Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02014A0520(02)-20150801

Consolidated text: Vrijwillige Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Indonesië inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie

ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/284/2015-08-01

2014A2520 — NL — 01.08.2015 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VRIJWILLIGE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Republiek Indonesië inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie

(PB L 150 van 20.5.2014, blz. 252)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

BESLUIT Nr. 3/2015 VAN HET KRACHTENS DE VRIJWILLIGE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE REPUBLIEK INDONESIË OPGERICHT GEMENGD COMITÉ VOOR DE TENUITVOERLEGGING VAN DE OVEREENKOMST van 8 juli 2015

  L 213

11

12.8.2015




▼B

VRIJWILLIGE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST

tussen de Europese Unie en de Republiek Indonesië inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van houtproducten in de Europese Unie



DE EUROPESE UNIE,

hierna „de Unie” genoemd

en

DE REPUBLIEK INDONESIË

hierna „Indonesië” genoemd,

hierna samen „de partijen” genoemd,

HERINNEREND aan de kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Republiek Indonesië en de Europese Gemeenschap die op 9 november 2009 in Jakarta is ondertekend;

GEZIEN de nauwe werkrelatie tussen de Unie en Indonesië, met name in de context van de samenwerkingsovereenkomst van 1980 tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten;

HERINNEREND aan het engagement in de verklaring van Bali inzake wetshandhaving en governance in de bosbouw (FLEGT) van 13 september 2001 door landen in Oost-Azië en andere regio's om onmiddellijk actie te ondernemen om de nationale inspanningen te intensiveren en de bilaterale, regionale en multilaterale samenwerking te versterken, teneinde schendingen van de bosbouwwetgeving en criminaliteit op bosbouwgebied, met name illegaal kappen en de daarmee samenhangende illegale handel en corruptie, en hun negatieve gevolgen voor de rechtsstaat aan te pakken;

KENNISNEMEND van de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement inzake het EU-actieplan voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT), als eerste stap in de aanpak van het dringende probleem van de illegale houtkap en de daarmee verband houdende handel;

VERWIJZEND naar de gezamenlijke verklaring van de minister van Bosbouw van de Republiek Indonesië en de Europese commissarissen voor Ontwikkeling en Milieu die op 8 januari 2007 in Brussel is ondertekend;

GEZIEN de in 1992 aangenomen niet juridisch bindende maar gezaghebbende beginselverklaring met het oog op een wereldwijde consensus over het beheer, het behoud en de duurzame en milieuvriendelijke exploitatie van alle soorten bos, alsmede het niet juridisch bindend instrument voor alle soorten bos dat door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is aangenomen;

ZICH BEWUST van het belang van de beginselen zoals vastgelegd in de Verklaring van Rio de Janeiro over milieu en ontwikkeling van 1992 in het kader van duurzaam bosbeheer, en met name beginsel 10 inzake het belang van publieke bewustwording van en inspraak in milieuvraagstukken en beginsel 22 inzake de cruciale rol van inheemse bevolkingsgroepen en andere lokale gemeenschappen in milieubeheer en ontwikkeling;

ERKENNEND de inspanningen van de regering van de Republiek Indonesië ter bevordering van goede governance in de bosbouw, wetshandhaving en de handel in legaal gekapt hout, onder meer door middel van het Sistem Verifikasi Legalitas Kayu (SVLK) of het Indonesische systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten (Timber Legality Assurance System, TLAS), dat wordt ontwikkeld via een proces met vele belanghebbenden conform de beginselen van goede governance, geloofwaardigheid en representativiteit;

ERKENNEND dat Indonesië het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten heeft opgezet om ervoor te zorgen dat alle houtproducten voldoen aan de wettelijke voorschriften;

ERKENNEND dat de tenuitvoerlegging van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst inzake FLEGT duurzaam bosbeheer zal versterken en zal bijdragen tot de bestrijding van de klimaatverandering door de reductie van broeikasgasemissies ten gevolge van ontbossing en bosdegradatie en de rol van het behoud, het duurzaam beheer van bossen alsmede de versterking van de koolstofvoorraden in bossen (REDD+);

GEZIEN de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en in het bijzonder de noodzaak dat partijen bij CITES voor de in de aanhangsels I, II of III vermelde soorten alleen een uitvoervergunning afgeven wanneer bij het verkrijgen de flora- en faunabeschermingswetten van de desbetreffende partij niet zijn geschonden;

VASTBESLOTEN om ervoor te zorgen dat de partijen de negatieve gevolgen voor de lokale en inheemse gemeenschappen en de arme bevolkingsgroepen die rechtstreeks zouden kunnen voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, zo veel mogelijk beperken;

GEZIEN het belang dat de partijen hechten aan de op internationaal vlak overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen en aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties;

GEZIEN het feit dat de partijen belang hechten aan de beginselen en regels van het multilaterale handelssysteem, en met name aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) van 1994 en de andere multilaterale overeenkomsten tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en aan de noodzaak deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

GEZIEN Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 inzake de opzet van een FLEGT-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap en Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen;

OPNIEUW BEVESTIGEND de beginselen van wederzijds respect, soevereiniteit, gelijkheid en non-discriminatie en erkennend de voordelen voor de partijen die uit deze overeenkomst voortvloeien;

UIT HOOFDE van de respectieve wet- en regelgeving van de partijen;

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:



Artikel 1

Doelstelling

1.  Overeenkomstig de gezamenlijke verbintenis van de partijen tot duurzaam beheer van alle soorten bossen wordt met deze overeenkomst beoogd een juridisch kader te bieden om ervoor te zorgen dat alle onder deze overeenkomst vallende houtproducten die uit Indonesië in de Unie worden ingevoerd op legale wijze zijn geproduceerd, en daardoor de handel in hout en houtproducten te stimuleren.

2.  Deze overeenkomst vormt tevens de basis voor dialoog en samenwerking tussen de partijen om volledige tenuitvoerlegging van deze overeenkomst te vergemakkelijken en te bevorderen en de wetshandhaving en governance in de bosbouw te verbeteren.

Artikel 2

Definities

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a)

„invoer in de Unie” : het in de Unie in het vrije verkeer brengen van hout en houtproducten als bedoeld in artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/1992 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, en die niet kunnen worden beschouwd als „goederen waaraan elk handelskarakter vreemd is” zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 6, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2193/1992 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek;

b)

„uitvoer” : het feit dat een houtproduct het grondgebied van Indonesië verlaat dan wel daaruit wordt verzonden;

c)

„houtproducten” : alle producten die zijn opgesomd in bijlagen IA en IB;

d)

„GS-code” : een goederencode van vier of zes cijfers volgens het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, zoals vastgesteld bij het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie;

e)

„FLEGT-vergunning” : een door Indonesië gecontroleerd wettelijk document (V-Legal Document) dat bevestigt dat een lading houtproducten die is bedoeld voor uitvoer naar de Unie legaal is geproduceerd. Een FLEGT-vergunning kan op papier of in elektronische vorm worden afgegeven;

f)

„vergunningverlenende autoriteit” : de door Indonesië gemachtigde entiteiten die bevoegd zijn om FLEGT-vergunningen af te geven en geldig te verklaren;

g)

„bevoegde autoriteiten” : de autoriteiten die door de lidstaten van de Unie worden aangewezen om FLEGT-vergunningen te ontvangen, te aanvaarden en te controleren;

h)

„lading” : een hoeveelheid door een FLEGT-vergunning gedekte houtproducten die door een verzender of expediteur vanuit Indonesië is verzonden en bij een douanekantoor wordt aangeboden voor toelating tot het vrije verkeer in de Unie;

i)

„legaal geproduceerd hout” : houtproducten die zijn verkregen of ingevoerd en geproduceerd overeenkomstig de in bijlage II beschreven wetgeving.

Artikel 3

FLEGT-vergunningensysteem

1.  Tussen de partijen bij deze overeenkomst wordt een vergunningensysteem inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (hierna „FLEGT-vergunningensysteem” genoemd) ingesteld. Dit systeem legt een reeks procedures en vereisten vast die tot doel hebben om door middel van FLEGT-vergunningen te controleren en te verklaren dat naar de Unie verzonden houtproducten legaal zijn geproduceerd. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2173/2005 van de Raad van 20 december 2005 zal de Unie dergelijke ladingen uit Indonesië slechts aanvaarden voor invoer in de Unie indien zij gedekt zijn door een FLEGT-vergunning.

2.  Het FLEGT-vergunningensysteem geldt voor de houtproducten die worden genoemd in bijlage IA.

3.  De houtproducten die worden genoemd in bijlage IB mogen niet vanuit Indonesië worden uitgevoerd en hiervoor mag geen FLEGT-vergunning worden afgegeven.

4.  De partijen komen overeen alle voor de toepassing van dit FLEGT-vergunningensysteem benodigde maatregelen te nemen overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst.

Artikel 4

Vergunningverlenende autoriteiten

1.  De vergunningverlenende autoriteit controleert of de houtproducten legaal zijn geproduceerd volgens de in bijlage II vermelde wetgeving. De vergunningverlenende autoriteit geeft een FLEGT-vergunning af voor legaal geproduceerde ladingen houtproducten die naar de Unie worden uitgevoerd.

2.  De vergunningverlenende autoriteit geeft geen FLEGT-vergunning af voor houtproducten die volledig of gedeeltelijk bestaan uit houtproducten die uit een derde land in Indonesië zijn ingevoerd op een wijze die is verboden op grond van de wetgeving van dat land of indien er bewijzen bestaan dat bij het produceren van die houtproducten de wetten zijn geschonden van het land waar de bomen zijn gekapt.

3.  De vergunningverlenende autoriteit bewaart de gegevens met betrekking tot de afgifte van FLEGT-vergunningen en maakt deze openbaar. De vergunningverlenende autoriteit houdt ook de gegevens bij van alle ladingen waarvoor FLEGT-vergunningen zijn afgegeven, overeenkomstig de nationale wetgeving inzake gegevensbescherming, en stelt deze ter beschikking van onafhankelijke controle-instanties, waarbij vertrouwelijke informatie van de exporteur niet wordt vermeld.

4.  Indonesië roept een informatiepunt inzake vergunningen in het leven dat fungeert als contactpunt voor de communicatie tussen de bevoegde autoriteiten en de vergunningverlenende autoriteiten, zoals beschreven in de bijlagen III en V.

5.  Indonesië deelt de contactgegevens van de vergunningverlenende autoriteit en het informatiepunt inzake vergunningen mee aan de Europese Commissie. De partijen maken deze informatie openbaar.

Artikel 5

Bevoegde autoriteiten

1.  De bevoegde autoriteiten controleren of iedere lading wordt gedekt door een geldige FLEGT-vergunning voordat deze wordt toegelaten tot het vrije verkeer in de Unie. Als er twijfel bestaat over de geldigheid van de FLEGT-vergunning, kan de toelating worden geschorst en kan de lading worden vastgehouden.

2.  De bevoegde autoriteiten houden alle ontvangen FLEGT-vergunningen bij en publiceren hiervan jaarlijks een overzicht.

3.  Overeenkomstig hun nationale wetgeving betreffende de gegevensbescherming verlenen de bevoegde autoriteiten de personen of organen die zijn aangesteld als onafhankelijke markttoezichthouder toegang tot de betrokken documenten en gegevens.

4.  De bevoegde autoriteiten voeren de in artikel 5, lid 1, beschreven actie niet uit voor een lading houtproducten die afkomstig is van de soorten die worden genoemd in de aanhangsels van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), aangezien deze moeten worden gecontroleerd zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer.

5.  De Europese Commissie deelt aan Indonesië de contactgegevens mee van de bevoegde autoriteiten. De partijen maken deze informatie openbaar.

Artikel 6

FLEGT-vergunningen

1.  De vergunningverlenende autoriteit geeft een FLEGT-vergunning af als bewijs dat de houtproducten legaal zijn geproduceerd.

2.  De FLEGT-vergunning wordt opgesteld en ingevuld in het Engels.

3.  De partijen kunnen overeenkomen een elektronisch systeem op te zetten voor de afgifte, de verzending en de ontvangst van FLEGT-vergunningen.

4.  De technische specificaties van de vergunning worden beschreven in bijlage IV. De procedure voor de afgifte van FLEGT-vergunningen wordt beschreven in bijlage V.

Artikel 7

Controle van legaal geproduceerd hout

1.  Indonesië voert een systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten in om te controleren of de te verzenden houtproducten legaal zijn geproduceerd en ervoor te zorgen dat alleen ladingen waarvan de wettigheid is gecontroleerd, naar de Unie worden uitgevoerd.

2.  Het systeem waarmee wordt gecontroleerd of ladingen houtproducten legaal zijn geproduceerd, wordt beschreven in bijlage V.

Artikel 8

Toelating tot het vrije verkeer van ladingen met een FLEGT-vergunning

1.  De procedures voor toelating tot het vrije verkeer in de Unie van ladingen met een FLEGT-vergunning worden beschreven in bijlage III.

2.  Indien de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om te vermoeden dat een vergunning niet geldig of echt is of niet overeenkomt met de lading waarvoor deze wordt geacht te gelden, kunnen de procedures in bijlage III worden toegepast.

3.  Wanneer er herhaaldelijk meningsverschillen of problemen ontstaan tijdens het overleg over FLEGT-vergunningen, kan de zaak worden verwezen naar het gemengd comité voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.

Artikel 9

Onregelmatigheden

De partijen stellen elkaar op de hoogte wanneer zij vermoeden of weten dat het FLEGT-vergunningensysteem wordt omzeild of dat er sprake is van onregelmatigheden, onder meer in geval van:

a) omzeiling van de handelsvoorschriften, bijvoorbeeld door de handel van Indonesië naar de Unie om te leiden via een derde land;

b) FLEGT-vergunningen voor houtproducten die hout bevatten dat afkomstig is uit derde landen en waarvan het vermoeden bestaat dat dit illegaal is geproduceerd; of

c) fraude bij het verkrijgen of het gebruik van FLEGT-vergunningen.

Artikel 10

Toepassing van het Indonesische systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten en andere maatregelen

1.  Indonesië controleert met behulp van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten de wettigheid van het hout dat wordt uitgevoerd naar markten buiten de Unie en van het hout dat wordt verkocht op de binnenlandse markten, en spant zich in om de wettigheid van de ingevoerde houtproducten te controleren, indien mogelijk met gebruikmaking van het systeem dat is ontwikkeld voor de uitvoering van deze overeenkomst.

2.  Om deze inspanningen te steunen moedigt de Unie het gebruik van het voornoemde systeem aan voor de handel op andere internationale markten en met derde landen.

3.  De Unie treft maatregelen om te voorkomen dat illegaal gekapt hout en hiervan afkomstige producten in de Unie op de markt worden gebracht.

Artikel 11

Participatie van belanghebbenden

1.  Indonesië zal regelmatig overleggen met de belanghebbenden over de uitvoering van deze overeenkomst en zal in dat verband passende raadplegingsstrategieën, modaliteiten en programma's bevorderen.

2.  De Unie zal regelmatig met de belanghebbenden over de uitvoering van deze overeenkomst overleggen en zal daarbij rekening houden met haar verplichtingen in het kader van het Verdrag van 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus).

Artikel 12

Sociale waarborgen

1.  Om eventuele negatieve effecten van deze overeenkomst zoveel mogelijk te beperken, komen de partijen overeen meer kennis te verzamelen over de gevolgen voor de houtindustrie en de levenswijze van de mogelijk betrokken inheemse en lokale gemeenschappen, zoals in hun nationale wet- en regelgeving beschreven.

2.  De partijen zullen nagaan welke gevolgen deze overeenkomst heeft op deze gemeenschappen en andere in het eerste lid genoemde actoren en zullen redelijke maatregelen treffen om eventuele negatieve gevolgen te verzachten. De partijen kunnen afspraken maken over aanvullende maatregelen om negatieve gevolgen te bestrijden.

Artikel 13

Marktstimulerende maatregelen

Rekening houdend met haar internationale verplichtingen bevordert de Unie de gunstige positie op de EU-markt van de houtproducten waarop deze overeenkomst betrekking heeft, met name door begeleidende maatregelen op de volgende gebieden:

a) beleid ten aanzien van particuliere en overheidsopdrachten waarbij rekening wordt gehouden met de levering van en een markt voor legaal geproduceerde houtproducten; en

b) vergroting van de waardering voor producten met een FLEGT-vergunning op de EU-markt.

Artikel 14

Gemengd comité voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst

1.  De partijen richten een gezamenlijk mechanisme (hierna het „gemengd comité voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst” of „het gemengd comité” genoemd) op om te oordelen over vraagstukken in verband met de tenuitvoerlegging en de herziening van deze overeenkomst.

2.  Elke partij benoemt vertegenwoordigers in het gemengd comité. Het gemengd comité besluit bij consensus. Het gemengd comité wordt voorgezeten door twee hogere ambtenaren, één van de Unie en de andere van Indonesië.

3.  Het gemengd comité stelt zijn reglement van orde vast.

4.  Het gemengd comité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen, op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen worden vastgesteld. Beide partijen kunnen om bijeenroeping van extra vergadering verzoeken.

5.  Het gemengd comité:

a) beoordeelt de maatregelen om deze overeenkomst uit te voeren en keurt deze goed;

b) evalueert en houdt toezicht op de algehele voortgang bij de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met inbegrip van het functioneren van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten en de marktgerelateerde maatregelen, op basis van de bevindingen en verslagen in het kader van de mechanismen die uit hoofde van artikel 15 zijn ingesteld;

c) beoordeelt de voordelen en beperkingen die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst en oordeelt over corrigerende maatregelen;

d) onderzoekt verslagen en klachten over de toepassing van het FLEGT-vergunningensysteem op het grondgebied van een der partijen;

e) stelt in overleg de datum vast waarop het FLEGT-vergunningensysteem in werking treedt na een beoordeling van het functioneren van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten op basis van de in bijlage VIII beschreven criteria;

f) duidt samenwerkingsgebieden aan ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst;

g) stelt zo nodig suborganen in voor werkzaamheden die specifieke deskundigheid vereisen;

h) stelt jaarverslagen, verslagen van zijn bijeenkomsten en andere documenten die voortkomen uit zijn werkzaamheden op, keurt deze goed, verspreidt deze en maakt deze openbaar;

i) voert andere taken uit waarmee het gemengd comité instemt.

Artikel 15

Toezicht en evaluatie

De partijen komen overeen de tenuitvoerlegging en doelmatigheid van deze overeenkomst te evalueren aan de hand van de verslagen en bevindingen van de volgende twee mechanismen.

a) In overleg met de Unie schakelt Indonesië een periodieke evaluator in ter uitvoering van de taken die worden beschreven in bijlage VI.

b) In overleg met Indonesië schakelt de Unie een onafhankelijke markttoezichthouder in ter uitvoering van de taken die worden beschreven in bijlage VII.

Artikel 16

Begeleidende maatregelen

1.  De inzet van de middelen die noodzakelijk zijn voor de maatregelen ter begeleiding van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, die overeenkomstig bovenstaand artikel 14, lid 5, onder f), zijn aangeduid, wordt bepaald in de context van de programmering van de Unie en haar lidstaten voor de samenwerking met Indonesië.

2.  De partijen zien erop toe dat de in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde activiteiten worden afgestemd op bestaande en toekomstige ontwikkelingsprogramma's en -initiatieven.

Artikel 17

Verslaglegging en openbaarmaking van informatie

1.  De partijen zien er op toe dat het functioneren van het gemengd comité zo transparant mogelijk is. De verslagen die uit zijn werkzaamheden voortkomen, worden gezamenlijk opgesteld en openbaar gemaakt.

2.  Het gemengd comité maakt jaarlijks een verslag openbaar met gedetailleerde gegevens over onder meer de volgende onderwerpen:

a) de hoeveelheden houtproducten die in het kader van het FLEGT-vergunningensysteem in de Unie zijn ingevoerd, ingedeeld naar de desbetreffende GS-codes;

b) het aantal door Indonesië afgegeven FLEGT-vergunningen;

c) de voortgang met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en zaken in verband met de tenuitvoerlegging ervan;

d) maatregelen om het uitvoeren, invoeren, in de handel brengen of verhandelen van illegaal geproduceerde houtproducten te voorkomen;

e) de hoeveelheden hout en houtproducten die in Indonesië zijn ingevoerd alsmede de maatregelen om de invoer van illegaal geproduceerde houtproducten te voorkomen en de integriteit van het FLEGT-vergunningensysteem niet te ondermijnen;

f) gevallen van niet-naleving van het FLEGT-vergunningensysteem in Indonesië en de genomen maatregelen om deze te bestrijden;

g) de hoeveelheden houtproducten die in het kader van het FLEGT-vergunningensysteem in de Unie zijn ingevoerd, ingedeeld naar de desbetreffende GS-codes en de EU-lidstaat waarin de invoer heeft plaatsgevonden;

h) het aantal door de Unie ontvangen FLEGT-vergunningen;

i) het aantal gevallen, met opgave van de desbetreffende hoeveelheden houtproducten, waarin overeenkomstig artikel 8, lid 2, raadplegingen werden georganiseerd.

3.  Om de doelstellingen op het gebied van verbeterde governance en transparantie in de bosbouwsector te verwezenlijken en toezicht te houden op de tenuitvoerlegging en de gevolgen van deze overeenkomst in zowel Indonesië als de Unie, komen de partijen overeen dat de informatie waarnaar in bijlage IX wordt verwezen openbaar wordt gemaakt.

4.  De partijen komen, overeenkomstig hun respectieve wetgevingen, overeen geen vertrouwelijke informatie vrij te geven die in het kader van deze overeenkomst wordt uitgewisseld. De partijen publiceren geen in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde informatie die bedrijfsgeheimen of vertrouwelijke commerciële gegevens bevat en staan hun autoriteiten ook niet toe deze te publiceren.

Artikel 18

Communicatie over de uitvoering

1.  De volgende vertegenwoordigers van de partijen zijn verantwoordelijk voor officiële mededelingen over de uitvoering van de overeenkomst:



Voor Indonesië:

Voor de Unie:

De directeur-generaal van bosexploitatie,

Ministerie van Bosbouw

Het hoofd van de delegatie

van de Europese Unie in Indonesië

2.  De partijen delen elkaar tijdig de informatie mee die noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomst, met inbegrip van wijzigingen in lid 1.

Artikel 19

Territoriaal toepassingsgebied

Deze overeenkomst is van toepassing op het grondgebied waar het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is op de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, enerzijds, en op het grondgebied van Indonesië, anderzijds.

Artikel 20

Regeling van geschillen

1.  De partijen streven ernaar geschillen over de toepassing of de interpretatie van de overeenkomst op te lossen door middel van snel overleg.

2.  Als een geschil niet binnen twee maanden na het oorspronkelijke verzoek tot overleg kan worden opgelost, kan een partij het geschil verwijzen naar het gemengd comité, dat het geschil zal proberen op te lossen. Het gemengd comité wordt in het bezit gesteld van alle informatie die het nodig heeft voor een grondig onderzoek van de situatie teneinde een aanvaardbare oplossing te vinden. Daartoe onderzoekt het gemengd comité alle mogelijkheden om de doeltreffende uitvoering van deze overeenkomst te waarborgen.

3.  Als het gemengd comité niet in staat is het geschil binnen twee maanden op te lossen, kunnen de partijen samen een beroep doen op de bijstand of de bemiddeling van een derde.

4.  Als het geschil niet overeenkomstig lid 3 kan worden opgelost, mag elk van beide partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere partij moet dan een tweede bemiddelaar aanwijzen binnen dertig kalenderdagen na de benoeming van de eerste bemiddelaar. De partijen benoemen samen een derde bemiddelaar binnen twee maanden na de aanstelling van de tweede bemiddelaar.

5.  De bemiddelaars nemen binnen zes maanden na de benoeming van de derde bemiddelaar een besluit met meerderheid van stemmen.

6.  Hun besluit is bindend voor beide partijen en er kan geen beroep tegen worden aangetekend.

7.  Het gemengd comité stelt de werkwijze van de bemiddelaars vast.

Artikel 21

Schorsing

1.  Als een partij deze overeenkomst wil schorsen, stelt zij de andere partij schriftelijk van dit voornemen op de hoogte, waarna de zaak door de partijen wordt besproken.

2.  Elke partij kan de toepassing van de overeenkomst schorsen. Dit besluit moet worden gemotiveerd en schriftelijk worden meegedeeld aan de andere partij.

3.  Dertig kalenderdagen na de datum van de mededeling houdt de overeenkomst dan op van toepassing te zijn.

4.  Dertig kalenderdagen nadat de schorsende partij de andere partij heeft meegedeeld dat de redenen voor de schorsing niet langer gelden, wordt de toepassing van de overeenkomst hervat.

Artikel 22

Wijzigingen

1.  Als een partij deze overeenkomst wil wijzigen, moet daartoe ten minste drie maanden voor de volgende vergadering van het gemengd comité een voorstel worden ingediend. Het gemengd comité bespreekt het voorstel; als er overeenstemming wordt bereikt, wordt een aanbeveling geformuleerd. Als de partijen het eens zijn met de aanbeveling, keuren zij het voorstel volgens hun eigen interne procedures goed.

2.  De aldus aangenomen wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de daartoe vereiste procedures zijn voltooid.

3.  Het gemengd comité is bevoegd om wijzigingen van de bijlagen bij deze overeenkomst goed te keuren.

4.  Alle wijzigingen moeten langs diplomatieke weg worden meegedeeld aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en de minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek Indonesië.

Artikel 23

Inwerkingtreding, duur en beëindiging

1.  Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar schriftelijk in kennis stellen van de voltooiing van hun daartoe vereiste procedures.

2.  Deze kennisgeving wordt via diplomatieke weg gericht aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en de minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek Indonesië.

3.  Deze overeenkomst geldt voor een periode van vijf jaar. Zij wordt telkens met vijf jaar verlengd, tenzij een partij afziet van verlenging en dit ten laatste twaalf maanden voordat de overeenkomst verstrijkt schriftelijk meedeelt aan de andere partij.

4.  Een partij kan deze overeenkomst opzeggen door de andere partij daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Twaalf maanden na de datum van die kennisgeving houdt de overeenkomst dan op van toepassing te zijn.

Artikel 24

Bijlagen

De bijlagen vormen een integrerend deel van deze overeenkomst.

Artikel 25

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, Deense, Duitse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Kroatische, Letse, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Roemeense, Slowaakse, Sloveense, Spaanse, Tsjechische, Zweedse en Indonesische (Bahasa Indonesia) taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie tussen deze talen geldt de Engelse tekst.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

Съставено в Брюксел на тридесети септември две хиляди и тринадесета година.

Hecho en Bruselas, el treinta de septiembre de dos mil trece.

V Bruselu dne třicátého září dva tisíce třináct.

Udfærdiget i Bruxelles den tredivte september to tusind og tretten.

Geschehen zu Brüssel am dreißigsten September zweitausenddreizehn.

Kahe tuhande kolmeteistkümnenda aasta septembrikuu kolmekümnendal päeval Brüsselis.

Έγινε στις Βρυξέλλες, στις τριάντα Σεπτεμβρίου δύο χιλιάδες δεκατρία.

Done at Brussels on the thirtieth day of September in the year two thousand and thirteen.

Fait à Bruxelles, le trente septembre deux mille treize.

Sastavljeno u Bruxellesu tridesetog rujna dvije tisuće trinaeste.

Fatto a Bruxelles, addì trenta settembre duemilatredici.

Briselē, divi tūkstoši trīspadsmitā gada trīsdesmitajā septembrī.

Priimta du tūkstančiai tryliktų metų rugsėjo trisdešimtą dieną Briuselyje.

Kelt Brüsszelben, a kétezer-tizenharmadik év szeptember havának harmincadik napján.

Magħmul fi Brussell, fit-tletin jum ta’ Settembru tas-sena elfejn u tlettax.

Gedaan te Brussel, de dertigste september tweeduizend dertien.

Sporządzono w Brukseli dnia trzydziestego września roku dwa tysiące trzynastego.

Feito em Bruxelas, em trinta de setembro de dois mil e treze.

Întocmit la Bruxelles la treizeci septembrie două mii treisprezece.

V Bruseli tridsiateho septembra dvetisíctrinásť.

V Bruslju, dne tridesetega septembra leta dva tisoč trinajst.

Tehty Brysselissä kolmantenakymmenentenä päivänä syyskuuta vuonna kaksituhattakolmetoista.

Som skedde i Bryssel den trettionde september tjugohundratretton.

Dibuat di Brussel, pada tanggal tiga puluh bulan September tahun dua ribu tiga belas.

За Европейския съюз

Por la Unión Europea

Za Evropskou unii

For Den Europæiske Union

Für die Europäische Union

Euroopa Liidu nimel

Για την Ευρωπαϊκή Ένωση

For the European Union

Pour l'Union européenne

Za Europsku uniju

Per l'Unione europea

Eiropas Savienības vārdā –

Europos Sąjungos vardu

Az Európai Unió részéről

Għall-Unjoni Ewropea

Voor de Europese Unie

W imieniu Unii Europejskiej

Pela União Europeia

Pentru Uniunea Europeană

Za Európsku úniu

Za Evropsko unijo

Euroopan unionin puolesta

För Europeiska unionen

Untuk Uni Eropa

signatory

За Република Индонезия

Por la República de Indonesia

Za Indonéskou republiku

For Republikken Indonesien

Für die Republik Indonesien

Indoneesia Vabariigi nimel

Για τη Δημοκρατία της Ινδονησίας

For the Republic of Indonesia

Pour la République d'Indonésie

Za Republiku Indoneziju

Per la Repubblica di Indonesia

Indonēzijas Republikas vārdā –

Indonezijos Respublikos vardu

Az Indonéz Köztársaság részéről

Għar-Repubblika tal-Indoneżja

Voor de Republiek Indonesië

W imieniu Republiki Indonezji

Pela República da Indonésia

Pentru Republica Indonezia

Za Indonézsku republiku

Za Republiko Indonezijo

Indonesian tasavallan puolesta

För Republiken Indonesien

Untuk Republik Indonesia

signatory

▼M1

BIJLAGE I

LIJST VAN PRODUCTEN

De lijst in deze bijlage verwijst naar het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen, zoals vastgesteld bij het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie.

BIJLAGE IA

CODES VAN HET GEHARMONISEERDE SYSTEEM VAN HOUT EN HOUTPRODUCTEN DIE ONDER DE OVEREENKOMST VALLEN

Hoofdstuk 44:



GS-Codes

Omschrijving

 

Brandhout, in de vorm van ronde of andere blokken, rijshout, takkenbossen en dergelijke; hout in plakjes, spanen of kleine stukjes; zaagsel, resten en afval, van hout, ook indien geperst tot blokken, briketten, pellets of dergelijke vormen

4401.21

–  Hout in plakjes, spanen of kleine stukjes - - naaldhout

Ex. 4401.22

–  Hout in plakjes, spanen of kleine stukjes - - ander hout dan naaldhout (niet van bamboe of van rotting)

4403

Hout, onbewerkt, ook indien ontschorst, ontdaan van het spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd. (Mag volgens het Indonesische recht niet worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de VPO mag voor onder deze GS-code ingedeelde producten geen FLEGT-vergunning worden afgegeven en mogen zij bijgevolg niet in de Unie worden ingevoerd.)

Ex. 4404.10

Spaanhout en hout in repen, linten en dergelijke - naaldhout

Ex. 4404.20

Spaanhout en hout in repen, linten en dergelijke - ander hout dan naaldhout - - Spaanhout en hout in repen of in linten

Ex. 4404

Hoephout; gekloofde staken; palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd; hout, ruw bewerkt of afgerond, doch niet gedraaid, noch gebogen, noch op andere wijze bewerkt, voor wandelstokken, voor paraplu's, voor gereedschapsstelen en dergelijke. (Mag volgens het Indonesische recht niet worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de VPO mag voor onder deze GS-code ingedeelde producten geen FLEGT-vergunning worden afgegeven en mogen zij bijgevolg niet in de Unie worden ingevoerd.)

4406

Houten dwarsliggers en wisselhouten. (Mag volgens het Indonesische recht niet worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de VPO mag voor onder deze GS-code ingedeelde producten geen FLEGT-vergunning worden afgegeven en mogen zij bijgevolg niet in de Unie worden ingevoerd.)

Ex. 4407

Hout, overlangs gezaagd of afgestoken, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden, met een dikte van meer dan 6 mm

Ex. 4407

Hout, overlangs gezaagd of afgestoken, dan wel gesneden of geschild, niet geschaafd, geschuurd, noch in de lengte verbonden, met een dikte van meer dan 6 mm. (Mag volgens het Indonesische recht niet worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de VPO mag voor onder deze GS-code ingedeelde producten geen FLEGT-vergunning worden afgegeven en mogen zij bijgevolg niet in de Unie worden ingevoerd.)

 

Fineerplaten (die verkregen door het snijden van gelaagd hout daaronder begrepen), platen voor de vervaardiging van triplex- en multiplexhout of voor op dergelijke wijze gelaagd hout, alsmede ander hout, overlangs gezaagd, dan wel gesneden of geschild, ook indien geschaafd, geschuurd, met verbinding aan de randen of in de lengte verbonden, met een dikte van niet meer dan 6 mm

4408.10

Naaldhout

4408.31

Dark red meranti, light red meranti en meranti bakau

4408.39

Andere, met uitzondering van naaldhout, dark red meranti, light red meranti en meranti bakau

Ex. 4408.90

Andere, met uitzondering van naaldhout en tropisch hout bedoeld bij aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk (niet van bamboe of van rotting)

 

Hout (niet-ineengezette plankjes voor parketvloeren daaronder begrepen), waarvan ten minste een zijde of uiteinde over de gehele lengte is geprofileerd (geploegd, van sponningen voorzien, afgerond met V-verbinding of dergelijke), ook indien geschaafd, geschuurd of in de lengte verbonden

4409.10

–  Naaldhout

Ex. 4409.29

–  Ander hout dan naaldhout - andere (niet van rotting)

 

Spaanplaat, zogenoemde oriented strand board (OSB) en dergelijke plaat (bijvoorbeeld zogenoemde waferboard), van hout of van andere houtachtige stoffen, ook indien samengeperst met harsen of met andere organische bindmiddelen

Ex. 4410.11

–  Van hout - - Spaanplaat (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4410.12

–  Van hout - - Zogenoemde oriented strand board (OSB) (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4410.19

–  Van hout - - Andere (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4411

Vezelplaat van houtvezels of van andere houtachtige vezels, ook indien gebonden met harsen of met andere organische bindmiddelen (niet van bamboe of van rotting)

 

Triplex- en multiplexhout, met fineer bekleed hout en op dergelijke wijze gelaagd hout

4412.31

–  Ander triplex- en multiplexhout, enkel bestaande uit houten platen (andere dan bamboe), iedere laag met een dikte van niet meer dan 6 mm: - - Met ten minste een der buitenste lagen van tropisch hout bedoeld bij aanvullende aantekening 2 op dit hoofdstuk

4412.32

–  Ander triplex- en multiplexhout, enkel bestaande uit houten platen (andere dan bamboe), iedere laag met een dikte van niet meer dan 6 mm: - - Ander, met ten minste een der buitenste lagen van ander hout dan naaldhout

4412.39

–  Ander triplex- en multiplexhout, enkel bestaande uit houten platen (andere dan bamboe), iedere laag met een dikte van niet meer dan 6 mm: - - Ander

Ex. 4412.94

–  Ander: - - Met een vulling van plankjes, latten of staafjes (niet van rotting)

Ex. 4412.99

–  Ander: - - Ander: - - - Barecore (aaneengelijmde resten van hout) (niet van rotting) en - - - Ander (niet van rotting)

Ex. 4413

Verdicht hout, in blokken, in planken, in stroken of in profielen (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4414

Houten lijsten voor schilderijen, voor foto's, voor spiegels en dergelijke (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4415

Pakkisten, kratten, trommels en dergelijke verpakkingsmiddelen van hout; kabelhaspels van hout; laadborden, laadkisten en andere laadplateaus van hout; opzetranden voor laadborden, van hout (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4416

Vaten, kuipen, tobben en ander kuiperswerk, alsmede delen daarvan, van hout, duighout daaronder begrepen (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4417

Gereedschap, alsmede monturen en stelen voor gereedschap, borstelhouten, borstel- en bezemstelen, van hout; schoenleesten en schoenspanners, van hout (niet van bamboe of rotting)

Ex. 4418

Schrijn- en timmerwerk voor bouwwerken, daaronder begrepen panelen met cellenstructuur, ineengezette panelen voor vloerbedekking en dakspanen („shingles” en „shakes”), van hout (niet van bamboe of rotting)

Ex. 4419

Tafel- en keukengerei van hout (niet van bamboe of van rotting)

 

Inlegwerk van hout; koffertjes, kistjes en etuis, voor juwelen of voor goudsmidswerk, alsmede dergelijke artikelen, van hout

Ex. 4420.90

–  Andere - - Hout in de vorm van blokken of vierkant bekapt met eenvoudige bewerking van het oppervlak, met houtsnijwerk, met fijne schroefdraad of beschilderd, zonder aanzienlijke meerwaarde en zonder aanzienlijke wijziging van de vorm (GS Ex. 4420.90.90.00 in Indonesië). (Mag volgens het Indonesische recht niet worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de VPO mag voor onder deze GS-code ingedeelde producten geen FLEGT-vergunning worden afgegeven en mogen zij bijgevolg niet in de Unie worden ingevoerd.)

 

Andere houtwaren

Ex. 4421.90

–  Andere - - Hout geschikt gemaakt voor de vervaardiging van lucifers (niet van bamboe of van rotting) en - - Andere - - - Houten blokjes voor bestrating (niet van bamboe of van rotting)

Ex. 4421.90

–  Andere - - Andere - - - Hout in de vorm van blokken of vierkant bekapt met eenvoudige bewerking van het oppervlak, met houtsnijwerk, met fijne schroefdraad of beschilderd, zonder aanzienlijke meerwaarde en zonder aanzienlijke wijziging van de vorm (GS Ex. 4421.90.99.00 in Indonesië). (Mag volgens het Indonesische recht niet worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de VPO mag voor onder deze GS-code ingedeelde producten geen FLEGT-vergunning worden afgegeven en mogen zij bijgevolg niet in de Unie worden ingevoerd.)

Hoofdstuk 47:



GS-Codes

Omschrijving

 

Houtpulp en pulp van andere cellulosehoudende vezelstoffen; papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval):

4701

Houtslijp

4702

Houtcellulose voor oplossingen („dissolving grades”)

4703

Natron- en sulfaat-houtcellulose, andere dan die bedoeld bij post 4702

4704

Sulfiet-houtcellulose, andere dan die bedoeld bij post 4702

4705

Houtpulp verkregen door de combinatie van een mechanische en een chemische behandeling

Hoofdstuk 48:



GS-Codes

Omschrijving

Ex. 4802

Papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, van de soort gebruikt om te worden beschreven of bedrukt of voor andere grafische doeleinden, papier en karton, niet geperforeerd, voor ponskaarten of ponsband, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat, ander dan papier bedoeld bij de posten 4801 of 4803 ; handgeschept papier en handgeschept karton (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4803

Papier van de soort gebruikt voor toiletpapier, voor handdoeken, voor servetten en dergelijk papier voor huishoudelijk, hygiënisch of toiletgebruik, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, ook indien gecrêpt, geplisseerd, gegaufreerd, gegreineerd, geperforeerd of met gekleurd, versierd of bedrukt oppervlak, op rollen of in bladen (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4804

Kraftpapier en kraftkarton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, op rollen of in bladen, ander dan bedoeld bij post 4802 of 4803 (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4805

Ander papier en karton, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, op rollen of in bladen, niet verder bewerkt dan bedoeld bij aantekening 3 op dit hoofdstuk (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4806

Perkamentpapier en perkamentkarton, vetvrij papier („greaseproof”), calqueerpapier, alsmede kristalpapier en ander door kalanderen verkregen doorschijnend of doorzichtig papier, op rollen of in bladen (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4807

Papier en karton, samengesteld uit opeengelijmde vellen, niet geïmpregneerd, niet gestreken en niet voorzien van een deklaag, ook indien inwendig versterkt, op rollen of in bladen (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4808

Papier en karton, gegolfd (ook indien daarop papier of karton in vlakke bladen is gelijmd), gecrêpt, geplisseerd, gegaufreerd (voorzien van inpersingen), gegreineerd of geperforeerd, op rollen of in bladen, ander dan papier van de soort beschreven in post 4803 (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4809

Carbonpapier, zelfkopiërend papier en ander papier voor het maken van doorslagen en overdrukken (gestreken, van een deklaag voorzien of geïmpregneerd papier, voor stencils of offsetplaten daaronder begrepen), ook indien bedrukt, op rollen of in bladen (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4810

Papier en karton, aan een of aan beide zijden gestreken met kaolien of met andere anorganische stoffen, ook indien met bindmiddel, doch met uitzondering van elke andere deklaag, ook indien aan het oppervlak gekleurd of versierd, dan wel bedrukt, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4811

Papier, karton, cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, gestreken, van een deklaag voorzien, geïmpregneerd, bekleed, aan het oppervlak gekleurd of versierd, dan wel bedrukt, op rollen of in vierkante of rechthoekige bladen, ongeacht het formaat, andere dan de producten omschreven in post 4803 , 4809 of 4810 (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4812

Blokken en platen, van papierstof, voor filtreerdoeleinden (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4813

Sigarettenpapier, ook indien op maat gesneden of in boekjes of in hulzen (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4814

Behangselpapier en dergelijke wandbekleding; vitrofanies (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4816

Carbonpapier, zelfkopiërend papier en ander papier voor het maken van doorslagen en overdrukken (ander dan dat van post 4809 ), complete stencils en offsetplaten, van papier, ook indien verpakt in dozen (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4817

Enveloppen, postbladen, briefkaarten (andere dan prentbriefkaarten) en correspondentiekaarten, van papier of van karton; assortimenten van papierwaren voor correspondentie in dozen, in omslagen en in dergelijke verpakkingen, van papier of van karton (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4818

Papier van de soort gebruikt voor toiletpapier en voor dergelijk papier, cellulosewatten of vliezen van cellulosevezels, van de soort gebruikt voor huishoudelijke of sanitaire doeleinden, op rollen met een breedte van niet meer dan 36 cm of in op maat gesneden bladen; zakdoeken, toiletdoekjes, handdoeken, tafellakens, servetten, luiers, tampons, beddenlakens en dergelijke artikelen voor toiletgebruik of voor huishoudelijk, hygiënisch of klinisch gebruik, kleding en kledingtoebehoren, van papierstof, van papier, van cellulosewatten of van cellulosevezels (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4821

Etiketten van alle soorten, van papier of van karton, al dan niet bedrukt (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4822

Klossen, hulzen, buisjes, spoelen en dergelijke opwindmiddelen, van papierstof, van papier of van karton, ook indien geperforeerd of gehard (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Ex. 4823

Ander papier en karton, alsmede andere cellulosewatten en vliezen van cellulosevezels, op maat gesneden; andere werken van papierstof, van papier, van karton, van cellulosewatten of van vliezen van cellulosevezels (niet van niet-houten of gerecycled materiaal)

Aantekening: papierproducten afkomstig van niet-houten of gerecycled materiaal gaan vergezeld van een formele brief van het Indonesische Ministerie van Industrie die het gebruik van niet-houten of gerecycled materiaal bevestigt. Voor dergelijke producten wordt geen FLEGT-vergunning afgegeven.

Hoofdstuk 94:



GS-Codes

Omschrijving

 

Stoelen, banken en andere zitmeubelen (andere dan die bedoeld bij post 9402 ), ook indien zij tot bed kunnen worden omgevormd, alsmede delen daarvan

9401.61

–  Andere zitmeubelen, met onderstel van hout: - - Opgevuld

9401.69

–  Andere zitmeubelen, met onderstel van hout: - - Andere

 

Andere meubelen en delen daarvan

9403.30

–  Meubelen van hout, van de soort gebruikt in kantoren

9403.40

–  Meubelen van hout, van de soort gebruikt in keukens

9403.50

–  Meubelen van hout, van de soort gebruikt in slaapkamers

9403.60

–  Andere meubelen van hout

Ex. 9403.90

–  Delen: - - Andere (GS 9403.90.90 in Indonesië)

 

Geprefabriceerde bouwwerken

Ex. 9406.00

–  Andere geprefabriceerde bouwwerken: - - Van hout (GS 9406.00.92 in Indonesië)

Hoofdstuk 97:



GS-Codes

Omschrijving

 

Originele gravures, originele etsen en originele litho's

Ex. 9702.00

Hout in de vorm van blokken of vierkant bekapt met eenvoudige bewerking van het oppervlak, met houtsnijwerk, met fijne schroefdraad of beschilderd, zonder aanzienlijke meerwaarde en zonder aanzienlijke wijziging van de vorm (GS Ex. 9702.00.00.00 in Indonesië). (Mag volgens het Indonesische recht niet worden uitgevoerd. Overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de VPO mag voor onder deze GS-code ingedeelde producten geen FLEGT-vergunning worden afgegeven en mogen zij bijgevolg niet in de Unie worden ingevoerd.)

BIJLAGE IB

CODES VAN HET GEHARMONISEERDE SYSTEEM VAN HOUT DAT VOLGENS HET INDONESISCHE RECHT NIET MAG WORDEN UITGEVOERD

Hoofdstuk 44:



GS-Codes

Omschrijving

4403

Hout, onbewerkt, ook indien ontschorst, ontdaan van het spint of enkel vierkant behakt of vierkant bezaagd

Ex. 4404

Hoephout; gekloofde staken; palen en stokken van hout, aangepunt doch niet overlangs gezaagd; hout, ruw bewerkt of afgerond, doch niet gedraaid, noch gebogen, noch op andere wijze bewerkt, voor wandelstokken, voor paraplu's, voor gereedschapsstelen en dergelijke

4406

Houten dwarsliggers en wisselhouten

Ex. 4407

Hout, overlangs gezaagd of afgestoken, dan wel gesneden of geschild, niet geschaafd, geschuurd, noch in de lengte verbonden, met een dikte van meer dan 6 mm

 

Inlegwerk van hout; koffertjes, kistjes en etuis, voor juwelen of voor goudsmidswerk, alsmede dergelijke artikelen, van hout

Ex. 4420.90

–  Andere - - Hout in de vorm van blokken of vierkant bekapt met eenvoudige bewerking van het oppervlak, met houtsnijwerk, met fijne schroefdraad of beschilderd, zonder aanzienlijke meerwaarde en zonder aanzienlijke wijziging van de vorm (GS Ex. 4420.90.90.00 in Indonesië)

 

Andere houtwaren

Ex. 4421.90

–  Andere - - Andere - - - Hout in de vorm van blokken of vierkant bekapt met eenvoudige bewerking van het oppervlak, met houtsnijwerk, met fijne schroefdraad of beschilderd, zonder aanzienlijke meerwaarde en zonder aanzienlijke wijziging van de vorm (GS Ex. 4421.90.99.00 in Indonesië)

 

Originele gravures, originele etsen en originele litho's

Ex. 9702.00

Hout in de vorm van blokken of vierkant bekapt met eenvoudige bewerking van het oppervlak, met houtsnijwerk, met fijne schroefdraad of beschilderd, zonder aanzienlijke meerwaarde en zonder aanzienlijke wijziging van de vorm (GS Ex. 9702.00.00.00 in Indonesië)

BIJLAGE II

DEFINITIE VAN WETTIGHEID

INLEIDING

Indonesisch hout wordt als wettig beschouwd wanneer de herkomst en het productieproces alsook de verwerking, het vervoer en de handelsactiviteiten aantoonbaar voldoen aan alle geldende Indonesische wet- en regelgeving.

Indonesië kent vijf wettigheidsnormen in de vorm van een reeks beginselen, criteria, indicatoren en verificatiepunten, die allemaal op de onderliggende wet- en regelgeving en procedures zijn gebaseerd. Die normen kunnen nader worden onderverdeeld in ondergeschikte normen zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Het Indonesische juridische kader legt eveneens normen voor duurzaam bosbeheer op aan vergunninghouders die werkzaam zijn in gebieden met productiebossen op staatsgrond. Alle vergunninghouders moeten voldoen aan de wettigheidscriteria zoals vastgesteld in de wettigheidsnormen. Uiterlijk tegen de datum waarop hun eerste certificaat van wettigheid verstrijkt, moeten vergunninghouders die werkzaam zijn in gebieden met productiebossen op staatsgrond zoals vastgesteld in de TLAS-richtsnoeren voldoen aan zowel de wettigheidsnorm als de norm voor duurzaam bosbeheer.

Indonesië streeft ernaar om de wettigheidsnormen regelmatig te evalueren en te verbeteren via een proces met vele belanghebbenden.

De vijf wettigheidsnormen zijn:

wettigheidsnorm 1 : de norm voor concessies in gebieden met productiebossen op staatsgrond: natuurlijke bossen, aangeplante bossen, herstelling van het ecosysteem, bosbeheersrecht (Hak Pengelolaan),

wettigheidsnorm 2 : de norm voor aangeplante gemeenschapsbossen en gemeenschapsbossen in gebieden met productiebossen op staatsgrond,

wettigheidsnorm 3 : de norm voor particuliere bossen,

wettigheidsnorm 4 : de norm voor houtexploitatierechten in andere dan bosgebieden of uit herbestembare productiebossen op staatsgrond,

wettigheidsnorm 5 : de norm voor de primaire en secundaire houtverwerkende bedrijven en handelaren.

De vijf wettigheidsnormen zijn van toepassing op verschillende soorten vergunningen, zoals uiteengezet in de onderstaande tabel:



Soort vergunning of recht

Beschrijving

Eigendom van de grond/beheer of gebruik van de hulpbronnen

Toepasselijke wettigheidsnorm

IUPHHK-HA/HPH

Vergunning om hout uit natuurlijke productiebossen te gebruiken

Eigendom van de staat/beheerd door een bedrijf

1

IUPHHK-HTI/HPHTI

Vergunning om een bos voor houtteelt aan te leggen en te beheren

Eigendom van de staat/beheerd door een bedrijf

1

IUPHHK-RE

Vergunning om het ecosysteem van het bos te herstellen

Eigendom van de staat/beheerd door een bedrijf

1

Bosbeheersrecht (Perum Perhutani)

Recht om een aangeplant bos te beheren

Eigendom van de staat/beheerd door een bedrijf (van de staat)

1

IUPHHK- HTR

Vergunning om een gemeenschapsbos aan te planten

Eigendom van de staat/beheerd door een gemeenschap

2

IUPHHK-HKM

Vergunning om een gemeenschapsbos te beheren

Eigendom van de staat/beheerd door een gemeenschap

2

IUPHHK-HD

Vergunning om een dorpsbos te beheren

Eigendom van de staat/beheerd door één dorp

2

IUPHHK-HTHR

Vergunning om hout uit herbebossingsgebieden te gebruiken

Eigendom van de staat/beheerd door een gemeenschap

2

Particuliere grond

Geen vergunning nodig

Particuliere eigendom/particulier gebruikt

3

IPK/ILS

Vergunning om hout uit andere dan bosgebieden of uit herbestembare productiebossen te gebruiken

Eigendom van de staat/particulier gebruikt

4

IUIPHHK

Vergunning om een bedrijf voor primaire verwerking op te richten en te beheren

Niet van toepassing

5

IUI Lanjutan of IPKL

Vergunning om een bedrijf voor secundaire verwerking op te richten en te beheren

Niet van toepassing

5

TPT's (TPT, TPT-KB, TPT-KO)

Opslagplaatsen voor geregistreerd/verwerkt hout

Niet van toepassing

5

IRT

Kleinschalig bedrijf

Niet van toepassing

5

ETPIK (niet-producerend)

Niet-producerende geregistreerde exporteurs

Niet van toepassing

5

WETTIGHEIDSNORM 1: DE NORMEN VOOR CONCESSIES IN GEBIEDEN MET PRODUCTIEBOSSEN



Nr.

Beginselen

Criteria

Indicatoren

Verificatiepunten

Relevante regelgeving (1)

1

P1.  Juridische status van gebied en exploitatierechten

K1.1  De bosbeheerseenheid (concessiehouders) bevindt zich in het gebied met productiebossen

1.1.1.  De vergunninghouder beschikt aantoonbaar over een geldige houtexploitatievergunning (IUPHHK)

Het certificaat bosbouwconcessierechten

Regeringsbesluit PP.72/2010

Besluit P.12/2010 van de minister van Bosbouw

Besluit P.30/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.31/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.33/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.76/2014 van de minister van Bosbouw

Het bewijs van betaling voor de exploitatievergunning voor bosbouwproducten

Het bewijs van een andere wettelijke vergunning voor het gebruik van het gebied (in voorkomend geval)

2.

P2.  Naleving van het houtkapsysteem en de houtkapprocedures

K2.1  De vergunninghouder heeft een kapplan voor het kapgebied dat door de bevoegde administratieve autoriteiten is goedgekeurd

2.1.1.  De bevoegde administratieve autoriteit heeft de werkplandocumenten goedgekeurd: masterplan, jaarlijks werkplan, met inbegrip van de bijbehorende aanhangsels

Het goedgekeurde masterplan en de bijbehorende aanhangsels, opgesteld op basis van een uitgebreide bosinventarisatie, uitgevoerd door technisch geschoold personeel

Besluit P.62/2008 van de minister van Bosbouw

Besluit P.56/2009 van de minister van Bosbouw

Besluit P.60/2011 van de minister van Bosbouw

Besluit P.33/2014 van de minister van Bosbouw

Het goedgekeurde jaarlijkse werkplan, opgesteld op basis van het masterplan

Kaarten, opgesteld door technisch geschoold personeel, met een beschrijving van de indeling en de grenzen van de gebieden die onder het werkplan vallen

Een kaart in het jaarlijkse werkplan waarop gebieden zijn aangegeven waar niet mag worden gekapt, met bewijs van uitvoering ter plaatse

De kaplocaties (blokken of percelen) op de kaart zijn duidelijk gemarkeerd en ter plaatse gecontroleerd

K2.2  Het werkplan is geldig

2.2.1.  De bosbouwvergunninghouder heeft een geldig werkplan dat voldoet aan de geldende regelgeving

Het document en de aanhangsels van het masterplan voor de exploitatie van bosbouwproducten (lopende aanvragen zijn aanvaardbaar)

Besluit P.62/2008 van de minister van Bosbouw

Besluit P.56/2009 van de minister van Bosbouw

Besluit P.60/2011 van de minister van Bosbouw

De locatie van en het volume aan winbaar natuurlijk stamhout in gebieden waar mag worden gekapt, komen overeen met het werkplan

3.

P3.  De wettigheid van het vervoer of de wijziging van de eigendom van rondhout

K3.1  De vergunninghouders zorgen ervoor dat al het stamhout dat wordt vervoerd van een stapelplaats voor stamhout in het bos naar primaire houtverwerkende bedrijven of geregistreerde handelaren in stamhout, al dan niet via een of meer tussentijdse stapelplaatsen, fysiek is gemerkt en vergezeld gaat van geldige documenten

3.1.1.  Al het stamhout met een grote diameter dat is gekapt of commercieel is gewonnen, is gemeld in een houtproductieverslag

Goedgekeurde houtproductieverslagen

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

3.1.2.  Al het hout dat wordt vervoerd uit de vergunningsgebieden gaat vergezeld van een geldig vervoersdocument

Geldige vervoersdocumenten en aanhangsels vergezellen stamhout vanaf de stapelplaats voor stamhout naar de primaire houtverwerkende bedrijven of geregistreerde handelaren in stamhout, al dan niet via een of meer tussentijdse stapelplaatsen

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

3.1.3.  Het rondhout is gekapt in de gebieden die in de bosexploitatievergunning zijn aangegeven

De merktekens voor beheerdoeleinden/streepjescodes (PUHH) op stamhout

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

De toepassing van de merktekens voor beheerdoeleinden/streepjescodes

3.1.4  Al het stamhout dat wordt vervoerd van een stapelplaats voor stamhout gaat vergezeld van een geldig vervoersdocument

Geldig vervoersdocument

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

K3.2  De vergunninghouder heeft de verschuldigde vergoedingen en heffingen voor de commerciële houtwinning betaald

3.2.1.  De vergunninghouder beschikt aantoonbaar over bewijs van betaling aan het herbebossingsfonds en/of van de bosbestandsvergoeding, overeenkomstig het geproduceerde stamhout en het geldende tarief

De opdrachten tot betaling aan het herbebossingsfonds en/of van de bosbestandsvergoeding

Regeringsbesluit PP.22/1997

Regeringsbesluit PP.51/1998

Regeringsbesluit PP.59/1998

Besluit P.18/2007 van de minister van Bosbouw

Besluit 22/2012 van de minister van Handel

Het bewijs van deposito voor de betaling aan het herbebossingsfonds en/of van de bosbestandsvergoeding en de stortingsbewijzen

De betaling aan het herbebossingsfonds en/of van de bosbestandsvergoeding stemt overeen met het geproduceerde stamhout en het geldende tarief

K3.3  Vervoer en handel tussen de eilanden

3.3.1.  De vergunninghouders die stamhout verschepen, zijn geregistreerde handelaren in hout dat tussen de eilanden wordt verhandeld (PKAPT)

De PKAPT-documenten

Besluit 68/2003 van de minister van Industrie en Handel

Gezamenlijk Besluit 22/2003 van de minister van Bosbouw, de minister van Vervoer en de minister van Industrie en Handel

3.3.2.  Het vaartuig waarmee het rondhout wordt verscheept, vaart onder Indonesische vlag en beschikt over een geldige exploitatievergunning

De registratiedocumenten waaruit de identiteit van het vaartuig blijkt en een geldige vergunning

Besluit 68/2003 van de minister van Industrie en Handel

Gezamenlijk Besluit 22/2003 van de minister van Bosbouw, de minister van Vervoer en de minister van Industrie en Handel

K.3.4  Naleving van de V-Legal-markering

3.4.1  Uitvoering van de V-Legal-markering

De V-Legal-markering wordt dienovereenkomstig toegepast

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

4.

P4.  Naleving van milieugerelateerde en maatschappelijke aspecten die verband houden met de houtkap

K4.1  De vergunninghouder beschikt over een goedgekeurd milieueffectrapport (MER) en heeft de aangegeven maatregelen uitgevoerd

4.1.1.  De vergunninghouder heeft door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde MER-documenten voor het hele werkgebied

Toepasselijke MER-documenten

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

4.1.2.  De vergunninghouder beschikt over uitvoeringsverslagen van het milieubeheersplan en het toezichtplan voor de milieueffecten waarin de maatregelen om milieueffecten te verzachten en maatschappelijke verbeteringen te verwezenlijken worden aangegeven

Het milieubeheersplan en het toezichtplan voor de milieueffecten

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

Het bewijs van uitvoering van het milieubeheersplan en het toezicht op belangrijke maatschappelijke en milieueffecten

5.

P5.  Naleving van arbeidswetgeving en -regelgeving

K5.1  Naleving van vereisten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

5.1.1  Beschikbaarheid en uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Regeringsbesluit PP.50/2012

Besluit 8/2010 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Besluit 609/2012 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Uitrusting op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Verslagen van ongevallen

K5.2  Eerbiediging van de rechten van werknemers

5.2.1.  Vrijheid van vereniging voor werknemers

De werknemers zijn lid van vakorganisaties of mogen op grond van het bedrijfsbeleid vakorganisatieactiviteiten ontplooien of eraan deelnemen

Wet nr. 13/2003

Besluit 16/2011 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

5.2.2.  Bestaan van collectieve arbeidsovereenkomsten

CAO-documenten of beleidsdocumenten van het bedrijf met betrekking tot de rechten van werknemers

Wet nr. 13/2003

Besluit 16/2011 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

5.2.3.  Het bedrijf stelt geen minderjarigen te werk

Er zijn geen minderjarige werknemers

Wet nr. 23/2002

Wet nr. 13/2003

(1)   De voornaamste wet- en regelgeving, met inbegrip van latere wijzigingen daaraan.

WETTIGHEIDSNORM 2: DE NORM VOOR AANGEPLANTE GEMEENSCHAPSBOSSEN EN GEMEENSCHAPSBOSSEN IN GEBIEDEN MET PRODUCTIEBOSSEN



Nr.

Beginselen

Criteria

Indicatoren

Verificatiepunten

Relevante regelgeving

1.

P1.  Juridische status van gebied en exploitatierechten

K1.1  De bosbeheerseenheid bevindt zich in het gebied met productiebossen

1.1.1.  De vergunninghouder beschikt aantoonbaar over een geldige houtexploitatievergunning (IUPHHK)

Het certificaat bosbouwconcessierechten

Besluit P.37/2007 van de minister van Bosbouw

Besluit P.49/2008 van de minister van Bosbouw

Besluit P.12/2010 van de minister van Bosbouw

Besluit P.55/2011 van de minister van Bosbouw

Het bewijs van betaling voor de exploitatievergunning voor bosbouwproducten

K1.2  Bedrijfseenheden in de vorm van een collectief

1.2.1.  Het collectief is wettelijk gevestigd

Akte of bewijs van vestiging

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

2.

P2.  Naleving van het houtkapsysteem en de houtkapprocedures

K2.1  De vergunninghouder heeft een kapplan voor het kapgebied dat door de bevoegde administratieve autoriteiten is goedgekeurd

2.1.1.  De bevoegde administratieve autoriteit heeft het jaarlijkse werkplan goedgekeurd

Het goedgekeurde jaarlijkse werkplan

Besluit P.62/2008 van de minister van Bosbouw

Een kaart in het jaarlijkse werkplan waarop gebieden zijn aangegeven waar niet mag worden gekapt, met bewijs van uitvoering ter plaatse

De locatie van de kappercelen is duidelijk gemerkt en kan ter plaatse worden gecontroleerd

K2.2  Het werkplan is geldig

2.2.1.  De bosbouwvergunninghouder heeft een geldig werkplan dat voldoet aan de geldende regelgeving

Document en aanhangsels voor het masterplan exploitatie bosbouwproducten (lopende aanvragen zijn aanvaardbaar)

Besluit P.62/2008 van de minister van Bosbouw

De locatie van en het volume aan winbaar stamhout in het gebied waar mag worden gekapt, komen overeen met het werkplan

K2.3  De vergunninghouders zorgen ervoor dat al het stamhout dat wordt vervoerd van een stapelplaats voor stamhout in het bos naar primaire houtverwerkende bedrijven of geregistreerde handelaren in stamhout, al dan niet via een of meer tussentijdse stapelplaatsen, fysiek is gemerkt en vergezeld gaat van geldige documenten

2.3.1.  Al het stamhout met een grote diameter dat is gekapt of commercieel gewonnen, is gemeld in het houtproductieverslag

Goedgekeurde houtproductieverslagen

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

2.3.2.  Al het stamhout dat wordt vervoerd uit de vergunningsgebieden gaat vergezeld van een geldig vervoersdocument

Wettelijke vervoersdocumenten en relevante aanhangsels vanaf de stapelplaats voor stamhout naar tussentijdse stapelplaatsen en vanaf tussentijdse stapelplaatsen naar primaire bedrijven en/of geregistreerde handelaren in stamhout

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

2.3.3.  Het rondhout is gekapt in de gebieden die in de bosexploitatievergunning zijn aangegeven

De merktekens voor beheerdoeleinden/streepjescodes (PUHH) op stamhout

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

De vergunninghouder merkt het hout op consequente wijze

 

2.3.4.  De vergunninghouder beschikt aantoonbaar over vervoersdocumenten voor het stamhout dat vanaf de stapelplaats voor stamhout wordt vervoerd

Het vervoersdocument voor stamhout, met aangehechte lijst van stamhout

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

K2.4  De vergunninghouder heeft de verschuldigde vergoedingen en heffingen voor de commerciële houtwinning betaald

2.4.1.  De vergunninghouder beschikt aantoonbaar over bewijs van betaling van de bosbestandsvergoeding, overeenkomstig het geproduceerde stamhout en het geldende tarief

De opdracht tot betaling van de bosbestandsvergoeding

Besluit P.18/2007 van de minister van Bosbouw

Besluit 22/2012 van de minister van Handel

Het bewijs van betaling van de bosbestandsvergoeding

De betaling van de bosbestandsvergoeding stemt overeen met het geproduceerde stamhout en het geldende tarief

K2.5  Naleving van de V-Legal-markering

2.5.1  Uitvoering van de V-Legal-markering

De V-Legal-markering wordt dienovereenkomstig toegepast

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

3.

P3.  Naleving van milieugerelateerde en maatschappelijke aspecten die verband houden met de houtkap

K3.1  De vergunninghouder beschikt over een goedgekeurd milieueffectrapport (MER) en heeft de aangegeven maatregelen uitgevoerd

3.1.1.  De vergunninghouder beschikt over door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde MER-documenten voor het hele werkgebied

Toepasselijke MER-documenten

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

3.1.2.  De vergunninghouder beschikt over uitvoeringsverslagen van het milieubeheersplan en het toezichtplan voor de milieueffecten waarin de maatregelen om milieueffecten te verzachten en maatschappelijke verbeteringen te verwezenlijken worden aangegeven

Het relevante milieubeheersplan en het toezichtplan voor de milieueffecten

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

Het bewijs van uitvoering van het milieubeheersplan en het toezicht op belangrijke maatschappelijke en milieueffecten

4.

P4.  Naleving van arbeidswetgeving en -regelgeving

K4.1  Naleving van vereisten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

4.1.1  Beschikbaarheid en uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Regeringsbesluit PP.50/2012

Besluit 8/2010 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Besluit 609/2012 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Uitrusting op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

K4.2  Eerbiediging van de rechten van werknemers

4.2.1.  Het bedrijf stelt geen minderjarigen te werk

Er zijn geen minderjarige werknemers

Wet nr. 23/2002

Wet nr. 13/2003

WETTIGHEIDSNORM 3: DE NORM VOOR PARTICULIERE BOSSEN



Nr.

Beginselen

Criteria

Indicatoren

Verificatiepunten

Relevante regelgeving

1.

P1.  De eigendom van het hout kan worden gecontroleerd

K1.1  De wettigheid van de eigendom of eigendomsakte in verband met het houtkapgebied

1.1.1.  De particuliere bos-/grondeigenaar beschikt aantoonbaar over eigendoms- of exploitatierechten voor de grond

Geldige documenten waaruit het beschikkingsrecht op of de eigendom van de grond blijkt (door de bevoegde autoriteiten erkende eigendomsakten)

Wet nr. 5/1960

Besluit P.33/2010 van de minister van Bosbouw

Regeringsbesluit PP.12/1998

Besluit 36/2007 van de minister van Handel

Besluit 37/2007 van de minister van Handel

Wet nr. 6/1983

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

Het recht de grond te bewerken

De oprichtingsakte van het bedrijf

De bedrijfsvergunning om handel te drijven (SIUP)

Bedrijfsregistratie (TDP)

De belastingregistratie (NPWP)

Document met betrekking tot veiligheid en gezondheid op het werk

CAO-documenten of beleidsdocumenten van het bedrijf met betrekking tot de rechten van werknemers

Een kaart van het particuliere bos met de afgebakende grenzen van het gebied

1.1.2.  De beheerseenheden (in individuele of collectieve eigendom) beschikken aantoonbaar over geldige documenten voor het vervoer van hout

Het vervoersdocument voor stamhout

Besluit P.30/2012 van de minister van Bosbouw

1.1.3.  De beheerseenheden beschikken aantoonbaar over bewijs van betaling in verband met verschuldigde rechten voor het bestand dat aanwezig was voor de overdracht van het beschikkingsrecht op of de eigendom van de grond

Het bewijs van de betaling aan het herbebossingsfonds en/of van de bosbestandsvergoeding en van de vergoeding aan de staat voor de waarde van het gekapte stamhout

Besluit P.18/2007 van de minister van Bosbouw

K.1.2  Bedrijfseenheden in de vorm van een collectief zijn wettelijk geregistreerd

1.2.1.  De collectieven zijn wettelijk gevestigd

Akte of bewijs van vestiging

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

K.1.3  Naleving van de V-Legal-markering

1.3.1  Uitvoering van de V-Legal-markering

De V-Legal-markering wordt dienovereenkomstig toegepast

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

2.

P2.  Naleving van arbeidswetgeving en -regelgeving in gebieden die onder grondbewerkingsrechten vallen

K2.1  Naleving van vereisten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

2.1.1.  Beschikbaarheid en uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Regeringsbesluit PP.50/2012

Besluit 8/2010 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Besluit 609/2012 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Uitrusting op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Verslagen van ongevallen

K2.2  Eerbiediging van de rechten van werknemers

2.2.1.  Vrijheid van vereniging voor werknemers

De werknemers zijn lid van vakorganisaties of mogen op grond van het bedrijfsbeleid vakorganisatieactiviteiten ontplooien of eraan deelnemen

Wet nr. 13/2003

Besluit 16/2001 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

2.2.2.  Bestaan van collectieve arbeidsovereenkomsten

CAO-documenten of beleidsdocumenten van het bedrijf met betrekking tot de rechten van werknemers

Wet nr. 13/2003

Besluit 16/2011 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

2.2.3.  Het bedrijf stelt geen minderjarigen te werk

Er zijn geen minderjarige werknemers

Wet nr. 23/2002

Wet nr. 13/2003

3.

P3.  Naleving van milieugerelateerde en maatschappelijke aspecten die verband houden met de houtkap

K3.1  De houder van de grondbewerkingsrechten of de particuliere boseigenaar beschikt over een goedgekeurd toepasselijk milieueffectrapport (MER) en heeft de aangegeven maatregelen uitgevoerd (indien vereist door een besluit)

3.1.1.  De houder van de grondbewerkingsrechten of de particuliere boseigenaar heeft toepasselijke door de bevoegde autoriteiten goedgekeurde MER-documenten voor het hele werkgebied

Toepasselijke MER-documenten

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

3.1.2  De houder van de grondbewerkingsrechten beschikt over uitvoeringsverslagen van het milieubeheersplan en het toezichtplan voor de milieueffecten

Het milieubeheersplan en het toezichtplan voor de milieueffecten

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

Het bewijs van uitvoering van het milieubeheersplan en toezicht

WETTIGHEIDSNORM 4: DE NORM VOOR HOUTEXPLOITATIERECHTEN IN ANDERE DAN BOSGEBIEDEN OF UIT HERBESTEMBARE PRODUCTIEBOSSEN



Nr.

Beginselen

Criteria

Indicatoren

Verificatiepunten

Relevante regelgeving

1.

P1.  Juridische status van gebied en exploitatierechten

K1.1  Een kapvergunning in andere dan bosgebieden die geen gevolgen heeft voor de juridische status van het bos

1.1.1.  De kapwerkzaamheden zijn toegestaan krachtens een andere wettelijke vergunning (ILS) of herbestemmingsvergunningen (IPK) in een pachtgebied

Aantekening: dat geldt ook voor gebieden die vroeger als aangeplant bos op basis van herbebossing (HTHR) waren ingedeeld

ILS/IPK-vergunningen voor kapwerkzaamheden in het pachtgebied (inclusief toepasselijk milieueffectrapport (MER) van niet-bosbouwbedrijf)

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit P.18/2011 van de minister van Bosbouw

Besluit P.59/2011 van de minister van Bosbouw

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

Bij de ILS/IPK-vergunningen voor het pachtgebied gevoegde kaarten en bewijs van naleving ter plaatse

K1.2  Een kapvergunning in andere dan bosgebieden die gevolgen heeft voor de juridische status van het bos

1.2.1.  De kapwerkzaamheden zijn toegestaan krachtens een herbestemmingsvergunning (IPK)

Aantekening: dat geldt ook voor gebieden die vroeger als aangeplant bos op basis van herbebossing (HTHR) waren ingedeeld

De bedrijfsvergunning en aangehechte kaarten (inclusief toepasselijk milieueffectrapport (MER) van niet-bosbouwbedrijf)

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit P.33/2010 van de minister van Bosbouw

Besluit P.14/2011 van de minister van Bosbouw

Besluit P.59/2011 van de minister van Bosbouw

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

De IPK-vergunning in herbestemmingsgebieden

Aan de IPK-vergunning gehechte kaarten

Documenten die wijzigingen in de juridische status van het bos toestaan (deze vereiste geldt voor zowel houders van een IPK-vergunning als houders van een bedrijfsvergunning)

1.2.2  Herbestemmingsvergunning (IPK) voor een nederzetting in het kader van transmigratie

De IPK-vergunning in herbestemmingsgebieden

Besluit P.14/2011 van de minister van Bosbouw

Aan de IPK-vergunning gehechte kaarten

K1.3  Een kapvergunning in andere dan bosgebieden

1.3.1.  De kapwerkzaamheden zijn in andere dan bosgebieden toegestaan krachtens een herbestemmingvergunning (IPK)

Planningsdocument van IPK

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit P.14/2011 van de minister van Bosbouw

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

De bedrijfsvergunning en aangehechte kaarten (inclusief toepasselijk milieueffectrapport (MER) van niet-bosbouwbedrijf)

De IPK-vergunning in herbestemmingsgebieden

Aan de IPK-vergunning gehechte kaarten

1.3.2  Herbestemmingsvergunning (IPK) voor een nederzetting in het kader van transmigratie

De IPK-vergunning in herbestemmingsgebieden

Besluit P.14/2011 van de minister van Bosbouw

Aan de IPK-vergunning gehechte kaarten

2.

P2.  Naleving van wetgeving en procedures op het gebied van de houtkap en het vervoer van stamhout

K2.1  Het IPK/ILS-plan en de uitvoering ervan voldoen aan het bestemmingsplan

2.1.1.  Het goedgekeurde werkplan voor de gebieden waarvoor de IPK/ILS-vergunning is afgegeven

De IPK/ILS-werkplandocumenten

Besluit P.62/2008 van de minister van Bosbouw

Besluit P.53/2009 van de minister van Bosbouw

2.1.2.  De vergunninghouder kan aantonen dat het vervoerde stamhout afkomstig is uit een gebied waarvoor een geldige herbestemmingsvergunning of vergunningen voor ander gebruik (IPK/ILS) zijn afgegeven

De bosinventarisatiedocumenten

Besluit P.62/2008 van de minister van Bosbouw

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

De houtproductieverslagen (LHP)

K2.2  Betaling van vergoedingen en heffingen aan de overheid en naleving van verplichtingen op het gebied van het vervoer van het hout

2.2.1.  Het bewijs van betaling van de verschuldigde lasten

De opdracht tot betaling van de bosbestandsvergoeding

Besluit P.18/2007 van de minister van Bosbouw

Het bewijs van betaling van de bosbestandsvergoeding

De betaling van de bosbestandsvergoeding stemt overeen met het geproduceerde stamhout en het geldende tarief

2.2.2.  De vergunninghouder beschikt over geldige documenten voor het vervoer van hout

De factuur voor het vervoer van het stamhout (FAKB) en de lijst van stamhout met kleine diameter

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Het document dat de wettigheid van het stamhout bewijst (SKSKB) en de lijst van stamhout met grote diameter

K2.3  Naleving van de V-Legal-markering

2.3.1  Uitvoering van de V-Legal-markering

De V-Legal-markering wordt dienovereenkomstig toegepast

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

3.

P3.  Naleving van arbeidswetgeving en -regelgeving

K3.1  Naleving van vereisten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

3.1.1.  Beschikbaarheid en uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

De procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Regeringsbesluit PP.50/2012

Besluit 8/2010 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Besluit 609/2012 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Uitrusting op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Verslagen van ongevallen

K3.2  Eerbiediging van de rechten van werknemers

3.2.1.  Het bedrijf stelt geen minderjarigen te werk

Er zijn geen minderjarige werknemers

Wet nr. 23/2002

Wet nr. 13/2003

WETTIGHEIDSNORM 5: DE NORM VOOR DE PRIMAIRE EN SECUNDAIRE HOUTVERWERKENDE BEDRIJVEN EN HANDELAREN



Nr.

Beginselen

Criteria

Indicatoren

Verificatiepunten

Relevante regelgeving

1.

P1.  De bedrijfseenheden steunen de totstandbrenging van legale houthandel

K1.1  Een houtverwerkend bedrijf dat over geldige vergunningen beschikt, kan de hoedanigheid hebben van:

a)  verwerkend bedrijf, en/of

b)  exporteur van verwerkte producten

1.1.1.  Verwerkende bedrijven beschikken over geldige vergunningen

De oprichtingsakte van het bedrijf en de meest recente wijzigingen aan deze akte

Wet nr. 6/1983

Wet nr. 3/2014.

Regeringsbesluit PP.74/2011

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit M.01-HT.10/2006 van de minister van Justitie en Mensenrechten

Besluit 36/2007 van de minister van Handel

Besluit 37/2007 van de minister van Handel

Besluit 41/2008 van de minister van Industrie

Besluit 27/2009 van de minister van Binnenlandse Zaken

Besluit 39/2011 van de minister van Handel

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

Besluit 77/2013 van de minister van Handel

Besluit P.9/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.55/2014 van de minister van Bosbouw

Een vergunning om handel te drijven (SIUP) of handelsvergunning, in de vorm van een vergunning voor industriële activiteiten (IUI) of een registratiecertificaat voor industriële onderneming (TDI)

De milieuhindervergunning (een vergunning die wordt afgegeven aan het bedrijf wegens milieubelastende activiteiten in de omgeving van de bedrijfswerkzaamheden)

Certificaat van bedrijfsregistratie (TDP)

De belastingregistratie (NPWP)

Beschikbaarheid van toepasselijke MER-documenten

Beschikbaarheid van een vergunning voor industriële activiteiten (IUI), een vergunning voor permanente bedrijfsactiviteiten (IUT) of registratiecertificaat voor industriële onderneming (TDI)

Beschikbaarheid van voorraadplannen voor grondstoffen (RPBBI) voor primaire bedrijven

1.1.2.  De exporteurs van de verwerkte houtproducten beschikken over geldige productie- en uitvoervergunningen voor de houtproducten

De exporteurs zijn geregistreerde exporteurs van bosbouwproducten (ETPIK)

Besluit 97/2014 van de minister van Handel

K1.2  Het kleinschalige bedrijf is een Indonesische rechtspersoon

1.2.1.  De eigenaar van het kleinschalige bedrijf bewijst zijn identiteit

Identiteitskaart

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

K1.3  Importeurs van bosbouwproducten op basis van hout beschikken over geldige vergunningen en passen zorgvuldigheidseisen toe

1.3.1  Importeurs van bosbouwproducten op basis van hout beschikken over geldige vergunningen

De importeurs zijn geregistreerd

Besluit 78/2014 van de minister van Handel

1.3.2  De importeurs beschikken over een stelsel van zorgvuldigheidseisen

De importeurs hebben richtsnoeren/procedures met betrekking tot zorgvuldigheidseisen en bewijzen van de uitvoering ervan

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

K1.4  Geregistreerde opslagplaatsen of niet-producerende exporteurs beschikken over geldige vergunningen

1.4.1  Geregistreerde opslagplaatsen beschikken over een geldige vergunning

Vergunning van het hoofd van de bosbouwdienst op provincie-/districtsniveau

Besluit P.30/2012 van de minister van Bosbouw

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

1.4.2.  Niet-producerende geregistreerde exporteurs beschikken over geldige vergunningen

De oprichtingsakte van het bedrijf en de meest recente wijzigingen aan deze akte

Wet nr. 6/1983

Regeringsbesluit PP.74/2011

Besluit M.01-HT.10/2006 van de minister van Justitie en Mensenrechten

Besluit 36/2007 van de minister van Handel

Besluit 37/2007 van de minister van Handel

Besluit 39/2011 van de minister van Handel

Besluit 77/2013 van de minister van Handel

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit 97/2014 van de minister van Handel

De vergunning om handel te drijven (SIUP) of handelsvergunning

Certificaat van bedrijfsregistratie (TDP)

De belastingregistratie (NPWP)

De registratie van de handelaren als niet-producerende exporteurs van bosbouwproducten (ETPIK)

De leveringsovereenkomst of het contract met een kleinschalig bedrijf (niet-ETPIK) dat beschikt over een certificaat van wettigheid van het hout (S-LK) of over een conformiteitsverklaring van de leverancier (DKP)

1.4.3  Bedrijfseenheden beschikken over toepasselijke MER-documenten

Toepasselijke MER-documenten

Regeringsbesluit PP.27/2012

Besluit 13/2010 van de minister van Milieu

Besluit 05/2012 van de minister van Milieu

K1.5  De bedrijfseenheden in de vorm van:

collectieven (van midden- en kleinbedrijven, ambachtslieden/kleinschalige bedrijven of opslagplaatsen)

of

coöperaties (ambachtslieden/kleinschalige bedrijven)

zijn wettelijk geregistreerd of beschikken over een bewijs van vestiging

Aantekening: geldt niet voor niet-producerende geregistreerde importeurs

1.5.1.  De bedrijfseenheden in de vorm van een collectief of een coöperatie zijn wettelijk gevestigd

Akte of bewijs van vestiging

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

De belastingregistratie (NPWP) in het geval van coöperaties

1.5.2  Organisatiestructuur van de coöperaties

Coöperatief besluit over organisatiestructuur

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

1.5.3  Soorten coöperatieve bedrijven

Documenten van het bedrijfsplan van de coöperatie of een document dat het soort coöperatie vermeldt

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

1.5.4  Identiteit van ieder lid van de coöperatie

Identiteitskaarten

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

2.

P2.  De bedrijfseenheden passen een traceringssysteem toe waarmee de herkomst van het hout kan worden achterhaald

K2.1  Er is een systeem voor het traceren van hout en dit wordt toegepast

2.1.1.  De bedrijfseenheden kunnen aantonen dat het ontvangen hout afkomstig is uit legale bronnen

De inkoop- en verkoopdocumenten en/of het leveringscontract voor materialen en/of het aankoopbewijs

Besluit P.30/2012 van de minister van Bosbouw

Besluit P.9/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.78/2014 van de minister van Handel

Een goedgekeurd verslag over de overdracht van hout en/of het bewijs van overdracht en/of een officieel verslag over het onderzoek van het hout; een verklaring over de wettigheid van de bosbouwproducten

Ingevoerd hout gaat vergezeld van een conformiteitsverklaring van de leverancier of een certificaat van wettigheid (S-LK)

Aantekening: geldt enkel voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven

Vervoersdocumenten van het hout

De vervoersdocumenten (Nota) met dienovereenkomstige officiële verslagen van de beambte van de lokale autoriteit over gebruikt sloophout, opgegraven hout en begraven hout

De vervoersdocumenten in de vorm van Nota voor industrieel afvalhout

De documenten/verslagen over wijzigingen in de voorraad stamhout/hout/producten

Certificaat van wettigheid (S-PHPL/S-LK) of conformiteitsverklaring van de leverancier (DKP)

Ondersteunende documenten voor voorraadplannen voor grondstoffen (RPBBI) voor primaire bedrijven

2.1.2  Importeurs beschikken over geldige documenten die bewijzen dat het ingevoerd hout afkomstig is uit legale bronnen

Aantekening: geldt niet voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven

Kennisgeving van invoer

Presidentieel Besluit 43/1978

Besluit 78/2014 van de minister van Handel

De paklijst

De factuur

De vrachtbrief

Invoeraangifte en aanbeveling voor de invoer

Het bewijs van de betaling van de invoerrechten

Andere relevante documenten (inclusief Cites-vergunningen) voor houtsoorten waarvoor handelsbeperkingen gelden

Bewijs van gebruik van ingevoerd hout

2.1.3.  De bedrijfseenheden passen een traceringssysteem toe en werken binnen de toegestane productieniveaus

Aantekening: geldt niet voor opslagplaatsen en geregistreerd hout van niet-producenten

De turfstaten over het gebruik van grondstoffen en de productieomvang

Aantekening: geldt niet voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven

Besluit 41/2008 van de minister van Industrie

Besluit P.30/2012 van de minister van Bosbouw

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.55/2014 van de minister van Bosbouw

De productieverslagen over de verwerkte producten

De productie van de bedrijfseenheid is niet groter dan de toegestane productiecapaciteit

Aantekening: geldt niet voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven

Segregatie/scheiding van de geproduceerde producten van in beslag genomen hout

2.1.4.  Het productieproces met een derde (een ander bedrijf of ambachtslieden/kleinschalige bedrijven) maakt tracering van het hout mogelijk

Aantekening: geldt niet voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven, opslagplaatsen en geregistreerd hout van niet-producenten

Certificaat van wettigheid (S-LK) of conformiteitsverklaring van de leverancier (DKP)

Besluit P.48/2006 van de minister van Bosbouw

Besluit 36/2007 van de minister van Handel

Besluit 41/2008 van de minister van Industrie

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.55/2014 van de minister van Bosbouw

Dienstenovereenkomst voor de verwerking van de producten met een derde partij

Een verklaring over de grondstof

Segregatie/scheiding van de geproduceerde producten

Documentatie over de grondstoffen, het productieproces en, indien van toepassing, over de uitvoer wanneer de uitvoer plaatsvindt op basis van een dienstenovereenkomst met een ander bedrijf.

K2.2  Vervoer van verwerkte houtproducten van de leverancier naar niet-producerende geregistreerde exporteurs

2.2.1  De bedrijfseenheden kunnen aantonen dat de verworven producten afkomstig zijn uit legale bronnen

Producten worden gekocht van geregistreerde partnerbedrijven (niet-ETPIK) die beschikken over een certificaat van wettigheid (S-LK) of over een conformiteitsverklaring van de leverancier (DKP).

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

Vervoersdocument

De documenten/verslagen over wijzigingen in de voorraad producten

3.

P3.  De wettigheid van de handel of de wijziging van de eigendom van het hout

K3.1  De handel in of het vervoer van houtproducten op de binnenlandse markt voldoet aan de geldende wet- en regelgeving

Aantekening: geldt niet voor niet-producerende geregistreerde importeurs

3.1.1.  De handel in of het vervoer van hout op de binnenlandse markt dat vergezeld gaat van een vervoersdocument

Vervoersdocument

Gezamenlijk Besluit van de minister van Bosbouw (22/2003), de minister van Vervoer (KM3/2003) en de minister van Industrie en Handel (33/2003)

Besluit P.30/2012 van de minister van Bosbouw

Besluit P.41/2014 van de minister van Bosbouw

Besluit P.42/2014 van de minister van Bosbouw

K3.2  De verzending van verwerkt hout voor de uitvoer voldoet aan de geldende wet- en regelgeving

Aantekening: geldt niet voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven en opslagplaatsen

3.2.1.  De verzending van verwerkt hout voor de uitvoer met de uitvoeraangifte (PEB)

Producten voor uitvoer

Wet nr. 17/2006 (Douane)

Presidentieel Besluit 43/1978

Besluit 447/2003 van de minister van Bosbouw

Besluit 223/2008 van de minister van Financiën

Besluit P-40/2008 van het directoraat-generaal Douane

Besluit P-06/2009 van het directoraat-generaal Douane

Besluit P.50/2013 van de minister van Handel

Besluit P.97/2014 van de minister van Handel

De uitvoeraangifte (PEB)

De paklijst

De factuur

De vrachtbrief

De uitvoervergunningen (V-Legal)

De resultaten van de technische controle (deskundigenverslag) voor producten waarvoor de technische controle verplicht is

Het bewijs van de betaling van de uitvoerrechten, indien van toepassing

Andere relevante documenten (inclusief Cites-vergunningen) voor houtsoorten waarvoor handelsbeperkingen gelden

K.3.3  Naleving van de V-Legal-markering

3.3.1  Uitvoering van de V-Legal-markering

De V-Legal-markering wordt dienovereenkomstig toegepast

Besluit P.43/2014 van de minister van Bosbouw

4.

P4.  Naleving van arbeidsregelgeving in de houtverwerkende sector

K.4.1  Naleving van vereisten op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

4.1.1.  Beschikbaarheid en uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

De procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

of

In het geval van ambachtslieden/kleinschalige bedrijven: EHBO- en veiligheidsuitrusting

Regeringsbesluit PP.50/2012

Besluit 8/2010 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Besluit 609/2012 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

Uitvoering van de procedures op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk

Verslagen van ongevallen

Aantekening: geldt niet voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven

K.4.2  Eerbiediging van de rechten van werknemers

Aantekening: geldt niet voor ambachtslieden/kleinschalige bedrijven

4.2.1.  Vrijheid van vereniging voor werknemers

Een vakorganisatie of bedrijfsbeleid dat werknemers toestaat een vakorganisatie op te richten of deel te nemen aan vakorganisatieactiviteiten

Besluit 16/2001 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

4.2.2.  Aanwezigheid van een collectieve arbeidsovereenkomst of bedrijfsbeleid inzake de rechten van werknemers

Aanwezigheid van een collectieve arbeidsovereenkomst of documenten m.b.t. bedrijfsbeleid inzake de rechten van werknemers

Wet nr. 13/2003

Besluit 16/2011 van de minister van Werkgelegenheid en Transmigratie

4.2.3.  Het bedrijf stelt geen minderjarigen te werk

Er zijn geen minderjarige werknemers

Wet nr. 23/2002

Wet nr. 13/2003

▼B

BIJLAGE III

VOORWAARDEN OM UIT INDONESIË UITGEVOERDE HOUTPRODUCTEN MET EEN FLEGT-VERGUNNING IN DE UNIE IN HET VRIJE VERKEER TE BRENGEN

1.   AANBIEDEN VAN DE VERGUNNING

1.1. De vergunning wordt aangeboden bij de bevoegde instantie van de lidstaat van de Unie waar de in de desbetreffende vergunning bedoelde lading wordt aangegeven om in het vrije verkeer te worden gebracht. Dit kan via elektronische weg of op een andere snelle manier gebeuren.

1.2. Een vergunning wordt aanvaard wanneer zij voldoet aan alle voorschriften van bijlage IV en nadere controle als bedoeld in de secties 3, 4 en 5 van deze bijlage niet noodzakelijk wordt geacht.

1.3. Een vergunning mag worden aangeboden vóór aankomst van de lading waarop zij betrekking heeft.

2.   AANVAARDEN VAN DE VERGUNNING

2.1. Vergunningen die niet voldoen aan de eisen en specificaties van bijlage IV, zijn ongeldig.

2.2. Doorhalingen of wijzigingen in een vergunning worden slechts aanvaard als zij door de vergunningverlenende autoriteit zijn gevalideerd.

2.3. Een vergunning wordt als nietig beschouwd wanneer zij wordt aangeboden aan de bevoegde autoriteit na de in de vergunning vermelde vervaldatum. Verlenging van de geldigheid van een vergunning wordt slechts aanvaard als die verlenging door de vergunningverlenende autoriteit is gevalideerd.

2.4. Een duplicaat of vervangende vergunning wordt slechts aanvaard als zij door de vergunningverlenende autoriteit is afgegeven en gevalideerd.

2.5. Indien nadere informatie over de vergunning of over de lading vereist is, wordt de vergunning, overeenkomstig deze bijlage, pas aanvaard wanneer de vereiste informatie is ontvangen.

2.6. Indien het volume of het gewicht van de houtproducten in de voor toelating tot het vrije verkeer aangeboden lading met niet meer dan 10 % afwijkt van het volume of het gewicht dat in de desbetreffende vergunning is opgegeven, wordt de lading geacht in overeenstemming te zijn met de in de vergunning verstrekte informatie over het volume of gewicht.

2.7. De bevoegde autoriteit informeert de douaneautoriteiten overeenkomstig de geldende wetgeving en procedures zodra een vergunning is aanvaard.

3.   CONTROLE VAN DE GELDIGHEID EN ECHTHEID VAN DE VERGUNNING

3.1. Bij twijfel over de geldigheid of echtheid van een vergunning, een duplicaat of vervangende vergunning kan de bevoegde autoriteit aanvullende informatie opvragen bij het informatiepunt inzake vergunningen.

3.2. Het informatiepunt inzake vergunningen kan de bevoegde autoriteit verzoeken een kopie van de vergunning in kwestie toe te zenden.

3.3. Indien nodig trekt de vergunningverlenende autoriteit de vergunning in en geeft zij een gecorrigeerd exemplaar af, dat wordt gevalideerd met het stempel „Duplicate” en wordt toegezonden aan de bevoegde autoriteit.

3.4. Indien de bevoegde autoriteit binnen 21 kalenderdagen na het verzoek om aanvullende informatie geen antwoord van het informatiepunt inzake vergunningen heeft ontvangen, als bedoeld in artikel 3, lid 1, van deze bijlage, aanvaardt de bevoegde autoriteit de vergunning niet en handelt zij overeenkomstig de geldende wetgeving en procedures.

3.5. Als de vergunning wel geldig is, stelt het informatiepunt inzake vergunningen de bevoegde autoriteit daarvan onverwijld in kennis, bij voorkeur langs elektronische weg. De exemplaren die worden teruggezonden, worden gevalideerd met het stempel „Validated on”.

3.6. Als uit aanvullende informatie en verder onderzoek blijkt dat de vergunning niet geldig of echt is, aanvaardt de bevoegde autoriteit de vergunning niet en handelt zij overeenkomstig de geldende wetgeving en procedures.

4.   CONTROLE VAN DE OVEREENSTEMMING TUSSEN DE VERGUNNING EN DE LADING

4.1. Indien nader onderzoek van de lading noodzakelijk wordt geacht voordat de bevoegde autoriteiten kunnen besluiten of een vergunning wordt aanvaard, kunnen controles worden uitgevoerd om vast te stellen of de desbetreffende lading overeenkomt met de in de vergunning opgenomen informatie en/of met de gegevens van de vergunningverlenende autoriteit over de vergunning.

4.2. In geval van twijfel over de overeenstemming van de lading met de vergunning kan de betrokken bevoegde autoriteit nadere informatie opvragen bij het informatiepunt inzake vergunningen.

4.3. Het informatiepunt inzake vergunningen kan de bevoegde autoriteit verzoeken een kopie van de vergunning of de vervangende vergunning in kwestie toe te zenden.

4.4. Indien nodig trekt de vergunningverlenende autoriteit de vergunning in en geeft zij een gecorrigeerd exemplaar af, dat moeten worden gevalideerd met het stempel „Duplicate” en toegezonden aan de bevoegde autoriteit.

4.5. Indien de bevoegde autoriteit binnen 21 kalenderdagen na het verzoek om aanvullende informatie geen antwoord heeft ontvangen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, aanvaardt de bevoegde autoriteit de vergunning niet en handelt zij overeenkomstig de geldende wetgeving en procedures.

4.6. Als uit aanvullende informatie en verder onderzoek blijkt dat de lading in kwestie niet overeenkomt met de vergunning en/of de gegevens van de vergunningverlenende autoriteit over de vergunning, aanvaardt de bevoegde autoriteit de vergunning niet en handelt zij overeenkomstig de geldende wetgeving en procedures.

5.   OVERIGE BEPALINGEN

5.1. Onkosten die bij de controle worden gemaakt, komen ten laste van de importeur, tenzij anders bepaald in de relevante wetgeving en procedures van de betrokken lidstaat van de Unie.

5.2. Indien stelselmatig meningsverschillen of moeilijkheden ontstaan bij de controle van vergunningen, kan de zaak worden voorgelegd aan het gemengd comité.

6.   DOUANEAANGIFTE IN DE EU

6.1. Het nummer van de vergunning voor de houtproducten die worden aangegeven om in het vrije verkeer te worden gebracht, moet worden opgegeven in vak 44 van het enig administratief document waarop de douaneaangifte wordt gedaan.

6.2. Indien de douaneaangifte digitaal wordt gedaan (papierloze aangifte), moet dit nummer in het juiste vak worden opgegeven.

7.   IN HET VRIJE VERKEER BRENGEN

7.1. Ladingen houtproducten worden pas vrijgegeven voor het vrije verkeer na voltooiing van de in artikel 2, lid 7, omschreven procedure.

BIJLAGE IV

VOORSCHRIFTEN EN TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR FLEGT-VERGUNNINGEN

1.   ALGEMENE VOORSCHRIFTEN VOOR FLEGT-VERGUNNINGEN

1.1. Een FLEGT-vergunning kan op papier of in elektronische vorm worden afgegeven.

1.2. Zowel de papieren als de elektronische versie bevat de gegevens van aanhangsel 1, overeenkomstig de toelichting van aanhangsel 2.

1.3. Een FLEGT-vergunning wordt zodanig genummerd dat de partijen onderscheid kunnen maken tussen een FLEGT-vergunning voor ladingen die als bestemming markten in de Unie hebben en een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal Document) voor ladingen die als bestemming markten buiten de Unie hebben.

1.4. De geldigheid van een FLEGT-vergunning gaat in op de dag waarop zij wordt afgegeven.

1.5. Een FLEGT-vergunning is ten hoogste vier maanden geldig. De vervaldatum wordt op de vergunning vermeld.

1.6. Wanneer een FLEGT-vergunning is vervallen, wordt zij als nietig beschouwd. In geval van overmacht of andere geldige oorzaken waarop de vergunninghouder geen invloed heeft, kan de vergunningverlenende autoriteit de geldigheidsduur met twee maanden verlengen. Indien de vergunningverlenende autoriteit een dergelijke verlenging toestaat, voegt zij de nieuwe vervaldatum aan de vergunning toe en valideert zij deze nieuwe vervaldatum.

1.7. Bij verlies of vernietiging van de houtproducten waarvoor de FLEGT-vergunning is afgegeven vóór hun aankomst in de Unie, vervalt de vergunning en moet zij worden teruggezonden aan de vergunningverlenende autoriteit.

2.   TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR PAPIEREN FLEGT-VERGUNNINGEN

2.1. Voor papieren vergunningen geldt het model van aanhangsel 1.

2.2. Het papier is van standaard A4-formaat. Het papier is voorzien van watermerken met een logo dat in aanvulling op het zegel in reliëf in het papier wordt aangebracht.

2.3. Een FLEGT-vergunning wordt met de schrijfmachine of de computer ingevuld. Indien nodig kan de vergunning ook met de hand worden ingevuld.

2.4. Voor het stempelen maakt de vergunningverlenende autoriteit gebruik van een stempel. Het stempel van de vergunningverlenende autoriteit kan echter worden vervangen door een droogstempel of door perforatie verkregen letters of cijfers.

2.5. De vergunningverlenende autoriteit vermeldt de toegewezen hoeveelheid op zodanige wijze dat geen vervalsing mogelijk is en geen cijfers of tekens kunnen worden toegevoegd.

2.6. Het formulier mag geen doorhalingen of wijzigingen bevatten, tenzij deze zijn gevalideerd door middel van het stempel en de handtekening van de vergunningverlenende autoriteit.

2.7. Een FLEGT-vergunning wordt gedrukt en ingevuld in het Engels.

3.   AANTAL EXEMPLAREN VAN FLEGT-VERGUNNINGEN

3.1. Een FLEGT-vergunning wordt in zevenvoud opgesteld, als volgt:

i. een exemplaar op wit papier met de aanduiding „Original” voor de bevoegde autoriteit,

ii. een exemplaar op geel papier met de aanduiding „Copy for Customs at destination”,

iii. een exemplaar op wit papier met de aanduiding „Copy for the Importer”,

iv. een exemplaar op wit papier met de aanduiding „Copy for the Licensing Authority”,

v. een exemplaar op wit papier met de aanduiding „Copy for the Licensee”,

vi. een exemplaar op wit papier met de aanduiding „Copy for the Licence Information Unit”,

vii. een exemplaar op wit papier met de aanduiding „Copy for the Indonesian Customs”.

3.2. De exemplaren met de aanduiding „Original”, „Copy for Customs at destination” en „Copy for the Importer” worden verstrekt aan de vergunninghouder, die ze naar de importeur verzendt. De importeur biedt het origineel aan bij de bevoegde autoriteit en de kopie bij de douaneautoriteit van de lidstaat van de Unie waar de lading waarvoor de vergunning is afgegeven, wordt aangegeven om in het vrije verkeer te worden gebracht. Het derde exemplaar met de aanduiding „Copy for the Importer” wordt door de importeur bewaard voor archivering.

3.3. Het vierde exemplaar met de aanduiding „Copy for the Licensing Authority” wordt door de vergunningverlenende autoriteit bewaard voor archivering en eventuele toekomstige controle van afgegeven vergunningen.

3.4. Het vijfde exemplaar met de aanduiding „Copy for the Licensee” wordt verstrekt aan de vergunninghouder voor archivering.

3.5. Het zesde exemplaar met de aanduiding „Copy for the Licence Information Unit” wordt verstrekt aan het informatiepunt inzake vergunningen voor archivering.

3.6. Het zevende exemplaar met de aanduiding „Copy for Indonesian Customs” wordt verstrekt aan de Indonesische douane voor uitvoerdoeleinden.

4.   VERLIES, DIEFSTAL OF VERNIETIGING VAN EEN FLEGT-VERGUNNING

4.1. Bij verlies, diefstal of vernietiging van het exemplaar met de aanduiding „Original” of het exemplaar met de aanduiding „Copy for Customs at destination” of beide, kan de vergunninghouder of de gemachtigde vertegenwoordiger van de vergunninghouder bij de vergunningverlenende autoriteit een verzoek tot afgifte van een duplicaat indienen. De vergunninghouder of de gemachtigde vertegenwoordiger van de vergunninghouder vergezelt zijn verzoek van een verklaring voor het verlies van het origineel en/of de kopie.

4.2. Indien de verklaring tevredenstellend is, verstrekt de vergunningverlenende autoriteit binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek van de vergunninghouder een duplicaat van de vergunning af.

4.3. Op het duplicaat worden alle gegevens vermeld die ook op het origineel stonden, inclusief het nummer van de vergunning, alsook de aanduiding „Replacement licence”.

4.4. Als de verloren of gestolen vergunning wordt teruggevonden, mag deze niet worden gebruikt, maar moet zij worden teruggestuurd naar de vergunningverlenende autoriteit.

5.   TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR DIGITALE FLEGT-VERGUNNINGEN

5.1. De FLEGT-vergunning kan digitaal worden afgegeven en gebruikt.

5.2. Aan de lidstaten van de Unie die niet op het digitale systeem zijn aangesloten, wordt een papieren vergunning verstrekt.

Aanhangsels

1. Model voor de vergunning

2. Toelichting

Aanhangsel 1

MODEL VOOR DE VERGUNNING

image

Aanhangsel 2

TOELICHTING

Algemeen:

 Invullen in hoofdletters.

 Eventuele ISO-codes hebben betrekking op de internationale norm die bestaat uit een tweelettercode voor elk land.

 Vak 2 mag alleen worden gebruikt door de Indonesische autoriteiten.

 Kopjes A en B mogen alleen worden gebruikt voor de afgifte van FLEGT-vergunningen voor de EU.



Kopje A

Bestemming

Vul „European Union” in als de vergunning betrekking heeft op een lading die als bestemming de Europese Unie heeft.

Kopje B

FLEGT-vergunning

Vul „FLEGT” in als de vergunning betrekking heeft op een lading die als bestemming de Europese Unie heeft.



Vak 1

Issuing authority (vergunningverlenende autoriteit)

Vermeld naam, adres en het registratienummer van de vergunningverlenende autoriteit.

Vak 2

Information for use by Indonesia (informatie voor gebruik door Indonesië)

Vermeld naam en adres van de importeur, de totale waarde (in USD) van de lading alsmede de naam en de uit twee letters bestaande ISO-code van het land van bestemming en, indien van toepassing, het doorvoerland.

Vak 3

V-Legal/licence number (nummer van V-Legal Document/vergunning)

Vermeld het afgiftenummer.

Vak 4

Date of expiry (vervaldatum)

De geldigheidsduur van de vergunning.

Vak 5

Country of export (land van uitvoer)

Dit is het partnerland van waaruit de houtproducten naar de EU zijn uitgevoerd.

Vak 6

ISO code (ISO-code)

Vermeld de uit twee letters bestaande ISO-code van het in vak 5 vermelde partnerland.

Vak 7

Means of transport (vervoermiddel)

Vermeld het vervoermiddel op de plaats van uitvoer.

Vak 8

Licensee (vergunninghouder)

Vermeld naam en adres van de exporteur, met inbegrip van diens ETPIK-nummer en belastingregistratienummer.

Vak 9

Commercial Description (handelsbenaming)

Vermeld de handelsbenaming van het/de houtproduct(en). Deze moet voldoende gedetailleerd zijn om GS-classificatie mogelijk te maken.

Vak 10

HS code (GS-code)

Vermeld bij exemplaren met de aanduiding „Original”, „Copy for Customs at destination” en „Copy for Importer” de vier- of zescijferige goederencode zoals vastgesteld in het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen. Vermeld bij exemplaren voor gebruik in Indonesië (exemplaren (iv) t/m (vii) overeenkomstig artikel 3, lid 1, van bijlage IV) de tiencijferige goederencode overeenkomstig het Indonesische douanetarievenboek.

Vak 11

Common and scientific names (gangbare en wetenschappelijke benaming)

Vermeld de gangbare en de wetenschappelijke naam van de houtsoort die in het product wordt gebruikt. Gebruik een aparte regel voor iedere soort hout die wordt gebruikt in een samengesteld product. Mag weggelaten worden indien een samengesteld product of onderdeel diverse soorten bevat waarvan de identiteit niet meer achterhaald kan worden (bv. spaanplaat).

Vak 12

Countries of harvest (landen waar het hout werd gekapt)

Vermeld de landen waar de in vak 10 opgegeven houtsoorten zijn gekapt. Doe dit bij een samengesteld product voor alle gebruikte houtsoorten. Mag weggelaten worden indien een samengesteld product of onderdeel diverse soorten bevat waarvan de identiteit niet meer achterhaald kan worden (bv. spaanplaat).

Vak 13

ISO codes (ISO-codes)

Vermeld hier de ISO-code van de in vak 12 opgegeven landen. Mag weggelaten worden indien een samengesteld product of onderdeel diverse soorten bevat waarvan de identiteit niet meer achterhaald kan worden (bv. spaanplaat).

Vak 14

Volume (m3)

Vermeld het totale volume in m3. Mag weggelaten worden als vak 15 is ingevuld.

Vak 15

Net weight (kg) (Nettogewicht (kg))

Vermeld het totale gewicht in kg van de lading ten tijde van de weging. Dit is de nettomassa van de houtproducten zonder containers of verpakkingen, uitgezonderd tussenschotten, dwarsbalken, stickers enz.

Vak 16

Number of units (aantal eenheden)

Vermeld het aantal eenheden, indien een vervaardigd product op die manier het best kan worden gekwantificeerd. Mag weggelaten worden.

Vak 17

Distinguishing marks (bijzondere kenmerken)

Vermeld de streepjescode en eventuele bijzondere kenmerken, bv. partijnummer of nummer van het vervoersdocument. Mag weggelaten worden.

Vak 18

Signature and stamp of issuing authority (handtekening en stempel van de vergunningverlenende autoriteit)

Dit vak wordt ondertekend door de bevoegde ambtenaar en voorzien van het officiële stempel van de vergunningverlenende autoriteit. Ook moeten de naam van de ondertekenaar, de plaats en de datum worden vermeld.

▼M1

BIJLAGE V

INDONESISCH SYSTEEM TER WAARBORGING VAN DE WETTIGHEID VAN HOUT EN HOUTPRODUCTEN

1.    Inleiding

Doel: de zekerheid verschaffen dat wordt voldaan aan alle relevante wet- en regelgeving van Indonesië inzake het kappen, vervoeren, verwerken en verkopen van rondhout en verwerkte houtproducten.

Indonesië, bekend om zijn baanbrekende rol in de strijd tegen de illegale houtkap en de handel in illegaal gekapt hout en producten daarvan, trad op als gastheer voor de Oost-Aziatische Ministeriële Conferentie inzake wetshandhaving en governance in de bosbouw (Forest Law Enforcement and Governance, FLEG), die in september 2001 werd gehouden op Bali en resulteerde in de „Verklaring inzake wetshandhaving en governance in de bosbouw” (de Verklaring van Bali). Nog steeds speelt Indonesië een vooraanstaande rol in de internationale samenwerking ter bestrijding van de illegale houtkap en de daarmee verband houdende handel.

Als onderdeel van de internationale inspanningen om deze problemen aan te pakken, verbinden steeds meer houtverbruikende landen zich ertoe maatregelen te treffen ter voorkoming van de handel in illegaal hout op hun markten en verbinden houtproducerende landen zich ertoe een mechanisme in te stellen dat ervoor moet zorgen dat hun houtproducten op wettige wijze zijn geproduceerd. Het is van groot belang dat er een geloofwaardig systeem in het leven wordt geroepen ter waarborging van de wettigheid van het kappen, vervoeren, verwerken en verhandelen van hout en verwerkte houtproducten.

Het Indonesische systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten (Timber Legality Assurance System, TLAS) garandeert dat hout en houtproducten die in Indonesië worden geproduceerd en verwerkt, afkomstig zijn uit legale bronnen en volledig voldoen aan de relevante wet- en regelgeving van Indonesië, zoals gecontroleerd door middel van onafhankelijke audits en onder toezicht van maatschappelijke organisaties.

1.1.   Indonesische wet- en regelgeving waarop het TLAS is gebaseerd

Het TLAS is ingesteld bij het Indonesische overheidsbesluit inzake de „Normen en richtsnoeren voor de beoordeling van de prestaties van duurzaam bosbeheer en de controle van de rechtmatigheid van hout in staats- en particuliere bossen” (Besluit van de minister van Bosbouw P.38/Menhut-II/2009). Het TLAS omvat ook de Indonesische duurzaamheidsregeling en heeft tot doel de governance in de bosbouwsector te verbeteren, de illegale houtkap en de daarmee verband houdende handel een halt toe te roepen en de geloofwaardigheid en het image van de Indonesische houtproducten te versterken.

Het TLAS omvat de volgende onderdelen:

1. wettigheidsnormen;

2. toezicht op de toeleveringsketen;

3. controleprocedures;

4. vergunningensysteem;

5. toezicht.

Het TLAS vormt de grondslag die garandeert dat hout en houtproducten die in Indonesië worden geproduceerd en naar de Unie en andere markten worden uitgevoerd, op rechtmatige wijze zijn verkregen.

1.2.   De ontwikkeling van het TLAS: een proces met vele belanghebbenden

Sinds 2003 zijn zeer uiteenlopende belanghebbenden in de Indonesische bosbouw actief betrokken bij de ontwikkeling, uitvoering en beoordeling van het TLAS. Dit komt het toezicht, de transparantie en de geloofwaardigheid van het proces ten goede. In 2009 heeft dit proces met vele belanghebbenden geleid tot de uitvaardiging van Besluit P.38/Menhut-II/2009 van de minister van Bosbouw, gevolgd door de Technische Richtsnoeren nr. 6/VI-SET/2009 en nr. 02/VI-BPPHH/2010 van het directoraat-generaal Bosexploitatie, die zijn herzien door de Besluiten P.68/Menhut-II/2001, P.45/Menhut-II/2012 en P.42/Menhut-II/2013 van de minister van Bosbouw en door de Technische Richtsnoeren P.8/VI-SET/2011 en P.8/VI-BPPHH/2012 van het directoraat-generaal Bosexploitatie.

De regelgeving is via een proces met vele belanghebbenden opnieuw herzien, op basis van de lessen die werden getrokken uit de oorspronkelijke uitvoering van het TLAS, de resultaten van de gezamenlijke beoordeling overeenkomstig bijlage VIII bij deze overeenkomst en de aanbevelingen van diverse belanghebbenden, wat in juni 2014 resulteerde in Besluit P.43/Menhut-II/2014 van de minister van Bosbouw en in december 2014 in Besluit P.95/Menhut-II/2014, in december 2014 gevolgd door Technisch Richtsnoer P.14/VI-BPPHH/2014 en in januari 2015 door Technisch Richtsnoer P.1/VI-BPPHH/2015 van het directoraat-generaal Bosexploitatie (hierna „de TLAS-richtsnoeren” genoemd).

Het proces van overleg met alle belanghebbenden wordt tijdens de uitvoering van het TLAS voortgezet.

2.    Toepassingsgebied van het TLAS

Naar eigendomsvorm kunnen de productiebossen van Indonesië worden onderverdeeld in twee categorieën: staatsbossen en particuliere bossen/gronden. De staatsbossen bestaan uit productiebossen voor duurzame langetermijnhoutproductie op basis van verschillende soorten vergunningen en bosgebieden die kunnen worden ontgonnen voor andere toepassingen dan bosbouw, zoals de bouw van woningen en de aanleg van plantages voor de landbouw. De toepassing van het TLAS op staatsbossen en particuliere bossen of gronden wordt beschreven in bijlage II.

Het TLAS heeft betrekking op alle soorten vergunningen voor de productie van hout en houtproducten alsmede alle werkzaamheden van alle houthandelaren, houtverwerkers, exporteurs en importeurs.

Het TLAS is van toepassing op houtproducten die als bestemming binnenlandse en buitenlandse markten hebben. Van alle Indonesische producenten, verwerkers en handelaren wordt de wettigheid gecontroleerd, met inbegrip van producenten, verwerkers en handelaren die leveren aan de binnenlandse markt.

Volgens het TLAS moeten hout en houtproducten die worden ingevoerd, worden ingeklaard en voldoen aan de Indonesische invoerregelingen. Volgens die regelingen moeten hout en houtproducten die worden ingevoerd, vergezeld gaan van documenten en andere bewijsstukken die garanties bieden ten aanzien van de wettigheid van het hout in het land waar het is gekapt. Al het hout dat en alle houtproducten die in Indonesië worden ingevoerd, moeten deel uitmaken van een toeleveringsketen waarvan de controles alle relevante Indonesische regelgeving volledig naleven.

Bepaalde houtproducten kunnen gerecycled materiaal bevatten. In de wettigheidseisen en de TLAS-richtsnoeren zijn voor gerecycled hout specifieke wettigheidseisen beschreven.

In beslag genomen hout mag uitsluitend voor gebruik op de binnenlandse markt worden verkocht, met uitzondering van in beslag genomen hout dat in een beschermd bos is gekapt, dat moet namelijk worden vernietigd. Elk bedrijf dat in beslag genomen hout ontvangt, dient maatregelen te treffen om een onderscheid te maken tussen dat hout en andere voorraden en dient dat naar behoren mede te delen aan een conformiteitsbeoordelingsinstantie (CBI), die onverwijld een bijzondere audit uitvoert om te voorkomen dat dat hout in de toeleveringsketen voor de uitvoer terechtkomt. Voor in beslag genomen hout mag geen uitvoervergunning worden afgegeven.

Wijzigingen van de procedures voor de exploitatie en/of het beheer van hout uit traditionele bossen in het kader van de uitvoering van Besluit (MK) nr. 35/PUU-X/2012 van het constitutionele hof van Indonesië worden na de goedkeuring van de betrokken wetgeving doorgevoerd.

Hout en houtproducten in doorvoer worden strikt buiten de bekendgemaakte hoofddouanegebieden gehouden. Dergelijk hout in doorvoer komt dus niet in de hoofddouanegebieden en wordt bovendien niet opgenomen in de houttoeleveringsketens van Indonesië. Voor hout in doorvoer wordt geen uitvoervergunning afgegeven.

2.1.   De wettigheidsnormen van het TLAS

Het TLAS is gebaseerd op specifieke wettigheidsnormen voor hout, die alle soorten bronnen van hout (vergunningen en marktdeelnemers) en alle activiteiten van de marktdeelnemers bestrijken. Deze normen en de bijbehorende richtsnoeren voor de controle ervan worden beschreven in bijlage II.

Daarnaast maken ook de „Norm en richtsnoeren voor de beoordeling van de prestaties van duurzaam bosbeheer (SFM)” deel uit van het TLAS. Door middel van de beoordeling van de duurzaamheid van het bosbeheer volgens de norm voor duurzaam bosbeheer wordt tevens nagegaan of de gecontroleerde aan de relevante wettigheidscriteria van het TLAS voldoet. Vergunninghouders die productiebossen op staatsgrond (permanent bosgebied) exploiteren, moeten zich aan de relevante normen op het gebied van wettigheid en duurzaam bosbeheer houden. Zij kunnen ervoor kiezen om aanvankelijk enkel de wettigheidsnorm na te leven, maar uiterlijk tegen de datum waarop hun oorspronkelijke certificaat van wettigheid verstrijkt, dienen zij zowel de wettigheidsnormen als de normen voor de duurzaamheid van het bosbeheer na te leven.

3.    Controle van de houttoeleveringsketen

De vergunninghouder (bij concessies), de grondeigenaar (bij particuliere grond) of het bedrijf (bij handelaren, verwerkers en exporteurs) tonen aan dat elk knooppunt in de toeleveringsketen is gecontroleerd en gedocumenteerd overeenkomstig de Besluiten P.30/Menhut-II/2012, P.41/Menhut-II/2014 en P.42/Menhut-II/2014 van de minister van Bosbouw (hierna de „regelgeving” genoemd). Deze regelgeving verplicht bosbouwbeambten op provincie- en districtsniveau ertoe controles ter plaatse uit te voeren en de geldigheid te controleren van documenten die door vergunninghouders, grondeigenaren of verwerkers worden overgelegd bij elk knooppunt in de toeleveringsketen.

De voornaamste documenten voor de operationele controles op elk punt in de toeleveringsketen worden samengevat in diagram 1.

Alle zendingen in een toeleveringsketen moeten vergezeld gaan van relevante vervoersdocumenten die aangeven of het materiaal wordt gedekt door een geldig SVLK-certificaat, rechtmatig is door het gebruik van de conformiteitsverklaring van de leverancier (Supplier's Declaration of Conformity (SDoC)) of afkomstig is uit in beslag genomen bronnen. De eigenaar of bewaarder van ongeacht welke zending hout of houtproducten moet op elk punt van een bevoorradingsketen bijhouden of die zending SVLK-gecertificeerd is, rechtmatig is door het gebruik van de conformiteitsverklaring van de leverancier of afkomstig is uit een in beslag genomen bron. Indien een zending in beslag genomen hout bevat, moet de eigenaar of bewaarder van die zending een doeltreffend systeem invoeren om een onderscheid te maken tussen hout en houtproducten uit gecontroleerde legale bronnen en in beslag genomen hout of houtproducten en moet hij gegevens bijhouden die een onderscheid maken tussen die bronnen.

Marktdeelnemers in de toeleveringsketen moeten volledige gegevens bijhouden over het hout en de houtproducten die zijn ontvangen, opgeslagen, verwerkt en geleverd. Die gegevens moeten voldoende zijn om de afstemming van de kwantitatieve gegevens tussen en binnen de knooppunten van de toeleveringsketen mogelijk te maken. Deze gegevens worden ter beschikking gesteld van bosbouwbeambten op provincie- en districtsniveau, zodat zij de afstemming kunnen uitvoeren. De voornaamste activiteiten en procedures, met inbegrip van de afstemming, voor elk stadium van de toeleveringsketen en de rol van de CBI's bij de beoordeling van de integriteit van de toeleveringsketen worden toegelicht in het aanhangsel van deze bijlage.

Diagram 1

Controle van de toeleveringsketen met de voornaamste documenten die vereist zijn op elk punt in de toeleveringsketen waar afstemming van gegevens plaatsvindt

image

4.    Institutionele structuur voor de controle van de wettigheid en de afgifte van uitvoervergunningen

4.1.   Inleiding

Het Indonesische TLAS berust op een aanpak die „operator-based licensing” (afgifte van vergunningen op basis van marktdeelnemers) wordt genoemd en veel gemeen heeft met certificeringssystemen voor producten of bosbeheer. Het Indonesische Ministerie van Bosbouw belast een aantal conformiteitsbeoordelingsinstanties (Lembaga Penilai (LP's) en Lembaga Verifikasi (LV's)) met de controle van de wettigheid van de werkzaamheden van houtproducenten, -handelaren, -verwerkers en -exporteurs („marktdeelnemers”).

Deze conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI's) zijn erkend door de nationale accreditatie-instantie (KAN) van Indonesië. CBI's worden ingeschakeld door marktdeelnemers die hun werkzaamheden als wettig willen laten certificeren. CBI's moeten zich houden aan de ISO/IEC 17065-norm. Zij melden de uitkomst van de audits aan de gecontroleerde en het Ministerie van Bosbouw. Samenvattingen van verslagen worden openbaar gemaakt.

Een CBI controleert of de marktdeelnemer waarbij een audit van zijn werkzaamheden wordt uitgevoerd, voldoet aan de Indonesische definitie van wettigheid zoals bedoeld in bijlage II en doeltreffende maatregelen treft om materiaal uit onbekende bronnen uit zijn toeleveringsketens te weren. Wanneer wordt vastgesteld dat de gecontroleerde die in staatsbossen werkzaam is of een groot bedrijf (primair bedrijf met een capaciteit van meer dan 6 000 m3/jaar, secundair bedrijf met een investering van meer dan 500 miljoen IDR) voldoet aan de regelgeving, wordt een SVLK-certificaat van wettigheid met een geldigheidsduur van 3 (drie) jaar afgegeven. Tijdens die periode brengt de CBI jaarlijkse surveillancebezoeken om te controleren of nog steeds aan de regelgeving wordt voldaan. Voor gecontroleerden met een klein bedrijf (primair bedrijf met een capaciteit van minder dan 6 000 m3/jaar, secundair bedrijf met een investering van minder dan 500 miljoen IDR), bedraagt de geldigheidsduur van het certificaat van wettigheid 6 (zes) jaar, en 10 (tien) jaar voor marktdeelnemers die werkzaam zijn in particuliere bossen/op particuliere gronden. In die gevallen vinden de surveillancebezoeken van de CBI om de twee jaar (tweejaarlijks) plaats.

Marktdeelnemers die werkzaam zijn in particuliere bossen/op particuliere gronden, kleinschalige bedrijven, ambachtslieden, primaire bedrijven die uitsluitend hout van particuliere bossen of gronden verwerken en niet rechtstreeks kunnen uitvoeren, geregistreerde opslagplaatsen (voor de handel bestemd hout of verwerkt hout dat uitsluitend afkomstig is van particuliere bossen of gronden of van SVLK-gecertificeerde werkzaamheden van Perum Perhutani) en importeurs kunnen de conformiteitsverklaring van de leverancier gebruiken om de wettigheid van hun hout en houtproducten aan te tonen en worden daarom niet gecontroleerd door de CBI's (zie punt 5.3.).

LV's geven tevens uitvoervergunningen af. Zij controleren de geldigheid van het SVLK-certificaat en de uitvoerregistratie van de exporteur en de consistentie van de door de exporteur verstrekte gegevens (maandelijkse balansverslagen) vóór zij uitvoervergunningen in de vorm van gecontroleerde wettelijke documenten (V-Legal) of FLEGT-vergunningen afgeven. Uitvoer zonder uitvoervergunning van door bijlage I bestreken houtproducten is derhalve verboden. Voor uitvoer naar de Europese Unie die aan die voorwaarden voldoet, wordt een FLEGT-vergunning afgegeven, terwijl voor uitvoer naar andere bestemmingen gecontroleerde wettelijke documenten (V-Legal) worden afgegeven.

De TLAS-richtsnoeren stellen vast dat Indonesische maatschappelijke organisaties, individuen en gemeenschappen het recht hebben om ter plaatse toe te zien op de uitvoering van het TLAS. Dergelijke onafhankelijke toezichthouders mogen beoordelen of de werkzaamheden voldoen aan de eisen van de definitie van wettigheid en of de processen die verband houden met audits en de afgifte van vergunningen voldoen aan de eisen van het TLAS, en zij mogen klachten indienen bij CBI's, vergunningverlenende autoriteiten, de KAN en het Ministerie van Bosbouw.

Diagram 2

De verhouding tussen de verschillende instanties die betrokken zijn bij de uitvoering van het TLAS.

image

4.2.   Conformiteitsbeoordelingsinstanties en vergunningverlenende autoriteiten

De conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI's) spelen een belangrijke rol in het Indonesische systeem. Zij worden gemachtigd door het Ministerie van Bosbouw en gecontracteerd door afzonderlijke marktdeelnemers om de wettigheid van de productie, de verwerking en de handelsactiviteiten van afzonderlijke marktdeelnemers in de toeleveringsketen en de integriteit ervan te controleren.

Er zijn twee soorten CBI's: i) beoordelingsinstanties (Lembaga Penilai (LP's)), die de prestaties van bosbeheerseenheden in staatsbossen controleren aan de hand van de duurzaamheidsnormen en de eisen van de wettigheidsnorm; en ii) controle-instanties (Lembaga Verifikasi (LV's)), die bosbeheerseenheden, houtverwerkende bedrijven, handelaren en exporteurs controleren aan de hand van de wettigheidsnormen.

Teneinde ervoor te zorgen dat de audits aan de hand waarvan de wettigheidsnormen in bijlage II worden gecontroleerd aan de hoogste kwaliteitsnormen voldoen, dienen de LP's en de LV's de noodzakelijke beheersystemen te ontwikkelen voor de vereisten op het gebied van vaardigheden, consistentie, onpartijdigheid, transparantie en beoordeling die worden beschreven in ISO/IEC 17065. Deze vereisten worden omschreven in de TLAS-richtsnoeren. Deze conformiteitsbeoordelingsinstanties (CBI's) zijn erkend door de nationale accreditatie-instantie (KAN) van Indonesië.

LV's kunnen ook vergunningen afgeven. In dat geval geven de LV's vergunningen af voor de uitvoer van houtproducten naar internationale markten. Voor markten buiten de Unie geven de vergunningverlenende autoriteiten gecontroleerde wettelijke documenten (V-Legal) af en voor de markt van de Unie worden FLEGT-vergunningen afgegeven overeenkomstig de eisen in bijlage IV. Gedetailleerde procedures voor het gecontroleerde wettelijke document en de afgifte van FLEGT-vergunningen voor uitvoerzendingen zijn beschreven in de TLAS-richtsnoeren. LP's kunnen geen (uitvoer)vergunningen afgeven.

Alle auditeurs die voor CBI's of vergunningverlenende autoriteiten werken, moeten geregistreerd zijn en beschikken over een geldig certificaat van bekwaamheid van het Indonesische orgaan voor beroepscertificering (Lembaga Sertifikasi Profesi (LSP)). Het LSP beoordeelt elk vermeend geval van wangedrag van een auditeur dat hem ter kennis wordt gebracht en kan het certificaat van bekwaamheid van die auditeur intrekken.

4.3.   Accreditatie-instantie

De nationale accreditatie-instantie (Komite Akreditasi Nasional (KAN)) van Indonesië is een onafhankelijke instantie die bij Overheidsbesluit (Peraturan Pemerintah (PP)) 102/2000 inzake nationale normering en Presidentieel Besluit (Keputusan Presiden/Keppres) 78/2001 inzake het nationaal accreditatiecomité in het leven is geroepen. Zij laat zich bij haar werkzaamheden leiden door ISO/IEC 17011 (Algemene eisen voor accreditatie-instellingen die conformiteitsbeoordelingsinstanties accrediteren). Zij heeft voor het TLAS interne ondersteunende documenten opgesteld voor de accreditatie van LP's en LV's.

De KAN is internationaal erkend door de Pacific Accreditation Cooperation (PAC) en het International Accreditation Forum (IAF) en mag certificeringsinstanties accrediteren voor kwaliteitsbeheersystemen, milieubeheersystemen en productcertificering. De KAN is tevens erkend door de Asia Pacific Laboratory Accreditation Cooperation (APLAC) en de International Laboratory Accreditation Cooperation (ILAC).

Op 14 juli 2009 tekende de KAN een memorandum van overeenstemming met het Ministerie van Bosbouw met het oog op de beschikbaarstelling van accreditatieactiviteiten voor het TLAS. Daardoor is zij belast met de accreditatie van CBI's en moet zij nagaan of die aan de ISO/IEC 17065-norm blijven voldoen.

Alle belanghebbenden, inclusief marktdeelnemers en onafhankelijke toezichthouders, kunnen bij de KAN een klacht over de prestaties van een LP of een LV indienen.

4.4.   Gecontroleerden

Gecontroleerden zijn marktdeelnemers die verplicht zijn de wettigheid van hun werkzaamheden te laten controleren. Zij omvatten bosbeheerseenheden (concessiehouders of houders van een exploitatievergunning voor hout, vergunninghouders voor gemeenschaps- of dorpsbossen, particuliere bos-/grondeigenaren), geregistreerde houtopslagplaatsen, houtverwerkende bedrijven en niet-producerende geregistreerde exporteurs. Zowel de bosbeheerseenheden als de houtverwerkende bedrijven moeten voldoen aan de geldende wettigheidsnorm. Houtverwerkende bedrijven en niet-producerende geregistreerde exporteurs die hout en houtproducten uitvoeren, moeten voldoen aan de eisen voor uitvoervergunningen. Volgens het TLAS mogen gecontroleerden beroep instellen bij de LP of LV met betrekking tot de uitvoering of de resultaten van de audits.

4.5.   Onafhankelijke toezichthouder

Maatschappelijke organisaties spelen een vooraanstaande rol bij het onafhankelijke toezicht op het TLAS. Maatschappelijke organisaties, individuen en gemeenschappen die handelen als onafhankelijke toezichthouder hebben het recht om te oordelen en verslag uit te brengen over de naleving van de wettigheidseisen bij werkzaamheden en over activiteiten op het gebied van accreditering, controle en de afgifte van vergunningen. De bevindingen van een onafhankelijke toezichthouder kunnen ook worden gebruikt bij de periodieke evaluatie die vereist is op grond van deze overeenkomst (bijlage VI).

Bij onregelmatigheden in verband met de wettigheid van een marktdeelnemer worden klachten namens een onafhankelijke toezichthouder rechtstreeks voorgelegd aan de LP of LV in kwestie. Indien zij de reactie van de LP of LV op een klacht als onvoldoende beschouwen, kan een onafhankelijke toezichthouder een verslag indienen bij de KAN en de overheid. Bij klachten over de afgifte van uitvoervergunningen kan de onafhankelijke toezichthouder zijn klacht rechtstreeks bij de vergunningverlenende autoriteit of het Ministerie van Bosbouw indienen.

4.6.   De overheid

Het TLAS wordt geregeld door het Ministerie van Bosbouw (sinds oktober 2014 vormt het Ministerie van Bosbouw samen met het Ministerie van Milieu het Ministerie van Milieu en Bosbouw), dat de geaccrediteerde LP's machtigt om beoordelingen in het kader van het duurzaam bosbeheer uit te voeren en de LV's om de controle van de wettigheid uit te voeren.

Het Ministerie van Bosbouw machtigt de LV's eveneens om uitvoervergunningen (gecontroleerde wettelijke documenten (V-Legal) of FLEGT-vergunningen) af te geven.

Het Ministerie van Bosbouw heeft in een reeks richtsnoeren de eisen vastgesteld met betrekking tot activiteiten op het gebied van controle en de afgifte van vergunningen. Die richtsnoeren omvatten ook bepalingen voor de controle die het Ministerie van Bosbouw uitoefent op de door de LV's uitgevoerde controles en specificeren de procedures van het ministerie om de LV's te machtigen tot activiteiten op het gebied van de afgifte van vergunningen en om daarop toe te zien.

Bovendien richt het Ministerie van Bosbouw ad hoc een follow-upteam op dat elke gemelde schending met betrekking tot de afgifte van een certificaat van wettigheid en/of een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning per geval moet onderzoeken. De samenstelling van het follow-upteam hangt af van de aard van de gemelde schending. Het kan uit verschillende overheidsinstanties en actoren uit het maatschappelijk middenveld bestaan. Op basis van de bevindingen en de aanbevelingen van het follow-upteam kan het Ministerie van Bosbouw de vergunning van de CBI intrekken, waardoor haar activiteiten op het gebied van controle en de afgifte van vergunningen onmiddellijk worden beëindigd.

Indien de KAN besluit om de accreditatie van een CBI in te trekken (bijvoorbeeld als gevolg van de jaarlijkse surveillance van de CBI's door de KAN), trekt het Ministerie van Bosbouw de vergunning van die CBI ook onmiddellijk in. CBI's kunnen in beroep gaan tegen het besluit van de KAN, maar niet tegen dat van het ministerie.

Het Ministerie van Bosbouw regelt ook het informatiepunt inzake vergunningen, een eenheid voor het beheer van informatie die de geldigheid van informatie met betrekking tot de afgifte van gecontroleerde wettelijke documenten (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunningen controleert. Het informatiepunt inzake vergunningen is ook verantwoordelijk voor de algemene uitwisseling van informatie over het TLAS en ontvangt en bewaart relevante gegevens en informatie over de afgifte van certificaten van wettigheid en gecontroleerde wettelijke documenten (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunningen. Het antwoordt ook op vragen van bevoegde autoriteiten van handelspartners en belanghebbenden. Het informatiepunt inzake vergunningen beheert via zijn SILK-onlinesysteem ook het op zorgvuldigheidseisen gebaseerde aanbevelingsproces voor de invoer.

Daarnaast zijn een technische toezichthouder ter plaatse in dienst van de overheid (Wasganis) en een technische toezichthouder ter plaatse in dienst van bedrijven (Ganis) bij het Ministerie van Bosbouw geregistreerd. Een Wasganis is belast met het toezicht op en de controle van de meting van stamhout. Hij bekrachtigt ook de verplichte vervoersdocumenten en voert de afstemming van gegevens uit (zie het aanhangsel van deze bijlage voor meer details). Een Ganis bereidt de productie- en vervoersdocumenten van de gehele productie in de staatsbossen voor. Een Ganis kan de verplichte vervoersdocumenten ook bekrachtigen indien de Wasganis langer dan 48 uur afwezig is. Zowel een Wasganis als een Ganis is geregistreerd bij het Ministerie van Bosbouw. Zij worden jaarlijks door middel van een officieel onderzoek geëvalueerd door het Ministerie van Bosbouw.

5.    Controle van de wettigheid

5.1.   Inleiding

Indonesisch hout wordt als wettig beschouwd wanneer de herkomst en het productieproces alsook de verwerking, het vervoer en de handelsactiviteiten aantoonbaar voldoen aan alle geldende Indonesische wet- en regelgeving, zoals beschreven in bijlage II. CBI's voeren conformiteitsbeoordelingen uit om de naleving te controleren. Om de lasten te verminderen voor particuliere bosbezitters, handelaren en kleinschalige bedrijven/ambachtslieden die volledig afhankelijk zijn van hout uit bossen van particulieren/particulier gebruikte bossen (vergunning voor particuliere grond), mogen dergelijke marktdeelnemers in duidelijk omschreven gevallen een conformiteitsverklaring van de leverancier afgeven als alternatief voor het verkrijgen van een SVLK-certificaat (zie lid 5.2. voor meer details).

5.2.   De controle van de wettigheid door CBI's

Overeenkomstig ISO/IEC 17065 en de TLAS-richtsnoeren omvat de controle van de wettigheid de volgende stappen.

Aanvraag en opdrachtverstrekking: de marktdeelnemer dient bij de CBI een aanvraag in waarin het toepassingsgebied van de controle, het profiel van de marktdeelnemer en andere noodzakelijke informatie worden beschreven. Voordat kan worden begonnen met de controleactiviteiten leggen de marktdeelnemer en de CBI de voorwaarden voor de controle in een overeenkomst vast.

Controleplan: na ondertekening van de controleovereenkomst stelt de CBI een controleplan op, waarin onder meer het auditteam wordt aangewezen, het controleprogramma wordt beschreven en de activiteiten worden gepland. Het plan wordt medegedeeld aan de gecontroleerde, de relevante provinciale autoriteit voor bosbouw en andere relevante autoriteiten op provinciaal en regionaal niveau, en er wordt overeenstemming bereikt over de data van de controleactiviteiten. Deze informatie wordt van tevoren ter beschikking gesteld van de onafhankelijke toezichthouders en het publiek op de websites van de CBI's en via het Ministerie van Bosbouw en/of de massamedia of brieven.

Controleactiviteiten: de audit bestaat uit drie stappen: i) openingsbijeenkomst en coördinatie, ii) documentcontrole en inspectie ter plaatse, en iii) slotbijeenkomst.

 Openingsbijeenkomst en coördinatie: coördinatie met relevante diensten op regionaal, provinciaal en districtsniveau om hen te informeren over auditplannen en om via die diensten de eerste informatie te vergaren. De CBI kan ook informatie verstrekken aan en communiceren met relevante maatschappelijke organisaties om de eerste informatie aan te vullen. De CBI bespreekt het doel, het toepassingsgebied, de planning en de methodiek van de audit met de gecontroleerde tijdens de openingsbijeenkomst, zodat deze de gelegenheid heeft vragen te stellen over de manier waarop de controle wordt uitgevoerd en over de gebruikte methoden.

 Documentcontrole en inspectie ter plaatse: de CBI controleert de systemen en procedures alsmede de relevante documenten en gegevens van de gecontroleerde om bewijzen van naleving van de Indonesische eisen van het TLAS door de gecontroleerde te verzamelen. De CBI voert vervolgens controles ter plaatse uit om de naleving te controleren, onder meer door haar bevindingen te toetsen aan de bevindingen van officiële inspectieverslagen. De CBI controleert tevens het houttraceringssysteem van de gecontroleerde om na te gaan of al het hout dat in de toeleveringsketen terechtkomt aantoonbaar voldoet aan de wettigheidseisen.

 Slotbijeenkomst: de resultaten van de controle, met name met betrekking tot eventuele gevallen van niet-naleving die zijn geconstateerd, worden voorgelegd aan de gecontroleerde. De gecontroleerde krijgt de gelegenheid vragen te stellen over de resultaten van de controle en uitleg te verschaffen over het door de CBI gepresenteerde bewijsmateriaal.

Rapportage en besluitvorming: het auditteam stelt een controleverslag op, volgens een model van het Ministerie van Bosbouw. Het verslag, met een beschrijving van eventueel geconstateerde gevallen van niet-naleving en met het genomen besluit betreffende certificering, wordt binnen 14 kalenderdagen na de slotbijeenkomst met de gecontroleerde gedeeld en door de CBI bij het Ministerie van Bosbouw ingediend.

De bevindingen van het auditteam worden hoofdzakelijk gebruikt om het resultaat van de controle door de CBI te bepalen. De CBI neemt een besluit over de afgifte van een certificaat van wettigheid op grond van het controleverslag dat door het auditteam is opgesteld.

In geval van niet-naleving geeft de CBI geen certificaat van wettigheid af, waardoor wordt voorkomen dat het hout terechtkomt in de toeleveringsketen van gecontroleerd hout dat aan de wettelijke eisen voldoet. Zodra de regelgeving wordt nageleefd, kan de marktdeelnemer opnieuw een controleverzoek indienen.

Overtredingen die tijdens de controle door een CBI worden ontdekt, worden gemeld aan het Ministerie van Bosbouw en afgehandeld door de verantwoordelijke autoriteiten volgens de administratieve of gerechtelijke procedures. Als een marktdeelnemer ervan wordt verdacht de regels te overtreden, kunnen de autoriteiten op nationaal, provinciaal of districtsniveau besluiten om de activiteiten van de marktdeelnemer stop te zetten.

Afgifte van het certificaat van wettigheid en hercertificering: de CBI geeft een certificaat van wettigheid af als blijkt dat de gecontroleerde volledig voldoet aan alle indicatoren en verificatiepunten van de wettigheidsnorm, met inbegrip van de regels inzake de controle van de houttoeleveringsketen.

De CBI kan het Ministerie van Bosbouw op elk gewenst moment informatie verschaffen over afgegeven, gewijzigde, geschorste en ingetrokken certificaten, en brengt om de drie maanden een verslag uit. Het Ministerie van Bosbouw publiceert deze verslagen vervolgens op zijn website.

Naargelang het type vergunning waarover de gecontroleerde beschikt, is het certificaat van wettigheid drie tot tien jaar geldig, waarna de marktdeelnemer aan een hercertificeringsaudit wordt onderworpen. De hercertificering wordt uitgevoerd voordat het certificaat vervalt.

Surveillance: naargelang het type vergunning waarover de gecontroleerde beschikt, worden marktdeelnemers met een certificaat van wettigheid jaarlijks of tweejaarlijks gecontroleerd volgens de beginselen voor controleactiviteiten die hierboven zijn samengevat. Als het toepassingsgebied van de controle is uitgebreid, kan de CBI de surveillance ook eerder uitvoeren dan gepland.

Het surveillanceteam stelt een surveillanceverslag op. Een kopie van het verslag, met een beschrijving van eventueel geconstateerde gevallen van niet-naleving, wordt ingediend bij het Ministerie van Bosbouw. Wanneer gevallen van niet-naleving worden vastgesteld tijdens de surveillance, wordt het certificaat van wettigheid geschorst of ingetrokken.

Bijzondere audits: marktdeelnemers met een certificaat van wettigheid zijn verplicht aan de CBI eventuele ingrijpende veranderingen in eigendom, structuren, beheer en werkzaamheden te melden als die gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van de wettigheidscontroles tijdens de looptijd van het certificaat. De CBI kan bijzondere audits uitvoeren om klachten of geschillen te onderzoeken die door de onafhankelijke toezichthouders, overheidsinstanties of andere belanghebbenden zijn gemeld of bij ontvangst van het verslag van de marktdeelnemer over de wijzigingen die gevolgen hebben voor de kwaliteit van de wettigheidscontrole. CBI's voeren eveneens bijzondere audits uit indien de marktdeelnemer meldt dat hij voornemens is om in beslag genomen hout te verwerken.

5.3.   Controle van de wettigheid met behulp van een conformiteitsverklaring van de leverancier (Supplier's Declaration of Conformity (SDoC)) en interne controles

Een conformiteitsverklaring van de leverancier op basis van SNI/ISO 17050 is een in ISO/IEC 17000 vastgestelde „eigen verklaring”, dat wil zeggen attestering door de eerste partij dat na onderzoek is gebleken dat aan nader omschreven eisen wordt voldaan.

De SDoC kan worden gebruikt door: i) particuliere bosbezitters, ii) geregistreerde houtopslagplaatsen (enkel houtopslagplaatsen die uitsluitend hout ontvangen van particuliere bossen/gronden of SVLK-gecertificeerd hout van Perum Perhutani ontvangen), iii) kleinschalige bedrijven/ambachtslieden, iv) primaire en secundaire bedrijven die uitsluitend hout uit particuliere bossen/gronden verwerken en niet over een uitvoervergunning beschikken. De SDoC geldt voor a) hout afkomstig van particuliere bossen/gronden, b) hout afkomstig van regeneraties van wegbermen en begraafplaatsen, c) gerecycled hout/sloophout en d) ingevoerd hout of ingevoerde houtproducten.

De SDoC bevat informatie over de leverancier, de producten en hun afkomst, de vervoersdocumenten, de ontvanger van de producten en de datum van afgifte. Een door particuliere bosbezitters opgestelde SDoC omvat ook een eigendomsbewijs van de grond waarvan het hout afkomstig is. De SDoC wordt aan het overeenkomstig de regelgeving voor houtbeheer opgestelde vervoersdocument gehecht. De TLAS-richtsnoeren voorzien in gedetailleerde procedures voor de afgifte van een SDoC en gerelateerde controles.

De ontvanger van een door particuliere bosbezitters opgestelde SDoC voert vóór hij de koopovereenkomst tekent interne controles uit met betrekking tot de geldigheid van de in de SDoC te vermelden informatie, hij documenteert die controles en herhaalt ze na de ondertekening van de overeenkomst ten minste eenmaal per jaar. Met het oog op de traceerbaarheid van stamhout wordt de informatie in een door houtopslagplaatsen opgestelde SDoC om de drie maanden door de ontvanger ervan (primaire of secundaire bedrijven) gecontroleerd. CBI's controleren dat door middel van een onderzoek van de documenten tijdens een SVLK-audit bij de ontvanger, indien die ontvanger is gecertificeerd. Voorts kan het Ministerie van Bosbouw steekproefsgewijze inspecties uitvoeren die aan bevoegde derde partijen kunnen worden uitbesteed. Indien er aanwijzingen van fraude en onregelmatigheden zijn, kan het Ministerie van Bosbouw bijzondere inspecties uitvoeren bij de marktdeelnemer die de SDoC gebruikt.

Alle houtproducten die door een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) of FLEGT-vergunning worden bestreken, moeten afkomstig zijn van een toeleveringsketen met een SVLK-certificaat of een SDoC. Hout en houtproducten die door een SDoC worden bestreken, hebben geen rechtstreekse toegang tot de internationale markten. Een dergelijke toegang is enkel mogelijk via een SVLK-gecertificeerde marktdeelnemer.

5.4.   Controle van de wettigheid van ingevoerd hout en ingevoerde houtproducten

Besluit 78/M-DAG/PER/10/2014 van de minister van Handel stelt vast dat ingevoerd hout en ingevoerde houtproducten een bewijs van de wettigheid ervan in het land waar het is gekapt, vereisen. In dit verband wordt het model van de SDoC ook voor invoer gebruikt. Alleen geregistreerde importeurs (handelaren) en verwerkende marktdeelnemers kunnen hout en/of houtproducten invoeren in Indonesië. Die marktdeelnemers moeten met betrekking tot ingevoerd hout en/of ingevoerde houtproducten zorgvuldigheidseisen toepassen om het risico te minimaliseren dat illegaal hout in de Indonesische toeleveringsketen terechtkomt. Zij zijn verplicht om in het aangiftemodel informatie te verstrekken zoals de GS-codes van producten, de vrachtbrief, de landen waar het hout is gekapt, het land van oorsprong, een bewijs van de wettigheid van het hout en de haven van uitvoer. De procedures in het kader van de zorgvuldigheidseisen omvatten het verzamelen van gegevens, risicoanalyse en risicobeperking. De procedures worden uitgevoerd met behulp van het SILK-onlinesysteem van het Ministerie van Bosbouw. Na de beoordeling van elk door een marktdeelnemer uitgevoerd proces in het kader van de zorgvuldigheidseisen geeft het ministerie een aanbeveling voor de invoer af aan het Ministerie van Handel.

Tijdens audits bij de importeur onderzoeken CBI's de documenten van het toegepaste stelsel van zorgvuldigheidseisen. Gedetailleerde procedures voor het stelsel van zorgvuldigheidseisen en gerelateerde controles worden in de TLAS-richtsnoeren en in gerelateerde invoerregelingen verstrekt.

5.5.   Handhaving door de overheid

Het Ministerie van Bosbouw en de bosbouwbeambten op provincie- en districtsniveau zijn verantwoordelijk voor de controle van de houttoeleveringsketens en de gerelateerde documenten (bv. jaarlijkse werkplannen, kapverslagen, balansverslagen voor stamhout, vervoersdocumenten, balansverslagen over stamhout/ruwhout/afgeleide producten en turfstaten voor de productie). In geval van inconsistenties kunnen de bosbouwbeambten besluiten de controledocumenten niet goed te keuren, waardoor de werkzaamheden moeten worden geschorst.

Door de bosbouwbeambten of onafhankelijke toezichthouders geconstateerde overtredingen worden gemeld aan de CBI, die na verificatie van deze meldingen kan besluiten het toegekende certificaat van wettigheid te schorsen of in te trekken. Bosbouwbeambten kunnen passende vervolgacties uitvoeren overeenkomstig de regelgevingsprocedures.

Het Ministerie van Bosbouw ontvangt tevens kopieën van de door de CBI's uitgegeven controleverslagen, surveillanceverslagen en verslagen van bijzondere audits. Overtredingen die door de CBI's, bosbouwbeambten of onafhankelijke toezichthouders worden ontdekt, worden medegedeeld aan de betrokken actoren en afgehandeld volgens de administratieve of gerechtelijke procedures. Als een marktdeelnemer ervan wordt verdacht de regels te overtreden, kunnen de autoriteiten op nationaal, provinciaal of districtsniveau besluiten om de activiteiten van de marktdeelnemer te schorsen of stop te zetten. CBI's trekken de certificaten van wettigheid onmiddellijk in indien niet langer aan de eisen van de wettigheidsnorm wordt voldaan.

Het Ministerie van Bosbouw richt ad hoc een taskforce (follow-upteam) op die elke gemelde schending met betrekking tot de afgifte van een certificaat van wettigheid en/of een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning per geval moet onderzoeken.

6.    Afgifte van FLEGT-vergunningen

De Indonesische uitvoervergunning voor legale houtproducten wordt het gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) genoemd. Dat is een uitvoervergunning die bewijst dat de uitgevoerde houtproducten voldoen aan de eisen van de Indonesische wettigheidsnorm die in bijlage II wordt beschreven en afkomstig zijn van een toeleveringsketen die over toereikende controle-instrumenten beschikt om hout uit niet als legaal geverifieerde bronnen te weren. Het gecontroleerd wettelijk document wordt afgegeven door de LV's die als vergunningverlenende autoriteit optreden en wordt gebruikt als FLEGT-vergunning voor ladingen die bestemd zijn voor de Unie, zodra de partijen hebben besloten dat het FLEGT-vergunningensysteem in werking treedt.

De procedures voor de afgifte van FLEGT-vergunningen respectievelijk gecontroleerde wettelijke documenten worden in de TLAS-richtsnoeren verstrekt.

Het Ministerie van Bosbouw heeft een informatiepunt inzake vergunningen opgezet dat een elektronische databank bijhoudt met kopieën van alle gecontroleerde wettelijke documenten respectievelijk FLEGT-vergunningen en niet-nalevingsverslagen van de vergunningverlenende autoriteiten. Het informatiepunt inzake vergunningen verleent de bevoegde autoriteiten van de Unie online toegang tot zijn databank. Bij vragen over de echtheid, volledigheid en geldigheid van een specifieke FLEGT-vergunning, zal de bevoegde autoriteit in de Unie de informatie met betrekking tot de vergunning kunnen controleren met behulp van de SILK-onlinedatabank. Voor meer informatie kunnen de bevoegde autoriteiten van de Unie contact opnemen met het informatiepunt inzake vergunningen, dat zich indien nodig in verbinding stelt met de relevante vergunningverlenende autoriteit.

Het gecontroleerd wettelijk document respectievelijk de FLEGT-vergunning wordt afgegeven op het ogenblik van de groepage van de zending vóór de uitvoer. De procedure is als volgt.

6.1. Het gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk de FLEGT-vergunning wordt door de vergunningverlenende autoriteit die door de exporteur is gecontracteerd afgegeven voor de zending houtproducten die wordt uitgevoerd.

6.2. Het interne traceringssysteem van de exporteur bevat bewijsmateriaal over de wettigheid van het hout waarvoor een uitvoervergunning wordt aangevraagd. Het eerdere stadium van de bevoorradingsketen wordt opgenomen in het interne traceringssysteem van de exporteur.

6.3. Een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning wordt alleen afgegeven als alle leveranciers in de toeleveringsketen van de exporteur die bijdragen aan de zending onder een geldig certificaat van wettigheid, een geldig certificaat van duurzaam bosbeheer of een geldige SDoC vallen.

6.4. Een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning kan alleen worden aangevraagd door een marktdeelnemer die een geregistreerd exporteur (ETPIK) is en beschikt over een geldig certificaat van wettigheid. De ETPIK dient een aanvraag in bij de vergunningverlenende autoriteit en hecht de volgende documenten aan waaruit blijkt dat de houtgrondstoffen in het product alleen afkomstig zijn uit bronnen die aan de wettelijke eisen voldoen (met SVLK-certificaat of SDoC):

6.4.1. een samenvatting van de vervoersdocumenten voor alle hout/grondstoffen die de fabriek sedert de laatste audit heeft ontvangen (tot maximaal twaalf maanden terug), en

6.4.2. samenvattingen van de balansverslagen voor hout/grondstoffen en voor verwerkt hout sedert de laatste audit (tot maximaal twaalf maanden terug).

6.5. Vervolgens voert de vergunningverlenende autoriteit de volgende controlestappen uit:

6.5.1. controle van de geldigheid van het certificaat van wettigheid en de ETPIK-registratie van de marktdeelnemer met behulp van zowel de databank van de vergunningverlenende autoriteit zelf als van SILK;

6.5.2. afstemming van de gegevens op basis van de samengevatte vervoersdocumenten, de balansverslagen voor hout/grondstoffen en de balansverslagen voor verwerkt hout;

6.5.3. controle van het (de) terugwinningspercentage(s) voor elk type product (enkel primaire bedrijven), op basis van de analyse van de balansverslagen voor hout/grondstoffen en voor verwerkt hout;

6.5.4. indien noodzakelijk kan door de vergunningverlenende autoriteit een inspectie ter plaatse worden uitgevoerd na de afstemming van de gegevens om ervoor te zorgen dat deze overeenkomen met de informatie die in het gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk de FLEGT-vergunning wordt vermeld. Hiertoe kunnen monsters worden genomen van uitvoerzendingen en kunnen de fabrieksactiviteiten of de houtopslagplaats en de administratie worden gecontroleerd.

6.6. Het resultaat van de controle:

6.6.1. als een ETPIK voldoet aan de eisen op het gebied van wettigheid en de toeleveringsketen, geeft de vergunningverlenende autoriteit een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning af volgens het model in bijlage IV;

6.6.2. een ETPIK die aan de bovengenoemde eisen voldoet, mag een conformiteitsmarkering (V-Legal-etiket) gebruiken op de producten en/of de verpakkingen. Nationale richtsnoeren voor het gebruik van conformiteitsmarkering zijn beschreven in de TLAS-richtsnoeren;

6.6.3. als een ETPIK niet voldoet aan de eisen op het gebied van wettigheid en de toeleveringsketen, geeft de vergunningverlenende autoriteit in plaats van een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning een niet-nalevingsverslag af. Een niet-nalevingsverslag zet het verkeer van het gerelateerde hout en/of de gerelateerde houtproducten stop;

6.6.4. indien de samenstelling van een zending vóór het vertrek uit de haven van uitvoer wijzigt (bijvoorbeeld een wijziging van bestemming, volume of soort, zoals vastgesteld in de TLAS-richtsnoeren), moet de exporteur de vergunningverlenende autoriteit verzoeken om de oorspronkelijke uitvoervergunning te annuleren en (een) nieuwe vergunning(en) af te geven. De vergunningverlenende autoriteit moet het informatiepunt inzake vergunningen in kennis stellen van alle geannuleerde uitvoervergunningen;

6.6.5. indien een marktdeelnemer certificaten van wettigheid en/of uitvoervergunningen misbruikt of vervalst, legt het Ministerie van Bosbouw een in de toepasselijke regelgeving vastgestelde sanctie op.

6.7. De vergunningverlenende autoriteit:

6.7.1. stuurt ten laatste vierentwintig uur nadat het besluit is genomen een kopie van het gecontroleerd wettelijk document respectievelijk de FLEGT-vergunning of het niet-nalevingsverslag door naar het Ministerie van Bosbouw;

6.7.2. dient om de drie maanden een uitgebreid verslag en een openbaar samenvattend verslag waarin het aantal afgegeven gecontroleerde wettelijke documenten respectievelijk FLEGT-vergunningen en het aantal en de soorten geconstateerde gevallen van niet-naleving worden vermeld, in bij het Ministerie van Bosbouw, met afschrift aan het Ministerie van Handel en het Ministerie van Industrie.

7.    Toezicht

Het Indonesische TLAS berust mede op toezicht door maatschappelijke organisaties (onafhankelijk toezicht). Ter versterking van de FLEGT-partnerschapsovereenkomst is een periodieke evaluatie aan het systeem toegevoegd.

Het onafhankelijke toezicht wordt uitgevoerd door maatschappelijke organisaties die beoordelen in hoeverre marktdeelnemers, LP's, LV's en vergunningverlenende autoriteiten voldoen aan de eisen van het Indonesische TLAS, met inbegrip van accreditatienormen en richtsnoeren. Maatschappelijke organisaties worden in dit verband gedefinieerd als Indonesische rechtspersonen zoals ngo's, gemeenschappen en individuele Indonesische burgers.

De periodieke evaluatie heeft tot doel onafhankelijke garanties te verschaffen over de werking van het Indonesische TLAS en versterkt op die manier de geloofwaardigheid van de afgegeven FLEGT-vergunningen. Bij de periodieke evaluatie wordt gebruikgemaakt van de bevindingen en aanbevelingen van het onafhankelijke toezicht. Het mandaat voor de periodieke evaluatie wordt beschreven in bijlage VI.

Aanhangsel

Controle van de toeleveringsketen

Zoals beschreven in bijlage V moeten de verklaringen en de gegevens (bijvoorbeeld vervoersdocumenten en balansverslagen) van marktdeelnemers voor de gehele toeleveringsketen vermelden of hout en houtproducten SVLK-gecertificeerd zijn, wettelijk zijn verklaard door middel van een conformiteitsverklaring van de leverancier (Suppliers' Declaration of Conformity (SDoC)) of afkomstig zijn uit een in beslag genomen bron.

1.   BESCHRIJVING VAN DE OPERATIONELE CONTROLES VAN DE TOELEVERINGSKETEN VOOR UIT STAATSBOSSEN AFKOMSTIG HOUT

De operationele controles van de toeleveringsketen voor staatsbossen (natuurlijke bossen en aangeplante bossen) worden geregeld door de Besluiten P.41/Menhut-II/2014 en P.42/Menhut-II/2014 van de minister van Bosbouw inzake houtbeheer. Dit omvat ook Besluit P.43/Menhut-II/2014 van de minister van Bosbouw inzake SVLK-normen, gevolgd door Technisch Richtsnoer P.14/VI-BPPHH/2014 van het directoraat-generaal Bosexploitatie en Omzendbrief SE 8/VI-BPPHH/2014 van dat directoraat-generaal van augustus 2014.

Alle onderstaande procedures en regels voor de besluitvorming in verband met controle, afstemming van gegevens en beheer van niet-naleving in elk stadium van de toeleveringsketen gelden voor alle soorten vergunningen met betrekking tot staatsbossen: concessies voor natuurlijke bossen (IUPHHK-HA/HPH), concessies voor bossen voor houtteelt (IUPHHK-HT/HPHTI), concessies voor de herstelling van het ecosysteem (IUPHHK-RE), het beheersrecht voor aangeplante bossen (Perum Perhutani), concessies om gemeenschapsbossen aan te planten (IUPHHK-HTR) en concessies voor gemeenschapsbossen (IUPHHK-HKM), concessies voor dorpsbossen (IUPHHK-HD), concessies om hout afkomstig uit herbebossingsgebieden te gebruiken (IUPHHK-HTHR) en concessies voor het gebruik van hout uit andere dan bosgebieden of uit herbestembare productiebossen (IPK). Die procedures en regels zijn beschreven in de Technische Richtsnoeren waarin de Besluiten P.41/Menhut-II/2014 en P.42/Menhut-II/2014 van de minister van Bosbouw inzake houtbeheer voorzien.

Alle marktdeelnemers die houder zijn van een kapvergunning voor hout afkomstig uit een concessie voor natuurlijke bossen moeten in elk stadium van de toeleveringsketen, van de bosconcessie tot de tussentijdse stapelplaats voor stamhout en het primaire bedrijf, al hun productiegegevens aangeven in het nationale online traceringssysteem.

1.1.    Kaplocatie

a) Voornaamste activiteiten:

 boominventarisatie (telling van de bomen voor concessies voor natuurlijke bossen of Perum Perhutani) of houtinventarisatie (voor concessies voor aangeplante bossen of om een IPK voor te stellen) door de vergunninghouder,

 opstelling van een boominventarisatieverslag of een houtinventarisatieverslag door de vergunninghouder,

 controle en goedkeuring van het boominventarisatieverslag of het houtinventarisatieverslag door de bosbouwbeambte op districtsniveau,

 indiening van een voorstel voor het jaarlijkse werkplan (of het werkplan/Bagan Kerja om een IPK voor te stellen) door de vergunninghouder,

 goedkeuring van het jaarlijkse werkplan (of het werkplan/Bagan Kerja voor een IPK) door de bosbouwbeambte op provincieniveau.

 Merk op dat een marktdeelnemer die houder is van een geldig SVLK-certificaat van duurzaam bosbeheer zelf zijn jaarlijkse werkplan kan goedkeuren en afgeven. De CBI controleert de conformiteit van het jaarlijkse werkplan tijdens de uitvoering van initiële en surveillanceaudits;

 kapwerkzaamheden door de vergunninghouder, waaronder het verslepen van het stamhout naar de rooiplaats.

b) Procedures:

 de boominventarisatie (telling van de bomen) voor concessies voor natuurlijke bossen of Perum Perhutani wordt uitgevoerd door de vergunninghouder die de bomen hiertoe voorziet van labels. Deze labels bestaan uit drie afneembare gedeelten, die worden aangebracht op de stronk, het gekapte stamhout en het verslag van de marktdeelnemer. Elk gedeelte bevat de vereiste traceringsgegevens, waaronder het nummer en de locatie van de boom. Houtinventarisatie voor concessies voor aangeplante bossen of voor een IPK wordt uitgevoerd door de vergunninghouders,

 de vergunninghouder stelt een boominventarisatieverslag of een houtinventarisatieverslag op met informatie over het aantal bomen, het geschatte volume, de voorlopig geïdentificeerde soorten en de locatie van de bomen (of de kaplocatie in het geval van concessies voor aangeplante bossen of een IPK) die moeten worden gekapt, alsmede een samenvatting, op officiële formulieren van het ministerie van Bosbouw,

 de vergunninghouder legt het boominventarisatieverslag of het houtinventarisatieverslag over aan de bosbouwbeambte op districtsniveau. Deze beambte voert een steekproefsgewijze controle uit van het boominventarisatieverslag of het houtinventarisatieverslag op basis van de documenten en een inspectie ter plaatse. Als alle aangegeven gegevens overeenstemmen met de inspectie ter plaatse, keurt de beambte het verslag goed,

 het boominventarisatieverslag (of het houtinventarisatieverslag) vormt de basis voor het voorstel voor het jaarlijkse werkplan (of het werkplan/Bagan Kerja), dat wordt opgesteld door de vergunninghouder en ter controle aan de bosbouwbeambte op districtsniveau en ter goedkeuring aan de bosbouwbeambte op provincieniveau wordt overgelegd. De bosbouwbeambte op districtsniveau controleert het voorstel voor het jaarlijkse werkplan (of het werkplan/Bagan Kerja) aan de hand van het goedgekeurde boominventarisatieverslag (of het houtinventarisatieverslag) en keurt het jaarlijkse werkplan goed als alles in orde is. De officiële goedkeuring is niet vereist voor een vergunninghouder die het certificaat van duurzaam bosbeheer heeft behaald met een goede score, zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren. Zodra de beambte het jaarlijkse werkplan (of het werkplan/Bagan Kerja) heeft goedgekeurd, mag de vergunninghouder met de kapwerkzaamheden beginnen,

 tijdens het kappen wordt er met behulp van labels voor gezorgd dat het stamhout afkomstig is van een goedgekeurde kaplocatie (zie hogerop). Labels zijn niet vereist voor aangeplante bomen of bomen die in concessies voor aangeplante bossen worden gekapt (voor de productie van pulp of spanen).

1.2.    Rooiplaats

a) Voornaamste activiteiten:

 indien noodzakelijk verzagen van het stamhout door de vergunninghouder en merken ervan om ervoor te zorgen dat het hout overeenkomt met het stamhoutproductieverslag. Het merken wordt niet toegepast in het geval van concessies voor aangeplante bossen voor de productie van pulp of spanen,

 meten en graderen van stamhout door de vergunninghouder. Het graderen wordt niet toegepast in het geval van concessies voor aangeplante bossen voor de productie van pulp of spanen,

 opstelling van een lijst van stamhout door de vergunninghouder,

 indienen van het voorstel voor een stamhoutproductieverslag door de vergunninghouder,

 goedkeuring van het stamhoutproductieverslag door de technische toezichthouder ter plaatse in dienst van de overheid (Wasganis).

b) Procedures:

 de vergunninghouder voorziet al het verzaagde stamhout van een merkteken (wordt niet toegepast in het geval van concessies voor aangeplante bossen voor de productie van pulp of spanen),

 hiertoe wordt op de stammen een permanent fysiek merkteken aangebracht dat bestaat uit het identificatienummer van de oorspronkelijke boom en andere markeringen waardoor elke stam aan de goedgekeurde kaplocatie kan worden gekoppeld (wordt niet toegepast in het geval van concessies voor aangeplante bossen voor de productie van pulp of spanen),

 de vergunninghouder meet en gradeert alle stammen en registreert de gegevens over de stammen in een lijst van stamhout aan de hand van een officieel formulier van het ministerie van Bosbouw (het graderen wordt niet toegepast in het geval van concessies voor aangeplante bossen voor de productie van pulp of spanen),

 de vergunninghouder uploadt de gegevens van de lijst van stamhout naar het nationale online traceringssysteem. Unieke streepjescodes die door het online traceringssysteem worden afgegeven, moeten op de overeenkomstige stammen en stronken, alsook op het gerelateerde vervoersdocument worden aangebracht (wordt enkel toegepast in het geval van concessies voor natuurlijke bossen),

 op basis van de lijst van stamhout stelt de vergunninghouder geregeld een stamhoutproductieverslag en het gerelateerde samenvattend verslag op en maakt daarvoor gebruik van officiële formulieren van het ministerie van Bosbouw,

 de vergunninghouder legt de stamhoutproductieverslagen en de gerelateerde samenvattingen op gezette tijden ter goedkeuring over aan de Wasganis,

 de Wasganis voert een steekproefsgewijze fysieke controle uit van de verslagen. Een samenvatting van het resultaat van de fysieke controle wordt geregistreerd in een verificatielijst van stamhout aan de hand van een officieel formulier van het ministerie van Bosbouw,

 als de uitslag van de steekproefsgewijze fysieke controle positief is, keurt de Wasganis de stamhoutproductieverslagen goed. Indien sinds het indienen van het verslag meer dan 48 uur zijn verstreken, kan de door de vergunninghouder aangewezen Ganis de stamhoutproductieverslagen op zijn eigen verantwoordelijkheid zelf goedkeuren en afgeven (wordt niet toegepast in het geval van een IPK),

 zodra het stamhout door de Wasganis is gecontroleerd, moet dit gescheiden worden opgeslagen van niet-gecontroleerd stamhout,

 aan de hand van het stamhoutproductieverslag wordt de verschuldigde betaling van de bosbestandsvergoeding en aan het herbebossingsfonds (indien van toepassing) berekend,

 de vergunninghouder legt de goedgekeurde stamhoutproductieverslagen en de gerelateerde samenvattingen maandelijks over aan de bosbouwdienst op districtsniveau.

c) Afstemming van gegevens:

In het geval van concessies voor natuurlijke bossen, concessie voor de herstelling van het ecosysteem, concessies voor gemeenschapsbossen, concessies voor dorpsbossen of van een IPK:

de bosbouwbeambte op districtsniveau vergelijkt de gegevens over het aantal stammen, de labels en het totale volume van het gekapte stamhout in het stamhoutproductieverslag met de goedgekeurde quota in het jaarlijkse werkplan. Labels worden niet toegepast in het geval van een IPK.

Voor concessies voor bossen voor houtteelt, Perum Perhutani, concessies om gemeenschapsbossen aan te planten of concessies voor het gebruik van hout afkomstig uit herbebossingsgebieden:

de bosbouwbeambte op districtsniveau vergelijkt de gegevens over het totale volume van het gekapte stamhout in het stamhoutproductieverslag met de goedgekeurde quota in het jaarlijkse werkplan.

De stamhoutproductieverslagen worden ook door de CBI's gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. CBI's organiseren indien nodig ook ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte op districtsniveau de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

1.3.    Stapelplaats voor stamhout

De stammen worden van de rooiplaats naar stapelplaatsen voor stamhout gebracht en vandaar rechtstreeks naar een zagerij, een tussentijdse stapelplaats voor stamhout of een geregistreerde opslagplaats voor hout vervoerd.

a) Voornaamste activiteiten:

 indien het stamhoutproductieverslag nog niet is goedgekeurd op de rooiplaats: opstelling van een lijst van stamhout door de vergunninghouder; indienen van het voorstel voor een stamhoutproductieverslag door de vergunninghouder; goedkeuren van het stamhoutproductieverslag door de Wasganis,

 facturering door de bosbouwbeambte op districtsniveau en betaling van de verschuldigde bedragen voor de bosbestandsvergoeding en aan het herbebossingsfonds door de vergunninghouder op basis van de goedgekeurde stamhoutproductieverslagen,

 afgifte van een vervoersdocument voor stamhout, waaraan een lijst van stamhout is gehecht, door de Ganis,

 opstelling van een balansverslag voor stamhout door de vergunninghouder.

b) Procedures:

 indien de vergunninghouder het nationale online traceringssysteem gebruikt, kan hij de stamhoutproductieverslagen en het gerelateerde samenvattend verslag ter goedkeuring overleggen aan de Wasganis; de Wasganis voert een steekproefsgewijze fysieke controle uit van de verslagen indien zij nog niet op de rooiplaats waren goedgekeurd. Een samenvatting van het resultaat van de inspectie ter plaatse wordt geregistreerd in een verificatielijst van stamhout aan de hand van een officieel formulier van het Ministerie van Bosbouw; als de uitslag van de inspectie ter plaatse positief is, keurt de beambte de verslagen goed; indien sinds het indienen van de stamhoutproductieverslagen en het gerelateerde samenvattend verslag meer dan 48 uur zijn verstreken, keurt de Ganis de verslagen op zijn eigen verantwoordelijkheid zelf goed (wordt niet toegepast in het geval van een IPK),

 de vergunninghouder dient een verzoek tot betaling van de verschuldigde vergoedingen in bij de bosbouwbeambte op districtsniveau die belast is met de facturering, op basis van de lijst van stamhout, die aan het verzoek is gehecht,

 op basis van het bovengenoemde verzoek verstrekt de bosbouwbeambte op districtsniveau een of meer facturen aan de vergunninghouder,

 indien sinds het indienen van het verzoek meer dan 48 uur zijn verstreken, kan de vergunninghouder de gerelateerde factuur/facturen op zijn eigen verantwoordelijkheid afgeven,

 de vergunninghouder betaalt het bedrag dat wordt vermeld op de facturen voor de bosbestandsvergoeding en/of het herbebossingsfonds en/of de waarde op stam, en de bosbouwbeambte op districtsniveau verstrekt een of meer betalingsbewijzen. De waarde op stam wordt enkel toegepast in het geval van een HTHR of een IPK,

 de vergunninghouder dient een verzoek in om afgifte van vervoersdocumenten voor stamhout, vergezeld van het betalingsbewijs, de lijst van stamhout en het balansverslag voor stamhout,

 de Ganis geeft de vervoersdocumenten van het stamhout af die de lijst van stamhout vergezelt,

 de vergunninghouder stelt het balansverslag voor stamhout op of werkt dit bij met de hoeveelheid stamhout die op de houtstapelplaats is binnengekomen, daar is opgeslagen of deze heeft verlaten,

 de vergunninghouder legt het balansverslag voor stamhout maandelijks over aan de bosbouwdienst op districtsniveau.

c) Afstemming van gegevens:

De bosbouwbeambte op districtsniveau vergelijkt de gegevens over de binnenkomende en uitgaande houtstromen en het opgeslagen stamhout in het balansverslag voor stamhout met de gegevens in het stamhoutproductieverslag en de relevante vervoersdocumenten die het stamhout vergezellen. Indien nodig voert de bosbouwbeambte op districtsniveau ook inspecties ter plaatse uit om te beoordelen of het opgeslagen stamhout, het balansverslag en de relevante vervoersdocumenten onderling overeenkomen. Het balansverslag voor stamhout wordt ook door de CBI's gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. CBI's organiseren indien nodig ook ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte op districtsniveau de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

1.4.    Tussentijdse stapelplaats voor stamhout

Tussentijdse stapelplaatsen voor stamhout worden gebruikt als de stammen niet rechtstreeks vanuit het concessiegebied naar het zagerijterrein worden overgebracht. Tussentijdse stapelplaatsen voor stamhout worden met name gebruikt bij het vervoer van stamhout tussen eilanden of wanneer wordt overgeschakeld op een andere vorm van vervoer.

De vergunning voor het aanleggen van een tussentijdse stapelplaats voor stamhout in een staatsbos wordt verleend door de bosbouwbeambte op districtsniveau op basis van een door de vergunninghouder ingediend voorstel. Deze vergunning is drie jaar geldig, maar kan na controle en goedkeuring worden verlengd door de bosbouwbeambte. Het aanleggen van een tussentijdse stapelplaats voor stamhout buiten de staatsbossen vereist geen specifieke vergunning en wordt door de vergunninghouder bepaald.

a) Voornaamste activiteiten:

 beëindiging van de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout afkomstig uit natuurlijke bossen door een bosbouwbeambte op districtsniveau.

 Indien sinds het indienen van het vervoersdocument voor stamhout meer dan 48 uur zijn verstreken, kan de Ganis de geldigheid ervan beëindigen.

 Daarnaast kan de Ganis de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout enkel beëindigen in het geval van:

 

i) een marktdeelnemer die hout afkomstig uit natuurlijke bossen gebruikt en die zijn productie via het online traceringssysteem aangeeft, of

ii) een marktdeelnemer die hout afkomstig van een aanplanting gebruikt (wordt enkel toegepast in het geval van concessies voor aangeplante bossen voor de productie van pulp of spanen);

 opstelling van een balansverslag voor stamhout door de vergunninghouder,

 opstelling van een lijst van stamhout door de Ganis,

 de Ganis vult het vervoersdocument voor stamhout in volgens het model van het Ministerie van Bosbouw.

b) Procedures:

 de Wasganis voert een fysieke controle uit van het aantal, de soorten en de afmetingen van de binnenkomende stammen aan de hand van een telling of op basis van een steekproef als het aantal stammen groter is dan 100.

 Indien sinds het indienen van het vervoersdocument voor stamhout meer dan 48 uur zijn verstreken, kan de Ganis die controle uitvoeren.

 De Ganis kan die controle ook uitvoeren in het geval van:

 

i) een marktdeelnemer die hout afkomstig uit natuurlijke bossen gebruikt en die zijn productie via het online traceringssysteem aangeeft, of

ii) een marktdeelnemer die hout afkomstig uit aangeplante bossen gebruikt (wordt enkel toegepast in het geval van concessies voor aangeplante bossen voor de productie van pulp of spanen);

 als de uitslag van de controle positief is, beëindigt de Wasganis de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout voor de binnenkomende stammen en registreert hij de stammen in het balansverslag voor stamhout,

 de vergunninghouder stelt een balansverslag voor stamhout op ter controle van de binnenkomende en uitgaande houtstromen op de tussentijdse stapelplaats voor stamhout,

 voor de uitgaande stammen stelt de Ganis een lijst van stamhout op, die is gekoppeld aan de voorgaande vervoersdocumenten voor stamhout,

 de Ganis vult het vervoersdocument in voor het verplaatsen van de stammen vanaf de tussentijdse stapelplaats voor stamhout,

 de vergunninghouder verwerkt de gegevens over de binnenkomende en uitgaande houtstromen en het opgeslagen stamhout op de tussentijdse stapelplaats voor stamhout in het balansverslag voor stamhout, op basis van de relevante vervoersdocumenten voor stamhout,

 de vergunninghouder legt het balansverslag voor stamhout maandelijks over aan de bosbouwdienst op districtsniveau.

c) Afstemming van gegevens:

De bosbouwbeambte op districtsniveau controleert het balansverslag voor stamhout om te beoordelen of het stamhout dat de stapelplaats voor stamhout heeft verlaten, overeenkomt met het stamhout dat op de tussentijdse stapelplaats voor stamhout is ontvangen. Indien nodig voert de bosbouwbeambte op districtsniveau ook inspecties ter plaatse uit om te beoordelen of het opgeslagen stamhout, het balansverslag en de relevante vervoersdocumenten onderling overeenkomen.

Het balansverslag voor stamhout wordt ook door de CBI's gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. CBI's organiseren indien nodig ook ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

2.   BESCHRIJVING VAN DE OPERATIONELE CONTROLES VAN DE TOELEVERINGSKETENS VOOR HOUT AFKOMSTIG VAN PARTICULIERE BOSSEN OF GRONDEN

Kapwerkzaamheden in particuliere bossen of op particuliere gronden worden geregeld bij Besluit P.30/Menhut-II/2012 van de minister van Bosbouw (hierna het „besluit” genoemd).

Particuliere bos-/grondeigenaren zijn wettelijk niet verplicht om onderscheidende labels of merktekens op voor de kap geïnventariseerde bomen of op stammen aan te brengen. Voor hout afkomstig van particuliere bossen of gronden worden in algemeen geen (tussentijdse) stapelplaatsen voor stamhout gebruikt.

Bij de controleprocedures voor hout afkomstig van particuliere bossen of gronden wordt onderscheid gemaakt tussen stamhout afkomstig van bomen die al in het gebied aanwezig waren toen de grondeigendom werd verkregen en stamhout van bomen die zijn geplant nadat de eigendom werd verkregen. Bovendien maakt het verschil welke boomsoorten worden gekapt. De betaling van de bosbestandsvergoeding en aan het herbebossingsfonds, alsmede de rechten voor hout op stam zijn verschuldigd voor stamhout van bomen die al in het gebied aanwezig waren toen de grondeigendom werd toegekend, maar is niet verschuldigd voor stamhout van bomen die zijn geplant nadat de grondeigendom werd toegekend.

In geval van stamhout afkomstig van bomen die zijn geplant nadat de grondeigendom werd toegekend, zijn er twee scenario's:

 voor de in artikel 5, lid 1, van het besluit genoemde soorten (zoals rubberbomen, de Albizia chinensis en fruitbomen) stelt de eigenaar een factuur op volgens het model van het Ministerie van Bosbouw, die tevens dienst doet als vervoersdocument,

 voor andere soorten (zoals teakbomen, mahoniebomen en dennen) geeft het opgeleide en aangestelde dorpshoofd of een daartoe aangestelde beambte het vervoersdocument af.

Bij stamhout afkomstig van bomen die in een gebied aanwezig waren voordat de grondeigendom werd toegekend, geeft de bosbouwbeambte op districtsniveau het vervoersdocument af. Dergelijk hout dient SVLK-gecertificeerd te zijn.

2.1.    Kaplocatie/rooiplaats

a) Voornaamste activiteiten:

 erkenning van de eigendomsrechten,

 indien noodzakelijk verzagen,

 meten,

 opstelling van een lijst van stamhout,

 facturering door de bosbouwbeambte op districtsniveau en betaling van het gefactureerde bedrag door de eigenaar voor de bosbestandsvergoeding en/of het herbebossingsfonds,

 afgifte of opstelling van het vervoersdocument,

 afgifte of opstelling van de conformiteitsverklaring van de leverancier (Supplier's Declaration of Conformity (SDoC)), tenzij de marktdeelnemer SVLK-certificering gebruikt.

b) Procedures:

 de particuliere bos-/grondeigenaar verzoekt om erkenning van zijn eigendomsrechten,

 zodra de eigendomsrechten op het bos of de grond door de staat (nationale grondmaatschappij) zijn erkend en na meting van het stamhout, stelt de eigenaar een lijst van stamhout op.

In geval van stamhout afkomstig van bomen die in een gebied aanwezig waren voordat de grondeigendom werd toegekend:

 dient de eigenaar bij de bosbouwbeambte op districtsniveau een lijst van stamhout in, alsmede een verzoek tot betaling van de bosbestandsvergoeding, van de vergoeding aan het herbebossingsfonds en van de rechten voor hout op stam,

 voert de beambte een controle van de documenten en een fysieke controle van het stamhout uit (afmetingen, identificatie van de soorten en het aantal stammen),

 verstrekt de bosbouwbeambte op districtsniveau de eigenaar een factuur voor de betaling van de bosbestandsvergoeding en van de vergoeding aan het herbebossingsfonds, als de uitslag van de controle van de documenten en de fysieke controle positief is,

 legt de grondeigenaar het betalingsbewijs van de voor de bosbestandsvergoeding en het aan herbebossingsfonds betaalde vergoedingen voor aan de bosbouwbeambte op districtsniveau, samen met een verzoek om afgifte van een vervoersdocument voor stamhout,

 voert de bosbouwbeambte op districtsniveau een controle van de documenten en een fysieke controle van het stamhout uit (afmetingen, identificatie van de soorten en het aantal stammen),

 verstrekt de bosbouwbeambte op districtsniveau op basis van de bovengenoemde gegevens het gevraagde vervoersdocument voor stamhout.

In geval van stamhout afkomstig van bomen die zijn geplant nadat de grondeigendom werd toegekend:

in artikel 5, lid 1, van het besluit genoemde soorten:

 merkt de eigenaar de stammen en identificeert hij de soorten,

 stelt de eigenaar een lijst van stamhout op,

 stelt de eigenaar op basis van de hierboven genoemde informatie een factuur volgens het model van het Ministerie van Bosbouw op, die tevens dienst doet als vervoersdocument;

andere dan in artikel 5, lid 1, van het besluit genoemde soorten:

 merkt de eigenaar de stammen en identificeert hij de soorten,

 stelt de eigenaar een lijst van stamhout op,

 legt de eigenaar de lijst van stamhout en een verzoek om afgifte van een vervoersdocument voor stamhout over aan het dorpshoofd of een daartoe aangestelde beambte,

 voert het dorpshoofd of een daartoe aangestelde beambte een controle van de documenten en een fysieke controle van het stamhout uit (identificatie van de soorten, aantal stammen, merktekens/nummer op elke stam, kaplocatie),

 verstrekt het dorpshoofd of een daartoe aangestelde beambte op basis van de bovengenoemde gegevens het vervoersdocument voor stamhout volgens het model van het Ministerie van Bosbouw.

Voor al het hout afkomstig van aangeplante bomen dat niet SVLK-gecertificeerd is, geeft de eigenaar een SDoC af volgens het model van het Ministerie van Bosbouw.

c) Afstemming van gegevens:

Het dorpshoofd, een door de bosbouwbeambte op districtsniveau aangestelde beambte of de bosbouwbeambte op districtsniveau (in het geval van hout afkomstig uit natuurlijke bossen) vergelijkt het volume van het gekapte stamhout met de lijst van stamhout.

Indien de marktdeelnemer SVLK-certificering gebruikt, controleert de CBI tijdens initiële en surveillanceaudits ook of het volume van het gekapte stamhout overeenkomt met de lijst van stamhout. De CBI organiseert indien nodig ook ad-hocinspecties ter plaatse.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt het dorpshoofd, de daartoe aangestelde beambte of de bosbouwbeambte op districtsniveau (in het geval van hout afkomstig uit natuurlijke bossen) de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

3.   BESCHRIJVING VAN DE OPERATIONELE CONTROLES VAN DE HOUTTOELEVERINGSKETENS VOOR OPSLAGPLAATSEN EN BEDRIJVEN

Geregistreerde opslagplaatsen voor hout en verwerkt hout vertegenwoordigen specifieke actoren in de toeleveringsketen. Die marktdeelnemers zijn handelaren die hout en houtproducten kopen, opslaan en verkopen aan andere marktdeelnemers zonder bij producerende of verwerkende activiteiten betrokken te zijn.

Er zijn drie verschillende soorten vergunningen voor geregistreerde opslagplaatsen voor hout en verwerkt hout:

 opslagplaatsen die uitsluitend hout (stamhout) gebruiken afkomstig uit staatsbossen en/of invoer (TPT-KB),

 opslagplaatsen die uitsluitend hout en/of verwerkt hout gebruiken afkomstig van particuliere bossen of gronden (TPT),

 opslagplaatsen die uitsluitend verwerkt hout gebruiken afkomstig uit staatsbossen en/of invoer (TPT-KO).

3.1.    Geregistreerde houtopslagplaats voor hout afkomstig uit staatsbossen en ingevoerd hout (TPT-KB)

Geregistreerde houtopslagplaatsen voor hout afkomstig uit staatsbossen en ingevoerd hout (TPT-KB) worden gebruikt als de stammen niet rechtstreeks vanuit het concessiegebied en/of de tussentijdse stapelplaatsen en/of andere TPT-KB's naar het zagerijterrein worden overgebracht, of in het geval van ingevoerd hout (stamhout).

De vergunning voor het aanleggen van een TPT-KB wordt verleend door de bosbouwbeambte op basis van een door de vergunninghouder ingediend voorstel. Een TPT-KB-vergunning is drie jaar geldig, maar kan na controle en goedkeuring worden verlengd door de bosbouwbeambte.

TPT-KB-marktdeelnemers kunnen de SDoC enkel gebruiken indien zij uitsluitend ingevoerd hout en/of SVLK-gecertificeerd hout van Perum Perhutani gebruiken. Indien slechts één van hun bronnen van hout hout afkomstig uit staatsbossen bevat (met uitzondering van het gecertificeerde hout van Perum Perhutani), moeten zij SVLK-gecertificeerd zijn.

a) Voornaamste activiteiten:

 beëindiging van de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout voor binnenkomende stammen door de Wasganis,

 opstelling van het balansverslag voor stamhout door de vergunninghouder,

 opstelling van de lijst van stamhout voor uitgaande stammen door de Ganis,

 de vergunninghouder of de Ganis vult het vervoersdocument voor stamhout voor uitgaande stammen in volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 afgifte of opstelling van de SDoC (indien uitsluitend ingevoerd hout en/of gecertificeerd hout van Perum Perhutani wordt gebruikt en de marktdeelnemer niet SVLK-gecertificeerd is).

b) Procedures:

 de Wasganis beëindigt de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout voor de binnenkomende stammen,

 de Wasganis voert een fysieke controle uit van het aantal, de soorten en de afmetingen van de binnenkomende stammen aan de hand van een volledige telling of op basis van een steekproef als het aantal stammen groter is dan 100,

 als de uitslag van de controle positief is, registreert de vergunninghouder het hout in het balansverslag voor stamhout,

 de vergunninghouder stelt een balansverslag voor stamhout op ter controle van de binnenkomende en uitgaande houtstromen op de geregistreerde opslagplaats voor stamhout,

 voor de uitgaande stammen stelt de vergunninghouder of de Ganis een lijst van stamhout op, die is gekoppeld aan de voorgaande vervoersdocumenten voor stamhout,

 het vervoersdocument voor stamhout voor uitgaande stammen wordt door de vergunninghouder of de Ganis ingevuld,

 indien de vergunninghouder niet SVLK-gecertificeerd is en uitsluitend ingevoerd hout en/of gecertificeerd hout van Perum Perhutani gebruikt, geeft hij een SDoC af volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 de vergunninghouder verwerkt de gegevens over de binnenkomende en uitgaande houtstromen en het opgeslagen stamhout op de geregistreerde houtopslagplaatsen in het balansverslag voor stamhout, op basis van de relevante vervoersdocumenten voor stamhout,

 de vergunninghouder legt het balansverslag voor stamhout maandelijks over aan de bosbouwdienst op districtsniveau.

c) Afstemming van gegevens:

De bosbouwbeambte op districtsniveau controleert het balansverslag voor stamhout en of de stammen die de stapelplaats voor stamhout of de tussentijdse stapelplaats voor stamhout hebben verlaten, overeenkomen met de stammen die op de geregistreerde houtopslagplaats zijn ontvangen door het vervoersdocument voor stamhout en de lijst van stamhout van de binnenkomende stammen met elkaar te vergelijken. De bosbouwbeambte op districtsniveau voert indien nodig inspecties ter plaatse uit.

Indien de vergunninghouder SVLK-certificering gebruikt, wordt het balansverslag voor stamhout ook door de CBI gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. De CBI organiseert indien nodig ook ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte op districtsniveau de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

3.2.    Geregistreerde houtopslagplaats en/of opslagplaats voor verwerkt hout voor hout afkomstig van particuliere bossen of gronden (TPT)

Geregistreerde houtopslagplaatsen en/of opslagplaatsen voor verwerkt hout voor hout afkomstig van particuliere bossen of gronden (TPT's) worden gebruikt als de stammen en/of het verwerkte hout niet rechtstreeks vanuit de particuliere bossen of gronden en/of andere TPT's naar het zagerijterrein worden overgebracht.

De vergunning voor het aanleggen van een TPT wordt verleend door de bosbouwbeambte op basis van een door de vergunninghouder ingediend voorstel. Een TPT-vergunning wordt door de bosbouwbeambte gecontroleerd en goedgekeurd.

Marktdeelnemers met een TPT kunnen de SDoC enkel gebruiken indien zij geen SVLK-certificering gebruiken.

Marktdeelnemers met een TPT mogen uitsluitend hout en/of verwerkt hout afkomstig van aangeplante bomen of particuliere bossen of gronden gebruiken.

a) Voornaamste activiteiten:

 controle van de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout en/of verwerkt hout door de vergunninghouder,

 opstelling van een balansverslag voor stamhout en/of verwerkt hout door de vergunninghouder,

 opstelling van een lijst van stamhout en/of verwerkt hout door de vergunninghouder,

 de vergunninghouder vult het vervoersdocument voor stamhout en/of verwerkt hout in,

 afgifte of opstelling van de SDoC (indien de marktdeelnemer geen SVLK-certificering gebruikt).

b) Procedures:

 de vergunninghouder controleert de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout en/of verwerkt hout voor de binnenkomende stammen en/of het binnenkomende verwerkte hout,

 de vergunninghouder stelt het balansverslag voor stamhout en/of verwerkt hout op ter controle van de binnenkomende en uitgaande stromen van stamhout en/of verwerkt hout,

 voor de uitgaande stammen stelt de vergunninghouder een lijst van stamhout en/of verwerkt hout op, die kan zijn gekoppeld aan de voorgaande vervoersdocumenten voor stamhout en/of verwerkt hout,

 de vergunninghouder vult het vervoersdocument voor stamhout en/of verwerkt hout in,

 indien hij geen SVLK-certificering gebruikt, geeft de vergunninghouder een SDoC af volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 de vergunninghouder verwerkt de gegevens over de binnenkomende en uitgaande stromen van stamhout en/of verwerkt hout en het opgeslagen stamhout en/of verwerkte hout in de geregistreerde opslagplaatsen in het balansverslag voor stamhout en/of verwerkt hout, op basis van de relevante vervoersdocumenten voor stamhout en/of verwerkt hout,

 de vergunninghouder legt het balansverslag voor stamhout en/of verwerkt hout maandelijks over aan de bosbouwdienst op districtsniveau.

c) Afstemming van gegevens:

De bosbouwbeambte op districtsniveau controleert de balansverslagen voor stamhout en/of verwerkt hout en of de stammen en/of het verwerkte hout die (dat) de particuliere bossen of andere TPT's verlaten (verlaat), overeenkomen (overeenkomt) met de stammen en/of het verwerkte hout die (dat) op de TPT zijn (is) ontvangen door het vervoersdocument voor stamhout en/of verwerkt hout en de lijst van stamhout en/of verwerkt hout van de binnenkomende stammen en/of het binnenkomende verwerkte hout met elkaar te vergelijken. De bosbouwbeambte op districtsniveau voert indien nodig inspecties ter plaatse uit.

Indien de vergunninghouder SVLK-certificering gebruikt, worden de balansverslagen voor stamhout en/of verwerkt hout ook door de CBI's gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. CBI's organiseren indien nodig ook ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte op districtsniveau de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

3.3.    Primaire/geïntegreerde bedrijven

a) Voornaamste activiteiten:

 opstelling van een balansverslag voor stamhout door de zagerij,

 beëindiging van de geldigheid van het vervoersdocument voor stamhout door een bosbouwbeambte op districtsniveau,

 fysieke controle van stamhout door de bosbouwbeambte op districtsniveau,

 indien de marktdeelnemer een officieel online stamhouttraceringssysteem gebruikt, worden de gegevens met behulp van een streepjescodescanner geregistreerd en naar het systeem geüpload,

 opstelling van een turfstaat voor grondstoffen en producten door de exploitant van de zagerij,

 opstelling van een balansverslag voor verwerkt hout door de exploitant van de zagerij,

 de exploitant van de zagerij vult het vervoersdocument voor houtproducten in volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 opstelling van het verkoopverslag van de zagerij,

 afgifte of opstelling van de SDoC (indien de marktdeelnemer uitsluitend hout afkomstig van particuliere bossen of gronden gebruikt en geen SVLK-certificering gebruikt).

b) Procedures:

 de exploitant van de zagerij stelt een balansverslag voor stamhout op als middel om de door het zagerijterrein en de productielijnen van de zagerij ontvangen houtstroom te registeren,

 de exploitant van de zagerij legt aan de bosbouwbeambte op districtsniveau kopieën over van de vervoersdocumenten voor elke door de zagerij ontvangen partij stamhout,

 de bosbouwbeambte op districtsniveau beëindigt de geldigheid van de vervoersdocumenten voor stamhout,

 indien de marktdeelnemer een officieel online stamhouttraceringssysteem gebruikt, worden de vervoersdocumenten voor stamhout door de Ganis beëindigd,

 de bosbouwbeambte op districtsniveau vergelijkt de informatie in de vervoersdocumenten voor stamhout met de fysieke producten. Als het aantal stammen groter is dan 100 mag dit geschieden op basis van een steekproef,

 de bosbouwbeambte op districtsniveau controleert de informatie in de balansverslagen voor stamhout,

 als de uitslag van de controle positief is, wordt het hout in het definitieve balansverslag voor stamhout geregistreerd,

 de bosbouwbeambte op districtsniveau archiveert kopieën van de vervoersdocumenten van het stamhout en stelt een samenvattende lijst van de vervoersdocumenten van het stamhout op volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 kopieën van de vervoersdocumenten voor stamhout waarvan de geldigheid is beëindigd door een beambte, worden verstrekt aan het bedrijf voor archiveringsdoeleinden,

 een samenvatting van de vervoersdocumenten van het stamhout wordt aan het eind van elke maand ingediend bij de bosbouwdienst op districtsniveau,

 de exploitant van de zagerij stelt per productielijn een turfstaat voor grondstoffen en producten op als middel om de aanvoer van stammen en de afvoer van houtproducten te controleren en het terugwinningspercentage te berekenen,

 de exploitant van de zagerij stelt een balansverslag voor verwerkt hout op als middel om verslag uit te brengen over de stromen van houtproducten die de zagerij binnenkomen en verlaten en over de voorraden,

 de exploitant van de zagerij stelt verkoopverslagen van de zagerij op en bewaart deze,

 indien hij uitsluitend hout gebruikt afkomstig van particuliere bossen of gronden en geen SVLK-certificering gebruikt, geeft de vergunninghouder een SDoC af volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 de vergunninghouder legt het balansverslag voor stamhout en het balansverslag voor verwerkt hout maandelijks over aan de bosbouwdienst.

c) Afstemming van gegevens:

De bosbouwbeambte controleert het balansverslag voor stamhout en verwerkt hout door de binnenkomende en de uitgaande houtstromen en de opslag van stamhout met elkaar te vergelijken op basis van de vervoersdocumenten van het stamhout.

Aan de hand van de turfstaat voor de productie worden de aanvoer en afvoer op de productielijnen met elkaar in overeenstemming gebracht en wordt het terugwinningspercentage vergeleken met het gepubliceerde gemiddelde percentage.

Indien de vergunninghouder SVLK-certificering gebruikt, worden de balansverslagen voor stamhout en verwerkt hout ook door de CBI gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. De CBI organiseert indien nodig ook ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

3.4.    Geregistreerde opslagplaatsen voor verwerkt hout afkomstig uit staatsbossen en/of invoer (TPT-KO)

Geregistreerde opslagplaatsen voor verwerkt hout afkomstig uit staatsbossen en/of invoer (TPT-KO's) zijn opslagplaatsen voor verwerkt hout die verwerkt hout ontvangen van primaire verwerkingseenheden en/of van andere TPT-KO's en/of ingevoerd verwerkt hout. Houtproducten van TPT-KO's worden verkocht aan secundaire verwerkingseenheden, kleinschalige bedrijven, geregistreerde exporteurs en/of eindgebruikers.

De vergunning voor het aanleggen van een TPT-KO wordt verleend door de bosbouwbeambte op districtsniveau op basis van een door de vergunninghouder ingediend voorstel. Een TPT-KO-vergunning is drie jaar geldig, maar kan na controle en goedkeuring worden verlengd door de bosbouwbeambte op districtsniveau.

Marktdeelnemers met een TPT-KO kunnen de SDoC enkel gebruiken indien zij uitsluitend houtproducten afkomstig van ingevoerd verwerkt hout gebruiken. Indien slechts één van hun verwerkte houtproducten verwerkt hout afkomstig uit natuurlijke bossen bevat, moeten zij SVLK-gecertificeerd zijn.

a) Voornaamste activiteiten:

 beëindiging van de geldigheid van het vervoersdocument voor houtproducten door de Ganis,

 opstelling van een balansverslag voor verwerkt hout door de vergunninghouder,

 opstelling van een lijst van verwerkt hout door de vergunninghouder,

 de vergunninghouder vult het vervoersdocument voor houtproducten in volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 afgifte of opstelling van de SDoC (in het geval van verwerkt hout dat uitsluitend afkomstig is van ingevoerd hout en indien de marktdeelnemer geen SVLK-certificering gebruikt).

b) Procedures:

 de Ganis beëindigt de geldigheid van de vervoersdocumenten voor houtproducten voor de binnenkomend verwerkt hout,

 de vergunninghouder stelt een balansverslag voor verwerkt hout op ter controle van de binnenkomende en uitgaande stromen van verwerkt hout op de geregistreerde opslagplaatsen voor verwerkt hout,

 voor het uitgaande verwerkte hout stelt de vergunninghouder een lijst van houtproducten op, die is gekoppeld aan de voorgaande vervoersdocumenten voor houtproducten,

 de vergunninghouder vult de vervoersdocumenten voor houtproducten in,

 indien de vergunninghouder niet SVLK-gecertificeerd is en uitsluitend ingevoerd verwerkt hout gebruikt, geeft hij een SDoC af volgens het model van het Ministerie van Bosbouw,

 de vergunninghouder verwerkt de gegevens over de binnenkomende en uitgaande houtstromen en de opgeslagen houtproducten op de geregistreerde opslagplaatsen voor verwerkt hout in het balansverslag voor verwerkt hout, op basis van de relevante vervoersdocumenten voor houtproducten en invoerdocumenten.

c) Afstemming van gegevens:

De Ganis controleert het balansverslag voor verwerkt hout en of het binnenkomend verwerkt hout en de gerelateerde vervoersdocumenten voor houtproducten en invoerdocumenten onderling overeenkomen.

De bosbouwbeambte op districtsniveau voert indien nodig inspecties ter plaatse uit.

Indien de vergunninghouder SVLK-certificering gebruikt, wordt het balansverslag voor verwerkt hout ook door de CBI gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. De CBI organiseert indien nodig ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte op districtsniveau de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

3.5.    Secundaire bedrijven

a) Voornaamste activiteiten:

 opstelling van balansverslagen voor verwerkt hout (halffabricaten) en verwerkte houtproducten door de exploitant van de fabriek,

 opstelling van facturen door de exploitant van de fabriek, volgens het model van het Ministerie van Bosbouw, die tevens fungeren als vervoersdocumenten voor verwerkte houtproducten,

 opstelling van een balansverslag voor verwerkt hout door de exploitant van de fabriek,

 opstelling van het verkoopverslag door de exploitant van het bedrijf of de fabriek,

 afgifte of opstelling van de SDoC (indien de marktdeelnemer uitsluitend hout afkomstig van particuliere bossen of gronden gebruikt en geen SVLK-certificering gebruikt).

b) Procedures:

 de exploitant van de fabriek archiveert de vervoersdocumenten van het verwerkte hout (voor binnenkomend materiaal) en stelt een overzicht van deze documenten op,

 de exploitant van de fabriek gebruikt de turfstaten van het verwerkte hout en de verwerkte producten per productielijn om verslag uit te brengen over de materiaalstromen naar de fabriek en de afvoer van producten, en om het terugwinningspercentage van de grondstoffen te berekenen,

 de exploitant van de fabriek stelt een balansverslag voor verwerkt hout op om de materiaalstromen naar de zagerij, de afvoer van houtproducten en de voorraden van het bedrijf te controleren; de exploitant van de fabriek stelt facturen op voor verwerkte producten, volgens het model van het Ministerie van Bosbouw, die ook fungeren als vervoersdocument, en archiveert kopieën van de facturen. Aan elke factuur wordt een lijst van houtproducten gehecht,

 de exploitant van de fabriek stelt verkoopverslagen op en bewaart deze,

 indien de exploitant van de fabriek de gezaagde houtproducten opnieuw wil vervoeren, dient het bedrijf eveneens als een opslagplaats voor verwerkt hout te zijn geregistreerd en dient de exploitant voor de uitgaande gezaagde houtproducten vervoersdocumenten voor verwerkt hout op te stellen,

 indien hij uitsluitend verwerkt hout gebruikt afkomstig van particuliere bossen of gronden en geen SVLK-certificering gebruikt, geeft de vergunninghouder zonder ETPIK-certificaat een SDoC af volgens het model van het Ministerie van Bosbouw.

c) Afstemming van gegevens:

De exploitant van de fabriek controleert het balansverslag voor verwerkt hout door de binnenkomende en de uitgaande materiaalstromen en het opgeslagen materiaal met elkaar te vergelijken op basis van de vervoersdocumenten van het verwerkte hout en de turfstaat van het verwerkte hout.

Aan de hand van de turfstaat voor de productie worden de aanvoer en de afvoer van materialen op de productielijnen gecontroleerd en het terugwinningspercentage geëvalueerd.

De exploitant van het bedrijf controleert het balansverslag voor verwerkt hout door de binnenkomende en de uitgaande productstromen en de opslag van producten met elkaar te vergelijken op basis van de facturen.

De bosbouwbeambte voert indien nodig inspecties ter plaatse uit.

Indien de vergunninghouder SVLK-certificering gebruikt, wordt het balansverslag voor verwerkt hout ook door de CBI gecontroleerd tijdens initiële en surveillanceaudits. De CBI organiseert indien nodig ad-hocinspecties ter plaatse zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

4.   UITVOER

De procedures en de processen van de afstemming van gegevens voor de uitvoer van hout afkomstig van staatsbossen en particuliere bossen of gronden zijn identiek.

a) Voornaamste activiteiten:

 het Ministerie van Handel geeft een ETPIK-certificaat af aan de exporteur,

 de exporteur verzoekt om de afgifte van een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning voor elke uitvoerzending,

 als een ETPIK voldoet aan de eisen op het gebied van wettigheid en de toeleveringsketen, geeft de vergunningverlenende autoriteit een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning af. De FLEGT-vergunning wordt afgegeven volgens het model in bijlage IV,

 de exporteur stelt een uitvoeraangifte (PEB) op volgens het model van de douane en dient deze in bij de douane,

 de douane geeft een goedkeuring voor uitvoer af voor de goederen die ter inklaring worden aangeboden.

b) Procedures:

 de exporteur verzoekt de vergunningverlenende autoriteit om afgifte van een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning door een aanvraag in te dienen met aanhechting van documenten ten bewijze van het feit dat de houtgrondstoffen in de producten alleen afkomstig zijn uit bronnen die aan de wettelijke eisen voldoen (met SVLK-certificaat of SDoC),

 de vergunningverlenende autoriteit geeft een gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk FLEGT-vergunning af na een controle van de documenten en indien nodig een fysieke controle van de consistentie van de gegevens, om ervoor te zorgen dat de houtproducten afkomstig zijn uit wettelijk gecontroleerde bronnen en dus zijn geproduceerd overeenkomstig de wettigheidsdefinitie in bijlage II. De vergunningverlenende autoriteiten moeten de uitvoervergunning afgeven via de SILK-onlinedatabank. Dit zorgt ervoor dat de marktdeelnemer over een geldig uitvoercertificaat (ETPIK) en certificaat van wettigheid beschikt,

 de exporteur legt een uitvoeraangifte (PEB) met daaraan gehecht de factuur, de paklijst, het ontvangstbewijs uitvoerrechten (indien bij wet geregeld), het ETPIK-certificaat, het gecontroleerd wettelijk document (V-Legal) respectievelijk de FLEGT-vergunning, de uitvoervergunning (indien bij wet geregeld), het verslag van de ladingdeskundige (indien bij wet geregeld) en het Cites-document (indien van toepassing) ter goedkeuring voor aan de douane,

 als de uitslag van de controle van de uitvoerverklaring positief is, geeft de douane een goedkeuring voor uitvoer af.

c) Afstemming van gegevens

De bosbouwbeambte voert indien nodig inspecties ter plaatse uit.

De CBI en de vergunningverlenende autoriteit controleren de consistentie van de binnenkomende en de uitgaande stromen en de opslag op basis van het balansverslag voor verwerkt hout. Tijdens initiële en surveillanceaudits toetst de CBI die gegevens ook aan het op de factuur aangegeven volume. Indien nodig worden ad hoc door de CBI inspecties ter plaatse georganiseerd en door de vergunningverlenende autoriteit een fysieke controle van de consistentie van de gegevens, zoals beschreven in de TLAS-richtsnoeren.

Indien er eventuele inconsistenties worden vastgesteld, stelt de bosbouwbeambte de CBI die moet controleren of de marktdeelnemer aan de eisen voldoet daarvan in kennis, en vice versa.

▼B

BIJLAGE VI

MANDAAT VOOR DE PERIODIEKE EVALUATIE

1.   DOEL

De periodieke evaluatie (PE) is een onafhankelijke evaluatie door een onafhankelijke derde, die de evaluator wordt genoemd. De periodieke evaluatie heeft tot doel garanties te verschaffen over de werking van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten en versterkt op die manier de geloofwaardigheid van de FLEGT-vergunningen die in het kader van deze overeenkomst worden afgegeven.

2.   TOEPASSINGSGEBIED

De periodieke evaluatie behelst:

1. de werking van de controlemaatregelen vanaf de plaats van productie in het bos tot aan de plaats van uitvoer van de houtproducten;

2. het gegevensbeheersysteem en het traceringssysteem die het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten, de afgifte van FLEGT-vergunningen alsook statistieken over de productie, de afgifte van vergunningen en het goederenverkeer in het kader van deze overeenkomst ondersteunen.

3.   RESULTATEN

De resultaten van de periodieke evaluatie worden bekendgemaakt in de vorm van regelmatige verslagen over de bevindingen van de evaluatie en aanbevelingen ten aanzien van maatregelen die moeten worden getroffen om tijdens de evaluatie vastgestelde lacunes en zwakke punten aan te pakken.

4.   VOORNAAMSTE ACTIVITEITEN

De periodieke evaluatie omvat onder meer de volgende activiteiten:

a) nalevingscontroles door alle instanties die controlefuncties uitvoeren in het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten;

b) evaluatie van de doeltreffendheid van de controles van de toeleveringsketen vanaf de plaats van productie in het bos tot aan de plaats van uitvoer vanuit Indonesië;

c) beoordeling van de toereikendheid van het gegevensbeheersysteem en het houttraceringssysteem die het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten alsmede de afgifte van de FLEGT-vergunningen ondersteunen;

d) opsporing en registratie van gevallen van niet-naleving en systeemfouten, en aanbeveling over de noodzakelijke corrigerende maatregelen;

e) beoordeling van de effectieve uitvoering van de bovengenoemde aanbevolen corrigerende maatregelen; en

f) verslaglegging van de bevindingen aan het gemengd comité.

5.   EVALUATIEMETHODIEK

5.1. De evaluator gebruikt een gedocumenteerde en op bewijs gebaseerde methodiek die voldoet aan de voorschriften van ISO/IEC 19011, of een gelijkwaardige norm. Deze behelst onder meer toereikende controles van de relevante documentatie, de operationele procedures en gegevens van de uitgevoerde activiteiten van de organisaties die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten, opsporing van gevallen van niet-naleving en systeemfouten, alsmede afgifte van verzoeken om overeenkomstige corrigerende maatregelen.

5.2. De evaluator is onder meer belast met:

a) evaluatie van de manier waarop de onafhankelijke beoordelings- en controle-instanties (LP en LV) worden geaccrediteerd;

b) evaluatie van de volledigheid en de consistentie van de gedocumenteerde procedures van elk orgaan dat betrokken is bij de controle van de tenuitvoerlegging van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten;

c) onderzoek van de uitvoering van de gedocumenteerde procedures en gegevens, met inbegrip van de werkmethoden middels bezoeken aan kantoren, kapgebieden, stapelplaatsen voor stamhout/balkengaten, controleposten in het bos, zagerijen en plaatsen van uitvoer en invoer;

d) onderzoek van de gegevens die zijn verzameld door regelgevende en handhavingsinstanties, LP's en LV's, en andere organen die nalevingscontroles uitvoeren in het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten;

e) onderzoek van de gegevens die zijn verzameld door organisaties in de particuliere sector die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten;

f) beoordeling van de beschikbaarheid van openbare informatie overeenkomstig bijlage IX, met inbegrip van de doeltreffendheid van de procedures voor het openbaar maken van informatie;

g) toepassing van de bevindingen en aanbevelingen van de verslagen van het onafhankelijke toezicht en de allesomvattende evaluatie, alsook de verslagen van de onafhankelijke markttoezichthouder;

h) raadpleging van de belanghebbenden en gebruik van informatie die is ontvangen van belanghebbenden die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten; en

i) toepassing van passende methoden voor het bemonsteren en het steekproefsgewijs controleren van de werkzaamheden van de betrokken regelgevende bosbouwinstanties, LP's en LV's, bedrijven en andere relevante actoren op alle niveaus van bosbouwactiviteiten, de controle van de toeleveringsketens, houtverwerking en uitvoervergunningen, met inbegrip van kruiscontroles met door de Unie verstrekte informatie over de invoer van hout vanuit Indonesië.

6.   KWALIFICATIES VAN DE EVALUATOR

De evaluator is een deskundige, onafhankelijke en onpartijdige derde die aan de volgende eisen voldoet:

a) de evaluator beschikt aantoonbaar over de kwalificaties en de bekwaamheid om te voldoen aan de voorschriften van ISO/IEC Guide 65 en ISO/IEC 17021, of een gelijkwaardige norm, met inbegrip van de kwalificatie voor het aanbieden van beoordelingsdiensten voor de bosbouwsector en de toeleveringsketens voor bosbouwproducten;

b) de evaluator is niet rechtstreeks betrokken bij het bosbeheer, de houtverwerking, de handel in hout of de controle van de bosbouwsector in Indonesië of in de Unie;

c) de evaluator is onafhankelijk van alle andere onderdelen van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten en de regelgevende bosbouwautoriteiten van Indonesië en beschikt over systemen om belangenconflicten te voorkomen. De evaluator meldt mogelijke belangenconflicten die zich voordoen en treft doeltreffende maatregelen om deze te beperken;

d) de evaluator en diens werknemers die de evaluatietaken uitvoeren, beschikken aantoonbaar over ervaring met de controle van het beheer van tropische bossen en houtverwerkende bedrijven en verwante controles van toeleveringsketens;

e) de evaluator beschikt over een mechanisme voor de ontvangst en behandeling van klachten in verband met zijn activiteiten en bevindingen.

7.   RAPPORTAGE

7.1. Het periodiek evaluatieverslag omvat: i) een volledig verslag met alle relevante informatie over de evaluatie, de bijbehorende bevindingen (met inbegrip van gevallen van niet-naleving en systeemfouten) en aanbevelingen; en ii) een openbaar samenvattend verslag op basis van het volledige verslag, waarin de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen aan de orde komen.

7.2. Het volledige verslag en het openbaar samenvattend verslag worden ter controle en goedkeuring overgelegd aan het gemengd comité voordat de verslagen vrijgegeven worden voor het publiek.

7.3. Op verzoek van het gemengd comité verschaft de evaluator aanvullende informatie ter ondersteuning of verduidelijking van zijn bevindingen.

7.4. De evaluator stelt het gemengd comité in kennis van alle ontvangen klachten en de maatregelen die zijn getroffen om deze op te lossen.

8.   VERTROUWELIJKHEID

De evaluator beschermt de vertrouwelijkheid van de gegevens die hij tijdens de uitvoering van zijn activiteiten ontvangt.

9.   AANSTELLING, PERIODICITEIT EN FINANCIERING

9.1. De evaluator wordt aangesteld door Indonesië na overleg met de Unie in het gemengd comité.

9.2. De periodieke evaluatie wordt uitgevoerd met tussenpozen van niet meer dan twaalf maanden vanaf de door het gemengd comité bepaalde datum overeenkomstig artikel 14, lid 5, onder e), van de overeenkomst.

9.3. Het gemengd comité beslist over de financiering van de periodieke evaluatie.

BIJLAGE VII

MANDAAT VOOR HET ONAFHANKELIJKE MARKTTOEZICHT

1.   DOEL VAN HET ONAFHANKELIJKE MARKTTOEZICHT

Onafhankelijk markttoezicht is markttoezicht dat wordt uitgevoerd door een onafhankelijke derde die hierna toezichthouder wordt genoemd. Het onafhankelijke markttoezicht heeft tot doel gegevens te verzamelen en te analyseren over de aanvaarding van Indonesisch hout met een FLEGT-vergunning op de markt van de Unie en de gevolgen te evalueren van Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen en van daarmee samenhangende beleidsinitiatieven op onder meer het gebied van particuliere en overheidsopdrachten.

2.   TOEPASSINGSGEBIED

Het onafhankelijke markttoezicht behelst:

2.1. het in het vrije verkeer brengen van Indonesisch hout met een FLEGT-vergunning op punten van binnenkomst in de Unie;

2.2. de prestaties van Indonesisch hout met een FLEGT-vergunning op de markt van de Unie en de gevolgen van in de Unie getroffen marktgerelateerde maatregelen op de vraag naar Indonesisch hout met een FLEGT-vergunning;

2.3. de prestaties van hout zonder een FLEGT-vergunning op de markt van de Unie en de gevolgen van in de Unie getroffen marktgerelateerde maatregelen op de vraag naar hout zonder een FLEGT-vergunning;

2.4. onderzoek van de gevolgen van andere in de Unie getroffen marktgerelateerde maatregelen op het gebied van bijvoorbeeld het beleid ten aanzien van overheidsopdrachten en groene bouwvoorschriften en maatregelen in de particuliere sector zoals gedragscodes voor de handel en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

3.   RESULTATEN

De resultaten van het onafhankelijke markttoezicht omvatten regelmatige verslagen aan het gemengd comité met zijn bevindingen en aanbevelingen over maatregelen ter versterking van de marktpositie van Indonesisch hout met een FLEGT-vergunning op de EU-markt en ter verbetering van de tenuitvoerlegging van marktgerelateerde maatregelen om illegaal gekapt hout te weren van de EU-markt.

4.   VOORNAAMSTE ACTIVITEITEN

Het onafhankelijke markttoezicht behelst onder meer:

4.1. De evaluatie van:

a) de voortgang en de gevolgen van de tenuitvoerlegging van beleidsmaatregelen ter bestrijding van de handel in illegaal gekapt hout in de Unie;

b) tendensen in de invoer van hout en houtproducten door de Unie vanuit Indonesië en andere houtexporterende landen met en zonder vrijwillige partnerschapsovereenkomst;

c) acties van pressiegroepen die gevolgen kunnen hebben op de vraag naar hout en houtproducten of de markten voor de Indonesische handel in bosbouwproducten.

4.2. Verslaglegging van bevindingen en aanbevelingen aan het gemengd comité.

5.   TOEZICHTMETHODIEK

5.1. De toezichthouder hanteert een gedocumenteerde en op bewijzen gebaseerde methodiek. Hiertoe behoren een toereikend onderzoek van de relevante documentatie, opsporing van eventuele inconsistenties in de beschikbare informatie en gegevens over de handel alsmede diepgaande gesprekken met de relevante actoren over de belangrijkste indicatoren van de gevolgen en de doeltreffendheid van marktgerelateerde maatregelen.

5.2. De toezichthouder voert observaties en analyses uit van onder meer:

a) de huidige marktsituatie en tendensen in de Unie met betrekking tot hout en houtproducten;

b) het beleid ten aanzien van overheidsopdrachten en de behandeling in dit verband van hout en houtproducten met en zonder een FLEGT-vergunning in de Unie;

c) wetgeving die van invloed is op de houtverwerkende sector, de handel in hout en houtproducten in de Unie en de invoer van hout en houtproducten in de Unie;

d) prijsverschillen in de Unie tussen hout en houtproducten met en zonder FLEGT-vergunning;

e) de marktacceptatie, de perceptie en het marktaandeel van hout en houtproducten met een FLEGT-vergunning en een certificering in de Unie;

f) statistieken en tendensen van de volumes en de waarden van hout en houtproducten met en zonder FLEGT-vergunning die via verschillende havens in de Unie worden ingevoerd vanuit Indonesië en andere houtexporterende landen met en zonder vrijwillige partnerschapsovereenkomst;

g) beschrijvingen van de juridische instrumenten en processen aan de hand waarvan de bevoegde autoriteiten en grensbewakingsautoriteiten in de Unie de geldigheid van FLEGT-vergunningen controleren en ladingen toelaten tot het vrije verkeer, eventuele wijzigingen daarvan en de boetes die worden opgelegd bij niet-naleving;

h) mogelijke problemen en beperkingen waarmee exporteurs en importeurs te maken krijgen bij het invoeren van hout met een FLEGT-vergunning in de Unie;

i) de doeltreffendheid van campagnes ter bevordering van hout met een FLEGT-vergunning in de Unie.

5.3. De toezichthouder beveelt promotieactiviteiten aan om de marktacceptatie van hout met een FLEGT-vergunning uit Indonesië te vergroten.

6.   KWALIFICATIES VAN DE ONAFHANKELIJKE MARKTTOEZICHTHOUDER

De toezichthouder:

a) is een onafhankelijke derde die heeft bewezen te beschikken over het professionalisme en de integriteit die noodzakelijk zijn om toezicht te houden op de markt van hout en houtproducten in de Unie en daarmee verband houdende handelspraktijken;

b) is op de hoogte van de handel in en de markten van hout en houtproducten uit Indonesië, en met name van hardhout en voor die landen van de Unie die vergelijkbare producten produceren;

c) beschikt over systemen om belangenconflicten te voorkomen. De toezichthouder meldt mogelijke belangenconflicten die zich voordoen en treft doeltreffende maatregelen om deze te voorkomen.

7.   RAPPORTAGE

7.1. Om de twee jaar worden verslagen ingediend met: i) alle relevante bevindingen en aanbevelingen; een ii) samenvatting op basis van het volledige verslag.

7.2. Het volledige verslag en het samenvattend verslag worden ter controle en goedkeuring voorgelegd aan het gemengd comité voordat de verslagen openbaar worden gemaakt.

7.3. Op verzoek van het gemengd comité verschaft de toezichthouder aanvullende informatie ter ondersteuning of verduidelijking van zijn bevindingen.

8.   VERTROUWELIJKHEID

De toezichthouder beschermt de vertrouwelijkheid van de gegevens die hij tijdens de uitvoering van zijn activiteiten ontvangt.

9.   AANSTELLING, PERIODICITEIT EN FINANCIERING

9.1. De toezichthouder wordt aangesteld door de Unie na overleg met Indonesië in het gemengd comité.

9.2. Het onafhankelijke markttoezicht wordt uitgevoerd met tussenpozen van niet meer dan vierentwintig maanden vanaf de door het gemengd comité bepaalde datum overeenkomstig artikel 14, lid 5, onder e), van de overeenkomst.

9.3. Het gemengd comité beslist over de financiering van het onafhankelijke markttoezicht.

BIJLAGE VIII

CRITERIA VOOR HET BEOORDELEN VAN DE WERKING VAN HET INDONESISCHE SYSTEEM TER WAARBORGING VAN DE WETTIGHEID VAN HOUT EN HOUTPRODUCTEN

CONTEXT

Voordat FLEGT-vergunningen worden afgegeven voor de uitvoer van hout naar de Unie, zal een onafhankelijke technische evaluatie van het Indonesische systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten worden uitgevoerd. Deze technische evaluatie heeft tot doel: i) de werking van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten in de praktijk te onderzoeken om te bepalen in hoeverre dit de beoogde resultaten oplevert en ii) eventuele wijzigingen te onderzoeken die in het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten zijn aangebracht na de ondertekening van deze overeenkomst.

De evaluatiecriteria worden hieronder beschreven:

1. Definitie van wettigheid

2. Toezicht op de toeleveringsketen

3. Controleprocedures

4. Afgifte van uitvoervergunningen

5. Onafhankelijk toezicht

1.   DEFINITIE VAN WETTIGHEID

Legaal geproduceerd hout moet worden omschreven op basis van in Indonesië geldende wetgeving. De gehanteerde definitie moet ondubbelzinnig, objectief controleerbaar en praktisch uitvoerbaar zijn, en ten minste de wet- en regelgeving omvatten die op de volgende gebieden betrekking heeft:

 kaprechten: verlenen van wettelijke rechten om hout te kappen in gebieden waarin dat wettelijk is vastgelegd en/of toegestaan;

 bosbouw: naleving van de wettelijke eisen betreffende bosbeheer, met name naleving van de relevante wet- en regelgeving ten aanzien van milieu en arbeid;

 vergoedingen en belastingen: naleving van de wettelijke eisen betreffende belastingen, exploitatierechten, heffingen en rechten die rechtstreeks verband houden met de houtkap en kaprechten;

 andere gebruikers: eerbiediging van de eventuele juridische eigendom of exploitatierechten van andere partijen op grond en andere rijkdommen waarop de kaprechten van invloed kunnen zijn;

 handel en douane: naleving van de wettelijke eisen betreffende handel en douaneprocedures.

Hoofdvragen:

 Zijn de definitie van wettigheid en de normen voor de wettigheidscontrole gewijzigd sinds de ondertekening van deze overeenkomst?

 Is de relevante arbeidswet- en regelgeving opgenomen in de definities van wettigheid als bedoeld in bijlage II?

In geval van wijzigingen in de definitie van wettigheid zijn de hoofdvragen onder meer:

 Zijn alle relevante belanghebbenden geraadpleegd over deze en andere sedertdien in het systeem ter waarborging van de wettigheid opgetreden wijzigingen in het kader van een procedure waarin voldoende rekening met hun zienswijzen werd gehouden?

 Is het duidelijk welk rechtsinstrument aan de basis ligt van elk nieuw element van de definitie? Zijn er criteria en indicatoren die gebruikt kunnen worden om de naleving van elk onderdeel van de definitie te toetsen? Zijn de criteria en indicatoren duidelijk, objectief en praktisch uitvoerbaar?

 Kan aan de hand van de criteria en de indicatoren duidelijk worden vastgesteld wat de rollen en verantwoordelijkheden van alle relevante partijen zijn en worden bij de controle hun prestaties beoordeeld?

 Omvat de definitie van wettigheid de belangrijkste hierboven geschetste gebieden van bestaande wet- en regelgeving? Zo niet, waarom zijn bepaalde wet- en regelgevingsgebieden niet in de definitie opgenomen?

2.   CONTROLE VAN DE TOELEVERINGSKETEN

De systemen ter controle van de toeleveringsketen moeten er op een geloofwaardige manier voor zorgen dat houtproducten door de hele toeleveringsketen kunnen worden getraceerd, vanaf het moment dat het hout wordt gekapt of ingevoerd tot aan de uitvoer. Het is niet steeds nodig stammen, ladingen hout of houtproducten van het bos van oorsprong tot de plaats van de uitvoer fysiek te kunnen traceren, maar wel steeds vanaf het bos tot het eerste punt van vermenging (bv. een houtterminal of verwerkingsbedrijf).

2.1.   Exploitatierechten

De gebieden waarvoor bosbouwexploitatierechten zijn verleend, zijn duidelijk afgebakend en er is duidelijk vastgesteld wie de houders van die rechten zijn.

Hoofdvragen:

 Waarborgt het controlesysteem dat alleen hout de toeleveringsketen binnenkomt dat afkomstig is uit bosgebieden waarvoor geldige exploitatierechten zijn verleend?

 Waarborgt het controlesysteem dat aan ondernemingen die hout kappen de juiste exploitatierechten zijn verleend voor de desbetreffende bosgebieden?

 Zijn de procedures voor de toekenning van de kaprechten en de informatie over dergelijke rechten, met inbegrip van de houders, openbaar?

2.2.   Methoden ter controle van de toeleveringsketen

Er bestaan effectieve regelingen voor het traceren van hout gedurende de volledige toeleveringsketen, van kap tot plaats van uitvoer. De methode die wordt gebruikt om vast te stellen om wat voor hout het gaat, kan variëren van het gebruik van labels voor individuele goederen tot het raadplegen van de documentatie voor een lading of een partij goederen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de soort hout en de waarde ervan, alsmede het risico van vermenging met onbekend of illegaal hout.

Hoofdvragen:

 Zijn alle alternatieven in de toeleveringsketen, met inbegrip van verschillende houtbronnen, geïnventariseerd en in het controlesysteem omschreven?

 Zijn alle stappen van de toeleveringsketen geïnventariseerd en in het controlesysteem omschreven?

 Zijn er methodes bepaald en gedocumenteerd om de oorsprong van het product vast te stellen en vermenging met hout van onbekende bron in de volgende stappen van de toeleveringsketen te voorkomen:

 nog niet gevelde bomen;

 stamhout in het bos;

 vervoer en tussentijdse opslag (stapelplaatsen/balkengaten, tussentijdse stapelplaatsen voor stamhout/balkengaten);

 aankomst bij het verwerkingsbedrijf en opslag van het materiaal;

 aanvoer naar en afvoer van de productielijnen in het verwerkingsbedrijf;

 opslag van verwerkte producten in het verwerkingsbedrijf;

 afvoer vanuit het verwerkingsbedrijf en vervoer;

 aankomst op de plaats van uitvoer.

 Welke organisaties zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de houtstromen? Beschikken zij over toereikende personele en andere middelen voor het uitoefenen van dit toezicht?

 Zijn er concrete aanwijzingen om te veronderstellen dat ongecontroleerd hout terechtkomt in de toeleveringsketen? Vertoont in dit geval het controlesysteem tekortkomingen die bijvoorbeeld verband houden met het ontbreken van een inventaris van de niet gevelde bomen voordat het hout van particuliere bos-/grondeigenaren wordt gekapt?

 Maakt beleid inzake de verwerking van gerecycled materiaal deel uit van het Indonesische systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten en zo ja, heeft Indonesië richtsnoeren ontwikkeld voor de manier waarop gerecycled materiaal moet worden verwerkt?

2.3.

Kwantitatief gegevensbeheer:

Er bestaan goede en doeltreffende regelingen voor het meten en registreren van de hoeveelheden hout of houtproducten in elke stap van de toeleveringsketen, inclusief betrouwbare en nauwkeurige ramingen van het volume nog niet gevelde bomen op elk kapperceel vóór de kap.

Hoofdvragen:

 Zorgt het controlesysteem voor kwantitatieve gegevens over aanvoer en afvoer, met inbegrip van eventuele omzettingsverhoudingen, bij de volgende stappen van de toeleveringsketen:

 nog niet gevelde bomen;

 stammen in het bos (op rooiplaatsen);

 vervoerd en opslagen hout (stapelplaatsen/balkengaten, tussentijdse stapelplaatsen voor stamhout/balkengaten);

 aankomst bij het verwerkingsbedrijf en opslag van het materiaal;

 aanvoer en afvoer op de productielijnen;

 opslag van verwerkte producten in het verwerkingsbedrijf;

 afvoer vanuit verwerkingsbedrijf en vervoer;

 aankomst op de plaats van uitvoer.

 Welke organisaties houden de kwantitatieve gegevens bij? Beschikken zij over toereikende personele en materiële middelen?

 Hoe is de kwaliteit van de gecontroleerde gegevens?

 Worden alle kwantitatieve gegevens zodanig geregistreerd dat de hoeveelheden tijdig kunnen worden vergeleken met de vorige en volgende stappen van de toeleveringsketen?

 Welke informatie over het toezicht op de toeleveringsketen wordt openbaar gemaakt? Hoe hebben belanghebbende partijen toegang tot deze informatie?

2.4.

Scheiding van wettelijk gecontroleerd hout en hout uit onbekende bronnen

Hoofdvragen:

 Bestaan er voldoende controle-instrumenten om hout uit onbekende bronnen of hout dat zonder wettelijke kaprechten is gekapt, uit te sluiten?

 Welke controlemaatregelen worden toegepast om ervoor te zorgen dat gecontroleerd en ongecontroleerd materiaal in de hele toeleveringsketen van elkaar gescheiden blijven?

2.5.

Ingevoerde houtproducten

Er worden adequate controles uitgevoerd om ervoor te zorgen dat ingevoerd hout en ingevoerde houtproducten legaal zijn ingevoerd.

Hoofdvragen:

 Hoe wordt aangetoond dat hout en houtproducten legaal zijn ingevoerd?

 Wat voor documenten zijn vereist om het land waar het hout is gekapt te identificeren en te garanderen dat de ingevoerde producten afkomstig zijn van legaal geproduceerd hout, zoals omschreven in bijlage V?

 Kan met het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten de identiteit van ingevoerd hout en ingevoerde houtproducten gedurende de hele toeleveringsketen worden geïdentificeerd, tot ze worden vermengd voor de fabricage van verwerkte producten?

 Kan aan de hand van de FLEGT-vergunning van ingevoerd hout het land waar het hout is gekapt worden vastgesteld (kan achterwege blijven bij samengestelde producten)?

3.   CONTROLEPROCEDURES

In het kader van de controleprocedure worden toereikende controles uitgevoerd om de wettigheid van het hout te waarborgen. De controle moet voldoende grondig en doeltreffend zijn om te kunnen vaststellen wanneer de voorschriften in het bos of in de toeleveringsketen niet worden nageleefd en dat tijdig actie te ondernemen.

3.1.   Organisatie

De controle wordt uitgevoerd door een derde organisatie die beschikt over passende middelen, beheersystemen en bekwaam en geschoold personeel, alsmede over goede en doeltreffende regelingen om belangenconflicten te beheersen.

Hoofdvragen:

 Beschikken de controle-instanties over een geldig, door de nationale accreditatie-instantie (KAN) afgegeven accreditatiecertificaat?

 Wijst de overheid instanties aan om de controletaken uit te voeren? Zijn de opdracht en de bijbehorende verantwoordelijkheden duidelijk en openbaar?

 Zijn de institutionele rollen en verantwoordelijkheden duidelijk omschreven en worden zij toegepast?

 Beschikken de controle-instanties over toereikende middelen voor de controle van de wettigheidsdefinitie en de systemen voor toezicht op de houttoeleveringsketen?

 Beschikken de controle-instanties over een volledig gedocumenteerd beheersysteem dat:

 

 waarborgt dat het personeel voldoende bekwaamheden en ervaring heeft om effectieve controles uit te voeren?

 interne controle/intern toezicht uitvoert?

 mechanismen omvat om belangenconflicten te controleren?

 de transparantie van het systeem garandeert?

 een controlemethodiek definieert en toepast?

3.2.   Controle met betrekking tot de definitie van wettigheid

Er bestaat een duidelijke omschrijving van hetgeen moet worden gecontroleerd. De controlemethodiek is gedocumenteerd en moet ervoor zorgen dat het proces systematisch en transparant verloopt, op bewijs is gebaseerd, op regelmatige tijdstippen wordt uitgevoerd en alle in de definitie bepaalde aspecten omvat.

Hoofdvragen:

 Omvat de door de controle-instanties gehanteerde controlemethodiek alle elementen van de definitie van wettigheid en wordt de naleving van alle vermelde indicatoren gecontroleerd?

 Zorgen de controle-instanties ervoor dat:

 

 de documenten, houtkapregisters en activiteiten op het terrein (onder meer via steekproeven) worden gecontroleerd?

 gegevens van externe belanghebbende partijen worden vergaard?

 hun controleactiviteiten worden geregistreerd?

 Worden de resultaten van de controles openbaar gemaakt? Hoe hebben belanghebbende partijen toegang tot deze informatie?

3.3.   Toezicht op systemen ter controle van de integriteit van de toeleveringsketen

Er is duidelijk afgebakend op welke criteria en indicatoren toezicht moet worden uitgeoefend gedurende de volledige toeleveringsketen. De toezichtmethodiek is gedocumenteerd en moet ervoor zorgen dat het proces systematisch en transparant verloopt, op bewijs is gebaseerd, op regelmatige tijdstippen wordt uitgevoerd en alle vereiste criteria en indicatoren omvat. De methode omvat tevens regelmatige en tijdige afstemming van de gegevens van elke stap van de keten.

Hoofdvragen:

 Omvat de toezichtmethodiek controles van de volledige toeleveringsketen? Wordt dit duidelijk vooropgesteld in de toezichtmethodiek?

 Hoe wordt aangetoond dat het toezicht op de toeleveringsketen wordt gecontroleerd?

 Welke organisaties zijn verantwoordelijk voor de controle van de gegevens? Beschikken zij over toereikende personele en andere middelen voor het beheren van de gegevens?

 Zijn er methoden voor het beoordelen van de overeenstemming tussen nog niet gevelde bomen, gekapte stammen en hout dat aankomt bij het verwerkingsbedrijf of de plaats van uitvoer?

 Zijn er methoden om de samenhang tussen de aanvoer van grondstoffen en de afvoer van verwerkte producten in zagerijen en andere bedrijven te beoordelen? Worden als onderdeel van deze methoden omzettingsverhoudingen vastgesteld en periodiek bijgewerkt?

 Welke informatiesystemen en -technologie worden toegepast voor het opslaan, controleren en vastleggen van gegevens? Zijn er doeltreffende systemen om de gegevens te beveiligen?

 Worden de resultaten van het toezicht op de toeleveringsketen openbaar gemaakt? Hoe hebben belanghebbende partijen toegang tot deze informatie?

3.4.   Klachtenregeling

Er is een toereikende regeling voor de afhandeling van klachten en geschillen in verband met de controleprocedure.

Hoofdvragen:

 Beschikken de controle-instanties over een klachtenregeling die beschikbaar is voor alle belanghebbende partijen?

 Beschikken de controle-instanties over regelingen voor het ontvangen en beantwoorden van bezwaren van de onafhankelijke toezichthouders?

 Beschikken de controle-instanties over regelingen voor het ontvangen en beantwoorden van meldingen van overheidsambtenaren over overtredingen/schendingen?

 Is duidelijk hoe klachten worden ontvangen, geregistreerd, doorgestuurd (indien nodig) en beantwoord?

3.5.   Regelingen voor de aanpak van gevallen van niet-naleving

Er zijn toereikende regelingen voor de afhandeling van gevallen van niet-naleving die tijdens de controleprocedure worden vastgesteld of via klachten en onafhankelijk toezicht aan het licht komen.

Hoofdvragen:

 Bestaat er een doeltreffend en goed werkend mechanisme dat ervoor zorgt dat controleresultaten zo nodig worden gecorrigeerd en maatregelen worden getroffen bij niet-naleving?

 Is dit voorschrift in het controlesysteem opgenomen?

 Zijn er regelingen ontwikkeld voor de aanpak van gevallen van niet-naleving? Worden deze in de praktijk toegepast?

 Worden gevallen van niet-naleving, de correctie van de controleresultaten en andere maatregelen op toereikende wijze geregistreerd? Wordt de doeltreffendheid van dergelijke maatregelen beoordeeld?

 Is er een mechanisme om verslag uit brengen aan de overheid over de bevindingen van de controle-instanties?

 Wat voor gegevens over gevallen van niet-naleving worden openbaar gemaakt?

4.   AFGIFTE VAN UITVOERVERGUNNINGEN

Indonesië heeft vergunningverlenende autoriteiten belast met de algemene verantwoordelijkheid voor het afgeven van gecontroleerde wettelijke documenten en FLEGT-vergunningen. FLEGT-vergunningen worden afgegeven voor afzonderlijke ladingen die als bestemming de Unie hebben.

4.1.   Organisatie

Hoofdvragen:

 Welke instanties zijn belast met de verantwoordelijkheid voor de afgifte van FLEGT-vergunningen?

 Beschikt de vergunningverlenende autoriteit over een geldig, door de KAN afgegeven accreditatiecertificaat?

 Zijn de rollen van de vergunningverlenende autoriteit en haar personeel met betrekking tot de afgifte van FLEGT-vergunningen duidelijk gedefinieerd en openbaar gemaakt?

 Zijn de eisen van vakbekwaamheid omschreven en is er intern toezicht op het personeel van de vergunningverlenende autoriteit?

 Beschikt de vergunningverlenende autoriteit over toereikende middelen voor het uitvoeren van haar taken?

4.2.   De afgifte van gecontroleerde wettelijke documenten (V-Legal Documents) en het gebruik ervan bij de afgifte van FLEGT-vergunningen

Er zijn toereikende regelingen getroffen die het mogelijk maken gecontroleerde wettelijke documenten te gebruiken bij de afgifte van FLEGT-vergunningen.

Hoofdvragen:

 Beschikt de vergunningverlenende autoriteit over algemeen beschikbare gedocumenteerde procedures voor de afgifte van een gecontroleerd wettelijk document?

 Hoe wordt aangetoond dat deze procedures in de praktijk naar behoren worden toegepast?

 Worden afgegeven gecontroleerde wettelijke documenten en gevallen waarin deze niet zijn afgegeven, op toereikende wijze geregistreerd? Vindt registratie plaats van het bewijsmateriaal op grond waarvan de gecontroleerde wettelijke documenten zijn afgegeven?

 Beschikt de vergunningverlenende autoriteit over toereikende procedures om ervoor te zorgen dat elke lading hout voldoet aan de voorschriften van de definitie van de wettigheid en de controle van de toeleveringsketen?

 Zijn de vereisten voor de afgifte van vergunningen duidelijk omschreven en medegedeeld aan de exporteurs en andere betrokken partijen?

 Wat voor gegevens over de afgegeven vergunningen worden openbaar gemaakt?

 Voldoen de FLEGT-vergunningen aan de technische specificaties in bijlage IV?

 Heeft Indonesië een nummeringssysteem voor FLEGT-vergunningen ontwikkeld aan de hand waarvan onderscheid kan worden gemaakt tussen FLEGT-vergunningen voor de markt van de Unie en gecontroleerde wettelijke documenten voor markten buiten de Unie?

4.3.   Vragen over afgegeven FLEGT-vergunningen

Er is een toereikende regeling voor het afhandelen van vragen van de bevoegde autoriteiten over FLEGT-vergunningen, zoals beschreven in bijlage III.

Hoofdvragen:

 Is er een informatiepunt inzake vergunningen in het leven geroepen dat zich onder andere bezig houdt met het ontvangen en beantwoorden van vragen van de bevoegde autoriteiten?

 Zijn er duidelijke communicatieprocedures afgesproken tussen het informatiepunt inzake vergunningen en de bevoegde autoriteiten?

 Zijn er duidelijke communicatieprocedures afgesproken tussen het informatiepunt inzake vergunningen en de vergunningverlenende autoriteiten?

 Zijn er kanalen voor Indonesische of internationale belanghebbenden voor het verkrijgen van informatie over afgegeven FLEGT-vergunningen?

4.4.   Klachtenregeling

Er is een toereikende regeling voor de afhandeling van klachten en geschillen in verband met de afgifte van vergunningen. Deze regeling is bedoeld om eventuele klachten over de werking van het vergunningensysteem op een toereikende manier te behandelen.

Hoofdvragen:

 Bestaat er een gedocumenteerde klachtenregeling die beschikbaar is voor alle belanghebbende partijen?

 Is duidelijk hoe klachten worden ontvangen, geregistreerd, doorgestuurd (indien nodig) en beantwoord?

5.   ONAFHANKELIJK TOEZICHT

Het onafhankelijke toezicht wordt uitgeoefend door Indonesische maatschappelijke organisaties en is onafhankelijk van de andere elementen van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten (degenen die betrokken zijn bij het beheer of de regulering van de bosbestanden enerzijds en degenen die betrokken zijn bij de onafhankelijke controle anderzijds). Het onafhankelijke toezicht heeft onder meer tot doel ervoor te zorgen dat het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten geloofwaardig blijft door uitoefening van toezicht op de controle ervan.

Indonesië heeft de onafhankelijke toezichtfunctie formeel erkend en staat toe dat maatschappelijke organisaties een klacht indienen wanneer onregelmatigheden worden vastgesteld tijdens de processen die verband houden met accreditatie, beoordeling en de afgifte van vergunningen.

Hoofdvragen:

 Heeft de overheid de richtsnoeren voor het onafhankelijke toezicht openbaar gemaakt?

 Omvatten de richtsnoeren duidelijke criteria waaraan de organisaties moeten voldoen die de onafhankelijke toezichtfunctie uitoefenen om de onpartijdigheid te waarborgen en belangenconflicten te voorkomen?

 Omvatten de richtsnoeren procedures om toegang te verkrijgen tot de gegevens in bijlage IX?

 Hebben maatschappelijke organisaties in de praktijk toegang tot de gegevens in bijlage IX?

 Omvatten de richtsnoeren procedures voor het indienen van klachten? Zijn deze procedures openbaar?

 Zijn er duidelijke regels vastgesteld voor de rapportage en openbaarmaking door de controle-instanties?

BIJLAGE IX

OPENBAARMAKING VAN INFORMATIE

1.   INLEIDING

De partijen streven ernaar dat de belangrijkste bosbouwgerelateerde informatie openbaar wordt gemaakt.

Daartoe wordt in deze bijlage beschreven i) welke bosbouwgerelateerde informatie openbaar moet worden gemaakt, ii) welke instanties verantwoordelijk zijn voor het openbaar maken van deze informatie en iii) op welke manieren toegang kan worden verkregen tot deze informatie.

Er moet voor worden gezorgd dat 1) de werkzaamheden van het gemengd comité tijdens de uitvoering van deze overeenkomst transparant en bekend zijn; 2) er een procedure is die de partijen en de relevante belanghebbenden toegang biedt tot de belangrijkste bosbouwgerelateerde informatie; 3) de werking van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten wordt versterkt door informatie beschikbaar te stellen aan de onafhankelijke toezichthouders; en 4) de ruimere doelstellingen van deze overeenkomst worden verwezenlijkt. De openbaarheid van informatie levert een belangrijke bijdrage aan de versterking van de governance in de Indonesische bosbouwsector.

2.   TOEGANG TOT INFORMATIE

Deze bijlage sluit aan bij de Indonesische wet nr. 14/2008 op de vrijheid van informatie, op grond waarvan elke openbare instelling regels moet opstellen met betrekking tot de manier waarop het publiek toegang kan krijgen tot bepaalde informatie. De wet onderscheidt vier informatiecategorieën: 1) informatie die beschikbaar is en regelmatig actief wordt verspreid; 2) informatie die onverwijld openbaar moet worden gemaakt; 3) informatie die te allen tijde beschikbaar is en op verzoek wordt verstrekt; en 4) informatie die beperkt toegankelijk of vertrouwelijk is.

Het Ministerie van Bosbouw, diensten op provincie- en districtsniveau, de nationale accreditatie-instantie (KAN), de conformiteitsbeoordelingsinstelling (CAB) en de vergunningverlenende autoriteiten zijn belangrijk voor een goede werking van het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten en zijn als zodanig verplicht bosbouwgerelateerde informatie openbaar te maken.

Met het oog op de uitvoering van de wet hebben het Ministerie van Bosbouw, diensten op provincie- en districtsniveau en alle andere overheidsinstanties, met inbegrip van de nationale accreditatie-instantie, procedures ontwikkeld voor het openbaar maken van informatie of zijn daarmee doende.

De KAN is tevens verplicht informatie openbaar te maken op grond van bepaling 8.2 inzake de verplichtingen van de accreditatie-instantie van ISO/IEC 17011:2004. De controle-instanties en vergunningverlenende autoriteiten moeten informatie openbaar maken overeenkomstig de besluiten van de minister van Bosbouw, bepaling 8.1 inzake publiek toegankelijke informatie van ISO/IEC 17021:2006 en bepaling 4.8 inzake documentatie van ISO/IEC Guide 65:1996.

Overeenkomstig de besluiten van de minister van Bosbouw vormen maatschappelijke organisaties een van de bronnen van bosbouwgerelateerde informatie.

Bij besluit nr. P.7/Menhut-II/2011 van 2 februari 2011 van de minister van Bosbouw wordt vastgesteld dat verzoeken om informatie van het Ministerie van Bosbouw moeten worden gericht aan de directeur van het centrum voor public relations van het Ministerie van Bosbouw in het kader van het beleid dat bepaalt dat informatie via één toegangspunt toegankelijk moet zijn. Het Ministerie van Bosbouw werkt momenteel aan aanvullende richtsnoeren voor de uitvoering van het beleid. Informatie bij bosbouwdiensten op regionaal, provinciaal en districtsniveau is rechtstreeks toegankelijk.

Om deze bijlage uitvoerbaar te maken, moeten de voor de vermelde instellingen bedoelde procedures, richtsnoeren of instructies voor het beantwoorden van verzoeken om informatie worden ontwikkeld en goedgekeurd. Bovendien zullen de regels met betrekking tot de verslaglegging en openbaarmaking door de controle-instanties en de vergunningverlenende autoriteiten worden verduidelijkt.

3.   INFORMATIECATEGORIEËN DIE WORDEN GEBRUIKT TER VERSTERKING VAN HET TOEZICHT OP EN DE EVALUATIE VAN DE WERKING VAN HET SYSTEEM TER WAARBORGING VAN DE WETTIGHEID VAN HOUT EN HOUTPRODUCTEN

Wet- en regelgeving: alle wetten, regels, normen en richtsnoeren die in de wettigheidsnormen worden genoemd.

Grond- en bosbestemming: kaarten van de bodembestemming, provinciale ruimtelijke-ordeningsplannen, procedures voor de toewijzing van landgebruik, bosbouwconcessies of exploitatierechten en andere rechten inzake exploitatie en verwerking, en daarmee verband houdende documenten als concessiekaarten, vergunningen voor bosexploitatie, eigendomsakten en grondeigendomskaarten.

Bosbeheerspraktijken: bosgebruiksplannen, jaarlijkse werkplannen met kaarten en machinevergunningen, notulen van raadplegingsbijeenkomsten met de gemeenschappen die in en om het vergunningsgebied wonen ten behoeve van de ontwikkeling van de jaarlijkse werkplannen, werkplannen voor de exploitatie van hout van bossen en bijbehorende bijlagen, MER-documenten en notulen van inspraakbijeenkomsten ten behoeve van de ontwikkeling van milieueffectrapporten, stamhoutproductieverslagen en inventarisgegevens van bosbestanden in staatsbossen.

Informatie over vervoer en toeleveringsketens, bijvoorbeeld in de vorm van vervoersdocumenten voor stamhout of bosbouwproducten en bijbehorende bijlagen en afstemmingsverslagen van hout, registratiedocumenten met betrekking tot het vervoer van hout tussen eilanden en documenten waaruit de identiteit van schepen blijkt.

Informatie over de verwerking en de daarbij betrokken bedrijven: de oprichtingsaktes van bedrijven, bedrijfsvergunningen, bedrijfsregistratienummers, milieueffectrapporten, verwerkingsvergunningen of bedrijfsregistratiecertificaten, planningen voor de aanvoer van grondstoffen voor primaire houtverwerkende bedrijven, registraties van exporteurs van verwerkte bosbouwproducten, overzichten van grondstoffen en verwerkte producten, lijsten van houders van verwerkingsrechten en gegevens over secundaire houtverwerkende bedrijven.

Bosbouwgerelateerde vergoedingen: areaalbetalingen en stortingsbewijzen, betaalopdrachten en facturen in verband met betalingen aan het herbebossingsfonds en voor de bosbestandsvergoeding.

Informatie over controle en de afgifte van vergunningen: kwaliteitsrichtsnoeren en normen voor accreditatieprocedures; de namen en adressen van de diverse geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstellingen, de data waarop de accreditatie is verleend en de data waarop deze vervalt; accreditatiegebieden; lijsten van bij de conformiteitsbeoordelingsinstellingen werkzame mensen (auditeurs, beleidsmakers) die betrokken zijn geweest bij de beoordeling/ controle van elk certificaat; verduidelijking van de term vertrouwelijke commerciële informatie; auditplan met informatie over wanneer inspraakbijeenkomsten plaatsvinden; aankondiging van audits door de conformiteitsbeoordelingsinstellingen; notulen van inspraakbijeenkomsten met conformiteitsbeoordelingsinstellingen met inbegrip van deelnemerslijsten; openbare samenvattingen van de auditresultaten; conclusies van de verslagen van de auditinstantie betreffende de afgifte van certificaten; statusverslagen voor alle audits: certificaten die zijn goedgekeurd, afgekeurd, toegekend, geschorst of ingetrokken of die momenteel worden gecontroleerd, alsmede eventuele wijzigingen aan de genoemde certificaten; gevallen van niet-naleving die relevant zijn vanuit het oogpunt van de audits en de vergunningverlening, alsmede de maatregelen die zijn getroffen om deze aan te pakken; afgegeven uitvoervergunningen; regelmatige conclusies van de verslagen van de vergunningverlenende autoriteiten.

Toezicht- en klachtenprocedures: standaardprocedures voor de afhandeling van klachten bij de KAN, controle-instanties en vergunningverlenende autoriteiten, met inbegrip van procedures voor het toezicht op de voortgang van klachtenbehandeling en de afsluiting ervan.

Zie het aanhangsel van deze bijlage voor een lijst van voor het toezicht op de bossen belangrijke documenten, de diensten die deze documenten in hun bezit hebben en de manier waarop toegang tot deze informatie kan worden verkregen.

4.   INFORMATIECATEGORIEËN DIE WORDEN GEBRUIKT TER VERSTERKING VAN DE RUIMERE DOELSTELLINGEN VAN DE VRIJWILLIGE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST

1. Verslag van de besprekingen in het gemengd comité

2. Het jaarverslag van het gemengd comité, met vermelding van:

a) de hoeveelheid houtproducten die in het kader van het FLEGT-vergunningensysteem vanuit Indonesië naar de Unie is uitgevoerd, ingedeeld naar de desbetreffende GS-codes en de EU-lidstaat waarin de invoer heeft plaatsgevonden;

b) het aantal door Indonesië afgegeven FLEGT-vergunningen;

c) de voortgang met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en zaken in verband met de tenuitvoerlegging ervan;

d) maatregelen om het uitvoeren, invoeren, in de handel brengen of verhandelen van illegaal geproduceerde houtproducten te voorkomen;

e) de hoeveelheden hout en houtproducten die in Indonesië zijn ingevoerd alsmede de maatregelen om de invoer van illegaal geproduceerde houtproducten te voorkomen en de integriteit van het FLEGT-vergunningensysteem niet te ondermijnen;

f) gevallen van niet-naleving van het FLEGT-vergunningensysteem in Indonesië en de genomen maatregelen om deze te bestrijden;

g) de hoeveelheid houtproducten die in het kader van het FLEGT-vergunningensysteem in de Unie is ingevoerd, gespecificeerd naar de desbetreffende GS-codes en de EU-lidstaat waarin de invoer heeft plaatsgevonden;

h) het aantal FLEGT-vergunningen dat de Unie van Indonesië heeft ontvangen;

i) het aantal gevallen, met opgave van de desbetreffende hoeveelheden houtproducten, waarin raadplegingen werden georganiseerd tussen de bevoegde autoriteiten en het Indonesische informatiepunt inzake vergunningen.

3. Volledig verslag en samenvattend verslag van de periodieke evaluatie.

4. Volledig verslag en samenvattend verslag van het onafhankelijke markttoezicht.

5. Klachten over de periodieke evaluatie en het onafhankelijke markttoezicht, en de manier waarop deze zijn afgehandeld.

6. Tijdschema voor de uitvoering van deze overeenkomst en overzicht van de uitgevoerde activiteiten.

7. Andere gegevens en informatie die relevant zijn voor de uitvoering en de werking van deze overeenkomst. Hieronder vallen tevens:

Juridische informatie:

 de tekst van deze overeenkomst, de bijbehorende bijlagen en eventuele wijzigingen;

 de tekst van alle wet- en regelgeving waarnaar in bijlage II wordt verwezen;

 uitvoeringsbesluiten en -procedures.

Informatie over de productie:

 de totale jaarproductie van hout in Indonesië;

 de hoeveelheid houtproducten die jaarlijks wordt uitgevoerd (in totaal en naar de Unie).

Informatie over de toewijzing van concessies:

 de totale oppervlakte van de toegewezen bosbouwconcessies;

 een lijst van de concessies, de namen van de bedrijven waaraan deze concessies zijn verleend en de namen van de bedrijven die deze beheren;

 een kaart met de locaties van alle kapconcessies;

 een lijst van de geregistreerde bosbouwbedrijven (die zich bezig houden met productie, verwerking, handel en uitvoer);

 een lijst van de overeenkomstig het systeem ter waarborging van de wettigheid van hout en houtproducten gecertificeerde bosbouwbedrijven (die zich bezig houden met productie, verwerking, handel en uitvoer).

Informatie over het beheer:

 een lijst van de concessies onder beheer, gespecificeerd volgens type;

 een lijst van gecertificeerde bosbouwconcessies en het type certificaat dat voor het beheer ervan is afgegeven.

Informatie over de betrokken instanties:

 een lijst van de vergunningverlenende autoriteiten in Indonesië, met inbegrip van hun adres en contactgegevens;

 het adres en de contactgegevens van het informatiepunt inzake vergunningen;

 een lijst van de bevoegde autoriteiten in de Unie, met inbegrip van hun adres en contactgegevens.

Deze informatie wordt ter beschikking gesteld via de websites van de partijen.

5.   TOEPASSING VAN DE REGELS VOOR OPENBAARMAKING

In het kader van de toepassing van deze bijlage zullen de partijen beoordelen of:

 de capaciteit op het gebied van het gebruik van openbare informatie met het oog op het onafhankelijke toezicht moet worden uitgebreid;

 in de overheidssector en onder belanghebbenden meer ruchtbaarheid moet worden gegeven aan de regels voor openbaarmaking in deze overeenkomst.

Aanhangsel



INFORMATIE TER VERSTERKING VAN DE CONTROLE VAN, HET TOEZICHT OP EN DE WERKING VAN HET SYSTEEM TER WAARBORGING VAN DE WETTIGHEID VAN HOUT EN HOUTPRODUCTEN

Nr.

Document dat openbaar moet worden gemaakt

Diensten die het document in hun bezit hebben

Informatiecategorie

HOUT AFKOMSTIG VAN BOSSEN OP STAATSGROND (IUPHHK-HA/HPH, IUPHHK-HTI/HPHTI,IUPHHK RE) en HOUT AFKOMSTIG VAN BOSSEN OP STAATSGROND DIE WORDEN BEHEERD DOOR LOKALE GEMEENSCHAPPEN (IUPHHK-HTR, IUPHHK-HKM)

1

Bosbouwconcessierechten

(SK IUPHHK-HA/HPH, IUPHHK- HTI/HPHTI, IUPHHK RE)

Ministerie van Bosbouw (BUK); kopieën bij de bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

2

Concessiekaarten

Ministerie van Bosbouw (BAPLAN); kopieën bij de bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

3

Exploitatievergunningen voor bosbouwproducten in productiebossen

(SK IUPHHK-HTR, IUPHHK-HKm)

Ministerie van Bosbouw (BUK); kopieën bij de bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

4

Kaarten van de exploitatie van bosbouwproducten in productiebossen

Ministerie van Bosbouw (BAPLAN); kopieën bij de bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

5

Bosexploitatieplan (TGHK)

Ministerie van Bosbouw (BAPLAN); kopieën bij bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

6

Werkplan voor de exploitatie van hout van bossen (RKUPHHK) en bijlagen, met inbegrip van machinevergunning

Ministerie van bosbouw (BUK)

3

7

Betalingsopdracht (SPP) en stortingsbewijs van de vergoeding voor de IIUPHHK-vergunning

Ministerie van Bosbouw (BUK)

3

8

Jaarlijks werkplan (RKT/blauwdruk), met inbegrip van kaart

Bosbouwdiensten op provincieniveau; kopieën bij bosbouwdiensten op districtsniveau

3

9

Inventarisatie- en productieverslagen (LHP en LHC)

Bosbouwdiensten op districtsniveau; kopieën bij bosbouwdiensten op provincieniveau

3

10

Vervoersdocumenten (skshh)

Bosbouwdiensten op districtsniveau; kopieën bij bosbouwdiensten op provincieniveau

3

11

Afstemmingsverslagen voor stamhout (LMKB)

Bosbouwdiensten op districtsniveau en lokale afdeling van het Ministerie van Bosbouw (BP2HP)

3

12

Betalingsopdracht en stortingsbewijs voor productievergoeding (SPP)

(gespecificeerd naar stammen/volume)

Bosbouwdiensten op districtsniveau

3

13

Bewijs van betaling aan bosbouwfonds en herbebossingsfonds

(PSDH of DR voor vergunninghouders voor natuurlijke bossen of PSDH voor vergunninghouders voor aangeplante bossen)

Bosbouwdiensten op districtsniveau

3

14

Milieueffectbeoordelingen

(AMDAL, ANDAL, RKL en RPL)

Milieudienst op provincie- of districtsiveau (BAPEDALDA of BLH); kopieën bij het Ministerie van Bosbouw (BUK)

3

HOUT VAN PARTICULIERE GROND

15

Geldige eigendomsakte

Kantoor van grondmaatschappij op nationaal, provinciaal of districtsniveau (BPN)

3

16

Eigendomsakte/kaarten

Kantoor van grondmaatschappij op nationaal, provinciaal of districtsniveau (BPN)

3

17

Vervoersdocument voor stamhout SKAU of SKSKB, voorzien van KR-stempel (stempel van de gemeenschap)

Dorpshoofd (SKAU); kopieën bij bosbouwdiensten op districtsniveau (SKSKB-KR) en SKAU

3

HOUT UIT HERBESTEMMINGSBOSSEN (IPK)

18

Houtexploitatievergunningen: ILS/IPK, met inbegrip van machinevergunning

Bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

19

Aan ILS/IPK gehechte kaarten

Bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau (BUK)

3

20

Vergunning voor bosexploitatie

Ministerie van Bosbouw (BAPLAN) en provinciale afdeling van het Ministerie van Bosbouw (BPKH)

3

21

IPK/ILS-werkplan

Bosbouwdiensten op districtsniveau

3

22

Inventarisgegevens van bosbestanden in te ontginnen staatsbossen (sectie in IPK/ILS-werkplan)

Bosbouwdiensten op districtsniveau

3

23

Houtproductiedocument (LHP)

Bosbouwdiensten op districtsniveau

3

24

Bewijs van betaling aan DR en PSDH (zie nr. 14)

Bosbouwdiensten op districtsniveau; kopieën naar Ministerie van Bosbouw (BUK)

3

25

Vervoersdocumenten FAKB en de bijlagen voor KBK en SKSKB en de bijlagen voor KB

Bosbouwdiensten op districtsniveau

3

HOUTVERWERKENDE SECTOR

26

Oprichtingsakte van het bedrijf

Ministerie van Justitie en Mensenrechten; voor primaire en geïntegreerde houtverwerkende bedrijven met een capaciteit van meer dan 6 000 m3 kopieën bij het Ministerie van Bosbouw (BUK), met een capaciteit van minder dan 6 000 m3 kopieën bij bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau; voor de secundaire houtverwerkende bedrijven kopieën bij het Ministerie van Industrie

3

27

Bedrijfsvergunning (SIUP)

Plaatselijk investeringsbureau of investeringscoördinatieagentschap (BKPMD), Ministerie van Handel. Voor secundaire houtverwerkende bedrijven kopieën bij het Ministerie van Industrie

3

28

Bedrijfsregistratienummer (TDP)

Plaatselijk investeringsbureau of investeringscoördinatieagentschap (BKPMD) en Ministerie van Handel

3

29

Milieueffectbeoordeling (EIA) (UKL/UPL en SPPL)

Milieudiensten op provincie- en districtsniveau (BAPEDALDA of BLH); kopieën bij het plaatselijke handelsbureau of investeringscoördinatieagentschap (BKPMD)

3

30

Vergunning voor industriële activiteiten (IUI) of registratienummer voor een industriële onderneming (TDI)

Primaire en geïntegreerde houtverwerkende bedrijven met een capaciteit van meer dan 6 000 m3 kopieën bij het Ministerie van Bosbouw (BUK), met een capaciteit van minder dan 6 000 m3 kopieën bij de bosbouwdiensten op provincieniveau, met een capaciteit van minder dan 2 000 m3 kopieën bij de bosbouwdiensten op districtsniveau; voor de secundaire houtverwerkende bedrijven kopieën bij het Ministerie van Industrie

3

31

Planning voor de aanvoer van grondstoffen voor primaire houtverwerkende bedrijven (RPBBI) voor primaire houtverwerkende bedrijven (IPHH)

Primaire en geïntegreerde houtverwerkende bedrijven met een capaciteit van meer dan 6 000 m3 kopieën bij het Ministerie van Bosbouw (BUK), met een capaciteit van minder dan 6 000 m3 kopieën bij de bosbouwdiensten op provincieniveau, met een capaciteit van minder dan 2 000 m3 kopieën bij de bosbouwdiensten op districtsniveau; kopieën bij bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

32

Geregistreerde exporteur van bosbouwproducten (ETPIK)

Ministerie van Handel

3

33

Vervoersdocumenten (SKSKB, FAKB, SKAU en/of FAKO)

Dorpshoofd (SKAU); kopieën bij bosbouwdiensten op districtsniveau (SKSKB-KR, SKAU), kopieën van FAKO bij de bosbouwdiensten op provincieniveau

3

34

Documenten die wijzigingen in voorraden rondhout melden (LMKB/LMKBK)

Bosbouwdiensten op districtsniveau

3

35

Overzicht van verwerkte producten (LMOHHK)

Bosbouwdiensten op districtsniveau, kopieën bij de bosbouwdiensten op provincieniveau

3

36

Document betreffende de handel in hout tussen de eilanden (PKAPT)

Ministerie van Handel (DG Binnenlandse handel)

3

37

Document waaruit de identiteit van het schip blijkt

Administratie van de plaatselijke haven (onder het Ministerie van Vervoer); kopie bij het Indonesisch Classificatiebureau (BKI)

3

ANDERE RELEVANTE INFORMATIE

38

Wet- en regelgeving: alle wetten, regelingen, normen en richtsnoeren in de wettigheidsnormen

Ministerie van Bosbouw, bosbouwdiensten op provincie- en districtsniveau

3

39

Informatie over controle en de afgifte van vergunningen:

 

 

a)  kwaliteitsrichtsnoeren en normen voor accreditatieprocedures

Nationale accreditatie-instantie (KAN)

1

b)  naam en adres van elke geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstelling (LP en LV)

Nationale accreditatie-instantie (KAN)

1

c)  lijst van personeel (auditeurs, beleidsmakers) dat bij elk certificaat betrokken was

Conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV), Ministerie van Bosbouw

1

d)  verduidelijking van de term vertrouwelijke commerciële informatie

Conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV)

1

e)  auditplan met informatie over wanneer inspraakbijeenkomsten plaatsvinden, aankondiging van audit door de auditinstantie, openbare samenvattingen van de auditresultaten, conclusies van de verslagen van de auditinstantie betreffende de afgifte van certificaten

Conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV)

1

40

Statusverslagen voor de audits:

 

 

a)  certificaten die zijn goedgekeurd, afgekeurd, toegekend, geschorst of ingetrokken of die momenteel worden gecontroleerd, alsmede eventuele wijzigingen aan de genoemde certificaten

Conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV)

1

b)  gevallen van niet-naleving die relevant zijn vanuit het oogpunt van de audits en de vergunningverlening, alsmede de maatregelen die zijn getroffen om deze aan te pakken

Conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV)

3

c)  afgegeven uitvoervergunningen (V-Legal Document); periodieke verslagen van de vergunningverlenende autoriteit

Conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV)

1

41

Toezicht- en klachtenprocedures:

 

 

a)  standaardprocedures voor de afhandeling van klachten voor de accreditatie-instantie en elke auditinstantie

Nationale accreditatie-instantie (KAN), conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV)

1

b)  maatschappelijke procedures voor toezicht, klachten, verslagen van maatschappelijk toezichthouder

Ministerie van Bosbouw, onafhankelijke toezichthouder

1

c)  documenten om toezicht te houden op de voortgang van klachtenbehandeling en de afsluiting ervan

Nationale accreditatie-instantie (KAN), conformiteitsbeoordelingsinstellingen (LP en LV)

3

Procedures om informatie in te winnen:

 De wet op de vrijheid van informatie (UU 14/2008) onderscheidt vier categorieën van informatie: 1) informatie die beschikbaar is en regelmatig actief wordt verspreid; 2) informatie die onverwijld openbaar moet worden gemaakt; 3) informatie die te allen tijde beschikbaar is en op verzoek wordt verstrekt en 4) informatie die beperkt toegankelijk of vertrouwelijk is.

 Informatie van categorie 3 van de wet op de vrijheid van informatie wordt aan het publiek verstrekt wanneer daar bij de aangewezen instantie (PPID) binnen de desbetreffende instelling om wordt verzocht, bv. het centrum voor public relations van het Ministerie van Bosbouw. Elke instelling beschikt over eigen uitvoeringsregelingen voor openbare informatie, die op de wet op de vrijheid van informatie zijn gebaseerd.

 Bepaalde informatie wordt op de websites van de betrokken instellingen geplaatst, ook al behoort zij overeenkomstig de wet op de vrijheid van informatie tot categorie 3: onder meer besluiten en regelingen, kaarten van de bodembestemming, bosgebruiksplannen.

Top