This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012JC0018
JOINT COMMUNICATION TO THE COUNCIL JOINT EU-CARIBBEAN PARTNERSHIP STRATEGY
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN DE RAAD GEZAMENLIJKE STRATEGIE VOOR EEN PARTNERSCHAP TUSSEN DE EU EN HET CARIBISCH GEBIED
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN DE RAAD GEZAMENLIJKE STRATEGIE VOOR EEN PARTNERSCHAP TUSSEN DE EU EN HET CARIBISCH GEBIED
/* JOIN/2012/018 final */
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN DE RAAD GEZAMENLIJKE STRATEGIE VOOR EEN PARTNERSCHAP TUSSEN DE EU EN HET CARIBISCH GEBIED /* JOIN/2012/018 final */
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN DE RAAD GEZAMENLIJKE STRATEGIE VOOR EEN PARTNERSCHAP
TUSSEN DE EU EN HET CARIBISCH GEBIED INLEIDING Op de top van de EU en het Cariforum[1] in mei
2010 in Madrid zijn staatshoofden en regeringsleiders overeengekomen om te
werken aan een gezamenlijke strategie voor een partnerschap tussen de EU en het
Caribisch gebied. Op de top werden voor de strategie vijf kerngebieden
vastgesteld: regionale integratie, wederopbouw van Haïti, klimaatverandering en
natuurrampen, criminaliteit en veiligheid, en gezamenlijk optreden op
multilaterale fora. Een gezamenlijke werkgroep, waarvan de Europese Dienst voor
extern optreden (EDEO), de diensten van de Commissie en vertegenwoordigers van
de lidstaten van de EU en de landen van het Cariforum deel uitmaken, heeft dit
document opgesteld op basis van het door de staatshoofden in Madrid
overeengekomen plan. De EU en het Caribisch gebied hebben een lange
gemeenschappelijke geschiedenis achter zich en delen een groot aantal
gemeenschappelijke waarden. De EU is ook fysiek een onderdeel van het Caribisch
gebied door haar regio’s, landen en gebieden overzee. De twee regio’s zetten
zich in voor wereldvrede, vooruitgang en welvaart en voor de democratie en de
rechtsstaat. De EU is en blijft voor het Caribisch gebied een betrouwbare
ontwikkelingspartner, die de regio in haar streven naar duurzame ontwikkeling
belangrijke steun heeft geboden. De betrekkingen worden momenteel ondersteund
door de overeenkomst van Cotonou, de economische partnerschapsovereenkomst
tussen de Cariforum-staten en de EU en de biregionale politieke dialoog. Deze
instrumenten worden aangevuld door andere kaders voor regionale samenwerking
waaraan de EU en het Caribisch gebied deelnemen, zoals het partnerschap van de
EU met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. De gezamenlijke strategie waarvan hier het
ontwerp wordt gepresenteerd, beoogd de wederzijdse betrekkingen een nieuwe
dimensie te geven, door het voor de EU en de Caribische landen mogelijk te
maken de dialoog te verdiepen en hun samenwerking te structureren, zodat wij
samen de uitdagingen en mogelijkheden van de 21e eeuw tegemoet kunnen treden. De
uitgangspunten van de gezamenlijke strategie zijn gezamenlijke inbreng,
wederzijdse verantwoording en solidariteit, gezamenlijk beheer en gedeelde
verantwoordelijkheid. De strategie geeft uiting aan de gehechtheid van zowel
het Cariforum als de EU aan de beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest
van de Verenigde Naties en het internationale recht, waaronder met name de
eerbiediging en bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden,
de rechtsstaat en democratisch bestuur. Met deze mededeling wordt de goedkeuring
van de Raad gevraagd voor de voorgestelde “gezamenlijke strategie voor een
partnerschap tussen de EU en het Caribisch gebied”. 1. THEMA
I: REGIONALE INTEGRATIE EN SAMENWERKING IN HET CARIBISCH GEBIED
IN RUIME ZIN 1.1. OVERZICHT Er zijn in het Caribisch gebied mogelijkheden
voor verdere groei door middel van handel, investeringen en toerisme en door
ontwikkeling van nichemarkten en andere economische kansen. Er moeten echter
ook hardnekkige problemen worden overwonnen. Door de mondialisering hebben veel
kleine en kwetsbare ontwikkelingslanden, zoals die in het Caribisch gebied,
moeite om volledig te participeren in de zeer competitieve wereldeconomie. Regionale integratie en samenwerking worden
gezien als de beste manier om in het Caribisch gebied menselijke en sociale
vooruitgang te bereiken en duurzame ontwikkeling voor de lange termijn tot
stand te brengen. De Caribische Gemeenschap (Caricom) en de Organisatie van
Oost-Caribische staten (OECS) zijn de twee belangrijkste organisaties voor
regionale samenwerking. Het Cariforum[2]
faciliteert regionale samenwerking, net als de associatie van de EU met haar
landen en gebieden overzee (LGO). De EU blijft op basis van haar eigen ervaring
een actieve partner die regionale integratie en samenwerking ondersteunt om de
verwezenlijking van de ontwikkelingsdoelstellingen in het Caribisch gebied te
versnellen en te stroomlijnen. De economische partnerschapsovereenkomst tussen
het Cariforum en de EU brengt een handelspartnerschap tot stand, dat gericht is
op een sterker concurrentievermogen, economische groei en ontwikkeling en steun
verleent voor regionale integratie in het Caribisch gebied en deelname aan het
wereldwijde handelsstelsel. 1.2. DOELSTELLINGEN Zowel het Caribisch gebied als de EU heeft
zich ertoe verbonden regionale integratie en samenwerking te bevorderen, omdat
dit bijzonder doeltreffende middelen zijn om de kwetsbaarheid aan te pakken
waarmee een groep van voornamelijk kleine eilandstaten te kampen heeft. Beide
partijen hebben specifieke gebieden voor strategische samenwerking aangewezen
om verdergaande regionale integratie en samenwerking te ondersteunen en daardoor
duurzame economische en menselijke ontwikkeling te bevorderen. De
samenwerkingsgebieden omvatten onder meer: ·
versterking van de processen van regionale
integratie en samenwerking in het Caribisch gebied, ook met aangrenzende
overzeese departementen en gebieden van de EU en buurlanden in Centraal- en
Zuid-Amerika; ·
tenuitvoerlegging van de eengemaakte Caribische
markt en economie en van de economische unie van de OECS; ·
effectieve tenuitvoerlegging van de economische
partnerschapsovereenkomst tussen de EU en het Cariforum, met nadruk op de
kansen die daardoor geboden worden aan bedrijven van het Caribisch gebied; ·
stimulering van een gezond economisch en
investeringsklimaat in het Caribisch gebied, door de integratie van regionale
markten en concurrentie op internationaal niveau te bevorderen; ·
ontwikkeling van het bedrijfsleven door
particuliere investeringen in met name de dienstensector, inclusief financiële
diensten, toerisme en de cultuurbedrijfstak, de agro-industrie en de
productiesector; stimulering van innovatie, informatie, communicatie en
technologie en concurrentie; ·
ontwikkeling van infrastructuurnetwerken om de
intraregionale en internationale handel te vergemakkelijken; ·
diversificatie, koppeling en continuïteit van de
energievoorziening; ·
stimulering van groene economische groei met
specifieke steun voor inspanningen om de biodiversiteit in stand te houden, met
inachtneming van het belang van de watervoorraden, het toerisme, de
landbouwsector en de sector bio-onderzoek; ·
ontwikkeling van vaardigheden in het onderwijs door
opleiding en samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie; ·
een regionale aanpak van voedselzekerheid en
gezondheid; ·
bevordering van armoedevermindering, sociale
cohesie, sociale dialoog, ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld, met
inbegrip van de sociale partners, non-discriminatie en gendergelijkheid,
bevordering van fatsoenlijk werk en internationaal erkende arbeidsnormen en
sterkere betrokkenheid van jongeren bij de nationale ontwikkeling. 1.3. GEZAMENLIJKE ACTIE De partners zijn voornemens een langlopend
programma voor gezamenlijke actie uit te voeren, gericht op groei en duurzame
ontwikkeling en de aanpak van gemeenschappelijke uitdagingen, met bijzondere
nadruk op regionale integratie en samenwerking. De gezamenlijke acties in deze context kunnen
inhouden: ·
een geïntensiveerde en inclusieve politieke en
beleidsdialoog tussen de EU en het Caribisch gebied over vraagstukken van
gemeenschappelijk belang voor beide regio’s en mondiale problematiek; ·
maatregelen die bijdragen tot de coherentie van de
diverse integratie- en samenwerkingsregelingen waarbij het Caribisch gebied
betrokken is, waaronder ACS-EU-partnerschap, het samenwerkingsmechanisme
EU-Latijns-Amerika en de associatie van de landen en gebieden overzee met de
EU; ·
maatregelen die tot diepgaander regionale
integratie en samenwerking bijdragen, inclusief versterking van de
institutionele capaciteit van regionale instellingen in het Caribisch gebied,
en op nationaal niveau tot bevordering van de formulering, tenuitvoerlegging en
permanente follow-up van het beleid dat op regionaal niveau wordt gevoerd; ·
steun aan inspanningen op het gebied van
institutionele consolidatie op regionaal en subregionaal niveau; ·
programma’s die bijdragen tot de doeltreffende
uitvoering van de economische partnerschapsovereenkomst tussen het Cariforum en
de EU, de eengemaakte markt en economie van Caricom (CSME) en de economische
unie van de OECS en versterking van de banden tussen het Cariforum en de landen
en gebieden overzee en overzeese regio’s van de EU, met name op het gebied van
handel en energie; ·
maatregelen die tot een gezond economisch en
investeringsklimaat bijdragen en de productieve vermogens in het Caribische
gebied stimuleren: ·
ontwikkeling van de industrie- en exportstrategie; ·
onderzoek, ontwikkeling en opleiding op het gebied
van innovatie, wetenschap en technologie; ·
versterking van het concurrentievermogen en
bevordering van innovatie; ·
regionale ontwikkeling van de bedrijfssector, met
bijzondere nadruk op het regionale midden- en kleinbedrijf; ·
energie, met bijzondere nadruk op hernieuwbare
energie; ·
interconnectiviteit, vervoer en communicatie- en
informatietechnologie; ·
bijdragen tot de bevordering van fatsoenlijk werk
en de internationaal erkende arbeidsnormen, teneinde menselijke ontwikkeling,
sociale cohesie en economische groei te ondersteunen; ·
bijdragen tot de ontwikkeling van een breed
Caribisch kader voor een doeltreffende regionale gezondheidsstrategie; ·
werken aan de ontwikkeling van een strategie voor
voedselzekerheid, ‑kwaliteit en ‑diversiteit in het Caribisch
gebied, met gebruikmaking van nieuwe technologieën ter verbetering van de
productiviteit en het concurrentievermogen. 2. THEMA II: WEDEROPBOUW VAN EN
INSTITUTIONELE STEUN AAN HAÏTI 2.1. OVERZICHT Op 12 januari 2010
werd Haïti getroffen door een verwoestende aardbeving, een van de zwaarste van
de moderne tijd. Naar schatting 250 000 mensen kwamen om het leven en 1,5
miljoen mensen werden dakloos. De aardbeving bracht zware schade toe aan de
sociale en economische infrastructuur. De bestaande problemen van het land,
zoals armoede, onveiligheid, milieuschade en kwetsbaarheid voor rampen, werden
door de ramp nog verergerd. Haïti staat op de 145e plaats van de 162 landen op
de VN-index voor menselijke ontwikkeling 2009. Vanwege de omvang van de problemen van Haïti
neemt het land een prioritaire plaats in binnen deze gezamenlijke strategie
voor een partnerschap tussen de EU en het Caribisch gebied. De lessen die zijn
getrokken, met name wat rampenparaatheid en kwetsbaarheidsvermindering betreft,
zijn voor het hele Caribische gebied relevant. 2.2. DOELSTELLINGEN Dankzij aanzienlijke
humanitaire hulp van de EU en de Caribische landen herstelt Haïti zich van de
meest urgente problemen. Het land staat echter nog steeds voor enorme
uitdagingen op het gebied van de wederopbouw en op economisch en sociaal
gebied. Consolidatie van de democratische instellingen, verbetering van het
bestuur, vermindering van armoede en sociale ongelijkheid en consolidatie van
de overheidsdiensten blijven geduchte problemen, waarvoor de EU en de
Caribische landen aanzienlijke aanvullende steun zouden kunnen bieden in
samenwerking met de Haïtiaanse regering en andere internationale donoren. Er
zijn ook mogelijkheden om de integratie van Haïti in de Caribische regionale
context te verbeteren. De gezamenlijke programmering van het EOF draagt bij tot
een grotere rol voor Haïti bij de samenwerking binnen het Caribisch gebied en
stimuleert een grotere participatie in het proces van regionale integratie. 2.3. GEZAMENLIJKE ACTIE De gezamenlijke acties van het Cariforum en de
EU in deze context kunnen inhouden: ·
coördinatie, met gebruikmaking van de bestaande
structuren voor donorcoördinatie, van maatregelen ter ondersteuning van de
wederopbouw van Haïti, en ontwikkeling van gezamenlijke acties door Cariforum
en EU op basis van de gezamenlijke EU-programmering voor Haïti; ·
inzetten van geschikte samenwerkingsinstrumenten in
het kader van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en het EU-LAC-proces; ·
ondersteuning van de werking en de consolidatie van
de Haïtiaanse democratie met vrije, transparante en geloofwaardige
verkiezingen, eerbiediging en bevordering van de mensenrechten en de
rechtsstaat, justitiële hervormingen, versterking van het maatschappelijk middenveld
en spoedmaatregelen ter bestrijding van corruptie; ·
maatregelen voor volledige deelname van Haïti aan
de economische partnerschapsovereenkomst tussen het Cariforum en de EU en de
Caribische eengemaakte markt en economie (CSME), alsmede de opbouw van institutionele
capaciteit in Haïti; ·
maatregelen inzake rampenparaatheid en
risicobeperkingsstrategieën, inclusief de ontwikkeling van mechanismen zoals
regionale bouwvoorschriften om de regio beter in staat te stellen de gevolgen
van natuurrampen te verminderen; ·
ontwikkeling van mechanismen voor risico-overdracht
en financiering van risicovermindering, zoals de verzekeringsfaciliteit voor
rampenrisico in het Caribisch gebied (CCRIF) en de toepassing van goede
praktijken bij het Caribische Bureau voor rampenbeheersing (CDEMA) en andere
Caribische instellingen op het gebied van rampenbeheersing. 3. THEMA III: KLIMAATVERANDERING EN
NATUURRAMPEN 3.1. OVERZICHT Klimaatverandering en
de gevolgen daarvan vormen een belangrijke hindernis voor ontwikkeling en voor
de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen. De Caribische landen zijn
voor een groot deel kleine insulaire ontwikkelingslanden met laaggelegen
kustgebieden, en zijn daardoor bijzonder kwetsbaar voor de gevolgen van het
stijgen van de zeespiegel, waardoor kustgemeenschappen, kustinfrastructuur en
de drinkwatervoorziening worden bedreigd. De stijging van de temperatuur en de
zuurtegraad van het zeewater als gevolg van broeikasgassen brengen ernstige
schade toe aan de koraalriffen, waardoor de mariene biodiversiteit in de regio
wordt aangetast. De meeste Caribische landen zijn door hun
geringe omvang ook kwetsbaarder voor de gevolgen van natuurrampen. Eén orkaan
kan de economische basis van een heel land vernietigen, met inbegrip van de
infrastructuur en alle belangrijke bronnen van economische activiteit en
inkomen, waardoor de al beperkte financiële middelen nog meer onder druk komen
te staan. De problemen worden nog verergerd door de afgelegen geografische
ligging, die een hindernis vormt voor de verbreding en consolidatie van de
economische basis van deze landen. 3.2. DOELSTELLINGEN De EU en de lidstaten van het Cariforum werken
als ondertekenaars van het Kyoto-protocol samen om de onderhandelingen over
klimaatverandering te bevorderen, en ontwikkelen beleid om de gevolgen van
klimaatverandering en milieuschade terug te dringen. Zij hebben er allemaal
belang bij dat er een alomvattende, eerlijke en juridisch bindend resultaat
komt op basis van het VN-kaderverdrag inzake klimaatverandering. De lidstaten
van het Cariforum en de EU zullen zich blijven inspannen voor een ambitieuze
internationale klimaatovereenkomst. Natuurrampen zoals orkanen en aardbevingen
kunnen niet worden voorkomen, maar er kan veel worden gedaan om het risico te
verminderen en de gevolgen te beperken, door de oorzaak van de kwetsbaarheid
aan te pakken en de capaciteit te vergroten om de gevolgen te beheersen. Er
zijn vijf prioriteitsgebieden voor de samenwerking vastgesteld: ·
aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering
zonder afbreuk te doen aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstelling
voor ontwikkeling; ·
versterking van de rampenpreventie en de uitvoering
van risicobeperkende maatregelen, verbetering van de monitoring,
situatie-inzicht, beoordeling en systemen voor vroegtijdige waarschuwing inzake
rampenbeheersing en ‑respons; ·
bestrijding van ontbossing door duurzaam bosbeheer;
·
bevordering van de deelname aan de mondiale
koolstofmarkt door middel van het mechanisme voor schone ontwikkeling; ·
integratie van klimaatverandering in de
inspanningen om armoede te bestrijden; 3.3. GEZAMENLIJKE ACTIE De gezamenlijke acties van het Cariforum en de
EU op dit gebied, overeenkomstig de doelstellingen van het wereldwijde
bondgenootschap tegen klimaatverandering (GCCA) en het EU-LAC-actieplan van
Madrid, kunnen inhouden: ·
intensivering van de samenwerking bij
internationale onderhandelingen, onder meer door regelmatig overleg en
gezamenlijke initiatieven om de totstandkoming van een internationale
klimaatovereenkomst in het kader van het VN-Raamverdrag inzake
klimaatverandering na 2012 te bevorderen; ·
ondersteuning van een alomvattende aanpak van
klimaatverandering door prioriteit te geven aan aanpassings- en
effectbeperkende maatregelen, met name door geschikte toepassing van de
beginselen van groene groei en toegang tot hernieuwbare energie; ·
versterking van de regionale capaciteit voor
rampen- en noodrespons, met bijzondere nadruk op aanpassing, beperking van het
rampenrisico, interoperabiliteit, monitoring, situatie-inzicht en systemen voor
vroegtijdige waarschuwing. In dit verband moet ook aandacht worden besteed aan
het verband tussen maatregelen voor de korte termijn en die voor de lange
termijn; ·
integratie van het beleid inzake klimaatverandering
in het nationale en regionale ontwikkelingsbeleid en de nationale en regionale
ontwikkelingsstrategieën en in samenwerkings- en partnerschapsovereenkomsten; ·
zorgen dat de kwetsbaarheid van kleine insulaire
ontwikkelingslanden en landen met laaggelegen kustgebieden hoog op de mondiale
ontwikkelingsagenda blijft staan, ook in het kader van de
ACS-EG-partnerschapsovereenkomst en het EU-LAC-proces; ·
aanmoediging van een grotere rol voor opleiding,
onderzoek en ontwikkeling, technologieoverdracht en ecologische innovatie; ·
erkenning van de Caribische Zee als speciaal gebied
met betrekking tot duurzame ontwikkeling en bevordering van de ondersteuning
van kaders om de kwetsbare ecosystemen en unieke biodiversiteit ervan te
beschermen. 4. THEMA IV: CRIMINALITEIT EN VEILIGHEID 4.1. OVERZICHT Transnationale criminele activiteiten, vooral
drugssmokkel en daarmee samenhangende criminaliteit, zijn voor de EU en het
Caribisch gebied een bron van toenemende bezorgdheid. Het Caribisch gebied is
een belangrijk doorvoergebied voor drugs vanuit Zuid- en Centraal-Amerika. Drugshandel
leidt tot enorme indirecte schade en vormt een grote belasting voor de
samenleving door corruptie te bevorderen, de rechtsstaat te ondermijnen en de
georganiseerde misdaad te bevorderen. De groei van drugshandel en drugsmisbruik
in de regio verzwakt de sociale structuur en leidt tot bendecriminaliteit. Het
grootschalig witwassen van crimineel geld verstoort de economie en ondermijnt
de inspanningen op het gebied van duurzame ontwikkeling. Deze situatie heeft
funeste gevolgen voor groeivooruitzichten, stabiliteit en ontwikkeling op de
lange termijn. Voor het Caribisch
gebied en de EU zijn de volgende punten specifiek van belang: ·
drugssmokkel en daarmee samenhangende
criminaliteit, waaronder bendegeweld en witwassen; ·
de illegale handel in handvuurwapens en lichte
wapens; ·
de gevolgen van criminaliteit voor de veiligheid
van de bevolking in de Caribische samenlevingen; ·
de sociale en veiligheidsproblemen die ontstaan
doordat criminelen worden teruggestuurd vanuit het buitenland naar het Caribisch
gebied; ·
mensensmokkel en ontvoering; ·
onvoldoende capaciteit voor grenscontroles aan de
zeegrenzen en inzake het luchtverkeer; ·
niet-naleving van de internationale normen in de
financiële sector. 4.2. DOELSTELLINGEN De samenwerking ter bestrijding van criminele
netwerken behoort tot de prioriteiten van de gezamenlijke strategie. Het is in
dit verband van bijzonder belang de samenwerking te versterken en capaciteit op
te bouwen op gebieden als politie, justitiële procedures en uitwisseling van
inlichtingen. Evenzeer moeten de diepere oorzaken van criminaliteit en de
sociale impact worden aangepakt. De EU en het Caribisch
gebied werken samen bij de bestrijding van drugs in het kader van het
EU-LAC-coördinatie- en samenwerkingsmechanisme inzake drugs. Voor gemeenschappelijke
actie in dit verband zijn prioriteiten vastgesteld bij het Panama-actieplan en
tevens in 2007 in Port of Spain. De samenwerking tussen het Caribisch gebied en
de EU bij de bestrijding van criminaliteit moet zich tevens uitstrekken tot
samenwerking binnen de desbetreffende VN-organen, Interpol, de Organisatie van
Amerikaanse Staten en Europol en bovendien de uitwisseling van informatie en
beproefde werkmethoden omvatten. 4.3. GEZAMENLIJKE ACTIE De samenwerking op veiligheidsgebied tussen
het Cariforum en de EU is gebaseerd op de beginselen van gedeelde
verantwoordelijkheid van de landen van productie, doorvoer en consumptie van
drugs. Zij is gericht op de ontwikkeling van een geïntegreerde en evenwichtige
aanpak. De gezamenlijke acties van het Cariforum en de
EU in deze context kunnen inhouden: ·
steun voor de totstandkoming van een regiobrede
strategie voor de bestrijding van criminaliteit, onveiligheid, drugssmokkel,
financiële criminaliteit, enzovoort; ·
hernieuwde inspanningen voor de uitvoering van de
prioriteiten van Port of Spain inzake controles in de kwetsbaarste havens, uitwisseling
van inlichtingen betreffende de controle op precursoren, programma’s voor de
aanpak van de dieper liggende oorzaken van misdaad en criminaliteit, en
terugdringing van de vraag, alsmede stimulering van de naleving van de
aanbevelingen van de Financial Action Task Force van de OESO en intensievere
samenwerking tussen regionale en internationale instanties, waaronder het
VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC); ·
capaciteitsopbouw voor het grensbeheer, inclusief
uitwisseling van deskundigen en verlening van technische bijstand; ·
volledige uitvoering van het VN-actieprogramma ter
voorkoming, bestrijding en uitroeiing van de illegale handel in handvuurwapens
en lichte wapens, waarbij de maritieme samenwerking prioriteit heeft, alsmede
uitwisseling van informatie en verdere uitbouw van de operationele samenwerking
tussen belanghebbende actoren in het Caribisch gebied en de EU-lidstaten; ·
ondersteuning van capaciteitsopbouw bij het
justitiële apparaat en justitiële hervormingen met het oog op de bestrijding
van transnationale criminaliteit. 5. THEMA
V: GEZAMENLIJK OPTREDEN OP BIREGIONALE EN MULTILATERALE FORA INZAKE MONDIALE
VRAAGSTUKKEN 5.1. OVERZICHT Het Caribisch gebied en de EU staan voor een
aantal gemeenschappelijke uitdagingen en hebben gemeenschappelijke zorgen. Zij
willen daarom gecoördineerd samenwerken om op internationaal niveau
gezamenlijke antwoorden te vinden. Om mondiale vraagstukken op biregionale en
multilaterale fora aan te pakken vinden nu al op verschillende niveaus een
politieke dialoog en overleg plaats, zoals bleek op de recente COP
17-conferentie in Durban. Het Cariforum en de EU vertegenwoordigen samen
42 landen. Als de twee regio’s vaker overleggen, hun standpunten onderling
beter afstemmen en de coördinatie verbeteren, kunnen zij een beslissender stem
hebben bij onderwerpen van wederzijds belang zoals de bevordering van de
mensenrechten, de democratische waarden en democratisch bestuur, de hervorming
van de Verenigde Naties en het internationale financiële stelsel en de
internationale financiële instellingen, een gecoördineerde respons op de
wereldwijde financiële en economische crisis, de verwezenlijking van de
millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de afronding van de
ontwikkelingsagenda van Doha. 5.2. DOELSTELLINGEN De partners intensiveren hun dialoog over
mondiale vraagstukken om samenwerkingsgebieden vast te stellen,
gemeenschappelijke standpunten af te spreken en gezamenlijk specifieke
initiatieven en acties te ondernemen. Beide partners wensen een systeem van
effectief multilaterisme met sterke, representatieve en legitieme instellingen
te bevorderen en in stand te houden. Als zij hun beleid beter coördineren en
meer informatie uitwisselen, kunnen zij samen meer gewicht in de schaal leggen
bij overleg en derden bewust maken van vraagstukken van wederzijds belang. De landen van de EU en het Cariforum streven
naar onderlinge coördinatie in multilaterale instellingen waarvan zij lid zijn
(zoals de Verenigde Naties, de internationale financiële instellingen en de
WTO) en houden in internationale groeperingen en organisaties waarvan een van
de partners lid is (zoals de G8, de G20 en de Alliantie van kleine eilandstaten
(AOSIS)) waar mogelijk rekening met de belangen en zorgen van de andere partij. 5.3. GEZAMENLIJKE ACTIE Door middel van beleid en politieke dialoog
zullen de twee regio’s overleg voeren over aangelegenheden van breder belang en
mogelijke gemeenschappelijke standpunten vaststellen en gezamenlijk streven
naar uitvoering van gedeelde prioriteiten. De gezamenlijke acties in deze context kunnen
inhouden: ·
samenwerking ter bevordering van de mensenrechten,
de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, met inbegrip van
vrije en eerlijke verkiezingen en de bestrijding van corruptie, witwassen,
terrorismefinanciering, georganiseerde misdaad en belastingontduiking; ·
samenwerking ter bevordering van hervorming van het
VN-stelsel om de representativiteit, de transparantie, de
verantwoordingsplicht, de efficiëntie en de doeltreffendheid van de VN te
versterken en de Veiligheidsraad ingrijpend te hervormen; ·
formulering, indien mogelijk, van
gemeenschappelijke regionale standpunten binnen het VN-stelsel en de
internationale financiële instellingen en streven naar ondersteuning van
elkaars initiatieven; ·
bijdragen tot de modernisering van het IMF en de
Wereldbank om deze meer af te stemmen op de veranderende wereldeconomie door
een sterkere vertegenwoordiging van dynamische markten in opkomst en
ontwikkelingslanden; ·
aanpakken van structurele hervormingen ter
versterking van regelgeving en toezicht, ter bevordering en instandhouding van
de wereldwijde vraag en ter bevordering van de werkgelegenheid in biregionaal
verband door middel van de overeenkomst van Cotonou en de economische
partnerschapovereenkomst en in de Wereldbank, het IMF, de G8 en de G20; ·
ontwikkeling van instrumenten ter versterking van
de financiële vangnetten, waardoor kwetsbare landen worden geholpen om plotselinge
externe schokken beter op te vangen; ·
overeenkomstig hun verbintenis tot een op regels
gebaseerd multilateraal handelsstelsel, in het kader waarvan zij handel als een
belangrijke motor voor groei en ontwikkeling beschouwen, zullen de partners
regelmatig overleggen en een actieve multilaterale onderhandelingsagenda
onderhouden met het oog op onderhandelingen met alle betrokkenen om de
ontwikkelingsronde van Doha tot een succesvol, ambitieus, alomvattend en
evenwichtig einde te brengen, dat voortbouwt op de reeds bereikte resultaten; ·
voortzetting van de inspanningen om het mondiale
concurrentievermogen van ontwikkelingslanden, met name kleine en kwetsbare
economieën, te versterken. 6. UITVOERINGSREGELINGEN
EN MONITORINGMECHANISMEN 6.1. WIJZE VAN UITVOERING Bij het partnerschap wordt een groot aantal
institutionele en niet-institutionele actoren in de EU en in het Caribisch
gebied op regionaal, nationaal en plaatselijk niveau betrokken, die het
partnerschap ook zullen uitvoeren. Voor de doeltreffende uitvoering zullen alle
landen van het Cariforum en alle lidstaten en instellingen van de EU
gezamenlijk verantwoordelijk zijn. De overeengekomen gezamenlijke acties moeten
daarom complementair zijn met en worden uitgevoerd binnen de
samenwerkingsovereenkomstenovereenkomsten, ‑structuren en ‑instrumenten
die tussen het Caribisch gebied en de EU reeds van kracht zijn, teneinde
synergie te bevorderen en overlapping te voorkomen. Het maatschappelijk middenveld,
niet-statelijke actoren en parlementen spelen een belangrijke rol bij de
uitvoering van de gezamenlijke strategie en worden daar met een inclusieve
dialoog bij betrokken. De tenuitvoerlegging
van de gezamenlijke strategie voor een partnerschap tussen de EU en het
Caribisch gebied worden waar nodig ondersteund met bestaande instrumenten,
zoals het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), het financieringsinstrument voor
ontwikkelingssamenwerking, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
(EFRO), het Caribisch Ontwikkelingsfonds, de thematische programma’s van de EU,
het stabiliteitsinstrument, het toekomstige partnerschapsinstrument, de
Caribische investeringsfaciliteit of de opvolgers daarvan, alsmede financiële
instellingen zoals de Europese Investeringsbank (EIB) en de Caribische
Ontwikkelingsbank. Waar dat nuttig en mogelijk is, worden deze instrumenten
aangevuld met andere bijdragen van de Cariforum-landen en EU-lidstaten. 6.2. MONITORINGMECHANISMEN De leiders van beide regio’s (waaronder alle
betrokken vertegenwoordigers van de instellingen van de EU en het Cariforum)
zullen op hun regelmatige ontmoetingen politieke richtsnoeren voor het
partnerschap blijven vaststellen. Op deze bijeenkomsten wordt de vooruitgang
geëvalueerd en worden nieuwe richtsnoeren voor de strategie en instructies voor
de verdere tenuitvoerlegging van het partnerschap gegeven, waarbij rekening
wordt gehouden met nieuwe mondiale uitdagingen en regionale vereisten. Ter aanvulling van de politieke dialoog zal
een in Brussel gevestigde gemengde Cariforum-EU-werkgroep de vorderingen
periodiek monitoren en evalueren en passende aanbevelingen doen. De werkgroep
zal bestaan uit ambtenaren van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO),
de Europese Commissie, lidstaten van het Cariforum en lidstaten van de EU. Deskundigen
van de landen en gebieden overzee en de ultraperifere gebieden kunnen waar
nodig bij de werkzaamheden worden betrokken. De werkgroep zal de leiders
regelmatig een voortgangsverslag doen toekomen. [1] De leden van het Cariforum zijn: Antigua en Barbuda, de Bahama’s,
Barbados, Belize, Cuba, Dominica, de Dominicaanse Republiek, Grenada, Guyana,
Haïti, Jamaica, Montserrat, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en
de Grenadines, Suriname en Trinidad en Tobago. [2] Het
Cariforum omvat alle lidstaten van Caricom (met uitzondering van Montserrat)
plus de Dominicaanse Republiek en Cuba (geen leden van Caricom).