EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.10.2021
COM(2021) 613 final
BIJLAGEN
bij
Voorstel voor een besluit van de Raad
betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het protocol (2021-2024) inzake de uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de regering van de Cookeilanden
BIJLAGE I
PROTOCOL
inzake de uitvoering van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de regering van de Cookeilanden
Artikel 1
Geldigheidsduur en vangstmogelijkheden
1.De vangstmogelijkheden zoals toegekend bij artikel 4 van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de regering van de Cookeilanden (hierna “de overeenkomst” genoemd) worden voor een periode van drie jaar vanaf de datum waarop het protocol voorlopig van toepassing wordt, vastgesteld op:
–vier (4) vaartuigen voor de tonijnvisserij met de ringzegen waarmee wordt gevist op sterk migrerende soorten als opgenomen in bijlage 1 bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982.
2.Lid 1 is van toepassing met inachtneming van artikel 5 van dit protocol.
3.Krachtens artikel 4 van de overeenkomst mogen Unievaartuigen slechts visserijactiviteiten in de vangstgebieden van de Cookeilanden uitoefenen als zij in het bezit zijn van een vismachtiging die op grond van dit protocol overeenkomstig de bijlage is afgegeven.
Artikel 2
Financiële tegenprestatie — Betalingswijze
1.Voor de in artikel 1 bepaalde periode wordt de in artikel 5 van de overeenkomst bedoelde totale financiële tegenprestatie vastgesteld op twee miljoen honderdduizend (2 100 000) EUR voor de hele duur van dit protocol.
2.Deze totale financiële tegenprestatie omvat twee van elkaar losstaande onderdelen:
(a)een jaarlijks bedrag voor de toegang tot de vangstgebieden van de Cookeilanden ten belope van driehonderdvijftigduizend (350 000) EUR per jaar, en
(b)een specifiek jaarlijks bedrag van driehonderdvijftigduizend (350 000) EUR voor de ondersteuning en uitvoering van het sectorale beleid van de Cookeilanden op het gebied van visserij en maritieme zaken.
3.Voor het in lid 2, punt a), bedoelde bedrag stellen de Cookeilanden ten minste 100 visdagen in de vangstgebieden van de Cookeilanden ter beschikking van Unievaartuigen. Er kunnen extra dagen ter beschikking van de EU-vaartuigen worden gesteld overeenkomstig de bepalingen in de bijlage.
4.Lid 1 is van toepassing met inachtneming van de artikelen 3 en 5 van dit protocol.
5.Voor het eerste jaar betaalt de Unie de in lid 2, punt a), bedoelde bedragen uiterlijk negentig (90) dagen na het begin van de voorlopige toepassing van dit protocol, en voor de volgende jaren uiterlijk op de verjaardag van de voorlopige toepassing van dit protocol.
6.De autoriteiten van de Cookeilanden en van de Unie monitoren de ontwikkeling van de visserijactiviteiten van de Unievaartuigen met het oog op een adequaat beheer van de voor de Unie beschikbare vangstmogelijkheden, rekening houdend met de toestand van de visbestanden en de desbetreffende instandhoudings- en beheersmaatregelen.
7.De beslissing over de bestemming van de in artikel 2, lid 2, punt a), gespecificeerde financiële tegenprestatie valt onder de exclusieve bevoegdheid van de autoriteiten van de Cookeilanden.
8.Elk onderdeel van de in lid 2 bedoelde financiële tegenprestatie wordt overgemaakt op een aangewezen bankrekening van de regering van de Cookeilanden. De in lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde entiteit die de sectorale steun voor de visserij ten uitvoer legt. De autoriteiten van de Cookeilanden verstrekken de autoriteiten van de Unie tijdig de gegevens over de bankrekening, alsook informatie over de betrokken begrotingslijn in het nationale begrotingsrecht. De gegevens over de bankrekening omvatten ten minste: de naam van de begunstigde entiteit, de naam en het adres van de houder van de bankrekening; de naam van de bank; de SWIFT-code; het IBAN-nummer.
Artikel 3
Sectorale steun
1.De gemengde commissie stelt uiterlijk 120 dagen na het begin van de voorlopige toepassing van het protocol een meerjarig sectoraal programma, met toepassingsbepalingen, vast waarin de volgende elementen zijn opgenomen:
(a)jaarlijkse en meerjarige richtsnoeren voor het gebruik van het in artikel 2, lid 2, punt b), vermelde specifieke bedrag van de financiële tegenprestatie;
(b)de jaarlijkse en meerjarige doelstellingen die na verloop van tijd moeten zijn bereikt teneinde het bestuurskader vast te stellen, onder meer door de ontwikkeling en instandhouding van de vereiste wetenschappelijke en onderzoeksinstellingen, de overlegprocessen met de belangengroepen te bevorderen en de monitoring-, controle- en bewakingscapaciteit en andere capaciteitsopbouwende elementen te versterken met als doel de Cookeilanden te helpen hun nationale beleid inzake duurzame visserij verder te versterken. Bij de doelstellingen wordt rekening gehouden met de door de Cookeilanden in hun nationale beleidslijnen opgenomen prioriteiten die betrekking hebben op of gevolgen hebben voor de bevordering van een verantwoorde en duurzame visserij, waaronder de beschermde mariene gebieden;
(c)de criteria en de procedures, met inbegrip van, indien van toepassing, begrotingsindicatoren en financiële indicatoren, voor de beoordeling van de resultaten die elk jaar worden bereikt.
2.Voorstellen tot wijziging van het meerjarige sectorale programma moeten door de gemengde commissie worden goedgekeurd.
3.Als een van de partijen een buitengewone vergadering van de gemengde commissie wenst, stuurt zij daartoe ten minste 14 dagen vóór de datum van de voorgestelde vergadering een schriftelijk verzoek.
4.Elk jaar gaan de twee partijen in het kader van de gemengde commissie na of bij de uitvoering van het goedgekeurde meerjarige sectorale programma bepaalde specifieke resultaten zijn behaald.
(a)De Cookeilanden leggen elk jaar een voortgangsverslag over de met de sectorale steun uitgevoerde acties en de daarmee bereikte resultaten voor, dat door de gemengde commissie wordt onderzocht. Vóór het verstrijken van dit protocol stellen de Cookeilanden ook een eindverslag op. Zo nodig kunnen de partijen de uitvoering van de sectorale steun ook na afloop van het protocol blijven monitoren.
(b)Het in artikel 2, lid 2, punt b), vermelde specifieke bedrag van de financiële tegenprestatie wordt betaald in tranches. De tranche voor het eerste jaar van het protocol wordt betaald op basis van de behoeften die als onderdeel van de goedgekeurde programmering zijn vastgesteld. De tranches voor de volgende jaren van de toepassing worden betaald op basis van de behoeften die als onderdeel van de goedgekeurde programmering zijn vastgesteld, en op basis van een analyse van de resultaten die bij de uitvoering van de sectorale steun zijn bereikt. De tranches worden uiterlijk 45 dagen na het besluit van de gemengde commissie betaald.
5.De Unie behoudt zich het recht voor om de betaling van de in artikel 2, lid 2, punt b), vastgestelde specifieke financiële tegenprestatie geheel of gedeeltelijk te herzien en/of te schorsen:
(a)wanneer uit een evaluatie door de gemengde commissie blijkt dat de bereikte resultaten sterk van de programmering afwijken;
(b)wanneer die financiële tegenprestatie niet is benut als bepaald door de gemengde commissie.
6.De betaling van de financiële tegenprestatie wordt na overleg tussen de partijen en goedkeuring door de gemengde commissie hervat wanneer dit gerechtvaardigd is op basis van de resultaten van de uitvoering van de goedgekeurde programmering als bedoeld in lid 1. De in artikel 2, lid 2, punt b), vastgestelde specifieke financiële tegenprestatie kan evenwel slechts worden betaald tot uiterlijk zes (6) maanden na het verstrijken van het protocol.
7.Elk jaar kunnen de Cookeilanden zo nodig een extra bedrag, afkomstig van het in artikel 2, lid 2, punt a), bedoelde bedrag, aan de in artikel 2, lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie toewijzen voor de uitvoering van het meerjarige programma. Deze toewijzing wordt uiterlijk twee (2) maanden na de verjaardag van de start van de voorlopige toepassing van dit protocol aan de Unie meegedeeld.
8.De partijen verbinden zich ertoe zichtbaarheid te geven aan de met sectorale steun uitgevoerde maatregelen.
Artikel 4
Wetenschappelijke samenwerking betreffende verantwoorde visserij
1.Gedurende de looptijd van dit protocol werken de partijen, die de soevereiniteit en soevereine rechten van de Cookeilanden over hun eigen visbestanden erkennen, samen om de activiteiten van de Unievaartuigen en in de visserijwateren van de Cookeilanden te monitoren.
2.Zo nodig werken de partijen ook samen om relevante statistische, biologische, economische, instandhoudings- en milieu-informatie met betrekking tot de activiteiten van de Unievaartuigen in de visserijwateren van de Cookeilanden uit te wisselen met het oog op het beheer en de instandhouding van de levende mariene rijkdommen.
3.De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op het gebied van de instandhouding en het verantwoord visserijbeheer in de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) en alle andere betrokken subregionale, regionale en internationale organisaties te bevorderen.
Artikel 5
Herziening, door de gemengde commissie, van de vangstmogelijkheden en de technische maatregelen
1.De gemengde commissie kan de in artikel 1 bedoelde vangstmogelijkheden herbeoordelen en tot herziening daarvan besluiten voor zover de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC de stelling ondersteunen dat die aanpassing het duurzame beheer van tonijn en tonijnachtigen in de westelijke en centrale Stille Oceaan ten goede zal komen.
2.De in artikel 2, lid 2, punt a), bedoelde financiële tegenprestatie wordt dan evenredig en pro rata temporis aangepast. De Unie betaalt jaarlijks evenwel niet meer dan het dubbele van het in artikel 2, lid 2, punt a), vermelde bedrag.
3.Zo nodig kan de gemengde commissie ook de technische bepalingen van het protocol en de bijlage daarbij onderzoeken en besluiten die in onderlinge overeenstemming aan te passen.
Artikel 6
Schorsing
1.Dit protocol, inclusief de betaling van de in artikel 2, lid 2, punten a) en b), bedoelde financiële tegenprestatie, kan op initiatief van elk van beide partijen worden geschorst in de gevallen en onder de voorwaarden die in artikel 13 van de overeenkomst zijn vastgesteld.
2.Onverminderd artikel 3 kan de betaling van de financiële tegenprestatie worden hervat zodra de situatie die voorafgaat aan de in artikel 13 van de overeenkomst genoemde omstandigheden, is hersteld of een regeling is getroffen overeenkomstig de overeenkomst.
Artikel 7
Opzegging
Dit protocol kan op initiatief van elk van beide partijen worden opgezegd in de gevallen en onder de voorwaarden die in artikel 14 van de overeenkomst zijn vastgesteld.
Artikel 8
Vertrouwelijkheid
1.De partijen beschermen de vertrouwelijkheid en de veiligheid van commercieel gevoelige gegevens en persoonsgegevens over de visserijactiviteiten van de Unie in de visserijwateren van de Cookeilanden.
2.De gegevens worden door de bevoegde autoriteiten gebruikt voor de uitvoering van de visserijovereenkomst, met name voor beheersdoeleinden en voor de monitoring, controle en bewaking van visserijactiviteiten. Indien zij voor andere doeleinden worden gebruikt, zien de partijen erop toe dat alleen geaggregeerde gegevens over visserijactiviteiten in de visserijzone openbaar toegankelijk zijn.
3.Met het oog op de correcte uitvoering van het protocol zullen verschillende categorieën persoonsgegevens worden verwerkt:
(a)identificatie- en contactgegevens;
(b)gegevens betreffende reders en exploitanten (positie of rol), kapiteins en bemanningsleden;
(c)alle andere gegevens die verband houden met het voorwerp van de overeenkomst.
4.Persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij zijn uitgewisseld, en in elk geval niet langer dan tien jaar, tenzij de persoonsgegevens noodzakelijk zijn voor de follow-up van een inbreuk, een inspectie, een gerechtelijke of administratieve procedure of wetenschappelijk onderzoek. In dat geval kunnen de persoonsgegevens voor een periode van twintig jaar worden opgeslagen. Indien persoonsgegevens langer worden bewaard, worden de gegevens geanonimiseerd.
5.De autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de verwerking van de gegevens, zijn de Europese Commissie of de vlaggenlidstaat, in het geval van de Unie, en het Ministerie van Mariene Hulpbronnen, in het geval van de Cookeilanden.
6.De gemengde commissie kan passende waarborgen en rechtsmiddelen vaststellen.
Artikel 9
Elektronische gegevensuitwisseling
1.De Cookeilanden en de Unie verbinden zich ertoe de nodige systemen in te voeren voor de elektronische uitwisseling van alle met de uitvoering van de overeenkomst en het protocol verband houdende informatie en documentatie. De elektronische vorm van een document wordt op elk moment als gelijkwaardig aan de papieren versie beschouwd.
2.De partijen stellen elkaar onmiddellijk in kennis van iedere storing van een elektronisch systeem die een dergelijke uitwisseling verhindert. In die omstandigheden worden de met de uitvoering van de overeenkomst en het protocol verband houdende informatie en documentatie automatisch vervangen door de papieren versie ervan overeenkomstig de in de bijlage vastgestelde bepalingen.
Artikel 10
Verplichtingen na het verstrijken of de opzegging van het protocol
1.Na het verstrijken van dit protocol of na de opzegging ervan overeenkomstig artikel 14 van de overeenkomst blijven de reders van de Unie aansprakelijk voor een schending van de bepalingen van de overeenkomst of dit protocol of van de wetten van de Cookeilanden die vóór het verstrijken of de opzegging van dit protocol is begaan, en voor de visrechten en verschuldigde bedragen die bij het verstrijken of de opzegging van dit protocol nog niet zijn betaald.
2.Zo nodig blijven de partijen de uitvoering van de sectorale steun als bedoeld in artikel 2, lid 2, punt b), van dit protocol monitoren overeenkomstig artikel 3, lid 1, en de uitvoeringsbepalingen voor de sectorale steun.
Artikel 11
Voorlopige toepassing
Dit protocol wordt, zodra het door de partijen wordt ondertekend, voorlopig van toepassing alvorens in werking te treden.
Artikel 12
Inwerkingtreding
Dit protocol treedt in werking wanneer de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de vereiste procedures.
BIJLAGE
VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN VISSERIJACTIVITEITEN DOOR VAARTUIGEN VAN DE EUROPESE UNIE IN HET KADER VAN HET PROTOCOL TOT VASTSTELLING VAN DE VANGSTMOGELIJKHEDEN EN DE FINANCIËLE TEGENPRESTATIE WAARIN IS VOORZIEN BIJ DE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST INZAKE DUURZAME VISSERIJ TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE COOKEILANDEN
Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Afdeling 1
Definities
1. Onder “bevoegde autoriteit” wordt verstaan:
(a)voor de Europese Unie (hierna “de Unie” genoemd): de Europese Commissie;
(b)voor de Cookeilanden: het Ministerie van Mariene Hulpbronnen.
2. Onder “vismachtiging” wordt verstaan: een geldig recht of een geldige vergunning om volgens de in deze bijlage vastgestelde voorwaarden in de aangegeven vangstgebieden met behulp van specifiek vistuig visserijactiviteiten te verrichten met betrekking tot specifieke soorten.
3. Onder “overmacht” wordt verstaan: het verlies of de langdurige immobilisatie van een vaartuig wegens een ernstige technische storing.
4. Onder “visdag” wordt verstaan: een kalenderdag of een deel van de periode van 24 uur (0.00 u. - 24.00 u.) van een kalenderdag waarop een ringzegenvaartuig van de Unie in de visserijwateren van de Cookeilanden visserijactiviteiten verricht, met uitzondering van kalenderdagen of delen van kalenderdagen die voldoen aan de definitie van een “niet-visdag” in aanhangsel 1.
Afdeling 2
Contacten
1. De partijen wisselen vóór de aanvang van de voorlopige toepassing van dit protocol alle voor de uitvoering van dit protocol relevante contactgegevens met elkaar uit en delen deze indien nodig aan elkaar mee.
2. De delegatie van de Europese Unie voor de Stille Oceaan ontvangt een kopie van alle correspondentie tussen de in afdeling 1 gedefinieerde bevoegde autoriteiten in verband met de uitvoering van deze bijlage.
Afdeling 3
Vangstgebieden
1. De Unievaartuigen die in het bezit zijn van een vismachtiging die de Cookeilanden in het kader van de overeenkomst hebben afgegeven, mogen visserijactiviteiten verrichten in de vangstgebieden van de Cookeilanden, d.w.z. de visserijwateren van de Cookeilanden met uitzondering van de beschermde of verboden gebieden. De Cookeilanden delen de Unie vóór het begin van de voorlopige toepassing van de overeenkomst de coördinaten mee van de visserijwateren van de Cookeilanden, van de beschermde gebieden en van de gesloten visserijgebieden.
2. Overeenkomstig artikel 11 van de overeenkomst delen de Cookeilanden de Unie alle eventuele wijzigingen van de genoemde gebieden mee.
Afdeling 4
Gemachtigde van het vaartuig
Alle Unievaartuigen waarvoor een vismachtiging wordt aangevraagd, kunnen worden vertegenwoordigd door een gemachtigde (onderneming of particulier) die op de Cookeilanden is gevestigd en van wie de gegevens naar behoren aan de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden zijn meegedeeld.
Afdeling 5
In aanmerking komende Unievaartuigen
Een Unievaartuig komt slechts voor een vismachtiging in aanmerking als voor de reder, de kapitein en het vaartuig zelf geen verbod tot uitoefening van de visserij in de visserijwateren van de Cookeilanden geldt. De Unievaartuigen moeten voldoen aan de wettelijke bepalingen van de Cookeilanden en moeten in het verleden bij hun visserijactiviteiten in de wateren van de Cookeilanden alle verplichtingen in het kader van de met de Unie gesloten visserijovereenkomsten zijn nagekomen. Voorts moeten zij aan de toepasselijke wetgeving van de Unie betreffende vismachtigingen voldoen, moeten zij zijn opgenomen in het WCPFC-register van vissersvaartuigen en in het register van het Forum Fisheries Agency (FFA) van vaartuigen die in goede staat zijn, en mogen zij niet voorkomen op de lijst van IOO-vaartuigen van een regionale organisatie voor visserijbeheer.
Hoofdstuk II
Beheer van vismachtigingen
Afdeling 1
Geldigheidsduur van de vismachtiging
Een vismachtiging is gedurende één jaar geldig, “de jaarlijkse geldigheidsperiode” genoemd. De aanvangsdatum van die periode wordt bepaald door de datum van de voorlopige toepassing van dit protocol. Alle daaropvolgende vismachtigingen lopen af op de verjaardag van dit protocol.
Afdeling 2
Aanvraag van een vismachtiging
1. Alleen in aanmerking komende Unievaartuigen, als gedefinieerd in hoofdstuk I, afdeling 4, van deze bijlage, kunnen een vismachtiging krijgen in het kader van dit protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de overeenkomst.
2. De Unie dient bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden een aanvraag voor een vismachtiging in voor elk Unievaartuig dat in het kader van de overeenkomst wenst te vissen, en wel ten minste twintig werkdagen vóór de verwachte aanvangsdatum van de visserijactiviteiten. De Cookeilanden verstrekken de Unie één maand voor het protocol in werking treedt, en daarna jaarlijks, alle vereiste informatie over de vergunningsprocedure.
3. De reders betalen de voor de volledige jaarlijkse geldigheidsperiode van de vismachtiging verschuldigde vooraf te betalen rechten.
4. De Cookeilanden stellen de Unie vóór de voorlopige toepassing van dit protocol in kennis van de gegevens van de bankrekeningen van het ministerie van Financiën van de Cookeilanden waarop de bedragen moeten worden overgemaakt die in het kader van de overeenkomst ten laste zijn van de Unievaartuigen. De aan de bankoverschrijvingen verbonden kosten zijn voor rekening van de reders.
5. Voor elke eerste aanvraag voor een vismachtiging en elke aanvraag naar aanleiding van een grote technische wijziging aan het betrokken vaartuig dient de Unie de aanvraag elektronisch bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden in met gebruikmaking van het door het Ministerie van Mariene Hulpbronnen verstrekte formulier of het door dat ministerie ingevoerde elektronische systeem, samen met de volgende documenten:
(a)het bewijs van de voorafbetaling van de rechten voor de geldigheidsduur van de vismachtiging;
(b)recente digitale kleurenfoto’s (met datumvermelding, ten hoogste twaalf maanden oud) met een resolutie van 72 dpi, 1 400 × 1 050 pixels, waarop het zijaanzicht van het vaartuig staat afgebeeld, met de naam van het vaartuig in Latijns basisalfabet volgens ISO;
(c)een kopie van het veiligheidsuitrustingscertificaat van het vaartuig;
(d)een kopie van het registratiecertificaat van het vaartuig;
(e)een kopie van het controlecertificaat voor scheepshygiëne;
(f)een kopie van het certificaat van inschrijving in het FFA-register van vaartuigen die in goede staat zijn;
(g)het opslagschema.
6. Voor de verlenging van de vismachtiging voor vaartuigen waarvan de technische kenmerken niet zijn gewijzigd, gaat de aanvraag tot verlenging slechts vergezeld van het bewijs van voorafbetaling van de rechten, van het op dat ogenblik geldende certificaat van inschrijving in het FFA-register van vaartuigen die in goede staat zijn, en van kopieën van alle in punt 5, c), d) en e), vermelde, verlengde certificaten.
7. De vooraf te betalen rechten worden betaald op een door de autoriteiten van de Cookeilanden opgegeven bankrekening.
8. De betalingen omvatten alle nationale en lokale belastingen, met uitzondering van havenbelastingen en kosten voor dienstverlening.
9. Als de aanvraag onvolledig is of anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de bovenstaande punten 5 tot en met 8, stellen de autoriteiten van de Cookeilanden de bevoegde autoriteit van de Unie binnen zeven werkdagen na ontvangst van de elektronische aanvraag in kennis van de redenen waarom de aanvraag moet worden aangemerkt als onvolledig of anderszins niet beantwoordend aan de voorwaarden van de punten 5 tot en met 8.
Afdeling 3
Afgifte van de vismachtiging
1. De Cookeilanden geven de vismachtiging af binnen 15 werkdagen na ontvangst van de volledige, per e-mail ingediende aanvraag.
2. De bevoegde autoriteit van de Cookeilanden zendt de vismachtiging onverwijld elektronisch toe aan de reder en aan de bevoegde autoriteit van de Unie. Tegelijk wordt de reder een vismachtiging op papier toegezonden.
3. Op het ogenblik van de afgifte van de vismachtiging neemt de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden het vaartuig op in de lijst van de Unievaartuigen die in de vangstgebieden van de Cookeilanden mogen vissen. Deze lijst wordt ter beschikking gesteld van alle betrokken monitoring-, controle- en bewakingsentiteiten van de Cookeilanden en aan de bevoegde autoriteit van de Unie.
4. De vismachtiging in elektronische vorm wordt bij de eerste gelegenheid door een papieren versie vervangen.
5. Een vismachtiging wordt afgegeven voor een bepaald vaartuig en is niet overdraagbaar.
6. De vismachtiging (in elektronische vorm of, indien beschikbaar, op papier) moet te allen tijde aan boord van het vaartuig worden gehouden.
Afdeling 4
Overmacht
1. Indien overmacht is aangetoond, kan de vismachtiging van een vaartuig op verzoek van de Unie worden geschorst en voor de resterende geldigheidsduur worden overgedragen aan een ander in aanmerking komend vaartuig met soortgelijke kenmerken waaraan een nieuwe vismachtiging kan worden afgegeven.
2. Aan het nieuwe in aanmerking komende vaartuig wordt een vismachtiging afgegeven volgens de in afdeling 3 vastgestelde voorwaarden, mits de voorwaarden van de aanvraag zoals vermeld in afdeling 2 zijn vervuld, zonder dat hiervoor een nieuwe voorafbetaling hoeft te worden verricht.
Afdeling 5
Voorwaarden betreffende de vismachtiging – visrechten en voorafbetalingen
1. Een vismachtiging wordt afgegeven zodra aan de Cookeilanden de volgende bedragen per Unievaartuig zijn betaald:
(a)een jaarlijks vooraf te betalen visrecht van honderdentwaalfduizend vijfhonderd (112 500) EUR, dat het vissersvaartuig het recht geeft om gedurende vijfentwintig (25) dagen in de vangstgebieden van de Cookeilanden te vissen;
(b)een bijzondere jaarlijkse bijdrage voor de vismachtiging ten bedrage van achtendertigduizend vijfhonderd (38 500) EUR.
2. Indien beschikbaar kunnen de reders, op verzoek van de bevoegde autoriteit van de Unie aan de autoriteiten van de Cookeilanden, extra visdagen kopen naast de op grond van lid 1, punt a), aangekochte visdagen. De reders betalen voor de extra dagen achtduizend (8 000) EUR per dag. Zolang geen volledige betaling voor de extra dagen is verricht, mag de reder slechts gebruikmaken van de overeenkomstig lid 1, punt a), aangekochte dagen.
3. In totaal kunnen de reders van de Unie jaarlijks ten hoogste honderdentien (110) extra visdagen aankopen.
Hoofdstuk III
Monitoring
Afdeling 1
Beheer en monitoring van de visserijinspanning
1. Wanneer de gemelde inspanning van de Unievaartuigen in de vangstgebieden van de Cookeilanden in totaal 70 visdagen bereikt, stellen de Cookeilanden de autoriteiten van de Unie daarvan in kennis. Na ontvangst van deze kennisgeving stellen de autoriteiten van de Unie op hun beurt de lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis.
2. Zodra het inspanningsniveau van 70 visdagen is bereikt, monitoren de Cookeilanden het niveau van de inspanning van de Unievaartuigen en zodra een niveau van 95 visdagen is bereikt, stellen zij de autoriteiten van de Unie daarvan onmiddellijk in kennis. Na ontvangst van de kennisgeving van de Cookeilanden stellen de autoriteiten van de Unie op hun beurt ook de lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis.
3. Deze monitoring omvat het besluit van de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden over de door de exploitanten van vaartuigen geclaimde niet-visdagen. Indien de reders het niet eens zijn met het besluit van de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden over hun geclaimde niet-visdagen, kunnen zij de bevoegde autoriteit van de Unie verzoeken overleg te plegen met het visserijcontrolecentrum van de vlaggenstaat en/of andere relevante organen teneinde een oplossing voor het geschil te vinden.
4. De gemengde commissie evalueert het jaarlijkse gebruik van visdagen door Unievaartuigen tijdens haar jaarlijkse vergadering.
Afdeling 2
Vangstregistratie en -aangifte
1. De Unievaartuigen die op grond van de overeenkomst in de vangstgebieden van de Cookeilanden mogen vissen, delen tot op het ogenblik waarop beide partijen een systeem voor de elektronische aangifte van vangsten (electronic catch-reporting system — “ERS”) hebben ingevoerd, hun vangsten aan de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden mee overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
2. De Unievaartuigen die in de vangstgebieden van de Cookeilanden mogen vissen, vullen voor elke dag waarop zij in de vangstgebieden van de Cookeilanden aanwezig zijn, regionale SPC/FFA-logboekbladen voor de ringzegenvisserij in, die beschikbaar zijn op de website van de Pacifische Gemeenschap (SPC). Indien er geen vangst is of het vaartuig alleen op doorvaart is, wordt het formulier toch ingevuld. Het formulier wordt leesbaar ingevuld en door de kapitein van het vaartuig of zijn vertegenwoordiger ondertekend. De logboekbladen worden gebruikt totdat compatibele elektronische rapportageregelingen zijn ingevoerd.
3. Zolang de Unievaartuigen zich in de vangstgebieden van de Cookeilanden bevinden, sturen zij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden om de zeven dagen een samenvatting van de in punt 2 bedoelde visserijlogboeken aan de hand van template 3 (vangstaangifte CAT) van aanhangsel 2.
4. Wat de indiening van de in punt 2 bedoelde visserijlogboekbladen betreft, geldt voor de Unievaartuigen het volgende:
(a)wanneer zij een haven van binnenkomst op de Cookeilanden aandoen (Avatiu, Arutanga, Tuanganui, Omoka, Tauhunu, Tukao of Yato), leggen zij de respectieve bevoegde autoriteit van de Cookeilanden binnen vijf (5) dagen na aankomst of in elk geval vóór hun vertrek uit de haven, indien dit eerder plaatsvindt, het ingevulde formulier over. De bevoegde autoriteit van de Cookeilanden geeft een schriftelijke ontvangstbevestiging af;
(b)wanneer zij de vangstgebieden van de Cookeilanden verlaten zonder vooraf een haven van binnenkomst op de Cookeilanden aan te doen, sturen zij binnen vijftien (15) werkdagen na het verlaten van de vangstgebieden van de Cookeilanden als volgt kopieën van de logboekbladen op:
·via e-mail, naar het e-mailadres van de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden.
·Het origineel van elk visserijlogboek wordt toegestuurd binnen zeven (7) werkdagen nadat voor het eerst na het verlaten van de vangstgebieden van de Cookeilanden een haven is aangedaan.
·Kopieën van deze visserijlogboekbladen moeten tezelfdertijd aan de desbetreffende wetenschappelijke instituten worden toegezonden: IRD (Institut de Recherche pour le Développement) of IEO (Instituto Español de Oceanografia).
5. Voor de perioden waarin het vaartuig zich in de vangstgebieden van de Cookeilanden bevindt, worden op de genoemde logboekbladen de woorden “vangstgebieden van de Cookeilanden” aangebracht.
6. Beide partijen streven ernaar elektronische rapportage en compatibele regelingen te implementeren met het oog op de elektronische uitwisseling van gegevens en informatie over visserijactiviteiten van de Unievaartuigen in de vangstgebieden van de Cookeilanden.
7. Zodra het elektronische systeem voor vangstaangiften is ingevoerd, vervangt dat systeem volledig de registratiebepalingen van de punten 2, 3 en 4, behalve als er zich technische problemen of storingen voordoen; in dat geval worden de vangstaangiften overeenkomstig de punten 2, 3 en 4 gedaan.
Afdeling 3
Communicatie over het binnenvaren en het verlaten van de visserijwateren van de Cookeilanden
1. Onverminderd de verplichtingen van afdeling 1 van dit hoofdstuk stellen de Unievaartuigen die op grond van de overeenkomst mogen vissen, de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden ten minste 24 uur van tevoren in kennis van hun voornemen om de vangstgebieden van de Cookeilanden binnen te varen of te verlaten.
2. Bij het melden van het binnenvaren of het buitenvaren geven zij ook de aan boord gehouden vangsten (hoeveelheden en soorten) door. De vaartuigen delen ook de positie mee die zij naar verwachting op het vermoedelijke tijdstip van binnenvaren of buitenvaren zullen innemen. Deze meldingen, waarvoor wordt gebruikgemaakt van de modellen in aanhangsel 2 (templates 1 en 2), worden via e-mail gestuurd naar de in die templates vermelde contactadressen.
Afdeling 4
Aanlanding
1. De aangewezen havens voor aanlandingsactiviteiten op de Cookeilanden zijn de havens van Avatiu en Omoka. De bevoegde autoriteit van de Cookeilanden kan toestemming verlenen voor aanlandingsactiviteiten in andere aangewezen havens op de Cookeilanden. De bevoegde autoriteit van de Unie wordt daarvan in kennis gesteld.
2. De Unievaartuigen die in het bezit zijn van een vismachtiging van de Cookeilanden en vangsten in de aangewezen havens van de Cookeilanden wensen aan te landen, stellen de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden ten minste 72 uur van tevoren in kennis van:
a) de aanlandingshaven;
b) de naam en de IRCS van het aanlandende vissersvaartuig;
c) de datum en het tijdstip van aanlanding;
d) de hoeveelheid in kg, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 kg, per aan te landen soort;
e) de aanbiedingsvorm van de producten.
3. De vaartuigen dienen hun aanlandingsaangiften uiterlijk 48 uur na de voltooiing van de aanlanding of in elk geval vóór het vertrek van het vaartuig uit de haven indien dit eerder plaatsvindt, in bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden.
Afdeling 5
Overlading
1. De Unievaartuigen die in het bezit zijn van een vismachtiging van de Cookeilanden en vangsten in de visserijwateren van de Cookeilanden wensen over te laden, doen dat enkel in de aangewezen havens van de Cookeilanden die in hoofdstuk III, afdeling 1, punt 4, a), zijn vermeld. Overlading op zee buiten de havens is verboden en overtredingen worden bestraft met de sancties waarin het recht van de Cookeilanden voorziet.
2. De reder of de gemachtigde van het vaartuig stelt de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden ten minste 72 uur van tevoren in kennis van:
a) de overladingshaven waar de activiteit zal plaatsvinden;
b) de naam en de IRCS van het overladende vissersvaartuig;
c) de naam en de IRCS van het ontvangende vissersvaartuig;
d) de datum en het tijdstip van overlading;
e) de hoeveelheid in kg, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 kg, per over te laden soort;
f) de aanbiedingsvorm van de producten.
3. De Unievaartuigen dienen hun overladingsaangifte uiterlijk 48 uur na de voltooiing van de overlading of in elk geval vóór het vertrek van het overladende vaartuig uit de haven indien dit eerder plaatsvindt, in bij de bevoegde autoriteiten van de Cookeilanden.
Afdeling 6
Satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS)
Onverminderd de bevoegdheid van de vlaggenstaat en de verplichtingen van de Unievaartuigen ten aanzien van het centrum voor visserijmonitoring van hun vlaggenstaat, voldoet elk Unievaartuig aan de eisen van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen van het FFA (VMS van het FFA) die momenteel voor de vangstgebieden van de Cookeilanden gelden.
Afdeling 7
Waarnemers
1. De Unievaartuigen die in het bezit zijn van een vismachtiging van de Cookeilanden, zorgen ervoor dat er, zolang zij in de vangstgebieden van de Cookeilanden actief zijn, waarnemers aanwezig zijn overeenkomstig de desbetreffende instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC en de toepasselijke wetgeving van de Cookeilanden.
2. De Unievaartuigen hebben een gemachtigde waarnemer van het regionaal waarnemersprogramma van de WCPFC aan boord of een waarnemer van de IATTC die is gemachtigd bij het tussen de WCPFC en de IATTC overeengekomen memorandum van overeenstemming betreffende wederzijdse goedkeuring van waarnemers.
Hoofdstuk IV
Controle
1. De Unievaartuigen voldoen aan de toepasselijke bepalingen van de nationale wetgeving van de Cookeilanden inzake visserijactiviteiten en aan de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC.
2. Controleprocedures:
a) de kapiteins van de Unievaartuigen die visserijactiviteiten verrichten in de vangstgebieden van de Cookeilanden, verlenen medewerking aan iedere met de inspectie en controle van visserijactiviteiten belaste gemachtigde ambtenaar van de Cookeilanden die zich als zodanig identificeert;
b) onverminderd de bepalingen van de nationale wetgeving van de Cookeilanden gebeurt de inscheping op zodanige wijze dat het inspectieplatform en de inspecteurs kunnen worden geïdentificeerd als gemachtigde ambtenaren van de Cookeilanden;
c) de Cookeilanden stellen de lijst van alle inspectieplatforms die voor inspecties op zee worden ingezet, ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de Unie. Deze lijst bevat ten minste:
·de namen van de patrouillevaartuigen;
·nadere gegevens over de patrouillevaartuigen;
·foto’s van de patrouillevaartuigen.;
d) de Cookeilanden kunnen, op verzoek van de Unie of van een door haar aangewezen instantie, toestaan dat inspecteurs van de Unie de activiteiten van de Unievaartuigen, met inbegrip van overladingen, observeren tijdens controles aan wal;
e) zodra een inspectie is voltooid en het inspectieverslag door de inspecteur is ondertekend, wordt dat verslag ter ondertekening voorgelegd aan de kapitein, die er desgewenst opmerkingen op kan aanbrengen. Deze ondertekening heeft geen consequenties voor de rechten van de partijen in het kader van procedures die verband houden met ten laste gelegde overtredingen. Voordat de inspecteur van boord gaat, wordt aan de kapitein van het vaartuig een kopie van het inspectieverslag overhandigd;
f) de inspecteurs blijven niet langer aan boord dan voor het uitvoeren van hun taken nodig is.
3. De kapiteins van Unievaartuigen die aanlandings- of overladingsactiviteiten verrichten in een haven op de Cookeilanden, staan toe dat die activiteiten door gemachtigde ambtenaren van de Cookeilanden worden geïnspecteerd en verlenen hun medewerking aan die inspectie.
4. Wanneer de bepalingen van dit hoofdstuk niet worden nageleefd, behoudt de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden zich het recht voor om de vismachtiging van het vaartuig dat in overtreding is, te schorsen totdat de formaliteiten zijn vervuld, en om de sanctie toe te passen waarin de wetgeving van de Cookeilanden voorziet. De vlaggenlidstaat en de bevoegde autoriteit van de Unie worden daarvan onmiddellijk in kennis gesteld.
Hoofdstuk V
Handhaving
1. Sancties
a) Bij niet-naleving van een van de bepalingen van dit protocol, van de door de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen of van het nationale recht van de Cookeilanden worden de sancties opgelegd die in het nationale recht van de Cookeilanden zijn vastgesteld.
b) De vlaggenlidstaat en de bevoegde autoriteit van de Unie worden onmiddellijk en volledig in kennis gesteld van de sancties en van alle dienstige inlichtingen daaromtrent.
c) Indien de sanctie bestaat in een schorsing of intrekking van een vismachtiging, kan de bevoegde autoriteit van de Unie voor het resterende deel van de periode waarvoor die machtiging was toegekend, een andere vismachtiging die anders geldig zou zijn geweest, aanvragen voor een vaartuig van een andere reder.
2. Aanhouding en opbrenging van Unievaartuigen
a) De Cookeilanden stellen de bevoegde autoriteit van de Unie en de vlaggenlidstaat onmiddellijk in kennis van de aanhouding en/of opbrenging van een vissersvaartuig dat in het bezit is van een vismachtiging in het kader van de overeenkomst.
b) De Cookeilanden sturen de bevoegde autoriteit van de Unie en de vlaggenlidstaat binnen achtenveertig (48) uur, indien zulks uitvoerbaar is, een kopie van het inspectieverslag, met vermelding van de omstandigheden en de redenen van de aanhouding en/of opbrenging.
3. Procedure voor de uitwisseling van informatie bij aanhouding en/of opbrenging
a) Met inachtneming van de termijnen en de gerechtelijke procedures voor aanhouding en/of opbrenging die in de nationale wetten van de Cookeilanden zijn vastgelegd, wordt na ontvangst van de hierboven bedoelde informatie een overlegvergadering tussen vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de Unie en de Cookeilanden gehouden, eventueel in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de betrokken lidstaat.
b) Tijdens deze overlegvergadering verstrekken de partijen elkaar alle relevante documentatie of informatie die de feiten kunnen helpen ophelderen. De reder of diens gemachtigde wordt in kennis gesteld van de resultaten van de vergadering en van de maatregelen die uit de aanhouding en/of opbrenging van het vaartuig voortvloeien.
4. Afwikkeling van de aanhouding en/of opbrenging
a) Er worden redelijke inspanningen gedaan om de vermoedelijke overtreding snel af te handelen.
b) Indien een schikking wordt getroffen, wordt het te betalen bedrag bepaald onder verwijzing naar de nationale wetgeving van de Cookeilanden. Indien geen schikking kan worden getroffen, wordt een gerechtelijke procedure opgestart.
c) Zodra de uit de minnelijke schikking voortvloeiende verplichtingen zijn vervuld en de gerechtelijke procedures zijn voltooid, wordt het Unievaartuig vrijgegeven en de kapitein vrijgesproken.
5. De bevoegde autoriteit van de Unie wordt op de hoogte gehouden van het verloop van de ingeleide procedures en van de opgelegde sancties.
Hoofdstuk VI
Samenwerking bij de bestrijding van IOO-visserij
1. Om de monitoring van de visserij en de bestrijding van de IOO-visserij aan te scherpen, spannen de kapiteins van de Unievaartuigen zich in om de aanwezigheid van andere vissersvaartuigen in de visserijwateren van de Cookeilanden te rapporteren.
2. De kapitein van een Unievaartuig die een vissersvaartuig ziet dat activiteiten verricht die mogelijk IOO-visserijactiviteiten zijn, verzamelt zo veel mogelijk informatie over dat vaartuig en activiteiten ervan op het moment van de waarneming. De waarnemingsverslagen worden onverwijld toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden, met kopie aan het VCC van de vlaggenlidstaat.
3. De bevoegde autoriteit van de Cookeilanden legt de Unie zo spoedig mogelijk elk waarnemingsverslag voor waarover zij beschikt met betrekking tot Unievaartuigen die activiteiten verrichten die mogelijk IOO-visserijactiviteiten in de visserijwateren van de Cookeilanden zijn.
AANHANGSEL 1
Vaartdagen
Berekening van visdagen en niet-visdagen
1) Visdag: een kalenderdag of een deel van de periode van 24 uur (0.00 u. - 24.00 u.) van een kalenderdag waarop een ringzegenvaartuig van de Unie in de visserijwateren van de Cookeilanden visserijactiviteiten verricht, met uitzondering van kalenderdagen of delen van kalenderdagen die voldoen aan de definitie van een “niet-visdag”.
2) Berekening van een visdag:
a) Indien een ringzegenvaartuig tijdens een visdag een melding doet vanuit een positie in de visserijwateren van de Cookeilanden, wordt die visdag toegewezen naargelang de werkelijke tijd die in de wateren van de Cookeilanden is doorgebracht.
b) Indien een ringzegenvaartuig zijn aanwezigheid in de visserijwateren van de Cookeilanden meldt voor de gehele periode (0.00 u. - 24.00 u.) van een kalenderdag:
i) telt die (hele) kalenderdag als visdag als er tijdens die kalenderdag een visserijactiviteit wordt verricht;
ii) telt die (hele) kalenderdag niet als visdag indien het vaartuig voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een niet-visdag overeenkomstig de leden 3 tot en met 6 van dit aanhangsel.
c) Indien een ringzegenvaartuig zijn aanwezigheid in de visserijwateren van de Cookeilanden gedurende minder dan de gehele periode (0.00 u. - 24.00 u.) van een kalenderdag meldt:
i) telt dat deel van een kalenderdag als een gedeeltelijke visdag indien er in die periode in die zone een visserijactiviteit is verricht;
ii) telt dat deel van een kalenderdag niet als een visdag indien het vaartuig voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een niet-visdag overeenkomstig de leden 3 tot en met 6 van dit aanhangsel.
d) Perioden waarin een ringzegenvaartuig zich in een haven op de Cookeilanden bevindt, worden niet in mindering gebracht op het aantal visdagen.
3) Niet-visdag: Voor vaartuigen met een vergunning telt elke dag of elk deel van een dag in de visserijwateren als een niet-visdag indien er op die dag om een van de in lid 5 genoemde redenen geen visserijactiviteiten hebben plaatsgevonden.
4) Unievaartuigen met een vergunning moeten een niet-visdagclaim indienen bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden. Elke niet-visdagclaim moet de volgende gegevens bevatten:
a. Scheepsnaam
b. IRCS
c. Datum, tijdstip en positie (BG/LG) van het binnenvaren van de visserijwateren van de Cookeilanden
d. Datum, tijdstip en positie (BG/LG) van het verlaten van de visserijwateren van de Cookeilanden
e. Datum, tijdstip en positie (BG/LG) van de beëindiging van de visserijactiviteit
f. Datum, tijdstip en positie (BG/LG) van de hervatting van de visserijactiviteit
g. Specifieke reden voor de niet-visdag zoals uiteengezet in lid 5
5) Specifieke redenen voor het niet verrichten van visserijactiviteiten:
a) Doorvaart: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden van tevoren in kennis is gesteld van de doorvaart, onder vermelding van de bestemming, het punt van binnenvaren en het punt van buitenvaren.
b) Doorvaart nadat alle vangsten zijn verricht2: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden van tevoren in kennis is gesteld van de stopzetting van de visserijactiviteiten van het vaartuig. Na de stopzetting van de visserijactiviteiten moet het vistuig volledig worden opgeborgen, en het vaartuig moet een rechte koers en een constante snelheid in de richting van de haven van bestemming aanhouden. De kennisgeving van de stopzetting van de visserij moet de volgende gegevens bevatten:
i) Naam van het vaartuig
ii) IRCS
iii) Huidige positie (LG/BG)
iv) Naam van de haven van bestemming.
c) Slecht weer: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien het vaartuig gedurende de periode van 24 uur niet in staat is vistuig uit te zetten of een andere visserijactiviteit te verrichten. De kapitein van het vaartuig moet de oorzaak van het slechte weer aangeven:
i) harde wind (schaal … )
ii) ruwe zee
iii) houdt verband met de stroming
d) Inzetten of ophalen van FAD’s: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten plaatsvinden, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer.
e) Bunkeren: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten plaatsvinden, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer.
f) Herstel van netten: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien het vaartuig gedurende de periode van 24 uur alleen een of meerdere netten herstelt, zonder visserijactiviteiten te verrichten.
g) Uitzetting (of testuitzetting) voor schoonmaken van netten: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten plaatsvinden en het net in een rechte lijn is uitgezet, zonder sluitlijn, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer.
h) Defect: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien het vaartuig gedurende de periode van 24 uur defect is en geen visserijactiviteiten verricht, en indien het defect het vaartuig verhindert om te vissen.
i) Noodsituatie: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten worden verricht, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer, en indien de noodsituatie betrekking heeft op: i) de gezondheid en veiligheid van de bemanning; ii) de veiligheid van het vaartuig.
j) Opsporing en redding: komt slechts voor een niet-visdag in aanmerking onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer en door de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden. Indien de opsporing en redding als gevolg heeft dat het vaartuig naar de haven moet terugkeren, moet de kapitein de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden daarvan vooraf op de hoogte brengen, onder vermelding van:
i) de positie van het vaartuig;
ii) de haven van bestemming.
Het vaartuig dat naar de haven vaart, zorgt ervoor dat:
i) het vistuig volledig is opgeborgen;
ii) het rechtstreeks van zijn positie naar de haven van bestemming vaart; en
iii) het een rechte koers en een constante snelheid aanhoudt.
Indien tijdens de terugkeer van het vaartuig naar de haven een visserijactiviteit wordt verricht of indien niet wordt voldaan aan een van de bovenstaande voorwaarden, worden alle dagen van de terugreis als visdagen beschouwd.
6) Alle meldingen worden aan de bevoegde autoriteit toegezonden op het volgende e-mailadres:
licensing@mmr.gov.ck
.
AANHANGSEL 2
Templates met modellen voor meldingen
1. Melding bij het binnenvaren (COE)
|
Inhoud
|
Transmissie
|
|
Bestemming van het bericht
|
|
|
Actiecode
|
COE
|
|
Naam van het vaartuig
|
|
|
IRCS
|
|
|
Positie bij het binnenvaren
|
BG/LG
|
|
Datum en tijdstip (UTC) van binnenvaren
|
DD/MM/JJJJ – UU:MM
|
|
Hoeveelheid vis aan boord per soort (in Mt):
|
|
|
Geelvintonijn (YFT)
|
(Mt)
|
|
Grootoogtonijn (BET)
|
(Mt)
|
|
Gestreepte tonijn (SKJ)
|
(Mt)
|
|
Andere (geef aan welke)
|
(Mt)
|
2. Melding bij het buitenvaren (COX)
|
Inhoud
|
Transmissie
|
|
Bestemming van het bericht
|
|
|
Actiecode
|
COX
|
|
Naam van het vaartuig
|
|
|
IRCS
|
|
|
Positie bij het buitenvaren
|
BG/LG
|
|
Datum en tijdstip (UTC) van buitenvaren
|
DD/MM/JJJJ – UU:MM
|
|
Hoeveelheid vis aan boord per soort (in Mt):
|
|
|
Geelvintonijn (YFT)
|
(Mt)
|
|
Grootoogtonijn (BET)
|
(Mt)
|
|
Gestreepte tonijn (SKJ)
|
(Mt)
|
|
Andere (geef aan welke)
|
(Mt)
|
3. Model voor vangstmelding (CAT) zodra het vaartuig zich in de vangstgebieden in de wateren van de Cookeilanden bevindt
|
Inhoud
|
Transmissie
|
|
Bestemming van het bericht
|
|
|
Actiecode
|
CAT
|
|
Naam van het vaartuig
|
|
|
IRCS
|
|
|
Datum en tijdstip (UTC) van de melding
|
DD/MM/JJJJ – UU:MM
|
|
Hoeveelheid vis aan boord per soort (in Mt):
|
|
|
Geelvintonijn (YFT)
|
(Mt)
|
|
Grootoogtonijn (BET)
|
(Mt)
|
|
Gestreepte tonijn (SKJ)
|
(Mt)
|
|
Andere (geef aan welke)
|
(Mt)
|
|
Aantal uitzettingen sinds laatste melding
|
|
Alle meldingen worden aan de bevoegde autoriteit toegezonden op het volgende e-mailadres:
licensing@mmr.gov.ck
BIJLAGE II
PROCEDURE VOOR DE GOEDKEURING VAN DOOR DE GEMENGDE COMMISSIE VAST TE STELLEN WIJZIGINGEN VAN HET PROTOCOL
Indien de gemengde commissie wordt verzocht overeenkomstig artikel 6, lid 3, van de partnerschapsovereenkomst en artikel 5 van het protocol wijzigingen van het protocol vast te stellen, wordt de Commissie gemachtigd de voorgestelde wijzigingen namens de EU goed te keuren, onder de volgende voorwaarden:
1)
De Commissie zorgt ervoor dat de goedkeuring namens de EU:
a)
in overeenstemming is met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid;
b)
in overeenstemming is met de toepasselijke voorschriften van de regionale organisaties voor visserijbeheer en geschiedt met inachtneming van het gezamenlijk beheer door de kuststaten;
c)
geschiedt met inachtneming van de meest recente statistische, biologische en andere relevante informatie die aan de Commissie is toegezonden.
2)
Voordat de Commissie de voorgestelde wijzigingen namens de EU goedkeurt, legt zij deze tijdig voorafgaand aan de desbetreffende vergadering van de gemengde commissie voor aan de Raad.
3)
De Raad beoordeelt of de voorgestelde wijzigingen in overeenstemming zijn met de criteria in punt 1 van deze bijlage.
4)
Tenzij een aantal lidstaten dat een blokkerende minderheid van de Raad overeenkomstig artikel 16, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie vormt, bezwaar maakt tegen de voorgestelde wijzigingen, keurt de Commissie de wijzigingen namens de EU goed. Indien een dergelijke blokkerende minderheid bestaat, verwerpt de Commissie de voorgestelde wijzigingen namens de EU.
5)
Indien tijdens latere vergaderingen van de gemengde commissie, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de zaak overeenkomstig de procedure van de punten 2, 3 en 4 opnieuw aan de Raad voorgelegd om ervoor te zorgen dat in het standpunt van de EU rekening wordt gehouden met nieuwe elementen.
6)
De Commissie wordt verzocht te gelegener tijd alle stappen te ondernemen die noodzakelijk zijn voor de follow-up van het besluit van de gemengde commissie, met inbegrip van, waar passend, de bekendmaking van het betrokken besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie en de mededeling van de voorstellen die nodig zijn voor de uitvoering van dat besluit.
Over andere aangelegenheden die geen betrekking hebben op wijzigingen van het protocol overeenkomstig artikel 6 van de partnerschapsovereenkomst, wordt het door de EU in de gemengde commissie in te nemen standpunt bepaald in overeenstemming met de Verdragen en de bestaande werkpraktijken.