt tot vismeel of visolie, voor zover het maximum van 5 % van de totale toegestane vangst niet wordt overschreden

Rechten

Voor industriële pelagische vriestrawlers:

100 EUR/ton vooraf te betalen op maandelijkse basis

Voor industriële pelagische koeltrawlers:

35 EUR/ton vooraf te betalen op maandelijkse basis

Verhoging van het recht in geval van overschrijding van de toegestane vangsten met een factor 3

Aanmonsteringsverplichting

Tonnage van het vaartuig < 150 BT:

2 Marokkaanse zeelui

150 BT ≤ Tonnage van het vaartuig < 1 500 BT:

4 Marokkaanse zeelui

1 500 BT ≤ Tonnage van het vaartuig < 5 000 BT:

8 Marokkaanse zeelui

5 000 BT ≤ Tonnage van het vaartuig < 7 765 BT:

16 Marokkaanse zeelui


(1)  Indien de situatie gunstig blijkt te zijn, kan het aantal vaartuigen dat in het uitbreidingsgebied mag vissen, na een jaar op advies van de gemengde commissie worden herzien.

(2)  Het departement stelt de Commissie vooraf in kennis van dit besluit, met vermelding van de perioden waarin de visserij wordt stopgezet, en van de betrokken zones.

Aanhangsel 3

MELDING VAN DE VMS-GEGEVENS AAN MAROKKO

POSITIEBERICHT

Gegeven

Code

Verplicht (V)/Optioneel (O)

Inhoud

Begin record

SR

V

Berichtinformatie - geeft het begin van de record aan

Geadresseerde

AD

V

Berichtinformatie - ISO-alfa-3-landcode (ISO-3166) van geadresseerde

Verzender

FR

V

Berichtinformatie - ISO-alfa-3-landcode (ISO-3166) van verzender

Vlaggenstaat

FS

V

Berichtinformatie - ISO-alfa-3-landcode (ISO-3166) van vlaggenstaat

Berichttype

TM

V

Berichtinformatie - type bericht (ENT, POS, EXI)

Radioroepnaam (IRCS)

RC

V

Vaartuiginformatie - internationale radioroepnaam van het vaartuig (IRCS)

Intern referentienummer van de overeenkomstsluitende partij

IR

O

Vaartuiginformatie - uniek volgnummer van de overeenkomstsluitende partij ISO-alfa-3-landcode (ISO-3166), gevolgd door het nummer

Extern registratienummer

XR

V

Vaartuiginformatie - nummer aangebracht op de romp van het vaartuig (ISO 8859.1)

Breedtegraad

LT

V

Positie-informatie - positie in graden en minuten N/Z GGMM (WGS84)

Lengtegraad

LG

V

Positie-informatie - positie in graden en minuten O/W GGMM (WGS84)

Vaarrichting

CO

V

Vaarrichting van het vaartuig, op een schaal van 360°

Snelheid

SP

V

Vaarsnelheid van het vaartuig in tienden van knopen

Datum

DA

V

Positie-informatie - datum van registratie van de positie in UTC (JJJJMMDD)

Tijdstip

TI

V

Positie-informatie - tijdstip van registratie van de positie in UTC (UUMM)

Einde record

ER

V

Berichtinformatie - geeft het einde van de record aan

De volgende informatie is vereist bij de transmissie om het Marokkaanse CSCP in staat te stellen het CSCP van verzending te identificeren:

IP-adres van de server van het CSCP en/of de referenties van het DNS;

SSL-certificaat (volledige keten van de certificeringsautoriteiten).

De structuur van de gegevenstransmissie is als volgt:

1.

de gebruikte tekens dienen in overeenstemming te zijn met ISO-norm 8859.1;

2.

een dubbele schuine streep (//) en de letters „SR” geven het begin van een bericht aan;

3.

elk gegevenselement wordt aangegeven met de code ervan en wordt van de andere gegevenselementen gescheiden door een dubbele schuine streep (//);

4.

een enkele schuine streep (/) fungeert als separator tussen code en gegeven;

5.

de ER-code, gevolgd door een dubbele schuine streep (//) geeft het einde van het bericht aan;

6.

De optionele gegevens moeten worden opgenomen tussen het begin en het einde van het bericht.

Aanhangsel 4

COÖRDINATEN VAN DE VISSERIJZONES

Technische notitie

Visserijtak

Visserijzone (breedtegraad):

Afstand van de kust

1

Kleinschalige visserij in het noorden: pelagische visserij

34°18′00″NB - 35°48′00″NB (uitbreiding tot 33°25′00″NB, volgens de voorwaarden van technische notitie nr. 1)

Meer dan 2 mijl

2

Kleinschalige visserij in het noorden: Beug

34°18′00″NB - 35°48′00″NB (uitbreiding tot 33°25′00″NB, volgens de voorwaarden van technische notitie nr. 2)

Meer dan 6 mijl

3

Kleinschalige visserij in het zuiden

Ten zuiden van 30°40′00″

Meer dan drie mijl

4

Demersale visserij

Ten zuiden van 29°00′00″

Beugvisserijvaartuigen: meer dan 12 mijl

Trawlers: buiten de dieptelijn van 200 m

5

Tonijnvisserij

De gehele Atlantische Oceaan, met uitzondering van volgend gebied: 35°48′NB; 6°20′WL/33°30′NB; 7°35′WL

Meer dan 3 mijl en 3 mijl voor aas

6

Industriële pelagische visserij

Ten zuiden van 29°00′00″NB

Meer dan 15 mijl (vriesschepen)

Meer dan 8 mijl (RSW-vaartuigen)

Vóór de inwerkingtreding verstrekt het departement de Commissie de geografische coördinaten van de Marokkaanse basislijn, van de Marokkaanse visserijzone en van de voor scheepvaart en visserij verboden gebieden. Het departement deelt, ten minste één maand van tevoren, ook alle wijzigingen van deze afbakening mee.

Aanhangsel 5

COÖRDINATEN VAN HET MAROKKAANSE CSCP

Naam van het marokkaanse cspcp: CNSNP (Centre National de Surveillance des Navires de Pêche)

Tel. CNSNP: +212 5 37 68 81 45/46

Fax CNSNP: +212 53 7 68 83 29/82

E-mail: CNSNP:

 

cnsnp@mpm.gov.ma

 

cnsnp.radio@mpm.gov.ma

Coördinaten van het radiostation:

Roepnaam: CNM

Banden

Zendfrequentie van het vaartuig

Ontvangstfrequentie van het vaartuig

8

8 285 khz

8 809 khz

12

12 245 khz

13 092 khz

16

16 393 khz

17 275 khz

E-mailadressen van de met het protocol voor de transmissie van VMS-gegevens belaste personen:

 

boukhanfra@mpm.gov.ma

 

belhad@mpm.gov.ma

 

abida@mpm.gov.ma

Aanhangsel 6

ICCAT-LOGBOEK VOOR DE TONIJNVISSERIJ

Image

Aanhangsel 7

VISSERIJLOGBOEK (VOOR ANDERE SOORTEN DAN TONIJN)

Het formaat van het visserijlogboek voor andere visserijactiviteiten dan tonijnvisserij wordt in onderling overleg opgesteld vóór de inwerkingtreding van dit protocol.

Image

Aanhangsel 8

Image

Aanhangsel 9

Image

Aanhangsel 10

KENMERKEN VAN HET RADIOSTATION VAN HET DEPARTEMENT ZEEVISSERIJ VAN MAROKKO

MMSI:

242 069 000

Roepnaam:

CNM

Plaats:

Rabat

Frequentiebereik:

1,6 tot 30 MHz

Zendklasse:

SSB-AIA-J2B

Zendvermogen:

800 W


Werkfrequenties

Banden

Kanalen

Emissie

Ontvangst

Band 8

831

8 285 kHz

8 809 kHz

Band 12

1206

12 245 kHz

13 092 kHz

Band 16

1612

16 393 kHz

17 275 kHz


Radiomeldingen

Periode

Dienstregeling

Werkdagen

van 8.30 tot 16.30 uur

Zaterdag, zondag en feestdagen

van 9.30 tot 14 uur


VHF:

Kanaal 16

Kanaal 70 ASN

Radiotelex:

 

 

 

Categorie:

DP-5

 

Zendklasse:

ARQ-FEC

 

Nummer:

31356

Fax

 

 

 

Nummers

212 5 37 68 8329

Aanhangsel 11

PROTOCOL VOOR HET KADER EN DE TOEPASSING VAN HET ELEKTRONISCHE SYSTEEM VOOR MEDEDELING VAN GEGEVENS INZAKE VANGSTACTIVITEITEN (ERS-SYSTEEM)

Algemene bepalingen

1.

Elk vissersvaartuig van de Europese Unie dat in de Marokkaanse visserijzone actief is, moet zijn uitgerust met een elektronisch systeem, hierna ERS-systeem genoemd, dat de gegevens over de visserijactiviteit van dat vaartuig, hierna ERS-gegevens genoemd, kan registreren en verzenden.

2.

Vaartuigen van de Europese Unie zonder ERS-systeem of met een defect ERS-systeem mogen de Marokkaanse visserijzone niet binnenvaren om daar visserijactiviteiten te verrichten.

3.

De ERS-gegevens worden overeenkomstig de procedures van de vlaggenstaat van het vaartuig verzonden naar het Centrum voor visserijbewaking en -toezicht (hierna „CSCP” genoemd) van de vlaggenstaat.

4.

Het CSCP van de vlaggenstaat zendt instantberichten (COE, COX, PNO) die afkomstig zijn van het vaartuig automatisch en onverwijld door aan het CSCP van Marokko. De gegevens over de dagelijkse vangst (FAR) worden automatisch en onverwijld ter beschikking van het CSCP van Marokko gesteld.

5.

De vlaggenstaat en Marokko zorgen ervoor dat hun CSCP is uitgerust met de informatica-apparatuur en de software die nodig zijn voor de automatische transmissie van de ERS-gegevens in XML-formaat (beschikbaar op de website van het directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij van de Europese Commissie) en beschikt over een elektronische opslagprocedure om de ERS-gegevens te registreren en gedurende ten minste drie jaar leesbaar te bewaren.

6.

Elke wijziging of bijwerking van het formaat wordt vastgelegd en gedateerd en moet zes maanden nadat ze is ingevoerd, operationeel zijn.

7.

Voor de transmissie van de ERS-gegevens wordt gebruikgemaakt van de elektronische communicatiemiddelen die de Europese Commissie namens de EU beheert (DEH of Data Exchange Highway genoemd).

8.

De vlaggenstaat en Marokko wijzen elk een ERS-correspondent aan die als contactpersoon fungeert.

9.

De ERS-correspondenten worden voor ten minste zes maanden aangewezen.

10.

Zodra het ERS-systeem operationeel is, stellen het CSCP van de vlaggenstaat en het CSCP van Marokko elkaar in kennis van de gegevens van hun ERS-correspondent (naam, adres, telefoonnummer, fax, e-mailadres). Wijzigingen van de gegevens van de ERS-correspondent moeten onmiddellijk worden gemeld.

Opstellen en verzenden van de ERS-gegevens

11.

Het EU-vaartuig moet:

a)

dagelijks de ERS-gegevens opstellen over elke dag die in de Marokkaanse visserijzone is doorgebracht;

b)

telkens wanneer er met een zegen, trawl of beug wordt gevist, registreren welke hoeveelheid per soort is gevangen, aan boord is gehouden of is teruggegooid, als doelsoort of als bijvangst;

c)

voor elke soort die staat vermeld op de door Marokko afgegeven visvergunning, ook melden als er niets is gevangen;

d)

elke soort identificeren aan de hand van de alfa-3-lettercode van de FAO;

e)

de hoeveelheden uitdrukken in kg levend gewicht en, indien vereist, in aantal stuks;

f)

voor elke soort opgeven welke hoeveelheden zijn overgeladen en/of aangeland;

g)

telkens wanneer het de Marokkaanse visserijzone binnenvaart (COE) en verlaat (COX) een specifiek bericht registreren met daarin voor elke soort die vermeld staat op de door Marokko afgegeven visvergunning, de hoeveelheden die bij het binnenvaren/verlaten aan boord worden gehouden;

h)

elke dag uiterlijk om 23.59 UTC de ERS-gegevens aan het CSCP van de vlaggenstaat toezenden in het in punt 5 bedoelde XML-formaat.

12.

De kapitein is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van de geregistreerde en verzonden ERS-gegevens.

13.

Het CSCP van de vlaggenstaat stelt de ERS-gegevens automatisch en zo snel mogelijk, in het in punt 5 bedoelde XML-formaat, ter beschikking aan het CSCP van Marokko.

14.

Het CSCP van Marokko bevestigt de ontvangst van alle ERS-berichten door een retourbericht (RET) te verzenden.

15.

Het CSCP van Marokko behandelt alle ERS-gegevens als vertrouwelijk.

Mankement in het ERS-systeem aan boord van het vaartuig en/of in de transmissie van de ERS-gegevens tussen het vaartuig en het CSCP van de vlaggenstaat

16.

De vlaggenstaat stelt de kapitein en/of de eigenaar, of diens vertegenwoordiger, van een onder zijn vlag varend vaartuig onmiddellijk in kennis van technische mankementen van het op het vaartuig geïnstalleerde ERS-systeem en van mankementen in de transmissie van de ERS-gegevens tussen het vaartuig en het CSCP van de vlaggenstaat.

17.

De vlaggenstaat stelt Marokko in kennis van het geconstateerde mankement en van de maatregelen die zijn genomen om het op te lossen.

18.

Indien zich een defect in het ERS-systeem aan boord van het vaartuig voordoet, wordt er door de kapitein en/of de reder op toegezien dat het ERS-systeem na uiterlijk tien werkdagen wordt gerepareerd of vervangen. Indien het vaartuig in die periode van tien werkdagen een haven aandoet, mag het zijn visserijactiviteiten in de Marokkaanse visserijzone pas hervatten wanneer het ERS-systeem weer naar behoren werkt of, wanneer dat laatste niet het geval is, wanneer Marokko daarvoor toestemming verleent.

19.

Een vissersvaartuig dat een technisch mankement aan zijn ERS-systeem heeft gehad, mag de haven pas verlaten wanneer:

a)

zijn ERS-systeem volgens de vlaggenstaat weer naar behoren werkt; of

b)

het daarvoor toestemming krijgt van de vlaggenstaat. In het laatst bedoelde geval stelt de vlaggenstaat Marokko vóór het vertrek van het vaartuig hiervan in kennis.

20.

Vaartuigen van de EU die in de Marokkaanse visserijzone actief zijn met een defect ERS-systeem, verzenden alle ERS-gegevens dagelijks, uiterlijk om 23.59 UTC, naar het CSCP van de vlaggenstaat via om het even welk ander beschikbaar elektronisch communicatiemiddel.

21.

De in punt 11 bedoelde ERS-gegevens die vanwege een mankement niet ter beschikking van Marokko zouden worden gesteld, worden door het CSCP van de vlaggenstaat via een andere, onderling afgesproken elektronische weg naar het CSCP van Marokko verzonden. Deze alternatieve transmissie wordt dan als prioritair beschouwd, aangezien de normaal geldende transmissietermijnen niet in acht kunnen worden genomen.

22.

Indien het CSCP van Marokko drie opeenvolgende dagen geen ERS-gegevens van een vaartuig heeft ontvangen, kan Marokko dat vaartuig het bevel geven zich onmiddellijk voor onderzoek naar een door Marokko aangewezen haven te begeven.

Mankement bij het CSCP - Het CSCP van Marokko ontvangt geen ERS-gegevens

23.

Indien een CSCP geen ERS-gegevens ontvangt, meldt de betrokken ERS-correspondent dit onmiddellijk aan zijn collega van het andere CSCP en werkt hij indien nodig zo lang als noodzakelijk mee aan de oplossing van het probleem.

24.

Het CSCP van de vlaggenstaat en het CSCP van Marokko spreken af welke alternatieve elektronische middelen voor de transmissie van de ERS-gegevens moeten worden gebruikt wanneer zich een mankement bij het CSCP voordoet, en stellen elkaar onverwijld in kennis van elke wijziging in dit verband.

25.

Wanneer het CSCP van Marokko signaleert geen ERS-gegevens te hebben ontvangen, gaat het CSCP van de vlaggenstaat op zoek naar de oorzaak van het probleem en neemt het de nodige maatregelen om het probleem op te lossen. Het CSCP van de vlaggenstaat stelt het CSCP van Marokko en de EU binnen een termijn van 24 uur in kennis van de resultaten en de genomen maatregelen.

26.

Indien meer dan 24 uur nodig is om het probleem op te lossen, verzendt het CSCP van de vlaggenstaat de ontbrekende ERS-gegevens onmiddellijk naar het CSCP van Marokko aan de hand van het in punt 24 bedoelde alternatieve elektronische communicatiemiddel.

27.

Marokko waarschuwt zijn bevoegde controlediensten om te voorkomen dat de vaartuigen van de Europese Unie in gebreke worden gesteld wegens niet-verzending van ERS-gegevens vanwege een mankement bij een CSCP.

Onderhoud van een CSCP

28.

Een CSCP dat (in het kader van een onderhoudsprogramma) onderhoudsactiviteiten plant die gevolgen kunnen hebben voor de uitwisseling van ERS-gegevens, moet het andere CSCP ten minste 72 uur van tevoren hiervan in kennis stellen, zo mogelijk met opgave van de datum en de duur van het onderhoud. Informatie over niet-gepland onderhoud wordt zo spoedig mogelijk aan het andere CSCP gemeld.

29.

Tijdens het onderhoud kan de terbeschikkingstelling van ERS-gegevens worden opgeschort totdat het systeem weer operationeel is. De betrokken ERS-gegevens worden in dat geval onmiddellijk na afloop van het onderhoud beschikbaar gesteld.

30.

Neemt het onderhoud meer dan 24 uur in beslag, dan worden de ERS-gegevens aan het andere CSCP toegezonden aan de hand van het in punt 24 bedoelde alternatief elektronisch communicatiemiddel.

31.

Marokko waarschuwt zijn bevoegde controlediensten om te voorkomen dat de vaartuigen van de Europese Unie in gebreke worden gesteld wegens niet-verzending van ERS-gegevens vanwege onderhoudswerkzaamheden bij een CSCP.


Top