EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.9.2018
COM(2018) 613 final
2018/0321(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat de vangstmogelijkheden voor Europese zeebaars betreft
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52018PC0613
Proposal for a COUNCIL REGULATION amending Regulation (EU) 2018/120 as regards fishing opportunities for European seabass
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat de vangstmogelijkheden voor Europese zeebaars betreft
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat de vangstmogelijkheden voor Europese zeebaars betreft
COM/2018/613 final
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.9.2018
COM(2018) 613 final
2018/0321(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat de vangstmogelijkheden voor Europese zeebaars betreft
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Bij Verordening (EU) 2018/120 van de Raad zijn voor 2018 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. Deze vangstmogelijkheden worden doorgaans meerdere keren gewijzigd gedurende de periode waarin zij van kracht zijn.
•Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied
De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.
•Samenhang met andere beleidsgebieden van de Unie
De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met andere beleidsgebieden van de Unie, met name op het vlak van milieu.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
De verplichting van de Unie om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van de nieuwe basisverordening voor het GVB.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.
•Evenredigheid
Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag moet de Raad maatregelen vaststellen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.
•Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: verordening.
3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving
Niet van toepassing.
•Raadpleging van belanghebbenden
In het voorstel wordt rekening gehouden met de feedback van belanghebbenden, adviesraden, nationale overheidsdiensten, vissersorganisaties en niet-gouvernementele organisaties.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het voorstel is gebaseerd op wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) 1 .
•Effectbeoordeling
De werkingssfeer van de verordening inzake vangstmogelijkheden wordt omschreven in artikel 43, lid 3, van het Verdrag.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Niet van toepassing.
•Grondrechten
Niet van toepassing.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde maatregelen hebben geen gevolgen voor de begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Artikelsgewijze toelichting
Het voorstel beoogt de wijziging van Verordening (EU) 2018/120 zoals hieronder beschreven.
Europese zeebaars
Op 2 juli 2018 heeft ICES herzien advies voor 2018 voor Europese zeebaars in de ICES-sectoren 4b-c, 7a, en 7d-h (centraal en zuidelijk deel van de Noordzee, de Ierse Zee, het Kanaal, het Kanaal van Bristol, en de Keltische Zee) uitgebracht. In dit advies gaf ICES aan dat de visserijsterfte in de recreatievisserij lager en het overlevingspercentage bij de praktijk van vangen en terugzetten hoger is dan eerder werd geraamd. Daarom is het passend een van oktober tot en met december 2018 geldende meeneemlimiet van één vis per dag voor recreatievissers in te voeren.
2018/0321 (NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2018/120 wat de vangstmogelijkheden voor Europese zeebaars betreft
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) 2018/120 van de Raad 2 zijn voor 2018 voor sommige visbestanden en groepen visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn.
(2)De Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (International Council for the Exploration of the Sea – ICES) heeft een herzien advies voor Europese zeebaars (Dicentrarchus labrax) in de ICES-sectoren 4b-c, 7a, en 7d-h (centraal en zuidelijk deel van de Noordzee, de Ierse Zee, het Kanaal, het Kanaal van Bristol en de Keltische Zee) voor 2018 uitgebracht. Om in overeenstemming te zijn met de maximale duurzame opbrengst (MSY) mogen de totale onttrekkingen in de commerciële en de recreatievisserij volgens dat advies in 2018 maximaal 880 ton bedragen. Als gevolg van de maatregelen die zijn genomen om voor het herstel van het bestand te zorgen, zal de biomassa naar verwachting toenemen in 2018. In dat advies gaf ICES ook aan dat de visserijsterfte in de recreatievisserij lager en het overlevingspercentage bij de praktijk van vangen en terugzetten (visserijsterfte van 5 %) hoger is dan eerder werd geraamd (15 %). Daarom is het passend dat in de recreatievisserij die plaatsvindt van oktober tot en met december 2018 één vis per visser per dag mag worden gehouden.
(3)Verordening (EU) 2018/120 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 9 van Verordening (EU) 2018/120 wordt lid 4 vervangen door:
"4. Bij recreatievisserij, inclusief vanaf de kust, in ICES-sectoren 4b, 4c en 7a tot en met 7k:
a) moet van 1 januari 2018 tot en met 30 september 2018 Europese zeebaars die wordt gevangen, worden teruggezet. Het is gedurende die periode verboden om Europese zeebaars die in die gebieden is gevangen, aan boord te hebben, verplaatsen, over te laden, of aan te landen;
b) mag van 1 oktober tot en met 31 december 2018 maximaal één Europese zeebaars per visser per dag worden gehouden.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter