This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013AP0257
Amendments adopted by the European Parliament on 12 June 2013 on the proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council on the Fund for European Aid to the Most Deprived (COM(2012)0617 — C7-0358/2012 — 2012/0295(COD))
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 12 juni 2013 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (COM(2012)0617 — C7-0358/2012 — 2012/0295(COD))
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 12 juni 2013 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (COM(2012)0617 — C7-0358/2012 — 2012/0295(COD))
PB C 65 van 19.2.2016, pp. 212–246
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
19.2.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 65/212 |
P7_TA(2013)0257
Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen ***I
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 12 juni 2013 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (COM(2012)0617 — C7-0358/2012 — 2012/0295(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2016/C 065/42)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 8 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 9 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 12 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 32
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 35
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 41
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 42 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 42 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Deze verordening stelt voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (hierna „het Fonds”) in en bepaalt de doelstellingen van het Fonds, de reikwijdte van de steun, de beschikbare financiële middelen en de criteria voor de toewijzing ervan en stelt regels vast om de doeltreffendheid van het Fonds te waarborgen. |
1. Deze verordening stelt voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (hierna „het Fonds”) in en bepaalt de doelstellingen van het Fonds, de reikwijdte van de steun, de beschikbare financiële middelen en de criteria voor de toewijzing ervan en stelt regels vast om de doeltreffendheid en de efficiëntie van het Fonds te waarborgen. |
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
De volgende definities zijn van toepassing: |
Voor de toepassing van deze verordening zijn de volgende definities van toepassing: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 2 bis |
|
|
Alle lidstaten hebben het recht om gebruik te maken van het Fonds. |
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het Fonds bevordert de sociale samenhang in de Unie doordat het een bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstelling van de Europa 2020-strategie om ten minste 20 miljoen minder mensen bloot te stellen aan het risico op armoede en sociale uitsluiting. Door het verstrekken van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen draagt het Fonds bij tot de verwezenlijking van het specifieke doel van verlichting van de ergste vormen van armoede in de Unie . Dit doel wordt afgemeten aan het aantal personen dat door het Fonds wordt geholpen . |
1. Het Fonds bevordert de sociale samenhang, versterkt de sociale inclusie en bestrijdt de armoede in de Unie doordat het een bijdrage levert aan de verwezenlijking van de doelstelling van de Europa 2020-strategie om ten minste 20 miljoen minder mensen bloot te stellen aan het risico op armoede en sociale uitsluiting , en vormt een aanvulling op het Europees Sociaal Fonds . Door het verstrekken van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen draagt het Fonds bij tot de verwezenlijking van het specifieke doel van verlichting en uitbanning van de ergste vormen van armoede , in het bijzonder voedselarmoede . |
|
|
2. Het Fonds draagt bij tot de duurzame uitbanning van voedselarmoede en biedt de meest behoeftige personen het uitzicht op een waardig bestaan. Dit doel en de structurele impact van het Fonds worden kwalitatief en kwantitatief beoordeeld : |
|
|
3. Het Fonds wordt gebruikt ter aanvulling, en niet ter vervanging of reducering, van nationale strategieën op het gebied van armoedebestrijding en sociale re-integratie, die de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijven. |
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het Fonds ondersteunt nationale regelingen op grond waarvan levensmiddelen en basisconsumptiegoederen voor persoonlijk gebruik van dak- of thuislozen of van kinderen via door de lidstaten geselecteerde partnerorganisaties worden verdeeld onder de meest behoeftigen. |
1. Het Fonds ondersteunt nationale regelingen op grond waarvan levensmiddelen en/of fundamentele materiële bijstand, met inbegrip van starterspakketten voor persoonlijk gebruik van eindontvangers via door de lidstaten geselecteerde partnerorganisaties worden verdeeld onder de meest behoeftigen. |
|
2. Het Fonds kan begeleidende maatregelen ondersteunen die de levering van levensmiddelen en goederen aanvullen en bijdragen tot de sociale inclusie van de meest behoeftigen. |
2. Het Fonds kan begeleidende maatregelen ondersteunen die de levering van levensmiddelen en fundamentele materiële bijstand aanvullen en bijdragen tot de sociale inclusie en een gezond dieet en een geringere algemene afhankelijkheid van de meest behoeftigen. Dergelijke maatregelen moeten goed zijn afgestemd op de plaatselijke activiteiten van het Europees Sociaal Fonds en op de activiteiten van organisaties die zich vooral richten op de uitbanning van armoede. |
|
|
2 bis. Het Fonds kan begunstigden bijstand verlenen zodat zij doeltreffender gebruik kunnen maken van plaatselijke voedselvoorzieningsketens, waarmee de voedselvoorziening voor de meest behoeftigen wordt vergroot en gediversifieerd, en voedselverspilling wordt teruggedrongen en voorkomen. |
|
3. Het Fonds bevordert het wederzijds leren, netwerkvorming en de verspreiding van goede praktijken op het gebied van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen. |
3. Het Fonds bevordert op Europees niveau het wederzijds leren, netwerkvorming en de verspreiding van goede praktijken op het gebied van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen. Relevante organisaties en projecten die geen gebruik maken van het Fonds, kunnen hier ook bij worden betrokken. |
Amendementen 40 en 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het aan het Fonds toegewezen deel van de begroting van de Unie wordt onder gedeeld beheer door de lidstaten en de Commissie uitgevoerd overeenkomstig artikel 55, lid 1, onder b), van het Financieel Reglement, met uitzondering van technische bijstand op initiatief van de Commissie, die wordt uitgevoerd onder direct beheer overeenkomstig artikel 55, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement. |
1. Het aan het Fonds toegewezen deel van de begroting van de Unie wordt onder gedeeld beheer door de lidstaten en de Commissie uitgevoerd overeenkomstig artikel 55, lid 1, onder b), van het Financieel Reglement, met uitzondering van technische bijstand op initiatief van de Commissie, die wordt uitgevoerd onder direct beheer overeenkomstig artikel 55, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement. |
|
2. De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat de steun uit het Fonds coherent is met de beleidsmaatregelen en prioriteiten van de Unie en complementair is met de andere instrumenten van de Unie. |
2. De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat de steun uit het Fonds coherent is met de beleidsmaatregelen en prioriteiten van de Unie en complementair is met de andere instrumenten van de Unie. |
|
3. De tenuitvoerlegging van de steun uit het Fonds gebeurt in nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten. |
3. Steun uit het Fonds wordt verstrekt in nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten , alsmede in samenwerking met de bevoegde regionale en plaatselijke overheden en betrokken partnerorganisaties . |
|
4. De lidstaten en de instanties die zij daartoe hebben aangewezen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van operationele programma's en voor het verrichten van hun taken uit hoofde van deze verordening overeenkomstig het institutionele, wettelijke en financiële kader van de lidstaat en overeenkomstig deze verordening. |
4. De lidstaten en de instanties die zij daartoe hebben aangewezen , of, in voorkomend geval, de regionale bevoegde autoriteiten, zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van operationele programma's en voor het verrichten van hun taken uit hoofde van deze verordening overeenkomstig het institutionele, wettelijke en financiële kader van de lidstaat en overeenkomstig deze verordening. |
|
5. De regelingen voor de uitvoering en het gebruik van het Fonds, en met name de financiële en administratieve middelen die voor verslaglegging, evaluatie, beheer en controle noodzakelijk zijn, moeten, rekening houdend met de hoogte van de toegewezen steun, in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel. |
5. De regelingen voor de uitvoering en het gebruik van het Fonds, en met name de financiële en administratieve middelen die voor verslaglegging, evaluatie, beheer en controle noodzakelijk zijn, moeten rekening houden met de vaak beperkte administratieve capaciteit van organisaties die voornamelijk afhankelijk zijn van de steun van vrijwilligers, en moeten ervoor waken deze organisaties geen grotere administratieve lasten op te leggen dan het vorige programma deed . |
|
6. Overeenkomstig hun respectieve verantwoordelijkheden zorgen de Commissie en de lidstaten voor coördinatie met het Europees Sociaal Fonds en met andere beleidsmaatregelen en instrumenten van de Unie. |
6. Overeenkomstig hun respectieve verantwoordelijkheden , en teneinde dubbele financiering te voorkomen, zorgen de Commissie en de lidstaten voor coördinatie met het Europees Sociaal Fonds en met andere beleidsmaatregelen en instrumenten van de Unie , in het bijzonder acties van de Unie op het gebied van gezondheid . |
|
7. De Commissie, de lidstaten en de begunstigden passen overeenkomstig artikel 26 van het Financieel Reglement het beginsel van goed financieel beheer toe. |
7. De Commissie, de lidstaten en de begunstigden passen overeenkomstig artikel 26 van het Financieel Reglement het beginsel van goed financieel beheer toe. |
|
8. De Commissie en de lidstaten zien, met name door toezicht, rapportage en evaluatie, toe op de doeltreffendheid van het Fonds. |
8. De Commissie en de lidstaten zien toe op de doeltreffendheid van het Fonds, met name door toezicht, rapportage en evaluatie , alsmede door nauw en regelmatig overleg met plaatselijke en regionale autoriteiten en partnerorganisaties die de maatregelen van het Fonds ten uitvoer leggen bij de effectbeoordelingen . |
|
9. De Commissie en de lidstaten vervullen hun respectieve rollen met betrekking tot het Fonds teneinde de administratieve belasting van de begunstigden te beperken. |
9. De Commissie en de lidstaten nemen maatregelen om de doeltreffendheid van het Fonds te waarborgen, en vervullen hun respectieve rollen met betrekking tot het Fonds teneinde de administratieve belasting van de begunstigden te beperken; |
|
10. De Commissie en de lidstaten garanderen dat de gelijkheid van mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief bevorderd worden in de verschillende stadia van de uitvoering van het Fonds. De Commissie en de lidstaten nemen passende maatregelen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid bij de toegang tot het Fonds te voorkomen. |
10. De Commissie en de lidstaten garanderen dat de gelijkheid van mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief mede in overweging genomen worden in de verschillende stadia van de voorbereiding, programmering, het beheer en de implementatie, het toezicht op en de evaluatie van het Fonds , alsook bij de voorlichtings- en bewustmakingscampagnes, en bij de uitwisseling van goede praktijken, en gebruiken, daar waar mogelijk, naar geslacht uitgesplitste gegevens . De Commissie en de lidstaten nemen passende maatregelen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid bij de toegang tot het Fonds en bijbehorende programma's en operaties te voorkomen. |
|
11. Concrete acties die door het Fonds zijn gefinancierd, moeten in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht van de Unie en van de lidstaten. Het Fonds mag met name alleen worden gebruikt ter ondersteuning van de distributie van levensmiddelen of goederen die in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Unie inzake de veiligheid van consumptiegoederen. |
11. Concrete acties die door het Fonds zijn gefinancierd, moeten in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht van de Unie en van de lidstaten. Het Fonds mag met name alleen worden gebruikt ter ondersteuning van de distributie van levensmiddelen of fundamentele materiële bijstand die in overeenstemming zijn met de wetgeving van de Unie inzake de veiligheid van consumptiegoederen. |
|
|
11 bis. Waar van toepassing moet de keuze van levensmiddelen zijn gebaseerd op beginselen van uitgebalanceerde voeding en kwaliteitsvoeding, met inbegrip van verse producten, en bijdragen aan een gezond voedingspatroon van de eindontvangers. |
|
12. De lidstaten en de begunstigden kiezen de levensmiddelen en de goederen op basis van objectieve criteria. De selectiecriteria voor de levensmiddelen en in voorkomend geval voor de goederen houden eveneens rekening met klimatologische en ecologische aspecten, met name met het oog op de vermindering van voedselverspilling. |
12. De lidstaten en de begunstigden kiezen de levensmiddelen en de fundamentele materiële bijstand op basis van objectieve criteria met betrekking tot de behoeften van de meest behoeftigen . |
|
|
12 bis. Waar van toepassing moet prioriteit worden toegekend aan paatselijke en regionale producten, met inachtneming van klimaat- en milieu-overwegingen, met name met het oog op het reduceren van voedselverspilling in elk stadium van de distributieketen. Dit kan de vorm hebben van partnerschappen met ondernemingen in de hele voedselketen, in een geest van maatschappelijk verantwoord ondernemen. |
|
|
12 ter. De Commissie en de lidstaten zien erop toe dat bij de toekenning van steun in het kader van het Fonds rekening wordt gehouden met de waardigheid van de meest behoeftigen. |
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Voor vastlegging ten laste van het Fonds is voor de periode 2014 tot en met 2020 een totaalbedrag van 2 500 000 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2011, beschikbaar, dat over de betrokken jaren wordt verdeeld overeenkomstig bijlage II . |
1. Voor vastlegging ten laste van het Fonds is voor de periode 2014 tot en met 2020 (uitgedrukt in prijzen van 2011) een totaalbedrag beschikbaar dat in reële termen niet lager is dan zeven maal het in de begroting van 2011 goedgekeurde bedrag dat wordt toegewezen voor hulp aan de meest behoeftigen . |
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
3. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een besluit vast houdende de jaarlijkse verdeling van de totale middelen over de lidstaten, overeenkomstig artikel 84, lid 5, van Verordening (EU) nr. … (VGB), onverminderd lid 4 van dit artikel, aan de hand van de volgende door Eurostat vastgestelde indicatoren: |
3. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een besluit vast houdende de jaarlijkse verdeling van de totale middelen over de lidstaten, overeenkomstig artikel 84, lid 5, van Verordening (EU) nr. … (VGB), onverminderd lid 4 van dit artikel, op basis van de door Eurostat vastgestelde recentste indicatoren betreffende : |
||||
|
|
||||
|
|
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||||
|
1. Elke lidstaat dient binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie één operationeel programma voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 in, dat de volgende elementen bevat: |
1. Elke lidstaat dient binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie één operationeel programma voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 in, dat de volgende elementen bevat: |
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
|
||||||||
|
De onder e) bedoelde partnerorganisaties die rechtstreeks levensmiddelen of goederen leveren, ontplooien zelf activiteiten die een aanvulling vormen op de verlening van materiële bijstand, gericht op de sociale inclusie van de meest behoeftigen, ongeacht of deze activiteiten door het Fonds worden gesteund. |
De onder e) bedoelde partnerorganisaties die rechtstreeks levensmiddelen en/of materiële basisbijstand leveren, ontplooien zelf of in samenwerking met andere organisaties activiteiten die een aanvulling vormen op de verlening van materiële bijstand, gericht op de sociale inclusie van de meest behoeftigen, ongeacht of deze activiteiten door het Fonds worden gesteund. |
||||||||
|
2. Operationele programma's worden opgesteld door de lidstaten of door een door hen aangewezen autoriteit in samenwerking met de bevoegde regionale, lokale en andere overheden , instanties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen en instanties die gelijkheid en non-discriminatie bevorderen . |
2. Operationele programma's worden opgesteld door de lidstaten of door een door hen aangewezen autoriteit in samenwerking met de bevoegde regionale, lokale en andere overheden en alle belanghebbenden . De lidstaten zorgen ervoor dat de operationele programma's nauw verband houden met de nationale beleidsmaatregelen voor sociale inclusie. |
||||||||
|
3. De lidstaten stellen hun operationeel programma op volgens het model in bijlage I. |
3. De lidstaten stellen hun operationeel programma op volgens het model in bijlage I. |
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een lidstaat kan een verzoek tot wijziging van het operationeel programma indienen. Het verzoek gaat vergezeld van het herziene operationeel programma en de motivatie van de wijziging. |
Niet van toepassing op de Nederlandse tekst. |
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Platform |
Uitwisseling van goede praktijken |
|
De Commissie zet op het niveau van de Unie een platform op om de uitwisseling van ervaring, capaciteitsopbouw en netwerkvorming te bevorderen, alsook de verspreiding van relevante resultaten op het gebied van niet-financiële bijstand aan de meest behoeftigen . |
De Commissie bevordert de uitwisseling van ervaring, capaciteitsopbouw, netwerkvorming en sociale innovatie op het niveau van de Unie, waarbij partnerorganisaties en andere belanghebbenden uit alle lidstaten aan elkaar worden gekoppeld . |
|
Bovendien raadpleegt de Commissie ten minste eenmaal per jaar de organisaties die op het niveau van de Unie de partnerorganisaties vertegenwoordigen over de uitvoering van de steun uit het Fonds. |
Bovendien raadpleegt de Commissie ten minste eenmaal per jaar de organisaties die op het niveau van de Unie de partnerorganisaties vertegenwoordigen over de uitvoering van de steun uit het Fonds , waarna zij te gepasten tijde verslag uitbrengt bij het Europees Parlement en de Raad . |
|
|
De Commissie bevordert ook de onlineverspreiding van de relevante resultaten , verslagen en informatie in verband met het Fonds. |
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
1. Van 2015 tot en met 2022 dienen de lidstaten uiterlijk op 30 juni van elk jaar bij de Commissie een jaarverslag in over de uitvoering van het operationeel programma in het voorafgaande begrotingsjaar. |
1. Van 2015 tot en met 2022 dienen de lidstaten uiterlijk op 30 juni van elk jaar bij de Commissie een jaarverslag in over de uitvoering van het operationeel programma in het voorafgaande begrotingsjaar. |
||
|
2. De lidstaten stellen het jaarverslag over de uitvoering op volgens het door de Commissie vastgestelde model, met inbegrip van de lijst van gemeenschappelijke input- en outputindicatoren. |
2. De lidstaten stellen het jaarverslag over de uitvoering op volgens het door de Commissie vastgestelde model, met inbegrip van de lijst van gemeenschappelijke input- en outputindicatoren. |
||
|
|
Deze indicatoren omvatten: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
3. De jaarverslagen over de uitvoering zijn ontvankelijk als zij alle gegevens bevatten die worden verlangd in het in lid 2 bedoelde model, met inbegrip van de gemeenschappelijke indicatoren. Als de Commissie een jaarverslag over de uitvoering ontvangt dat niet ontvankelijk is, deelt zij dit binnen 15 werkdagen na de datum van ontvangst mee aan de betrokken lidstaat. Als de Commissie dat niet binnen die termijn meedeelt, wordt het verslag geacht te zijn aanvaard. |
3. De jaarverslagen over de uitvoering zijn ontvankelijk als zij alle gegevens bevatten die worden verlangd in het in lid 2 bedoelde model, met inbegrip van de gemeenschappelijke indicatoren. Als de Commissie een jaarverslag over de uitvoering ontvangt dat niet ontvankelijk is, deelt zij dit binnen 15 werkdagen na de datum van ontvangst mee aan de betrokken lidstaat. Als de Commissie dat niet binnen die termijn meedeelt, wordt het verslag geacht te zijn aanvaard. |
||
|
4. De Commissie onderzoekt het jaarverslag over de uitvoering en deelt de lidstaat binnen twee maanden na ontvangst haar opmerkingen mee. |
4. De Commissie onderzoekt het jaarverslag over de uitvoering en deelt de lidstaat binnen twee maanden na ontvangst haar opmerkingen mee. |
||
|
Als de Commissie geen opmerkingen maakt binnen deze termijn, worden de verslagen geacht te zijn aanvaard. |
Als de Commissie geen opmerkingen maakt binnen deze termijn, worden de verslagen geacht te zijn aanvaard. |
||
|
5. Uiterlijk op 30 september 2023 dienen de lidstaten een eindverslag in over de uitvoering van de operationele programma's. |
5. Uiterlijk op 30 september 2023 dienen de lidstaten een eindverslag in over de uitvoering van de operationele programma's. |
||
|
De lidstaten stellen het eindverslag over de uitvoering op volgens het door de Commissie vastgestelde model. |
De lidstaten stellen het eindverslag over de uitvoering op volgens het door de Commissie vastgestelde model. |
||
|
De Commissie onderzoekt het eindverslag over de uitvoering en deelt de lidstaat binnen vijf maanden na ontvangst haar opmerkingen mee. |
De Commissie onderzoekt het eindverslag over de uitvoering en deelt de lidstaat binnen vijf maanden na ontvangst haar opmerkingen mee. |
||
|
Als de Commissie geen opmerkingen maakt binnen deze termijn, worden de verslagen geacht te zijn aanvaard. |
Als de Commissie geen opmerkingen maakt binnen deze termijn, worden de verslagen geacht te zijn aanvaard. |
||
|
6. De Commissie stelt het model van het jaarverslag over de uitvoering, met inbegrip van de lijst van gemeenschappelijke indicatoren, en het model van het eindverslag over de uitvoering vast door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. |
6. De Commissie stelt het model van het jaarverslag over de uitvoering, met inbegrip van de lijst van gemeenschappelijke indicatoren, en het model van het eindverslag over de uitvoering vast door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. |
||
|
7. De Commissie kan opmerkingen over de uitvoering van het operationeel programma meedelen aan de lidstaat. De beheersautoriteit stelt de Commissie binnen drie maanden in kennis van de getroffen corrigerende maatregelen. |
7. De Commissie kan opmerkingen over de uitvoering van het operationeel programma meedelen aan de lidstaat. De beheersautoriteit stelt de Commissie binnen drie maanden in kennis van de getroffen corrigerende maatregelen. |
||
|
8. De beheersautoriteit publiceert een samenvatting van de inhoud van de jaarverslagen en het eindverslag over de uitvoering. |
8. De beheersautoriteit publiceert een samenvatting van de inhoud van de jaarverslagen en het eindverslag over de uitvoering. |
||
|
|
8 bis. De Commissie dient te gepasten tijde een samenvatting van de jaarlijkse en de definitieve uitvoeringsverslagen in bij het Europees Parlement en de Raad. |
||
|
|
8 ter. De procedure betreffende de uitvoeringsverslagen is niet buitensporig in vergelijking met de toegewezen middelen en met de aard van de steun en veroorzaakt geen onnodige administratieve lasten. |
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bilaterale evaluatievergadering |
Bilaterale evaluatievergaderingen |
|
1. Tenzij anders is overeengekomen, komen de Commissie en elke lidstaat vanaf 2014 tot en met 2022 elk jaar bijeen om de vooruitgang bij de uitvoering van het operationeel programma te onderzoeken, waarbij rekening wordt gehouden met het jaarverslag over de uitvoering en de eventuele opmerkingen van de Commissie, bedoeld in artikel 11, lid 7. |
1. Tenzij anders is overeengekomen, komen de Commissie en elke lidstaat vanaf 2014 tot en met 2022 elk jaar bijeen om de vooruitgang bij de uitvoering van het operationeel programma te onderzoeken, waarbij rekening wordt gehouden met het jaarverslag over de uitvoering en de eventuele opmerkingen van de Commissie, bedoeld in artikel 11, lid 7. |
|
2. De bilaterale evaluatievergadering wordt voorgezeten door de Commissie. |
2. De bilaterale evaluatievergadering wordt voorgezeten door de Commissie. |
|
3. De lidstaat zorgt ervoor dat na de vergadering een passend gevolg aan de eventuele opmerkingen van de Commissie wordt gegeven. |
3. De lidstaat zorgt ervoor dat na de vergadering een passend gevolg aan de eventuele opmerkingen van de Commissie wordt gegeven en verwijst daarnaar in het uitvoeringsverslag van het volgende jaar of, in voorkomend geval, van de volgende jaren . |
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten verstrekken de nodige middelen om evaluaties uit te voeren en zorgen voor procedures voor het produceren en verzamelen van de voor de evaluaties vereiste gegevens, waaronder gegevens over de in artikel 11 bedoelde gemeenschappelijke indicatoren. |
1. De lidstaten verstrekken de nodige middelen om evaluaties uit te voeren en zorgen voor procedures voor het produceren en verzamelen van de voor de evaluaties vereiste gegevens, waaronder gegevens over de in artikel 11 bedoelde gemeenschappelijke indicatoren. |
|
2. De evaluaties worden uitgevoerd door deskundigen die functioneel onafhankelijk zijn van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het operationeel programma. Alle evaluaties worden volledig openbaar gemaakt. |
2. De evaluaties worden uitgevoerd door deskundigen die functioneel onafhankelijk zijn van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het operationeel programma. Alle evaluaties worden volledig openbaar gemaakt , maar mogen in geen geval gegevens over de identiteit van de eindontvangers bevatten . |
|
|
2 bis. De evaluaties zijn niet buitensporig in vergelijking met de toegewezen middelen en met de aard van de steun en veroorzaken geen onnodige administratieve lasten. |
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
1. De lidstaten verrichten een ex-ante-evaluatie van het operationeel programma. |
1. De lidstaten verrichten een ex-ante-evaluatie van het operationeel programma. |
||||
|
2. De ex-ante-evaluatie wordt verricht onder verantwoordelijkheid van de autoriteit die verantwoordelijk is voor het opstellen van de operationele programma’s. Zij wordt tegelijkertijd met het operationeel programma bij de Commissie ingediend en gaat vergezeld van een samenvatting. |
2. De ex-ante-evaluatie wordt verricht onder verantwoordelijkheid van de autoriteit die verantwoordelijk is voor het opstellen van de operationele programma’s. Zij wordt tegelijkertijd met het operationeel programma bij de Commissie ingediend en gaat vergezeld van een samenvatting. |
||||
|
3. De ex-ante-evaluaties omvatten een beoordeling van: |
3. De ex-ante-evaluaties omvatten een beoordeling van: |
||||
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Tijdens de programmeringsperiode kan de beheersautoriteit evaluaties uitvoeren om de doeltreffendheid en efficiëntie van het operationeel programma te beoordelen . |
1. Tijdens de programmeringsperiode evalueert de beheersautoriteit de doeltreffendheid en efficiëntie van het operationeel programma. |
|
2. De beheersautoriteit verricht in 2017 en 2021 een gestructureerd onderzoek naar de eindontvangers volgens het model van de Commissie. De Commissie stelt dat model bij uitvoeringshandeling vast. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. |
2. De beheersautoriteit verricht in 2017 en 2021 een gestructureerd onderzoek naar de eindontvangers volgens het model van de Commissie. De Commissie stelt dat model , na raadpleging van de belanghebbenden, door middel van uitvoeringshandelingen vast. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. |
|
3. De Commissie kan op eigen initiatief evaluaties van operationele programma's uitvoeren . |
3. De Commissie kan op eigen initiatief operationele programma's evalueren . |
|
|
3 bis. De Commissie dient uiterlijk in maart 2018 een tussentijdse beoordeling van het Fonds in bij het Europees Parlement en de Raad. |
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie verricht op eigen initiatief, in nauwe samenwerking met de lidstaten en met steun van externe deskundigen een ex-postevaluatie van de doeltreffendheid en duurzaamheid van de behaalde resultaten en van de toegevoegde waarde van het Fonds. Die ex-postevaluatie moet uiterlijk op 31 december 2023 voltooid zijn. |
De Commissie verricht op eigen initiatief, in nauwe samenwerking met de lidstaten en met steun van externe deskundigen een ex-postevaluatie van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het Fonds en de duurzaamheid van de behaalde resultaten en van de toegevoegde waarde van het Fonds. Die ex-postevaluatie moet uiterlijk op 31 december 2023 voltooid zijn. |
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten geven informatie over en bekendheid aan de door het Fonds ondersteunde acties. De informatie is gericht op de meest behoeftigen, de media en het grote publiek. Zij benadrukt de rol van de Unie en maakt de bijdrage van het Fonds zichtbaar. |
1. De Commissie en de lidstaten geven informatie over en bekendheid aan de door het Fonds ondersteunde acties. De informatie is in het bijzonder gericht op de meest behoeftigen, alsook op het grote publiek en de media . Zij benadrukt de rol van de Unie en maakt de bijdrage van het Fonds , de lidstaten en de partnerorganisaties aan de doelstellingen van de Unie op het gebied van sociale cohesie zichtbaar , zonder de eindontvangers te stigmatiseren . |
|
2. Om de transparantie van de steunverlening door het Fonds te garanderen, houdt de beheersautoriteit in CSV- of XML-formaat een via een website toegankelijke lijst bij van door het Fonds ondersteunde concrete acties. De lijst omvat ten minste de naam van de begunstigde, zijn adres en het toegewezen bedrag van de financiering door de Unie, en de soort materiële deprivatie die is aangepakt. |
2. Om de transparantie van de steunverlening door het Fonds te garanderen, houdt de beheersautoriteit in CSV- of XML-formaat een via een website toegankelijke lijst bij van door het Fonds ondersteunde concrete acties. De lijst omvat ten minste de naam van de begunstigde, zijn adres en het toegewezen bedrag van de financiering door de Unie, en de soort materiële deprivatie die is aangepakt. |
|
De lijst van concrete acties wordt ten minste elke twaalf maanden bijgewerkt. |
De lijst van concrete acties wordt ten minste elke twaalf maanden bijgewerkt. |
|
3. Tijdens de uitvoering van een concrete actie lichten de begunstigden en partnerorganisaties het publiek voor over de uit het Fonds ontvangen steun door ten minste één affiche met informatie over de concrete actie (minimaal in A3-formaat), inclusief over de financiële steun van de Unie, uit te hangen op een voor het publiek goed zichtbare plek, op iedere plaats waar levensmiddelen , goederen en eventuele begeleidende maatregelen worden verstrekt, tenzij dit wegens de omstandigheden waarin de verdeling plaatsvindt niet mogelijk is. |
3. Tijdens de uitvoering van een concrete actie lichten de begunstigden en partnerorganisaties het publiek zonder de eindontvangers te stigmatiseren voor over de uit het Fonds ontvangen steun door hetzij ten minste één affiche met informatie over de concrete actie (minimaal in A3-formaat), inclusief over de financiële steun van de Unie, hetzij een vlag van de Unie van redelijke grootte uit te hangen op een voor het publiek goed zichtbare plek, op iedere plaats waar levensmiddelen en/of materiële basisbijstand en eventuele begeleidende maatregelen zonder de eindontvangers te stigmatiseren worden verstrekt, tenzij dit wegens de omstandigheden waarin de verdeling plaatsvindt niet mogelijk is. |
|
Begunstigden en partnerorganisaties die een website hebben, geven daarop een korte beschrijving van de concrete actie, met inbegrip van het doel en de resultaten ervan, en leggen daarbij de nadruk op de financiële steun van de Unie. |
Begunstigden en partnerorganisaties die een website hebben, geven daarop een korte beschrijving van de concrete actie, met inbegrip van het doel en de resultaten ervan, en leggen daarbij de nadruk op de financiële steun van de Unie. |
|
4. Alle voorlichtings- en communicatiemateriaal van de begunstigde en de partnerorganisaties vermeldt de steun uit het Fonds voor de concrete actie door publicatie van het embleem van de Unie en een vermelding van de Unie en het Fonds. |
4. Alle voorlichtings- en communicatiemateriaal van de begunstigde en de partnerorganisaties vermeldt de steun uit het Fonds voor de concrete actie door publicatie van het embleem van de Unie en een vermelding van de Unie en het Fonds. |
|
5. De beheersautoriteit deelt de begunstigden mee dat de lijst van concrete acties in overeenstemming met lid 2 is gepubliceerd. De beheersautoriteit verstrekt informatie- en publiciteitspakketten, met inbegrip van modellen in elektronisch formaat, om begunstigden en partnerorganisaties te helpen aan de in lid 3 bedoelde verplichtingen te voldoen. |
5. De beheersautoriteit deelt de begunstigden mee dat de lijst van concrete acties in overeenstemming met lid 2 is gepubliceerd. De beheersautoriteit verstrekt informatie- en publiciteitspakketten, met inbegrip van modellen in elektronisch formaat, om begunstigden en partnerorganisaties te helpen aan de in lid 3 bedoelde verplichtingen te voldoen. |
|
6. Bij de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig dit artikel eerbiedigen de beheersautoriteit, de begunstigden en de partnerorganisaties Richtlijn 95/46/EG. |
6. Bij de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig de artikelen 13 tot en met 17 eerbiedigen de beheersautoriteit, de begunstigden en de partnerorganisaties Richtlijn 95/46/EG. |
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het medefinancieringspercentage op het niveau van het operationeel programma bedraagt niet meer dan 85 % van de subsidiabele overheidsuitgaven. |
1. Het medefinancieringspercentage op het niveau van het operationeel programma bedraagt 85 % van de subsidiabele overheidsuitgaven. Het kan worden verhoogd in de in artikel 19, lid 1, beschreven gevallen. De lidstaten zijn vrij om de initiatieven van het Fonds met bijkomende nationale middelen te ondersteunen. |
|
|
1 bis. Begunstigden meefinancieren in geen geval acties van het Fonds. |
|
2. Het besluit van de Commissie tot vaststelling van een operationeel programma bepaalt het medefinancieringspercentage voor het operationeel programma en het maximumbedrag van de steun van het Fonds. |
2. Het besluit van de Commissie tot vaststelling van een operationeel programma bepaalt het medefinancieringspercentage voor het operationeel programma en het maximumbedrag van de steun van het Fonds. |
|
3. Maatregelen op het gebied van technische bijstand die op initiatief van of namens de Commissie worden uitgevoerd, kunnen voor 100 % worden gefinancierd. |
3. Maatregelen op het gebied van technische bijstand die op initiatief van of namens de Commissie worden uitgevoerd, kunnen voor 100 % worden gefinancierd. |
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
1. Op verzoek van een lidstaat kunnen tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo worden verhoogd met 10 procentpunten boven het medefinancieringspercentage dat van toepassing is op het operationeel programma. Het verhoogde percentage, dat niet meer dan 100 % mag bedragen, is van toepassing op betalingsverzoeken die betrekking hebben op het boekjaar waarin de lidstaat zijn verzoek heeft ingediend, alsmede op latere boekjaren waarin de lidstaat aan een van de volgende voorwaarden voldoet: |
1. Op verzoek van een lidstaat kunnen tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo worden verhoogd met 10 procentpunten boven het medefinancieringspercentage dat van toepassing is op het operationeel programma. Het verhoogde percentage, dat niet meer dan 100 % mag bedragen, is van toepassing op betalingsverzoeken die betrekking hebben op het boekjaar waarin de lidstaat zijn verzoek heeft ingediend, alsmede op latere boekjaren waarin de lidstaat aan een van de volgende voorwaarden voldoet: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
2. Onverminderd lid 1 mag de steun van de Unie door middel van tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo evenwel niet hoger zijn dan de overheidssteun en het maximale bedrag aan steun uit het Fonds, zoals bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het operationeel programma. |
2. Onverminderd lid 1 mag de steun van de Unie door middel van tussentijdse betalingen en betalingen van het eindsaldo evenwel niet hoger zijn dan de overheids- en/of particuliere steun en het maximale bedrag aan steun uit het Fonds, zoals bepaald in het besluit van de Commissie tot goedkeuring van het operationeel programma. |
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Door het operationeel programma ondersteunde concrete acties moeten worden uitgevoerd in de lidstaat waarop het operationeel programma betrekking heeft. |
1. Door het operationeel programma ondersteunde concrete acties moeten worden uitgevoerd in de lidstaat waarop het operationeel programma betrekking heeft. |
|
2. Concrete acties kunnen steun uit het operationeel programma ontvangen als zij zijn geselecteerd aan de hand van een eerlijke en transparante procedure, op basis van de criteria in het operationeel programma. |
2. Concrete acties kunnen steun uit het operationeel programma ontvangen als zij zijn geselecteerd aan de hand van een eerlijke en transparante procedure, op basis van de criteria in het operationeel programma. |
|
3. De levensmiddelen en de goederen voor dak- of thuislozen of voor kinderen kunnen door de partnerorganisaties zelf worden aangekocht. |
3. De levensmiddelen en/of artikelen voor materiële basisbijstand voor persoonlijk gebruik door de eindontvangers kunnen door de partnerorganisaties zelf worden aangekocht. |
|
Zij kunnen ook worden aangekocht door een publiekrechtelijke instantie en kosteloos worden verstrekt aan de partnerorganisaties. In dat geval kunnen de levensmiddelen worden verkregen door het gebruik, de verwerking of de verkoop van goederen uit interventievoorraden die ter beschikking worden gesteld overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [GMO] , mits dit economisch het gunstigst is en de levering van de levensmiddelen aan de partnerorganisaties niet onnodig vertraagt. Bedragen die worden verkregen door transacties met betrekking tot die voorraden moeten ten goede komen aan de meest behoeftigen, en mogen niet worden aangewend om de in artikel 18 van deze verordening neergelegde medefinancieringsverplichtingen van de lidstaten voor het programma te verlichten. |
Zij kunnen ook worden aangekocht door een publiekrechtelijke instantie en kosteloos worden verstrekt aan de partnerorganisaties. De partnerorganisaties kunnen hiernaast levensmiddelen verstrekken die afkomstig zijn uit andere bronnen, inclusief interventievoorraden die ter beschikking worden gesteld overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. [GMO]. |
|
Om ervoor te zorgen dat de interventievoorraden en de opbrengsten daarvan zo doeltreffend mogelijk worden gebruikt, hanteert de Commissie de overeenkomstig artikel 19, onder e), van Verordening (EU) nr. [GMO] vastgestelde procedures om goederen uit de interventievoorraden te gebruiken, te verwerken of te verkopen voor de toepassing van deze verordening. |
Om ervoor te zorgen dat de interventievoorraden en de opbrengsten daarvan zo doeltreffend mogelijk worden gebruikt, hanteert de Commissie de overeenkomstig artikel 19, onder e), van Verordening (EU) nr. [GMO] vastgestelde procedures om goederen uit de interventievoorraden te gebruiken, te verwerken of te verkopen voor de toepassing van deze verordening. |
|
4. Die materiële bijstand wordt gratis verstrekt aan de meest behoeftigen. |
4. De levensmiddelen en/of artikelen voor materiële basisbijstand worden zonder enige uitzondering gratis verstrekt aan de meest behoeftigen. |
|
5. Een door het Fonds ondersteunde concrete actie ontvangt geen steun van andere instrumenten van de Unie. |
5. Om dubbele financiering te voorkomen ontvangt een door het Fonds ondersteunde concrete actie geen steun van andere instrumenten van de Unie. Het wordt de begunstigden evenwel niet belet om aanvragen in te dienen voor het gebruik van andere Europese fondsen, bijvoorbeeld het ESF, om complementaire acties ter bestrijding van armoede en ter bevordering van sociale inclusie te ondernemen. |
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
1. De voor steun uit het operationeel programma in aanmerking komende kosten zijn: |
1. De voor steun uit het operationeel programma in aanmerking komende kosten zijn: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
2. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor steun uit het operationeel programma: |
2. De volgende kosten komen niet in aanmerking voor steun uit het operationeel programma: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De lidstaten wijzen een nationale openbare autoriteit of instantie als auditautoriteit aan, die functioneel onafhankelijk is van de beheersautoriteit en de certificeringsautoriteit. |
4. De lidstaten wijzen een nationale openbare autoriteit of instantie als auditautoriteit aan, die functioneel onafhankelijk is van de beheersautoriteit en de certificeringsautoriteit. De nationale controle-instantie of de nationale rekenkamer kan als auditautoriteit worden aangewezen. |
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 29 — lid 4 — letter e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — alinea 1 — punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. de in artikel 56 , lid 5, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde jaarrekeningen op te stellen; |
2. de in artikel 59 , lid 5, onder a), van het Financieel Reglement bedoelde jaarrekeningen op te stellen; |
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — alinea 1 — punt 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
8. een boekhouding bij te houden van de te innen bedragen en van de bedragen die worden geschrapt naar aanleiding van de volledige of gedeeltelijke intrekking van de bijdrage voor een concrete actie. Geïnde bedragen worden vóór de afsluiting van het operationeel programma teruggestort in de algemene begroting van de Unie door ze in mindering te brengen op de volgende uitgavenstaat. |
8. een boekhouding bij te houden van de te innen bedragen en van de bedragen die worden geschrapt naar aanleiding van de volledige of gedeeltelijke intrekking van de bijdrage voor een concrete actie. Geïnde bedragen worden vóór de afsluiting van het operationeel programma teruggestort in het Fonds door ze in mindering te brengen op de volgende uitgavenstaat. |
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De auditautoriteit stelt binnen zes maanden na de vaststelling van het operationeel programma een auditstrategie op. In de auditstrategie worden de auditmethoden, de steekproefmethode voor audits van concrete acties en de planning van audits voor het lopende en de twee volgende boekjaren vastgesteld. De auditstrategie wordt van 2016 tot en met 2022 jaarlijks bijgewerkt. Op verzoek verstrekt de auditautoriteit de auditstrategie aan de Commissie. |
4. De auditautoriteit stelt binnen zes maanden na de vaststelling van het operationeel programma een auditstrategie op. In de auditstrategie worden de auditmethoden, de steekproefmethode voor audits van concrete acties en de planning van audits voor het lopende en de twee volgende boekjaren vastgesteld. De auditstrategie wordt van 2016 tot en met 2022 jaarlijks bijgewerkt. De auditautoriteit verstrekt de auditstrategie aan de Commissie. De Commissie krijgt de bevoegdheid om van de auditautoriteit te verlangen haar auditstrategie te wijzigen op een wijze die de Commissie nodig acht om te waarborgen dat de audits op juiste wijze en overeenkomstig internationaal gangbare auditnormen worden uitgevoerd. Hierbij ziet de Commissie erop toe dat voldoende rekening wordt gehouden met prestatie-audits. |
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 — lid 5 — alinea 1 — letter a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 33 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie kan verlangen dat een lidstaat de nodige maatregelen neemt om de doeltreffende werking van zijn beheers- en controlesystemen of de juistheid van de uitgaven overeenkomstig deze verordening te waarborgen. |
3. De Commissie verlangt dat de lidstaten de nodige maatregelen nemen om de doeltreffende werking van hun beheers- en controlesystemen of de juistheid van de uitgaven overeenkomstig deze verordening te waarborgen. |
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 35 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De vastleggingen van de Unie voor elk operationeel programma geschieden in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 in jaarlijkse tranches. Het besluit van de Commissie tot vaststelling van het operationeel programma vormt het financieringsbesluit in de zin van artikel 81 , lid 2, van het Financieel Reglement en vormt na kennisgeving aan de betrokken lidstaat een juridische verbintenis in de zin van dat reglement. |
De vastleggingen van de Unie voor elk operationeel programma geschieden in de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020 in jaarlijkse tranches. Het besluit van de Commissie tot vaststelling van het operationeel programma vormt het financieringsbesluit in de zin van artikel 84 , lid 2, van het Financieel Reglement en vormt na kennisgeving aan de betrokken lidstaat een juridische verbintenis in de zin van dat reglement. |
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 45 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
1. Vanaf 2015 tot en met 2022 dienen de aangewezen instanties elk jaar uiterlijk op 15 februari van het jaar volgend op het einde van het boekjaar overeenkomstig artikel 56 van het Financieel Reglement de volgende documenten en informatie bij de Commissie in: |
1. Vanaf 2015 tot en met 2022 dienen de aangewezen instanties elk jaar uiterlijk op 15 februari van het jaar volgend op het einde van het boekjaar overeenkomstig artikel 59 van het Financieel Reglement de volgende documenten en informatie bij de Commissie in: |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 48 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De beheersautoriteit zorgt ervoor dat alle ondersteunende documenten over concrete acties gedurende drie jaar op verzoek aan de Commissie en de Europese Rekenkamer ter beschikking worden gesteld. Deze termijn van drie jaar gaat in op 31 december van het jaar waarin de rekeningen overeenkomstig artikel 47 door de Commissie worden goedgekeurd of uiterlijk op de datum waarop het eindsaldo wordt betaald. |
1. De beheersautoriteit zorgt ervoor dat alle ondersteunende documenten over concrete acties gedurende vijf jaar op verzoek aan de Commissie en de Europese Rekenkamer ter beschikking worden gesteld. Deze termijn van vijf jaar gaat in op de datum waarop het eindsaldo wordt betaald. |
|
In geval van gerechtelijke of administratieve procedures of op een met redenen omkleed verzoek van de Commissie wordt deze termijn van drie jaar geschorst. |
In geval van gerechtelijke of administratieve procedures of op een met redenen omkleed verzoek van de Commissie wordt deze termijn van vijf jaar geschorst. |
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 60 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 60 bis |
|
|
Overgangsbepalingen |
|
|
De Commissie en de lidstaten zorgen er door middel van overgangsbepalingen voor dat activiteiten die in aanmerking komen voor steun, van start kunnen gaan op 1 januari 2014, al zijn de operationele programma’s nog niet ingediend. |
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 61
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
(1) De zaak werd terugverwezen voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde Commissie uit hoofde van artikel 57, lid 2, tweede alinea, van het Reglement (A7-0183/2013).