This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52011DC0636
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS A COMMON EUROPEAN SALES LAW TO FACILITATE CROSS-BORDER TRANSACTIONS IN THE SINGLE MARKET
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EEN GEMEENSCHAPPELIJK EUROPEES KOOPRECHT OM GRENSOVERSCHRIJDENDE TRANSACTIES IN DE EENGEMAAKTE MARKT TE VERGEMAKKELIJKEN
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EEN GEMEENSCHAPPELIJK EUROPEES KOOPRECHT OM GRENSOVERSCHRIJDENDE TRANSACTIES IN DE EENGEMAAKTE MARKT TE VERGEMAKKELIJKEN
/* COM/2011/0636 definitief */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EEN GEMEENSCHAPPELIJK EUROPEES KOOPRECHT OM GRENSOVERSCHRIJDENDE TRANSACTIES IN DE EENGEMAAKTE MARKT TE VERGEMAKKELIJKEN /* COM/2011/0636 definitief */
1.
Achtergrond
Een van de belangrijkste verwezenlijkingen van
de Europese Unie is de eengemaakte markt van 500 miljoen consumenten. Op grond
van haar fundamentele vrijheden kunnen ondernemingen en burgers zich vrij
bewegen in een Unie zonder grenzen. Het gestaag terugdringen van belemmeringen
tussen EU-lidstaten heeft tot talrijke voordelen voor de burgers geleid, zoals
de vrijheid om in het buitenland te reizen, te studeren en te werken. De
burgers hebben in hun hoedanigheid van consumenten van een aantal economische
voordelen kunnen profiteren zoals lagere luchtvaarttarieven en roamingkosten
voor mobiele telefonie, en de mogelijkheid om een grotere verscheidenheid aan
producten te kopen. Handelaren hebben hun activiteiten over de grenzen kunnen
uitbreiden, door goederen te importeren of te exporteren, in het buitenland
diensten te verrichten of zich daar te vestigen. Op die manier profiteren zij
van de schaalvoordelen en de grotere commerciële mogelijkheden die de
eengemaakte markt biedt. Ondanks deze indrukwekkende successen blijven
er tussen de EU-lidstaten belemmeringen bestaan. Daardoor kunnen burgers en
ondernemingen niet steeds volledig profiteren van de eengemaakte markt en meer
in het bijzonder van grensoverschrijdende handel. Veel van die belemmeringen
vloeien voort uit verschillen tussen nationale rechtsstelsels. De verschillen
tussen de regelingen inzake overeenkomstenrecht van de 27 lidstaten van de EU
vormen een van de belangrijkste belemmeringen voor grensoverschrijdende handel.
Alle economische transacties zijn op
overeenkomsten gebaseerd. Daarom ervaren zowel handelaren als consumenten in
hun dagelijkse leven verschillen tussen de bepalingen inzake de sluiting of
ontbinding van een overeenkomst, inzake de rechtsmiddelen in geval van levering
van een gebrekkig product of inzake de rente die moet worden betaald in geval
van vertraagde betaling. Voor handelaren leiden deze verschillen tot extra
ingewikkeldheid en kosten, met name wanneer zij producten en diensten willen
uitvoeren naar verscheidene andere EU-lidstaten. Voor consumenten maken deze
verschillen het moeilijker om in een ander dan hun eigen land te winkelen, een
situatie die vooral wordt ervaren in de context van online kopen. ·
Moeilijkheden voor handelaren die te wijten zijn
aan het bestaan van verschillende regelingen inzake overeenkomstenrecht Het bestaan van belemmeringen in verband met
overeenkomstenrecht kan negatieve gevolgen hebben voor ondernemingen die
overwegen om grensoverschrijdend handel te drijven en kan hen ontmoedigen om
nieuwe markten te betreden. Zodra een handelaar besluit om in andere lidstaten
producten te verkopen aan consumenten of ondernemingen, wordt hij
geconfronteerd met een complexe juridische situatie die gekenmerkt wordt door
de verscheidenheid aan in de EU bestaande regelingen inzake
overeenkomstenrecht. Een van de eerste stappen is na te gaan welk recht van
toepassing is op de overeenkomst. Wanneer buitenlands recht van toepassing is,
moet de handelaar vertrouwd raken met de vereisten ervan, juridisch advies
inwinnen en eventueel de overeenkomst aan dat buitenlands recht aanpassen. Bij
onlinehandel is het ook mogelijk dat de handelaar zijn website moet aanpassen
aan dwingende vereisten die van toepassing zijn in het land van bestemming. Wat
de belemmeringen voor transacties tussen ondernemingen en consumenten betreft,
zetten handelaren de moeilijkheden om duidelijkheid te verkrijgen over de
bepalingen van buitenlands overeenkomstenrecht bovenaan; bij transacties tussen
ondernemingen onderling kregen deze belemmeringen de derde plaats[1]. Om het hoofd te bieden aan deze belemmeringen,
moeten transactiekosten worden gemaakt. Deze hebben de grootste gevolgen voor
kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), met name voor micro- en kleine
ondernemingen, omdat de kosten om verscheidene buitenlandse markten te
betreden, bijzonder hoog zijn in vergelijking met hun omzet. De
transactiekosten voor export naar een andere lidstaat kunnen oplopen tot 7% van
de jaarlijkse omzet van een kleinhandelaar. Deze kosten kunnen oplopen tot 26%
van zijn jaarlijkse omzet wanneer naar vier lidstaten wordt uitgevoerd[2]. Handelaren die wegens
belemmeringen in verband met overeenkomstenrecht worden ontmoedigd om
grensoverschrijdende transacties uit te voeren, lopen jaarlijks ten minste 26 miljard
euro mis aan intra-EU handel[3]. ·
Moeilijkheden voor consumenten die te wijten zijn
aan het bestaan van verschillende regelingen inzake overeenkomstenrecht 44 % van de
consumenten beweert dat onzekerheid over hun rechten hen ontmoedigt om in
andere EU-landen te kopen[4].
Hoewel een derde van de consumenten zou overwegen om online te kopen in een
ander EU-land wanneer er uniforme Europese regels zouden gelden[5], doet slechts 7 % dat momenteel[6]. Hun onzekerheid houdt vaak
verband met de bezorgdheid over wat zij kunnen doen als er iets fout loopt en
met onzekerheid over de aard van hun rechten wanneer zij in een ander land
kopen. Consumenten die zelfverzekerd zijn en proactief in de hele EU naar
producten op zoek gaan, met name online, wordt echter vaak verkoop of levering
door de handelaar geweigerd. Ten minste 3 miljoen consumenten hebben hiermee in
een periode van een jaar te maken gehad. In de praktijk mislukken pogingen om
online producten te kopen vaker dan dat zij slagen[7] in een grensoverschrijdende
context en eindigen zij dikwijls met een teleurstellende boodschap als “dit
product is niet beschikbaar voor uw land van verblijf”. Het is de ambitie van de Commissie om de
resterende belemmeringen voor grensoverschrijdende handel weg te nemen, door
handelaren te helpen bij hun transacties en grensoverschrijdend winkelen
gemakkelijker te maken voor consumenten. Er is aangetoond dat er 40% meer
bilaterale handel is tussen landen met rechtsstelsels die een
gemeenschappelijke oorsprong hebben, zoals het common law of de
Scandinavische rechtstraditie, dan tussen twee landen waarbij dat niet het
geval is[8].
In dit verband heeft de Europese Commissie een rechtsinstrument over Europees
overeenkomstenrecht opgenomen in haar Werkprogramma voor 2011,[9] waarop specifiek de aandacht
van het Europees Parlement werd gevestigd in een brief van voorzitter Jose
Manuel Barroso aan de voorzitter van Europees Parlement, Jerzy Buzek[10]. De noodzaak om de uit
verschillen in het overeenkomstenrecht voortvloeiende belemmeringen aan te pakken,
wordt specifiek erkend in de Europa 2020-strategie[11] en in een aantal andere
strategische documenten voor de EU. Het gaat onder meer om het Actieplan ter
uitvoering van het programma van Stockholm;[12] de Digitale Agenda
voor Europa[13]
die voorziet in een facultatief instrument inzake overeenkomstenrecht als een
van de belangrijkste acties om de digitale economie te bevorderen; de Evaluatie
van de "Small Business Act"[14]
die tot doel heeft de belemmeringen voor het groeipotentieel van kmo's aan te
pakken, inclusief die welke met het overeenkomstenrecht verband houden, en de Akte
voor de interne markt[15]
waarin de idee wordt geopperd van een rechtsinstrument dat grensoverschrijdende
transacties zou vergemakkelijken. Daarnaast werd in de Jaarlijkse
groeianalyse, die het begin aangaf van het eerste Europees Semester, het
potentieel onderstreept van een rechtsinstrument betreffende Europees
overeenkomstenrecht voor het bevorderen van de groei en de handel in de
eengemaakte markt[16].
Het Poolse voorzitterschap van de Raad van ministers heeft van de verdere
werkzaamheden inzake het Europees overeenkomstenrecht een prioriteit gemaakt
voor het tweede semester van 2011[17].
1.1.
Het huidige rechtskader
Het huidige rechtskader in de EU wordt
gekenmerkt door verschillen tussen de regelingen inzake overeenkomstenrecht van
de lidstaten. De EU-wetgeving bevat een aantal gemeenschappelijke regels die
vaak specifieke problemen aanpakken, maar zoals uit bijlage I blijkt,
behandelen deze geharmoniseerde bepalingen de meeste onderdelen van het overeenkomstenrecht
niet, en wanneer zij van toepassing zijn, laten zij de lidstaten meestal
aanzienlijke flexibiliteit om andere bepalingen toe te passen. In de
eengemaakte markt van Europa bestaat er geen uniform en alomvattend geheel van
bepalingen van overeenkomstenrecht dat door ondernemingen en consumenten kan
worden gebruikt in grensoverschrijdende handel. ·
Collisieregels Met het oog op meer rechtszekerheid in
grensoverschrijdende transacties, heeft de EU uniforme collisieregels vastgesteld.
De verordening Rome I inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen
uit overeenkomst geeft overeenkomstsluitende partijen de mogelijkheid te kiezen
welk recht op hun overeenkomst van toepassing is en te bepalen welk recht van
toepassing is wanneer een dergelijke keuze niet wordt gemaakt[18]. Naar hun aard kunnen
collisieregels de verschillen tussen regelingen inzake materieel
overeenkomstenrecht echter niet wegnemen. Op grond van deze regels kan alleen
het materiële recht worden bepaald dat op een grensoverschrijdende overeenkomst
van toepassing is wanneer meerdere verschillende nationale regelingen inzake
overeenkomstenrecht potentieel van toepassing zijn. Voorts schrijft artikel 6, lid 2, van de
verordening Rome I in geval van grensoverschrijdende overeenkomsten tussen een
onderneming en een consument ook voor dat handelaren die hun activiteiten
richten op het land van de woonplaats van de consument – daarvan kan
bijvoorbeeld sprake zijn bij het openen van een website in de taal van dat
land, bij een aanbod om in de munteenheid van de consument te verkopen of bij
het gebruik van een andere topniveau-domeinnaam dan in het land van de
handelaar wordt gebruikt – moeten voldoen aan het dwingende niveau van
consumentenbescherming in het land van de woonplaats van de consument. De
handelaar kan of het nationale recht van het land van de woonplaats van de
consument in zijn geheel toepassen of voor een ander recht kiezen, wat in de
praktijk waarschijnlijk zijn eigen recht zal zijn. Zelfs in het laatste geval
zal de handelaar echter toch nog ervoor moeten zorgen dat wordt voldaan aan de
dwingende bepalingen inzake consumentenbescherming van de nationale wetgeving
van de consument wanneer deze een hoger beschermingsniveau bieden. Als gevolg
daarvan is het mogelijk dat de standaardbepalingen en -voorwaarden van de
handelaar moeten worden aangepast aan de voorschriften van verschillende
landen. ·
Materiële rechtsregels De EU heeft een aantal belangrijke stappen
gezet om door de vaststelling van harmonisatiemaatregelen de verschillen in
materieel recht te verkleinen, met name op het gebied van consumentenrecht.
Deze harmonisatiemaatregelen zijn echter onvoldoende om de hele levenscyclus
van een overeenkomst te bestrijken en maken dus geen einde aan de noodzaak voor
een handelaar om rekening te houden met het stelsel van overeenkomstenrecht van
zijn land van bestemming. Bovendien zijn deze harmonisatiemaatregelen in
hoofdzaak beperkt tot transacties tussen ondernemingen en consumenten. In geval van overeenkomsten tussen ondernemingen
en consumenten (B2C) heeft het EU-rechtskader tot een
aanzienlijke verhoging van het niveau van consumentenbescherming geleid.
Ondanks de vooruitgang die bij het op een lijn brengen van nationale
wetgevingen is geboekt met de onlangs vastgestelde richtlijn
"consumentenrechten", is het duidelijk dat op het gebied van
consumenten- en overeenkomstenrecht de mate waarin "volledige harmonisatie"
kan worden nagestreefd, politiek beperkt is. Dit komt tot uitdrukking in het
feit dat de richtlijnen inzake oneerlijke bedingen en verhaalmiddelen bij koop[19], die de lidstaten in
verschillende mate laten voortbouwen op het geheel van geharmoniseerd recht,
door het Europees parlement en de Raad zijn gehandhaafd. In geval van overeenkomsten tussen
ondernemingen onderling (B2B) is de werkingssfeer van
de materiële regels die de EU heeft vastgesteld, zelfs nog beperkter dan bij
B2C-overeenkomsten het geval is; zij omvatten een paar specifieke onderwerpen
op het gebied van overeenkomstenrecht. De Richtlijn betreffende de bestrijding
van betalingsachterstand[20]
harmoniseert bijvoorbeeld de regels inzake vertragingsrente bij
betalingsachterstand, maar staat toe dat lidstaten strengere regels toepassen.
Op internationaal niveau werd bij het Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale
koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 1980 (hierna het
"Verdrag van Wenen" genoemd), voor B2B-overeenkomsten een geheel van
regels ingevoerd met een ruimere werkingssfeer. Het Verdrag van Wenen werd
echter niet door alle lidstaten geratificeerd en is niet van toepassing in het
Verenigd Koninkrijk, Ierland, Portugal en Malta. Het is niet op de hele
levenscyclus van een overeenkomst in al zijn aspecten van toepassing en bevat
(nu er binnen het VN-systeem geen verplichte rechtsmacht is die kan worden
vergeleken met de rechtsmacht waarover het Europese Hof van Justitie beschikt
met betrekking tot de eengemaakte markt van de EU) geen mechanisme dat zorgt
voor de uniforme toepassing ervan, aangezien verschillende nationale gerechten
het anders kunnen uitleggen. Slechts een klein aantal handelaren past het
Verdrag van Wenen toe[21].
1.2.
De noodzaak van maatregelen op Europees niveau
De EU heeft zich
al een decennium lang met Europees overeenkomstenrecht bezig gehouden. Met haar
mededeling van 2001 inzake Europees verbintenissenrecht[22] gaf de Commissie het startsein
voor een uitgebreide openbare raadpleging over de problemen die het gevolg zijn
van de verschillen tussen de nationale regelingen inzake overeenkomstenrecht
van de lidstaten. Op basis daarvan heeft de Commissie in 2003 een actieplan[23] opgesteld waarin werd
voorgesteld de kwaliteit en de coherentie van het Europees overeenkomstenrecht
te verbeteren door een gemeenschappelijk referentiekader vast te stellen met
gemeenschappelijke beginselen, terminologie en modelbepalingen dat de wetgever
van de Unie moet gebruiken bij het vaststellen of wijzigen van wetgeving. De Commissie heeft
vervolgens de werkzaamheden gefinancierd van een internationaal academisch
netwerk dat voorbereidend juridisch onderzoek uitvoerde. Dit onderzoek werd
eind 2008 afgerond en leidde tot de publicatie van het ontwerp voor een
gemeenschappelijk referentiekader[24]
als academische tekst[25].
Parallel hieraan werden ook onderzoekswerkzaamheden uitgevoerd door de
Association Henri Capitant des Amis de la Culture Juridique Française en de
Société de Legislation Comparée, die de Principes Contractuels Commun opstelden[26]. Op 1 juli 2010
startte de Commissie een zes maanden durende openbare raadpleging (groenboek)
over de verschillende manieren waarop het overeenkomstenrecht in de EU
coherenter kan worden gemaakt. In het groenboek werd een brede reeks van
verschillende beleidsopties voorgesteld. Deze omvatten een
"instrumentarium" met daarin coherente definities, beginselen en
modelbepalingen voor kwesties in verband met overeenkomstenrecht, een
verordening die alle nationale regelingen inzake overeenkomstenrecht zou
vervangen door één enkele Europese regeling, en het voorstel voor een
facultatief instrument in de EU dat voor partijen die daarvoor kiezen
beschikbaar zou zijn als alternatief voor bestaande nationale wetgevingen. De
Commissie ontving 320 reacties[27]
in het kader van deze raadpleging. Verschillende belanghebbenden hadden
waardering voor een "instrumentarium", terwijl voor optie 4 (een
facultatief instrument voor Europees overeenkomstenrecht) afzonderlijk dan wel
in samenhang met een "instrumentarium" steun kwam, mits de optie aan
bepaalde voorwaarden voldeed, namelijk een hoog niveau van
consumentenbescherming en duidelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van de
bepalingen. Voorafgaand
daaraan stelde de Commissie bij besluit van 26 april 2010[28] een deskundigengroep inzake
Europees overeenkomstenrecht in, die was samengesteld uit voormalige rechters,
beoefenaren van juridische beroepen en academici uit heel Europa. Op basis van
het tot dan toe verrichte onderzoek kreeg deze groep als taak een
haalbaarheidsstudie te verrichten inzake een mogelijk toekomstig instrument
voor Europees overeenkomstenrecht dat de belangrijkste aspecten omvat die zich
in de praktijk bij grensoverschrijdende transacties voordoen. Om een nauwe
interactie tussen het werk van de deskundigengroep en de door consumenten,
ondernemingen (met name kmo's) en de juridische beroepsgroep geïdentificeerde
behoeften te waarborgen, werd door de Commissie een groep van de voornaamste
belanghebbenden (de zogenoemde "klankbordgroep") ingesteld, die de
deskundigengroep van praktische informatie voorzag op het gebied van
gebruiksvriendelijkheid van de voor de haalbaarheidsstudie ontwikkelde regels.
De haalbaarheidsstudie werd op 3 mei 2011 gepubliceerd – als een
"instrumentarium om de verdere werkzaamheden van de EU-instellingen te
inspireren –, hetgeen heeft geleid tot een waardevolle inbreng van
belanghebbende en juridische deskundigen. De meerderheid van de 120 bijdragen
die van belanghebbende partijen werden ontvangen, concentreerde zich grofweg
rond drie hoofdpunten in verband met het voorstel: de gebruiksvriendelijkheid
ervan, de balans tussen ondernemersbelangen en consumentenbelangen en
rechtszekerheid. De Commissie hield met veel van de suggesties rekening, hetgeen
het voorstel verder verbeterde en versterkte. De Commissie vroeg de
belanghebbenden ook of digitale inhoud in het voorstel moest worden opgenomen.
De meerderheid van de respondenten antwoordde daarop in positieve zin. Het Europees Parlement heeft de werkzaamheden
in verband met Europees overeenkomstenrecht al sinds vele jaren ondersteund[29]. In juni 2011 heeft het
Parlement naar aanleiding van het groenboek van de Commissie met een viervijfde
meerderheid zijn steun gegeven aan voor de hele EU geldende facultatieve regels
inzake overeenkomstenrecht die grensoverschrijdende transacties vereenvoudigen
(optie 4 van het groenboek)[30].
Het Europees Economisch en Sociaal Comité heeft ook een advies aangenomen ten
gunste van een nieuw facultatief geavanceerd stelsel inzake overeenkomstenrecht[31].
2.
Een facultatief gemeenschappelijk Europees kooprecht
2.1.
Werking van het gemeenschappelijk Europees
kooprecht
Na de uitgebreide raadpleging van de
belanghebbenden en op basis van een effectbeoordeling heeft de Commissie
besloten om met een voorstel te komen voor een verordening van het Europees
Parlement en de Raad inzake een gemeenschappelijk Europees kooprecht. Dit
voorstel is bedoeld als bijdrage tot het vergroten van de groei en de handel
binnen de interne markt op basis van vrijheid van overeenkomst en een hoog
niveau van consumentenbescherming en in overeenstemming met het
subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel. Het voorstel integreert het
door de deskundigengroep inzake Europees overeenkomstenrecht en de
"klankbordgroep" van belanghebbenden ontwikkelde instrumentarium,
daarbij rekening houdend met de ontvangen inbreng ter zake van belanghebbenden
en deskundigen. Het voorstel van de Commissie voor een
gemeenschappelijk Europees kooprecht voorziet in een alomvattend geheel van
uniforme bepalingen van overeenkomstenrecht die de hele levenscyclus van een
overeenkomst bestrijken en die als een "secundaire regeling" van overeenkomstenrecht
deel zouden uitmaken van het nationale recht van elke lidstaat. Deze
"secundaire regeling" is zorgvuldig toegesneden op de overeenkomsten
die voor grensoverschrijdende handel het meest relevant zijn en ten aanzien
waarvan de noodzaak van een oplossing voor de vastgestelde belemmeringen het
meest duidelijk is. Het heeft de volgende kenmerken. Een voor alle lidstaten gelijke regeling
inzake overeenkomstenrecht. Het gemeenschappelijk
Europees kooprecht zal een "secundaire regeling" van
overeenkomstenrecht zijn die in elke lidstaat identiek is. Het zal voor de
gehele EU gemeenschappelijk zijn. Een facultatieve regeling. Het zal vrij staan al dan niet voor het gemeenschappelijk Europees
kooprecht te kiezen. In overeenstemming met het beginsel van vrijheid van
overeenkomst, is een handelaar vrij om ervoor te kiezen een overeenkomst op
basis van deze regeling (opt-in-systeem) aan te bieden dan wel zich aan het
bestaande nationale overeenkomstenrecht te houden. Ondernemingen noch
consumenten zijn verplicht om een overeenkomst op basis van het
gemeenschappelijk Europees kooprecht te sluiten. Nadruk op "koopovereenkomsten". Het gemeenschappelijk Europees kooprecht zal een op zichzelf staand en
volledig geheel van bepalingen voor kooptransacties invoeren. Dit zal met name,
maar niet uitsluitend, nuttig zijn voor de levering online van goederen. Het
kan ook worden toegepast door handelaren die goederen en door de handelaar
aangeboden, rechtstreeks daarmee verbonden diensten verkopen, bijvoorbeeld de
installatie van een keukenuitrusting. Aangezien goederen het grootste deel van de
handel binnen de EU uitmaken[32],
zal het aanpakken van de belemmeringen voor kooptransacties een positief effect
hebben op de algehele handel binnen de EU. Om rekening te houden met het
groeiend belang van de digitale economie en ervoor te zorgen dat de nieuwe
regeling "toekomstbestendig" is, zullen overeenkomsten met betrekking
tot digitale inhoud ook binnen de werkingssfeer van de nieuwe bepalingen
vallen. Dit houdt in dat het gemeenschappelijk Europees kooprecht bijvoorbeeld
ook zou kunnen worden gebruikt bij het kopen van muziek, films, software of van
het internet gedownloade toepassingen. Deze producten zouden onder deze
regeling vallen ongeacht of zij zijn opgeslagen op een materiële drager zoals
een CD of een DVD. Beperkt tot grensoverschrijdende
overeenkomsten. De werkingssfeer van het
gemeenschappelijk Europees kooprecht is toegespitst op grensoverschrijdende
situaties waarin zich de problemen van extra transactiekosten en juridische ingewikkeldheid
voordoen. Het gemeenschappelijk Europees kooprecht is zo gericht dat het in
behoeften voorziet en is niet als een algemeen substituut voor bestaand
nationaal overeenkomstenrecht beschikbaar. De beslissing om aan de regeling al
dan niet een ruimere toepassing te geven, is aan de lidstaten gelaten.
Lidstaten hebben dus de keuze om het gemeenschappelijk Europees kooprecht ook
op binnenlandse overeenkomsten toepasbaar te laten zijn, waardoor
transactiekosten voor op de eengemaakte markt actieve ondernemingen verder
zouden kunnen worden verminderd. Nadruk op B2C-overeenkomsten en
B2B-overeenkomsten waarbij minstens één partij een kmo is. De werkingssfeer
van het gemeenschappelijk Europees kooprecht concentreert zich op aspecten die
serieuze problemen vormen in geval van grensoverschrijdende transacties,
namelijk betrekkingen tussen ondernemingen en consumenten en betrekkingen
tussen ondernemingen onderling waarbij minstens één van partijen een kmo is.
Het voorstel heeft geen betrekking op tussen privépersonen gesloten
overeenkomsten (C2C) en overeenkomsten tussen handelaren waarbij geen van de
partijen een kmo is, aangezien er thans geen aantoonbare noodzaak is voor
EU-brede maatregelen voor dit soort grensoverschrijdende overeenkomsten. Het
gemeenschappelijk Europees kooprecht laat lidstaten de keuze te besluiten het
gemeenschappelijk Europees kooprecht ook beschikbaar te maken voor
overeenkomsten tussen handelaren waarbij geen van de handelaren een kmo is. De
Commissie zal dit punt de komende jaren blijven volgen om te bezien of er met
betrekking tot C2C- en B2B-overeenkomsten aanvullende wetgeving nodig kan zijn.
Identiek geheel van bepalingen inzake
consumentenbescherming. De verordening zal voor alle
gebieden van overeenkomstenrecht hetzelfde gemeenschappelijke niveau van
consumentenbescherming vaststellen. Vanuit zowel politiek als juridisch oogpunt
moet deze harmonisatie worden uitgevoerd op basis van een hoog niveau van
consumentenbescherming. Dit zal leiden tot een geharmoniseerde regeling die ervoor
zal zorgen dat een consument steeds beschermd en veilig is wanneer het
gemeenschappelijk Europees kooprecht wordt toegepast. Een alomvattend geheel van bepalingen van
overeenkomstenrecht. Het gemeenschappelijk Europees
kooprecht omvat regels die betrekking hebben op kwesties van
overeenkomstenrecht die een praktische relevantie hebben gedurende de
levenscyclus van een grensoverschrijdende overeenkomst. Deze kwesties situeren
zich op de gebieden van rechten en verplichtingen van partijen en de rechtsmiddelen
in geval van niet-nakoming, precontractuele informatieverplichtingen, het
sluiten van een overeenkomst (met inbegrip van formele vereisten), het
herroepingsrecht en de gevolgen daarvan, ongeldigheid als gevolg van dwaling,
bedrog of misbruik, uitlegging, de inhoud en gevolgen van een overeenkomst, de
beoordeling en de gevolgen van oneerlijke bepalingen van een overeenkomst,
teruggave na nietigverklaring en ontbinding en verjaring. Het voorziet in sancties
die kunnen worden opgelegd in geval de krachtens dit recht geldende
verplichtingen en verbintenissen niet worden nagekomen. Anderzijds zal het
gemeenschappelijk Europees kooprecht voor bepaalde kwesties die van groot
belang zijn voor nationale wetgevingen zijn dan wel minder relevant voor
grensoverschrijdende overeenkomsten – zoals bepalingen inzake
handelingsbevoegdheid, onwettigheid/strijd met de goede zeden of
vertegenwoordiging en de pluraliteit van schuldeisers en schuldenaren – geen
oplossing bieden. Voor deze onderwerpen blijven de bepalingen van de nationale
wetgeving die krachtens de verordening "Rome I" van toepassing is,
gelden. Met een internationale dimensie. Het voorstel heeft ook een internationale strekking in die zin dat het
voor de toepasbaarheid ervan volstaat dat slechts één partij in een lidstaat
van de EU is gevestigd. Handelaren zouden hetzelfde geheel van contractuele
bepalingen kunnen toepassen wanneer zij met andere handelaren van binnen en
buiten de EU te maken hebben. Europese consumenten zouden een ruimere
productkeuze kunnen genieten met het door het gemeenschappelijk Europees
kooprecht gegarandeerde hoog beschermingsniveau wanneer handelaren van derde
landen bereid zijn om hun producten op de interne markt op deze basis te
verkopen. De internationale strekking maakt het mogelijk dat het
gemeenschappelijk Europees kooprecht normgevend wordt voor internationale
transacties op het gebied van koopovereenkomsten.
2.2.
Doeltreffendheid van het gemeenschappelijk Europees
kooprecht
In vergelijking met andere mogelijke
oplossingen die zijn onderzocht, worden met de benadering van de Commissie de
problemen waarvoor de verschillen in overeenkomstenrecht consumenten en
handelaren stellen, zo aangepakt dat het evenredigheids- en het
subsidiariteitsbeginsel het meest in acht worden genomen. Een facultatief
gemeenschappelijk Europees kooprecht zal doeltreffender zijn dan oplossingen in
de vorm van zachte wetgeving, zoals een eenvoudig "instrumentarium"
(dat handelaren en consumenten bij hun transacties geen rechtszekerheid zou
kunnen bieden omdat het een niet-bindend instrument is) omdat het een uniform
geheel van bepalingen inzake overeenkomstenrecht biedt dat direct beschikbaar
is voor consumenten en ondernemingen. Tegelijkertijd houdt de combinatie van de
hierboven weergegeven kenmerken, met name het feit dat het gemeenschappelijk
Europees kooprecht een facultatief, maar identiek geheel van bepalingen is dat
alleen in grensoverschrijdende zaken van toepassing is, in dat het
belemmeringen voor grensoverschrijdend handelsverkeer kan beperken zonder in te
grijpen in diep gewortelde nationale rechtsstelsels en tradities. Het stelt
bijvoorbeeld lidstaten in staat om verschillende niveaus van
consumentenbescherming in hun reeds bestaande nationale overeenkomstenrecht in
overeenstemming met het EU-acquis te handhaven. Het gemeenschappelijk Europees
kooprecht zal een optie zijn die de reeds bestaande bepalingen inzake
overeenkomstenrecht aanvult, zonder dat deze worden vervangen. De
wetgevingsmaatregel zal derhalve slechts zo ver gaan als nodig is om handelaren
en consumenten meer mogelijkheden te bieden op de eengemaakte markt. Daarnaast
is er juist vanwege het vrijwillige karakter van de regeling meer ruimte om
overeenstemming te bereiken over een geheel van identieke regels die zijn
gebaseerd op een hoog niveau van bescherming, zoals neergelegd in het
gemeenschappelijk Europees kooprecht. Een onderneming kan voor de regeling
kiezen omdat zij met het geboden hoge niveau van bescherming wil worden
geassocieerd, maar is daartoe niet verplicht. ·
Voordelen voor ondernemingen Wanneer een handelaar voor het
gemeenschappelijk Europees kooprecht kiest, dan geldt binnen de werkingssfeer
daarvan alleen dit overeenkomstenrecht. De handelaar zou daarom slechts met een
geheel van regels rekening hoeven te houden, namelijk die van het
gemeenschappelijk Europees kooprecht. Het zou niet meer nodig zijn om met
andere nationale dwingende bepalingen rekening te houden zoals zij gewoonlijk
moeten doen bij het sluiten van een overeenkomst met een consument uit een
andere lidstaat. In de praktijk zouden het de verkopers zijn die het initiatief
nemen om voor het gebruik van het gemeenschappelijk Europees kooprecht te
kiezen. De kopers zouden dan hun uitdrukkelijke instemming moeten geven
alvorens van dit soort overeenkomst gebruik zou kunnen worden gemaakt. Het gemeenschappelijk Europees kooprecht zal
ervoor zorgen dat ondernemingen hun transactiekosten aanzienlijk kunnen
verminderen. In de praktijk zou een onderneming die wil uitbreiden naar nieuwe
markten, zichzelf maar met één regeling inzake overeenkomstenrecht vertrouwd
hoeven te maken, naast de regeling waarmee hij al vertrouwd is. Eenmaal
gekozen, houdt deze regeling in vergelijking met de 26 nationale regelingen
inzake overeenkomstenrecht die zij anders zouden moeten bestuderen om in de
hele EU handel te kunnen drijven, een besparing in. Handelaren kunnen derhalve
voordeel hebben van deze eenvoudigere gemeenschappelijke juridische omgeving en
meer vertrouwen hebben om naar nieuwe markten uit te breiden. Handelaren kunnen
hun aanvaarding van het gemeenschappelijk Europees kooprecht als een
kwaliteitslabel gebruiken wanneer zij aan consumenten in andere landen
verkopen. In geval van B2B-overeenkomsten zou de
toepassing van het gemeenschappelijk Europees kooprecht toegevoegde waarde
hebben doordat het de onderhandelingen over de toepasselijke wetgeving voor
kmo's vereenvoudigt. Het zou gemakkelijker kunnen zijn om met neutraal recht in
te stemmen dat voor beide partijen in hun eigen taal even toegankelijk is.
Wanneer handelaren zich eenmaal met het gemeenschappelijk Europees kooprecht
vertrouwd hebben gemaakt, zien zij zich steeds wanneer het van toepassing is,
niet langer voor kosten gesteld. Aangezien het probleem van de kosten met name
kmo's raakt, is het gemeenschappelijk Europees kooprecht dus gericht op die
B2B-overeenkomsten waarbij tenminste een der partijen een kmo is. Om ervoor te
zorgen dat kmo's maximaal voordeel hebben, moedigt de Commissie lidstaten aan
om via de daartoe geëigende wegen handelaren te informeren over het
gemeenschappelijk Europees kooprecht en de voordelen daarvan. Daarnaast heeft
iedere lidstaat de keuze om, wanneer hij dit passend acht, het
gemeenschappelijk Europees kooprecht ook toepasbaar te maken op
B2B-overeenkomsten waarbij geen der partijen een kmo is. ·
Voordelen voor consumenten Het gemeenschappelijk Europees kooprecht is zo
opgezet dat het consumenten een hoog beschermingsniveau biedt en is in alle
lidstaten hetzelfde zodat het als een kwaliteitslabel kan worden gezien waarop
consumenten bij grensoverschrijdende aankopen kunnen vertrouwen. Een van de
beste voorbeelden daarvan is het feit dat het gemeenschappelijk Europees kooprecht
consumenten een vrij keuze inzake rechtsmiddelen biedt wanneer een gebrekkig
product wordt geleverd. Het geeft consumenten daarom de mogelijkheid om de
overeenkomst onmiddellijk te ontbinden. Thans beschikt het grootste gedeelte
van de consumenten in de EU niet over een dergelijke keuzevrijheid[33]. Dit hoge niveau van
bescherming zal consumenten het vertrouwen geven en stimuleren om in andere
EU-landen producten te kopen. In het belang van de transparantie zal het
voorstel waarborgen dat een consument altijd wordt geïnformeerd en instemt met
het feit dat de overeenkomst op basis van het gemeenschappelijk Europees kooprecht
is gesloten. De handelaar moet de consument deze informatie samen met een
samenvatting van de voornaamste gewaarborgde rechten verschaffen in de vorm van
een modelmededeling. Deze mededeling zal consumenten helpen hun belangrijkste
rechten te begrijpen en zo de onzekerheid wegnemen die veel consumenten ervan
weerhoudt grensoverschrijdend te winkelen. Omdat deze mededeling zal worden
aangeboden in een duidelijke en beknopte vorm en ook in alle officiële talen
van de EU beschikbaar zal zijn, zal zij nuttig zijn voor consumenten die de
bepalingen en voorwaarden van hun overeenkomsten vanwege de lengte en
ingewikkeldheid daarvan niet lezen. De ruimere beschikbaarheid van
grensoverschrijdend aanbod zal consumenten ten goede komen op markten die nu
door handelaren worden overgeslagen omdat het overeenkomstenrecht problemen
oplevert of omdat, in geval van ondernemingen, de geringe marktomvang het maken
van hoge kosten in verband met de toetreding tot de markt niet rechtvaardigt.
Deze consumenten zullen profijt hebben wanneer meer mededinging op de interne
markt een ruimere productkeuze en het vooruitzicht op lagere prijzen biedt.
2.3.
Verhouding tot het acquis
Dit voorstel is gebaseerd op de benadering dat
het een aanvulling is bij die welke in het bestaande acquis inzake
consumentenbescherming wordt gevolgd. Ten eerste vormt het een geheel met die
maatregelen en is het daarmee consistent, hoewel het niet beperkt is door de
vastgestelde minimumbeschermingsnormen. Ten tweede komt het, aangezien het
beperkt is tot grensoverschrijdende overeenkomsten, niet in de plaats van het
algemeen toepasselijke acquis. Daarom zal het voortdurend nodig zijn om de
consumentenbeschermingsnormen te ontwikkelen aan de hand van de traditionele
harmonisatie op dit gebied. In dit verband kan worden verwacht dat de twee
benaderingswijzen zich tegelijkertijd zullen ontwikkelen en elkaar zullen
inspireren. Het voorstel is in overeenstemming met ander
EU-beleid. Het beoogt bijvoorbeeld dat handelaren het gebruik van alternatieve
geschillenbeslechting zouden overwegen als een doeltreffende, snelle en
goedkope manier om buitengerechtelijk geschillen te beslechten. Voorts kunnen
personen die zich toch tot de rechter willen wenden voor bedragen van maximaal
2 000 euro, gebruikmaken van de Europese procedure voor geringe
vorderingen die is ingesteld om de grensoverschrijdende invordering van
schuldvorderingen te vergemakkelijken. Het voorstel voorziet ook in steun voor
toekomstige initiatieven die tot doel hebben de belemmeringen voor de handel in
de eengemaakte markt te beperken, hetzij door harmonisatierichtlijnen, hetzij
door andere passende maatregelen. Het bevat een aantal specifieke, met verkoop
verband houdende regels voor overeenkomsten betreffende de levering van
digitale inhoud die in de toekomst een basis zouden kunnen vormen voor meer
omvattend beleid en maatregelen op het gebied van consumentenbescherming op de
digitale markt. Tegen 2018 zullen de bepalingen van de verordening zelf worden
geëvalueerd, in het licht van onder meer de noodzaak om de werkingssfeer verder
uit te breiden wat B2B-overeenkomsten betreft, de markt- en technologische
ontwikkelingen met betrekking tot digitale inhoud en toekomstige ontwikkelingen
van het acquis van de Unie. De Commissie zal ook ruimere aspecten van het
consumentenrecht blijven onderzoeken, zoals de vraag of bepalingen in verband
met consumentenzaken moeten worden bijgewerkt of uitgebreid, bijvoorbeeld bij
de herziening van de richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken en van de
richtlijn inzake misleidende reclame. Daarnaast zal de Commissie ook blijven
nadenken over B2B-handelspraktijken, inclusief de contractuele aspecten ervan.
2.4.
Begeleidende maatregelen
Met het oog op de doeltreffende toepassing en
de uniforme uitlegging van het gemeenschappelijk Europees kooprecht worden in
het voorstel ook toekomstige ondersteunende maatregelen overwogen. Op basis van voorstellen van het Europees
Parlement, ondernemingen, beoefenaren van juridische beroepen en
consumentenorganisaties zal de Commissie nauw samenwerken met alle relevante
belanghebbenden om "Europese standaardvoorwaarden voor
overeenkomsten" te helpen ontwikkelen voor gespecialiseerde terreinen van
de handel of bedrijfssectoren. Een modelovereenkomst met standaardbepalingen en
–voorwaarden, die in alle officiële talen van de Europese Unie beschikbaar is,
zou dienstig kunnen zijn voor handelaren die grensoverschrijdende
overeenkomsten willen sluiten waarvoor het gemeenschappelijk Europees kooprecht
wordt gekozen. De Commissie zal binnen 3 maanden na de inwerkingtreding van het
gemeenschappelijk Europees kooprecht dit proces opstarten door een
deskundigengroep op te richten die met name de belangen van de gebruikers van
het gemeenschappelijk Europees kooprecht vertegenwoordigt. Belanghebbenden
zouden de nodige kennis en deskundigheid over handelspraktijken kunnen
aanbrengen en standaardbepalingen en –voorwaarden kunnen opstellen voor hun
sector aan de hand van de lering die zij hebben getrokken uit de eigen
praktische ervaring met het gebruik van het gemeenschappelijk Europees
kooprecht. Om ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk
Europees kooprecht uniform wordt uitgelegd en toegepast, beoogt het voorstel
ook de oprichting van een publiek toegankelijke databank van Europese en
nationale rechterlijke beslissingen die verband houden met de uitlegging van de
bepalingen van dat instrument. De lidstaten zal worden gevraagd om dergelijke
beslissingen onverwijld aan de Commissie mee te delen. Om ervoor te zorgen dat de bepalingen van het
gemeenschappelijk Europees kooprecht zo veel mogelijk op dezelfde manier worden
uitgelegd, zal de Commissie opleidingssessies organiseren voor beoefenaren van
juridische beroepen die het gemeenschappelijk Europees kooprecht gebruiken[34]. 3.
Conclusie Het gemeenschappelijk Europees kooprecht is
een concrete oplossing voor een reëel probleem voor ondernemingen en
consumenten: kosten en rechtsonzekerheid bij het grensoverschrijdend kopen of
verkopen in de interne Europese markt. Het gaat ook om een innovatieve aanpak
aangezien het, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, de rechtstradities en
-culturen van de lidstaten behoudt en ondernemingen tegelijk de keuze biedt het
toe te passen. Het komt consumenten ten goede, niet alleen doordat het
vertrouwen wekt door middel van zijn hoge beschermingsniveau, maar ook omdat de
toepassing ervan zal leiden tot lagere prijzen en tot een ruimere keuze aan
producten. Voor handelaren zal het leiden tot minder administratieve rompslomp
en transactiekosten en derhalve bijdragen tot meer grensoverschrijdende handel
en groei van de Europese economie. De Commissie zal nauw met het Europees
Parlement, de Raad en de nationale parlementen samenwerken om snel een akkoord
te bereiken over het gemeenschappelijk Europees kooprecht vóór de twintigste
verjaardag van de eengemaakte markt. De Commissie zal ook nauw met de
belanghebbenden blijven samenwerken en met name met de gebruikers van het
gemeenschappelijk Europees kooprecht (in het bijzonder kmo's en consumenten) en
de beoefenaren van juridische beroepen om tot een breed draagvlak te komen voor
het gemeenschappelijk Europees kooprecht in de Europese Unie, omdat in het
licht van zijn facultatieve karakter, het welslagen van het gemeenschappelijk
Europees kooprecht uiteindelijk zal afhangen van de vraag of en in welke mate
het zal worden gekozen voor transacties in de interne markt. BIJLAGE I EU-rechtskader op het gebied van het
voorstel voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht Overeenkomsten tussen ondernemingen en consumenten || Overeenkomsten tussen ondernemingen Onderdeel van het overeenkomstenrecht || Richtlijn consumentenrechten || Andere relevante EU- consumentenwetgeving || Richtlijn elektronische handel || Richtlijn elektronische handel || Richtlijn bestrijding betalingsachterstand || Verdrag van Wenen inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken Precontractuele informatie en onderhandeling || JA || JA || JA || JA || NEE || NEE, op enkele uitzonderingen na Sluiten van de overeenkomst || NEE || NEE || JA, gedeeltelijk || NEE || NEE || JA Herroepingsrecht || JA || JA || NEE || NEE || NEE || NEE Gebrekkige toestemming || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE Uitlegging || NEE || NEE, op één uitzondering na. || NEE || NEE || NEE || JA Inhoud en gevolgen || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE, op enkele uitzonderingen na Oneerlijke voorwaarden van overeenkomsten || NEE || JA || NEE || NEE || JA, gedeeltelijk || NEE Verbintenissen en rechtsmiddelen van partijen bij een koopovereenkomst || NEE || JA || NEE || NEE || NEE || JA Aflevering en risico-overgang || JA || NEE || NEE || NEE || NEE || JA Verbintenissen en rechtsmiddelen van partijen bij een verbonden dienstenovereenkomst || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE Schadevergoeding, boetebedingen voor niet-nakoming en rente || NEE || NEE || NEE || NEE || JA || JA Teruggave || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE || JA Verjaring || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE || NEE [1] Eurobarometer 321, European contract law in
business-to-consumer transactions, blz. 23 en Eurobarometer 320, European
contract law in business-to-business transactions, blz. 15. De situatie is
anders in de Verenigde Staten. Ondanks het bestaan van verschillende regelingen
inzake overeenkomstenrecht in de 50 staten, kan bijvoorbeeld een in Maryland
gevestigde handelaar gemakkelijk zijn producten verkopen aan een consument in
Alaska, aangezien naar VS-recht de handelaar in een dergelijke situatie alleen
rekening moet houden met de bepalingen inzake overeenkomstenrecht die in
Maryland van toepassing zijn en zich geen zorgen hoeft te maken over het
overeenkomstenrecht van Alaska. Bovendien heeft de US Uniform Commercial Code
ertoe geleid dat de regelingen inzake overeenkomstenrecht van de verschillende
staten in grote mate overstemmen. Op het gebied van het overeenkomstenrecht is
de economische ruimte van de 50 staten voor handelaren uit de VS dus veel meer
een interne markt dan de Europese Unie dat is voor EU-handelaren. [2] Schatting op basis van antwoorden van ondernemingen op
de SME Panel Survey on the Impacts of European contract law, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/contract/files/report_sme_panel_survey_en.pdf
en van structurele bedrijfsstatistieken van Eurostat. [3] Eurobarometer 320, European contract law in
business-to-business transactions, blz. 24 en 25. [4] Eurobarometer 299a, Attitudes towards cross-border trade
and consumer protection, blz.10. [5] Eurobarometer 299a, blz. 14. [6] Eurobarometer 299, Consumer attitudes towards
cross-border trade and consumer protection, blz. 13. [7] SEC(2010) 385, Derde editie van het scorebord voor de
consumentenmarkten, blz. 9. Uit een studie waarbij mystery shoppers bijna
11 000 testtransacties probeerden uit te voeren, is gebleken dat 61 % van
de pogingen om grensoverschrijdend producten te kopen zou zijn mislukt. In 50 %
van de gevallen weigerden de handelaren het land van de consument te bedienen. [8] A.Turrini and T. Van Ypersele, Traders, courts and
the border effect puzzle, Regional Science and Urban Economics, 40, 2010,
blz. 82. [9] COM(2010) 623 definitief, van 31.3.2010, blz. 7. [10] Zie http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/10/393&format=HTML&aged=1&language=NL&guiLanguage=en. [11] Mededeling van de Commissie Europa 2020, een strategie
voor slimme, duurzame en inclusieve groei, COM(2010) 2020 definitief, van
3.3.2010, blz. 21. Zie ook Jaarlijkse groeianalyse, Bijlage I,
Voortgangsverslag over Europa 2020, COM(2011) 11 - A1/2, blz. 5. [12] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's -
Een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht voor de burgers van Europa,
Actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm, COM(2010) 171
definitief, van 20.4.2010, blz. 5 en blz. 24. [13] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's
over "Een Digitale Agenda voor Europa", COM(2010) 245 definitief, van
26.8.2010, blz. 13 en 37. [14] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's,
Evaluatie van de "Small Business Act" voor Europa, COM(2011) 78
definitief, van 23.2.2011, blz. 11 en 13. [15] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's,
Akte voor de interne markt: Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en
het versterken van het vertrouwen "Samen werk maken van een nieuwe
groei", COM(2011) 206 definitief, van 13.4.2011, blz. 14 en 19. [16] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de
Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's,
Jaarlijkse groeianalyse: naar een krachtiger alomvattend antwoord van de EU op
de crisis, COM(2011) 11 definitief, van 12.1.2010. [17] Zie http://pl2011.eu/sites/default/files/users/shared/o_prezydencja/programme_of_the_polish_presidency_of_the_council_of_the_eu.pdf. [18] Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement
en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op
verbintenissen uit overeenkomst, PB L 177 van 04.07.2008, blz. 6. [19] Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de
garanties voor consumptiegoederen, PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12. [20] Richtlijn 2011/7/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij
handelstransacties (herschikking), PB L 48 van 23.2.2011, blz. 1. [21] Eurobarometer nr. 320 on European contract law in
business-to-business transactions, blz.57: slechts 9% van de respondenten gaf
te kennen dat zij veelvuldig internationale instrumenten toepasten, waaronder
het Verdrag van Wenen en de UNIDROIT-beginselen. [22] Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees
Parlement over Europees verbintenissenrecht, COM(2001) 398 van 11.7.2001. [23] Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en
de Raad - Een coherenter Europees verbintenissenrecht - Een actieplan,
COM(2003) 68 van 12.2.2003. [24] Von Bar, C., Clive, E. en Schulte Nölke, H. (eds.),
Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law. Draft Common
Frame of Reference (DCFR), München, Sellier, 2009. [25] Het onderzoek werd gefinancierd op grond van het Zesde
kaderprogramma voor onderzoek van de Commissie, maar is geen officieel document
van de Commissie. [26] Fauvarque-Cosson,
B. and Mazeaud, D. (eds.), European Contract Law, Materials for a Common Frame
of Reference: Terminology, Guiding Principles, Model Rules, Munich, Sellier,
2008. [27] De reacties waren afkomstig van de meeste lidstaten, een
groot aantal ondernemersverenigingen, verschillende consumentenorganisaties,
veel verenigingen van beoefenaars van juridische beroepen en een aanzienlijk
aantal academici. [28] PB L 105 van 27.4.2010, blz. 109. [29] Resolutie van 26 mei 1989 over een poging tot harmonisatie
van het privaatrecht in de lidstaten, PB C 158 van 26.6.1989, blz. 400;
resolutie van 6 mei 1994 over een poging tot harmonisatie van het privaatrecht
in de lidstaten, PB C 205 van 25.7.1994, blz. 518; resolutie van 15 november
2001 over een poging tot harmonisatie van het privaatrecht in de lidstaten, PB
C 140 E van 13.6.2002, blz. 538; resolutie van 2 september 2003 over de
mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over een
coherenter Europees verbintenissenrecht: een actieplan , PB C 76 E van
25.3.2004, blz. 95; resolutie van 23 maart 2006 over het Europees
verbintenissenrecht en de herziening van het acquis: verdere maatregelen, PB C
292 E van 1.12.2006, blz. 109-112; resolutie van 7 september 2006 over het
Europees verbintenissenrecht, PB C 305 E van 14.12.2006, blz. 247-248;
resolutie van 12 december 2007 over het Europees verbintenissenrecht, PB C 323
E van 18.12.2008, blz. 364-365 en resolutie van 3 september 2008 over het
Gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees verbintenissenrecht, PB C
295 E van 4.12.2009, blz. 31-32. [30] Resolutie van juni 2011 over beleidsopties voor de
ontwikkeling van een Europees contractenrecht voor consumenten en
ondernemingen, procedure 2011/2013 (INI). [31] PB C 84 van 17.3.2011, blz. 1. [32] Volgens Eurostat Statistics in Focus 37/2010 en het
Eurostat External and Intra-EU Trade jaarboek van 2009, was het volume van de
handel binnen de EU in goederen in 2008 vier keer groter dan het volume van de
handel in diensten. [33] Van een vrije keuze inzake rechtsmiddelen zoals opgenomen
in het gemeenschappelijk kooprecht is geen sprake in België, Cyprus,
Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Hongarije, Italië, Malta, Nederland,
Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje, de Tsjechische Republiek en
Zweden. In feite laten slechts vijf lidstaten hetzelfde resultaat zien als het
gemeenschappelijk Europees kooprecht (Frankrijk, Griekenland, Litouwen,
Luxemburg en Portugal), terwijl een paar andere landen een tussenvorm hebben
gekozen (Ierland, Letland, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk). [34] Mededeling van de Commissie inzake het Opbouwen van
vertrouwen in EU-brede rechtvaardigheid: een nieuwe dimensie aan Europese
gerechtelijke opleiding, COM(2011) 551 definitief.