Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025PC0331

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD over de toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) tot de nieuwe kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie

COM/2025/331 final

Brussel, 1.7.2025

COM(2025) 331 final

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

over de toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) tot de nieuwe kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Het Generation IV International Forum (GIF) is een kader voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (O&O), dat in 2001 op initiatief van de Verenigde Staten van Amerika (VS) is opgezet. Het doel van het GIF is het bundelen van de inspanningen voor de ontwikkeling van nieuwe systeemontwerpen voor kernenergie die voor een betrouwbare energievoorziening zullen zorgen en tegelijkertijd passende aandacht besteden aan de nucleaire veiligheid, de beperking van de hoeveelheid afval tot een minimum, non-proliferatie en de bezorgdheid onder de bevolking.

Op 30 juli 2003 is Euratom bij Besluit C(2002) 4287 van de Commissie toegetreden tot het GIF-initiatief, door ondertekening van het Handvest van het GIF (“het handvest”), dat de oorspronkelijke ondertekenende partijen reeds in 2001 hadden ondertekend. De deelname van Euratom aan het handvest werd verlengd bij Besluit C(2011) 4504 van de Commissie van 29 juni 2011. Bij die gelegenheid werd de oorspronkelijke looptijd van tien jaar gewijzigd in een onbeperkte periode, tenzij deze wordt beëindigd met eenparigheid van stemmen of in geval van uittreding door één ondertekenaar. Het handvest voorziet niet in financiële uitwisselingen of speciale begrotingstoewijzingen tussen de partijen.

Ter uitvoering van het handvest hebben de meeste leden van het GIF een juridisch bindende kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van nucleaire energiesystemen van de vierde generatie (“de kaderovereenkomst van 2005”) gesloten, waarin de voorwaarden voor samenwerking zijn vastgesteld die nader werden uitgewerkt in latere instrumenten die systeemovereenkomsten en projectovereenkomsten worden genoemd. Euratom is op 10 februari 2006 toegetreden tot de kaderovereenkomst van 2005 door nederlegging van een akte van toetreding bij het Agentschap voor kernenergie (NEA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in Parijs 1 . Euratom heeft bevestigd dat zijn Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) de uitvoerende instantie is voor de coördinatie van de deelname van Euratom aan het GIF, overeenkomstig artikel III.2 van de kaderovereenkomst van 2005. Door de toetreding van Euratom tot de kaderovereenkomst van 2005 kunnen alle lidstaten en publieke of particuliere onderzoeksinstellingen of bedrijven uit die lidstaten rechtstreeks bijdragen aan de O&O-projecten van het GIF.

De kaderovereenkomst van 2005 is op 28 februari 2005 in werking getreden voor een periode van tien jaar en is op 26 februari 2015 met nog eens tien jaar verlengd. De verlenging is op 16 november 2016 door Euratom ondertekend 2 . Op grond van de verlengingsovereenkomst konden partijen die de verlenging op 28 februari 2015 niet konden ondertekenen, nog steeds op overgangsbasis samenwerken in het kader van de systeem- en projectovereenkomsten.

Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hadden de kaderovereenkomst van 2005 al vóór de toetreding van Euratom ondertekend (Frankrijk had zijn toetredingsprocedures voltooid, het Verenigd Koninkrijk nog niet). Om de samenhang te waarborgen werd de volgende verklaring van Euratom gehecht aan Besluit 14929/05 van de Raad betreffende goedkeuring van de oorspronkelijke toetreding van Euratom tot de overeenkomst:

“Als partij bij deze kaderovereenkomst neemt Euratom ten volle deel aan alle samenwerking en beraadslagingen krachtens deze kaderovereenkomst en elke systeemovereenkomst waarbij zij ondertekenende partij is. Euratom en haar lidstaten die partij zijn bij de kaderovereenkomst — thans Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk — zullen hun standpunten coördineren voordat er een belangrijk besluit wordt genomen bij de uitvoering van de kaderovereenkomst en de toepasselijke systeemovereenkomsten.”

Dezelfde verklaring werd gevoegd bij de akte van toetreding van Euratom tot de overeenkomst van 2005.

Nadat het Verenigd Koninkrijk zich uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie had teruggetrokken, werd het in oktober 2018 door ratificatie zelfstandig partij bij de kaderovereenkomst.

De huidige partijen bij de kaderovereenkomst van 2005 zijn: Australië, Canada, China, Euratom, Frankrijk, Japan, de Republiek Korea, de Russische Federatie, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Zwitserland. Argentinië en Brazilië hebben het handvest ook ondertekend, maar zijn niet toegetreden tot de kaderovereenkomst van 2005; zij worden beschouwd als “niet-actieve leden” van het GIF.

De kaderovereenkomst van 2005 loopt op 28 februari 2025 af. Begin 2023 uitte een aantal leden van het GIF hun bezorgdheid over het feit dat het huidige kader niet geschikt zou zijn voor de toekomst, met name vanwege de geopolitieke situatie na de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, wat een vruchtbare samenwerking met een van de huidige partijen bij de kaderovereenkomst van 2005 verhindert. Tijdens de vergadering van de beleidsgroep van het GIF in april 2023 heeft de beleidsgroep haar voorzitter belast met het ontwikkelen van andere opties dan verlenging door middel van wijzigingen, om deze punten van zorg aan te pakken. De depositaris van de kaderovereenkomst (NEA/OESO) heeft de betrokken partij (de Russische Federatie) in kennis gesteld van het voornemen van de andere partijen om de toekomstige samenwerking met deze partij niet voort te zetten.

De voorzitter van de beleidsgroep van het GIF (voor de periode 2022-2024 waren dit de Verenigde Staten) werkte samen met de vicevoorzitters (respectievelijk Canada, Frankrijk, Japan en de Republiek Korea), de technisch directeur (functie bekleed door de Verenigde Staten) en de beleidsdirecteur (functie bekleed door het Verenigd Koninkrijk) en stelde een plan op om de in het kader van het handvest geïnitieerde samenwerking voort te zetten in het kader van een nieuwe kaderovereenkomst, die door de wederzijds bereidwillige partijen bij de kaderovereenkomst van 2005 moet worden ondertekend.

Het door de beleidsgroep voorgestelde plan om de voortzetting van de werkzaamheden die momenteel door de wederzijds bereidwillige leden van het GIF worden verricht, te waarborgen, voorziet in een nieuwe kaderovereenkomst, die onmiddellijk na de beëindiging van de huidige overeenkomst in werking zal treden en tegelijkertijd dezelfde wetenschappelijke en technische doelstellingen nastreeft.

De onderhandelingen en besprekingen over de ontwerptekst van de nieuwe GIF-kaderovereenkomst, die op 1 maart 2025 in werking moet treden, zijn op initiatief van de voorzitter van de beleidsgroep van het GIF van start gegaan. Tussen januari en april 2024 zijn er persoonlijk en online onderhandelingsrondes gehouden, waarbij alle huidige partijen (vertegenwoordigd door hun uitvoerende instanties) betrokken waren, met uitzondering van de Russische Federatie, China en Zuid-Afrika (hoewel deze laatste twee waren uitgenodigd). Het enige doel van de nieuwe kaderovereenkomst is het creëren van een juridisch bindend kader om O&O-werkzaamheden op projectniveau mogelijk te maken.

Gezien het beperkte tijdsbestek voor de voorbereidende besprekingen die tot de opening van de onderhandelingen leidden (van december 2023 tot en met januari 2024), nam het JRC als uitvoerende instantie en als vertegenwoordiger van Euratom deel aan de beleidsgroep en niet als gemachtigde vertegenwoordiger van Euratom aan de onderhandelingen over de nieuwe kaderovereenkomst.

De Australische uitvoerende instantie verklaarde zich in dezelfde situatie te bevinden als Euratom.

Zowel de uitvoerende instanties van Australië als die van Euratom werden als waarnemers uitgenodigd voor de onderhandelingsrondes. Zij mochten dus opmerkingen maken en deelnemen aan de besprekingen, maar geen wijzigingen of nieuwe tekst van de nieuwe kaderovereenkomst voorstellen. Daartoe stemde Euratom met Frankrijk af, vertegenwoordigd door zijn uitvoerende instantie, de Commissie voor alternatieve energie en atoomenergie (CEA), die door de Franse regering was gemachtigd om voor Frankrijk te onderhandelen.

De onderhandelingen spitsten zich toe op drie belangrijke inhoudelijke kwesties:

i) een mechanisme om dezelfde onderzoekssamenwerking voort te zetten die was geïnitieerd in het kader van de kaderovereenkomst van 2005 in het kader van een vernieuwd instrument (“de kaderovereenkomst van 2025”), dat openstaat voor ondertekening door alle huidige partijen, op één na (de Russische Federatie);

ii)    een mechanisme dat rekening houdt met de verschillen in timing van de interne ratificatie- en aanvaardingsprocedures van de partijen (met name Euratom) om partij te worden bij het nieuwe instrument. Dit zou ervoor zorgen dat het nieuwe instrument gedurende een eerste periode (in artikel XIV van de ontwerpkaderovereenkomst van 2025 vastgesteld op drie jaar) niet voor nieuwe toetredingen openstaat, gedurende welke periode de huidige partijen hun toetredingsprocedures zouden kunnen afronden;

iii)    een mechanisme dat de technische continuïteit van de in het kader van het handvest en de kaderovereenkomst van 2005 geïnitieerde activiteiten zou waarborgen zonder de besprekingen te heropenen over welke entiteiten (met name uitvoerende instanties) in aanmerking zouden komen voor toetreding tot het nieuwe instrument en alle subovereenkomsten krachtens het internationaal privaatrecht die op basis daarvan zouden worden verlengd.

Via haar uitvoerende instantie kon de Commissie opmerkingen maken, relevante kwesties bespreken met gemachtigde uitvoerende instanties en ervoor zorgen dat er geen nieuwe materiële bepalingen werden ingevoerd. De formulering van de kaderovereenkomst van 2025 is erop gericht de belangrijkste doelstellingen ervan te verwezenlijken: concepten ontwikkelen voor één of meer systemen van de vierde generatie en voorkomen dat ongewenste of niet-geverifieerde entiteiten toetreden tot het GIF.

De delegaties besteedden tijdens de onderhandelingen de nodige aandacht aan de deelname van Euratom en de door Frankrijk gemandateerde uitvoerende instantie stemde haar activiteiten af met Euratom.

De Commissie is van mening dat de voorgestelde vernieuwing van de kaderovereenkomst van 2005 aanvaardbaar is voor Euratom en heeft derhalve besloten deze overeenkomstig artikel 101, tweede alinea, van het Euratom-Verdrag aan de Raad voor te leggen.

De voorgestelde toetreding tot de kaderovereenkomst van 2025 zou geen financiële gevolgen hebben voor de EU-begroting. Activiteiten in het kader van de kaderovereenkomst van 2025 zouden worden gefinancierd uit hoofde van de Euratom-kaderprogramma’s voor onderzoek en opleiding.

Om de continuïteit te waarborgen van de onderzoeksprojecten die in het kader van de kaderovereenkomst van 2005 worden uitgevoerd en waaraan het JRC van de Commissie en de onderzoeksorganisaties van de lidstaten deelnemen, wordt voorgesteld dat de Commissie de toetreding van Euratom tot de kaderovereenkomst van 2025 namens de Commissie sluit.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding (2021-2025) heeft betrekking op nucleair onderzoek en nucleaire innovatie en is een aanvullend financieringsprogramma bij Horizon Europa. De deelname van het JRC aan het GIF als uitvoerende instantie van Euratom is uitdrukkelijk vastgelegd in het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding (zie punt 2 over subsidiariteit).

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Zie het volgende punt.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 101, tweede alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

Hoewel de deelname aan GIF-projecten zal worden gefinancierd uit de bestaande EU-begroting in het kader van het Euratom-kaderprogramma voor onderzoek, vereist de toetreding tot de kaderovereenkomst van 2025 de goedkeuring van de Raad, omdat het een internationale overeenkomst betreft waartoe Euratom zal toetreden.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

In de bijlage bij Verordening (Euratom) 2021/765 van de Raad van 10 mei 2021 tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2021-2025 ter aanvulling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2018/1563 3 wordt expliciet het volgende gesteld:

“Tot de in deze bijlage genoemde activiteiten behoort onder meer internationale samenwerking op het gebied van nucleair onderzoek en nucleaire innovatie voor vreedzame doeleinden, op basis van gemeenschappelijke doelstellingen en wederzijds vertrouwen, met als doel duidelijke en significante voordelen voor de Unie, haar burgers en haar omgeving tot stand te brengen. Hierbij gaat het onder meer om internationale samenwerking via multilaterale kaders. Als de officieel erkende uitvoerende instantie van Euratom voor het “Generation IV International Forum (GIF)” zal het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) de bijdrage en deelname van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan de onderzoeks- en opleidingsactiviteiten van het GIF blijven faciliteren en coördineren. De bijdrage aan de activiteiten van het GIF in het kader van het Euratom-programma is gericht op onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake veiligheid, stralingsbescherming, veiligheidscontroles en non-proliferatie die specifiek zijn voor systemen van de vierde generatie.”

Evenredigheid

n.v.t.

Keuze van het instrument

De toetreding tot de kaderovereenkomst vereist de goedkeuring van de Raad uit hoofde van artikel 101, tweede alinea, van het Euratom-Verdrag.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

n.v.t.

Raadpleging van belanghebbenden

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

n.v.t.

Effectbeoordeling

n.v.t.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

n.v.t.

Grondrechten

n.v.t.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Onderzoek in het kader van de kaderovereenkomst van 2025 zal worden gefinancierd uit de begroting van het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De deelname van Euratom aan het GIF valt onder de activiteiten van het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding. In bijlage II bij Verordening (Euratom) 2021/765 van de Raad zijn de effecttrajecten en de bijbehorende belangrijkste indicatoren van de effecttrajecten vastgesteld die vorm zullen geven aan de wijze waarop de prestaties van het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding worden gemonitord met het oog op de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen ervan.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

n.v.t.

Artikelsgewijze toelichting

De artikelen I, II en III van de kaderovereenkomst van 2025 zijn dezelfde als de overeenkomstige artikelen van de kaderovereenkomst van 2005, met uitzondering van enkele kleine wijzigingen in de formulering.

De artikelen VI, VII en X van de kaderovereenkomst van 2025 zijn identiek aan de overeenkomstige artikelen van de kaderovereenkomst van 2005.

De formulering van artikel IX is licht gewijzigd. Aan artikel IX van de kaderovereenkomst van 2025 is een punt b) toegevoegd, op grond waarvan de wetenschappelijke en technologische informatie overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van elke partij openbaar beschikbaar kan worden gesteld.

Artikel XI van de kaderovereenkomst van 2025 is identiek aan artikel XI van de kaderovereenkomst van 2005, met uitzondering van enkele zeer kleine wijzigingen.

Artikel XIII is ter wille van de duidelijkheid geherformuleerd.

De artikelen IV, V, XII, XIV en XV zijn nieuw, aangezien hiermee de mechanismen worden ingevoerd die nodig zijn voor het beoogde doel van de kaderovereenkomst van 2025.

Deze artikelen betreffen met name:

Verband met het handvest

De titel van het nieuwe instrument blijft ongewijzigd: “Kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie” (bijlage 4). Uit de overwegingen blijkt echter dat dit een nieuw instrument is.

In de overwegingen wordt verwezen naar de kaderovereenkomst van 2005 met de formulering in de tegenwoordige tijd “die op 28 februari 2025 verstrijkt”. De eerste drie ondertekenaars zijn namelijk voornemens de verlengde overeenkomst te ondertekenen voordat de kaderovereenkomst van 2005 afloopt. De inwerkingtreding van de kaderovereenkomst voor 2025 zal echter pas op zijn vroegst op 1 maart 2025 worden vastgesteld.

Tijdens de onderhandelingen zijn besprekingen gevoerd over de vraag of de vernieuwing van de kaderovereenkomst als een novatie kan worden beschouwd. Dit is een begrip dat voornamelijk wordt toegepast in het contractenrecht in plaats van in het internationaal recht. Bij een novatie worden de rechten en verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst overgedragen aan een andere partij. In dit geval willen sommige oorspronkelijke partijen niet langer met één oorspronkelijke partij samenwerken. Er is geen overdracht van rechten en plichten; sommige van de oorspronkelijke partijen kiezen er in plaats daarvan voor het oorspronkelijke instrument niet te verlengen door middel van een wijziging, maar een nieuwe overeenkomst te sluiten, met een kleiner aantal partijen. Dit wordt derhalve eenvoudigweg beschouwd als een nieuwe kaderovereenkomst, die (onmiddellijk) na het verstrijken van de oude kaderovereenkomst van start gaat.

Aangezien het GIF-handvest een politiek instrument zonder einddatum is, werd het een risico geacht de partijen die voornemens waren de kaderovereenkomst van 2025 te ondertekenen, aan te moedigen zich uit de kaderovereenkomst van 2005 terug te trekken. Sommige partijen (die niet werden uitgenodigd of niet voornemens waren de nieuwe kaderovereenkomst te ondertekenen) zouden mogelijk partij bij het handvest blijven en een parallelle GIF-structuur opzetten. Daarom wordt met de kaderovereenkomst van 2025 het handvest als een politieke verbintenis losgekoppeld, maar behoudt het zijn historische waarde. Daartoe moest de GIF-governancestructuur opnieuw worden opgezet in de kaderovereenkomst van 2025, aangezien de kaderovereenkomst van 2005 was gebaseerd op de governancestructuur van het handvest, zoals weergegeven in artikel IV van de kaderovereenkomst van 2025.

Het belangrijkste is dat artikel IV de basis vormt voor de naadloze voortzetting van de GIF-activiteiten door de uitgenodigde entiteiten (“een in bijlage C bij deze kaderovereenkomst (…) genoemde staat of internationale organisatie”) gedurende een periode van drie jaar, teneinde langere of complexere ratificatie-/sluitingsprocedures mogelijk te maken, zoals in het geval van Euratom.

Belang en rol van bijlage C

Met de lijst van staten en internationale organisaties en hun verwachte uitvoerende instanties in bijlage C wordt ervoor gezorgd dat geen enkele ongewenste of niet-geverifieerde entiteit (een staat of een uitvoerende instantie) de kaderovereenkomst of een van de vernieuwde systeem- en projectovereenkomsten kan ondertekenen. De desbetreffende bepalingen zijn vastgelegd in artikel V (met name lid 8 wat betreft entiteiten die nog niet hebben ondertekend) en artikel XII (waarbij alleen de in bijlage C vermelde entiteiten de nieuwe kaderovereenkomst kunnen ondertekenen of ertoe kunnen toetreden). Het mechanisme van artikel XII, lid 4, punt b), heeft met name tot doel ervoor te zorgen dat geen enkele staat die tot ondertekening van de kaderovereenkomst is toegelaten, een potentieel ongewenste entiteit (bv. een onder zijn jurisdictie vallende particuliere onderneming) kan voorstellen als uitvoerende instantie. Indien een ondertekenende staat of internationale organisatie een entiteit voorstelt die in bijlage C niet als “verwachte uitvoerende instantie” is aangemerkt, hebben de andere partijen 90 dagen de tijd om bezwaar te maken tegen het voorstel.

Evenzo mogen de oorspronkelijke ondertekenaars (voor de inwerkingtreding van de overeenkomst zijn er drie nodig) op grond van artikel XII, lid 4, punt a), alleen de entiteiten als uitvoerende instanties aanwijzen die in bijlage C als “verwachte uitvoerende instanties” zijn vermeld.

Dit was noodzakelijk om inmenging te voorkomen van partijen die worden uitgenodigd om de overeenkomst te ondertekenen, maar die niet aan de onderhandelingen hebben deelgenomen en die niet noodzakelijkerwijs in overeenstemming zijn met de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen die wel aan de onderhandelingen hebben deelgenomen.

Met artikel XV (over voortzetting van de samenwerking) wordt de naadloze continuïteit van de huidige technische activiteiten die zijn geïnitieerd in het kader van de systeem- en projectovereenkomsten gewaarborgd. Dit artikel voorziet enerzijds in een volledige onderbreking of een “duidelijke breuk” van alle systeem- en projectovereenkomsten van de huidige kaderovereenkomst van 2005. De samenwerking zal niet worden voortgezet in het kader van de kaderovereenkomst van 2005; zij zal in het kader van de nieuwe kaderovereenkomst van 2025 worden voortgezet door middel van hernieuwde systeem- en projectovereenkomsten (overeenkomstig artikel V van de kaderovereenkomst van 2025). Anderzijds, en dit is een belangrijk punt voor Euratom, kan een dergelijke samenwerking worden voortgezet met entiteiten van in bijlage C vermelde staten of internationale organisaties die nog geen partij zijn bij de kaderovereenkomst van 2025. Deze bepaling, samen met de mogelijkheid om te worden uitgenodigd voor de beleidsgroep en andere vergaderingen, geeft de partijen voldoende tijd om hun toetredingsprocedures af te ronden.

Er zij op gewezen dat projectovereenkomsten openstaan voor particuliere entiteiten (zelfs particuliere entiteiten die niet onder de jurisdictie van een van de partijen vallen). Een dergelijke deelname is echter onderworpen aan de goedkeuring van de in de beleidsgroep vertegenwoordigde partijen, zoals bepaald in artikel V, lid 7, punt b).

De GIF-samenwerkingsstructuur omvat twee memoranda van overeenstemming die betrekking hebben op samenwerking in twee GIF-systemen waarvoor nog geen systeemovereenkomsten zijn gesloten. Deze memoranda van overeenstemming hebben geen einddatum, zodat alle uitvoerende instanties zich uit de in bijlage B vermelde memoranda van overeenstemming moeten terugtrekken en worden aangemoedigd om in het kader van de nieuwe kaderovereenkomst nieuwe memoranda van overeenstemming te sluiten om de doelstelling van samenwerking met wederzijds bereidwillige partijen te verwezenlijken (overeenkomstig artikel V, lid 1, punten b) en c), en artikel V, lid 11).

Euratom zal niet kunnen toetreden tot systeemovereenkomsten of memoranda van overeenstemming (waarvan de ondertekening is voorbehouden aan uitvoerende instanties) totdat zij toetreedt tot de kaderovereenkomst van 2025, maar zij zal wel activiteiten kunnen uitoefenen met betrekking tot elke in bijlage B vermelde projectovereenkomst.

Oorspronkelijke talen

Deze overeenkomst wordt opgesteld in een enkel exemplaar in het Engels en Frans, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. De regeringen van Canada en Frankrijk hebben de Franse vertaling herzien (bijlage 5).



Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

over de toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) tot de nieuwe kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna Euratom), en met name artikel 101, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Argentinië, Brazilië, Canada, Frankrijk, Japan, de Republiek Korea, de Verenigde Staten van Amerika, het Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika hebben het Generation IV International Forum (GIF) in het leven geroepen, een internationaal samenwerkingsverband op het gebied van onderzoek en ontwikkeling om de haalbaarheid en de prestaties van nucleaire systemen van de vierde generatie te testen en deze tegen 2030 beschikbaar te maken voor industrieel gebruik;

(2)Vervolgens werd het GIF-handvest in 2002 ondertekend door Zwitserland en in 2006 door de Volksrepubliek China en de Russische Federatie;

(3)Euratom is op 30 juli 2003 tot het GIF toegetreden door ondertekening van het GIF-handvest;

(4)De in het kader van het GIF geplande internationale samenwerking en uitwisseling op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (O&O) inzake nucleaire technologie vereiste een juridisch kader dat de juridische zekerheid waarborgt voor de deelnemers, met name om de bij de onderzoekswerkzaamheden ontstane rechten, zoals de intellectuele-eigendomsrechten, op passende wijze te beschermen;

(5)Daartoe hebben de partijen bij het GIF overeenstemming bereikt over een kaderovereenkomst waarin de voorwaarden voor samenwerking en voor de daaropvolgende systeem- en projectovereenkomsten zijn vastgelegd, waartoe Euratom in 2006 is toegetreden;

(6)In 2015 is de kaderovereenkomst met nog eens tien jaar verlengd en deze loopt af op 28 februari 2025;

(7)Om de continuïteit van de lopende onderzoeksprojecten en GIF-activiteiten te waarborgen, hebben wederzijds bereidwillige staten die partij zijn bij de kaderovereenkomst onderhandelingen gevoerd over een verlenging van de kaderovereenkomst, in het licht van de huidige geopolitieke situatie;

(8)De bijdrage van Euratom aan O&O-projecten in het kader van het GIF blijft binnen het toepassingsgebied van de besluiten van de Raad over het Euratom-kaderprogramma voor onderzoek en opleiding;

(9)Alle lidstaten en publieke of particuliere onderzoeksinstellingen of bedrijven uit die lidstaten kunnen dankzij de toetreding van Euratom tot de kaderovereenkomst rechtstreeks bijdragen aan de O&O-projecten;

(10)De sluiting door de Europese Commissie, namens Euratom, van de nieuwe kaderovereenkomst moet derhalve worden goedgekeurd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Enig artikel

De sluiting, door de Europese Commissie, namens Euratom, van de bijgevoegde “Kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie”, wordt goedgekeurd.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit C(2006) 7 van de Commissie van 12 januari 2006, gebaseerd op Besluit 14929/05 van de Raad van 20 december 2005.
(2)    Besluit C(2016) 3772 final van de Commissie.
(3)    PB L 167 I van 12.5.2021, blz. 81.
Top

Brussel, 1.7.2025

COM(2025) 331 final

BIJLAGE

bij

Aanbeveling voor een besluit van de Raad

over de toetreding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) tot de nieuwe kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie


KADEROVEREENKOMST

VOOR

INTERNATIONALE SAMENWERKING

OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN ONTWIKKELING VAN

KERNENERGIESYSTEMEN VAN DE VIERDE GENERATIE

KADEROVEREENKOMST VOOR

INTERNATIONALE SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN

ONDERZOEK EN ONTWIKKELING VAN

KERNENERGIESYSTEMEN VAN DE VIERDE GENERATIE

De partijen bij deze kaderovereenkomst,

GELET OP de verwachte toename van de wereldwijde energievraag en de bijdrage die de ontwikkeling en verspreiding van innoverende technologieën en brandstoffen kan leveren om op een duurzame wijze aan de toekomstige energiebehoeften van de wereld te voldoen;

OVERWEGENDE dat de samenwerking van talrijke landen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling met het oog op de ontwikkeling van geavanceerde kernenergiesystemen van de volgende generatie de voortgang naar de daadwerkelijke realisatie van dergelijke systemen kan versnellen;

WENSENDE om via deze kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie (“de kaderovereenkomst”) de werkzaamheden van het Generation IV International Forum (“het GIF”) voort te zetten, dat een basis heeft gelegd voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van de volgende generatie kernenergiesystemen, bekend als “Generatie IV-systemen”;

ERKENNENDE de eerdere werkzaamheden van het GIF in het kader van de kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van nucleaire energiesystemen van de vierde generatie, gedaan te Washington op 28 februari 2005, zoals verlengd bij de overeenkomst tot verlenging van de kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van nucleaire energiesystemen van de vierde generatie, die op 26 februari 2015 in werking is getreden (“de GIF-kaderovereenkomst van 2005”), die op 28 februari 2025 afloopt; alsmede het Handvest van het Generation IV International Forum dat in juni 2001 voor ondertekening werd opengesteld, waarbij het GIF oorspronkelijk werd opgericht, en het Handvest van het Generation IV International Forum dat in januari 2011 voor ondertekening werd opengesteld, waarbij de GIF-samenwerking werd verlengd (“het GIF-handvest”);

ERKENNENDE dat het doel van het GIF-handvest verband houdt met de ontwikkeling van ontwerpen voor één of meer systemen van de vierde generatie, met het oogmerk dat voor deze systemen in een later stadium vergunning kan worden verleend en die kunnen worden gebouwd en geëxploiteerd op een wijze die een concurrerende en betrouwbare energievoorziening waarborgt voor de landen waarin dergelijke systemen worden gebouwd, terwijl tegelijk passende aandacht wordt besteed aan nucleaire veiligheid, kernafval, non-proliferatie en de publieke perceptie.

WIJZEND op het belang van het GIF-handvest voor de oprichting van het GIF en van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 voor de daaruit voortvloeiende samenwerkingen voorafgaand aan deze kaderovereenkomst;

VASTSTELLEND dat na de inwerkingtreding van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 het beheer van het GIF in de praktijk altijd is uitgevoerd door middel van de GIF-kaderovereenkomst van 2005;

WENSENDE ervoor te zorgen dat deze kaderovereenkomst in de toekomst de enige beheersstructuur vormt voor alle GIF-gerelateerde activiteiten;

OVERWEGENDE dat het GIF eenTechnology Roadmap for Generation IV Nuclear Energy systems: Technical Roadmap Report (december 2002) heeft gepubliceerd, zoals verder geactualiseerd in 2014, waarin de zes (6) meest veelbelovende systemen van de vierde generatie zijn omschreven en een overzicht is gegeven van het onderzoek en de ontwikkeling die vereist zijn om deze systemen tot technische wasdom te brengen;

GEZIEN het feit dat ministeries, departementen, agentschappen of andere instanties van de partijen bij de GIF-kaderovereenkomst van 2005 hebben deelgenomen aan systeemovereenkomsten, projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming in overeenstemming met de GIF-kaderovereenkomst van 2005 met betrekking tot de zes (6) meest veelbelovende systemen van de vierde generatie;

ERKENNENDE de waarde van een GIF-beheersstructuur bestaande uit een beleidsgroep, een deskundigengroep en een secretariaat;

OPMERKENDE dat de systemen van de vierde generatie zijn: gasgekoelde snelle reactoren, loodgekoelde snelle reactoren, gesmolten-zoutreactoren, natriumgekoelde snelle reactoren, met superkritisch water gekoelde reactoren en zeerhogetemperatuurreactoren;

BENADRUKKEND het gezamenlijke onderzoek en de gezamenlijke ontwikkeling van systemen van de vierde generatie, die eerder in het GIF-handvest en de GIF-kaderovereenkomst van 2005 zijn vastgesteld en uitgevoerd, met inbegrip van de volgende samenwerkingsactiviteiten:

·het identificeren van potentiële gebieden van multilaterale samenwerking op het gebied van systemen van de vierde generatie,

·het bevorderen van samenwerkingsprojecten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling,

·het opstellen van richtsnoeren voor de samenwerking en de verslaglegging van de resultaten ervan,

·het regelmatig evalueren van de voortgang en het doen van aanbevelingen over de richting van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten,

·het opstellen en regelmatig evalueren van een inventaris van de potentiële gebieden waarop onderzoek nodig is, en

·het verrichten van andere activiteiten om de verwezenlijking van de doelstellingen van het GIF te bevorderen, zoals gezamenlijk kan worden bepaald.

WENSENDE de voortzetting van het onderzoek en de ontwikkeling in samenwerkingsverband tussen de partijen en hun ministeries, departementen, agentschappen en andere instanties, samen met de industriële, academische, gouvernementele en niet-gouvernementele sectoren van de internationale onderzoekswereld, te vergemakkelijken, met als doel de demonstratie en uitrol van systemen van de vierde generatie te versnellen, om de zes (6) omschreven systemen van de vierde generatie vooruit te helpen; en

WIJZENDE op het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, gedaan te Parijs op 20 maart 1883, zoals herzien en gewijzigd,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:


Artikel I

Doelstelling

1)De doelstelling van deze kaderovereenkomst is een nieuw raamwerk vast te stellen voor de voortzetting van de internationale samenwerking om het bereiken van de doelstellingen en de visie van het GIF te bevorderen en te vergemakkelijken, meer bepaald de ontwikkeling van ontwerpen voor één of meer systemen van de vierde generatie waarvoor in een later stadium vergunning kan worden verleend en die kunnen worden gebouwd en geëxploiteerd op een wijze die een concurrerende en betrouwbare energievoorziening waarborgt voor de landen waarin dergelijke systemen worden ingezet, terwijl tegelijk passende aandacht wordt besteed aan nucleaire veiligheid, kernafval, non-proliferatie en de publieke perceptie.

2)De samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst geschiedt uitsluitend voor vreedzame doeleinden en met inachtneming van de non-proliferatiedoelstellingen en de desbetreffende internationale verplichtingen van de partijen, en verloopt op basis van gelijkwaardigheid, wederzijds voordeel en wederkerigheid.

Artikel II

Vormen van samenwerking

De vormen van samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst zijn onder meer, maar moeten niet beperkt blijven tot:

a)gemeenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling;

b)uitwisseling van technische informatie en gegevens inzake wetenschappelijke en technologische activiteiten en methoden alsook resultaten van onderzoek en ontwikkeling;

c)steun voor de organisatie van technologische demonstraties, waaronder met passende deelnemers uit de industrie;

d)gezamenlijke uitvoering van proeven/experimenten;

e)deelname van personeel (inclusief wetenschappers, ingenieurs en andere specialisten) aan experimenten, analyses, ontwerpactiviteiten en andere activiteiten van onderzoek en ontwikkeling, uitgevoerd in onderzoekscentra, universitaire instellingen, laboratoria en andere faciliteiten;

f)uitwisseling of uitlening van stalen, materialen en apparatuur ten behoeve van experimenten, onderzoek en evaluatie;

g)organisatie van en deelname aan seminars, wetenschappelijke conferenties en andere vergaderingen;

h)financiële bijdragen voor het opzetten van de nodige experimenteerfaciliteiten; en

i)opleiding en verdere vorming van wetenschappers en technische deskundigen.



Artikel III

Uitvoering

1)Waar dit passend is, bevorderen en vergemakkelijken de partijen de ontwikkeling van directe contacten en van samenwerking tussen overheidsagentschappen, hogescholen, universiteiten, centra, instellingen en instituten voor wetenschappelijk onderzoek, particuliere ondernemingen en intergouvernementele organisaties.

2)In overeenstemming met de procedures zoals uiteengezet in artikel XII of artikel XIV van deze kaderovereenkomst, naargelang het geval, wijst elke partij zichzelf of één of meer van haar ministeries, departementen, agentschappen of andere instanties aan als haar uitvoerende instantie(s) voor de verwezenlijking van de in artikel I van deze kaderovereenkomst omschreven doelstelling. De uitvoerende instanties worden genoemd in bijlage A bij deze kaderovereenkomst (“bijlage A”). Duidelijkheidshalve vormen de bijlagen A, B en C een integrerend deel van deze kaderovereenkomst.

3)Een partij kan voorstellen bijlage A te wijzigen om (een) extra uitvoerende instantie(s) voor die partij aan te wijzen of haar uitvoerende instantie(s) te wijzigen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris (zie artikel XI van deze kaderovereenkomst). De depositaris zendt de kennisgeving van de voorgestelde wijziging aan de partijen en hun uitvoerende instantie(s). De voorgestelde wijziging treedt in werking na een periode van 90 dagen na de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de voorgestelde wijziging rondzendt, mits geen enkele partij of naar behoren gemachtigde uitvoerende instantie de depositaris binnen de periode van 90 dagen ervan in kennis heeft gesteld bezwaar te maken tegen de voorgestelde wijziging. Indien de depositaris een dergelijk bezwaar ontvangt, treedt de voorgestelde wijziging niet in werking. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke toevoeging of wijziging op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging die onderworpen is aan de procedures van artikel XII, lid 9, van deze kaderovereenkomst.

Artikel IV

GIF-beheer

1)De partijen erkennen dat het GIF-handvest geen beheersstructuur biedt voor de activiteiten van de uitvoerende instanties of het GIF, ook niet met betrekking tot deze kaderovereenkomst. De partijen zijn het erover eens dat het GIF-handvest geen politieke verbintenis tussen hen inhoudt.

2)De partijen zetten hierbij een GIF-beheersstructuur op, bestaande uit een beleidsgroep, een deskundigengroep en een secretariaat. De beleidsgroep bestaat uit vertegenwoordigers van elke partij en stelt beleid vast ter uitvoering van deze kaderovereenkomst. Zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst streeft de beleidsgroep ernaar een eerste beleid vast te stellen dat is gebaseerd op het beleid dat bij het verstrijken van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 van kracht was, teneinde de continuïteit van de in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 geïnitieerde samenwerking te vergemakkelijken, in overeenstemming met deze kaderovereenkomst.

3)De partijen komen overeen dat gedurende een periode van drie (3) jaar na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst, die slechts eenmaal met een periode van één (1) jaar kan worden verlengd bij een unaniem schriftelijk besluit van de partijen, een in bijlage C bij deze kaderovereenkomst (“bijlage C”) genoemde staat of internationale organisatie die nog geen partij is bij deze kaderovereenkomst:

a)wordt uitgenodigd om zijn of haar aangewezen vertegenwoordiger(s) als waarnemer aanwezig te laten zijn bij de vergaderingen van de beleidsgroep en de deskundigengroep; en

b)wordt uitgenodigd om zijn of haar aangewezen vertegenwoordiger(s) als waarnemer aanwezig te laten zijn bij andere GIF-vergaderingen overeenkomstig het door de beleidsgroep vast te stellen beleid.

Artikel V

Gerelateerde overeenkomsten

1)De partijen erkennen dat de samenwerking in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 is uitgevoerd in het kader van de in bijlage B bij deze kaderovereenkomst (“bijlage B”) vermelde systeemovereenkomsten, projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming. De partijen zijn voornemens de samenwerking op soortgelijke wijze voort te zetten overeenkomstig de voorwaarden van deze kaderovereenkomst. Zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst zullen de partijen:

a)ernaar streven dat hun uitvoerende instantie(s) nieuwe systeemovereenkomsten en projectovereenkomsten ondertekent (ondertekenen) op basis van de in bijlage B vermelde overeenkomsten en moedigen zij, in voorkomend geval, publieke en particuliere entiteiten aan om zich bij dergelijke nieuwe projectovereenkomsten aan te sluiten en eraan deel te nemen;

b)ervoor zorgen dat hun uitvoerende instantie(s) zich terugtrekt (terugtrekken), en moedigen zij de organisaties die zij hebben aangewezen om de memoranda van overeenstemming te ondertekenen aan zich terug te trekken uit, de in bijlage B vermelde memoranda van overeenstemming; en

c)ernaar streven dat hun uitvoerende instantie(s) nieuwe memoranda van overeenstemming ondertekent (ondertekenen) op basis van de in bijlage B vermelde memoranda van overeenstemming en moedigen zij, in voorkomend geval, deze aangewezen organisaties aan om aan de nieuwe memoranda van overeenstemming deel te nemen.  

2)De partijen waarborgen dat:

a)er slechts één systeemovereenkomst is voor elk systeem van de vierde generatie; en

b)wanneer een partij meer dan één uitvoerende instantie heeft aangewezen, uitsluitend één daarvan een gegeven systeemovereenkomst ondertekent.

3)De partijen waarborgen dat elke systeemovereenkomst in overeenstemming is met de bepalingen van deze kaderovereenkomst en stellen een samenwerkingskader in voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten met het oog op de vaststelling van de levensvatbaarheid en prestaties van het desbetreffende systeem van de vierde generatie.

4)De partijen waarborgen dat het volgende in elke systeemovereenkomst aan bod komt:

a)de uit te voeren samenwerking;

b)het beheer van de onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten die worden uitgevoerd om de doelstellingen van het GIF te behalen;

c)de financiële regelingen;

d)de bescherming, het gebruik en de openbaarmaking van achtergrondinformatie waarop eigendomsrechten berusten; en

e)de adequate en doelmatige bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten die bij de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst ontstaan of geleverd worden, evenals de beslechting van geschillen betreffende de intellectuele-eigendomsrechten.

5)In geval van inconsistentie tussen de systeemovereenkomst en deze kaderovereenkomst, waarborgen de partijen in elke systeemovereenkomst dat de bepalingen van de kaderovereenkomst voorrang hebben.

6)De partijen waarborgen dat elke systeemovereenkomst wordt uitgevoerd via één of meer projectovereenkomsten voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die worden opgezet om de levensvatbaarheid en prestaties vast te stellen van het systeem van de vierde generatie waarop het project betrekking heeft.

7)De partijen waarborgen dat:

a)uitvoerende instanties partij kunnen worden bij projectovereenkomsten; en

b)andere entiteiten in de publieke en particuliere sector bij een consensusbesluit van de beleidsgroep en in overeenstemming met het desbetreffende beleid van de beleidsgroep partij kunnen worden bij projectovereenkomsten, rekening houdend met de aanbeveling van de relevante stuurgroep van het systeem.

8)In elke projectovereenkomst moet worden ingegaan op aangelegenheden zoals, maar niet beperkt tot, het toepassingsgebied van de werkzaamheden, de geraamde kosten, het voorgestelde tijdschema, de verantwoordelijkheden inzake projectbeheer, intellectuele-eigendomsrechten, vereisten voor verslaglegging, de uittreding van ondertekenaars en, in voorkomend geval, voorwaarden betreffende de continuïteit van de samenwerking met de in artikel XV, lid 2, punt c), van deze kaderovereenkomst beschreven entiteiten van in bijlage C genoemde staten of internationale organisaties, indien deze staten of internationale organisaties nog geen partij zijn bij deze kaderovereenkomst.

9)De partijen waarborgen dat elke projectovereenkomst in overeenstemming is met en valt onder de bepalingen van de systeemovereenkomst waaronder het project valt, en in overeenstemming is met deze kaderovereenkomst.

10)In geval van inconsistentie tussen de systeemovereenkomst en een projectovereenkomst, waarborgen de partijen in elke systeemovereenkomst dat de bepalingen van de systeemovereenkomst voorrang hebben. In geval van inconsistentie tussen een systeemovereenkomst of een projectovereenkomst, enerzijds, en deze kaderovereenkomst, anderzijds, waarborgen de partijen voorts in elke projectovereenkomst dat de bepalingen van de kaderovereenkomst voorrang hebben.

11)De partijen zien erop toe dat elk memorandum van overeenstemming in overeenstemming is met de bepalingen van deze kaderovereenkomst en geven aan dat in geval van inconsistentie tussen het memorandum van overeenstemming en deze kaderovereenkomst de kaderovereenkomst voorrang heeft.



Artikel VI

Vergemakkelijking van het verkeer van personen, apparatuur en materiaal en het gebruik van gegevens

Met het oog op de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst vergemakkelijkt elke partij, binnen de grenzen van haar internationale verplichtingen en nationale wet- en regelgeving:

a)de toegang tot en het verlaten van haar grondgebied van het geschikte personeel en materiaal en de geschikte apparatuur van andere partijen, gebruikt in de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst; en

b)de uitwisseling en het gebruik van wetenschappelijke en technologische gegevens die worden verworven bij onderzoek en ontwikkeling, in het raam van deze kaderovereenkomst.

Artikel VII

Beschikbaarheid van middelen

De activiteiten van elke partij in het raam van deze kaderovereenkomst zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van de nodige financiële, personele en andere middelen.

Artikel VIII

Samenwerking in overeenstemming met toepasselijke wet- en regelgeving

Elke partij organiseert de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst overeenkomstig de op haar van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

Artikel IX

Openbaarmaking van informatie

De wetenschappelijke en technologische informatie die resulteert uit de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst, afgezien van de informatie die om redenen van nationale veiligheid of om commerciële of industriële redenen niet publiek wordt gemaakt:

a)wordt beschikbaar gemaakt voor de wetenschappelijke wereld via de gebruikelijke kanalen en in overeenstemming met de normale procedures van de partijen en hun respectieve deelnemende ministeries, departementen, agentschappen en andere instanties; en

b)kan openbaar beschikbaar worden gemaakt in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving van elke partij.



Artikel X

Geschillenbeslechting

1)Elk geschil betreffende de interpretatie of toepassing van deze kaderovereenkomst wordt beslecht via raadpleging tussen of onder de betrokken partijen.

2)Elk geschil tussen twee of meer ondertekenaars van projectovereenkomsten wordt beslecht in overeenstemming met de in een projectovereenkomst vastgestelde methode(n) waarover de bij de projectovereenkomst betrokken partijen schriftelijk overeenstemming hebben bereikt.

Artikel XI

Depositaris

1)De oorspronkelijke tekst van deze kaderovereenkomst wordt neergelegd bij de Secretaris-generaal van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, die hierbij wordt aangewezen als depositaris. De depositaris vervult zijn taken in overeenstemming met artikel 77 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, gedaan te Wenen op 23 mei 1969.

2)Zodra deze kaderovereenkomst in werking is getreden overeenkomstig artikel XII, lid 1, van deze kaderovereenkomst, zendt de depositaris een gewaarmerkt afschrift van de kaderovereenkomst toe aan de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties ter registratie en publicatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties, gedaan te San Francisco op 26 juni 1945; op diezelfde wijze zendt de depositaris gewaarmerkte afschriften toe van alle in werking tredende wijzigingen van deze kaderovereenkomst.

Artikel XII

Inwerkingtreding, wijziging, verlenging en beëindiging

1)Deze kaderovereenkomst staat open voor ondertekening door de in bijlage C genoemde staten en internationale organisaties en treedt in werking op de datum waarop drie (3) van die staten of internationale organisaties hebben verklaard ermee in te stemmen om door de kaderovereenkomst te worden gebonden, en ten vroegste op 1 maart 2025.

2)De instemming door de kaderovereenkomst te worden gebonden, wordt aangegeven hetzij door ondertekening zonder bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, hetzij door ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door de nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring bij de depositaris. 

3)Met betrekking tot een in bijlage C genoemde staat of internationale organisatie die ermee instemt na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst erdoor te worden gebonden, behalve zoals bepaald in lid 4, punt b), van dit artikel, treedt deze kaderovereenkomst in werking op de datum van ondertekening zonder bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of op de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring bij de depositaris.  

4)Na het uiten van instemming om door het verdrag te worden gebonden wijst elke in bijlage C genoemde lidstaat of internationale organisatie zichzelf of één of meer van zijn ministeries, departementen, agentschappen of andere instanties aan als zijn uitvoerende instantie(s) voor de verwezenlijking van de in artikel I van deze kaderovereenkomst omschreven doelstelling.

a)Onverminderd punt b) van dit lid wijst een dergelijke staat of internationale organisatie zichzelf of één of meer van zijn ministeries, afdelingen, agentschappen of andere entiteiten die in bijlage C zijn genoemd, aan als zijn uitvoerende instantie(s).

b)Na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst kan een dergelijke staat of internationale organisatie voorstellen uitvoerende instantie(s) aan te wijzen die niet in bijlage C zijn genoemd. In dergelijke omstandigheden zendt de depositaris de kennisgeving van de voorgestelde aanwijzing toe aan de partijen en hun uitvoerende instantie(s). Deze kaderovereenkomst treedt voor die staat of internationale organisatie in werking na een periode van negentig (90) dagen na de datum waarop de depositaris de kennisgeving van de voorgestelde aanwijzing rondzendt, mits geen enkele partij of naar behoren gemachtigde uitvoerende instantie de depositaris binnen de periode van negentig dagen ervan in kennis heeft gesteld bezwaar te maken tegen de voorgestelde aanwijzing. Indien de depositaris een dergelijk bezwaar ontvangt, treedt deze kaderovereenkomst niet in werking voor die staat of internationale organisatie, en kan die staat of internationale organisatie voorstellen een andere entiteit of entiteiten aan te wijzen als uitvoerende instantie(s), in welk geval voor die voorgestelde aanwijzing dezelfde procedure van negentig dagen geldt indien de voorgestelde uitvoerende instantie(s) niet in bijlage C is (zijn) vermeld. 

5)Indien een staat of een internationale organisatie een van zijn uitvoerende instanties machtigt namens die staat of organisatie bezwaar in te dienen ten behoeve van de procedures omschreven in lid 4, punt b), van dit artikel, artikel III, lid 3, van deze kaderovereenkomst, of beide, stelt die staat of organisatie de depositaris schriftelijk in kennis van de identificatie van de uitvoerende instantie die over een dergelijke machtiging beschikt. Een dergelijke kennisgeving kan worden gedaan op het tijdstip waarop een dergelijke staat of internationale organisatie aangeeft ermee in te stemmen gebonden te zijn uit hoofde van dit artikel, zijn akten van toetreding neerlegt uit hoofde van artikel XIV van deze kaderovereenkomst, of op enig ander tijdstip na partij te zijn geworden.

6)Bij de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst voor een partij of partijen overeenkomstig de leden 1, 3 of 4 van dit artikel verspreidt de depositaris een bijgewerkte bijlage A met de uitvoerende instantie(s) van die partij of die partijen. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke actualisering van bijlage A op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging waarop de procedures van lid 9 van dit artikel van toepassing zijn.

7)Deze kaderovereenkomst zal voor nieuwe partijen in werking treden overeenkomstig de bepalingen van artikel XIV van deze kaderovereenkomst. 

8)Onverminderd het bepaalde in lid 10 van dit artikel blijft deze kaderovereenkomst gedurende een periode van tien (10) jaar van kracht en kan zij, door middel van een schriftelijke overeenkomst volgens de volgende procedure, voor aanvullende perioden worden verlengd: een verlenging treedt voor de partijen die hebben aangegeven dat zij ermee instemmen door de kaderovereenkomst gebonden te worden in overeenstemming met de in lid 2 van dit artikel beschreven procedures, in werking op de datum waarop drie (3) partijen hebben aangegeven dat zij ermee instemmen gebonden te worden. Voor een partij die ermee instemt door de kaderovereenkomst gebonden te worden na de datum van inwerkingtreding van een dergelijke verlenging, treedt de verlenging ten aanzien van die partij in werking op de datum waarop zij aangeeft ermee in te stemmen gebonden te worden.

9)Deze kaderovereenkomst kan, met schriftelijke, unanieme instemming van de partijen, op ieder moment worden gewijzigd. Een wijziging treedt in werking voor alle partijen dertig (30) dagen na de datum van ontvangst door de depositaris van de laatste schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van de wijziging. 

10)Deze kaderovereenkomst kan, met schriftelijke, unanieme instemming van de partijen, op ieder moment worden beëindigd. Deze beëindiging treedt in werking dertig (30) dagen na de datum van ontvangst door de depositaris van de laatste schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van de beëindiging. 

Artikel XIII

Uittreding

1)Een partij kan uittreden uit deze kaderovereenkomst mits de depositaris daarvan zes (6) maanden tevoren in kennis wordt gesteld. Nadat een dergelijke uittreding van kracht is geworden, verspreidt de depositaris een bijgewerkte bijlage A waarin de naam van de uittredende partij en die van haar uitvoerende instantie(s) zoals meegedeeld door die partij, zijn geschrapt. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke actualisering van bijlage A op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging waarop de procedures van lid 9 van artikel XII van toepassing zijn.

2)De partijen zijn voornemens dat bij de uittreding van een partij uit deze kaderovereenkomst ook de samenwerking in het raam van deze kaderovereenkomst met de uitvoerende instantie(s), ondertekenaars en aangewezen organisaties van die partij wordt beëindigd. Daarom zorgen de partijen ervoor dat in elke systeem- en projectovereenkomst wordt bepaald, en dat in elk memorandum van overeenstemming wordt aangegeven, dat de uittreding van een partij uit deze kaderovereenkomst een uittreding van haar uitvoerende instantie(s) en andere ondertekenaars en aangewezen organisaties, naargelang het geval, uit een dergelijk instrument inhoudt, uiterlijk op de datum waarop die partij daadwerkelijk uit deze kaderovereenkomst uittreedt. Duidelijkheidshalve zijn de partijen voornemens dat entiteiten die, onder de in dit lid beschreven omstandigheden, wensen uit te treden of zijn uitgetreden uit projectovereenkomsten ondertekenaars van dergelijke projectovereenkomsten kunnen worden volgens de procedures van artikel V, lid 7, punt b), van deze kaderovereenkomst.

Artikel XIV

Toetreding van nieuwe partijen

1)Vanaf drie (3) jaar na de inwerkingtreding van deze kaderovereenkomst kan de depositaris, na overleg met en het verkrijgen van het unanieme schriftelijke besluit van de partijen, elke niet in bijlage C genoemde staat of internationale organisatie uitnodigen tot deze kaderovereenkomst toe te treden. Dit overleg en dit unanieme schriftelijke besluit hebben ook betrekking op de voorgestelde uitvoerende instantie(s) van de staat of internationale organisatie die voor toetreding wordt voorgesteld.

2)Ten aanzien van elke staat of internationale organisatie die uit hoofde van lid 1 van dit artikel tot deze kaderovereenkomst toetreedt, treedt deze kaderovereenkomst in werking op de datum waarop de staat of internationale organisatie heeft verklaard ermee in te stemmen gebonden te worden door de kaderovereenkomst door de nederlegging van zijn akte van toetreding bij de depositaris en de depositaris schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn eerder uit hoofde van lid 1 van dit artikel aangewezen uitvoerende instantie(s).

3)Wanneer een nieuwe partij haar akte van toetreding neerlegt overeenkomstig lid 2 van dit artikel, verspreidt de depositaris een bijgewerkte bijlage A waarin de nieuwe partij en haar uitvoerende instantie(s) zijn opgenomen. Duidelijkheidshalve mag een dergelijke actualisering van bijlage A op geen enkele wijze worden opgevat als een wijziging waarop de procedures van lid 9 van artikel XII van toepassing zijn.

4)Elke partij die toetreedt tot deze kaderovereenkomst nadat een wijziging of verlenging daarvan in werking is getreden, wordt partij bij de kaderovereenkomst zoals gewijzigd of verlengd.

Artikel XV

Voortzetting van de samenwerking

1)Iedere krachtens deze kaderovereenkomst opgezette samenwerking die bij het verstrijken of de beëindiging van deze kaderovereenkomst niet is voltooid, kan, na een schriftelijk besluit van de partijen, tot het einde worden voortgezet overeenkomstig de bepalingen van deze kaderovereenkomst.

2)Met betrekking tot de samenwerking die is gestart maar nog niet is voltooid in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005, die op 28 februari 2025 afloopt:

a)zijn de partijen niet voornemens deze samenwerking voort te zetten onder auspiciën van de GIF-kaderovereenkomst van 2005;

b)zijn de partijen voornemens, overeenkomstig de bepalingen van deze kaderovereenkomst, de in artikel V, lid 1, van deze kaderovereenkomst bedoelde samenwerking voort te zetten; en

c)heeft, niettegenstaande artikel V, lid 7, punt b), van deze kaderovereenkomst. de in lid 2, punt b), van dit artikel bedoelde samenwerking, ten aanzien van elk(e) in bijlage B vermeld(e) projectovereenkomst en memorandum van overeenstemming, tot doel een dergelijke voortgezette samenwerking met de volgende entiteiten van de in bijlage C opgenomen staten of internationale organisaties die nog geen partij zijn bij deze kaderovereenkomst:

I.de in bijlage B vermelde ondertekenaars van die projectovereenkomst of dat memorandum van overeenstemming bij het verstrijken van de GIF-kaderovereenkomst van 2005; en

II.andere verwachte uitvoerende instantie(s) van de in bijlage C genoemde staten of internationale organisaties, die bij consensusbesluit van de beleidsgroep kunnen worden goedgekeurd. 

Deelname aan dergelijke projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming is bedoeld in overeenstemming te zijn met het relevante beleid van de beleidsgroep.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze kaderovereenkomst hebben ondertekend.

Deze overeenkomst wordt opgesteld in een enkel exemplaar in het Engels en Frans, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage A

Lijst van partijen en hun aangewezen uitvoerende instantie(s)

Vanaf <datum>:  

 

Partijen

Uitvoerende instantie(s)

Bijlage B 

Systeemovereenkomsten, projectovereenkomsten en memoranda van overeenstemming 

in het kader van de GIF-kaderovereenkomst van 2005 

Systeemovereenkomsten 

Systeemovereenkomst voor zeerhogetemperatuurreactoren (VHTR) 

Systeemovereenkomst voor natriumgekoelde snelle reactoren (SFR)  

Systeemovereenkomst voor met superkritisch water gekoelde reactoren (SCWR) 

Systeemovereenkomst voor gasgekoelde snelle reactoren (GFR) 

Projectovereenkomsten 

VHTR: projectovereenkomst voor waterstofproductie (HP)  

VHTR: projectovereenkomst voor brandstof en brandstofcycli (FFC) 

VHTR: projectovereenkomst voor materialen (MAT) 

VHTR: projectovereenkomst voor de validering van en benchmarks voor computationele methoden (CMVB) 

SFR: projectovereenkomst voor geavanceerde brandstof (AF) 

SFR: projectovereenkomst voor componentontwerp en ondersteunende systemen voor de energieproductie (CD&BOP) 

SFR: projectovereenkomst voor veiligheid & exploitatie (SO) 

SFR: projectovereenkomst voor systeemintegratie & -beoordeling (SIA) 

SFR: projectovereenkomst voor de internationale demonstratie van de wereldwijde actinidencyclus (GACID)* 

SCWR: projectovereenkomst voor materialen en chemische stoffen (M&C) 

SCWR: projectovereenkomst voor thermale hydrauliek en veiligheid (TH&S) 

GFR: projectovereenkomst voor conceptueel ontwerp en veiligheid (CDS) 

GFR: projectovereenkomst voor brandstof en kernmaterialen (FCM) 

* Verlopen 

Memoranda van overeenstemming 

Memorandum van overeenstemming voor loodgekoelde snelle reactoren (LFR) 

Memorandum van overeenstemming voor gesmoltenzoutreactoren (MSR) 

 

Bijlage C

Staat of internationale organisatie

Verwachte uitvoerende instantie(s)

Australië

Australische Organisatie voor nucleaire wetenschap en technologie (ANSTO)

Canada

Departement voor natuurlijke hulpbronnen (NRCan)

Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom)

Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Europese Commissie (JRC)

Volksrepubliek China

Chinese Autoriteit voor atoomenergie (CAEA)

Ministerie van Wetenschap en Technologie (MOST)

Franse Republiek

Commissariat à l’énergie atomique et aux énergies alternatives (CEA)

Japan

Agentschap voor natuurlijke hulpbronnen en energie (ANRE)

Japans atoomenergieagentschap (JAEA)

Republiek Korea

Ministerie van Wetenschap en ICT (MSIT)

Koreaans Instituut voor atoomenergieonderzoek (KAERI)

Koreaanse Stichting voor internationale nucleaire samenwerking (KONICOF)

Republiek Zuid-Afrika

Ministerie van Energie (DoE)

Zwitserse Bondsstaat

Paul Scherrer-instituut (PSI)

Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

Ministerie van Energiezekerheid en Energieneutraliteit (DESNZ)

Verenigde Staten van Amerika

Ministerie van Energie (DOE)

VOOR DE REGERING VAN AUSTRALIË:

Date

Datum

VOOR DE REGERING VAN CANADA:

Datum

VOOR DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE:

Datum

VOOR DE REGERING VAN DE VOLKSREPUBLIEK CHINA:

Datum

VOOR DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK:

Datum

VOOR DE REGERING VAN JAPAN:

Datum

VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK KOREA:

Datum

VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK ZUID-AFRIKA:

Datum

VOOR DE REGERING VAN DE ZWITSERSE BONDSSTAAT:

Datum

VOOR DE REGERING VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND:

Datum

VOOR DE REGERING VAN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA:

Datum

Top