This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013DC0217
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT TENTH REPORT OVERVIEW OF THIRD COUNTRY TRADE DEFENCE ACTIONS AGAINST THE EUROPEAN UNION FOR THE YEAR 2012
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT TIENDE VERSLAG OVERZICHT VAN HANDELSBESCHERMINGSMAATREGELEN VAN DERDE LANDEN TEGEN DE EUROPESE UNIE VOOR HET JAAR 2012
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT TIENDE VERSLAG OVERZICHT VAN HANDELSBESCHERMINGSMAATREGELEN VAN DERDE LANDEN TEGEN DE EUROPESE UNIE VOOR HET JAAR 2012
/* COM/2013/0217 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT TIENDE VERSLAG OVERZICHT VAN HANDELSBESCHERMINGSMAATREGELEN VAN DERDE LANDEN TEGEN DE EUROPESE UNIE VOOR HET JAAR 2012 /* COM/2013/0217 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT TIENDE VERSLAG
OVERZICHT VAN HANDELSBESCHERMINGSMAATREGELEN VAN DERDE LANDEN TEGEN DE EUROPESE
UNIE VOOR HET JAAR 2012
1.
Inleiding
EU-exporteurs
blijven aan door derde landen opgelegde handelsbeschermingsmaatregelen
blootgesteld. Dergelijke maatregelen worden in beginsel door de regels van de
WHO toegestaan, maar worden protectionistische instrumenten indien ze niet
correct worden toegepast. Een van de toezeggingen die de leiders van de G20
hebben gedaan is protectionisme te vermijden. De EU past
eveneens handelsbeschermingsmaatregelen toe, hoewel deze slechts betrekking
hebben op een zeer klein gedeelte van de invoer. Bovendien is de EU
veeleisender dan de andere leden van de WTO wanneer zij de instelling van
maatregelen overweegt, aangezien er aan aanvullende toetsen moet worden voldaan
voordat dergelijke maatregelen worden goedgekeurd (de zogenaamde
"WTO-plus-verplichtingen"). Naast het
toepassen van hoge normen in haar eigen onderzoeken heeft de Commissie de taak
toezicht te houden op de activiteiten van derde landen wanneer deze
handelsbescherming gebruiken tegen EU-uitvoer en in te grijpen als de regels
van de WTO niet worden nageleefd. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan door middel van
technische interventies in het kader van lopende onderzoeken. De laatste
mogelijkheid is het starten van procedures voor geschillenbeslechting bij de
WTO, wanneer het om belangrijke kwesties gaat en er geen andere oplossing kan
worden gevonden. Hoewel de
maatregelen met betrekking tot EU-uitvoer de laatste jaren gestabiliseerd zijn
– na een aanzienlijke toename van het aantal onderzoeken in 2008-2009 – worden
de zaken ingewikkelder en zijn nieuwe gebruikers de instrumenten in de laatste
jaren gaan toepassen. Hierdoor waren zorgvuldig toezicht en alsmaar groeiende
activiteiten nodig in 2012. In dit verslag
wordt een overzicht geboden van de in 2012 geconstateerde algemene tendensen en
problemen en de in dat jaar behaalde resultaten. Bovendien wordt in de bijlage
een uitvoerige analyse gegeven van vastgestelde tendensen en van specifieke
zaken van de belangrijkste landen die het instrument gebruikten.
2.
Algemene tendensen
Eind 2012 waren er
138 maatregelen van kracht, dit aantal is relatief stabiel gebleven ten
opzichte van het jaar daarvoor. Het aantal van kracht zijnde maatregelen is
aldus gestabiliseerd in 2012, na een aanzienlijke toename van 123 naar
146 maatregelen in de periode 2010-2011. Net zoals in
vorige jaren gaat het in de grote meerderheid van deze gevallen om antidumpingmaatregelen
(94 maatregelen), terwijl vrijwaringen ongeveer een derde van het geheel
vormen. Er moet echter worden opgemerkt dat niet al deze vrijwaringsmaatregelen
rechtstreeks betrekking hebben op EU-uitvoer. Aangezien vrijwaringen immers worden
ingesteld tegen alle uitvoerende landen, worden al deze landen opgenomen in de
statistieken, zelfs als er geen of vrijwel geen EU-uitvoer plaatsvindt. India heeft het
instrument intensief toegepast in 2012 (zie hieronder) en heeft een hoger
aantal maatregelen (21) die van kracht zijn tegen de EU dan de VS (18
maatregelen), de historische leider. China neemt de derde plaats in (16
maatregelen), terwijl andere belangrijke gebruikers zoals Brazilië en Turkije
de maatregelen die tegen de EU van kracht zijn, hebben verminderd. In totaal werden
in 2012 20 nieuwe maatregelen ingesteld. Dit is aanzienlijk minder
dan in 2011 (36), dat echter een uitzonderlijk jaar was voornamelijk vanwege
het hoge aantal in dat jaar ingestelde vrijwaringsmaatregelen (22). In 2012
waren er minder nieuwe vrijwaringsmaatregelen (8) en het aantal nieuwe
antidumpingmaatregelen (12) bleef vergelijkbaar met het voorgaande jaar. Het is
niet verbazingwekkend dat India de actiefste speler was, met de instelling van
7 nieuwe maatregelen in 2012 (6 antidumping- en 1 vrijwaring). In 2012 werden 37
nieuwe onderzoeken geopend, in vergelijking met 33 in 2011. Er moet worden
opgemerkt dat ongeveer de helft van deze onderzoeken in de laatste twee maanden
van het jaar zijn gestart, d.w.z. dat de meeste toezichtswerkzaamheden voor
deze onderzoeken in 2013 zullen plaatsvinden. Indonesië was het actiefste land
(6 vrijwaringsmaatregelen), gevolgd door China, Egypte en Turkije (elk
4 nieuwe onderzoeken). De overgrote meerderheid van deze nieuwe onderzoeken
hadden betrekking op vrijwaringen (23).
3.
Onopgeloste problemen
Hoewel de
interventies van de Commissie hebben bijgedragen aan de oplossing van een
aantal kwesties en hebben geleid tot verbeteringen van de normen in bepaalde
landen, blijven veel in het verleden geconstateerde problemen bestaan. De
Commissie past hoge normen toe in haar eigen onderzoeken en verwacht dat derde
landen vergelijkbare normen toepassen. De fundamentele WTO-regels moeten strikt
worden nageleefd teneinde onnodige belemmeringen voor ondernemingen uit de EU
bij de toegang van markten in het buitenland te vermijden. De belangrijkste
onopgeloste problemen zijn:
3.1.
Oneigenlijk gebruik van de instrumenten
Sinds een aantal
jaren zijn er duidelijke aanwijzingen dat derde landen procedures met betrekking
tot handelsbeschermingsinstrumenten startten als reactie op door de EU
ingestelde maatregelen, zonder dat deze werden gemotiveerd door een naar
behoren met documenten gestaafd verzoek van de betrokken binnenlandse
bedrijfstak. In het verleden zijn er bijvoorbeeld maatregelen ingesteld tegen
EU-uitvoer van producten die vergelijkbaar waren met producten die daarvoor het
onderwerp waren van EU-onderzoeken en dit gebeurde kort nadat de EU haar eigen
maatregelen had ingesteld. Er zijn in dit
opzicht aanwijzingen dat China in 2012 doorging met het gebruik van
handelsbeschermingsinstrumenten als reactie op tegen dat land gestarte zaken.
Volgens berichten in de pers vond een ander voorbeeld hiervan plaats in 2012:
China opende een gecombineerd antidumping- en antisubsidieonderzoek naar invoer
van in de EU geproduceerd polysilicium; dit was zeer waarschijnlijk een reactie
op de start van EU-onderzoeken naar zonnepanelen uit China. De VS ondervonden
precies dezelfde problemen toen zij maatregelen tegen zonnepanelen uit China
instelden. Een dergelijk
gebruik van het instrument is onaanvaardbaar, aangezien het niet wordt
gemotiveerd door een daadwerkelijk verzoek van een bedrijfstak die naar
verluidt schade heeft geleden om vermeende oneerlijke concurrentie aan te pakken,
maar waarschijnlijk een zwakke feitelijke en juridische basis heeft. De
Commissie heeft zich tijdens de onderzoeken zowel op politiek als op technisch
niveau over deze kwestie uitgesproken. Gezien het ontbreken van een
significante respons op haar bezwaren, bleef er geen andere mogelijkheid over
dan een beroep te doen op de geschillenbeslechtingsprocedure van de WTO. De
Commissie verzocht in 2012 om instelling van een panel betreffende de Chinese
maatregelen voor röntgenapparaten (opgelegd als reactie op de EU-maatregelen
voor hetzelfde product). Zoals hierna wordt uitgelegd was de Commissie
succesvol in dit juridisch geschil en er wordt gehoopt dat China haar praktijk
in de toekomst zal veranderen. Zolang dit niet het geval is, zal de Commissie
doorgaan met haar krachtige interventiemaatregelen, waaronder zo nodig op het
niveau van de WTO.
3.2.
Gebruik van vrijwaringsmaatregelen
Het aantal
toegepaste vrijwaringsmaatregelen daalde aanzienlijk in 2012. Dit is zeker een
positieve ontwikkeling, hoewel het grote aantal nieuw ingeleide
vrijwaringsonderzoeken verontrustend blijft. Het is positief
dat in een aantal gevallen vrijwaringsmaatregelen konden worden vermeden, ook
na de interventies van de Commissie. Maar ook in deze gevallen blijft de
situatie problematisch, omdat de onderzoeken nog steeds te vaak worden geopend
op zwakke basis en de handelsstromen, ondanks de afwezigheid van maatregelen,
negatieve gevolgen ondervinden gedurende het onderzoek vanwege de onzekerheden
die hierdoor ontstaan op de markt. De Commissie blijft daarom pleiten voor een
striktere aanpak bij de overweging van de opening van vrijwaringsonderzoeken. In 2012 hebben
sommige landen voornamelijk gebruik gemaakt van het vrijwaringsinstrument. Dit
is met name het geval voor Indonesië (6 nieuw ingeleide procedures in 2012, 3
in 2011 en 5 in 2010), Egypte (4 nieuw ingeleide procedures in 2012) en de
Euraziatische douane-unie die door Rusland, Wit-Rusland en Kazachstan wordt
gevormd (3 nieuwe onderzoeken in 2012). De laatste onderzoeken zouden de
belangrijkste gevolgen kunnen hebben voor de lidstaten van de EU, niet in de
laatste plaats vanwege het belang van de markten en de geografische nabijheid
die ook invloed heeft op de handelsstromen. De door Indonesië en Egypte
geopende onderzoeken zijn economisch gezien minder belangrijk; toch dient hier
eveneens zorgvuldig toezicht op te worden gehouden omdat de onderzoeken wijzen
op een verontrustende tendens in het gebruik van vrijwaringsmaatregelen.
3.3.
Gebrek aan transparantie
Gebrek aan
transparantie blijft een belangrijk aandachtspunt, zowel in de inleidingsfase
van de onderzoeken als wanneer de resultaten bekend worden gemaakt. Dit is
natuurlijk van essentieel belang, aangezien de betrokken partijen hierdoor hun
recht van verweer verliezen en er twijfels ontstaan over de correcte toepassing
van de regels. De Commissie
intervenieert voortdurend in individuele gevallen om de situatie te verbeteren
en gebruikt waar mogelijk de met bepaalde landen opgezette bilaterale
technische communicatiekanalen teneinde meer transparantie te verwezenlijken.
4.
Belangrijkste resultaten
In de afgelopen
jaren moest de Commissie zich af en toe tot de WTO wenden voor
geschillenbeslechting, om op die manier een oplossing te vinden voor een aantal
belangrijke en systemische kwesties. De panelprocedures vergen aanzienlijke
middelen, zijn zeer tijdrovend en er worden mogelijk pas na jaren van
procedures resultaten geboekt. In dit licht werden in de afgelopen jaren een
aantal belangrijke positieve resultaten bereikt. Het lange geschil tegen de VS
leidde tot de afschaffing van de praktijk van zeroing (zie het verslag van
vorig jaar) en het recentere geschil tegen China zou een oplossing kunnen
opleveren voor de onaanvaardbare praktijk van vergelding. De oplossing van deze
geschillen heeft een rechtstreekse invloed op bestaande zaken of maatregelen en
zal daarnaast waarschijnlijk ook in de volgende jaren vruchten afwerpen,
aangezien het de behandeling van systemische kwesties betrof. Naast de oplossing
voor systemische kwesties heeft de Commissie ook systematisch geïntervenieerd
in onderzoeken waarbij een duidelijk belang bestond voor ondernemingen uit de
EU. In een aantal individuele gevallen heeft dit tot resultaten geleid. De systematische
interventies, alsmede de regelmatige bilaterale contacten met derde landen met
het oog op de bevordering van hoge normen in handelsbeschermingsonderzoeken
hebben ongetwijfeld ook een belangrijke positieve invloed gehad, die echter
zeer moeilijk meetbaar is. De Commissie
ontving ook regelmatig positieve feedback van ondernemingen voor de begeleiding
en ondersteuning die zij ontvingen, zelfs als maatregelen niet altijd konden
worden vermeden. Hieronder volgt
een opsomming van een aantal positieve resultaten die in 2012 konden worden
behaald: China – panelverslag over maatregelen tegen röntgenapparaten De Commissie heeft
besloten om in beroep te gaan tegen de Chinese antidumpingrechten op de invoer
van beveiligingsscanners op basis van röntgenstralen (maatregelen variërend van
33,5 % tot 71,8 %), omdat werd geconcludeerd dat deze maatregelen
ongerechtvaardigd waren en werden opgelegd als reactie op de zaak van de EU
tegen ladingscanners uit China. Begin 2012 werd een WTO-panel ingesteld, dat in
november 2012 een tussentijds verslag publiceerde over haar bevindingen
betreffende de eisen van de EU. Het tussentijds verslag werd bevestigd door het
in februari 2013 bekendgemaakte eindverslag. Dit verslag vertegenwoordigt een duidelijke overwinning voor de EU,
aangezien daarin wordt bevestigd dat China in strijd met verschillende
bepalingen van de antidumpingovereenkomst van de WTO heeft gehandeld. De EU
werd met name in het gelijk gesteld bij de eisen betreffende het
schadeonderzoek van China, dat als niet-objectief werd beschouwd, en het panel
kwam voor de meeste procedurele eisen van de EU tot een gunstig oordeel, met
inbegrip van een schending van de regels inzake transparantie door
ontoereikende mededeling van feiten en overwegingen in het openbare dossier, in
de definitieve vaststelling en in de openbare aankondiging. De bevindingen van het panel zijn van systemisch belang, aangezien ze
betrekking hebben op terugkerende kenmerken van de door China verrichte
onderzoeken. Het resultaat is daarom duidelijk positief voor de EU en zou ook
in de toekomst een positieve invloed moeten hebben. Braziliaanse wijn – beëindiging zonder maatregelen Brazilië heeft in
maart 2012 een vrijwaringsonderzoek geopend met betrekking tot de invoer van
wijn. De zaak was economisch relevant, aangezien meer dan 85 miljoen
aan jaarlijkse uitvoer (Spanje, Portugal, Italië en Frankrijk) mogelijk in
het geding waren en de Braziliaanse markt nog verder groeit. Na grondige
analyse van de zaak stelde de Commissie belangrijke tekortkomingen vast, met
name wat de omschrijving van de binnenlandse bedrijfstak, de schade en het
oorzakelijk verband betreft. De Commissie heeft uitvoerige opmerkingen
ingediend en heeft in juni 2012 deelgenomen aan de openbare hoorzitting in
Brasilia. Het onderzoek werd uiteindelijk in oktober 2012 beëindigd zonder de instelling
van maatregelen en de krachtige interventies van de Commissie, de uitstekende
coördinatie met de betrokken lidstaten, de bedrijfstak en de importeurs in
Brazilië, die ook erg actief waren in deze zaak, hebben allemaal bijgedragen
aan dit positieve resultaat. Rusland-Belarus-Kazachstan – beëindiging zonder maatregelen Op 1 februari
2012 startte de Euraziatische Economische Commissie (Eurasec), de
rechtsopvolger van de Commissie van de douane-unie, met haar activiteiten en
alle onderzoeken door de nationale autoriteiten van Rusland, Belarus en
Kazachstan werden uiteindelijk op 6 juli 2012 aan Eurasec overgedragen. De
nieuwe autoriteit was erg actief in het openen van nieuwe zaken en de Commissie
heeft voortdurend geïntervenieerd om op de geconstateerde juridische
tekortkomingen in deze zaken te wijzen. In dit licht werd
het vrijwaringsonderzoek naar grafietelektroden, dat op 31 augustus 2011
door Rusland werd geopend en later werd overgedragen aan Eurasec, beëindigd op
30 augustus 2012 zonder dat maatregelen werden ingesteld. De Commissie
heeft actief geïntervenieerd in deze zaak, waarin de EU-uitvoer jaarlijks
ongeveer 25 miljoen euro vertegenwoordigde. Israël – maatregelen voorkomen In de afgelopen jaren heeft Israël het antidumpinginstrument redelijk
vaak tegen de EU ingezet (8 geopende onderzoeken sinds 2009). Op een aantal,
deels zeer belangrijke en fundamentele punten bleken de onderzoeken niet in
overeenstemming met de WTO-regels. Gezien het systeemkarakter van de
geconstateerde problemen heeft de Commissie in al deze gevallen
geïntervenieerd. In 2011 werden twee onderzoeken zonder maatregelen afgerond en
ook in 2012 konden in twee gevallen maatregelen worden voorkomen (ongeveer
20 miljoen euro aan jaarlijkse uitvoer), ondanks het voorstel van de onderzoeksautoriteiten
om in één van deze gevallen (keukenmixers) maatregelen in te stellen. Nauwgezet
toezicht blijft echter noodzakelijk, aangezien een aantal onderzoeken nog
gaande is en de in het verleden vastgestelde problemen (bv. nietszeggende niet-vertrouwelijke
klachten) helaas altijd nog bestaan.
5.
Conclusie
De Commissie past
hoge standaarden toe bij haar eigen onderzoeken en verwacht dat derde landen
hetzelfde doen bij hun procedures. In dit licht zijn systematische interventies
noodzakelijk om hen te herinneren aan hun WTO-verplichtingen. Hoewel het aantal
van kracht zijnde maatregelen na een aanzienlijke toename in voorgaande jaren
is gestabiliseerd in 2012, werd er een aanzienlijk aantal nieuwe zaken ingeleid
in het laatste kwartaal van het jaar. De zaken worden ingewikkelder en relatief
nieuwe gebruikers zijn recentelijk verschenen. In dit licht heeft
de Commissie nauwlettend toezicht gehouden op gevallen in derde landen en in
vrijwel alle gevallen waarin EU-uitvoer onderwerp was geïntervenieerd.
Daarnaast zijn aanzienlijke inspanningen en middelen toegewezen aan het
oplossen van kwesties door middel van beslechting door de WTO. Er wordt
verwacht dat positieve panelverslagen ook een gunstige invloed zullen hebben op
toekomstige zaken. Dit heeft een
aantal positieve ontwikkelingen tot gevolg gehad en er werden in 2012
belangrijke resultaten bereikt: in sommige gevallen konden maatregelen worden
voorkomen of konden de negatieve gevolgen ervan worden beperkt en ook kon een
aantal zeer belangrijke problemen van systemische aard worden opgelost. De samenwerking
met de lidstaten van de EU, de Europese producentenorganisaties en de betrokken
ondernemingen was dit jaar opnieuw uitstekend. De ondersteuning die de EU‑delegaties
leverden op de uitvoermarkt was eveneens intensief en werd erg op prijs gesteld
door de lidstaten en de bedrijfstakken uit de EU. Opnieuw konden de kansen op
succes duidelijk worden verbeterd door gecoördineerde gezamenlijke acties.