EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 21973A0514(01)

Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen - Protocol Nr. 1 betreffende de regeling voor bepaalde produkten - Protocol Nr. 2 betreffende de produkten die zijn onderworpen aan een bijzondere regeling , ten einde rekening te houden met de kostenverschillen van de verwerkte landbouwprodukten - Protocol Nr. 3 betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking - Protocol Nr. 4 met betrekking tot enkele bijzondere bepalingen betreffende Ierland - Slotakte - Verklaringen

OJ L 171, 27.6.1973, p. 2–102 (DA, DE, EN, FR, IT, NL)
Greek special edition: Chapter 11 Volume 005 P. 110 - 210
Spanish special edition: Chapter 11 Volume 004 P. 19 - OP_DATPRO
Portuguese special edition: Chapter 11 Volume 004 P. 19 - OP_DATPRO
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 011 P. 288 - 388
Special edition in Bulgarian: Chapter 11 Volume 002 P. 3 - 103
Special edition in Romanian: Chapter 11 Volume 002 P. 3 - 103
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 049 P. 3 - 103

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 01/05/2015

21973A0514(01)

Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen - Protocol Nr. 1 betreffende de regeling voor bepaalde produkten - Protocol Nr. 2 betreffende de produkten die zijn onderworpen aan een bijzondere regeling , ten einde rekening te houden met de kostenverschillen van de verwerkte landbouwprodukten - Protocol Nr. 3 betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking - Protocol Nr. 4 met betrekking tot enkele bijzondere bepalingen betreffende Ierland - Slotakte - Verklaringen

Publicatieblad Nr. L 171 van 27/06/1973 blz. 0002 - 0102
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 11 Deel 5 blz. 0110
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 11 Deel 4 blz. 0019
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 11 Deel 4 blz. 0019


OVEREENKOMST tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen

DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

enerzijds,

HET KONINKRIJK NOORWEGEN,

anderzijds,

WENSENDE bij de uitbreiding van de Europese Economische Gemeenschap de tussen de Gemeenschap en Noorwegen bestaande economische betrekkingen te versterken en uit te breiden en een harmonische ontwikkeling van hun handel te verzekeren, met inachtneming van billijke mededingingsvoorwaarden, ten einde bij te dragen tot de opbouw van Europa,

VASTBERADEN hiertoe geleidelijk de belemmeringen voor het voornaamste gedeelte van hun handelsverkeer op te heffen, zulks overeenkomstig de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel inzake de totstandkoming van vrijhandelszones,

ZICH BEREID VERKLARENDE de mogelijkheid na te gaan tot het ontwikkelen en verdiepen van hun betrekkingen aan de hand van alle beoordelingsgegevens, met name van de ontwikkeling van de Gemeenschap, wanneer het in het belang van hun economieën blijkt deze uit te breiden tot gebieden die niet onder deze Overeenkomst vallen,

HEBBEN BESLOTEN, ter verwezenlijking van deze doeleinden en overwegende dat geen der bepalingen van deze Overeenkomst zodanig kan worden uitgelegd dat de Partijen bij de Overeenkomst daardoor worden ontslagen van de krachtens andere internationale overeenkomsten op hen rustende verplichtingen,

DEZE OVEREENKOMST TE SLUITEN:

Artikel 1

Met deze Overeenkomst wordt beoogd: a) de harmonische ontwikkeling van de economische betrekkingen tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen te bevorderen door uitbreiding van het wederzijdse handelsverkeer en hierdoor in de Gemeenschap en in Noorwegen de ontplooiing van de economische bedrijvigheid, de verbetering van de levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, de vermeerdering van de produktiviteit en de financiële stabiliteit te bevorderen,

b) het handelsverkeer tussen de Partijen bij de Overeenkomst te verzekeren van billijke mededingingsvoorwaarden,

c) aldus, door opheffing van belemmeringen van het handelsverkeer, bij te dragen tot de harmonische ontwikkeling en de uitbreiding van de wereldhandel.

Artikel 2

De Overeenkomst is van toepassing op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en uit Noorwegen: i) die onder de hoofdstukken 25 tot en met 99 van de Naamlijst van Brussel vallen, met uitzondering van de in de bijlage genoemde produkten;

ii) die zijn genoemd in Protocol nr. 2 met inachtneming van de daarin vastgestelde bijzondere regels.

Artikel 3

1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe invoerrechten ingesteld.

2. De invoerrechten worden geleidelijk afgeschaft en wel in het volgende tempo: - op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht;

- de andere vier verlagingen, telkens met 20 %, vinden plaats op:

1 januari 1974,

1 januari 1975,

1 januari 1976,

1 juli 1977.

Artikel 4

1. De bepalingen die betrekking hebben op de geleidelijke afschaffing van de invoerrechten zijn ook van toepassing op fiscale douanerechten.

De Partijen bij de Overeenkomst kunnen een fiscaal douanerecht of het fiscale element van een douanerecht vervangen door een binnenlandse belasting.

2. Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk kunnen tot 1 januari 1976 een fiscaal douanerecht of het fiscale element van een douanerecht handhaven in geval van toepassing van artikel 38 van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen".

3. Noorwegen kan uiterlijk tot en met 31 december 1975, met inachtneming van de voorwaarden van artikel 18, tijdelijk een fiscaal douanerecht of het fiscale element van een douanerecht handhaven.

Artikel 5

1. Voor elk produkt is het basisrecht waarop de in artikel 3 en in Protocol nr. 1 bedoelde achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, het recht dat op 1 januari 1972 werkelijk werd toegepast.

2. Indien na 1 januari 1972 rechten worden verlaagd ingevolge de tariefovereenkomsten die na beëindiging van de Handelsconferentie te Genève (1964/1967) zijn gesloten, komen die verlaagde rechten in de plaats van de in lid 1 bedoelde basisrechten.

3. De verlaagde rechten, berekend overeenkomstig artikel 3 en de Protocollen nr. 1 en nr. 2, worden toegepast met afronding op de eerste decimaal.

Behoudens de uitvoering, door de Gemeenschap te geven aan artikel 39, lid 5, van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen", worden, wat de specifieke rechten of het specifieke gedeelte van de gemengde rechten van het Ierse douanetarief betreft, artikel 3 en de Protocollen nr. 1 en nr. 2 toegepast met afronding op de vierde decimaal.

Artikel 6

1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe heffingen van gelijke werking als invoerrechten ingesteld.

2. De heffingen van gelijke werking als invoerrechten die in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen vanaf 1 januari 1972 zijn ingesteld, worden bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft.

Elke heffing van gelijke werking als een invoerrecht, die op 31 december 1972 hoger is dan die welke op 1 januari 1972 werkelijk werd toegepast, wordt bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de hoogte van laatstgenoemde heffing teruggebracht.

3. Heffingen van gelijke werking als invoerrechten worden geleidelijk afgeschaft, en wel in het volgende tempo: - elke heffing wordt uiterlijk 1 januari 1974 verlaagd tot 60 % van die welke op 1 januari 1972 werd toegepast;

- de andere drie verlagingen, telkens met 20 %, vinden plaats op:

1 januari 1975,

1 januari 1976,

1 juli 1977.

Artikel 7

In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen uitvoerrechten noch heffingen van gelijke werking ingesteld.

De uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking worden uiterlijk 1 januari 1974 afgeschaft.

Artikel 8

In Protocol nr. 1 zijn de tariefregeling en de regels voor bepaalde produkten vastgesteld.

Artikel 9

In Protocol nr. 2 zijn de tariefregeling en de regels voor bepaalde goederen, verkregen door de verwerking van landbouwprodukten, vastgesteld.

Artikel 10

1. Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van haar landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld, of indien de bestaande regeling wordt gewijzigd, kan de betrokken Partij bij de Overeenkomst voor de betrokken produkten de regeling van de Overeenkomst aanpassen.

2. In die gevallen houdt de betrokken Partij bij de Overeenkomst naar behoren rekening met de belangen van de andere Partij. De Partijen bij de Overeenkomst kunnen daartoe in het in artikel 29 bedoelde Gemengd Comité overleg plegen.

Artikel 11

In Protocol nr. 3 zijn de regels betreffende de oorsprong vastgesteld.

Artikel 12

Een Partij bij de Overeenkomst die overweegt, het werkelijke niveau van haar douanerechten of heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op derde landen waarvoor de clausule van de meest begunstigde natie geldt, te verlagen, of de toepassing daarvan te schorsen, stelt het Gemengd Comité, zo mogelijk, van deze verlaging of schorsing ten minste dertig dagen vóór de inwerkingtreding daarvan in kennis. Zij neemt nota van alle opmerkingen van de andere Partij met betrekking tot de distorsies die daaruit zouden kunnen voortvloeien.

Artikel 13

1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen noch maatregelen van gelijke werking ingesteld.

2. De kwantitatieve invoerbeperkingen worden op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst en de maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen uiterlijk 1 januari 1975 afgeschaft.

Artikel 14

1. De Gemeenschap behoudt zich het recht voor, de regeling voor onder de tariefposten 27.10, 27.11, 27.12, ex 27.13 (Paraffine, was uit aardoliën of uit oliën, uit bitumineuze mineralen, paraffineachtige residuen) en 27.14 van de Naamlijst van Brussel vallende aardolieprodukten te wijzigen, wanneer voor aardolieprodukten een gemeenschappelijke definitie inzake de oorsprong wordt aangenomen, wanneer in het kader van de gemeenschappelijke handelspolitiek voor de betrokken produkten beslissingen worden genomen of wanneer een gemeenschappelijk energiebeleid wordt ingesteld.

In dat geval houdt de Gemeenschap naar behoren rekening met de belangen van Noorwegen ; zij stelt daartoe het Gemengd Comité in kennis, dat onder de voorwaarden van artikel 31 bijeenkomt.

2. Noorwegen behoudt zich het recht voor op gelijke wijze te handelen, indien zich voor dit land vergelijkbare situaties voordoen.

3. Behoudens de leden 1 en 2 doet de Overeenkomst geen afbreuk aan de niet-tarifaire voorschriften die bij de invoer van de aardolieprodukten worden toegepast.

Artikel 15

1. De Partijen bij de Overeenkomst verklaren zich bereid om met inachtneming van hun landbouwbeleid de harmonische ontwikkeling te bevorderen van het handelsverkeer in landbouwprodukten waarop de Overeenkomst niet van toepassing is.

2. Op veterinair, sanitair en planteziektenkundig gebied passen de Partijen bij de Overeenkomst hun voorschriften op niet-discriminerende wijze toe en voeren zij geen nieuwe maatregelen in ten gevolge waarvan het handelsverkeer ten onrechte zou worden belemmerd.

3. De Partijen bij de Overeenkomst bestuderen onder de voorwaarden van artikel 32 de moeilijkheden die zich in hun handelsverkeer in landbouwprodukten mochten voordoen, en trachten daarvoor oplossingen te vinden.

Artikel 16

Vanaf 1 juli 1977 mag voor produkten van oorsprong uit Noorwegen bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger behandeling gelden dan die tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap onderling.

Artikel 17

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, voor zover die niet ten gevolge hebben dat de in de Overeenkomst vastgestelde regeling voor het handelsverkeer, inzonderheid de bepalingen betreffende de regels van oorsprong, wordt gewijzigd.

Artikel 18

De Partijen bij de Overeenkomst onthouden zich van iedere maatregel of gedraging van intern fiscale aard die al dan niet rechtstreeks leidt tot discriminatie tussen de produkten van een Partij bij de Overeenkomst en de gelijksoortige produkten van oorsprong uit de andere Partij.

Voor produkten die naar het grondgebied van een van de Partijen bij de Overeenkomst worden uitgevoerd, mag geen hogere teruggave van binnenlandse belastingen plaatsvinden dan de direct of indirect daarop geheven belastingen.

Artikel 19

Betalingen die betrekking hebben op het goederenverkeer, alsmede de overmaking van de desbetreffende bedragen naar de Lid-Staat van de Gemeenschap waar de schuldeiser is gevestigd, dan wel naar Noorwegen, zijn aan geen enkele beperking onderworpen.

De Partijen bij de Overeenkomst passen geen deviezenbeperkingen of administratieve beperkingen toe aangaande de verlening, de terugbetaling en de aanvaarding van kredieten op korte en middellange termijn, die verband houden met handelstransacties waarbij een ingezetene betrokken is.

Artikel 20

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of doorvoer, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, van de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom, noch voor regelingen op het gebied van goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen bij de Overeenkomst vormen.

Artikel 21

Geen enkele bepaling van de Overeenkomst belet een Partij bij de Overeenkomst maatregelen te treffen: a) die zij nodig acht ter voorkoming van verspreiding van inlichtingen die indruist tegen de essentiële belangen op het gebied van haar veiligheid;

b) die betrekking hebben op de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal, of op het onderzoek, de ontwikkeling of de produktie die onontbeerlijk zijn voor defensieve doeleinden, mits deze maatregelen de mededingingsvoorwaarden met betrekking tot produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden zijn bestemd, niet nadelig beïnvloeden;

c) die zij van essentieel belang acht voor haar veiligheid in oorlogstijd of bij ernstige internationale spanningen.

Artikel 22

1. De Partijen bij de Overeenkomst treffen geen maatregelen die de verwezenlijking van de doeleinden van de Overeenkomst in gevaar kunnen brengen.

2. Zij treffen alle algemene of bijzondere maatregelen waarmee de nakoming van de verplichtingen van de Overeenkomst kan worden gewaarborgd.

Indien een Partij bij de Overeenkomst van mening is dat de andere Partij een verplichting van de Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 27.

Artikel 23

1. Onverenigbaar met de goede werking van de Overeenkomst zijn, voor zover daardoor het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen kan worden beïnvloed: i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging met betrekking tot de produktie en het goederenverkeer wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

ii) het misbruik maken door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het geheel van de grondgebieden van de Partijen bij de Overeenkomst of op een wezenlijk deel daarvan;

iii) alle steunmaatregelen van de overheid die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen.

2. Indien een Partij bij de Overeenkomst van mening is dat een bepaalde gedraging onverenigbaar is met dit artikel, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 27.

Artikel 24

Wanneer de toename van de invoer van een bepaald produkt ernstig nadeel berokkent of dreigt te berokkenen aan een op het grondgebied van een der Partijen bij de Overeenkomst uitgeoefende produktieve bedrijvigheid, en indien deze toename te wijten is aan - de in de Overeenkomst bedoelde gedeeltelijke of algehele verlaging van de douanerechten en heffingen van gelijke werking op dit produkt, in de invoerende Partij bij de Overeenkomst,

- en het feit dat de rechten en heffingen van gelijke werking die door de uitvoerende Partij bij de Overeenkomst worden geheven bij invoer van grondstoffen of halffabrikaten die voor de vervaardiging van het betrokken produkt worden gebruikt, aanzienlijk lager zijn dan de door de invoerende Partij geheven overeenkomstige rechten en belastingen,

kan de betrokken Partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 27.

Artikel 25

Indien een der Partijen bij de Overeenkomst vaststelt dat in haar betrekkingen met de andere Partij dumping wordt toegepast, kan zij, overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, passende maatregelen daartegen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 27.

Artikel 26

In geval van ernstige verstoringen in een sector van het bedrijfsleven of van moeilijkheden die tot uiting kunnen komen in een ernstige verslechtering van de economische situatie in een gebied, kan de betrokken Partij bij de Overeenkomst passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 27.

Artikel 27

1. Indien een Partij bij de Overeenkomst de invoer van produkten die de in de artikelen 24 en 26 bedoelde moeilijkheden kan veroorzaken, aan een administratieve procedure onderwerpt die ten doel heeft snel inlichtingen omtrent de ontwikkeling van de handelsstromen te verstrekken, stelt zij de andere Partij hiervan in kennis.

2. In de gevallen, bedoeld in de artikelen 22 tot en met 26, verstrekt de betrokken Partij bij de Overeenkomst, alvorens de daarin vermelde maatregelen te nemen, of zo spoedig mogelijk in de gevallen zoals bedoeld in lid 3, sub d), aan het Gemengd Comité alle nodige gegevens voor een diepgaand onderzoek van de situatie, ten einde een voor de Partijen bij de Overeenkomst aanvaardbare oplossing te zoeken.

Bij voorrang dienen maatregelen te worden gekozen die de werking van de Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.

De vrijwaringsmaatregelen worden onverwijld ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat hierover periodiek overleg pleegt, vooral met het oog op de opheffing daarvan zodra de omstandigheden zulks toelaten.

3. Voor de tenuitvoerlegging van lid 2 zijn de onderstaande bepalingen van toepassing: a) Wat betreft artikel 23 kan elke Partij bij de Overeenkomst zich wenden tot het Gemengd Comité, indien zij van mening is dat een bepaalde gedraging onverenigbaar is met de goede werking van de Overeenkomst in de zin van artikel 23, lid 1.

De Partijen bij de Overeenkomst brengen alle dienstige inlichtingen ter kennis van het Gemengd Comité en verlenen dit Comité de noodzakelijke bijstand met het oog op de bestudering van het dossier en eventueel de opheffing van de aangevochten gedraging.

Indien de betrokken Partij bij de Overeenkomst binnen de in het Gemengd Comité vastgestelde termijn geen einde heeft gemaakt aan de aangevochten gedragingen, of indien in dit Comité binnen drie maanden vanaf de dag waarop het op de hoogte is gesteld geen overeenstemming wordt bereikt, kan de betrokken Partij de vrijwaringsmaatregelen nemen die zij noodzakelijk acht om de door de bedoelde gedragingen ontstane ernstige moeilijkheden te verhelpen, en met name tot intrekking van tariefconcessies overgaan.

b) Wat betreft artikel 24 worden de moeilijkheden die worden veroorzaakt door de in dat artikel bedoelde situatie voor onderzoek ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat elk dienstig besluit kan nemen om daaraan een einde te maken.

Indien het Gemengd Comité of de uitvoerende Partij bij de Overeenkomst binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving geen besluit heeft genomen waardoor een einde aan de moeilijkheden wordt gemaakt, is de invoerende Partij gerechtigd een compenserende heffing op het ingevoerde produkt toe te passen.

Deze compenserende heffing wordt berekend naar gelang van de invloed van de voor de verwerkte grondstoffen of halffabrikaten geconstateerde tariefverschillen op de waarde van de betrokken goederen.

c) Wat betreft artikel 25 vindt een raadpleging in het Gemengd Comité plaats alvorens de betrokken Partij bij de Overeenkomst de passende maatregelen neemt.

d) Indien uitzonderlijke omstandigheden die een onmiddellijk ingrijpen vereisen een voorafgaand onderzoek uitsluiten, kan de betrokken Partij bij de Overeenkomst in de situaties, bedoeld in de artikelen 24, 25 en 26, alsmede in gevallen van steunmaatregelen bij uitvoer die een rechtstreekse en onmiddellijke invloed op het handelsverkeer hebben, onverwijld de strikt noodzakelijke beschermende maatregelen nemen om de situatie te verhelpen.

Artikel 28

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van een of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of tot die van Noorwegen moeilijkheden voordoen of hiervoor ernstig gevaar bestaat, kan de betrokken Partij bij de Overeenkomst de noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen treffen. Zij geeft hiervan onverwijld kennis aan de andere Partij.

Artikel 29

1. Er wordt een Gemengd Comité ingesteld, dat belast is met het beheer van de Overeenkomst en dat toeziet op de juiste uitvoering daarvan. Het Comité doet hiertoe aanbevelingen. Het neemt besluiten in de gevallen, bedoeld in de Overeenkomst. Deze besluiten worden door de Partijen bij de Overeenkomst volgens hun eigen voorschriften uitgevoerd.

2. Met het oog op de juiste uitvoering van de Overeenkomst wisselen de Partijen bij de Overeenkomst gegevens uit en plegen zij, indien één hunner daarom verzoekt, overleg in het Gemengd Comité.

3. Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 30

1. Het Gemengd Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap, enerzijds, en vertegenwoordigers van Noorwegen, anderzijds.

2. Het Gemengd Comité spreekt zich uit in onderlinge overeenstemming.

Artikel 31

1. Het voorzitterschap van het Gemengd Comité wordt bij toerbeurt door de Partijen bij de Overeenkomst waargenomen, volgens in zijn reglement van orde vast te leggen regels.

2. Het Gemengd Comité komt ten minste eenmaal per jaar op initiatief van zijn voorzitter bijeen om de algemene werking van de Overeenkomst te bestuderen.

Bovendien komt het telkens bijeen wanneer een bijzondere aanleiding zulks vereist, op verzoek van een der Partijen bij de Overeenkomst, en wel onder in het reglement van orde vast te stellen voorwaarden.

3. Het Gemengd Comité kan besluiten tot oprichting van iedere werkgroep die het in de vervulling van zijn taak kan bijstaan.

Artikel 32

1. Wanneer een Partij bij de Overeenkomst van mening is dat het in het gemeenschappelijk belang van de beide Partijen bij de Overeenkomst is, de door deze Overeenkomst tot stand gebrachte betrekkingen uit te breiden tot gebieden die niet onder de Overeenkomst vallen, legt zij aan de andere Partij een met redenen omkleed verzoek voor.

De Partijen bij de Overeenkomst kunnen de bestudering van dit verzoek en de eventuele formulering van aanbevelingen met het oog op het aanknopen van onderhandelingen aan het Gemengd Comité opdragen. Deze aanbevelingen kunnen, indien daartoe aanleiding bestaat, gericht zijn op de tenuitvoerlegging van een onderlinge harmonisatie, mits zulks de beslissingsvrijheid van beide Partijen bij de Overeenkomst onverlet laat.

2. De overeenkomsten waartoe de in lid 1 bedoelde onderhandelingen leiden, worden onderworpen aan bekrachtiging of goedkeuring door de Partijen bij de Overeenkomst, en wel overeenkomstig hun eigen procedures.

Artikel 33

De bijlage en de Protocollen bij de Overeenkomst maken daarvan een integrerend deel uit.

Artikel 34

Elke Partij bij de Overeenkomst kan de Overeenkomst door kennisgeving aan de andere Partij opzeggen. De Overeenkomst houdt twaalf maanden na de datum van die kennisgeving op van kracht te zijn.

Artikel 35

De Overeenkomst is van toepassing op de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap onder de daarin vermelde voorwaarden geldt, enerzijds, en op het grondgebied van het Koninkrijk Noorwegen anderzijds.

Artikel 36

Deze Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse en de Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen bij de Overeenkomst goedgekeurd volgens hun eigen procedures.

Zij treedt in werking op 1 juli 1973, mits de Partijen bij de Overeenkomst elkaar vóór die datum kennis hebben gegeven van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

Na die datum treedt deze Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op deze kennisgeving. De uiterste datum voor deze kennisgeving is 30 november 1973.

Udfærdiget i Bruxelles, den fjortende maj nitten hundrede og treoghalvfjerds.

Geschehen zu Brüssel am vierzehnten Mai neunzehnhundertdreiundsiebzig.

Done at Brussels on this fourteenth day of May in the year one thousand nine hundred and seventy-three.

Fait à Bruxelles, le quatorze mai mil neuf cent soixante-treize.

Fatto a Bruxelles, addì quattordici maggio millenovecentosettantatré.

Gedaan te Brussel, de veertiende mei negentienhonderddrieënzeventig.

Utferdiget i Brussel, fjortende mai nitten hundre og syttitre.

På Rådet for De europæiske Fællesskabers vegne

Im Namen des Rates der Europäischen Gemeinschaften

In the name of the Council of the European Communities

Au nom du Conseil des Communautés européennes

A nome del Consiglio delle Comunità europee

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen >PIC FILE= "T0005910">

BIJLAGE

Lijst van de in artikel 2 van de Overeenkomst bedoelde produkten

>PIC FILE= "T0005911">

PROTOCOL Nr. 1 betreffende de regeling voor bepaalde produkten

AFDELING A REGELING VOOR DE INVOER IN DE GEMEENSCHAP VAN BEPAALDE PRODUKTEN VAN OORSPRONG UIT NOORWEGEN

Artikel 1

1. De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling van produkten die onder de hoofdstukken 48 en 49 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen, met uitsluiting van post 48.09 (Platen voor constructiedoeleinden, van papierstof, van houtvezels of van andere plantaardige vezels, ook indien gebonden met natuurlijke hars, met kunsthars of met andere dergelijke bindmiddelen), worden geleidelijk afgeschaft, en wel in onderstaand tempo: >PIC FILE= "T0005912">

2. De douanerechten bij invoer in Ierland van de in lid 1 bedoelde produkten worden geleidelijk afgeschaft, en wel in onderstaand tempo: >PIC FILE= "T0005913">

3. In afwijking van artikel 3 van de Overeenkomst passen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bij invoer van de in lid 1 bedoelde produkten die van oorsprong zijn uit Noorwegen de onderstaande douanerechten toe: >PIC FILE= "T0005914">

4. Van 1 januari 1974 tot en met 31 december 1983 kunnen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk jaarlijks voor de invoer van produkten die van oorsprong uit Noorwegen zijn tariefcontingenten met vrijdom van recht openen, waarvan de omvang, die in bijlage A is vermeld voor 1974, gelijk is aan het gemiddelde van de invoer in de jaren 1968 tot en met 1971, cumulatief verhoogd met viermaal 5 % ; vanaf 1 januari 1975 wordt de hoeveelheid van deze tariefcontingenten jaarlijks verhoogd met 5 %.

5. Vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst tot en met 31 december 1982 kan Ierland jaarlijks bij de invoer van produkten van oorsprong uit Noorwegen die onder de posten 48.01 tot en met 48.07 vallen, tariefcontingenten met vrijdom van recht openen tot en met 31 december 1980 en vervolgens tegen een recht van 2 %, waarvan de basishoeveelheden gelijk zijn aan het gemiddelde van de invoer in de jaren 1968 tot en met 1971, jaarlijks verhoogd met 5 % in de loop van de jaren 1974 tot en met 1976.

De basishoeveelheden van deze tariefcontingenten zijn vermeld in bijlage B. Voor 1973 worden zij pro rata temporis verlaagd, afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

6. Met de uitdrukking "de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling" wordt bedoeld : het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 2

1. De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling of in Ierland van in lid 2 genoemde produkten worden geleidelijk, in onderstaand tempo, tot de hieronder genoemde niveaus teruggebracht: >PIC FILE= "T0005915">

Voor de in de tabel van lid 2 vermelde onderverdelingen 79.01 A vinden de tariefverlagingen ten aanzien van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling in afwijking van artikel 5, lid 3, van de Overeenkomst plaats met afronding op de tweede decimaal.

2. De in lid 1 bedoelde produkten zijn: >PIC FILE= "T0005916">

Artikel 3

De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en in Ierland van de produkten van onderverdeling 76.01 A en van de posten 76.02 en 76.03 van het gemeenschappelijk douanetarief worden geleidelijk, in onderstaand tempo, teruggebracht tot de hieronder genoemde niveaus: >PIC FILE= "T0005917">

Artikel 4

Invoer van produkten waarop de tariefregeling als vermeld in de artikelen 1, 2 en 3 van toepassing is, is onderworpen aan jaarlijkse indicatieve maxima waarboven de ten opzichte van derde landen geldende douanerechten opnieuw kunnen worden ingesteld overeenkomstig de volgende bepalingen: a) Met inachtneming van de mogelijkheid voor de Gemeenschap om de toepassing van de maxima voor bepaalde produkten op te schorten, zijn de basishoeveelheden voor de vaststelling van de maxima voor 1973 vermeld in bijlage C. De maxima voor 1973 worden berekend door deze basishoeveelheden, afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, pro rata temporis te verminderen.

Met ingang van 1974 komen de maxima overeen met de basishoeveelheden voor 1973, jaarlijks cumulatief verhoogd met 5 %, behalve voor onderverdeling 76.01 A, waarvoor de volgende jaarlijkse verhogingspercentages gelden:

1974 3 %

1975 3 %

1976 3 %

1977 5 %

1978 5 %

1979 10 %

1980 10 %

1981 10 %

De Gemeenschap behoudt zich ten aanzien van de onder dit Protocol vallende produkten die niet in deze bijlage zijn vermeld, de mogelijkheid voor om maxima in te stellen waarvan de omvang gelijk zal zijn aan het gemiddelde van de invoer in de Gemeenschap gedurende de laatste vier jaren waarover statistieken beschikbaar zijn, verhoogd met 5 % ; de volgende jaren worden deze maxima jaarlijks verhoogd met 5 %.

b) Indien de invoer van een produkt waarvoor een maximum geldt twee achtereenvolgende jaren minder bedraagt dan 90 % van de vastgestelde omvang, schort de Gemeenschap de toepassing van dit maximum op.

c) In geval van conjuncturele moeilijkheden behoudt de Gemeenschap zich de mogelijkheid voor om na overleg in het Gemengd Comité de voor het lopende jaar vastgestelde omvang nog een jaar aan te houden.

d) De Gemeenschap stelt het Gemengd Comité op 1 december van elk jaar in kennis van de lijst van de produkten waarvoor het volgende jaar maxima gelden, alsmede van de omvang daarvan.

e) Invoer die heeft plaatsgevonden in het kader van de overeenkomstig artikel 1, leden 4 en 5, geopende tariefcontingenten wordt eveneens in mindering gebracht op de voor dezelfde produkten vastgestelde maxima.

f) In afwijking van artikel 3 van de Overeenkomst en van de artikelen 1, 2 en 3 van dit Protocol kan, zodra een maximum is bereikt dat voor de invoer van een onder genoemd Protocol vallend produkt is vastgesteld, de heffing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief bij invoer van het betrokken produkt tot het einde van het kalenderjaar opnieuw worden ingesteld.

In dat geval: - herstellen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk vóór 1 juli 1977 de heffing van de onderstaande douanerechten: >PIC FILE= "T0005918">

- herstelt Ierland vóór 1 juli 1977 de heffing van de voor derde landen geldende rechten.

De uit de artikelen 1, 2 en 3 van dit Protocol voortvloeiende douanerechten worden telkens op 1 januari van het volgende jaar opnieuw ingesteld.

g) Na 1 juli 1977 gaan de Partijen bij de Overeenkomst in het Gemengd Comité de mogelijkheid na om het percentage van de verhoging van de maxima te herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van het verbruik en van de invoer in de Gemeenschap, alsmede met de bij de toepassing van dit artikel opgedane ervaring.

h) De maxima worden afgeschaft na afloop van de perioden voor tariefafbraak als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3 van dit Protocol, behalve voor onderverdeling 76.01 A, waarvoor de maxima op 31 december 1981 worden afgeschaft.

AFDELING B REGELING VOOR DE INVOER IN NOORWEGEN VAN BEPAALDE PRODUKTEN VAN OORSPRONG UIT DE GEMEENSCHAP

Artikel 5

1. De douanerechten bij invoer in Noorwegen van de in bijlage D genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en uit Ierland worden geleidelijk, in onderstaand tempo, teruggebracht tot de hieronder genoemde niveaus: >PIC FILE= "T0005919">

2. De douanerechten bij invoer in Noorwegen van de in bijlage E genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en uit Ierland worden geleidelijk, in onderstaand tempo, teruggebracht tot de hieronder genoemde niveaus: >PIC FILE= "T0005920">

Artikel 6

Voor de produkten die onder afdeling B van dit Protocol vallen behoudt Noorwegen zich, indien zulks in een later stadium absoluut noodzakelijk mocht blijken, na overleg in het Gemengd Comité, de mogelijkheid voor om indicatieve maxima in te stellen zoals bepaald in afdeling A van genoemd Protocol, waarvoor de voorwaarden dezelfde zullen zijn als die welke daarin zijn genoemd. Bij invoer boven deze maxima kunnen de douanerechten die niet hoger zijn dan die welke ten opzichte van derde landen gelden opnieuw worden ingesteld.

BIJLAGE A

Lijst van tariefcontingenten voor 1974 DENEMARKEN, VERENIGD KONINKRIJK

>PIC FILE= "T0005921"> >PIC FILE= "T0005922">

BIJLAGE B

Lijst van de tariefcontingenten voor 1973 IERLAND

>PIC FILE= "T0005923">

BIJLAGE C

Basishoeveelheden voor 1973

>PIC FILE= "T0005924"> >PIC FILE= "T0005925">

BIJLAGE D

>PIC FILE= "T0005926""PIC FILE= "T0005927"> >PIC FILE= "T0005928">

BIJLAGE E

>PIC FILE= "T0005929""PIC FILE= "T0005930"> >PIC FILE= "T0005931"> >PIC FILE= "T0005932"> >PIC FILE= "T0005933"> >PIC FILE= "T0005934">

PROTOCOL Nr. 2

betreffende de produkten die zijn onderworpen aan een bijzondere regeling, ten einde rekening te houden met de kostenverschillen van de verwerkte landbouwprodukten

Artikel 1

Ten einde rekening te houden met de kostenverschillen van de landbouwprodukten die zijn verwerkt in de goederen welke zijn genoemd in de tabellen bij dit Protocol, vormt de Overeenkomst geen beletsel voor: - heffing bij invoer van een variabel element of van een vast bedrag, of voor toepassing van interne prijscompenserende maatregelen;

- toepassing van maatregelen bij uitvoer.

Artikel 2

1. Voor de produkten die zijn genoemd in de tabellen bij dit Protocol zijn de basisrechten: a) voor de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling : de op 1 januari 1972 werkelijk toegepaste rechten;

b) voor Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk: i) wat betreft de produkten die onder Verordening (EEG) nr. 1059/69 vallen: - voor Ierland enerzijds,

- voor Denemarken en het Verenigd Koninkrijk anderzijds, wat betreft de niet door de Conventie tot instelling van de Europese Vrijhandelsassociatie gedekte produkten:

de douanerechten, voortvloeiende uit artikel 47 van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen" ; deze basisrechten worden te gelegener tijd, in ieder geval vóór de eerste, in lid 2 vermelde verlaging, ter kennis van het Gemengd Comité gebracht;

ii) wat betreft de overige produkten : de op 1 januari 1972 werkelijk toegepaste rechten;

c) voor Noorwegen : de in tabel II bij dit Protocol vermelde rechten.

2. Het verschil tussen de aldus bepaalde basisrechten en de per 1 juli 1977 geldende rechten, zoals deze zijn vermeld in de tabellen bij dit Protocol wordt geleidelijk opgeheven door middel van verlagingen met 20 %, te verrichten op respectievelijk:

de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst

1 januari 1974,

1 januari 1975,

1 januari 1976,

1 juli 1977.

Indien het per 1 juli 1977 geldende recht hoger is dan het basisrecht, wordt het verschil tussen deze rechten echter op 1 januari 1974 verlaagd met 40 % en wordt het verder verminderd per tranches van elk 20 %, op respectievelijk:

1 januari 1975,

1 januari 1976,

1 juli 1977.

3. In afwijking van artikel 5, lid 3, van de Overeenkomst en behoudens de uitvoering, door de Gemeenschap te geven aan artikel 39, lid 5, van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen", worden, wat de specifieke rechten of het specifieke gedeelte van de gemengde rechten van het douanetarief van het Verenigd Koninkrijk betreft, de leden 1 en 2 voor de hierna genoemde produkten toegepast met afronding op de vierde decimaal: >PIC FILE= "T0005935">

Artikel 3

1. Dit Protocol is eveneens van toepassing op alcoholhoudende dranken van onderverdeling 22.09 C van het gemeenschappelijk douanetarief die niet zijn genoemd in de tabellen I en II bij dit Protocol. De regels voor de op deze produkten toe te passen tariefverlaging worden vastgesteld door het Gemengd Comité.

Bij het bepalen van deze regels of nadien besluit het Gemengd Comité eventueel tot opneming in dit Protocol van andere produkten van de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de Naamlijst van Brussel die niet onder landbouwregelingen van de Partijen bij de Overeenkomst vallen.

2. Bij die gelegenheid vult het Gemengd Comité eventueel de bijlagen II en III van Protocol nr. 3 aan.

TABEL I EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP

>PIC FILE= "T0005936"> >PIC FILE= "T0005937"> >PIC FILE= "T0005938"> >PIC FILE= "T0005939"> >PIC FILE= "T0005940"> >PIC FILE= "T0005941"> >PIC FILE= "T0005942"> >PIC FILE= "T0005943"> TABEL II NOORWEGEN

>PIC FILE= "T0005944"> >PIC FILE= "T0005945"> >PIC FILE= "T0005946"> >PIC FILE= "T0005947"> >PIC FILE= "T0005948"> PROTOCOL Nr. 3 betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking

TITEL I Definitie van het begrip "produkten van oorsprong"

Artikel 1

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van dit Protocol worden voor de toepassing van de Overeenkomst beschouwd als: 1. produkten van oorsprong uit de Gemeenschap: a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen produkten,

b) in de Gemeenschap verkregen produkten bij de vervaardiging waarvan andere dan de sub a) bedoelde produkten zijn gebruikt, mits laatstgenoemde produkten bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 5. Deze voorwaarde geldt echter niet voor produkten van oorsprong uit Noorwegen, in de zin van dit Protocol;

2. produkten van oorsprong uit Noorwegen:

a) geheel en al in Noorwegen verkregen produkten,

b) in Noorwegen verkregen produkten bij de vervaardiging waarvan andere dan de sub a) bedoelde produkten zijn gebruikt, mits laatstgenoemde produkten bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 5. Deze voorwaarde geldt echter niet voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, in de zin van dit Protocol.

De in lijst C genoemde produkten zijn tijdelijk van de toepassing van dit Protocol uitgesloten.

Artikel 2

1. Indien het handelsverkeer tussen de Gemeenschap of Noorwegen enerzijds en Oostenrijk, Finland, IJsland, Portugal, Zweden en Zwitserland anderzijds, alsmede tussen al deze zes landen onderling, geregeld is in overeenkomsten die dezelfde regels bevatten als dit Protocol, worden eveneens beschouwd als: A. produkten van oorsprong uit de Gemeenschap : produkten die zijn bedoeld in artikel 1, lid 1, en die, na uit de Gemeenschap te zijn uitgevoerd, in geen van deze zes landen een bewerking of verwerking hebben ondergaan, of aldaar bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die ontoereikend zijn om aan deze produkten op grond van bepalingen in de hierboven bedoelde overeenkomsten, die overeenkomen met die van artikel 1, lid 1, sub b), of lid 2, sub b), van dit Protocol, het karakter van oorsprong uit een van die landen te verlenen, mits: a) tijdens deze bewerkingen of verwerkingen alleen produkten van oorsprong uit een van deze zes landen, uit de Gemeenschap of uit Noorwegen zijn gebruikt,

b) wanneer een percentageregel in de in artikel 5 bedoelde lijsten A of B het waardeaandeel beperkt van produkten die niet van oorsprong zijn en onder bepaalde voorwaarden kunnen worden verwerkt, die meerwaarde is verkregen met inachtneming, in elk der landen, van de percentageregels, alsmede van de andere regels die in de genoemde lijsten voorkomen, zonder dat cumulatie van land tot land mogelijk is;

B. produkten van oorsprong uit Noorwegen : produkten die zijn bedoeld in artikel 1, lid 2, die, na uit Noorwegen te zijn uitgevoerd, in geen van deze zes landen een bewerking of verwerking hebben ondergaan, of aldaar bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die ontoereikend zijn om aan deze produkten op grond van bepalingen in de hierboven bedoelde overeenkomsten, die overeenkomen met die van artikel 1, lid 1, sub b), of lid 2, sub b), van dit Protocol het karakter van oorsprong uit een van die landen te verlenen, mits: a) tijdens deze bewerkingen of verwerkingen alleen produkten van oorsprong uit een van deze zes landen, uit de Gemeenschap of uit Noorwegen zijn gebruikt;

b) wanneer een percentageregel in de in artikel 5 bedoelde lijsten A of B het waardeaandeel beperkt van produkten die niet van oorsprong zijn en onder bepaalde voorwaarden kunnen worden verwerkt, de meerwaarde is verkregen met inachtneming, in elk der landen, van de percentageregels, alsmede van de andere regels die in de genoemde lijsten voorkomen, zonder dat cumulatie van land tot land mogelijk is.

2. Bij de toepassing van lid 1, punt A, sub a), en punt B, sub a), is het feit dat andere produkten zijn gebruikt dan die welke in dat lid zijn bedoeld, wanneer het waardeaandeel daarvan in totaal niet meer bedraagt dan 5 % van de waarde van de verkregen produkten die hetzij in Noorwegen, hetzij in de Gemeenschap zijn ingevoerd, niet van invloed op de vaststelling van de oorsprong van laatstgenoemde produkten, wanneer de op deze wijze gebruikte produkten aan de aanvankelijk hetzij uit de Gemeenschap, hetzij uit Noorwegen uitgevoerde produkten, indien zij daarin zouden zijn verwerkt niet het karakter van produkten van oorsprong zouden hebben ontnomen.

3. In de in lid 1, punt A, sub b), punt B, sub b), en lid 2, bedoelde gevallen mag geen enkel produkt zijn verwerkt dat niet van oorsprong is, indien het slechts bewerkingen of verwerkingen als vermeld in artikel 5, lid 3, ondergaat.

Artikel 3

In afwijking van artikel 2 en mits wel aan alle in dat artikel vermelde voorwaarden is voldaan, blijven de verkregen produkten slechts van oorsprong uit respectievelijk de Gemeenschap of Noorwegen indien de waarde van de be- of verwerkte produkten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Noorwegen het hoogste percentage van de waarde van de verkregen produkten vertegenwoordigt. Indien dit niet het geval is, worden deze laatste produkten beschouwd als produkten van oorsprong uit het land waar de verkregen meerwaarde het hoogste percentage van hun waarde vertegenwoordigt.

Artikel 4

Als "geheel en al verkregen" hetzij in de Gemeenschap, hetzij in Noorwegen, in de zin van artikel 1, lid 1, sub a), en lid 2, sub a), worden beschouwd: a) uit hun bodem of hun zeebodem gewonnen minerale produkten;

b) aldaar geoogste produkten van het plantenrijk;

c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;

d) produkten, afkomstig van levende dieren die aldaar worden opgefokt;

e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;

f) produkten van de zeevisserij en andere door hun schepen uit de zee gewonnen produkten;

g) produkten, uitsluitend uit de sub f) bedoelde produkten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;

h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts kunnen dienen voor het terugwinnen van grondstoffen;

i) afval, afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;

j) goederen die aldaar zijn vervaardigd uit geen andere dan de sub a) tot en met i) bedoelde produkten.

Artikel 5

1. Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, sub b), en lid 2, sub b), worden als toereikend beschouwd: a) bewerkingen of verwerkingen die tot resultaat hebben dat de verkregen goederen onder een andere tariefpost komen te vallen dan die waartoe elk der bewerkte of verwerkte produkten behoort, met uitzondering evenwel van de bewerkingen of verwerkingen die zijn opgenomen in lijst A en waarop de bijzondere bepalingen van die lijst van toepassing zijn;

b) bewerkingen of verwerkingen die zijn opgenomen in lijst B.

Onder afdelingen, hoofdstukken en tariefposten worden verstaan de afdelingen, hoofdstukken en tariefposten van de Naamlijst van Brussel voor de indeling van goederen in douanetarieven.

2. Wanneer voor een bepaald verkregen produkt door een percentageregel in lijst A en in lijst B de waarde van de be- of verwerkte produkten die kunnen worden gebruikt, beperkt, mag de totale waarde van deze produkten, ongeacht of zij binnen de grenzen en onder de voorwaarden, vermeld in elk van deze beide lijsten, tijdens bewerkingen, verwerkingen of de montage onder een andere tariefpost zijn komen te vallen, ten opzichte van de waarde van het verkregen produkt niet hoger zijn dan de waarde die overeenkomt met hetzij, indien de percentages in de beide lijsten gelijk zijn, dat gemeenschappelijke percentage, hetzij het hoogste van de percentages, indien deze verschillen.

3. Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, sub b), en lid 2, sub b), worden de volgende bewerkingen of verwerkingen steeds als ontoereikend beschouwd om het karakter van produkten van oorsprong te verlenen, ongeacht of er verandering van tariefpost plaatsvindt: a) behandelingen om de bewaring in ongewijzigde staat van goederen tijdens het vervoer en de opslag te verzekeren (luchten, uitleggen, drogen, koelen, leggen in water waaraan zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, verwijdering van beschadigde gedeelten en soortgelijke handelingen);

b) gewone handelingen zoals stofvrij maken, zeven, uitzoeken, rangschikken, sorteren (met inbegrip van het samenvoegen van goederensets), wassen, verven en snijden;

c) i) veranderingen in de verpakking en verdeling en samenvoeging van colli,

ii) gewoon bottelen, verpakken in zakken, in omhulsels, in blikken, enz. en alle andere gewone verpakkingsbehandelingen;

d) het aanbrengen op de produkten zelf of op hun verpakkingen van merken, etiketten of andere soortgelijke onderscheidingstekens;

e) het eenvoudig mengen van produkten, zelfs van verschillende soorten, wanneer een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de in dit Protocol vastgestelde voorwaarden om als produkten van oorsprong, hetzij uit de Gemeenschap, hetzij uit Noorwegen, te kunnen worden beschouwd;

f) het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen om een geheel artikel te vormen;

g) twee of meer van de sub a) tot en met f) genoemde handelingen te zamen;

h) het slachten van dieren.

Artikel 6

1. Wanneer in de in artikel 5 bedoelde lijsten A en B is bepaald dat de in de Gemeenschap of in Noorwegen verkregen goederen alleen als goederen van oorsprong daaruit worden beschouwd indien de waarde van de bewerkte of verwerkte produkten een bepaald percentage van de waarde van de verkregen goederen niet overschrijdt, wordt bij de bepaling van dat percentage uitgegaan van de volgende waarden: - enerzijds,

voor produkten waarvan is aangetoond dat zij zijn ingevoerd : de douanewaarde op het tijdstip van de invoer;

voor produkten van onbepaalde oorsprong : de eerste controleerbare prijs die voor deze produkten is betaald op het grondgebied van de Partij bij de Overeenkomst waar de fabricage plaatsvindt;

- anderzijds,

de prijs af-fabriek van de verkregen goederen, onder aftrek van de bij uitvoer gerestitueerde of te restitueren binnenlandse belastingen.

Die artikel geldt eveneens voor de toepassing van de artikelen 2 en 3.

2. Ingeval de artikelen 2 en 3 worden toegepast, wordt onder verkregen meerwaarde verstaan het verschil tussen enerzijds de prijs af-fabriek van de verkregen goederen, onder aftrek van de gerestitueerde of te restitueren binnenlandse belastingen in geval van uitvoer uit het betrokken land of uit de Gemeenschap, en anderzijds de douanewaarde van alle ingevoerde produkten die in dat land of in de Gemeenschap zijn bewerkt of verwerkt.

Artikel 7

Het vervoer van produkten van oorsprong uit Noorwegen of uit de Gemeenschap, die één enkele zending vormen, kan plaatsvinden met gebruiksmaking van andere grondgebieden dan dat van de Gemeenschap, Noorwegen, Oostenrijk, Finland, IJsland, Portugal, Zweden of Zwitserland, eventueel met overlading of tijdelijke opslag op die grondgebieden, voor zover het vervoer over die gebieden om geografische redenen gerechtvaardigd is en de produkten onder toezicht van de douaneautoriteiten van het land van doorvoer of tijdelijke opslag zijn gebleven, er niet in de handel of in het vrije verkeer zijn gebracht en er eventueel geen andere behandelingen hebben ondergaan dan lossen en laden of behandelingen ter verzekering van hun bewaring in ongewijzigde staat.

TITEL II Methoden van administratieve samenwerking

Artikel 8

1. Produkten van oorsprong in de zin van artikel 1 van dit Protocol worden bij invoer in de Gemeenschap of in Noorwegen volgens de bepalingen van deze Overeenkomst toegelaten op vertoon van een door de douaneautoriteiten van Noorwegen of van de Lid-Staten van de Gemeenschap afgegeven certificaat inzake goederenverkeer A.N.1, waarvan het model in bijlage V van dit Protocol voorkomt.

2. Ingeval artikel 2 en, in voorkomend geval, artikel 3 worden toegepast, wordt gebruik gemaakt van certificaten inzake goederenverkeer A.W.1, waarvan het model in bijlage VI van dit Protocol voorkomt en die worden afgegeven door de douaneautoriteiten van elk der betrokken landen waar deze goederen, na overlegging van de eerder afgegeven certificaten inzake goederenverkeer, hebben verbleven alvorens opnieuw in ongewijzigde staat te worden uitgevoerd, dan wel de in artikel 2 bedoelde be- of verwerkingen hebben ondergaan.

3. Ten einde de douaneautoriteiten in staat te stellen na te gaan onder welke omstandigheden de goederen op het grondgebied van elk der betrokken landen hebben verbleven wanneer zij niet in een douane-entrepot zijn geplaatst en in ongewijzigde staat opnieuw moeten worden uitgevoerd, moeten de eerder afgegeven bij de invoer van die goederen overgelegde certificaten inzake goederenverkeer op verzoek van de houder van de goederen, op het moment van invoer en vervolgens om de zes maanden door genoemde autoriteiten van een aantekening worden voorzien.

4. De douaneautoriteiten van Noorwegen of van de Lid-Staten van de Gemeenschap zijn bevoegd de certificaten inzake goederenverkeer als vermeld in de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten af te geven onder de daarin bepaalde voorwaarden, mits de produkten waarop de certificaten betrekking hebben zich op het grondgebied van Noorwegen of van de Gemeenschap bevinden. Een model van het daartoe te gebruiken certificaat is opgenomen in bijlage VI van dit Protocol.

5. Wanneer de uitdrukkingen "certificaat inzake goederenverkeer" of "certificaten inzake goederenverkeer" in dit Protocol worden gebruikt zonder dat nader wordt aangeduid of het het in lid 1 bedoelde model dan wel het in lid 2 bedoelde model betreft, zijn de overeenkomstige bepalingen zonder onderscheid op beide typen certificaten van toepassing.

Artikel 9

Een certificaat inzake goederenverkeer wordt slechts afgegeven op schriftelijk verzoek van de exporteur, dat op het daartoe voorgeschreven formulier moet worden gesteld.

Artikel 10

1. Een certificaat inzake goederenverkeer wordt bij uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer afgegeven. Het wordt ter beschikking van de exporteur gehouden, zodra de werkelijke uitvoer plaatsvindt of is verzekerd.

Een certificaat inzake goederenverkeer kan bij wijze van uitzondering eveneens worden afgegeven na uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, wanneer dit door vergissingen, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij uitvoer werd overgelegd. In dat geval wordt zulks speciaal op het certificaat vermeld, waarbij wordt aangegeven onder welke omstandigheden de afgifte heeft plaatsgevonden.

Een certificaat inzake goederenverkeer mag slechts worden afgegeven wanneer het als bewijsstuk kan dienen voor de toepassing van de in de Overeenkomst bedoelde preferentiële regeling.

2. Op certificaten inzake goederenverkeer die zijn opgesteld volgens de voorwaarden van artikel 8, leden 2 en 4, moeten de referenties worden vermeld van het certificaat of van de certificaten inzake goederenverkeer die eerder zijn afgegeven en op vertoon waarvan de afgifte plaatsvindt.

3. Verzoeken om certificaten inzake goederenverkeer, alsmede de in lid 2 bedoelde certificaten op vertoon waarvan nieuwe certificaten worden afgegeven, moeten door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer gedurende ten minste twee jaar worden bewaard.

Artikel 11

1. Certificaten inzake goederenverkeer moeten binnen vier maanden na de datum van afgifte door de douane van het land van uitvoer worden overgelegd op het douanekantoor van het land van invoer waar de goederen worden aangeboden.

2. Certificaten inzake goederenverkeer die na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde indieningstermijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden overgelegd, kunnen worden aanvaard met het oog op de toepassing van de preferentiële regeling, wanneer men zich ten gevolge van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden niet aan de termijn heeft kunnen houden.

Behalve in bovengenoemde gevallen kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de certificaten aanvaarden, wanneer de goederen vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangeboden.

3. De certificaten inzake goederenverkeer worden, ongeacht of zij onder de voorwaarden van artikel 8, lid 3, van een aantekening zijn voorzien, door de douaneautoriteiten van het land van invoer bewaard volgens de in dat land geldende regels.

Artikel 12

Certificaten inzake goederenverkeer worden opgemaakt op een van de formulieren waarvan de modellen in de bijlagen V en VI van dit Protocol voorkomen, in een der talen waarin de Overeenkomst is gesteld en overeenkomstig het nationale recht van het land van uitvoer. Indien een certificaat met de hand wordt ingevuld, moet dit met inkt en in blokletters geschieden.

Het formaat van de certificaten is 210 x 297 mm. Het te gebruiken papier moet wit van kleur en houtvrij zijn, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is, en ten minste 25 gram per m2 wegen. Het papier moet voorzien zijn van een groenkleurige geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

De Lid-Staten van de Gemeenschap en Noorwegen kunnen het drukken van de certificaten zelf uitvoeren, dan wel overlaten aan drukkerijen die zij daartoe vergunning hebben verleend. In het laatste geval dient op ieder certificaat naar deze vergunning te worden verwezen. Op elk certificaat moeten naam en adres van de drukker worden vermeld of een teken waardoor deze kan worden geïdentificeerd. Voorts moeten alle certificaten van een serienummer worden voorzien, ten einde ze onderling te kunnen onderscheiden.

Artikel 13

In het invoerende land worden certificaten inzake goederenverkeer aan de douaneautoriteiten overgelegd volgens de voorschriften van dat land. Deze autoriteiten hebben het recht daarvan een vertaling te eisen. Zij kunnen bovendien eisen dat de invoeraangifte wordt aangevuld met een verklaring van de importeur dat de goederen voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van de Overeenkomst.

Artikel 14

1. Goederen die zich in aan particulieren gerichte kleine zendingen of in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden, worden door de Gemeenschap en door Noorwegen als onder de bepalingen van de Overeenkomst vallende produkten van oorsprong toegelaten, zonder dat een certificaat inzake goederenverkeer moet worden overgelegd, voor zover het invoer betreft waaraan ieder handelskarakter vreemd is en op voorwaarde dat bij de aangifte wordt verklaard dat de betrokken goederen voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van deze bepalingen en er geen twijfel bestaat omtrent de juistheid van deze verklaring.

2. Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd invoer die een incidenteel karakter draagt en die uitsluitend betrekking heeft op goederen, bestemd om door de reiziger of de geadresseerde persoonlijk dan wel door zijn gezin te worden gebruikt, mits noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële bedoelingen wijzen. Bovendien mag de totale waarde van de betrokken goederen niet meer bedragen dan 60 rekeneenheden wat kleine zendingen betreft, en 200 rekeneenheden wat de inhoud van persoonlijke bagage van reizigers betreft.

3. De rekeneenheid (R.E.) heeft een waarde van 0,88867088 g fijn goud. In geval van wijziging van de rekeneenheid plegen de Partijen bij de Overeenkomst overleg in het Gemengd Comité om de waarde in goud opnieuw vast te stellen.

Artikel 15

1. Op goederen die uit de Gemeenschap of uit Noorwegen naar een tentoonstelling in een ander land dan de in artikel 2 bedoelde landen worden verzonden, en die na de tentoonstelling worden verkocht om te worden ingevoerd in Noorwegen of in de Gemeenschap, is bij invoer de Overeenkomst van toepassing, mits zij voldoen aan de voorwaarden die in dit Protocol worden gesteld om te worden beschouwd als produkten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Noorwegen en voor zover aan de bevoegde douaneautoriteiten het bewijs wordt geleverd: a) dat een exporteur deze goederen van het grondgebied van de Gemeenschap of van Noorwegen heeft verzonden naar het land van de tentoonstelling en aldaar heeft tentoongesteld;

b) dat deze exporteur de goederen heeft verkocht of overgedragen aan een geadresseerde in Noorwegen of in de Gemeenschap;

c) dat de goederen tijdens de tentoonstelling of onmiddellijk daarna naar Noorwegen of naar de Gemeenschap zijn verzonden in dezelfde staat waarin zij naar de tentoonstelling werden verzonden;

d) dat de goederen vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.

2. Er moet onder de normale voorwaarden aan de douaneautoriteiten een certificaat inzake goederenverkeer, waarop naam en adres van de tentoonstelling staan vermeld, worden overgelegd. Zo nodig kan een aanvullend bewijsstuk worden gevraagd betreffende de aard van de goederen en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld.

3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, jaarbeurzen of soortgelijke openbare manifestaties met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter - met uitzondering van de voor particuliere doeleinden in winkels of handelslokalen georganiseerde manifestaties die de verkoop van buitenlandse goederen ten doel hebben - gedurende welke de goederen onder douanetoezicht blijven.

Artikel 16

Om de juiste toepassing van deze titel te verzekeren, verlenen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Noorwegen elkaar, via hun respectieve douanediensten, bijstand ten aanzien van de controle van de echtheid en de juistheid van de certificaten inzake goederenverkeer, met inbegrip van die welke op grond van artikel 8, lid 4, zijn afgegeven.

Het Gemengd Comité is bevoegd tot het nemen van beslissingen die nodig zijn om de methoden voor administratieve samenwerking tijdig in de Gemeenschap en in Noorwegen te kunnen toepassen.

Artikel 17

Tegen een ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen, ten einde een certificaat inzake goederenverkeer te verkrijgen waardoor een goed onder de preferentiële regeling komt te vallen, worden sancties getroffen.

TITEL III Slotbepalingen

Artikel 18

De Gemeenschap en Noorwegen treffen alle maatregelen, nodig om ervoor te zorgen dat de certificaten inzake goederenverkeer, overeenkomstig artikel 13 van dit Protocol, vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst kunnen worden overgelegd.

Artikel 19

De Gemeenschap en Noorwegen treffen, elk voor zich, de maatregelen die de tenuitvoerlegging van dit Protocol vereist.

Artikel 20

De verklarende aantekeningen, de lijsten A, B en C en de modellen van de certificaten inzake goederenverkeer maken een integrerend deel uit van dit Protocol.

Artikel 21

Goederen die voldoen aan de bepalingen van titel I en die zich op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst onderweg bevinden, dan wel in de Gemeenschap of in Noorwegen onder de regeling van voorlopige opslag, douane-entrepots of vrije zones zijn geplaatst, kunnen onder de bepalingen van de Overeenkomst vallen, op voorwaarde dat aan de douaneautoriteiten van de invoerende Staat - binnen een termijn van vier maanden vanaf die datum - een certificaat inzake goederenverkeer dat a posteriori door de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende Staat is opgesteld, alsmede bewijsstukken betreffende de vervoersomstandigheden worden overgelegd.

Artikel 22

De Partijen bij de Overeenkomst verbinden zich ertoe, de vereiste maatregelen te treffen om te verzekeren dat de afgifte van de certificaten inzake goederenverkeer die de douaneautoriteiten van de Lid-Staten van de Gemeenschap en van Noorwegen krachtens de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten mogen afgeven, geschiedt onder de voorwaarden van deze overeenkomsten. Zij verbinden zich er tevens toe, de daartoe noodzakelijke administratieve samenwerking te verzekeren, met name om toezicht uit te oefenen op het vervoer en het verblijf van de goederen die in het kader van de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten worden verhandeld.

Artikel 23

1. Onverminderd artikel 1 van Protocol nr. 2 kan voor verwerkte of bewerkte produkten die niet van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, uit Noorwegen of uit de landen als bedoeld in artikel 2 van dit Protocol, vanaf de datum waarop het recht dat voor gelijksoortige produkten van oorsprong geldt in de Gemeenschap en in Noorwegen verlaagd is tot 40 % van het basisrecht, geen teruggave van douanerechten plaatsvinden of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook worden verleend.

2. Onverminderd artikel 1 van Protocol nr. 2 kan voor de in Denemarken, of het Verenigd Koninkrijk ingevoerde en bewerkte of verwerkte produkten in deze twee landen alleen voor de in artikel 25, lid 1, sub a), van dit Protocol bedoelde produkten teruggave van douanerechten plaatsvinden of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook worden verleend, wanneer door de douaneautoriteiten van Denemarken of het Verenigd Koninkrijk een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven ten einde die produkten in Noorwegen onder de aldaar geldende en in artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde tariefbepalingen te doen vallen.

3. Onverminderd artikel 1 van Protocol nr. 2 kan voor de in Noorwegen ingevoerde en bewerkte of verwerkte produkten in Noorwegen alleen voor de in artikel 25, lid 1, sub a), van dit Protocol bedoelde produkten teruggave van douanerechten plaatsvinden of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook worden verleend, wanneer door de douaneautoriteiten van Noorwegen een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven ten einde die produkten in Denemarken of het Verenigd Koninkrijk onder de in die twee landen geldende en in artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde tariefbepalingen te doen vallen.

4. Wanneer de uitdrukking "douanerechten" in dit artikel en in de volgende artikelen wordt gebruikt, worden daarmee eveneens de heffingen van gelijke werking als douanerechten bedoeld.

Artikel 24

1. Uit de certificaten inzake goederenverkeer blijkt, eventueel, dat de produkten waarop zij betrekking hebben het karakter van produkten van oorsprong hebben verkregen en elke aanvullende verwerking hebben ondergaan onder de in artikel 25, lid 1, bedoelde voorwaarden, zulks tot de datum waarop het douanerecht dat voor genoemde produkten geldt, is opgeheven tussen de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en Ierland enerzijds en Noorwegen anderzijds.

2. In de andere gevallen wordt op deze certificaten, eventueel, de op de onderstaande grondgebieden verkregen meerwaarde vermeld: - de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling,

- Ierland,

- Denemarken en het Verenigd Koninkrijk,

- Noorwegen,

- elk der in artikel 2 van dit Protocol genoemde zes landen.

Artikel 25

1. Bij invoer in Noorwegen of in Denemarken of het Verenigd Koninkrijk zijn de in Noorwegen of in die twee landen geldende en in artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde tariefbepalingen van toepassing op: a) produkten die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen en waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven waaruit blijkt dat die produkten het karakter van produkten van oorsprong hebben verkregen en dat zij elke aanvullende verwerking uitsluitend hebben ondergaan in Noorwegen of in de twee bovengenoemde landen of in de andere zes landen die in artikel 2 van dit Protocol zijn genoemd;

b) produkten die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen, andere dan die van de hoofdstukken 50 tot en met 62, waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven waaruit blijkt: 1. dat zij zijn verkregen door verwerking van goederen die, op het moment waarop zij uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijk samenstelling of uit Ierland werden uitgevoerd, aldaar reeds het karakter van produkten van oorsprong hadden verkregen,

2. dat de in Noorwegen of in de twee bovengenoemde landen, of in de andere zes landen die in artikel 2 van dit Protocol zijn genoemd, verkregen meerwaarde 50 % of meer van de waarde van die produkten vertegenwoordigt;

c) in onderstaande kolom 2 vermelde produkten van de hoofdstukken 50 tot en met 62 die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen en waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven waaruit blijkt dat zij zijn verkregen door verwerking van in onderstaande kolom 1 vermelde goederen die, op het moment waarop zij uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling of uit Ierland werden uitgevoerd, aldaar reeds het karakter van produkten van oorsprong hadden verkregen. >PIC FILE= "T0005949">

>PIC FILE= "T0005950"> >PIC FILE= "T0005951"> >PIC FILE= "T0005952"> De bepalingen van dit lid zijn slechts van toepassing op produkten waarvoor op grond van deze Overeenkomst en de aangehechte Protocollen aan het eind van de voor elk produkt vastgestelde tariefafbraakperiode de douanerechten zullen zijn afgeschaft.

Bovengenoemde bepalingen zijn niet meer van toepassing na afloop van de voor elk produkt vastgestelde periode van tariefafbraak.

2. In de andere gevallen dan die bedoeld in lid 1, kunnen Noorwegen enerzijds en de Gemeenschap anderzijds overgangsmaatregelen treffen om te voorkomen dat de rechten, bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst, worden geheven over de waarde welke Overeenkomt met die van de produkten van oorsprong uit Noorwegen of uit de Gemeenschap, die zijn bewerkt of verwerkt ter verkrijging van andere produkten die voldoen aan de voorwaarden van dit Protocol en die later hetzij in Noorwegen, hetzij in de Gemeenschap, worden ingevoerd.

Artikel 26

De Partijen bij de Overeenkomst treffen de maatregelen die zijn vereist voor het afsluiten van regelingen met Oostenrijk, Finland, IJsland, Portugal, Zweden en Zwitserland, waardoor de toepasing van dit Protocol kan worden verzekerd.

Artikel 27

1. Bij de toepassing van artikel 2, lid 1, punt A, van dit Protocol wordt elk produkt van oorsprong uit een der zes in dat artikel genoemde landen behandeld als een produkt dat niet van oorsprong is tijdens de periode of perioden gedurende welke Noorwegen - voor dat produkt en ten opzichte van het betrokken land - op grond van de bepalingen waardoor het handelsverkeer tussen Noorwegen en de in bovengenoemd artikel genoemde zes landen is geregeld, het voor derde landen geldende recht of een overeenkomstige vrijwaringsmaatregel toegepast.

2. Bij de toepassing van artikel 2, lid 1, punt B, van dit Protocol wordt elk produkt van oorsprong uit een der in dat artikel genoemde zes landen behandeld als een produkt dat niet van oorsprong is tijdens de periode of perioden gedurende welke de Gemeenschap - voor dat produkt en ten opzichte van het betrokken land - op grond van de tussen haar en dat land gesloten Overeenkomst het voor derde landen geldende recht toepast.

Artikel 28

Het Gemengd Comité kan besluiten de bepalingen van titel I, artikel 5, lid 3, van titel II, van titel III, artikelen 23, 24 en 25, alsmede van de bijlagen I, II, III, V en VI, van dit Protocol te wijzigen. Het Comité is met name bevoegd de maatregelen vast te stellen die vereist zijn om deze bepalingen aan te passen aan de speciale vereisten voor bepaalde goederen of bepaalde takken van vervoer.

BIJLAGE I VERKLARENDE AANTEKENINGEN

Aantekening 1 - ad artikel 1

De termen "de Gemeenschap" of "Noorwegen" omvatten eveneens de territoriale wateren van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen.

Schepen waarmee in volle zee wordt gevist, met inbegrip van "fabrieksschepen", aan boord waarvan de eigen vangst wordt verwerkt of bewerkt, worden geacht deel uit te maken van het grondgebied van de Staat waartoe zij behoren, mits zij aan de in aantekening 5 genoemde voorwaarden voldoen.

Aantekening 2 - ad artikelen, 1, 2 en 3

Om te bepalen of een goed van oorsprong is uit de Gemeenschap, Noorwegen of een der in artikel 2 bedoelde landen, wordt niet nagegaan of de voor de verkrijging van dat goed gebruikte energieprodukten, installaties, machines en werktuigen al dan niet van oorsprong zijn uit derde landen.

Aantekening 3 - ad artikelen 2 en 5

Bij de toepassing van artikel 2, lid 1, punt A, sub b), en punt B, sub b), moet de percentageregel in acht worden genomen, waarbij men zich voor de verkregen meerwaarde dient te houden aan de bijzondere bepalingen van de lijsten A en B. De percentageregel is derhalve, wanneer het verkregen produkt in lijst A voorkomt, een criterium dat moet worden toegepast naast het criterium betreffende de wijziging van tariefpost voor het eventueel gebruikte produkt dat geen produkt van oorsprong is. Evenzo zijn de bepalingen die inhouden dat samenvoeging van de in de lijsten A en B vermelde percentages voor een zelfde verkregen produkt niet mogelijk is, in elk land voor de verkregen meerwaarde van toepassing.

Aantekening 4 - ad artikelen, 1, 2 en 3

Verpakkingen worden geacht een geheel te vormen met de goederen die zij bevatten. Zulks geldt echter niet voor verpakkingen die van een voor het verpakte produkt ongebruikelijk type zijn en die naast hun functie van verpakkingsmateriaal een eigen, duurzame gebruikswaarde hebben.

Aantekening 5 - ad artikel 4, sub f)

De uitdrukking "hun schepen" heeft slechts betrekking op schepen: - die zijn ingeschreven of geregistreerd in een Lid-Staat van de Gemeenschap of in Noorwegen;

- die de vlag voeren van een Lid-Staat van de Gemeenschap of van Noorwegen;

- die voor ten minste de helft het eigendom zijn van onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap en van Noorwegen of van een vennootschap waarvan het hoofdkantoor in een van die Staten is gevestigd, waarvan de zaakvoerder(s) of bestuurders(s), de voorzitter van de raad van beheer of van de raad van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen zijn en waarvan bovendien, voor zover het personenvennootschappen en vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid betreft, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan die Staten, aan publiekrechtelijke lichamen of aan onderdanen van genoemde Staten;

- waarvan de officieren allen onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen zijn;

- en waarvan de bemanning voor ten minste 75 % uit onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen bestaat.

Aantekening 6 - ad artikel 6

Onder "prijs af-fabriek" wordt verstaan de prijs die is betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden, met inbegrip van de waarde van alle bewerkte of verwerkte produkten.

Onder "douanewaarde" wordt verstaan de douanewaarde als bepaald in de op 15 december 1950 te Brussel ondertekende Conventie betreffende de douanewaarde.

Aantekening 7 - ad artikel 8

De douaneautoriteiten die op de certificaten inzake goederenverkeer onder de voorwaarden van artikel 8, lid 3, aantekeningen aanbrengen, kunnen volgens de in het betrokken land geldende voorschriften tot verificatie van de goederen overgaan.

Aantekening 8 - ad artikel 10

Wanneer een certificaat inzake goederenverkeer betrekking heeft op aanvankelijk uit een Lid-Staat van de Gemeenschap of uit Noorwegen ingevoerde produkten, die in ongewijzigde staat opnieuw worden uitgevoerd, is vermelding verplicht van het land waar het oorspronkelijke certificaat is afgegeven op de nieuwe certificaten die worden afgegeven door de Staat die tot wederuitvoer overgaat, zulks onverminderd artikel 24. Indien het goederen betreft die niet in een douane-entrepot zijn geplaatst, moet uit de certificaten eveneens blijken dat de aantekeningen als bedoeld in artikel 8, lid 3, volgens de regels zijn aangebracht.

Aantekening 9 - ad artikelen 16 en 22

Wanneer een certificaat inzake goederenverkeer onder de in artikel 8, lid 2 of lid 4, bedoelde voorwaarden is afgegeven en betrekking heeft op goederen die in ongewijzigde staat opnieuw worden uitgevoerd, moeten de douaneautoriteiten van het land van bestemming in het kader van de administratieve samenwerking eensluidende afschriften kunnen verkrijgen van het eerder afgegeven certificaat of de eerder afgegeven certificaten die op die goederen betrekking hebben.

Aantekening 10 - ad artikelen 23 en 25

Onder "geldende tariefbepalingen" wordt verstaan het recht dat op 1 januari 1973 in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk of Noorwegen wordt toegepast op de in artikel 25, lid 1, bedoelde produkten, of het recht dat volgens de Overeenkomst later op genoemde produkten zal worden toegepast wanneer dat recht lager is dan het op de andere produkten, hetzij van oorsprong uit Noorwegen, hetzij van oorsprong uit de Gemeenschap, toegepaste recht.

Aantekening 11 - ad artikel 23

Onder "teruggave van douanerechten of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook" wordt verstaan elke bepaling met het oog op retrocessie of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van de voor de bewerkte of verwerkte produkten geldende douanerechten, mits genoemde bepaling die retrocessie of vrijstelling uitdrukkelijk of de facto toelaat wanneer de uit genoemde produkten verkegen goederen worden uitgevoerd, maar niet wanneer deze goederen voor binnenlands verbruik zijn bestemd.

Aantekening 12 - ad artikelen 24 en 25

Artikel 24, lid 1, en artikel 25, lid 1, betekenen onder meer dat: - noch de bepalingen van de laatste zin van artikel 1, lid 2, sub b), zijn toegepast voor in Noorwegen bewerkte of verwerkte produkten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en van Ierland;

- noch eventueel de met die zin overeenkomende bepalingen die zijn opgenomen in de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten zijn toegepast voor de in elk der landen bewerkte of verwerkte produkten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en van Ierland.

Aantekening 13 - ad artikel 25

Bij invoer van produkten van oorsprong die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 25, lid 1, in Denemarken of het Verenigd Koninkrijk, is het recht dat als grondslag dient voor de in artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde tariefverlagingen het recht dat door het invoerende land op 1 januari 1972 ten opzichte van derde landen werkelijk werd toegepast.

BIJLAGE II

LIJST A Lijst van bewerkingen of verwerkingen die een verandering van tariefpost meebrengen, doch aan de daaraan onderworpen produkten niet of slechts onder bepaalde voorwaarden het karakter van "produkten van oorsprong" verlenen

>PIC FILE= "T0005953"> >PIC FILE= "T0005954"> >PIC FILE= "T0005955"> >PIC FILE= "T0005956"> >PIC FILE= "T0005957"> >PIC FILE= "T0005958"> >PIC FILE= "T0005959"> >PIC FILE= "T0005960"> >PIC FILE= "T0005961"> >PIC FILE= "T0005962"> >PIC FILE= "T0005963"> >PIC FILE= "T0005964"> >PIC FILE= "T0005965"> >PIC FILE= "T0005966"> >PIC FILE= "T0005967"> >PIC FILE= "T0005968"> >PIC FILE= "T0005969"> >PIC FILE= "T0005970"> >PIC FILE= "T0005971"> >PIC FILE= "T0005972"> >PIC FILE= "T0005973"> >PIC FILE= "T0005974"> >PIC FILE= "T0005975"> >PIC FILE= "T0005976"> >PIC FILE= "T0005977"> >PIC FILE= "T0005978"> >PIC FILE= "T0005979"> >PIC FILE= "T0005980">

BIJLAGE III

LIJST B Lijst van bewerkingen of verwerkingen die geen verandering van tariefpost meebrengen, doch aan de daaraan onderworpen produkten niettemin het karakter van "produkten van oorsprong" verlenen

>PIC FILE= "T0005981"> >PIC FILE= "T0005982"> >PIC FILE= "T0005983"> >PIC FILE= "T0005984"> >PIC FILE= "T0005985">

BIJLAGE IV

LIJST C Lijst van produkten die van de toepassing van dit Protocol zijn uitgesloten

>PIC FILE= "T0005986">

BIJLAGE V

>PIC FILE= "T0005987"> >PIC FILE= "T0005988"> >PIC FILE= "T0005989"> >PIC FILE= "T9000609">

BIJLAGE VI

>PIC FILE= "T0005991"> >PIC FILE= "T0005992"> >PIC FILE= "T0005993"> >PIC FILE= "T9000610">

PROTOCOL Nr. 4 met betrekking tot enkele bijzondere bepalingen betreffende Ierland

In afwijking van artikel 13 van de Overeenkomst zijn de maatregelen, genoemd in Protocol nr. 6, paragrafen 1 en 2, en Protocol nr. 7, artikel 1, van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen", welke maatregelen respectievelijk betrekking hebben op bepaalde kwantitatieve beperkingen die van belang zijn voor Ierland en op de invoer van motorvoertuigen en de motorvoertuigen-assemblage-industrie in Ierland, van toepassing op Noorwegen.

SLOTAKTE

De vertegenwoordigers

VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

en

VAN HET KONINKRIJK NOORWEGEN,

bijeengekomen te Brussel de veertiende mei negentienhonderddrieënzeventig,

ter ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen,

hebben, bij de ondertekening van deze Overeenkomst,

kennis genomen van de volgende verklaringen bij deze akte: 1. Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende artikel 23, lid 1, van de Overeenkomst,

2. Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de regionale toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst.

Udfærdiget i Bruxelles, den fjortende maj nitten hundrede og treoghalvfjerds.

Geschehen zu Brüssel am vierzehnten Mai neunzehnhundertdreiundsiebzig.

Done at Brussels on this fourteenth day of May in the year one thousand nine hundred and seventy-three.

Fait à Bruxelles, le quatorze mai mil neuf cent soixante-treize.

Fatto a Bruxelles, addì quattordici maggio millenovecentosettantatré.

Gedaan te Brussel, de veertiende mei negentienhonderddrieënzeventig.

Udferdiget i Brussel, fjortende mai nitten hundre og syttitre.

På Rådet for De europæiske Fællesskabers vegne

Im Namen des Rates der Europäischen Gemeinschaften

In the name of the Council of the European Communities

Au nom du Conseil des Communautés européennes

A nome del Consiglio delle Comunità Europee

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen >PIC FILE= "T0005995">

VERKLARINGEN

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende artikel 23, lid 1, van de Overeenkomst

De Europese Economische Gemeenschap verklaart dat zij zich, in het kader van de door de Partijen bij de Overeenkomst aan artikel 23, lid 1, van de Overeenkomst te geven autonome uitvoering, bij de beoordeling van de met dit artikel strijdige gedragingen zal baseren op de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de voorschriften van de artikelen 85, 86, 90 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de regionale toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst

De Europese Economische Gemeenschap verklaart dat de toepassing van de maatregelen die zij krachtens de artikelen 23, 24, 25 of 26 van de Overeenkomst volgens de procedure en bepalingen van artikel 27, dan wel krachtens artikel 28, kan treffen, op grond van haar eigen voorschriften kan worden beperkt tot een van haar gebieden.

BIJLAGE

Lijst van de in artikel 2 van de Overeenkomst bedoelde produkten

>PIC FILE= "T0005911">

PROTOCOL Nr. 1 betreffende de regeling voor bepaalde produkten

AFDELING A REGELING VOOR DE INVOER IN DE GEMEENSCHAP VAN BEPAALDE PRODUKTEN VAN OORSPRONG UIT NOORWEGEN

Artikel 1

1. De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling van produkten die onder de hoofdstukken 48 en 49 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen, met uitsluiting van post 48.09 (Platen voor constructiedoeleinden, van papierstof, van houtvezels of van andere plantaardige vezels, ook indien gebonden met natuurlijke hars, met kunsthars of met andere dergelijke bindmiddelen), worden geleidelijk afgeschaft, en wel in onderstaand tempo: >PIC FILE= "T0005912">

2. De douanerechten bij invoer in Ierland van de in lid 1 bedoelde produkten worden geleidelijk afgeschaft, en wel in onderstaand tempo: >PIC FILE= "T0005913">

3. In afwijking van artikel 3 van de Overeenkomst passen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bij invoer van de in lid 1 bedoelde produkten die van oorsprong zijn uit Noorwegen de onderstaande douanerechten toe: >PIC FILE= "T0005914">

4. Van 1 januari 1974 tot en met 31 december 1983 kunnen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk jaarlijks voor de invoer van produkten die van oorsprong uit Noorwegen zijn tariefcontingenten met vrijdom van recht openen, waarvan de omvang, die in bijlage A is vermeld voor 1974, gelijk is aan het gemiddelde van de invoer in de jaren 1968 tot en met 1971, cumulatief verhoogd met viermaal 5 % ; vanaf 1 januari 1975 wordt de hoeveelheid van deze tariefcontingenten jaarlijks verhoogd met 5 %.

5. Vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst tot en met 31 december 1982 kan Ierland jaarlijks bij de invoer van produkten van oorsprong uit Noorwegen die onder de posten 48.01 tot en met 48.07 vallen, tariefcontingenten met vrijdom van recht openen tot en met 31 december 1980 en vervolgens tegen een recht van 2 %, waarvan de basishoeveelheden gelijk zijn aan het gemiddelde van de invoer in de jaren 1968 tot en met 1971, jaarlijks verhoogd met 5 % in de loop van de jaren 1974 tot en met 1976.

De basishoeveelheden van deze tariefcontingenten zijn vermeld in bijlage B. Voor 1973 worden zij pro rata temporis verlaagd, afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

6. Met de uitdrukking "de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling" wordt bedoeld : het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 2

1. De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling of in Ierland van in lid 2 genoemde produkten worden geleidelijk, in onderstaand tempo, tot de hieronder genoemde niveaus teruggebracht: >PIC FILE= "T0005915">

Voor de in de tabel van lid 2 vermelde onderverdelingen 79.01 A vinden de tariefverlagingen ten aanzien van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling in afwijking van artikel 5, lid 3, van de Overeenkomst plaats met afronding op de tweede decimaal.

2. De in lid 1 bedoelde produkten zijn: >PIC FILE= "T0005916">

Artikel 3

De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en in Ierland van de produkten van onderverdeling 76.01 A en van de posten 76.02 en 76.03 van het gemeenschappelijk douanetarief worden geleidelijk, in onderstaand tempo, teruggebracht tot de hieronder genoemde niveaus: >PIC FILE= "T0005917">

Artikel 4

Invoer van produkten waarop de tariefregeling als vermeld in de artikelen 1, 2 en 3 van toepassing is, is onderworpen aan jaarlijkse indicatieve maxima waarboven de ten opzichte van derde landen geldende douanerechten opnieuw kunnen worden ingesteld overeenkomstig de volgende bepalingen: a) Met inachtneming van de mogelijkheid voor de Gemeenschap om de toepassing van de maxima voor bepaalde produkten op te schorten, zijn de basishoeveelheden voor de vaststelling van de maxima voor 1973 vermeld in bijlage C. De maxima voor 1973 worden berekend door deze basishoeveelheden, afhankelijk van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst, pro rata temporis te verminderen.

Met ingang van 1974 komen de maxima overeen met de basishoeveelheden voor 1973, jaarlijks cumulatief verhoogd met 5 %, behalve voor onderverdeling 76.01 A, waarvoor de volgende jaarlijkse verhogingspercentages gelden:

1974 3 %

1975 3 %

1976 3 %

1977 5 %

1978 5 %

1979 10 %

1980 10 %

1981 10 %

De Gemeenschap behoudt zich ten aanzien van de onder dit Protocol vallende produkten die niet in deze bijlage zijn vermeld, de mogelijkheid voor om maxima in te stellen waarvan de omvang gelijk zal zijn aan het gemiddelde van de invoer in de Gemeenschap gedurende de laatste vier jaren waarover statistieken beschikbaar zijn, verhoogd met 5 % ; de volgende jaren worden deze maxima jaarlijks verhoogd met 5 %.

b) Indien de invoer van een produkt waarvoor een maximum geldt twee achtereenvolgende jaren minder bedraagt dan 90 % van de vastgestelde omvang, schort de Gemeenschap de toepassing van dit maximum op.

c) In geval van conjuncturele moeilijkheden behoudt de Gemeenschap zich de mogelijkheid voor om na overleg in het Gemengd Comité de voor het lopende jaar vastgestelde omvang nog een jaar aan te houden.

d) De Gemeenschap stelt het Gemengd Comité op 1 december van elk jaar in kennis van de lijst van de produkten waarvoor het volgende jaar maxima gelden, alsmede van de omvang daarvan.

e) Invoer die heeft plaatsgevonden in het kader van de overeenkomstig artikel 1, leden 4 en 5, geopende tariefcontingenten wordt eveneens in mindering gebracht op de voor dezelfde produkten vastgestelde maxima.

f) In afwijking van artikel 3 van de Overeenkomst en van de artikelen 1, 2 en 3 van dit Protocol kan, zodra een maximum is bereikt dat voor de invoer van een onder genoemd Protocol vallend produkt is vastgesteld, de heffing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief bij invoer van het betrokken produkt tot het einde van het kalenderjaar opnieuw worden ingesteld.

In dat geval: - herstellen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk vóór 1 juli 1977 de heffing van de onderstaande douanerechten: >PIC FILE= "T0005918">

- herstelt Ierland vóór 1 juli 1977 de heffing van de voor derde landen geldende rechten.

De uit de artikelen 1, 2 en 3 van dit Protocol voortvloeiende douanerechten worden telkens op 1 januari van het volgende jaar opnieuw ingesteld.

g) Na 1 juli 1977 gaan de Partijen bij de Overeenkomst in het Gemengd Comité de mogelijkheid na om het percentage van de verhoging van de maxima te herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van het verbruik en van de invoer in de Gemeenschap, alsmede met de bij de toepassing van dit artikel opgedane ervaring.

h) De maxima worden afgeschaft na afloop van de perioden voor tariefafbraak als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3 van dit Protocol, behalve voor onderverdeling 76.01 A, waarvoor de maxima op 31 december 1981 worden afgeschaft.

AFDELING B REGELING VOOR DE INVOER IN NOORWEGEN VAN BEPAALDE PRODUKTEN VAN OORSPRONG UIT DE GEMEENSCHAP

Artikel 5

1. De douanerechten bij invoer in Noorwegen van de in bijlage D genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en uit Ierland worden geleidelijk, in onderstaand tempo, teruggebracht tot de hieronder genoemde niveaus: >PIC FILE= "T0005919">

2. De douanerechten bij invoer in Noorwegen van de in bijlage E genoemde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en uit Ierland worden geleidelijk, in onderstaand tempo, teruggebracht tot de hieronder genoemde niveaus: >PIC FILE= "T0005920">

Artikel 6

Voor de produkten die onder afdeling B van dit Protocol vallen behoudt Noorwegen zich, indien zulks in een later stadium absoluut noodzakelijk mocht blijken, na overleg in het Gemengd Comité, de mogelijkheid voor om indicatieve maxima in te stellen zoals bepaald in afdeling A van genoemd Protocol, waarvoor de voorwaarden dezelfde zullen zijn als die welke daarin zijn genoemd. Bij invoer boven deze maxima kunnen de douanerechten die niet hoger zijn dan die welke ten opzichte van derde landen gelden opnieuw worden ingesteld.

BIJLAGE A

Lijst van tariefcontingenten voor 1974 DENEMARKEN, VERENIGD KONINKRIJK

>PIC FILE= "T0005921"> >PIC FILE= "T0005922">

BIJLAGE B

Lijst van de tariefcontingenten voor 1973 IERLAND

>PIC FILE= "T0005923">

BIJLAGE C

Basishoeveelheden voor 1973

>PIC FILE= "T0005924"> >PIC FILE= "T0005925">

BIJLAGE D

>PIC FILE= "T0005926""PIC FILE= "T0005927"> >PIC FILE= "T0005928">

BIJLAGE E

>PIC FILE= "T0005929""PIC FILE= "T0005930"> >PIC FILE= "T0005931"> >PIC FILE= "T0005932"> >PIC FILE= "T0005933"> >PIC FILE= "T0005934">

PROTOCOL Nr. 2

betreffende de produkten die zijn onderworpen aan een bijzondere regeling, ten einde rekening te houden met de kostenverschillen van de verwerkte landbouwprodukten

Artikel 1

Ten einde rekening te houden met de kostenverschillen van de landbouwprodukten die zijn verwerkt in de goederen welke zijn genoemd in de tabellen bij dit Protocol, vormt de Overeenkomst geen beletsel voor: - heffing bij invoer van een variabel element of van een vast bedrag, of voor toepassing van interne prijscompenserende maatregelen;

- toepassing van maatregelen bij uitvoer.

Artikel 2

1. Voor de produkten die zijn genoemd in de tabellen bij dit Protocol zijn de basisrechten: a) voor de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling : de op 1 januari 1972 werkelijk toegepaste rechten;

b) voor Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk: i) wat betreft de produkten die onder Verordening (EEG) nr. 1059/69 vallen: - voor Ierland enerzijds,

- voor Denemarken en het Verenigd Koninkrijk anderzijds, wat betreft de niet door de Conventie tot instelling van de Europese Vrijhandelsassociatie gedekte produkten:

de douanerechten, voortvloeiende uit artikel 47 van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen" ; deze basisrechten worden te gelegener tijd, in ieder geval vóór de eerste, in lid 2 vermelde verlaging, ter kennis van het Gemengd Comité gebracht;

ii) wat betreft de overige produkten : de op 1 januari 1972 werkelijk toegepaste rechten;

c) voor Noorwegen : de in tabel II bij dit Protocol vermelde rechten.

2. Het verschil tussen de aldus bepaalde basisrechten en de per 1 juli 1977 geldende rechten, zoals deze zijn vermeld in de tabellen bij dit Protocol wordt geleidelijk opgeheven door middel van verlagingen met 20 %, te verrichten op respectievelijk:

de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst

1 januari 1974,

1 januari 1975,

1 januari 1976,

1 juli 1977.

Indien het per 1 juli 1977 geldende recht hoger is dan het basisrecht, wordt het verschil tussen deze rechten echter op 1 januari 1974 verlaagd met 40 % en wordt het verder verminderd per tranches van elk 20 %, op respectievelijk:

1 januari 1975,

1 januari 1976,

1 juli 1977.

3. In afwijking van artikel 5, lid 3, van de Overeenkomst en behoudens de uitvoering, door de Gemeenschap te geven aan artikel 39, lid 5, van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen", worden, wat de specifieke rechten of het specifieke gedeelte van de gemengde rechten van het douanetarief van het Verenigd Koninkrijk betreft, de leden 1 en 2 voor de hierna genoemde produkten toegepast met afronding op de vierde decimaal: >PIC FILE= "T0005935">

Artikel 3

1. Dit Protocol is eveneens van toepassing op alcoholhoudende dranken van onderverdeling 22.09 C van het gemeenschappelijk douanetarief die niet zijn genoemd in de tabellen I en II bij dit Protocol. De regels voor de op deze produkten toe te passen tariefverlaging worden vastgesteld door het Gemengd Comité.

Bij het bepalen van deze regels of nadien besluit het Gemengd Comité eventueel tot opneming in dit Protocol van andere produkten van de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de Naamlijst van Brussel die niet onder landbouwregelingen van de Partijen bij de Overeenkomst vallen.

2. Bij die gelegenheid vult het Gemengd Comité eventueel de bijlagen II en III van Protocol nr. 3 aan.

TABEL I EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP

>PIC FILE= "T0005936"> >PIC FILE= "T0005937"> >PIC FILE= "T0005938"> >PIC FILE= "T0005939"> >PIC FILE= "T0005940"> >PIC FILE= "T0005941"> >PIC FILE= "T0005942"> >PIC FILE= "T0005943"> TABEL II NOORWEGEN

>PIC FILE= "T0005944"> >PIC FILE= "T0005945"> >PIC FILE= "T0005946"> >PIC FILE= "T0005947"> >PIC FILE= "T0005948"> PROTOCOL Nr. 3 betreffende de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking

TITEL I Definitie van het begrip "produkten van oorsprong"

Artikel 1

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van dit Protocol worden voor de toepassing van de Overeenkomst beschouwd als: 1. produkten van oorsprong uit de Gemeenschap: a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen produkten,

b) in de Gemeenschap verkregen produkten bij de vervaardiging waarvan andere dan de sub a) bedoelde produkten zijn gebruikt, mits laatstgenoemde produkten bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 5. Deze voorwaarde geldt echter niet voor produkten van oorsprong uit Noorwegen, in de zin van dit Protocol;

2. produkten van oorsprong uit Noorwegen:

a) geheel en al in Noorwegen verkregen produkten,

b) in Noorwegen verkregen produkten bij de vervaardiging waarvan andere dan de sub a) bedoelde produkten zijn gebruikt, mits laatstgenoemde produkten bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 5. Deze voorwaarde geldt echter niet voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap, in de zin van dit Protocol.

De in lijst C genoemde produkten zijn tijdelijk van de toepassing van dit Protocol uitgesloten.

Artikel 2

1. Indien het handelsverkeer tussen de Gemeenschap of Noorwegen enerzijds en Oostenrijk, Finland, IJsland, Portugal, Zweden en Zwitserland anderzijds, alsmede tussen al deze zes landen onderling, geregeld is in overeenkomsten die dezelfde regels bevatten als dit Protocol, worden eveneens beschouwd als: A. produkten van oorsprong uit de Gemeenschap : produkten die zijn bedoeld in artikel 1, lid 1, en die, na uit de Gemeenschap te zijn uitgevoerd, in geen van deze zes landen een bewerking of verwerking hebben ondergaan, of aldaar bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die ontoereikend zijn om aan deze produkten op grond van bepalingen in de hierboven bedoelde overeenkomsten, die overeenkomen met die van artikel 1, lid 1, sub b), of lid 2, sub b), van dit Protocol, het karakter van oorsprong uit een van die landen te verlenen, mits: a) tijdens deze bewerkingen of verwerkingen alleen produkten van oorsprong uit een van deze zes landen, uit de Gemeenschap of uit Noorwegen zijn gebruikt,

b) wanneer een percentageregel in de in artikel 5 bedoelde lijsten A of B het waardeaandeel beperkt van produkten die niet van oorsprong zijn en onder bepaalde voorwaarden kunnen worden verwerkt, die meerwaarde is verkregen met inachtneming, in elk der landen, van de percentageregels, alsmede van de andere regels die in de genoemde lijsten voorkomen, zonder dat cumulatie van land tot land mogelijk is;

B. produkten van oorsprong uit Noorwegen : produkten die zijn bedoeld in artikel 1, lid 2, die, na uit Noorwegen te zijn uitgevoerd, in geen van deze zes landen een bewerking of verwerking hebben ondergaan, of aldaar bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die ontoereikend zijn om aan deze produkten op grond van bepalingen in de hierboven bedoelde overeenkomsten, die overeenkomen met die van artikel 1, lid 1, sub b), of lid 2, sub b), van dit Protocol het karakter van oorsprong uit een van die landen te verlenen, mits: a) tijdens deze bewerkingen of verwerkingen alleen produkten van oorsprong uit een van deze zes landen, uit de Gemeenschap of uit Noorwegen zijn gebruikt;

b) wanneer een percentageregel in de in artikel 5 bedoelde lijsten A of B het waardeaandeel beperkt van produkten die niet van oorsprong zijn en onder bepaalde voorwaarden kunnen worden verwerkt, de meerwaarde is verkregen met inachtneming, in elk der landen, van de percentageregels, alsmede van de andere regels die in de genoemde lijsten voorkomen, zonder dat cumulatie van land tot land mogelijk is.

2. Bij de toepassing van lid 1, punt A, sub a), en punt B, sub a), is het feit dat andere produkten zijn gebruikt dan die welke in dat lid zijn bedoeld, wanneer het waardeaandeel daarvan in totaal niet meer bedraagt dan 5 % van de waarde van de verkregen produkten die hetzij in Noorwegen, hetzij in de Gemeenschap zijn ingevoerd, niet van invloed op de vaststelling van de oorsprong van laatstgenoemde produkten, wanneer de op deze wijze gebruikte produkten aan de aanvankelijk hetzij uit de Gemeenschap, hetzij uit Noorwegen uitgevoerde produkten, indien zij daarin zouden zijn verwerkt niet het karakter van produkten van oorsprong zouden hebben ontnomen.

3. In de in lid 1, punt A, sub b), punt B, sub b), en lid 2, bedoelde gevallen mag geen enkel produkt zijn verwerkt dat niet van oorsprong is, indien het slechts bewerkingen of verwerkingen als vermeld in artikel 5, lid 3, ondergaat.

Artikel 3

In afwijking van artikel 2 en mits wel aan alle in dat artikel vermelde voorwaarden is voldaan, blijven de verkregen produkten slechts van oorsprong uit respectievelijk de Gemeenschap of Noorwegen indien de waarde van de be- of verwerkte produkten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Noorwegen het hoogste percentage van de waarde van de verkregen produkten vertegenwoordigt. Indien dit niet het geval is, worden deze laatste produkten beschouwd als produkten van oorsprong uit het land waar de verkregen meerwaarde het hoogste percentage van hun waarde vertegenwoordigt.

Artikel 4

Als "geheel en al verkregen" hetzij in de Gemeenschap, hetzij in Noorwegen, in de zin van artikel 1, lid 1, sub a), en lid 2, sub a), worden beschouwd: a) uit hun bodem of hun zeebodem gewonnen minerale produkten;

b) aldaar geoogste produkten van het plantenrijk;

c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;

d) produkten, afkomstig van levende dieren die aldaar worden opgefokt;

e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;

f) produkten van de zeevisserij en andere door hun schepen uit de zee gewonnen produkten;

g) produkten, uitsluitend uit de sub f) bedoelde produkten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;

h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts kunnen dienen voor het terugwinnen van grondstoffen;

i) afval, afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;

j) goederen die aldaar zijn vervaardigd uit geen andere dan de sub a) tot en met i) bedoelde produkten.

Artikel 5

1. Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, sub b), en lid 2, sub b), worden als toereikend beschouwd: a) bewerkingen of verwerkingen die tot resultaat hebben dat de verkregen goederen onder een andere tariefpost komen te vallen dan die waartoe elk der bewerkte of verwerkte produkten behoort, met uitzondering evenwel van de bewerkingen of verwerkingen die zijn opgenomen in lijst A en waarop de bijzondere bepalingen van die lijst van toepassing zijn;

b) bewerkingen of verwerkingen die zijn opgenomen in lijst B.

Onder afdelingen, hoofdstukken en tariefposten worden verstaan de afdelingen, hoofdstukken en tariefposten van de Naamlijst van Brussel voor de indeling van goederen in douanetarieven.

2. Wanneer voor een bepaald verkregen produkt door een percentageregel in lijst A en in lijst B de waarde van de be- of verwerkte produkten die kunnen worden gebruikt, beperkt, mag de totale waarde van deze produkten, ongeacht of zij binnen de grenzen en onder de voorwaarden, vermeld in elk van deze beide lijsten, tijdens bewerkingen, verwerkingen of de montage onder een andere tariefpost zijn komen te vallen, ten opzichte van de waarde van het verkregen produkt niet hoger zijn dan de waarde die overeenkomt met hetzij, indien de percentages in de beide lijsten gelijk zijn, dat gemeenschappelijke percentage, hetzij het hoogste van de percentages, indien deze verschillen.

3. Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, sub b), en lid 2, sub b), worden de volgende bewerkingen of verwerkingen steeds als ontoereikend beschouwd om het karakter van produkten van oorsprong te verlenen, ongeacht of er verandering van tariefpost plaatsvindt: a) behandelingen om de bewaring in ongewijzigde staat van goederen tijdens het vervoer en de opslag te verzekeren (luchten, uitleggen, drogen, koelen, leggen in water waaraan zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, verwijdering van beschadigde gedeelten en soortgelijke handelingen);

b) gewone handelingen zoals stofvrij maken, zeven, uitzoeken, rangschikken, sorteren (met inbegrip van het samenvoegen van goederensets), wassen, verven en snijden;

c) i) veranderingen in de verpakking en verdeling en samenvoeging van colli,

ii) gewoon bottelen, verpakken in zakken, in omhulsels, in blikken, enz. en alle andere gewone verpakkingsbehandelingen;

d) het aanbrengen op de produkten zelf of op hun verpakkingen van merken, etiketten of andere soortgelijke onderscheidingstekens;

e) het eenvoudig mengen van produkten, zelfs van verschillende soorten, wanneer een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de in dit Protocol vastgestelde voorwaarden om als produkten van oorsprong, hetzij uit de Gemeenschap, hetzij uit Noorwegen, te kunnen worden beschouwd;

f) het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen om een geheel artikel te vormen;

g) twee of meer van de sub a) tot en met f) genoemde handelingen te zamen;

h) het slachten van dieren.

Artikel 6

1. Wanneer in de in artikel 5 bedoelde lijsten A en B is bepaald dat de in de Gemeenschap of in Noorwegen verkregen goederen alleen als goederen van oorsprong daaruit worden beschouwd indien de waarde van de bewerkte of verwerkte produkten een bepaald percentage van de waarde van de verkregen goederen niet overschrijdt, wordt bij de bepaling van dat percentage uitgegaan van de volgende waarden: - enerzijds,

voor produkten waarvan is aangetoond dat zij zijn ingevoerd : de douanewaarde op het tijdstip van de invoer;

voor produkten van onbepaalde oorsprong : de eerste controleerbare prijs die voor deze produkten is betaald op het grondgebied van de Partij bij de Overeenkomst waar de fabricage plaatsvindt;

- anderzijds,

de prijs af-fabriek van de verkregen goederen, onder aftrek van de bij uitvoer gerestitueerde of te restitueren binnenlandse belastingen.

Die artikel geldt eveneens voor de toepassing van de artikelen 2 en 3.

2. Ingeval de artikelen 2 en 3 worden toegepast, wordt onder verkregen meerwaarde verstaan het verschil tussen enerzijds de prijs af-fabriek van de verkregen goederen, onder aftrek van de gerestitueerde of te restitueren binnenlandse belastingen in geval van uitvoer uit het betrokken land of uit de Gemeenschap, en anderzijds de douanewaarde van alle ingevoerde produkten die in dat land of in de Gemeenschap zijn bewerkt of verwerkt.

Artikel 7

Het vervoer van produkten van oorsprong uit Noorwegen of uit de Gemeenschap, die één enkele zending vormen, kan plaatsvinden met gebruiksmaking van andere grondgebieden dan dat van de Gemeenschap, Noorwegen, Oostenrijk, Finland, IJsland, Portugal, Zweden of Zwitserland, eventueel met overlading of tijdelijke opslag op die grondgebieden, voor zover het vervoer over die gebieden om geografische redenen gerechtvaardigd is en de produkten onder toezicht van de douaneautoriteiten van het land van doorvoer of tijdelijke opslag zijn gebleven, er niet in de handel of in het vrije verkeer zijn gebracht en er eventueel geen andere behandelingen hebben ondergaan dan lossen en laden of behandelingen ter verzekering van hun bewaring in ongewijzigde staat.

TITEL II Methoden van administratieve samenwerking

Artikel 8

1. Produkten van oorsprong in de zin van artikel 1 van dit Protocol worden bij invoer in de Gemeenschap of in Noorwegen volgens de bepalingen van deze Overeenkomst toegelaten op vertoon van een door de douaneautoriteiten van Noorwegen of van de Lid-Staten van de Gemeenschap afgegeven certificaat inzake goederenverkeer A.N.1, waarvan het model in bijlage V van dit Protocol voorkomt.

2. Ingeval artikel 2 en, in voorkomend geval, artikel 3 worden toegepast, wordt gebruik gemaakt van certificaten inzake goederenverkeer A.W.1, waarvan het model in bijlage VI van dit Protocol voorkomt en die worden afgegeven door de douaneautoriteiten van elk der betrokken landen waar deze goederen, na overlegging van de eerder afgegeven certificaten inzake goederenverkeer, hebben verbleven alvorens opnieuw in ongewijzigde staat te worden uitgevoerd, dan wel de in artikel 2 bedoelde be- of verwerkingen hebben ondergaan.

3. Ten einde de douaneautoriteiten in staat te stellen na te gaan onder welke omstandigheden de goederen op het grondgebied van elk der betrokken landen hebben verbleven wanneer zij niet in een douane-entrepot zijn geplaatst en in ongewijzigde staat opnieuw moeten worden uitgevoerd, moeten de eerder afgegeven bij de invoer van die goederen overgelegde certificaten inzake goederenverkeer op verzoek van de houder van de goederen, op het moment van invoer en vervolgens om de zes maanden door genoemde autoriteiten van een aantekening worden voorzien.

4. De douaneautoriteiten van Noorwegen of van de Lid-Staten van de Gemeenschap zijn bevoegd de certificaten inzake goederenverkeer als vermeld in de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten af te geven onder de daarin bepaalde voorwaarden, mits de produkten waarop de certificaten betrekking hebben zich op het grondgebied van Noorwegen of van de Gemeenschap bevinden. Een model van het daartoe te gebruiken certificaat is opgenomen in bijlage VI van dit Protocol.

5. Wanneer de uitdrukkingen "certificaat inzake goederenverkeer" of "certificaten inzake goederenverkeer" in dit Protocol worden gebruikt zonder dat nader wordt aangeduid of het het in lid 1 bedoelde model dan wel het in lid 2 bedoelde model betreft, zijn de overeenkomstige bepalingen zonder onderscheid op beide typen certificaten van toepassing.

Artikel 9

Een certificaat inzake goederenverkeer wordt slechts afgegeven op schriftelijk verzoek van de exporteur, dat op het daartoe voorgeschreven formulier moet worden gesteld.

Artikel 10

1. Een certificaat inzake goederenverkeer wordt bij uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer afgegeven. Het wordt ter beschikking van de exporteur gehouden, zodra de werkelijke uitvoer plaatsvindt of is verzekerd.

Een certificaat inzake goederenverkeer kan bij wijze van uitzondering eveneens worden afgegeven na uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, wanneer dit door vergissingen, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij uitvoer werd overgelegd. In dat geval wordt zulks speciaal op het certificaat vermeld, waarbij wordt aangegeven onder welke omstandigheden de afgifte heeft plaatsgevonden.

Een certificaat inzake goederenverkeer mag slechts worden afgegeven wanneer het als bewijsstuk kan dienen voor de toepassing van de in de Overeenkomst bedoelde preferentiële regeling.

2. Op certificaten inzake goederenverkeer die zijn opgesteld volgens de voorwaarden van artikel 8, leden 2 en 4, moeten de referenties worden vermeld van het certificaat of van de certificaten inzake goederenverkeer die eerder zijn afgegeven en op vertoon waarvan de afgifte plaatsvindt.

3. Verzoeken om certificaten inzake goederenverkeer, alsmede de in lid 2 bedoelde certificaten op vertoon waarvan nieuwe certificaten worden afgegeven, moeten door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer gedurende ten minste twee jaar worden bewaard.

Artikel 11

1. Certificaten inzake goederenverkeer moeten binnen vier maanden na de datum van afgifte door de douane van het land van uitvoer worden overgelegd op het douanekantoor van het land van invoer waar de goederen worden aangeboden.

2. Certificaten inzake goederenverkeer die na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde indieningstermijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden overgelegd, kunnen worden aanvaard met het oog op de toepassing van de preferentiële regeling, wanneer men zich ten gevolge van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden niet aan de termijn heeft kunnen houden.

Behalve in bovengenoemde gevallen kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de certificaten aanvaarden, wanneer de goederen vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangeboden.

3. De certificaten inzake goederenverkeer worden, ongeacht of zij onder de voorwaarden van artikel 8, lid 3, van een aantekening zijn voorzien, door de douaneautoriteiten van het land van invoer bewaard volgens de in dat land geldende regels.

Artikel 12

Certificaten inzake goederenverkeer worden opgemaakt op een van de formulieren waarvan de modellen in de bijlagen V en VI van dit Protocol voorkomen, in een der talen waarin de Overeenkomst is gesteld en overeenkomstig het nationale recht van het land van uitvoer. Indien een certificaat met de hand wordt ingevuld, moet dit met inkt en in blokletters geschieden.

Het formaat van de certificaten is 210 x 297 mm. Het te gebruiken papier moet wit van kleur en houtvrij zijn, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is, en ten minste 25 gram per m2 wegen. Het papier moet voorzien zijn van een groenkleurige geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

De Lid-Staten van de Gemeenschap en Noorwegen kunnen het drukken van de certificaten zelf uitvoeren, dan wel overlaten aan drukkerijen die zij daartoe vergunning hebben verleend. In het laatste geval dient op ieder certificaat naar deze vergunning te worden verwezen. Op elk certificaat moeten naam en adres van de drukker worden vermeld of een teken waardoor deze kan worden geïdentificeerd. Voorts moeten alle certificaten van een serienummer worden voorzien, ten einde ze onderling te kunnen onderscheiden.

Artikel 13

In het invoerende land worden certificaten inzake goederenverkeer aan de douaneautoriteiten overgelegd volgens de voorschriften van dat land. Deze autoriteiten hebben het recht daarvan een vertaling te eisen. Zij kunnen bovendien eisen dat de invoeraangifte wordt aangevuld met een verklaring van de importeur dat de goederen voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van de Overeenkomst.

Artikel 14

1. Goederen die zich in aan particulieren gerichte kleine zendingen of in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden, worden door de Gemeenschap en door Noorwegen als onder de bepalingen van de Overeenkomst vallende produkten van oorsprong toegelaten, zonder dat een certificaat inzake goederenverkeer moet worden overgelegd, voor zover het invoer betreft waaraan ieder handelskarakter vreemd is en op voorwaarde dat bij de aangifte wordt verklaard dat de betrokken goederen voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van deze bepalingen en er geen twijfel bestaat omtrent de juistheid van deze verklaring.

2. Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd invoer die een incidenteel karakter draagt en die uitsluitend betrekking heeft op goederen, bestemd om door de reiziger of de geadresseerde persoonlijk dan wel door zijn gezin te worden gebruikt, mits noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële bedoelingen wijzen. Bovendien mag de totale waarde van de betrokken goederen niet meer bedragen dan 60 rekeneenheden wat kleine zendingen betreft, en 200 rekeneenheden wat de inhoud van persoonlijke bagage van reizigers betreft.

3. De rekeneenheid (R.E.) heeft een waarde van 0,88867088 g fijn goud. In geval van wijziging van de rekeneenheid plegen de Partijen bij de Overeenkomst overleg in het Gemengd Comité om de waarde in goud opnieuw vast te stellen.

Artikel 15

1. Op goederen die uit de Gemeenschap of uit Noorwegen naar een tentoonstelling in een ander land dan de in artikel 2 bedoelde landen worden verzonden, en die na de tentoonstelling worden verkocht om te worden ingevoerd in Noorwegen of in de Gemeenschap, is bij invoer de Overeenkomst van toepassing, mits zij voldoen aan de voorwaarden die in dit Protocol worden gesteld om te worden beschouwd als produkten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Noorwegen en voor zover aan de bevoegde douaneautoriteiten het bewijs wordt geleverd: a) dat een exporteur deze goederen van het grondgebied van de Gemeenschap of van Noorwegen heeft verzonden naar het land van de tentoonstelling en aldaar heeft tentoongesteld;

b) dat deze exporteur de goederen heeft verkocht of overgedragen aan een geadresseerde in Noorwegen of in de Gemeenschap;

c) dat de goederen tijdens de tentoonstelling of onmiddellijk daarna naar Noorwegen of naar de Gemeenschap zijn verzonden in dezelfde staat waarin zij naar de tentoonstelling werden verzonden;

d) dat de goederen vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.

2. Er moet onder de normale voorwaarden aan de douaneautoriteiten een certificaat inzake goederenverkeer, waarop naam en adres van de tentoonstelling staan vermeld, worden overgelegd. Zo nodig kan een aanvullend bewijsstuk worden gevraagd betreffende de aard van de goederen en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld.

3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, jaarbeurzen of soortgelijke openbare manifestaties met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter - met uitzondering van de voor particuliere doeleinden in winkels of handelslokalen georganiseerde manifestaties die de verkoop van buitenlandse goederen ten doel hebben - gedurende welke de goederen onder douanetoezicht blijven.

Artikel 16

Om de juiste toepassing van deze titel te verzekeren, verlenen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Noorwegen elkaar, via hun respectieve douanediensten, bijstand ten aanzien van de controle van de echtheid en de juistheid van de certificaten inzake goederenverkeer, met inbegrip van die welke op grond van artikel 8, lid 4, zijn afgegeven.

Het Gemengd Comité is bevoegd tot het nemen van beslissingen die nodig zijn om de methoden voor administratieve samenwerking tijdig in de Gemeenschap en in Noorwegen te kunnen toepassen.

Artikel 17

Tegen een ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen, ten einde een certificaat inzake goederenverkeer te verkrijgen waardoor een goed onder de preferentiële regeling komt te vallen, worden sancties getroffen.

TITEL III Slotbepalingen

Artikel 18

De Gemeenschap en Noorwegen treffen alle maatregelen, nodig om ervoor te zorgen dat de certificaten inzake goederenverkeer, overeenkomstig artikel 13 van dit Protocol, vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst kunnen worden overgelegd.

Artikel 19

De Gemeenschap en Noorwegen treffen, elk voor zich, de maatregelen die de tenuitvoerlegging van dit Protocol vereist.

Artikel 20

De verklarende aantekeningen, de lijsten A, B en C en de modellen van de certificaten inzake goederenverkeer maken een integrerend deel uit van dit Protocol.

Artikel 21

Goederen die voldoen aan de bepalingen van titel I en die zich op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst onderweg bevinden, dan wel in de Gemeenschap of in Noorwegen onder de regeling van voorlopige opslag, douane-entrepots of vrije zones zijn geplaatst, kunnen onder de bepalingen van de Overeenkomst vallen, op voorwaarde dat aan de douaneautoriteiten van de invoerende Staat - binnen een termijn van vier maanden vanaf die datum - een certificaat inzake goederenverkeer dat a posteriori door de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende Staat is opgesteld, alsmede bewijsstukken betreffende de vervoersomstandigheden worden overgelegd.

Artikel 22

De Partijen bij de Overeenkomst verbinden zich ertoe, de vereiste maatregelen te treffen om te verzekeren dat de afgifte van de certificaten inzake goederenverkeer die de douaneautoriteiten van de Lid-Staten van de Gemeenschap en van Noorwegen krachtens de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten mogen afgeven, geschiedt onder de voorwaarden van deze overeenkomsten. Zij verbinden zich er tevens toe, de daartoe noodzakelijke administratieve samenwerking te verzekeren, met name om toezicht uit te oefenen op het vervoer en het verblijf van de goederen die in het kader van de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten worden verhandeld.

Artikel 23

1. Onverminderd artikel 1 van Protocol nr. 2 kan voor verwerkte of bewerkte produkten die niet van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, uit Noorwegen of uit de landen als bedoeld in artikel 2 van dit Protocol, vanaf de datum waarop het recht dat voor gelijksoortige produkten van oorsprong geldt in de Gemeenschap en in Noorwegen verlaagd is tot 40 % van het basisrecht, geen teruggave van douanerechten plaatsvinden of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook worden verleend.

2. Onverminderd artikel 1 van Protocol nr. 2 kan voor de in Denemarken, of het Verenigd Koninkrijk ingevoerde en bewerkte of verwerkte produkten in deze twee landen alleen voor de in artikel 25, lid 1, sub a), van dit Protocol bedoelde produkten teruggave van douanerechten plaatsvinden of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook worden verleend, wanneer door de douaneautoriteiten van Denemarken of het Verenigd Koninkrijk een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven ten einde die produkten in Noorwegen onder de aldaar geldende en in artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde tariefbepalingen te doen vallen.

3. Onverminderd artikel 1 van Protocol nr. 2 kan voor de in Noorwegen ingevoerde en bewerkte of verwerkte produkten in Noorwegen alleen voor de in artikel 25, lid 1, sub a), van dit Protocol bedoelde produkten teruggave van douanerechten plaatsvinden of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook worden verleend, wanneer door de douaneautoriteiten van Noorwegen een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven ten einde die produkten in Denemarken of het Verenigd Koninkrijk onder de in die twee landen geldende en in artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde tariefbepalingen te doen vallen.

4. Wanneer de uitdrukking "douanerechten" in dit artikel en in de volgende artikelen wordt gebruikt, worden daarmee eveneens de heffingen van gelijke werking als douanerechten bedoeld.

Artikel 24

1. Uit de certificaten inzake goederenverkeer blijkt, eventueel, dat de produkten waarop zij betrekking hebben het karakter van produkten van oorsprong hebben verkregen en elke aanvullende verwerking hebben ondergaan onder de in artikel 25, lid 1, bedoelde voorwaarden, zulks tot de datum waarop het douanerecht dat voor genoemde produkten geldt, is opgeheven tussen de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en Ierland enerzijds en Noorwegen anderzijds.

2. In de andere gevallen wordt op deze certificaten, eventueel, de op de onderstaande grondgebieden verkregen meerwaarde vermeld: - de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling,

- Ierland,

- Denemarken en het Verenigd Koninkrijk,

- Noorwegen,

- elk der in artikel 2 van dit Protocol genoemde zes landen.

Artikel 25

1. Bij invoer in Noorwegen of in Denemarken of het Verenigd Koninkrijk zijn de in Noorwegen of in die twee landen geldende en in artikel 3, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde tariefbepalingen van toepassing op: a) produkten die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen en waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven waaruit blijkt dat die produkten het karakter van produkten van oorsprong hebben verkregen en dat zij elke aanvullende verwerking uitsluitend hebben ondergaan in Noorwegen of in de twee bovengenoemde landen of in de andere zes landen die in artikel 2 van dit Protocol zijn genoemd;

b) produkten die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen, andere dan die van de hoofdstukken 50 tot en met 62, waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven waaruit blijkt: 1. dat zij zijn verkregen door verwerking van goederen die, op het moment waarop zij uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijk samenstelling of uit Ierland werden uitgevoerd, aldaar reeds het karakter van produkten van oorsprong hadden verkregen,

2. dat de in Noorwegen of in de twee bovengenoemde landen, of in de andere zes landen die in artikel 2 van dit Protocol zijn genoemd, verkregen meerwaarde 50 % of meer van de waarde van die produkten vertegenwoordigt;

c) in onderstaande kolom 2 vermelde produkten van de hoofdstukken 50 tot en met 62 die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen en waarvoor een certificaat inzake goederenverkeer is afgegeven waaruit blijkt dat zij zijn verkregen door verwerking van in onderstaande kolom 1 vermelde goederen die, op het moment waarop zij uit de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling of uit Ierland werden uitgevoerd, aldaar reeds het karakter van produkten van oorsprong hadden verkregen. >PIC FILE= "T0005949">

>PIC FILE= "T0005950"> >PIC FILE= "T0005951"> >PIC FILE= "T0005952"> De bepalingen van dit lid zijn slechts van toepassing op produkten waarvoor op grond van deze Overeenkomst en de aangehechte Protocollen aan het eind van de voor elk produkt vastgestelde tariefafbraakperiode de douanerechten zullen zijn afgeschaft.

Bovengenoemde bepalingen zijn niet meer van toepassing na afloop van de voor elk produkt vastgestelde periode van tariefafbraak.

2. In de andere gevallen dan die bedoeld in lid 1, kunnen Noorwegen enerzijds en de Gemeenschap anderzijds overgangsmaatregelen treffen om te voorkomen dat de rechten, bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst, worden geheven over de waarde welke Overeenkomt met die van de produkten van oorsprong uit Noorwegen of uit de Gemeenschap, die zijn bewerkt of verwerkt ter verkrijging van andere produkten die voldoen aan de voorwaarden van dit Protocol en die later hetzij in Noorwegen, hetzij in de Gemeenschap, worden ingevoerd.

Artikel 26

De Partijen bij de Overeenkomst treffen de maatregelen die zijn vereist voor het afsluiten van regelingen met Oostenrijk, Finland, IJsland, Portugal, Zweden en Zwitserland, waardoor de toepasing van dit Protocol kan worden verzekerd.

Artikel 27

1. Bij de toepassing van artikel 2, lid 1, punt A, van dit Protocol wordt elk produkt van oorsprong uit een der zes in dat artikel genoemde landen behandeld als een produkt dat niet van oorsprong is tijdens de periode of perioden gedurende welke Noorwegen - voor dat produkt en ten opzichte van het betrokken land - op grond van de bepalingen waardoor het handelsverkeer tussen Noorwegen en de in bovengenoemd artikel genoemde zes landen is geregeld, het voor derde landen geldende recht of een overeenkomstige vrijwaringsmaatregel toegepast.

2. Bij de toepassing van artikel 2, lid 1, punt B, van dit Protocol wordt elk produkt van oorsprong uit een der in dat artikel genoemde zes landen behandeld als een produkt dat niet van oorsprong is tijdens de periode of perioden gedurende welke de Gemeenschap - voor dat produkt en ten opzichte van het betrokken land - op grond van de tussen haar en dat land gesloten Overeenkomst het voor derde landen geldende recht toepast.

Artikel 28

Het Gemengd Comité kan besluiten de bepalingen van titel I, artikel 5, lid 3, van titel II, van titel III, artikelen 23, 24 en 25, alsmede van de bijlagen I, II, III, V en VI, van dit Protocol te wijzigen. Het Comité is met name bevoegd de maatregelen vast te stellen die vereist zijn om deze bepalingen aan te passen aan de speciale vereisten voor bepaalde goederen of bepaalde takken van vervoer.

BIJLAGE I VERKLARENDE AANTEKENINGEN

Aantekening 1 - ad artikel 1

De termen "de Gemeenschap" of "Noorwegen" omvatten eveneens de territoriale wateren van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen.

Schepen waarmee in volle zee wordt gevist, met inbegrip van "fabrieksschepen", aan boord waarvan de eigen vangst wordt verwerkt of bewerkt, worden geacht deel uit te maken van het grondgebied van de Staat waartoe zij behoren, mits zij aan de in aantekening 5 genoemde voorwaarden voldoen.

Aantekening 2 - ad artikelen, 1, 2 en 3

Om te bepalen of een goed van oorsprong is uit de Gemeenschap, Noorwegen of een der in artikel 2 bedoelde landen, wordt niet nagegaan of de voor de verkrijging van dat goed gebruikte energieprodukten, installaties, machines en werktuigen al dan niet van oorsprong zijn uit derde landen.

Aantekening 3 - ad artikelen 2 en 5

Bij de toepassing van artikel 2, lid 1, punt A, sub b), en punt B, sub b), moet de percentageregel in acht worden genomen, waarbij men zich voor de verkregen meerwaarde dient te houden aan de bijzondere bepalingen van de lijsten A en B. De percentageregel is derhalve, wanneer het verkregen produkt in lijst A voorkomt, een criterium dat moet worden toegepast naast het criterium betreffende de wijziging van tariefpost voor het eventueel gebruikte produkt dat geen produkt van oorsprong is. Evenzo zijn de bepalingen die inhouden dat samenvoeging van de in de lijsten A en B vermelde percentages voor een zelfde verkregen produkt niet mogelijk is, in elk land voor de verkregen meerwaarde van toepassing.

Aantekening 4 - ad artikelen, 1, 2 en 3

Verpakkingen worden geacht een geheel te vormen met de goederen die zij bevatten. Zulks geldt echter niet voor verpakkingen die van een voor het verpakte produkt ongebruikelijk type zijn en die naast hun functie van verpakkingsmateriaal een eigen, duurzame gebruikswaarde hebben.

Aantekening 5 - ad artikel 4, sub f)

De uitdrukking "hun schepen" heeft slechts betrekking op schepen: - die zijn ingeschreven of geregistreerd in een Lid-Staat van de Gemeenschap of in Noorwegen;

- die de vlag voeren van een Lid-Staat van de Gemeenschap of van Noorwegen;

- die voor ten minste de helft het eigendom zijn van onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap en van Noorwegen of van een vennootschap waarvan het hoofdkantoor in een van die Staten is gevestigd, waarvan de zaakvoerder(s) of bestuurders(s), de voorzitter van de raad van beheer of van de raad van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen zijn en waarvan bovendien, voor zover het personenvennootschappen en vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid betreft, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan die Staten, aan publiekrechtelijke lichamen of aan onderdanen van genoemde Staten;

- waarvan de officieren allen onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen zijn;

- en waarvan de bemanning voor ten minste 75 % uit onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Noorwegen bestaat.

Aantekening 6 - ad artikel 6

Onder "prijs af-fabriek" wordt verstaan de prijs die is betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden, met inbegrip van de waarde van alle bewerkte of verwerkte produkten.

Onder "douanewaarde" wordt verstaan de douanewaarde als bepaald in de op 15 december 1950 te Brussel ondertekende Conventie betreffende de douanewaarde.

Aantekening 7 - ad artikel 8

De douaneautoriteiten die op de certificaten inzake goederenverkeer onder de voorwaarden van artikel 8, lid 3, aantekeningen aanbrengen, kunnen volgens de in het betrokken land geldende voorschriften tot verificatie van de goederen overgaan.

Aantekening 8 - ad artikel 10

Wanneer een certificaat inzake goederenverkeer betrekking heeft op aanvankelijk uit een Lid-Staat van de Gemeenschap of uit Noorwegen ingevoerde produkten, die in ongewijzigde staat opnieuw worden uitgevoerd, is vermelding verplicht van het land waar het oorspronkelijke certificaat is afgegeven op de nieuwe certificaten die worden afgegeven door de Staat die tot wederuitvoer overgaat, zulks onverminderd artikel 24. Indien het goederen betreft die niet in een douane-entrepot zijn geplaatst, moet uit de certificaten eveneens blijken dat de aantekeningen als bedoeld in artikel 8, lid 3, volgens de regels zijn aangebracht.

Aantekening 9 - ad artikelen 16 en 22

Wanneer een certificaat inzake goederenverkeer onder de in artikel 8, lid 2 of lid 4, bedoelde voorwaarden is afgegeven en betrekking heeft op goederen die in ongewijzigde staat opnieuw worden uitgevoerd, moeten de douaneautoriteiten van het land van bestemming in het kader van de administratieve samenwerking eensluidende afschriften kunnen verkrijgen van het eerder afgegeven certificaat of de eerder afgegeven certificaten die op die goederen betrekking hebben.

Aantekening 10 - ad artikelen 23 en 25

Onder "geldende tariefbepalingen" wordt verstaan het recht dat op 1 januari 1973 in Denemarken, het Verenigd Koninkrijk of Noorwegen wordt toegepast op de in artikel 25, lid 1, bedoelde produkten, of het recht dat volgens de Overeenkomst later op genoemde produkten zal worden toegepast wanneer dat recht lager is dan het op de andere produkten, hetzij van oorsprong uit Noorwegen, hetzij van oorsprong uit de Gemeenschap, toegepaste recht.

Aantekening 11 - ad artikel 23

Onder "teruggave van douanerechten of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook" wordt verstaan elke bepaling met het oog op retrocessie of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van de voor de bewerkte of verwerkte produkten geldende douanerechten, mits genoemde bepaling die retrocessie of vrijstelling uitdrukkelijk of de facto toelaat wanneer de uit genoemde produkten verkegen goederen worden uitgevoerd, maar niet wanneer deze goederen voor binnenlands verbruik zijn bestemd.

Aantekening 12 - ad artikelen 24 en 25

Artikel 24, lid 1, en artikel 25, lid 1, betekenen onder meer dat: - noch de bepalingen van de laatste zin van artikel 1, lid 2, sub b), zijn toegepast voor in Noorwegen bewerkte of verwerkte produkten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en van Ierland;

- noch eventueel de met die zin overeenkomende bepalingen die zijn opgenomen in de in artikel 2 bedoelde overeenkomsten zijn toegepast voor de in elk der landen bewerkte of verwerkte produkten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke samenstelling en van Ierland.

Aantekening 13 - ad artikel 25

Bij invoer van produkten van oorsprong die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 25, lid 1, in Denemarken of het Verenigd Koninkrijk, is het recht dat als grondslag dient voor de in artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst bedoelde tariefverlagingen het recht dat door het invoerende land op 1 januari 1972 ten opzichte van derde landen werkelijk werd toegepast.

BIJLAGE II

LIJST A Lijst van bewerkingen of verwerkingen die een verandering van tariefpost meebrengen, doch aan de daaraan onderworpen produkten niet of slechts onder bepaalde voorwaarden het karakter van "produkten van oorsprong" verlenen

>PIC FILE= "T0005953"> >PIC FILE= "T0005954"> >PIC FILE= "T0005955"> >PIC FILE= "T0005956"> >PIC FILE= "T0005957"> >PIC FILE= "T0005958"> >PIC FILE= "T0005959"> >PIC FILE= "T0005960"> >PIC FILE= "T0005961"> >PIC FILE= "T0005962"> >PIC FILE= "T0005963"> >PIC FILE= "T0005964"> >PIC FILE= "T0005965"> >PIC FILE= "T0005966"> >PIC FILE= "T0005967"> >PIC FILE= "T0005968"> >PIC FILE= "T0005969"> >PIC FILE= "T0005970"> >PIC FILE= "T0005971"> >PIC FILE= "T0005972"> >PIC FILE= "T0005973"> >PIC FILE= "T0005974"> >PIC FILE= "T0005975"> >PIC FILE= "T0005976"> >PIC FILE= "T0005977"> >PIC FILE= "T0005978"> >PIC FILE= "T0005979"> >PIC FILE= "T0005980">

BIJLAGE III

LIJST B Lijst van bewerkingen of verwerkingen die geen verandering van tariefpost meebrengen, doch aan de daaraan onderworpen produkten niettemin het karakter van "produkten van oorsprong" verlenen

>PIC FILE= "T0005981"> >PIC FILE= "T0005982"> >PIC FILE= "T0005983"> >PIC FILE= "T0005984"> >PIC FILE= "T0005985">

BIJLAGE IV

LIJST C Lijst van produkten die van de toepassing van dit Protocol zijn uitgesloten

>PIC FILE= "T0005986">

BIJLAGE V

>PIC FILE= "T0005987"> >PIC FILE= "T0005988"> >PIC FILE= "T0005989"> >PIC FILE= "T9000609">

BIJLAGE VI

>PIC FILE= "T0005991"> >PIC FILE= "T0005992"> >PIC FILE= "T0005993"> >PIC FILE= "T9000610">

PROTOCOL Nr. 4 met betrekking tot enkele bijzondere bepalingen betreffende Ierland

In afwijking van artikel 13 van de Overeenkomst zijn de maatregelen, genoemd in Protocol nr. 6, paragrafen 1 en 2, en Protocol nr. 7, artikel 1, van de "Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen", welke maatregelen respectievelijk betrekking hebben op bepaalde kwantitatieve beperkingen die van belang zijn voor Ierland en op de invoer van motorvoertuigen en de motorvoertuigen-assemblage-industrie in Ierland, van toepassing op Noorwegen.

SLOTAKTE

De vertegenwoordigers

VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

en

VAN HET KONINKRIJK NOORWEGEN,

bijeengekomen te Brussel de veertiende mei negentienhonderddrieënzeventig,

ter ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen,

hebben, bij de ondertekening van deze Overeenkomst,

kennis genomen van de volgende verklaringen bij deze akte: 1. Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende artikel 23, lid 1, van de Overeenkomst,

2. Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de regionale toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst.

Udfærdiget i Bruxelles, den fjortende maj nitten hundrede og treoghalvfjerds.

Geschehen zu Brüssel am vierzehnten Mai neunzehnhundertdreiundsiebzig.

Done at Brussels on this fourteenth day of May in the year one thousand nine hundred and seventy-three.

Fait à Bruxelles, le quatorze mai mil neuf cent soixante-treize.

Fatto a Bruxelles, addì quattordici maggio millenovecentosettantatré.

Gedaan te Brussel, de veertiende mei negentienhonderddrieënzeventig.

Udferdiget i Brussel, fjortende mai nitten hundre og syttitre.

På Rådet for De europæiske Fællesskabers vegne

Im Namen des Rates der Europäischen Gemeinschaften

In the name of the Council of the European Communities

Au nom du Conseil des Communautés européennes

A nome del Consiglio delle Comunità Europee

Namens de Raad van de Europese Gemeenschappen >PIC FILE= "T0005995">

VERKLARINGEN

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende artikel 23, lid 1, van de Overeenkomst

De Europese Economische Gemeenschap verklaart dat zij zich, in het kader van de door de Partijen bij de Overeenkomst aan artikel 23, lid 1, van de Overeenkomst te geven autonome uitvoering, bij de beoordeling van de met dit artikel strijdige gedragingen zal baseren op de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de voorschriften van de artikelen 85, 86, 90 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de regionale toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst

De Europese Economische Gemeenschap verklaart dat de toepassing van de maatregelen die zij krachtens de artikelen 23, 24, 25 of 26 van de Overeenkomst volgens de procedure en bepalingen van artikel 27, dan wel krachtens artikel 28, kan treffen, op grond van haar eigen voorschriften kan worden beperkt tot een van haar gebieden.

Top