This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31999R1922
Commission Regulation (EC) No 1922/1999 of 8 September 1999 laying down detailed rules for the application of Council Regulation (EC) No 850/98 as regards conditions under which vessels exceeding eight metres length overall shall be permitted to use beam trawls within certain waters of the Community
Verordening (EG) nr. 1922/1999 van de Commissie van 8 september 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad met betrekking tot de voorwaarden waaronder vaartuigen met een lengte over alles van meer dan acht meter in bepaalde wateren van de Gemeenschap met boomkorren mogen vissen
Verordening (EG) nr. 1922/1999 van de Commissie van 8 september 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad met betrekking tot de voorwaarden waaronder vaartuigen met een lengte over alles van meer dan acht meter in bepaalde wateren van de Gemeenschap met boomkorren mogen vissen
PB L 238 van 9.9.1999, pp. 8–10
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO, HR)
In force
| Relation | Act | Comment | Subdivision concerned | From | To |
|---|---|---|---|---|---|
| Repeal | 31987R0055 | 01/04/2000 | |||
| Repeal | 31990R3554 | 01/04/2000 |
Verordening (EG) nr. 1922/1999 van de Commissie van 8 september 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad met betrekking tot de voorwaarden waaronder vaartuigen met een lengte over alles van meer dan acht meter in bepaalde wateren van de Gemeenschap met boomkorren mogen vissen
Publicatieblad Nr. L 238 van 09/09/1999 blz. 0008 - 0010
VERORDENING (EG) Nr. 1922/1999 VAN DE COMMISSIE van 8 september 1999 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad met betrekking tot de voorwaarden waaronder vaartuigen met een lengte over alles van meer dan acht meter in bepaalde wateren van de Gemeenschap met boomkorren mogen vissen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1459/1999(2), inzonderheid op artikel 29, lid 6, (1) Overwegende dat artikel 29, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 850/98 in de invoering voorziet van een categorie boomkortrawlers met een lengte over alles van meer dan acht meter waaraan toegestaan is, in de in lid 1 van genoemd artikel genoemde zones te vissen met boomkorren waarvan de totale boomlengte niet meer dan negen meter bedraagt; (2) Overwegende dat in bovenbedoelde categorie boomkortrawlers moeten worden opgenomen die op de datum waarop de onderhavige verordening van toepassing wordt, aan de criteria van artikel 29, lid 2, onder a) en c), van Verordening (EG) nr. 850/98 voldoen alsmede aan de in de wetgeving van de lidstaat waarvan zij de vlag voeren vastgestelde technische eisen voor de toegang tot genoemde zones; (3) Overwegende dat artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 850/98 in de invoering voorziet van een categorie boomkortrawlers met een lengte over alles van meer dan acht meter waaraan toegestaan is te vissen met boomkornetten waarvan de maaswijdte tussen 80 en 99 millimeter bedraagt en de totale boomlengte groter is dan negen meter; (4) Overwegende dat in de laatstbedoelde categorie boomkortrawlers moeten worden opgenomen die tot de in artikel 29, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 850/98 bedoelde categorie boomkortrawlers behoren en waarvan de garnalenvisserij de voornaamste activiteit is; (5) Overwegende dat criteria moeten worden vastgesteld om te bepalen of de garnalenvisserij de voornaamste activiteit van een boomkortrawler is; (6) Overwegende dat derhalve bepalingen moeten worden vastgesteld met betrekking tot de procedures voor de vaststelling en de wijziging van de lijsten van vaartuigen van bovengenoemde categorieën; (7) Overwegende dat de in de onderhavige verordening vastgestelde bepalingen regelmatig wetenschappelijk op hun doeltreffendheid moeten worden beoordeeld; (8) Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 55/87 van de Commissie(3), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 1999/202/EG(4), en Verordening (EEG) nr. 3554/90 van de Commissie(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3407/93(6), derhalve dienen te worden ingetrokken; (9) Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor visserij en aquacultuur, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Iedere lidstaat zorgt ervoor dat het totale motorvermogen van zijn vissersvaartuigen waaraan op grond van artikel 29, lid 2, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 850/98 is toegestaan binnen de in artikel 29, lid 1, van genoemde verordening vermelde zone met boomkorren te vissen, het in de bijlage bij de onderhavige verordening voor die lidstaat vermelde totale motorvermogen niet overschrijdt. 2. Iedere lidstaat verstrekt de Commissie voor 1 februari 2001 een definitieve opgave van het in lid 1 bedoelde totale motorvermogen van de betrokken per 1 januari 2001 bestaande vaartuigen. De Commissie onderzoekt de door de lidstaat verstrekte gegevens, controleert of deze met die in haar eigen gegevensbestand in overeenstemming zijn en stelt de lidstaat binnen tien werkdagen in kennis van haar bevindingen. TITEL I Voorwaarden voor het vissen met boomkorren waarvan de totale boomlengte niet groter is dan negen meter Artikel 2 Iedere lidstaat stelt een lijst op van de vissersvaartuigen - die op 31 december 1999 om 24.00 uur in de in artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 850/98 bedoelde zone met boomkorren mogen vissen, en - die voldoen aan de technische eisen die zijn vastgelegd door de wetgeving van de lidstaat waarvan zij de vlag voeren en waarin zij zijn geregistreerd voor visserij met boomkorren in die zone. Artikel 3 In de lijst worden de vissersvaartuigen opgenomen waaraan op grond van artikel 29, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 850/98 een speciaal visdocument is afgegeven. Deze lijst wordt opgesteld overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 2943/95 van de Commissie(7). De definitieve lijst wordt uiterlijk op 1 maart 2000 aan de Commissie verstrekt. De lijst vermeldt voor ieder vissersvaartuig met name het interne nummer van het vlootregister en de internationale radioroepnaam. Artikel 4 1. Wanneer op grond van artikel 29, lid 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 850/98 een vissersvaartuig op een lijst door een of meer andere vaartuigen wordt vervangen, - wordt het speciale visdocument van het te vervangen vissersvaartuig onmiddellijk door de lidstaat ingetrokken, en - geeft de lidstaat voor het vervangende vissersvaartuig of de vervangende vissersvaartuigen een nieuw speciaal visdocument of nieuwe speciale visdocumenten af, voordat dit vissersvaartuig of deze vissersvaartuigen binnen de in artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 850/98 bedoelde zone met de boomkor vist, respectievelijk vissen. 2. Wanneer op grond van artikel 29, lid 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 850/98 een motor van een vissersvaartuig wordt vervangen, - wordt het speciale visdocument van het vissersvaartuig waarvan de motor wordt vervangen, door de lidstaat ingetrokken zodra de vervanging is uitgevoerd, en - geeft de lidstaat voor dit vissersvaartuig een nieuw speciaal visdocument af, nadat de motor is vervangen en voordat het vissersvaartuig binnen de in artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 850/98 bedoelde zone opnieuw met de boomkor vist. TITEL II Voorwaarden voor het vissen met boomkorren waarvan de totale boomlengte groter is dan negen meter en die vissen met vistuig met een maaswijdte tussen 80 en 99 millimeter Artikel 5 Iedere lidstaat stelt jaarlijks een lijst op van de vissersvaartuigen uit de in artikel 2 bedoelde lijst waarvan de voornaamste activiteit de garnalenvisserij is. De criteria voor opname in deze lijst zijn dat in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de lijst moet worden opgesteld - voor het betrokken vissersvaartuig de opbrengst uit de verkoop van Noordzeegarnaal minstens 50 % van de totale opbrengst uit de eerste verkoop bedroeg, of - de totale aanvoer van het vissersvaartuig voor minstens 50 gewichtspercenten uit Noordzeegarnaal bestond. Bij het opstellen van de lijst die geldt voor het jaar 2000, mag iedere lidstaat daarin echter zowel vaartuigen opnemen op grond van de relevante gegevens over 1998 als over 1999. Artikel 6 In de lijst worden de vissersvaartuigen opgenomen waaraan op grond van artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 850/98 een aanvullend speciaal visdocument is afgegeven. Deze lijst wordt opgesteld volgens de bepalingen van de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 2943/95. De definitieve lijst voor het jaar 2000 wordt uiterlijk op 1 maart 2000 aan de Commissie verstrekt. De lijst vermeldt voor ieder vissersvaartuig met name het interne nummer van het vlootregister en de internationale radioroepnaam. Artikel 7 1. Het in artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 850/98 bedoelde jaarlijkse onderzoek van het aanvullende speciale visdocument moet door de betrokken lidstaat vóór 15 april worden beëindigd. Door middel van dit onderzoek gaat de lidstaat na of het vissersvaartuig waaraan een aanvullend speciaal visdocument is afgegeven, nog altijd voldoet aan de criteria van artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 850/98 en artikel 5 van deze verordening. Het aanvullende speciale visdocument van vissersvaartuigen waarvoor bij dit onderzoek blijkt dat zij niet aan de bedoelde criteria voldoen, wordt uiterlijk 1 mei van hetzelfde jaar definitief ingetrokken, tenzij wegens overmacht niet aan de criteria werd voldaan. 2. Wanneer de bevoegde autoriteiten op enig tijdstip vaststellen dat een vissersvaartuig niet aan de criteria van artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 850/98 en artikel 5 van deze verordening voldoet, trekt de lidstaat waarvan het de vlag voert het aanvullende speciale visdocument van dit vaartuig onverwijld in. Artikel 8 Wanneer een vissersvaarutig of de vissersvaartuigen op een in artikel 5 bedoelde lijst op grond van artikel 29, lid 3, van Verordening (EG) nr. 850/98 wordt of worden vervangen door een ander vaartuig, - wordt het aanvullende speciale visdocument van het (de) te vervangen vissersvaartuig(en) door de lidstaat ingetrokken zodra de vervanging is uitgevoerd, en - geeft de lidstaat voor het vervangende vissersvaartuig een nieuw aanvullend speciaal visdocument af, voordat dit vissersvaartuig binnen de in artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 850/98 bedoelde zone met de boomkor vist. TITEL III Algemene bepalingen en slotbepalingen Artikel 9 1. De lidstaten stellen de Commissie van iedere wijziging van hun lijsten in kennis. De lidstaten vermelden speciaal de vissersvaartuigen die aan de lijst worden toegevoegd of uit de lijst worden geschrapt, alsmede de speciale visdocumenten of aanvullende speciale visdocumenten die worden ingetrokken of de nieuwe speciale visdocumenten of aanvullende speciale visdocumenten die worden afgegeven. 2. Wanneer een lijst door de Commissie overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad(8) is goedgekeurd, verstrekt de lidstaat deze lijst onverwijld aan alle andere in de bijlage genoemde lidstaten. Voorts stelt iedere betrokken lidstaat de andere betrokken lidstaten onverwijld van iedere wijziging van zijn lijsten in kennis. Artikel 10 De lidstaten verlenen hun medewerking aan een jaarlijkse wetenschappelijke beoordeling van de uitwerking van de bij deze verordening vastgestelde bepalingen. Vanaf het jaar 2001 wordt deze beoordeling jaarlijks aan de Commissie verstrekt. Artikel 11 De Verordeningen (EEG) nr. 55/87 en (EEG) nr. 3554/90 worden ingetrokken. Artikel 12 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is met ingang van 1 april 2000 van toepassing, met uitzondering echter van de artikelen 1, 2, 3, 5 en 6, die met ingang van 1 januari 2000 van toepassing zijn. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 8 september 1999. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1. (2) PB L 168 van 3.7.1999, blz. 1. (3) PB L 8 van 10.1.1987, blz. 1. (4) PB L 70 van 17.3.1999, blz. 20. (5) PB L 346 van 11.12.1990, blz. 11. (6) PB L 310 van 14.12.1993, blz. 19. (7) PB L 308 van 21.12.1995, blz. 15. (8) PB L 171 van 6.7.1994, blz. 7. BIJLAGE >RUIMTE VOOR DE TABEL>