EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 23.11.2017
COM(2017) 683 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
over de toepassing van Verordening (EU) nr. 260/2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009
Verslag aan het Europees Parlement en de Raad
over de toepassing van Verordening (EU) nr. 260/2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009
1.Inleiding en samenvatting
Verordening (EU) nr. 260/2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009, ook bekend als de verordening inzake de einddatum van de SEPA (Single Euro Payments Area, gemeenschappelijke eurobetalingsruimte) of de SEPA-verordening, is in 2012 aangenomen en betekende een belangrijke stap voorwaarts in de richting van een goed functionerende interne markt door middel van de totstandbrenging van een geïntegreerde markt voor elektronische betalingen in euro waarop geen onderscheid wordt gemaakt tussen binnenlandse en grensoverschrijdende betalingen.
Bij de verordening werd 1 februari 2014 vastgesteld als einddatum voor de migratie in de eurozone. Een maand vóór de oorspronkelijke einddatum voor de migratie is de einddatum met 6 maanden uitgesteld tot 1 augustus 2014 om rekening te houden met de in diverse lidstaten opgetreden vertragingen bij de migratie. Dit uitstel met 6 maanden volstond om voor een vlotte overgang te zorgen van de vroeger gebruikte overmakingen en automatische afschrijvingen in euro naar SEPA-overmakingen (SEPA credit transfers, SCT's) en automatische SEPA-afschrijvingen (SEPA direct debits, SDD's).
Lidstaten die geen deel uitmaken van de eurozone, hadden tot 31 oktober 2016 de tijd om naar SCT's en SDD's te migreren.
Bij artikel 15 van de SEPA-verordening krijgt de Commissie de opdracht een verslag over de toepassing van de verordening te presenteren: "Uiterlijk op 1 februari 2017 legt de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, de ECB en de EBA een verslag voor over de toepassing van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een voorstel."
Op 15 december 2016 heeft de Europese Commissie de lidstaten een tegen 31 januari 2017 te beantwoorden vragenlijst toegezonden. Deze had betrekking op een reeks aangelegenheden in verband met de toepassing van de verordening (zoals de migratie van de vroeger gebruikte overmakingen en automatische afschrijvingen naar SCT's en SDD's in elke lidstaat, de gebruikmaking van de geboden opties door de lidstaten, de autoriteiten die zijn aangewezen om de naleving van de verordening te waarborgen en hun bevoegdheden) en de eventueel in de EU nog resterende problemen met de tenuitvoerlegging van de verordening.
De antwoorden van de lidstaten vormden het uitgangspunt van dit uitvoeringsverslag.
Het verslag is ook voorgelegd aan en besproken op het EU-forum van nationale SEPA-coördinatiecomités van 21 april 2017, een deskundigengroep van de Europese Commissie die belast is met het monitoren van de SEPA-implementatie in de EU.
In dit verslag wordt geconcludeerd dat de SEPA-verordening algemeen genomen overal in de EU correct wordt toegepast. Momenteel bestaat er geen behoefte aan een nieuw wetgevingsvoorstel. De zeer weinige en welomlijnde probleempunten die nog resteren (IBAN-discriminatie en bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten), worden door de lidstaten aangepakt en het verhelpen ervan dient van nabij te worden gevolgd. Het belangrijkste probleem dat nauwlettend in het oog moet worden gehouden, is dat van de IBAN-discriminatie door begunstigden (waarbij betalers ertoe worden verplicht te betalen met behulp van een rekening die zich in een specifiek land bevindt, wat in strijd is met artikel 9 van de verordening). Het aantal dergelijke gevallen is weliswaar afgenomen, maar het is niet uitgesloten dat er zich nieuwe gevallen voordoen.
De voltooiing van de migratie naar SCT- en SDD-normen was geenszins het eindpunt van het SEPA-project. Het project is nog steeds volop aan de gang met initiatieven die bijdragen aan het uitbouwen van de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte, zoals "SCT inst" (een Europees project voor directe betalingen in euro dat in november 2017 van start zal gaan) of het Mobile Proxy Forum (een initiatief gericht op interoperabele peer-to-peer mobiele betalingsoplossingen in de gehele EU). Deze projecten worden ondersteund door de Euro Retail Payments Board, die wordt voorgezeten door de Europese Centrale Bank en waarin de Europese Commissie zetelt als waarnemer.
2.Rapportage door de lidstaten
2.1.Migratie naar SEPA-overmakingen en automatische SEPA-afschrijvingen
De onderstaande gegevens zijn meegedeeld door de lidstaten en weerspiegelen de stand van zaken in december 2016 wat het hanteren van SEPA-instrumenten in plaats van de vroeger gebruikte overmakingen en automatische afschrijvingen betreft. Uit de gegevens blijkt dat thans overal in de EU bijna alle overmakingen en automatische afschrijvingen in euro conform de SCT- en SDD-normen worden verwerkt (zie de tabellen 1 en 2). In enkele lidstaten die niet tot de eurozone behoren en die uiterlijk op 31 oktober 2016 moesten zijn gemigreerd, dienen nog verdere inspanningen te worden geleverd om tot volledige naleving te komen.
Wat SDD's betreft, hebben sommige lidstaten besloten de vroeger gebruikte automatische afschrijvingen af te schaffen en te kiezen voor oplossingen waarbij SEPA-overmakingen met e-facturering worden gecombineerd. In dergelijke gevallen kunnen in het land nog wel automatische SEPA-overschrijvingen worden aangeboden door betalingsdienstaanbieders, maar deze overschrijvingen worden dan vooral bij grensoverschrijdende transacties en niet meer bij binnenlandse transacties gebruikt: zij zijn vooral bedoeld voor ondernemingen die dergelijke overschrijvingen nodig kunnen hebben in het kader van hun grensoverschrijdende activiteiten. In de tabellen 2, 5 en 6 is voor al deze landen de vermelding "niet van toepassing - N.v.t." opgenomen, ook al kan er nog sprake zijn van een zeer beperkt gebruik van SDD's.
Tabel 1: SCT-migratiepercentages meegedeeld door de lidstaten per eind 2016
|
Eurozone
|
SCT-migratiepercentage
|
|
Niet-eurozone
|
SCT-migratiepercentage
|
|
Oostenrijk
|
100 %
|
|
Bulgarije
|
64 %
|
|
België
|
100 %
|
|
Kroatië
|
100 %
|
|
Cyprus
|
100 %
|
|
Tsjechië
|
100 %
|
|
Estland
|
100 %
|
|
Denemarken
|
100 %
|
|
Finland
|
100 %
|
|
Hongarije
|
100 %
|
|
Frankrijk
|
100 %
|
|
Polen
|
100 %
|
|
Duitsland
|
100 %
|
|
Roemenië
|
Gedeeltelijke naleving
|
|
Griekenland
|
100 %
|
|
Zweden
|
100 %
|
|
Ierland
|
100 %
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
100 %
|
|
Italië
|
100 %
|
|
|
|
|
Letland
|
100 %
|
|
|
|
|
Litouwen
|
100 %
|
|
|
|
|
Luxemburg
|
100 %
|
|
|
|
|
Malta
|
100 %
|
|
|
|
|
Nederland
|
100 %
|
|
|
|
|
Portugal
|
100 %
|
|
|
|
|
Slowakije
|
100 %
|
|
|
|
|
Slovenië
|
100 %
|
|
|
|
|
Spanje
|
100 %
|
|
|
|
Tabel 2: SDD-migratiepercentages meegedeeld door de lidstaten per eind 2016
|
Eurozone
|
SDD-migratiepercentage
|
|
Niet-eurozone
|
SDD-migratiepercentage
|
|
Oostenrijk
|
100 %
|
|
Bulgarije
|
N.v.t.
|
|
België
|
100 %
|
|
Kroatië
|
N.v.t.
|
|
Cyprus
|
100 %
|
|
Tsjechië
|
100 %
|
|
Estland
|
N.v.t.
|
|
Denemarken
|
100 %
|
|
Finland
|
100 %
|
|
Hongarije
|
100 %
|
|
Frankrijk
|
100 %
|
|
Polen
|
100 %
|
|
Duitsland
|
100 %
|
|
Roemenië
|
100 %
|
|
Griekenland
|
100 %
|
|
Zweden
|
N.v.t.
|
|
Ierland
|
100 %
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
100 %
|
|
Italië
|
100 %
|
|
|
|
|
Letland
|
N.v.t.7
|
|
|
|
|
Litouwen
|
N.v.t.7
|
|
|
|
|
Luxemburg
|
100 %
|
|
|
|
|
Malta
|
100 %
|
|
|
|
|
Nederland
|
100 %
|
|
|
|
|
Portugal
|
100 %
|
|
|
|
|
Slowakije
|
100 %
|
|
|
|
|
Slovenië
|
100 %
|
|
|
|
|
Spanje
|
100 %
|
|
|
|
Uit het historisch overzicht in de tabellen 3, 4, 5 en 6 blijkt dat naar gelang van de betrokken lidstaat bij de migratie ofwel een "big bang"-benadering is gevolgd (bv. Estland), ofwel voor een geleidelijke overgang naar de SEPA-instrumenten is gekozen (bv. Duitsland). Uit dezelfde tabellen komt tevens naar voren dat het uitstel met 6 maanden een noodzakelijke maatregel is gebleken: de voor januari 2014 meegedeelde migratiepercentages waren weliswaar al vrij hoog voor SCT's, maar voor SDD's waren zij nog ontoereikend om de volledige verwerking van de betalingen te garanderen. Op 1 februari 2014, de datum waarop de SEPA-verordening oorspronkelijk van toepassing zou worden, hadden er zich onverwachte problemen kunnen voordoen, met het potentiële risico dat betalingen na die datum niet zouden worden verwerkt.
Tabel 3: Ontwikkeling van de SCT-migratiepercentages van 2008 tot nu voor de eurozonelidstaten
|
Eurozone
|
Tweede helft 2008
|
Tweede helft 2011
|
Jan. 2014
|
Feb. 2014
|
Aug. 2014
|
Dec. 2016
|
|
Oostenrijk
|
1,44 %
|
11,89 %
|
66,2 %
|
74,95 %
|
90 %
|
100 %
|
|
België
|
2,76 %
|
44,79 %
|
86,79 %
|
95,64 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Cyprus
|
29,85 %
|
60,06 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Estland
|
|
0,95 %
|
2,65 %
|
99,7 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Finland
|
1,35 %
|
67,57 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Frankrijk
|
0,58 %
|
24,72 %
|
84,0 %
|
91,7 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Duitsland
|
0,29 %
|
5,56 %
|
58,51 %
|
77,85 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Griekenland
|
0,54 %
|
1,71 %
|
81,53 %
|
83,12 %
|
99,38 %
|
100 %
|
|
Ierland
|
0,19 %
|
2,34 %
|
60,89 %
|
90,61 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Italië
|
0,73 %
|
10,62 %
|
61,49 %
|
89,86 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Letland
|
|
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Litouwen
|
|
|
|
|
|
100 %
|
|
Luxemburg
|
85,76 %
|
90,27 %
|
96,3 %
|
96,3 %
|
97,81 %
|
100 %
|
|
Malta
|
3,28 %
|
9,71 %
|
68,72 %
|
80,16 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Nederland
|
0,15 %
|
0,88 %
|
86,38 %
|
91,75 %
|
99,08 %
|
100 %
|
|
Portugal
|
0,68 %
|
1,48 %
|
89,16 %
|
92,32 %
|
98,91 %
|
100 %
|
|
Slowakije
|
0 %
|
1,03 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Slovenië
|
0,1 %
|
55,74 %
|
99,3 %
|
99,36 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Spanje
|
1,51 %
|
31,77 %
|
82,71 %
|
90,5 %
|
100 %
|
100 %
|
De kolommen "Februari 2014" en "Augustus 2014" zijn gemarkeerd omdat zij het verschil tonen tussen het migratiepercentage op de oorspronkelijke einddatum en het migratiepercentage op de feitelijke einddatum. In januari 2014 werd de einddatum immers met zes maanden uitgesteld van februari tot augustus 2014.
Lidstaten die niet tot de eurozone behoren, moesten uiterlijk op 31 oktober 2016 zijn gemigreerd, zoals is voorgeschreven bij artikel 16, lid 8, van de SEPA-verordening: "Betalingsdienstaanbieders die zich bevinden in, en betalingsdienstgebruikers die gebruikmaken van een betalingsdienst in, een lidstaat die de euro niet als munteenheid heeft, voldoen uiterlijk op 31 oktober 2016 aan de vereisten van de artikelen 4 en 5. Exploitanten van retailbetalingssystemen voor een lidstaat welke de euro niet als munteenheid heeft, voldoen uiterlijk op 31 oktober 2016 aan de vereisten van artikel 4, lid 2."
Tabel 4: Ontwikkeling van de SCT-migratiepercentages in 2015 en 2016 voor de niet-eurozonelidstaten
|
Niet-eurozone
|
H2 2015
|
K1 2016
|
K2 2016
|
Dec. 2016
|
|
Bulgarije
|
59,21 %
|
60,7 %
|
61,9 %
|
100 %
|
|
Kroatië
|
|
|
|
100 %
|
|
Tsjechië
|
87,18 %
|
89,5 %
|
90,02 %
|
100 %
|
|
Denemarken
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Hongarije
|
84,35 %
|
84,16 %
|
|
100 %
|
|
Polen
|
|
|
|
100 %
|
|
Roemenië
|
44,66 %
|
46,01 %
|
45,38 %
|
Gedeeltelijke naleving
|
|
Zweden
|
95 %
|
95 %
|
|
99 %
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
Tabel 5: Ontwikkeling van de SDD-migratiepercentages van 2013 tot nu voor de eurozonelidstaten
|
Eurozone
|
K1 2013
|
K4 2013
|
Jan. 2014
|
Feb. 2014
|
Aug. 2014
|
Dec. 2016
|
|
Oostenrijk
|
11,15 %
|
34,65 %
|
73,95 %
|
87,89 %
|
99 %
|
100 %
|
|
België
|
19,17 %
|
38,54 %
|
64,09 %
|
89,89 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Cyprus
|
0 %
|
0 %
|
0 %
|
0 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Estland
|
|
|
|
|
N.v.t.
|
N.v.t.
|
|
Finland
|
|
|
|
|
N.v.t.
|
N.v.t.
|
|
Frankrijk
|
0,78 %
|
17,94 %
|
72,51 %
|
87,02 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Duitsland
|
0,14 %
|
10,51 %
|
29,4 %
|
53,4 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Griekenland
|
50,13 %
|
67,84 %
|
70,1 %
|
69,53 %
|
99,64 %
|
100 %
|
|
Ierland
|
0,42 %
|
22,09 %
|
61,35 %
|
89,65 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Italië
|
0,01 %
|
2,83 %
|
34,3 %
|
53,28 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Letland
|
|
|
0 %
|
0 %
|
0 %
|
N.v.t.
|
|
Litouwen
|
|
|
|
|
|
N.v.t.
|
|
Luxemburg
|
0,06 %
|
15,92 %
|
49,09 %
|
74,37 %
|
98,05 %
|
100 %
|
|
Malta
|
0 %
|
0 %
|
23,35 %
|
47,79 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Nederland
|
0,01 %
|
32,62 %
|
73,62 %
|
84,38 %
|
99,81 %
|
100 %
|
|
Portugal
|
0,1 %
|
7,55 %
|
26,68 %
|
53,14 %
|
99,88 %
|
100 %
|
|
Slowakije
|
0 %
|
0 %
|
0,01 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Slovenië
|
86,81 %
|
99,33 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Spanje
|
0,02 %
|
1,8 %
|
15,34 %
|
48,82 %
|
100 %
|
100 %
|
Tabel 6: Ontwikkeling van de SDD-migratiepercentages in 2015 en 2016 voor de niet-eurozonelidstaten
|
Niet-eurozone
|
H2 2015
|
K1 2016
|
K2 2016
|
Dec. 2016
|
|
Bulgarije
|
|
|
|
N.v.t.
|
|
Kroatië
|
|
|
|
N.v.t.
|
|
Tsjechië
|
|
|
|
100 %
|
|
Denemarken
|
|
|
|
100 %
|
|
Hongarije
|
|
|
|
100 %
|
|
Polen
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
|
Roemenië
|
0,04 %
|
0 %
|
0,02 %
|
100 %
|
|
Zweden
|
|
|
|
N.v.t.
|
|
Verenigd Koninkrijk
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
100 %
|
2.2.Door lidstaten gebruikte opties
Om een vlotte overgang naar SCT's en SDD's mogelijk te maken, bood de SEPA-verordening diverse opties die de lidstaten van de eurozone tot februari 2016 konden activeren.
Deze opties luidden als volgt:
·Optie 1: omzettingsdiensten voor consumenten. Betalingsdienstaanbieders van consumenten accepteren daarbij doorgaans een binnenlands rekeningnummer (BBAN) om een transactie te initiëren en zetten dat nummer vervolgens om in een internationaal rekeningnummer (IBAN).
·Optie 2: voortzetting van de aanbieding van nicheproducten. In de betrokken lidstaat gebruikelijke overmakings- of automatischeafschrijvingstransacties die op basis van de jaarlijks door de ECB gepubliceerde officiële betalingsstatistieken een samengevoegd marktaandeel hebben van minder dan 10 % van het respectieve totale aantal overmakings- of automatischeafschrijvingstransacties, konden tot 1 februari 2016 worden voortgezet (bv. TIP in Frankrijk, RID Finanziario in Italië, kansspelincasso in Nederland).
·Optie 3: eenmalige automatische afschrijvingen. Deze diensten, die consumenten in staat stellen betalingstransacties die bij het verkooppunt worden gegenereerd met een betaalkaart en die resulteren in een automatische afschrijving naar en vanaf een met een BBAN of IBAN geïdentificeerde betaalrekening, konden maar tot 1 februari 2016 worden aangeboden (bv. Elektronisches Lastschriftverfahren – ELV-betalingen in Oostenrijk en Duitsland), tenzij zij met de SEPA-vereisten in overeenstemming werden gebracht.
·Optie 4: uitgesteld gebruik van het standaardberichtenformaat ISO 20022 XML voor betalingsdienstgebruikers die afzonderlijke overmakingen of automatische afschrijvingen initiëren of ontvangen die zijn gebundeld voor verzending.
·Optie 5: uitgestelde afschaffing van de BIC voor binnenlandse betalingstransacties omdat betalers vandaag geen BIC meer hoeven te vermelden bij binnen de EU uit te voeren betalingen: het IBAN alleen volstaat.
Zoals aangegeven in tabel 7 hebben de meeste lidstaten van ten minste één van de bovengenoemde opties gebruikgemaakt. In de tabel wordt, in voorkomend geval, zowel het gebruik als de latere deactivatie van die opties door de lidstaten vermeld.
Deze opties waren alleen relevant voor de lidstaten van de eurozone, aangezien zij enkel geldig waren tot 1 februari 2016 voor de lidstaten die eerder waren gemigreerd. Zij golden niet voor de lidstaten
van buiten de eurozone: voor die landen was de streefdatum voor de migratie vastgesteld op 31 oktober 2016.
Tabel 7: Gebruikmaking van de opties door de lidstaten en huidige status van deze opties
|
Eurozone
|
Optie 1
|
Optie 2
|
Optie 3
|
Optie 4
|
Optie 5
|
Stand van zaken in mei 2017
|
|
Oostenrijk
|
|
√
|
√
|
|
|
Alle gedeactiveerd
|
|
België
|
|
|
|
|
|
Geen geactiveerd
|
|
Cyprus
|
√
|
|
|
√
|
√
|
Alle gedeactiveerd
|
|
Estland
|
√
|
|
|
|
|
Gedeeltelijk gedeactiveerd
|
|
Finland
|
|
|
|
|
|
Geen geactiveerd
|
|
Frankrijk
|
|
√
|
|
|
|
Gedeactiveerd
|
|
Duitsland
|
√
|
|
√
|
|
√
|
Alle gedeactiveerd
|
|
Griekenland
|
|
√
|
|
√
|
√
|
Alle gedeactiveerd
|
|
Ierland
|
|
|
|
|
√
|
Gedeactiveerd
|
|
Italië
|
|
√
|
|
√
|
|
Alle gedeactiveerd
|
|
Letland
|
|
|
|
√
|
|
Gedeactiveerd
|
|
Litouwen
|
|
|
|
|
|
Geen geactiveerd
|
|
Luxemburg
|
|
|
|
|
|
Geen geactiveerd
|
|
Malta
|
|
|
|
|
√
|
Gedeactiveerd
|
|
Nederland
|
√
|
√
|
|
|
|
Alle gedeactiveerd
|
|
Portugal
|
√
|
|
|
√
|
√
|
Alle gedeactiveerd
|
|
Slowakije
|
√
|
|
|
√
|
|
Alle gedeactiveerd
|
|
Slovenië
|
|
|
|
|
|
Geen geactiveerd
|
|
Spanje
|
√
|
√
|
|
√
|
|
Alle gedeactiveerd
|
2.3.IBAN-discriminatie
Consumenten van overal in de EU hebben melding gemaakt van en geklaagd over bepaalde ondernemingen en het feit dat betalingen (bv. belastingbetalingen en grensoverschrijdende nutsbetalingen) alleen van en naar een binnenlandse betaalrekening in euro konden worden gedaan. Dergelijke beperkingen zijn niet toegestaan op grond van artikel 3 (bereikbaarheid) en artikel 9 (toegankelijkheid van betalingen) van de SEPA-verordening en vormen een feitelijke belemmering voor de soepele werking van de SEPA.
Deze kwestie was en blijft de eerste prioriteit voor de Europese Commissie wat de toepassing van de SEPA-verordening betreft, omdat zij een van de meest tastbare voordelen ondermijnt die consumenten en ondernemingen van de SEPA-verordening kunnen ondervinden: de vrijheid om van overal binnen de EU te betalen en de vrijheid om voor elke transactie binnen de EU van één en slechts één bankrekening (in euro) gebruik te maken, waardoor ook de kosten kunnen worden vermeden die aan het aanhouden van twee of meer betaalrekeningen verbonden zijn.
Om niet alleen marktdeelnemers uit de betaalsector maar ook lidstaten bewust te maken van het probleem, heeft de Europese Commissie de kwestie in de volgende diverse fora aangekaart: de Payment Systems Market Expert Group, het EU-forum van nationale SEPA-coördinatiecomités en de Euro Retail Payments Board.
Daarnaast hebben de diensten van de Europese Commissie individuele klagers op de hoogte gebracht van hun rechten en doorverwezen naar de nationale autoriteiten die zijn aangewezen om de naleving van de SEPA-verordening op nationaal niveau te waarborgen.
Tot slot hebben de diensten van de Europese Commissie in 2015 en 2016 een vijftiental brieven naar lidstaten gezonden die betrekking hadden op gevallen waarin IBAN-discriminatie was gemeld en waarin navraag werd gedaan in verband met nog steeds bestaande vormen van discriminatie die nog niet door de nationale autoriteiten waren aangepakt. Het bleek dat diverse lidstaten autoriteiten belast met de naleving door betalingsdienstaanbieders maar geen autoriteiten belast met de naleving door betalingsdienstgebruikers (zoals nutsbedrijven) hadden aangewezen (zie hoofdstuk 2.4 voor nadere bijzonderheden).
De nationale autoriteiten hebben werk gemaakt van het aanpakken van deze kwesties:
·De Nederlandsche Bank (DNB) heeft ruim 250 klachten van betalingsdienstgebruikers over IBAN-discriminatie ontvangen. Het ging meestal om klachten van consumenten tegen ondernemingen. DNB heeft zich bijzonder actief met deze zaken beziggehouden door bemiddeling voor te stellen en klachten op te lossen. Om het probleem van de discriminatie van buitenlandse betalingsdienstgebruikers aan te pakken, heeft DNB ook samenwerkingsregelingen getroffen met andere betrokken bevoegde autoriteiten, waaronder centrale banken.
·BaFin en de Bundesbank hadden eind 2016 75 klachten geregistreerd. 66 van die klachten hielden verband met IBAN-discriminatie. Wanneer de klachten gerechtvaardigd waren, konden oplossingen worden bereikt, zowel bij inbreuken door betalingsdienstaanbieders als bij inbreuken door betalingsdienstgebruikers. Volgens feedback van ondernemingen ging het vaak om technische omzettingsproblemen, die na verloop van tijd werden verholpen. Het lijkt erop dat de verschillende genomen maatregelen het mogelijk hebben gemaakt deze problemen op te lossen.
·Banca d’Italia heeft in 2013 4 klachten, in 2014 35 klachten, in 2015 14 klachten en in 2016 6 klachten ontvangen. Tot dusver heeft de Italiaanse mededingingsautoriteit nog geen enkele klacht ontvangen. In 2017 heeft Banca d’Italia twee klachten in verband met IBAN-discriminatie ontvangen. Net als in andere, soortgelijke gevallen bestaat de bijdrage van Banca d’Italia aan het oplossen van deze klachten erin contact met de betrokken partijen op te nemen en de dialoog te faciliteren.
Er zijn vooral gevallen van IBAN-discriminatie gemeld in landen (zoals België, Frankrijk, Italië, Duitsland, Spanje of Nederland) waar zeer veel van automatische SEPA-afschrijvingen wordt gebruikgemaakt en/of waar dergelijke afschrijvingen als een handig instrument worden beschouwd door consumenten of ondernemingen, die dan ook gretig gebruikmaken van de door de SEPA-verordening geboden mogelijkheid om dit instrument ook over de grenzen heen te benutten. De meeste gemelde gevallen zijn te wijten aan onbekendheid van betalingsdienstgebruikers met het desbetreffende voorschrift van de verordening, dan wel aan beperkingen inherent aan vroeger toegepaste processen, waardoor geen buitenlandse IBAN's kunnen worden gebruikt (bv. papieren of onlineformulieren waarop het IBAN beperkt is tot een vast aantal cijfers of waarop een vooraf ingevuld landprefix staat).
Landen waar het gebruik van SDD's niet wijdverbreid is of die geen deel uitmaken van de eurozone, ontvangen daarentegen doorgaans minder klachten. Zo meldden Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Zweden samen minder dan 20 klachten sinds de einddatum (1 augustus 2014 of 31 oktober 2016, al naargelang het betrokken land).
2.4.Aanwijzing van bevoegde autoriteiten en hun bevoegdheden
Bij de SEPA-migratie waren diverse autoriteiten, zoals de Europese Centrale Bank en de nationale centrale banken, betrokken. Belangrijke belanghebbenden bij de migratie waren de nationale bevoegde autoriteiten belast met het waarborgen van de naleving van de verordening.
In dit verband is één van de problemen die tijdens het migratieproces en gedurende de maanden na 1 augustus 2014 zijn gerezen, de handelingsbevoegdheid van de nationale bevoegde autoriteiten. Overeenkomstig artikel 10 moeten lidstaten bevoegde autoriteiten aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor het doen naleven van de verordening. Volgens sommige lidstaten hield de SEPA-verordening een beperking in van de op de nationale bevoegde autoriteiten rustende verplichting, in die zin dat alleen moest worden gewaarborgd dat betalingsdienstaanbieders de verordening naleven, terwijl de verordening in werkelijkheid ook verplichtingen voor betalingsdienstgebruikers (begunstigden) bevat (nl. artikel 9).
In de praktijk hielden op de einddatum (1 augustus 2014) bijna alle betalingsdienstaanbieders zich aan de verordening. Dit was echter niet het geval voor een aantal betalingsdienstgebruikers (belastingdiensten, energieleveranciers, telecombedrijven, verzekeringsondernemingen of andere nutsbedrijven) die zich niet voegden naar de verordening, en met name naar artikel 9 ervan met betrekking tot het accepteren van elke betaalrekening in euro binnen de EU voor het doen of ontvangen van betalingen.
In een aantal gevallen waren aan de door de lidstaten aangewezen bevoegde autoriteiten (meestal centrale banken) geen bevoegdheden met betrekking tot deze betalingsdienstgebruikers verleend. De Commissie heeft daarom een reeks pre-inbreukprocedures (EU Pilots) ingeleid om ervoor te zorgen dat de lidstaten ook autoriteiten aanwijzen die op de naleving door betalingsdienstgebruikers toezien. Alle lidstaten op drie na voldoen thans aan de vereisten van de verordening.
De bevoegde autoriteiten en de contactpunten voor het indienen van klachten zijn vermeld in de bijlage.
3.Conclusie en volgende stappen voor het SEPA-project
Algemeen genomen wordt de SEPA-verordening overal in de EU correct toegepast en uitgevoerd. Momenteel bestaat er geen behoefte aan een nieuw wetgevingsvoorstel. Een paar kwesties die reeds zijn aangepakt, zullen verder op de voet worden gevolgd om er zeker van te zijn dat deze definitief van de baan zijn. Het gaat daarbij in het bijzonder om het probleem van de IBAN-discriminatie.
Met SCT's en SDD's beschikken Europese burgers over een doeltreffend instrument om binnen de Europese Unie overmakingen en automatische afschrijvingen in euro te verrichten. Op basis van deze norm hebben nieuwkomers hun opwachting gemaakt op de betaalmarkt. Deze spelers bieden betalingsinitiatiediensten en peer-to-peer mobiele betalingsdiensten aan. Ook mag de opkomst van nieuwe soorten actoren worden verwacht dankzij de herziene richtlijn betalingsdiensten (Payment Services Directive, PSD) en de ontwikkeling van nieuwe projecten in het kader van de SEPA, zoals de directe SEPA-betalingen die vanaf november 2017 beschikbaar zullen komen.
Deze ontwikkelingen genieten de steun van de Euro Retail Payments Board, een door de ECB voorgezeten orgaan. Deze nieuwe entiteit, die in de plaats is gekomen van de voormalige SEPA-raad, wil de totstandkoming van een geïntegreerde, innovatieve en concurrerende markt voor retailbetalingen in euro in de Europese Unie bevorderen. Zij is samengesteld uit leden actief aan zowel de aanbodzijde (bankwezen, betalingsinstellingen en instellingen voor elektronisch geld) als de vraagzijde (consumenten, detailhandelaars, onlinedetailhandelaars, bedrijven, kleine en middelgrote ondernemingen en nationale overheidsdiensten) van de markt. Daarnaast nemen vijf nationale centrale banken namens het Eurosysteem en één namens de niet-eurozone bij toerbeurt deel aan de vergaderingen. De Commissie woont de vergaderingen bij als waarnemer.
Nationale SEPA-comités en hun door de Commissie opgezet Europees forum hebben een essentiële rol gespeeld bij de totstandbrenging van de gemeenschappelijke eurobetalingsruimte en bij de verwezenlijking van het doel om Europeanen in staat te stellen overal in de EU al hun transacties in euro te verrichten met behulp van één enkele betaalrekening. De SEPA-transitie is thans vrijwel voltooid, maar de transformatie van betalingssystemen is nog steeds aan de gang en voltrekt zich in snel tempo. De meeste nationale SEPA-comités zijn omgevormd tot nationale betalingscomités/betalingsraden om deze transformatie te sturen. Deze nationale betalingscomités/betalingsraden spitsen hun aandacht nu vooral toe op nieuwe uitdagingen, zoals de overgang naar directe of mobiele betalingen. Met de inwerkingtreding van de PSD2 in januari 2018 zullen de nationale comités andere ontwikkelingen, en met name de komst van nieuwe spelers op de betalingsmarkt (zoals aggregatoren van rekeninginformatie en verleners van betalingsinitiatiediensten), moeten monitoren.
Om deze nieuwe ontwikkelingen op betalingsgebied te ondersteunen en tevens nationale initiatieven en de uitwisseling van informatie en beste praktijken te coördineren, onderzoekt de Commissie, in nauwe samenwerking met de Europese Centrale Bank, hoe het EU-forum van nationale SEPA-comités kan worden omgevormd tot een platform voor deze hervormde nationale betalingscomités/betalingsraden.