EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 1.7.2025
COM(2025) 331 final
BIJLAGE
bij
Aanbeveling voor een besluit van de Raad
over de toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) tot de nieuwe kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie
KADEROVEREENKOMST
VOOR
INTERNATIONALE SAMENWERKING
OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING VAN
KERNENERGIESYSTEMEN VAN DE VIERDE GENERATIE
KADEROVEREENKOMST VOOR
INTERNATIONALE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN
ONDERZOEK EN ONTWIKKELING VAN
KERNENERGIESYSTEMEN VAN DE VIERDE GENERATIE
De partijen bij deze kaderovereenkomst,
GELET OP de verwachte toename van de wereldwijde energievraag en de bijdrage die de ontwikkeling en verspreiding van innoverende technologieën en brandstoffen kan leveren om op een duurzame wijze aan de toekomstige energiebehoeften van de wereld te voldoen;
OVERWEGENDE dat de samenwerking van talrijke landen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling met het oog op de ontwikkeling van geavanceerde kernenergiesystemen van de volgende generatie de voortgang naar de daadwerkelijke realisatie van dergelijke systemen kan versnellen;
WENSENDE om via deze kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie (“de kaderovereenkomst”) de werkzaamheden van het Generation IV International Forum (“het GIF”) voort te zetten, dat een basis heeft gelegd voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van de volgende generatie kernenergiesystemen, bekend als “Generatie IV-systemen”;
ERKENNENDE de eerdere werkzaamheden van het GIF in het kader van de kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van nucleaire energiesystemen van de vierde generatie, gedaan te Washington op 28 februari 2005, zoals verlengd bij de overeenkomst tot verlenging van de kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van nucleaire energiesystemen van de vierde generatie, die op 26 februari 2015 in werking is getreden (“de GIF-kaderovereenkomst van 2005”), die op 28 februari 2025 afloopt; alsmede het Handvest van het Generation IV International Forum dat in juni 2001 voor ondertekening werd opengesteld, waarbij het GIF oorspronkelijk werd opgericht, en het Handvest van het Generation IV International Forum dat in januari 2011 voor ondertekening werd opengesteld, waarbij de GIF-samenwerking werd verlengd (“het GIF-handvest”);
ERKENNENDE dat het doel van het GIF-handvest verband houdt met de ontwikkeling van ontwerpen voor één of meer systemen van de vierde generatie, met het oogmerk dat voor deze systemen in een later stadium vergunning kan worden verleend en die kunnen worden gebouwd en geëxploiteerd op een wijze die een concurrerende en betrouwbare energievoorziening waarborgt voor de landen waarin dergelijke systemen worden gebouwd, terwijl tegelijk passende aandacht wordt besteed aan nucleaire veiligheid, kernafval, non-proliferatie en de publieke perceptie.
WIJZEND op het belang van het GIF-handvest voor de oprichting van het GIF en van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 voor de daaruit voortvloeiende samenwerkingen voorafgaand aan deze kaderovereenkomst;
VASTSTELLEND dat na de inwerkingtreding van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 het beheer van het GIF in de praktijk altijd is uitgevoerd door middel van de GIF-kaderovereenkomst van 2005;
WENSENDE ervoor te zorgen dat deze kaderovereenkomst in de toekomst de enige beheersstructuur vormt voor alle GIF-gerelateerde activiteiten;
OVERWEGENDE dat het GIF een “Technology Roadmap for Generation IV Nuclear Energy systems: Technical Roadmap Report” (december 2002) heeft gepubliceerd, zoals verder geactualiseerd in 2014, waarin de zes (6) meest veelbelovende systemen van de vierde generatie zijn omschreven en een overzicht is gegeven van het onderzoek en de ontwikkeling die vereist zijn om deze systemen tot technische wasdom te brengen;
GEZIEN het feit dat ministeries, departementen, agentschappen of andere instanties van de partijen bij de GIF-kaderovereenkomst van 2005 hebben deelgenomen aan systeemovereenkomsten, projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming in overeenstemming met de GIF-kaderovereenkomst van 2005 met betrekking tot de zes (6) meest veelbelovende systemen van de vierde generatie;
ERKENNENDE de waarde van een GIF-beheersstructuur bestaande uit een beleidsgroep, een deskundigengroep en een secretariaat;
OPMERKENDE dat de systemen van de vierde generatie zijn: gasgekoelde snelle reactoren, loodgekoelde snelle reactoren, gesmolten-zoutreactoren, natriumgekoelde snelle reactoren, met superkritisch water gekoelde reactoren en zeerhogetemperatuurreactoren;
BENADRUKKEND het gezamenlijke onderzoek en de gezamenlijke ontwikkeling van systemen van de vierde generatie, die eerder in het GIF-handvest en de GIF-kaderovereenkomst van 2005 zijn vastgesteld en uitgevoerd, met inbegrip van de volgende samenwerkingsactiviteiten:
·het identificeren van potentiële gebieden van multilaterale samenwerking op het gebied van systemen van de vierde generatie,
·het bevorderen van samenwerkingsprojecten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling,
·het opstellen van richtsnoeren voor de samenwerking en de verslaglegging van de resultaten ervan,
·het regelmatig evalueren van de voortgang en het doen van aanbevelingen over de richting van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten,
·het opstellen en regelmatig evalueren van een inventaris van de potentiële gebieden waarop onderzoek nodig is, en
·het verrichten van andere activiteiten om de verwezenlijking van de doelstellingen van het GIF te bevorderen, zoals gezamenlijk kan worden bepaald.
WENSENDE de voortzetting van het onderzoek en de ontwikkeling in samenwerkingsverband tussen de partijen en hun ministeries, departementen, agentschappen en andere instanties, samen met de industriële, academische, gouvernementele en niet-gouvernementele sectoren van de internationale onderzoekswereld, te vergemakkelijken, met als doel de demonstratie en uitrol van systemen van de vierde generatie te versnellen, om de zes (6) omschreven systemen van de vierde generatie vooruit te helpen; en
WIJZENDE op het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, gedaan te Parijs op 20 maart 1883, zoals herzien en gewijzigd,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
Artikel I
Doelstelling
1)De doelstelling van deze kaderovereenkomst is een nieuw raamwerk vast te stellen voor de voortzetting van de internationale samenwerking om het bereiken van de doelstellingen en de visie van het GIF te bevorderen en te vergemakkelijken, meer bepaald de ontwikkeling van ontwerpen voor één of meer systemen van de vierde generatie waarvoor in een later stadium vergunning kan worden verleend en die kunnen worden gebouwd en geëxploiteerd op een wijze die een concurrerende en betrouwbare energievoorziening waarborgt voor de landen waarin dergelijke systemen worden ingezet, terwijl tegelijk passende aandacht wordt besteed aan nucleaire veiligheid, kernafval, non-proliferatie en de publieke perceptie.
2)De samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst geschiedt uitsluitend voor vreedzame doeleinden en met inachtneming van de non-proliferatiedoelstellingen en de desbetreffende internationale verplichtingen van de partijen, en verloopt op basis van gelijkwaardigheid, wederzijds voordeel en wederkerigheid.
Artikel II
Vormen van samenwerking
De vormen van samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst zijn onder meer, maar moeten niet beperkt blijven tot:
a)gemeenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling;
b)uitwisseling van technische informatie en gegevens inzake wetenschappelijke en technologische activiteiten en methoden alsook resultaten van onderzoek en ontwikkeling;
c)steun voor de organisatie van technologische demonstraties, waaronder met passende deelnemers uit de industrie;
d)gezamenlijke uitvoering van proeven/experimenten;
e)deelname van personeel (inclusief wetenschappers, ingenieurs en andere specialisten) aan experimenten, analyses, ontwerpactiviteiten en andere activiteiten van onderzoek en ontwikkeling, uitgevoerd in onderzoekscentra, universitaire instellingen, laboratoria en andere faciliteiten;
f)uitwisseling of uitlening van stalen, materialen en apparatuur ten behoeve van experimenten, onderzoek en evaluatie;
g)organisatie van en deelname aan seminars, wetenschappelijke conferenties en andere vergaderingen;
h)financiële bijdragen voor het opzetten van de nodige experimenteerfaciliteiten; en
i)opleiding en verdere vorming van wetenschappers en technische deskundigen.
Artikel III
Uitvoering
1)Waar dit passend is, bevorderen en vergemakkelijken de partijen de ontwikkeling van directe contacten en van samenwerking tussen overheidsagentschappen, hogescholen, universiteiten, centra, instellingen en instituten voor wetenschappelijk onderzoek, particuliere ondernemingen en intergouvernementele organisaties.
2)In overeenstemming met de procedures zoals uiteengezet in artikel XII of artikel XIV van deze kaderovereenkomst, naargelang het geval, wijst elke partij zichzelf of één of meer van haar ministeries, departementen, agentschappen of andere instanties aan als haar uitvoerende instantie(s) voor de verwezenlijking van de in artikel I van deze kaderovereenkomst omschreven doelstelling. De uitvoerende instanties worden genoemd in bijlage A bij deze kaderovereenkomst (“bijlage A”). Duidelijkheidshalve vormen de bijlagen A, B en C een integrerend deel van deze kaderovereenkomst.
3)Een partij kan voorstellen bijlage A te wijzigen om (een) extra uitvoerende instantie(s) voor die partij aan te wijzen of haar uitvoerende instantie(s) te wijzigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris (zie artikel XI van deze kaderovereenkomst). De depositaris zendt de kennisgeving van de voorgestelde wijziging aan de partijen en hun uitvoerende instantie(s). De voorgestelde wijziging treedt in werking na een periode van 90 dagen na de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de voorgestelde wijziging rondzendt, mits geen enkele partij of naar behoren gemachtigde uitvoerende instantie de depositaris binnen de periode van 90 dagen ervan in kennis heeft gesteld bezwaar te maken tegen de voorgestelde wijziging. Indien de depositaris een dergelijk bezwaar ontvangt, treedt de voorgestelde wijziging niet in werking. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke toevoeging of wijziging op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging die onderworpen is aan de procedures van artikel XII, lid 9, van deze kaderovereenkomst.
Artikel IV
GIF-beheer
1)De partijen erkennen dat het GIF-handvest geen beheersstructuur biedt voor de activiteiten van de uitvoerende instanties of het GIF, ook niet met betrekking tot deze kaderovereenkomst. De partijen zijn het erover eens dat het GIF-handvest geen politieke verbintenis tussen hen inhoudt.
2)De partijen zetten hierbij een GIF-beheersstructuur op, bestaande uit een beleidsgroep, een deskundigengroep en een secretariaat. De beleidsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van elke partij en stelt beleid vast ter uitvoering van deze kaderovereenkomst. Zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst streeft de beleidsgroep ernaar een eerste beleid vast te stellen dat is gebaseerd op het beleid dat bij het verstrijken van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 van kracht was, teneinde de continuïteit van de in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 geïnitieerde samenwerking te vergemakkelijken, in overeenstemming met deze kaderovereenkomst.
3)De partijen komen overeen dat gedurende een periode van drie (3) jaar na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst, die slechts eenmaal met een periode van één (1) jaar kan worden verlengd bij een unaniem schriftelijk besluit van de partijen, een in bijlage C bij deze kaderovereenkomst (“bijlage C”) genoemde staat of internationale organisatie die nog geen partij is bij deze kaderovereenkomst:
a)wordt uitgenodigd om zijn of haar aangewezen vertegenwoordiger(s) als waarnemer aanwezig te laten zijn bij de vergaderingen van de beleidsgroep en de deskundigengroep; en
b)wordt uitgenodigd om zijn of haar aangewezen vertegenwoordiger(s) als waarnemer aanwezig te laten zijn bij andere GIF-vergaderingen overeenkomstig het door de beleidsgroep vast te stellen beleid.
Artikel V
Gerelateerde overeenkomsten
1)De partijen erkennen dat de samenwerking in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 is uitgevoerd in het kader van de in bijlage B bij deze kaderovereenkomst (“bijlage B”) vermelde systeemovereenkomsten, projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming. De partijen zijn voornemens de samenwerking op soortgelijke wijze voort te zetten overeenkomstig de voorwaarden van deze kaderovereenkomst. Zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst zullen de partijen:
a)ernaar streven dat hun uitvoerende instantie(s) nieuwe systeemovereenkomsten en projectovereenkomsten ondertekent (ondertekenen) op basis van de in bijlage B vermelde overeenkomsten en moedigen zij, in voorkomend geval, publieke en particuliere entiteiten aan om zich bij dergelijke nieuwe projectovereenkomsten aan te sluiten en eraan deel te nemen;
b)ervoor zorgen dat hun uitvoerende instantie(s) zich terugtrekt (terugtrekken), en moedigen zij de organisaties die zij hebben aangewezen om de memoranda van overeenstemming te ondertekenen aan zich terug te trekken uit, de in bijlage B vermelde memoranda van overeenstemming; en
c)ernaar streven dat hun uitvoerende instantie(s) nieuwe memoranda van overeenstemming ondertekent (ondertekenen) op basis van de in bijlage B vermelde memoranda van overeenstemming en moedigen zij, in voorkomend geval, deze aangewezen organisaties aan om aan de nieuwe memoranda van overeenstemming deel te nemen.
2)De partijen waarborgen dat:
a)er slechts één systeemovereenkomst is voor elk systeem van de vierde generatie; en
b)wanneer een partij meer dan één uitvoerende instantie heeft aangewezen, uitsluitend één daarvan een gegeven systeemovereenkomst ondertekent.
3)De partijen waarborgen dat elke systeemovereenkomst in overeenstemming is met de bepalingen van deze kaderovereenkomst en stellen een samenwerkingskader in voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten met het oog op de vaststelling van de levensvatbaarheid en prestaties van het desbetreffende systeem van de vierde generatie.
4)De partijen waarborgen dat het volgende in elke systeemovereenkomst aan bod komt:
a)de uit te voeren samenwerking;
b)het beheer van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die worden uitgevoerd om de doelstellingen van het GIF te behalen;
c)de financiële regelingen;
d)de bescherming, het gebruik en de openbaarmaking van achtergrondinformatie waarop eigendomsrechten berusten; en
e)de adequate en doelmatige bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten die bij de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst ontstaan of geleverd worden, evenals de beslechting van geschillen betreffende de intellectuele-eigendomsrechten.
5)In geval van inconsistentie tussen de systeemovereenkomst en deze kaderovereenkomst, waarborgen de partijen in elke systeemovereenkomst dat de bepalingen van de kaderovereenkomst voorrang hebben.
6)De partijen waarborgen dat elke systeemovereenkomst wordt uitgevoerd via één of meer projectovereenkomsten voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die worden opgezet om de levensvatbaarheid en prestaties vast te stellen van het systeem van de vierde generatie waarop het project betrekking heeft.
7)De partijen waarborgen dat:
a)uitvoerende instanties partij kunnen worden bij projectovereenkomsten; en
b)andere entiteiten in de publieke en particuliere sector bij een consensusbesluit van de beleidsgroep en in overeenstemming met het desbetreffende beleid van de beleidsgroep partij kunnen worden bij projectovereenkomsten, rekening houdend met de aanbeveling van de relevante stuurgroep van het systeem.
8)In elke projectovereenkomst moet worden ingegaan op aangelegenheden zoals, maar niet beperkt tot, het toepassingsgebied van de werkzaamheden, de geraamde kosten, het voorgestelde tijdschema, de verantwoordelijkheden inzake projectbeheer, intellectuele-eigendomsrechten, vereisten voor verslaglegging, de uittreding van ondertekenaars en, in voorkomend geval, voorwaarden betreffende de continuïteit van de samenwerking met de in artikel XV, lid 2, punt c), van deze kaderovereenkomst beschreven entiteiten van in bijlage C genoemde staten of internationale organisaties, indien deze staten of internationale organisaties nog geen partij zijn bij deze kaderovereenkomst.
9)De partijen waarborgen dat elke projectovereenkomst in overeenstemming is met en valt onder de bepalingen van de systeemovereenkomst waaronder het project valt, en in overeenstemming is met deze kaderovereenkomst.
10)In geval van inconsistentie tussen de systeemovereenkomst en een projectovereenkomst, waarborgen de partijen in elke systeemovereenkomst dat de bepalingen van de systeemovereenkomst voorrang hebben. In geval van inconsistentie tussen een systeemovereenkomst of een projectovereenkomst, enerzijds, en deze kaderovereenkomst, anderzijds, waarborgen de partijen voorts in elke projectovereenkomst dat de bepalingen van de kaderovereenkomst voorrang hebben.
11)De partijen zien erop toe dat elk memorandum van overeenstemming in overeenstemming is met de bepalingen van deze kaderovereenkomst en geven aan dat in geval van inconsistentie tussen het memorandum van overeenstemming en deze kaderovereenkomst de kaderovereenkomst voorrang heeft.
Artikel VI
Vergemakkelijking van het verkeer van personen, apparatuur en materiaal en het gebruik van gegevens
Met het oog op de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst vergemakkelijkt elke partij, binnen de grenzen van haar internationale verplichtingen en nationale wet- en regelgeving:
a)de toegang tot en het verlaten van haar grondgebied van het geschikte personeel en materiaal en de geschikte apparatuur van andere partijen, gebruikt in de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst; en
b)de uitwisseling en het gebruik van wetenschappelijke en technologische gegevens die worden verworven bij onderzoek en ontwikkeling, in het raam van deze kaderovereenkomst.
Artikel VII
Beschikbaarheid van middelen
De activiteiten van elke partij in het raam van deze kaderovereenkomst zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van de nodige financiële, personele en andere middelen.
Artikel VIII
Samenwerking in overeenstemming met toepasselijke wet- en regelgeving
Elke partij organiseert de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst overeenkomstig de op haar van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
Artikel IX
Openbaarmaking van informatie
De wetenschappelijke en technologische informatie die resulteert uit de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst, afgezien van de informatie die om redenen van nationale veiligheid of om commerciële of industriële redenen niet publiek wordt gemaakt:
a)wordt beschikbaar gemaakt voor de wetenschappelijke wereld via de gebruikelijke kanalen en in overeenstemming met de normale procedures van de partijen en hun respectieve deelnemende ministeries, departementen, agentschappen en andere instanties; en
b)kan openbaar beschikbaar worden gemaakt in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving van elke partij.
Artikel X
Geschillenbeslechting
1)Elk geschil betreffende de interpretatie of toepassing van deze kaderovereenkomst wordt beslecht via raadpleging tussen of onder de betrokken partijen.
2)Elk geschil tussen twee of meer ondertekenaars van projectovereenkomsten wordt beslecht in overeenstemming met de in een projectovereenkomst vastgestelde methode(n) waarover de bij de projectovereenkomst betrokken partijen schriftelijk overeenstemming hebben bereikt.
Artikel XI
Depositaris
1)De oorspronkelijke tekst van deze kaderovereenkomst wordt neergelegd bij de Secretaris-generaal van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, die hierbij wordt aangewezen als depositaris. De depositaris vervult zijn taken in overeenstemming met artikel 77 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, gedaan te Wenen op 23 mei 1969.
2)Zodra deze kaderovereenkomst in werking is getreden overeenkomstig artikel XII, lid 1, van deze kaderovereenkomst, zendt de depositaris een gewaarmerkt afschrift van de kaderovereenkomst toe aan de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties ter registratie en publicatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties, gedaan te San Francisco op 26 juni 1945; op diezelfde wijze zendt de depositaris gewaarmerkte afschriften toe van alle in werking tredende wijzigingen van deze kaderovereenkomst.
Artikel XII
Inwerkingtreding, wijziging, verlenging en beëindiging
1)Deze kaderovereenkomst staat open voor ondertekening door de in bijlage C genoemde staten en internationale organisaties en treedt in werking op de datum waarop drie (3) van die staten of internationale organisaties hebben verklaard ermee in te stemmen om door de kaderovereenkomst te worden gebonden, en ten vroegste op 1 maart 2025.
2)De instemming door de kaderovereenkomst te worden gebonden, wordt aangegeven hetzij door ondertekening zonder bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, hetzij door ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door de nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring bij de depositaris.
3)Met betrekking tot een in bijlage C genoemde staat of internationale organisatie die ermee instemt na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst erdoor te worden gebonden, behalve zoals bepaald in lid 4, punt b), van dit artikel, treedt deze kaderovereenkomst in werking op de datum van ondertekening zonder bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of op de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring bij de depositaris.
4)Na het uiten van instemming om door het verdrag te worden gebonden wijst elke in bijlage C genoemde lidstaat of internationale organisatie zichzelf of één of meer van zijn ministeries, departementen, agentschappen of andere instanties aan als zijn uitvoerende instantie(s) voor de verwezenlijking van de in artikel I van deze kaderovereenkomst omschreven doelstelling.
a)Onverminderd punt b) van dit lid wijst een dergelijke staat of internationale organisatie zichzelf of één of meer van zijn ministeries, afdelingen, agentschappen of andere entiteiten die in bijlage C zijn genoemd, aan als zijn uitvoerende instantie(s).
b)Na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst kan een dergelijke staat of internationale organisatie voorstellen uitvoerende instantie(s) aan te wijzen die niet in bijlage C zijn genoemd. In dergelijke omstandigheden zendt de depositaris de kennisgeving van de voorgestelde aanwijzing toe aan de partijen en hun uitvoerende instantie(s). Deze kaderovereenkomst treedt voor die staat of internationale organisatie in werking na een periode van negentig (90) dagen na de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de voorgestelde aanwijzing rondzendt, mits geen enkele partij of naar behoren gemachtigde uitvoerende instantie de depositaris binnen de periode van negentig dagen ervan in kennis heeft gesteld bezwaar te maken tegen de voorgestelde aanwijzing. Indien de depositaris een dergelijk bezwaar ontvangt, treedt deze kaderovereenkomst niet in werking voor die staat of internationale organisatie, en kan die staat of internationale organisatie voorstellen een andere entiteit of entiteiten aan te wijzen als uitvoerende instantie(s), in welk geval voor die voorgestelde aanwijzing dezelfde procedure van negentig dagen geldt indien de voorgestelde uitvoerende instantie(s) niet in bijlage C is (zijn) vermeld.
5)Indien een staat of een internationale organisatie een van zijn uitvoerende instanties machtigt namens die staat of organisatie bezwaar in te dienen ten behoeve van de procedures omschreven in lid 4, punt b), van dit artikel, artikel III, lid 3, van deze kaderovereenkomst, of beide, stelt die staat of organisatie de depositaris schriftelijk in kennis van de identificatie van de uitvoerende instantie die over een dergelijke machtiging beschikt. Een dergelijke kennisgeving kan worden gedaan op het tijdstip waarop een dergelijke staat of internationale organisatie aangeeft ermee in te stemmen gebonden te zijn uit hoofde van dit artikel, zijn akten van toetreding neerlegt uit hoofde van artikel XIV van deze kaderovereenkomst, of op enig ander tijdstip na partij te zijn geworden.
6)Bij de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst voor een partij of partijen overeenkomstig de leden 1, 3 of 4 van dit artikel verspreidt de depositaris een bijgewerkte bijlage A met de uitvoerende instantie(s) van die partij of die partijen. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke actualisering van bijlage A op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging waarop de procedures van lid 9 van dit artikel van toepassing zijn.
7)Deze kaderovereenkomst zal voor nieuwe partijen in werking treden overeenkomstig de bepalingen van artikel XIV van deze kaderovereenkomst.
8)Onverminderd het bepaalde in lid 10 van dit artikel blijft deze kaderovereenkomst gedurende een periode van tien (10) jaar van kracht en kan zij, door middel van een schriftelijke overeenkomst volgens de volgende procedure, voor aanvullende perioden worden verlengd: een verlenging treedt voor de partijen die hebben aangegeven dat zij ermee instemmen door de kaderovereenkomst gebonden te worden in overeenstemming met de in lid 2 van dit artikel beschreven procedures, in werking op de datum waarop drie (3) partijen hebben aangegeven dat zij ermee instemmen gebonden te worden. Voor een partij die ermee instemt door de kaderovereenkomst gebonden te worden na de datum van inwerkingtreding van een dergelijke verlenging, treedt de verlenging ten aanzien van die partij in werking op de datum waarop zij aangeeft ermee in te stemmen gebonden te worden.
9)Deze kaderovereenkomst kan, met schriftelijke, unanieme instemming van de partijen, op ieder moment worden gewijzigd. Een wijziging treedt in werking voor alle partijen dertig (30) dagen na de datum van ontvangst door de depositaris van de laatste schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van de wijziging.
10)Deze kaderovereenkomst kan, met schriftelijke, unanieme instemming van de partijen, op ieder moment worden beëindigd. Deze beëindiging treedt in werking dertig (30) dagen na de datum van ontvangst door de depositaris van de laatste schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van de beëindiging.
Artikel XIII
Uittreding
1)Een partij kan uittreden uit deze kaderovereenkomst mits de depositaris daarvan zes (6) maanden tevoren in kennis wordt gesteld. Nadat een dergelijke uittreding van kracht is geworden, verspreidt de depositaris een bijgewerkte bijlage A waarin de naam van de uittredende partij en die van haar uitvoerende instantie(s) zoals meegedeeld door die partij, zijn geschrapt. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke actualisering van bijlage A op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging waarop de procedures van lid 9 van artikel XII van toepassing zijn.
2)De partijen zijn voornemens dat bij de uittreding van een partij uit deze kaderovereenkomst ook de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst met de uitvoerende instantie(s), ondertekenaars en aangewezen organisaties van die partij wordt beëindigd. Daarom zorgen de partijen ervoor dat in elke systeem- en projectovereenkomst wordt bepaald, en dat in elk memorandum van overeenstemming wordt aangegeven, dat de uittreding van een partij uit deze kaderovereenkomst een uittreding van haar uitvoerende instantie(s) en andere ondertekenaars en aangewezen organisaties, naargelang het geval, uit een dergelijk instrument inhoudt, uiterlijk op de datum waarop die partij daadwerkelijk uit deze kaderovereenkomst uittreedt. Duidelijkheidshalve zijn de partijen voornemens dat entiteiten die, onder de in dit lid beschreven omstandigheden, wensen uit te treden of zijn uitgetreden uit projectovereenkomsten ondertekenaars van dergelijke projectovereenkomsten kunnen worden volgens de procedures van artikel V, lid 7, punt b), van deze kaderovereenkomst.
Artikel XIV
Toetreding van nieuwe partijen
1)Vanaf drie (3) jaar na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst kan de depositaris, na overleg met en het verkrijgen van het unanieme schriftelijke besluit van de partijen, elke niet in bijlage C genoemde staat of internationale organisatie uitnodigen tot deze kaderovereenkomst toe te treden. Dit overleg en dit unanieme schriftelijke besluit hebben ook betrekking op de voorgestelde uitvoerende instantie(s) van de staat of internationale organisatie die voor toetreding wordt voorgesteld.
2)Ten aanzien van elke staat of internationale organisatie die uit hoofde van lid 1 van dit artikel tot deze kaderovereenkomst toetreedt, treedt deze kaderovereenkomst in werking op de datum waarop de staat of internationale organisatie heeft verklaard ermee in te stemmen gebonden te worden door de kaderovereenkomst door de nederlegging van zijn akte van toetreding bij de depositaris en de depositaris schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn eerder uit hoofde van lid 1 van dit artikel aangewezen uitvoerende instantie(s).
3)Wanneer een nieuwe partij haar akte van toetreding neerlegt overeenkomstig lid 2 van dit artikel, verspreidt de depositaris een bijgewerkte bijlage A waarin de nieuwe partij en haar uitvoerende instantie(s) zijn opgenomen. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke actualisering van bijlage A op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging waarop de procedures van lid 9 van artikel XII van toepassing zijn.
4)Elke partij die toetreedt tot deze kaderovereenkomst nadat een wijziging of verlenging daarvan in werking is getreden, wordt partij bij de kaderovereenkomst zoals gewijzigd of verlengd.
Artikel XV
Voortzetting van de samenwerking
1)Iedere krachtens deze kaderovereenkomst opgezette samenwerking die bij het verstrijken of de beëindiging van deze kaderovereenkomst niet is voltooid, kan, na een schriftelijk besluit van de partijen, tot het einde worden voortgezet overeenkomstig de bepalingen van deze kaderovereenkomst.
2)Met betrekking tot de samenwerking die is gestart maar nog niet is voltooid in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005, die op 28 februari 2025 afloopt:
a)zijn de partijen niet voornemens deze samenwerking voort te zetten onder auspiciën van de GIF-kaderovereenkomst van 2005;
b)zijn de partijen voornemens, overeenkomstig de bepalingen van deze kaderovereenkomst, de in artikel V, lid 1, van deze kaderovereenkomst bedoelde samenwerking voort te zetten; en
c)heeft, niettegenstaande artikel V, lid 7, punt b), van deze kaderovereenkomst. de in lid 2, punt b), van dit artikel bedoelde samenwerking, ten aanzien van elk(e) in bijlage B vermeld(e) projectovereenkomst en memorandum van overeenstemming, tot doel een dergelijke voortgezette samenwerking met de volgende entiteiten van de in bijlage C opgenomen staten of internationale organisaties die nog geen partij zijn bij deze kaderovereenkomst:
I.de in bijlage B vermelde ondertekenaars van die projectovereenkomst of dat memorandum van overeenstemming bij het verstrijken van de GIF-kaderovereenkomst van 2005; en
II.andere verwachte uitvoerende instantie(s) van de in bijlage C genoemde staten of internationale organisaties, die bij consensusbesluit van de beleidsgroep kunnen worden goedgekeurd.
Deelname aan dergelijke projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming is bedoeld in overeenstemming te zijn met het relevante beleid van de beleidsgroep.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze kaderovereenkomst hebben ondertekend.
Deze overeenkomst wordt opgesteld in een enkel exemplaar in het Engels en Frans, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Bijlage A
Lijst van partijen en hun aangewezen uitvoerende instantie(s)
Vanaf <datum>:
|
Partijen
|
Uitvoerende instantie(s)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Bijlage B
Systeemovereenkomsten, projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming
in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005
|
Systeemovereenkomsten
|
|
Systeemovereenkomst voor zeerhogetemperatuurreactoren (VHTR)
|
|
Systeemovereenkomst voor natriumgekoelde snelle reactoren (SFR)
|
|
Systeemovereenkomst voor met superkritisch water gekoelde reactoren (SCWR)
|
|
Systeemovereenkomst voor gasgekoelde snelle reactoren (GFR)
|
|
Projectovereenkomsten
|
|
VHTR: projectovereenkomst voor waterstofproductie (HP)
|
|
VHTR: projectovereenkomst voor brandstof en brandstofcycli (FFC)
|
|
VHTR: projectovereenkomst voor materialen (MAT)
|
|
VHTR: projectovereenkomst voor de validering van en benchmarks voor computationele methoden (CMVB)
|
|
SFR: projectovereenkomst voor geavanceerde brandstof (AF)
|
|
SFR: projectovereenkomst voor componentontwerp en ondersteunende systemen voor de energieproductie (CD&BOP)
|
|
SFR: projectovereenkomst voor veiligheid & exploitatie (SO)
|
|
SFR: projectovereenkomst voor systeemintegratie & -beoordeling (SIA)
|
|
SFR: projectovereenkomst voor de internationale demonstratie van de wereldwijde actinidencyclus (GACID)*
|
|
SCWR: projectovereenkomst voor materialen en chemische stoffen (M&C)
|
|
SCWR: projectovereenkomst voor thermale hydrauliek en veiligheid (TH&S)
|
|
GFR: projectovereenkomst voor conceptueel ontwerp en veiligheid (CDS)
|
|
GFR: projectovereenkomst voor brandstof en kernmaterialen (FCM)
|
* Verlopen
|
Memoranda van overeenstemming
|
|
Memorandum van overeenstemming voor loodgekoelde snelle reactoren (LFR)
|
|
Memorandum van overeenstemming voor gesmoltenzoutreactoren (MSR)
|
Bijlage C
|
Staat of internationale organisatie
|
Verwachte uitvoerende instantie(s)
|
|
Australië
|
Australische Organisatie voor nucleaire wetenschap en technologie (ANSTO)
|
|
Canada
|
Departement voor natuurlijke hulpbronnen (NRCan)
|
|
Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom)
|
Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie (JRC)
|
|
Volksrepubliek China
|
•Chinese Autoriteit voor atoomenergie (CAEA)
•Ministerie van Wetenschap en Technologie (MOST)
|
|
Franse Republiek
|
Commissariat à l’énergie atomique et aux énergies alternatives (CEA)
|
|
Japan
|
•Agentschap voor natuurlijke hulpbronnen en energie (ANRE)
•Japans atoomenergieagentschap (JAEA)
|
|
Republiek Korea
|
•Ministerie van Wetenschap en ICT (MSIT)
•Koreaans Instituut voor atoomenergieonderzoek (KAERI)
•Koreaanse Stichting voor internationale nucleaire samenwerking (KONICOF)
|
|
Republiek Zuid-Afrika
|
Ministerie van Energie (DoE)
|
|
Zwitserse Bondsstaat
|
Paul Scherrer-instituut (PSI)
|
|
Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland
|
Ministerie van Energiezekerheid en Energieneutraliteit (DESNZ)
|
|
Verenigde Staten van Amerika
|
Ministerie van Energie (DOE)
|
VOOR DE REGERING VAN AUSTRALIË:
Date
Datum
VOOR DE REGERING VAN CANADA:
Datum
VOOR DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE:
Datum
VOOR DE REGERING VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA:
Datum
VOOR DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK:
Datum
VOOR DE REGERING VAN JAPAN:
Datum
VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK KOREA:
Datum
VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK ZUID-AFRIKA:
Datum
VOOR DE REGERING VAN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT:
Datum
VOOR DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND:
Datum
VOOR DE REGERING VAN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA:
Datum