EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31993L0037

Richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken

OJ L 199, 9.8.1993, p. 54–83 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Czech: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Estonian: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Latvian: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Lithuanian: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Hungarian Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Maltese: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Polish: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Slovak: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193
Special edition in Slovene: Chapter 06 Volume 002 P. 163 - 193

No longer in force, Date of end of validity: 30/01/2006; opgeheven door 32004L0018 . Latest consolidated version: 01/05/2004

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1993/37/oj

31993L0037

Richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken

Publicatieblad Nr. L 199 van 09/08/1993 blz. 0054 - 0083


RICHTLIJN 93/37/EEG VAN DE RAAD van 14 juni 1993 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 57, lid 2, op artikel 66 en op artikel 100 A,

Gezien het voorstel van de Commissie(1) ,

Gezien het advies van het Europees Parlement(2) ,

In samenwerking met het Economisch en Sociaal Comité(3) ,

Overwegende dat Richtlijn 71/305/EEG van de Raad van 26 juli 1971 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken(4) herhaaldelijk en ingrijpend is gewijzigd; dat derhalve zowel om redenen van een rationele ordening van de tekst als om redenen van duidelijkheid genoemde richtlijn dient te worden gecodificeerd;

Overwegende dat bij de gelijktijdige verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en van het vrij verrichten van diensten op het gebied van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken in de Lid-Staten voor rekening van de Staat, van de territoriale en van de andere publiekrechtelijke instellingen, niet alleen de beperkingen moeten worden opgeheven, maar dat tevens de nationale procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken moeten worden gecooerdineerd;

Overwegende dat deze cooerdinatie zoveel mogelijk de thans in elk van de Lid-Staten bestaande procedures en praktijk dient te respecteren;

Overwegende dat deze richtlijn niet van toepassing is op bepaalde opdrachten voor de uitvoering van werken, gegund in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie, die onder Richtlijn 90/531/EEG vallen;

Overwegende dat het wegens het toenemende belang van concessies op het gebied van openbare werken en wegens de specifieke aard ervan wenselijk is in de onderhavige richtlijn regels omtrent de bekendmaking daarvan op te nemen;

Overwegende dat opdrachten voor de uitvoering van werken van minder dan 5 000 000 ecu buiten de mededinging kunnen worden gelaten zoals deze in deze richtlijn is geregeld en dat in verband daarmee dient te worden bepaald dat de cooerdinatiemaatregelen hierop niet van toepassing zullen zijn;

Overwegende dat uitzonderingsgevallen dienen te worden vastgesteld waarin de maatregelen tot cooerdinatie van de procedures niet behoeven te worden toegepast, doch dat deze gevallen tevens uitdrukkelijk dienen te worden beperkt;

Overwegende dat de procedure van gunning via onderhandelingen als een uitzondering dient te worden beschouwd en daarom slechts kan worden toegepast in deze limitatief opgesomde gevallen;

Overwegende dat het van belang is gemeenschappelijke regels op technisch gebied op te stellen, waarbij rekening wordt gehouden met het communautaire beleid inzake normalisatie en standaardisatie;

Overwegende dat het, voor de ontwikkeling van een daadwerkelijke mededinging op het gebied van overheidsopdrachten, noodzakelijk is dat de door de aanbestedende diensten van de Lid-Staten opgestelde aankondigingen van opdrachten op communautair niveau bekend worden gemaakt; dat het doel van de in deze aankondigingen gegeven inlichtingen is, de aannemers van de Gemeenschap in staat te stellen uit te maken of de voorgenomen opdrachten voor hen van belang zijn; dat zij te dien einde voldoende dienen te worden ingelicht over de te leveren prestaties en de bijbehorende voorwaarden; dat in het bijzonder in de niet-openbare procedures de bekendmaking ten doel heeft aan de aannemers van de Lid-Staten de mogelijkheid te verschaffen hun belangstelling voor deze opdrachten te tonen, door de aanbestedende diensten te verzoeken hen uit te nodigen voor een inschrijving onder de vereiste voorwaarden;

Overwegende dat de nadere inlichtingen betreffende de opdracht, zoals in de Lid-Staten gebruikelijk is, in het bestek voor elke opdracht of in een gelijkwaardig document moeten zijn opgenomen;

Overwegende dat voor deelneming aan overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken gemeenschappelijke regels dienen te worden opgesteld, die zowel kwalitatieve selectiecriteria als criteria voor de gunning van opdrachten dienen te behelzen;

Overwegende dat het dienstig is te voorzien in de mogelijkheid dat het bepaalde technische voorwaarden betreffende de kennisgevingen en de statistische verslagen die bij deze richtlijn worden vereist, kunnen worden aangepast in het licht van de ontwikkeling van de technische behoeften; dat in bijlage II van deze richtlijn wordt verwezen naar de algemene systematische bedrijfsindeling in de Europese Gemeenschappen (NACE); dat de Gemeenschap deze gemeenschappelijke bedrijfsindeling zo nodig kan herzien of vervangen en dat maatregelen moeten worden getroffen om het mogelijk te maken de verwijzigingen naar de NACE-indeling in bijlage II dienovereenkomstig aan te passen;

Overwegende dat deze richtlijn geen afbreuk mag doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten wat de in bijlage VII aangegeven termijnen voor omzetting en toepassing betreft,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder

a) "overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken": schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel die zijn gesloten tussen een aannemer, enerzijds, en een onder b) omschreven aanbestedende dienst, anderzijds, en die betrekking hebben op de uitvoering dan wel het ontwerp alsmede de uitvoering van werken in het kader van een van de in bijlage II vermelde of onder c) bepaalde werkzaamheden, dan wel op het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet;

b) "aanbestedende diensten": de Staat, zijn territoriale lichamen, publiekrechtelijke instellingen en verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of instellingen.

Onder "publiekrechtelijke instelling" wordt verstaan, iedere instelling die:

- is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang andere dan die van industriële of commerciële aard, en

- rechtspersoonlijkheid heeft, en

- waarvan of wel de activiteiten in hoofdzaak door de Staat, de territoriale of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd, of wel het beheer is onderworpen aan toezicht door deze laatsten, of wel de leden van de directie, de raad van bestuur of de raad van toezicht voor meer dan de helft door de Staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.

De lijsten van de instellingen en van de categorieën van publiekrechtelijke instellingen die voldoen aan de in de tweede alinea van dit punt genoemde criteria, staan in bijlage I. Deze lijsten zijn zo volledig mogelijk en kunnen worden herzien volgens de procedure van artikel 35. Daartoe stellen de Lid-Staten de Commissie op gezette tijden in kennis van de wijzigingen die zijn opgetreden in hun lijsten;

c) "werk": het produkt van bouw- dan wel wegenbouwkundige werken in hun geheel dat er toe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;

d) "concessieovereenkomst voor openbare werken": een overeenkomst met dezelfde kenmerken als die bedoeld onder a), met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij uit dit recht, gepaard gaande met een prijs;

e) "openbare procedures": de nationale procedures waarbij alle belangstellende aannemers mogen inschrijven;

f) "niet-openbare procedures": de nationale procedures waarbij alleen de door de aanbestedende dienst aangezochte aannemers mogen inschrijven;

g) "onderhandelingsprocedures" of "procedures van gunning via onderhandelingen": de nationale procedures waarbij de aanbestedende dienst met door hem gekozen aannemers overleg pleegt en via onderhandelingen met een of meer van hen de contractuele voorwaarden vaststelt;

h) - "inschrijver": de aannemer die een aanbieding heeft gedaan;

- "gegadigde": degene die heeft verzocht om een uitnodiging tot deelneming aan een niet-openbare procedure of aan een procedure van gunning via onderhandelingen.

Artikel 2

1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen opdat de aanbestedende diensten de bepalingen van deze richtlijn naleven of doen naleven, wanneer zij voor een opdracht voor de uitvoering van werken die door een andere instantie dan een aanbestedende dienst is geplaatst rechtstreeks voor meer dan 50 % subsidie verlenen.

2. Lid 1 heeft slechts betrekking op opdrachten die vallen onder klasse 50, groep 502, van de NACE-nomenclatuur en op opdrachten betreffende bouwwerken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming.

Artikel 3

1. Wanneer de aanbestedende diensten een concessieovereenkomst voor openbare werken sluiten, zijn de in artikel 11, leden 3, 6, 7 en 9 tot en met 13, en in artikel 15 bepaalde voorschriften inzake bekendmaking op deze overeenkomst van toepassing wanneer de waarde daarvan gelijk is aan of meer bedraagt dan 5 000 000 ecu.

2. De aanbestedende dienst kan:

- hetzij de concessiehouder van openbare werken verplichten om opdrachten van ten minste 30 % van de totale waarde van de werken waarvoor een concessie wordt verleend, aan derden uit te besteden, met dien verstande dat de mogelijkheid wordt opengelaten dat de gegadigden dit percentage verhogen. Dit minimumpercentage dient in de concessieovereenkomst voor openbare werken te worden vermeld;

- hetzij de gegadigden voor de concessie verzoeken zelf in hun aanbiedingen aan te geven welk percentage van de totale waarde van de werken waarvoor de concessie wordt verleend, zij in voorkomend geval aan derden denken uit te besteden.

3. Wanneer de concessiehouder zelf een van de in artikel 1, onder b), bedoelde aanbestedende diensten is, is deze gehouden om ten aanzien van de door derden uit te voeren werken de bepalingen van deze richtlijn in acht te nemen.

4. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen opdat de concessiehouders van openbare werken die geen aanbestedende diensten zijn, de in artikel 11, leden 4, 6, 7 en 9 tot en met 13, alsmede de in artikel 16 bepaalde voorschriften inzake bekendmaking toepassen bij de plaatsing van opdrachten voor de uitvoering van werken bij derden, wanneer de waarde van deze opdrachten gelijk is aan of meer bedraagt dan 5 000 000 ecu. Bekendmaking is echter niet vereist wanneer een opdracht voor de uitvoering van werken aan de in artikel 7, lid 3, genoemde voorwaarden voldoet.

Als derden worden niet beschouwd ondernemingen die een consortium hebben gevormd om de concessie te verwerven of ondernemingen die met deze ondernemingen zijn verbonden.

Onder "verbonden onderneming" wordt verstaan: elke onderneming waarop de concessiehouder direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op de concessiehouder of die, te zamen met de concessiehouder, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften. Het vermoeden van overheersende invloed bestaat wanneer een onderneming, direct of indirect, ten opzichte van een andere onderneming:

- de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit, of

- beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of

- meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen.

Bij de concessieaanvragen dient een volledige lijst van deze ondernemingen te worden gevoegd. Deze lijst wordt bijgewerkt naar gelang van latere wijzigingen in de bindingen tussen de ondernemingen.

Artikel 4

1. Deze richtlijn is niet van toepassing op:

a) opdrachten die worden geplaatst op gebieden vermeld in de artikelen 2, 7, 8 en 9 van Richtlijn 90/531/EEG en op de opdrachten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 2, van die richtlijn;

b) opdrachten voor de uitvoering van werken, wanneer de werken geheim zijn verklaard of wanneer hun uitvoering overeenkomstig de in de betrokken Lid-Staat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen gepaard moet gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen, of wanneer de bescherming van de fundamentele belangen van de Lid-Staat zulks vereist.

Artikel 5

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten waarvoor andere procedureregels gelden en die worden geplaatst:

a) krachtens een tussen een Lid-Staat en een of meer derde landen met inachtneming van het Verdrag gesloten internationale overeenkomst betreffende werken die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke uitvoering of exploitatie van een project door de ondertekenende Staten; elke overeenkomst wordt ter kennis gebracht van de Commissie, die overleg kan plegen in het bij Besluit 71/306/EEG(5) ingestelde Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten;

b) op grond van een in verband met de legering van strijdkrachten gesloten internationale overeenkomst betreffende ondernemingen in een Lid-Staat of in een derde land;

c) volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie.

Artikel 6

1. Deze richtlijn is van toepassing op overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken waarvan het geraamde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde (BTW), gelijk is aan of meer bedraagt dan 5 000 000 ecu.

2. a) De tegenwaarde van de drempel in nationale valuta wordt in beginsel om de twee jaar herzien, te rekenen vanaf 1 januari 1992. Deze tegenwaarden worden berekend op basis van de gemiddelde dagwaarde van die valuta in ecu voor de periode van 24 maanden die eindigt op de laaste dag van de maand augustus die voorafgaat aan de eerste januari waarop de herziening van kracht wordt. Deze tegenwaarden worden in de eerste dagen van november bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

b) De onder a) bedoelde berekeningsmethode wordt in beginsel twee jaar na de eerste toepassing ervan op voorstel van de Commissie door het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten opnieuw onderzocht.

3. Wanneer een werk wordt verdeeld in percelen voor elk waarvan een opdracht is geplaatst, moet de waarde van elk perceel in aanmerking worden genomen om te beoordelen of het in lid 1 vermelde bedrag is bereikt. Wanneer de totale waarde van de percelen gelijk is aan of meer bedraagt dan het in lid 1 aangegeven bedrag, is dit lid van toepassing op alle percelen. De aanbestedende diensten mogen van lid 1 afwijken voor percelen waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, minder dan 1 000 000 ecu bedraagt, mits de totale waarde van deze percelen samen niet meer beloopt dan 20 % van de totale waarde van alle percelen.

4. Werken of opdrachten mogen niet worden gesplitst ten einde deze aan de toepassing van deze richtlijn te onttrekken.

5. Voor de berekening van de in lid 1 van dit artikel alsmede in artikel 7 vermelde bedragen wordt behalve de bedragen voor de overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, ook de geraamde waarde in aanmerking genomen van de voor de uitvoering van het werk noodzakelijke goederen welke door de aanbestedende dienst ter beschikking van de aannemer worden gesteld.

Artikel 7

1. Bij het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken passen de aanbestedende diensten de in artikel 1, onder e), f) en g), omschreven procedures toe, aangepast aan deze richtlijn.

2. De aanbestedende diensten kunnen in de volgende gevallen opdrachten voor de uitvoering van werken plaatsen volgens een procedure van gunning via onderhandelingen, na voorafgaande bekendmaking van een uitnodiging tot inschrijving en selectie van de gegadigden overeenkomstig openbaar gemaakte kwalitatieve criteria:

a) indien de inschrijvingen gedaan in het kader van een openbare of niet-openbare aanbestedingsprocedure onregelmatig zijn, of indien slechts inschrijvingen zijn gedaan die onaanvaardbaar zijn volgens de met de voorschriften van titel IV conforme nationale bepalingen, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd. De aanbestedende diensten maken geen uitnodiging tot inschrijving bekend, indien zij bij de gunning via onderhandelingen alle ondernemingen betrekken die voldoen aan de criteria van de artikelen 24 tot en met 29 en die gedurende de voorafgaande openbare of niet-openbare aanbestedingsprocedures offertes hebben gedaan die aan de formele eisen van de procedure voor het plaatsen van opdrachten voldeden;

b) indien het werken betreft die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van onderzoek, proefneming of ontwikkeling, en niet met het doel winst te maken of de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken;

c) in buitengewone gevallen, indien het werken betreft waarvan de aard en de onzekere omstandigheden een vaststelling vooraf van de totale prijs niet mogelijk maken.

3. De aanbestedende diensten kunnen in de volgende gevallen hun opdrachten voor de uitvoering van werken plaatsen volgens de procedure van gunning via onderhandelingen, zonder voorafgaande bekendmaking van een uitnodiging tot inschrijving:

a) indien in het kader van een openbare of niet-openbare aanbestedingsprocedure geen of geen passende inschrijvingen zijn gedaan, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd. Aan de Commissie wordt op haar verzoek een verslag overgelegd;

b) voor werken waarvan de uitvoering om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde aannemer kan worden toevertrouwd;

c) voor zover zulks strikt noodzakelijk is, indien de termijnen voor de openbare of niet-openbare procedure dan wel voor de in lid 2 bedoelde procedure van gunning via onderhandelingen wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de betrokken aanbestedende diensten niet konden worden voorzien, niet in acht kunnen worden genomen. De omstandigheden waarop ter verantwoording van de dwingende spoed een beroep wordt gedaan, mogen in geen geval aan de aanbestedende diensten te wijten zijn;

d) voor aanvullende werken die niet in het oorspronkelijk gegunde project of in het eerste contract waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden voor de uitvoering van het daarin beschreven werk noodzakelijk zijn geworden, mits zij worden gegund aan de aannemer die dit werk uitvoert:

- wanneer deze werken uit technisch of economisch oogpunt niet zonder overwegende bezwaren voor de aanbestedende diensten van de hoofdopdracht kunnen worden gescheiden, of

- wanneer deze werken, hoewel zij van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden gescheiden, voor de vervolmaking ervan strikt noodzakelijk zijn.

Het gezamenlijke bedrag van de ter zake van de aanvullende werken geplaatste opdrachten mag echter niet hoger zijn dan 50 % van het bedrag van de hoofdopdracht;

e) in geval van nieuwe werken, bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken die door dezelfde aanbestedende diensten aan de met een eerste opdracht belaste aannemer worden toevertrouwd, mits deze werken overeenstemmen met een basisproject dat het voorwerp vormde van een overeenkomstig de in lid 4 bedoelde procedures geplaatste eerste opdracht.

De mogelijkheid om deze procedure toe te passen dient reeds bij het uitschrijven van de aanbesteding van het eerste deel van het werk te worden vermeld, en het totale voor de volgende werken geraamde bedrag wordt door de aanbestedende diensten in aanmerking genomen voor de toepassing van artikel 6. Van deze procedure kan slechts gebruik worden gemaakt gedurende een periode van drie jaar volgende op de oorspronkelijke opdracht.

4. In alle andere gevallen maken de aanbestedende diensten voor het plaatsen van opdrachten voor de uitvoering van werken gebruik van de openbare of van de niet-openbare procedure.

Artikel 8

1. De aanbestedende dienst deelt binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek aan iedere afgewezen gegadigde of inschrijver op diens verzoek de redenen mede voor de afwijzing van zijn aanvraag of van zijn inschrijving op een aanbesteding, en in het geval van een inschrijving op een aanbesteding, de naam van de begunstigde.

2. De aanbestedende dienst deelt de gegadigden of inschrijvers op hun verzoek mede om welke redenen hij heeft besloten een aanbestede opdracht niet te plaatsen of de procedure opnieuw te beginnen. Hij stelt ook het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen van dat besluit in kennis.

3. Over elke gegunde opdracht stellen de aanbestedende diensten een proces-verbaal op dat ten minste het volgende bevat:

- de naam en het adres van de aanbestedende dienst, het voorwerp en de waarde van de opdracht;

- de namen van de uitgekozen gegadigden of inschrijvers, met motivering van die keuze;

- de namen van de uitgesloten gegadigden of inschrijvers en de redenen voor de uitsluiting;

- de naam van de begunstigde en de motivering voor de keuze van zijn offerte, alsmede, indien bekend, het gedeelte van de opdracht dat de begunstigde voornemens is aan derden in onderaanneming te geven;

- voor procedures van gunning via onderhandelingen, de in artikel 7 genoemde omstandigheden die de toepassing van deze procedure rechtvaardigen.

Dit proces-verbaal, of de hoofdpunten ervan, worden de Commissie op haar verzoek toegezonden.

Artikel 9

Ten einde die aannemer te kiezen die het meest geschikt is om in het team te worden opgenomen, kan een bijzondere procedure voor de gunning worden toegepast in geval van opdrachten betreffende het ontwerpen en bouwen van een complex woningen in het kader van de sociale woningbouw met betrekking waartoe, wegens de omvang, de ingewikkeldheid en de vermoedelijke duur der desbetreffende werken, het plan van meet af aan moet worden opgesteld op basis van een nauwe samenwerking in een team, bestaande uit afgevaardigden van de aanbestedende diensten, deskundigen en de aannemer die met de uitvoering van de werken wordt belast.

In het bijzonder geven de aanbestedende diensten in de aankondiging van de opdracht een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de werken, opdat de belangstellende aannemers zich een duidelijk beeld kunnen vormen van het uit te voeren project. Tevens vermelden de aanbestedende diensten in deze aankondiging, overeenkomstig de artikelen 24 tot en met 29, aan welke persoonlijke, technische en financiële voorwaarden de gegadigden moeten voldoen.

Wanneer zij van een dergelijke procedure gebruik maken, passen de aanbestedende diensten de op de niet-openbare procedure betrekking hebbende gemeenschappelijke regels inzake bekendmaking toe en die inzake de criteria voor kwalitatieve selectie.

TITEL II GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS OP TECHNISCH GEBIED

Artikel 10

1. De in bijlage III vermelde technische specificaties staan in de algemene documenten of in de contractuele documenten die bij iedere opdracht behoren.

2. Onverminderd de verplichte nationale technische voorschriften, voor zover deze met het Gemeenschapsrecht verenigbaar zijn, worden de technische specificaties door de aanbestedende dienst aangegeven door verwijzing naarnationale normen waarin de Europese normen zijn omgezet, door verwijzing naar Europese technische goedkeuringen of door verwijzing naar gemeenschappelijke technische specificaties.

3. Een aanbestedende dienst mag van lid 2 afwijken, indien:

a) de normen, de Europese technische goedkeuringen of de gemeenschappelijke technische specificaties geen bepalingen bevatten inzake de vaststelling van de overeenstemming of indien er geen technische middelen zijn om de overeenstemming van een produkt met deze normen, deze Europese technische goedkeuringen of deze gemeenschappelijke technische specificaties afdoende vast te stellen;

b) de toepassing van deze normen, Europese technische goedkeuringen of gemeenschappelijke technische specificaties, de aanbestedende dienst verplicht tot het gebruik van produkten of van materiaal dat met de reeds door de aanbestedende dienst gebruikte apparatuur onverenigbaar is, dan wel tot buitensporig hoge kosten of tot onevenredig grote technische moeilijkheden leidt; zij kan dit echter slechts doen in het kader van een welomschreven en schriftelijk vastgelegde strategie met het oog op een overgang binnen een gestelde termijn naar Europese normen, Europese technische goedkeuringen of gemeenschappelijke technische specificaties;

c) het betrokken project werkelijk innoverend is, waardoor de aanwending van bestaande Europese normen, Europese technische goedkeuringen of gemeenschappelijke technische specificaties niet dienstig zou zijn.

4. Aanbestedende diensten die van lid 3 gebruik maken, vermelden, tenzij zulks niet mogelijk is, de redenen daarvoor in de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte aankondiging van de opdracht of in het bestek en in elk geval in hun interne documentatie; zij verstrekken deze informatie desgevraagd aan de Lid-Staten en aan de Commissie.

5. Indien ter zake geen Europese normen, Europese technische goedkeuringen of gemeenschappelijke technische specificaties bestaan,

a) worden de technische specificaties aangegeven door verwijzing naar de nationale technische specificaties waarvan is erkend dat zij aan de fundamentele voorschriften van de Gemeenschapsrichtlijnen inzake de technische harmonisatie voldoen, volgens de in die richtlijnen bepaalde procedures en met name volgens die van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake voor de bouw bestemde produkten(6) ;

b) kunnen de technische specificaties worden aangegeven door verwijzing naar de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het gebruik van de produkten;

c) kunnen de technische specificaties worden aangegeven door verwijzing naar andere documenten.

In dit geval dient in volgorde van voorkeur te worden verwezen naar:

i) nationale normen ter omzetting van de door het land van de aanbestedende dienst aanvaarde internationale normen;

ii) andere nationale normen en nationale technische goedkeuringen van het land van de aanbestedende dienst;

iii) iedere andere norm.

6. Tenzij dergelijke specificaties door het voorwerp van de opdracht worden gerechtvaardigd, verbieden de Lid-Staten het opnemen in de contractclausules die voor een bepaalde opdracht gelden, van technische specificaties die produkten van een bepaald fabrikaat of van een bepaalde herkomst dan wel bijzondere werkwijzen vermelden, waardoor bepaalde ondernemingen worden begunstigd of uitgeschakeld. Het is met name verboden merken, octrooien of typen, of een bepaalde oorsprong of produktie aan te duiden. Een dergelijke aanduiding, vergezeld van de vermelding "of daarmee overeenstemmend", is evenwel toegestaan wanneer het de aanbestedende diensten niet mogelijk is door middel van voldoende nauwkeurige en voor alle betrokkenen begrijpelijke technische specificaties het voorwerp van de opdracht te omschrijven.

TITEL III GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS VOOR DE BEKENDMAKING

Artikel 11

1. De aanbestedende diensten maken door middel van een enuntiatieve aankondiging de hoofdkenmerken bekend van de opdrachten voor de uitvoering van werken die zij voornemens zijn te plaatsen en waarvan het bedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan de in artikel 6, lid 1, vermelde drempel.

2. De aanbestedende diensten die een overheidsopdracht voor de uitvoering van een werk wensen te plaatsen volgens een openbare of een niet-openbare procedure dan wel, in de gevallen bedoeld in artikel 7, lid 2, volgens een procedure van gunning via onderhandelingen, geven hun voornemen hiertoe te kennen in een aankondiging.

3. De aanbestedende diensten die van concessies voor de uitvoering van openbare werken gebruik willen maken, geven hun voornemen hiertoe te kennen in een aankondiging.

4. De concessiehouders van openbare werken die geen aanbestedende diensten zijn en die een opdracht voor de uitvoering van een werk door een derde wensen te plaatsen in de zin van artikel 3, lid 4, geven hun voornemen hiertoe te kennen in een aankondiging.

5. Aanbestedende diensten die een opdracht hebben gegund, maken het resultaat hiervan in een aankondiging bekend. In bepaalde gevallen behoeven echter sommige gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet te worden bekendgemaakt indien openbaarmaking van die gegevens toepassing van de wet in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang of schade zou kunnen toebrengen aan de rechtmatige commerciële belangen van bepaalde overheids- of particuliere ondernemingen, dan wel indien de eerlijke mededinging tussen de aannemers erdoor zou kunnen worden aangetast.

6. De in de leden 1 tot en met 5 genoemde aankondigingen worden opgesteld overeenkomstig de in de bijlagen IV, V en VI opgenomen modellen en geven de daarin gevraagde inlichtingen nauwkeurig weer.

De aanbestedende diensten mogen geen andere eisen stellen dan die genoemd in de artikelen 26 en 27, wanneer zij inlichtingen vragen betreffende de economische en technische eisen die zij aan aannemers stellen voor hun selectie (bijlage IV, deel B, punt 11, bijlage IV, deel C, punt 10, en bijlage IV, deel D, punt 9).

7. De in de leden 1 tot en met 5 genoemde aankondigingen worden door de aanbestedende diensten zo snel mogelijk en langs de meest passende kanalen toegezonden aan het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen. Bij de in artikel 14 bedoelde versnelde procedure worden de aankondigingen per telexbericht, telegram of telefax verzonden.

De aankondiging bedoeld in lid 1 wordt zo spoedig mogelijk verzonden na het besluit tot goedkeuring van het programma waarop opdrachten voor de uitvoering van werken die de aanbestedende diensten voornemens zijn te plaatsen, zijn gebaseerd.

De in lid 5 genoemde aankondiging wordt uiterlijk 48 dagen na de gunning van de betrokken opdracht verzonden.

8. De in de leden 1 en 5 genoemde aankondigingen worden in extenso in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en via de TED (Tenders Electronic Daily)-databank in de officiële talen van de Gemeenschap bekendgemaakt, waarbij alleen de tekst in de oorspronkelijke taal authentiek is.

9. De in de leden 2, 3 en 4 genoemde aankondigingen worden in extenso in de oorspronkelijke taal bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen en via de TED-databank. Een samenvatting met de belangrijkste gegevens van de verschillende aankondigingen wordt in de andere officiële talen van de Gemeenschap gepubliceerd, waarbij alleen de tekst in de oorspronkelijke taal authentiek is.

10. Het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen maakt de aankondigingen uiterlijk twaalf dagen na toezending bekend. Bij de in artikel 14 bedoelde versnelde procedure wordt deze termijn tot vijf dagen verkort.

11. De bekendmaking van de aankondiging in de officiële bladen of in de pers van het land van de aanbestedende dienst mag niet plaatsvinden vóór de datum van verzending aan het Bureau van officiële publikaties der Europese Gemeenschappen, en moet deze laatste datum vermelden. Zij mag geen andere gegevens bevatten dan die welke in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen verschijnen.

12. De aanbestedende diensten moeten de datum van verzending kunnen aantonen.

13. De kosten van bekendmaking van de aankondigingen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen komen voor rekening van de Gemeenschappen. De tekst van de aankondiging mag niet meer dan één bladzijde van het Publikatieblad beslaan, hetgeen overeenkomt met ongeveer 650 woorden. Ieder nummer van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen waarin een of meer aankondigingen zijn opgenomen, bevat tevens het model of de modellen waarnaar de bekendgemaakte aankondiging(en) verwijst (verwijzen).

Artikel 12

1. Bij openbare procedures wordt de termijn voor de ontvangst van de aanbiedingen door de aanbestedende diensten vastgesteld op ten minste 52 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.

2. De in lid 1 bedoelde termijn voor de ontvangst van de aanbiedingen kan worden verkort tot 36 dagen, indien de aanbestedende diensten de in artikel 11, lid 1, bedoelde aankondiging, opgesteld overeenkomstig het model in bijlage IV, deel A, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen hebben bekendgemaakt.

3. Voor zover daarom tijdig is verzocht, moeten de aanbestedende diensten of de bevoegde diensten de aannemers binnen zes dagen na de ontvangst van dit verzoek de bestekken en aanvullende stukken toezenden.

4. Voor zover daarom tijdig is verzocht, dienen nadere inlichtingen over het bestek door de aanbestedende diensten te worden verstrekt uiterlijk zes dagen vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de inschrijvingen worden ingewacht.

5. Indien de bestekken en de aanvullende stukken of nadere inlichtingen wegens hun omvang niet kunnen worden verstrekt binnen de in leden 3 en 4 gestelde termijnen of indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging op de plaats zelf, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, dienen de in de leden 1 en 2 bepaalde termijnen dienovereenkomstig te worden verlengd.

Artikel 13

1. Bij niet-openbare procedures en bij procedures van gunning via onderhandelingen in de zin van artikel 7, lid 2, wordt de termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming door de aanbestedende diensten vastgesteld op ten minste 37 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.

2. De aanbestedende diensten nodigen de daartoe uitgekozen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk tot inschrijving uit. Bij de uitnodigingsbrief moeten het bestek en de aanvullende stukken worden ingesloten. De brief bevat ten minste:

a) in voorkomend geval, het adres van de dienst waar het bestek en de aanvullende stukken kunnen worden aangevraagd en de uiterste datum voor deze aanvraag, alsmede het eventueel ter verkrijging van genoemde stukken te storten bedrag en de wijze van betaling daarvan;

b) de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld;

c) een verwijzing naar de bekendgemaakte aankondiging;

d) de aanduiding van de stukken die eventueel moeten worden bijgesloten, hetzij ter staving van de door de gegadigde overeenkomstig artikel 11, lid 7, verstrekte controleerbare verklaringen, hetzij ter aanvulling van de in dit zelfde artikel vermelde inlichtingen en zulks onder dezelfde voorwaarden als gesteld in de artikelen 26 en 27;

e) de gunningscriteria, indien deze niet in de aankondiging zijn vermeld.

3. Bij niet-openbare procedures bedraagt de door de aanbestedende diensten vast te stellen termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de schriftelijke uitnodiging is verzonden.

4. De in lid 3 genoemde termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen kan tot 26 dagen worden verkort, indien de aanbestedende diensten de in artikel 11, lid 1, bedoelde aankondiging, opgesteld overeenkomstig het model in bijlage IV, deel A, in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen hebben bekendgemaakt.

5. De aanvragen tot deelneming aan een procedure voor plaatsing van een opdracht kunnen per brief, telegram, telexbericht of telefax dan wel telefonisch geschieden. In de laatste vier gevallen moeten zij worden bevestigd per brief die wordt verzonden vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn.

6. Nadere inlichtingen over het bestek, voor zover tijdig aangevraagd, dienen door de aanbestedende diensten te worden verstrekt uiterlijk zes dagen vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de inschrijvingen worden ingewacht.

7. Indien de inschrijvingen slechts na een bezichtiging op de plaats zelf, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, dient de in de leden 3 en 4 bepaalde termijnen dienovereenkomstig te worden verlengd.

Artikel 14

1. Wanneer het om dringende redenen onmogelijk is de in artikel 13 voorgeschreven termijnen in acht te nemen, kunnen de aanbestedende diensten de volgende termijnen toepassen:

a) een termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming, die niet minder mag bedragen dan vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum waarop de aankondiging is verzonden;

b) een termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen, die niet minder mag bedragen dan tien dagen, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging.

2. Voor zover tijdig aangevraagd, dienen nadere inlichtingen over het bestek door de aanbestedende diensten te worden verstrekt uiterlijk vier dagen vóór het verstrijken van de termijn waarbinnen de inschrijvingen worden ingewacht.

3. De aanvragen tot deelneming aan de aanbesteding en de uitnodigingen tot indiening van een inschrijving moeten langs de snelst mogelijke kanalen geschieden. Indien de aanvragen tot deelneming aan de aanbesteding per telegram, telexbericht, telefax dan wel telefonisch geschieden, dienen zij te worden bevestigd per brief die wordt verzonden vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn.

Artikel 15

Aanbestedende diensten die gebruik willen maken van concessies voor de uitvoering van openbare werken, stellen voor de indiening van de inschrijvingen op de concessie een termijn vast, die niet minder dan 52 dagen kan bedragen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging.

Artikel 16

Bij opdrachten voor de uitvoering van werken die worden geplaatst voor concessiehouders van openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst zijn, bedraagt de door de concessiehouder vast te stellen termijn voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming ten minste 37 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging, en de door de concessiehouder vast te stellen termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de datum van verzending van de aankondiging of van de uitnodiging tot het doen van een inschrijving.

Artikel 17

De aanbestedende diensten kunnen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen aankondigingen bekendmaken betreffende overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken die niet aan de in deze richtlijn verplicht gestelde bekendmaking zijn onderworpen.

TITEL IV GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS INZAKE DEELNEMING Hoofdstuk 1

Algemeen

Artikel 18

Gunning vindt, met inachtneming van artikel 19, plaats op de grondslag van de in hoofdstuk 3 van deze titel vermelde criteria, nadat de geschiktheid van de aannemers die niet uit hoofde van artikel 24 zijn uitgesloten, door de aanbestedende diensten is nagegaan overeenkomstig de in de artikelen 26 tot en met 29 vermelde criteria betreffende economische en financiële draagkracht en technische bekwaamheid.

Artikel 19

Wanneer voor de gunning van een opdracht het criterium van de economisch voordeligste aanbieding wordt gehanteerd, mogen de aanbestedende diensten de door de inschrijvers voorgestelde varianten in overweging nemen voor zover die aan de door deze aanbestedende diensten gestelde minimumvereisten voldoen.

De aanbestedende diensten vermelden in het bestek aan welke voorwaarden deze varianten ten minste moeten voldoen, alsmede hoe deze moeten worden ingediend. Indien varianten niet zijn toegestaan, vermelden zij dit in de aankondiging.

De aanbestedende diensten mogen een ingediende variant niet verwerpen om de enkele reden dat deze is opgesteld met gebruikmaking van technische specificaties die zijn omschreven door verwijzing naar nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, naar Europese technische goedkeuringen, naar in artikel 10, lid 2, bedoelde gemeenschappelijke technische specificaties, of naar in artikel 10, lid 5, onder a) en b), bedoelde nationale technische specificaties.

Artikel 20

In het bestek kan de aanbestedende dienst de inschrijver verzoeken in zijn offerte aan te geven welk gedeelte van de opdracht zij eventueel voornemens is aan derden in onderaanneming te geven.

Deze mededeling laat de aansprakelijkheid van de hoofdaannemer onverlet.

Artikel 21

Combinaties van aannemers mogen inschrijven. Van deze combinaties kan niet worden verlangd dat zij met het oog op de inschrijving een bepaalde rechtsvorm aannemen, doch dit kan wel van een combinatie worden geëist wanneer de opdracht haar is gegund.

Artikel 22

1. Bij niet-openbare procedures en bij procedures van gunning via onderhandelingen kiezen de aanbestedende diensten uit degenen die aan de in de artikelen 24 tot en met 29 gestelde eisen voldoen en aan de hand van de over de eigen situatie van de aannemer verstrekte gegevens en de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de technische en economische minimumeisen waaraan deze moet voldoen, de gegadigden die zij zullen uitnodigen om in te schrijven of deel te nemen aan de onderhandelingen.

2. Wanneer aanbestedende diensten een opdracht plaatsen volgens de niet-openbare procedure, mogen zij een minimum en een maximum aangeven waartussen zich het aantal ondernemingen zal situeren dat zij voornemens zijn aan te zoeken. Dit minimumaantal en dit maximumaantal worden dan aangegeven in de aankondiging. Deze aantallen hangen af van de aard van het uit te voeren werk. Het minimumaantal mag niet minder bedragen dan vijf. Het maximumaantal kan worden vastgesteld op twintig.

Het aantal gegadigden moet in ieder geval groot genoeg zijn om een werkelijke mededinging te garanderen.

3. Wanneer aanbestedende diensten in de gevallen bedoeld in artikel 7, lid 2, een opdracht plaatsen volgens de procedure van gunning via onderhandelingen, mag het aantal gegadigden dat tot de onderhandelingen wordt toegelaten, niet lager zijn dan drie, voor zover er voldoende geschikte gegadigden zijn.

4. Elke Lid-Staat draagt er zorg voor dat de aanbestedende diensten zich zonder discriminatie en onder dezelfde voorwaarden als die welke zij voor hun eigen onderdanen stellen, tot aannemers van de andere Lid-Staten wenden die aan de vereisten voldoen.

Artikel 23

1. De aanbestedende diensten kunnen, al dan niet op last van een Lid-Staat, in het bestek aangeven bij welke dienst of diensten de inschrijvers de ter zake dienende informatie kunnen verkrijgen over de verplichtingen die ter zake van de arbeidsbescherming en de arbeidsvoorwaarden gelden in de Lid-Staat, de regio of de plaats waar de werken worden uitgevoerd, en die van toepassing zijn op de werkzaamheden die tijdens de uitvoering van de opdracht op het werkterrein worden verricht.

2. De aanbestedende diensten die de in lid 1 vermelde informatie verstrekken, verzoeken de inschrijvers of degenen die deelnemen aan een aanbestedingsprocedure, aan te geven dat zij bij de voorbereiding van hun offerte rekening hebben gehouden met de verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bepalingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de werken worden uitgevoerd. Deze bepaling staat niet in de weg van de toepassing van artikel 30, lid 4, inzake de verificatie van abnormaal lage offertes.

Hoofdstuk 2

Criteria voor de kwalitatieve selectie

Artikel 24

Van deelneming aan een opdracht kan worden uitgesloten iedere aannemer:

a) die staat van faillissement of van liquidatie verkeert, die zijn werkzaamheden heeft gestaakt, of die het voorwerp is van een surséance van betaling of een akkoord dan wel die in een andere soortgelijke toestand verkeert ingevolge een gelijkaardige procedure van de nationale wettelijke regeling;

b) wiens faillissement of liquidatie is aangevraagd of tegen wie een procedure van surséance van betaling of akkoord dan wel een andere soortgelijke procedure die in de nationale wettelijke regeling is voorzien, aanhangig is gemaakt;

c) die, bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeld is geweest voor een delict dat de professionele integriteit van de aannemer in het gedrang brengt;

d) die in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende diensten aannemelijk kunnen maken;

e) die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van de sociale-verzekeringsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is of van het land van de aanbestedende dienst;

f) die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij gevestigd is of van het land van de aanbestedende dienst;

g) die zich in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die overeenkomstig dit hoofdstuk kunnen worden verlangd.

Indien de aanbestedende dienst van de aannemer het bewijs verlangt dat hij niet in een van de onder a), b), c), e) en f) genoemde omstandigheden verkeert, aanvaardt deze dienst als voldoende bewijs:

- voor a), b) en c) een uittreksel uit het strafregister of, bij ontbreken daarvan, een gelijkwaardig document, afgegeven door een gerechtelijke of bevoegde overheidsinstantie van het land van oorsprong of van herkomst en waaruit blijkt dat aan deze eisen is voldaan;

- voor e) en f) een door een bevoegde instantie van de betrokken Lid-Staat afgegeven getuigschrift.

Indien geen zodanig document of getuigschrift door het betrokken land wordt afgegeven, kan dit worden vervangen door een verklaring onder ede - of, in de Lid-Staten waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring - die door betrokkene is afgelegd ten overstaan van een gerechtelijke of overheidsinstantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst.

De Lid-Staten wijzen de instanties en organisaties aan die voor de afgifte van vorengenoemde documenten bevoegd zijn en stellen de overige Lid-Staten en de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 25

Iedere aannemer die aan een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken wenst deel te nemen, kan worden verzocht aan te tonen dat hij volgens de eisen van de wetgeving van de Lid-Staat waar hij is gevestigd, in het beroepsregister is ingeschreven:

- voor België: "Handelsregister - Registre du commerce";

- voor Denemarken: "Handelsregistret", "Aktieselskabsregistret" of "Erhvervsregistret";

- voor Duitsland: "Handelsregister" en "Handwerksrolle";

- voor Griekenland: het Register van erkende ondernemingen "Mitroo Ergoliptikon Epicheiriseon" - MEEP van het Ministerie voor Milieu, Ruimtelijke Ordening en Openbare Werken (YPECHODE).;

- voor Spanje: "Registro Oficial de Contratistas del Ministerio de Industria, Comercio y Turismo";

- voor Frankrijk: "Registre du commerce" en "Répertoire des métiers";

- voor Italië: "Registro della Camera di commercio, industria, agricoltura e artigianato";

- voor Luxemburg: "Registre aux firmes" en "Rôle de la chambre des métiers";

- voor Nederland: "Handelsregister";

- voor Portugal: "Comissao de Alvarás de Empresas de Obras Públicas e Particulares (CAEOPP)";

- voor het Verenigd Koninkrijk en voor Ierland kan de aannemer worden verzocht een attest van de "Registrar of Companies" of de "Registrar of Friendly Societies" over te leggen of, bij ontstentenis daarvan, een attest dat de betrokkene onder ede heeft verklaard het betrokken beroep uit te oefenen in het land waar hij zich op een bepaalde plaats en onder een welbepaalde handelsnaam heeft gevestigd.

Artikel 26

1. In het algemeen kan de financiële en economische draagkracht van de aannemer worden aangetoond door een of meer van de volgende referenties:

a) passende bankverklaringen;

b) overlegging van balansen of van balansuittreksels van de onderneming, indien de wetgeving van het land waar de aannemer is gevestigd, de bekendmaking van balansen voorschrijft;

c) een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet aan werken van de onderneming over de laatste drie boekjaren.

2. De aanbestedende diensten geven in de aankondiging of in de uitnodiging tot inschrijving de referentie(s) aan die zij verlangen, evenals de andere bewijsstukken dan in lid 1, onder a), b) en c), bedoeld, die moeten worden overgelegd.

3. Indien de aannemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst gevraagde referenties over te leggen, kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere documenten die de aanbestedende dienst geschikt acht.

Artikel 27

1. De technische bekwaamheid van de aannemer kan worden aangetoond:

a) door studie- en beroepsdiploma's van de aannemer en/of van het stafpersoneel van de onderneming en in het bijzonder van degenen die met de leiding van de werken zijn belast;

b) door een lijst van de in de laatste vijf jaren uitgevoerde werken; deze lijst wordt voor de belangrijkste werken gestaafd door verklaringen inzake de goede uitvoering. In deze verklaringen dienen het bedrag van de werken, alsmede tijd en plaats van uitvoering te worden vermeld, en voorts moet eruit blijken of zij vakkundig zijn uitgevoerd en op regelmatige wijze tot een goed einde zijn gebracht. De bevoegde autoriteit zal de verklaring in voorkomend geval rechtstreeks aan de aanbestedende dienst toezenden;

c) door een verklaring welke de outillage, het materieel en de technische uitrusting vermeldt, waarover de aannemer voor de uitvoering van het werk beschikt;

d) door een verklaring betreffende de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de onderneming en de omvang van haar staf gedurende de laatste drie jaar;

e) door een verklaring waarin de al dan niet tot de onderneming behorende technici of technische organen worden vermeld, waarover de aannemer voor de uitvoering van het werk beschikt.

2. De aanbestedende dienst geeft in de aankondiging of in de uitnodiging aan, welke van deze referenties zij verlangt.

Artikel 28

Binnen de grenzen van de artikelen 24 tot en met 27, kan de aanbestedende dienst verlangen dat de aannemer de overgelegde getuigschriften en bescheiden aanvult of nader toelicht.

Artikel 29

1. De Lid-Staten waar officiële lijsten van erkende aannemers bestaan, dienen deze lijsten aan te passen aan de artikel 24, onder a) tot en met d) en onder g), en aan de artikelen 25, 26 en 27.

2. De op een officiële lijst ingeschreven aannemers kunnen bij elke aanbesteding en door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van inschrijving aan de aanbestedende dienst overleggen. Op dit bewijs worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving op de lijst mogelijk was, alsmede de classificatie welke deze lijst behelst.

3. De door de bevoegde autoriteiten bevestigde inschrijving op een officiële lijst vormt ten aanzien van de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten slechts een vermoeden van geschiktheid voor de werken die met de classificatie van de aannemer overeenkomen in de zin van artikel 24, onder a) tot en met d) en onder g), artikel 25, artikel 26, onder b) en c), en artikel 27, onder b) en d).

De gegevens welke uit de inschrijving op een officiële lijst kunnen worden afgeleid, kunnen niet ter discussie worden gesteld. Niettemin kan met betrekking tot de betaling van de bijdragen aan de sociale verzekering, van elke ingeschreven aannemer bij elke aanbesteding een aanvullende verklaring worden verlangd.

De voorgaande bepalingen worden door de aanbestedende diensten van de andere Lid-Staten alleen toegepast op aannemers die zijn gevestigd in het land waar de officiële lijst is opgesteld.

4. Voor de inschrijving van aannemers uit andere Lid-Staten op een officiële lijst kunnen geen andere bewijzen en verklaringen worden verlangd dan van nationale aannemers en in geen geval andere dan die welke in de artikelen 24 tot en met 27 zijn vermeld.

5. De Lid-Staten waar officiële lijsten bestaan, delen aan de andere Lid-Staten het adres van de instantie mede waaraan verzoeken tot inschrijving kunnen worden gericht.

Hoofdstuk 3

Gunningscriteria

Artikel 30

1. De criteria aan de hand waarvan de aanbestedende dienst een opdracht gunt, zijn

a) hetzij alleen de laagste prijs;

b) hetzij, indien de gunning aan de inschrijver met de economisch voordeligste aanbieding plaatsvindt, verschillende criteria die variëren naar gelang van de aard van de opdracht, zoals de prijs, de termijn voor uitvoering, de gebruikskosten, de rentabiliteit, de technische waarde.

2. In het geval van lid 1, onder b), vermeldt de aanbestedende dienst in het bestek of in de aankondiging van de opdracht alle gunningscriteria die hij voornemens is te hanteren, zo mogelijk in afnemende volgorde van het belang dat eraan wordt gehecht.

3. Lid 1 is niet van toepassing wanneer een Lid-Staat in het kader van een bij de vaststelling van deze richtlijn geldende regeling waarbij aan bepaalde inschrijvers preferentie wordt verleend, voor de gunning van opdrachten van andere criteria uitgaat, mits de regeling verenigbaar is met het Verdrag.

4. Indien voor een bepaalde opdracht inschrijvingen worden gedaan die in verhouding tot het uit te voeren werk abnormaal laag lijken, verzoekt de aanbestedende dienst, vóór hij deze inschrijvingen kan afwijzen, schriftelijk om de door hem dienstig geachte preciseringen over de samenstelling van de inschrijving en onderzoekt hij de samenstelling aan de hand van de ontvangen toelichtingen, waarbij hij rekening houdt met de verstrekte motivering.

De aanbestedende dienst kan motiveringen in aanmerking nemen die betrekking hebben op de zuinigheid van het bouwprocédé, de gekozen technische oplossingen, de uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver voor de uitvoering van de werken kan profiteren, of de originaliteit van diens ontwerp.

Indien in de stukken is bepaald dat de opdracht aan de laagste inschrijver wordt gegund, is de aanbestedende dienst verplicht de Commissie mede te delen welke te laag beoordeelde inschrijvingen zijn afgewezen.

Tot eind 1992 evenwel mag de aanbestedende dienst, wanneer dit volgens de geldende nationale wetgeving is toegestaan, bij uitzondering en met uitsluiting van elke discriminatie op grond van nationaliteit, zonder de in de eerste alinea vermelde procedure te volgen inschrijvingen afwijzen die abnormaal laag zijn in verhouding tot de prestatie, wanneer het aantal dergelijke inschrijvingen voor een bepaalde opdracht zo groot is, dat het volgen van deze procedure een aanzienlijke vertraging zou veroorzaken en het met de uitvoering van de betrokken opdracht samenhangende openbare belang zou worden geschaad. In de in artikel 11, lid 5, bedoelde aankondiging wordt vermeld dat van deze uitzonderingsprocedure gebruik wordt gemaakt.

Artikel 31

1. Tot en met 31 december 1992 laat deze richtlijn onverlet de toepassing van de bestaande nationale voorschriften betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken die de vermindering van de regionale ongelijkheden en de bevordering van de werkgelegenheid in minder begunstigde regio's en in door de achteruitgang van de industrie getroffen gebieden beogen, mits deze voorschriften verenigbaar zijn met het Verdrag, en met name met de beginselen van het verbod van elke discriminatie op grond van nationaliteit, van de vrijheid van vestiging en van het vrij verrichten van diensten, alsmede met de internationale verplichtingen van de Gemeenschap.

2. Lid 1 geldt onverminderd het bepaalde in artikel 30, lid 3.

Artikel 32

1. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de nationale voorschriften, bedoeld in artikel 30, lid 3, en in artikel 31, en van de wijze waarop zij worden toegepast.

2. De betrokken Lid-Staten doen de Commissie over de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen jaarlijks een verslag toekomen. Deze verslagen worden voorgelegd aan het Raadgevend Comité inzake de overheidsopdrachten.

TITEL V SLOTBEPALINGEN

Artikel 33

De berekening van de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen of aanvragen om deelneming geschiedt overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden(7) .

Artikel 34

1. Om de resultaten van de toepassing van de richtlijn te kunnen beoordelen, zenden de Lid-Staten de Commissie een statistisch overzicht van de door de aanbestedende diensten geplaatste opdrachten toe, uiterlijk op 31 oktober 1993 voor het voorafgaande jaar, en vervolgens om de twee jaar telkens op 31 oktober.

Voor Griekenland, voor Spanje en voor Portugal geldt echter in plaats van de datum van 31 oktober 1993, die van 31 oktober 1995.

2. De statistische overzichten vermelden ten minste het aantal en de waarde van de door elke aanbestedende dienst of categorie van aanbestedende diensten gegunde opdrachten boven de drempel, zo mogelijk onderverdeeld naar procedure, categorie van werken en nationaliteit van de aannemer aan wie de opdracht is gegund, en in geval van procedures van gunning via onderhandelingen, onderverdeeld overeenkomstig artikel 7, onder opgave van het aantal en de waarde van de aan elke Lid-Staat en aan derde landen gegunde opdrachten.

3. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 35, lid 3, de aard van de overeenkomstig deze richtlijn te verstrekken aanvullende statistische gegevens vast.

Artikel 35

1. Bijlage I wordt door de Commissie volgens de procedure van artikel 35, lid 3, gewijzigd wanneer zulks, met name als gevolg van de kennisgevingen van de Lid-Staten, noodzakelijk blijkt om:

a) de publiekrechtelijke instellingen die niet meer aan de in artikel 1, onder b), gestelde criteria voldoen, uit bijlage I te schrappen;

b) de publiekrechtelijke instellingen die aan deze criteria voldoen, in die bijlage op te nemen.

2. De nadere regels betreffende het opstellen, de verzending, de ontvangst, de vertaling, het verzamelen en de verspreiding van de in artikel 11 bedoelde aankondigingen en van de in artikel 35 bedoelde statistische overzichten, de nomenclatuur van bijlage II en de voorwaarden betreffende de verwijzing naar specifieke onderdelen van de nomenclatuur in de aankondigingen kunnen worden gewijzigd volgens de procedure van lid 3.

3. De voorzitter van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het Comité brengt binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie advies uit over dit ontwerp, zo nodig door middel van een stemming.

Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere Lid-Staat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

De Commissie houdt ter dege rekening met het door het Comité uitgebrachte advies. Zij brengt het Comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies.

4. De gewijzigde versies van de bijlagen I en II en de in lid 2 bedoelde voorwaarden worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

Artikel 36

1. Richtlijn 71/305/EEG(8) wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de Lid-Staten wat de in bijlage VII aangegeven termijnen voor omzetting en toepassing betreft.

2. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel van bijlage VIII.

Artikel 37

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 14 juni 1993.

Voor de Raad De Voorzitter J. TROEJBORG

(1) PB nr. C 46 van 20. 2. 1992, blz. 79.

(2) PB nr. C 125 van 18. 5. 1992, blz. 171, en PB nr. C 305 van 23. 11. 1992, blz. 73.

(3) PB nr. C 106 van 27. 4. 1992, blz. 11.

(4) PB nr. L 185 van 16. 8. 1971, blz. 5. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/531/EEG (PB nr. L 297 van 29. 10. 1990, blz. 1).

(5) PB nr. L 185 van 16. 8. 1971, blz. 15. Besluit gewijzigd bij Besluit 77/63/EEG (PB nr. 13 van 15. 1. 1977, blz. 15).

(6) PB nr. L 40 van 11. 2. 1989, blz. 12.

(7) PB nr. L 124 van 8. 6. 1971, blz. 1.

(8) Met inbegrip van de wijzigingsbepalingen, te weten:

- Richtlijn 78/669/EEG (PB nr. L 225 van 16. 8. 1978, blz. 41),

- Richtlijn 89/440/EEG (PB nr. L 210 van 21. 7. 1989, blz. 1),

- Besluit 90/380/EEG van de Commissie (PB nr. L 187 van 19. 7. 1990, blz. 55,

- artikel 35, lid 2, van Richtlijn 90/531/EEG (PB nr. L 297 van 29. 10. 1990, blz.1), en

- Richtlijn 93/4/EEG (PB nr. L 38 van 16. 2. 1993, blz. 31).

BIJLAGE I

LIJSTEN VAN PUBLIEKRECHTELIJKE INSTELLINGEN EN CATEGORIEËN PUBLIEKRECHTELIJKE INSTELLINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1, ONDER b) I. BELGIË Instellingen

- Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën - Archives générales du Royaume et Archives de l'État dans les Provinces,

- Autonome Raad van het Gemeenschapsonderwijs - Conseil autonome de l'enseignement communautaire,

- Belgische Radio en Televisie, Nederlandse uitzendingen - Radio et télévision belges, émissions néerlandaises,

- Centrum voor Belgische Radio en Televisie voor de Duitstalige Gemeenschap - Belgisches Rundfunk- und Fernsehzentrum der Deutschsprachigen Gemeinschaft (Center de radio et télévision belge de la Communauté de langue allemande),

- Koninklijke Bibliotheek Albert I - Bibliothèque royale Albert Ier,

- Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen - Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage,

- Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekeringen - Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité,

- Rijkskas voor Rust- en Overlevingspensioenen - Caisse nationale des pensions de retraite et de survie,

- Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden onder Belgische Vlag - Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins naviguant sous pavillon belge,

- Nationale Kas voor de Rampenschade - Caisse nationale des calamités,

- Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Diamantnijverheid - Caisse spéciale de compensation pour allocations familiales en faveur des travailleurs de l'industrie diamantaire,

- Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders in de Houtnijverheid - Caisse spéciale de compensation pour allocations familiales en faveur des travailleurs de l'industrie du bois,

- Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart - Caisse spéciale de compensation pour allocations familiales en faveur des travailleurs occupés dans les entreprises de batellerie,

- Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders gebezigd door Ladings- en Lossingsondernemingen en door de Stuwadoors in de Havens, Losplaatsen, Stapelplaatsen en Stations (gewoonlijk genoemd: "Bijzondere Compensatiekas voor kindertoeslagen van de zeevaartgewesten") - Caisse spéciale de compensation pour allocations familiales en faveur des travailleurs occupés dans les entreprises de chargement, déchargement et manutention de de marchandises dans les ports débarcadères, entrepôts et stations (appelée habituellement "Caisse spéciale de compensation pour allocations familiales des régions maritimes"),

- Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest - Centre informatique pour la Région bruxelloise,

- Commissariaat-generaal voor Internationale Samenwerking van de Vlaamse Gemeenschap - Commissariat général de la Communauté flamande pour la coopération internationale,

- Commissariaat-generaal bij de Internationale Betrekkingen van de Franse Gemeenschap van België - Commissariat général pour les relations internationales de la Communauté française de Belgique,

- Centrale Raad voor het Bedrijfsleven - Conseil central de l'économie,

- Sociaal-economische Raad van het Waals Gewest - Conseil économique et social de la Région wallonne,

- Nationale Arbeidsraad - Conseil national du travail,

- Hoge Raad voor de Middenstand - Conseil supérieur des classes moyennes,

- Dienst voor Infrastructuurwerken van het Gesubsidieerd Onderwijs - Office pour les travaux d'infrastructure de l'enseignement subsidié,

- Koninklijke Schenking - Fondation royale,

- Gemeenschappelijk Waarborgfonds voor Schoolgebouwen - Fonds communautaire de garantie des bâtiments scolaires,

- Fonds voor Dringende Geneeskundige Hulp - Fonds d'aide médicale urgente,

- Fonds voor Arbeidsongevallen - Fonds des accidents du travail,

- Fonds voor Beroepsziekten - Fonds des maladies professionnelles,

- Wegenfonds - Fonds des routes,

- Fonds tot Vergoeding van de in geval van Sluiting van Ondernemingen Ontslagen Werknemers - Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises,

- Nationaal Waarborgfonds inzake Kolenmijnschade - Fonds national de garantie pour la réparation des dégâts houillers,

- Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers - Fonds national de retraite des ouvriers mineurs,

- Fonds voor Financiering van de Leningen aan Vreemde Staten - Fonds pour le financement des prêts à des États étrangers,

- Fonds voor Scheepsjongens aan Boord van Vissersvaartuigen - Fonds pour la rémunération des mousses enrôlés à bord des bâtiments de pêche,

- Waals Fonds van Voorschotten voor het Herstel van de Schade veroorzaakt door Grondwaterzuiveringen en Afpompingen - Fonds wallon d'avances pour la réparation des dommages provoqués par les pompages et de prises d'eau souterraine,

- Instituut voor Ruimte-aëronomie - Institut d'aéronomie spatiale,

- Belgisch Instituut voor Normalisatie - Institut belge de normalisation,

- Brussels Instituut voor Milieubeheer - Institut bruxellois de l'environnement,

- Instituut voor Veterinaire Keuring - Institut d'expertise vétérinaire,

- Economisch en Sociaal Instituut voor de Middenstand - Institut économique et social des classes moyennes,

- Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie - Institut d'hygiène et d'épidémiologie,

- Franstalig Instituut voor Permanente Vorming voor de Middenstand - Institut francophone pour la formation permanente des classes moyennes,

- Nationaal Geografisch Instituut - Institut géographique national,

- Rijksinstituut voor Grondmechanica - Institut géotechnique de l'État,

- Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering - Institut national d'assurance maladie-invalidité,

- Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen - Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants,

- Nationaal Instituut voor de Extractiebedrijven - Institut national des industries extractives,

- Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oudstrijders en Oorlogsslachtoffers - Institut national des invalides de guerre, anciens combattants et victimes de guerre,

- Instituut voor Verbetering van de Arbeidsvoorwaarden - Institut pour l'amélioration des conditions de travail,

- Instituut tot Aanmoediging van het Wetenschappelijk Onderzoek in Nijverheid en Landbouw - Institut pour l'encouragement de la recherche scientifique dans l'industrie et l'agriculture,

- Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen - Institut royal belge des sciences naturelles,

- Koninklijk Belgisch Instituut voor het Kunstpatrimonium - Institut royal belge du patrimoine artistique,

- Koninklijk Meteorologisch Instituut - Institut royal de météorologie,

- Kind en Gezin - Enfance et famille,

- Maatschappij der Brugse Zeevaartinrichtingen - Compagnie des installations maritimes de Bruges,

- Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonck - Mémorial national du fort de Breendonck,

- Koninklijk Museum voor Midden-Afrika - Musée royal de l'Afrique centrale,

- Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis - Musées royaux d'art et d'histoire,

- Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België - Musées royaux des beaux-arts de Belgique,

- Koninklijke Sterrenwacht van België - Observatoire royal de Belgique,

- Belgische Dienst voor Bedrijfsleven en Landbouw - Office belge de l'économie et de l'agriculture,

- Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel - Office belge du commerce extérieur,

- Centrale Dienst voor Sociale en Culturele Actie ten behoeve van de Leden van de Militaire Gemeenschap - Office central d'action sociale et culturelle au profit des membres de la communauté militaire,

- Dienst voor Borelingen en Kinderen - Office de la naissance et de l'enfance,

- Dienst voor de Scheepvaart - Office de la navigation,

- Dienst voor de Promotie van het Toerisme van de Franse Gemeenschap - Office de promotion du tourisme de la Communauté française,

- Hulp- en Informatiebureau voor Gezinnen van Militairen - Office de renseignements et d'aide aux familles des militaires,

- Dienst voor Overzeese Sociale Zekerheid - Office de sécurité sociale d'outre-mer,

- Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers - Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés,

- Rijksdienst voor de Arbeidsvoorziening - Office national de l'emploi,

- Nationale Dienst voor Afzet van Land- en Tuinbouwprodukten - Office national des débouchés agricoles et horticoles,

- Rijksdienst voor Sociale Zekerheid - Office national de sécurité sociale,

- Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten - Office national de sécurité sociale des administrations provinciales et locales,

- Rijksdienst voor Pensioenen - Office national des pensions,

- Rijksdienst voor de Jaarlijkse Vakantie - Office national des vacances annuelles,

- Nationale Zuiveldienst - Office national du lait,

- Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling - Office régional bruxellois de l'emploi,

- Gewestelijke en Gemeenschappelijke Dienst voor Arbeidsvoorziening en Vorming - Office régional et communautaire de l'emploi et de la formation,

- Dienst voor Regeling der Binnenvaart - Office régulateur de la navigation intérieure,

- Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaams Gewest - Société publique des déchets pour la Région flamande,

- Nationaal Orkest van België - Orchester national de Belgique,

- Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Splijtstoffen - Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles,

- Paleis voor Schone Kunsten - Palais des beaux-arts,

- Pool van de Zeelieden ter Koopvaardij - Pool des marins de la marine marchande,

- Autonome Haven van Charleroi - Port autonome de Charleroi,

- Autonome Haven van Luik - Port autonome de Liège,

- Autonome Haven van Namen - Port autonome de Namur,

- Belgische Radio en Televisie van de Franse Gemeenschap - Radio et télévision belges de la Communauté française,

- Regie der Gebouwen - Régie des bâtiments,

- Regie der Luchtwegen - Régie des voies aériennes,

- Regie der Posterijen - Régie des postes,

- Regie van Telegraaf en Telefoon - Régie des télégraphes et des téléphones,

- Sociaal-economische Raad voor Vlaanderen - Conseil économique et social pour la Flandre,

- Naamloze Vennootschap "Zeekanaal en Haveninrichtingen van Brussel" - Société anonyme du canal et des installations maritimes de Bruxelles,

- Brusselse Gewestelijke Huisvestigingsmaatschappij en erkende maatschappijen - Société du logement de la Région bruxelloise et sociétés agréées,

- Nationale Landmaatschappij - Société nationale terrienne,

- De Koninklijke Muntschouwburg - Théâtre royal de la Monnaie,

- Universiteiten afhangende van de Vlaamse Gemeenschap - Universités relevant de la Communauté flamande,

- Universiteiten afhangende van de Franse Gemeenschap - Universités relevant de la Communauté française,

- Vlaamse Dienst voor Arbeidsvoorziening en Beroepsopleiding - Office flamand de l'emploi et de la formation professionnelle,

- Vlaams Fonds voor de Bouw van Ziekenhuizen en Medisch-Sociale Instellingen - Fonds flamand de construction d'institutions hospitalières et médico-sociales,

- Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en erkende maatschappijen - Société flamande du logement et sociétés agréées,

- Waalse Gewestelijke Maatschappij voor de Huisvesting en erkende maatschappijen - Société régionale wallone du logement et sociétés agréées,

- Vlaamse Maatschappij voor Waterzuivering - Société flamande d'épuration des eaux,

- Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen - Fonds flamand du logement des familles nombreuses.

Categorieën

- De openbare centra voor maatschappelijk welzijn - les centres publics d'aide sociale,

- De kerkfabrieken - les fabriques d'église.

II. DENEMARKEN Instellingen

- Koebenhavns Havn,

- Danmarks Radio,

- TV 2/Danmark,

- TV2 Reklame A/S,

- Danmarks Nationalbank,

- A/S Storebaeltsforbindelsen,

- A/S OEresundsforbindelsen (alene tilslutningsanlaeg i Danmark),

- Koebenhavns Lufhavn A/S,

- Byfornyelsesselskabet Koebenhavn,

- Tele Danmark A/S en zijn filialen,

- Fyns Telefon A/S,

- Jydsk Telefon Aktieselskab A/S,

- Kjoebenhavns Telefon Aktieselskab,

- Tele Soenderjylland A/S,

- Telecom A/S,

- Tele Danmark Mobil A/S.

Categorieën

- De kommunale havne (gemeentelijke havens),

- Andre Forvaltningssubjekter (andere bestuurslichamen).

III. DUITSLAND Categorieën

1. Publiekrechtelijke lichamen

Lichamen, instellingen en stichtingen die zijn opgericht door de Staat, de deelstaten of de gemeenten, met name op de volgende gebieden:

1.1. Lichamen

- Wissenschaftliche Hochschulen und verfasste Studentenschaften (wetenschappelijke hogescholen en gereglementeerde studentenverenigingen),

- berufsstaendische Vereinigungen (Rechtsanwalts-, Notar-, Steuerberater-, Wirtschaftspruefer-, Architekten-, AErzte- und Apothekerkammern) (orden van advocaten, notarissen, belastingadviseurs, accountants, architecten, artsen en apothekers),

- Wirtschaftsvereinigungen (Landwirtschafts-, Handwerks-, Industrie- und Handelskammern, Handwerksinnungen, Handwerkerschaften) (bedrijfsverenigingen (landbouwschappen, Kamer van Ambachten en Neringen, Kamer van Koophandel en Industrie, vakbonden en verenigingen van handwerkslieden)),

- Sozialversicherungen (Krankenkassen, Unfall- und Rentenversicherungstraeger) (sociale verzekeringen (ziekenfondsen, ongevallenverzekerings- en pensioenverzekeringsfondsen)),

- kassenaerztliche Vereinigungen (verenigingen van ziekenfondsartsen),

- Genossenschaften und Verbaende (cooeperatieve verenigingen en verenigingen).

1.2. Instellingen en stichtingen

Niet-commerciële, onder de controle van de Staat vallende instellingen die in het algemeen belang werkzaam zijn, met name op de volgende gebieden:

- Rechtsfaehige Bundesanstalten (rijksinstituten met rechtspersoonlijkheid),

- Versorgungsanstalten und Studentenwerke (verzorgingsinstellingen en studentenvoorzieningen),

- Kultur-, Wohlfahrts- und Hilfsstiftungen (culturele, welzijns- en bijstandsstichtingen).

2. Privaatrechtelijke rechtspersonen

Niet-commerciële, onder de controle van de Staat vallende instellingen die in het algemeen belang werkzaam zijn, met inbegrip van de "Kommunale Versorgungsunternehmen" (gemeentelijke tehuizen), met name op de volgende gebieden:

- Gesundheitswesen (Krankenhaeuser, Kurmittelbetriebe, medizinische Forschungseinrichtungen, Untersuchungs- und Tierkoerperbeseitigungsanstalten) (gezondheidszorg (ziekenhuizen, kuuroorden, geneesmiddelenonderzoekinstituten, onderzoekinstituten en destructiediensten)),

- Kultur (oeffentliche Buehnen, Orchester, Museen, Bibliotheken, Archive, zoologische und botanische Gaerten) (cultuur (openbare theaters, orkesten, musea, bibliotheken, archieven, zooelogische en botanische tuinen)),

- Soziales (Kindergaerten, Kindertagesheime, Erholungseinrichtungen, Kinder- und Jugendheime, Freizeiteinrichtungen, Gemeinschafts- und Buergerhaeuser, Frauenhaeuser, Altersheime, Obdachlosenunterkuenfte) (maatschappelijk werk (kleuterscholen, kinderdagverblijven, revalidatiecentra, kinder- en jeugdtehuizen, recreatie-instellingen, culturele centra en buurthuizen, vrouwenhuizen, bejaardentehuizen, opvangtehuizen voor daklozen)),

- Sport (Schwimmbaeder, Sportanlagen und -einrichtungen) (sport (zwembaden, sportinstituten en -voorzieningen)),

- Sicherheit (Feuerwehren, Rettungsdienste) (veiligheid (brandweer, reddingsdiensten)),

- Bildung (Umschulungs-, Aus-, Fort- und Weiterbildungseinrichtungen, Volkshochschulen) (vorming (omscholings-, opleidings-, bij- en nascholingsinstituten, volkshogscholen)),

- Wissenschaft, Forschung und Entwicklung (Grossforschungseinrichtungen, wissenschaftliche Gesellschaften und Vereine, Wissenschaftsfoerderung) (wetenschap, onderzoek en ontwikkeling (grote onderzoekinstituten, wetenschappelijke genootschappen en verenigingen, wetenschapsbevordering)),

- Entsorgung (Strassenreinigung, Abfall- und Abwasserbeseitigung) (reinigingsdiensten (straatreiniging, huisvuil- en afvalwaterverwijdering)),

- Bauwesen und Wohnungswirtschaft (Stadtplanung, Stadtentwicklung, Wohnungsunternehmen, Wohnraumvermittlung) (bouwbedrijf en volkshuisvesting (stadsplanologie, stadsontwikkeling, cooeperatieve woningbouwverenigingen, woningbureaus)),

- Wirtschaft (Wirtschaftsfoerderungsgesellschaften) (economie (economiestimulerende organisaties)),

- Friedhofs- und Bestattungswesen (begraafplaatsen en begrafenisondernemingen),

- Zusammenarbeit mit den Entwicklungslaendern (Finanzierung, technische Zusammenarbeit, Entwicklungshilfe, Ausbildung) (samenwerking met de ontwikkelingslanden (financiering, technische samenwerking, ontwikkelingshulp, opleiding)).

IV. GRIEKENLAND Categorieën

De andere publiekrechtelijke rechtspersonen waarvan de opdrachten voor de uitvoering van werken onder de controle van de Staat vallen.

V. SPANJE Categorieën

- Entidades Gestoras y Servicios Comunes de la Seguridad Social (bestuurslichamen en gemeenschappelijke instellingen op het gebied van de sociale zekerheid),

- Organismos Autónomos de la Administración del Estado (autonome lichamen op het gebied van het staatsbestuur),

- Organismos Autónomos de las Comunidades Autónomas (autonome lichamen van de autonome gemeenschappen),

- Organismos Autónomos de las Entidades Locales (autonome lichamen van de lagere overheid),

- Otras entidades sometidas a la legislación de contratos del Estado español (andere diensten die onder de wettelijke bepalingen inzake het plaatsen van opdrachten door de Spaanse Staat vallen).

VI. FRANKRIJK Instellingen

1. Nationale openbare instellingen:

1.1. van wetenschappelijke, culturele en professionele aard:

- Collège de France,

- Conservatoire national des arts et métiers,

- Obervatoire de Paris.

1.2. met een wetenschappelijke en technische opdracht:

- Centre national de la recherche scientifique (CNRS),

- Institut national de la recherche agronomique,

- Institut national de la santé et de la recherche médicale,

- Institut français de recherche scientifique pour le développement en coopération (ORSTOM).

1.3. van bestuurlijke aard:

- Agence nationale pour l'emploi,

- Caisse nationale des allocations familiales,

- Caisse nationale d'assurance maladie des travailleurs salariés,

- Caisse nationale d'assurance vieillesse des travailleurs salariés,

- Office national des anciens combattants et victimes de la guerre,

- Agences financières de bassins.

Categorieën

1. Nationale openbare instellingen:

- universités (universiteiten),

- écoles normales d'instituteurs (opleidingsinstellingen voor docenten).

2. Regionale, departementale of plaatselijke openbare instellingen van bestuurlijke aard:

- collèges (middelbare scholen),

- lycées (middelbare scholen),

- établissements publics hospitaliers (openbare ziekenhuizen),

- offices publics d'habitations à loyer modéré (OPHLM) (openbare diensten voor de sociale woningbouw).

3. Groeperingen van territoriale lichamen:

- syndicats de communes (verenigingen van gemeenten),

- districts (districten),

- communautés urbaines (stedelijke gemeenschappen),

- institutions interdépartementales et interrégionales (interdepartementale en interregionale instellingen).

VII. IERLAND Instellingen

- Shannon Free Airport Development Company Ldt,

- Local Government Computer Services Board,

- Local Government Staff Negotiations Board,

- Córas Tráchtála (Irish Export Board),

- Industrial Development Authority,

- Irish Goods Council (Promotion of Irish Goods),

- Córas Beostoic agus Feola (CBF) (Irish Meat Board),

- Bord Fálite Éireann (Irish Tourism Board),

- Údarás na Gaeltachta (Development Authority for Gaeltacht Regions),

- An Bord Pleanála (Irish Planning Board).

Categorieën

- Third Level Educational Bodies of a Public Character (openbare instellingen voor hoger onderwijs),

- National Training, Cultural or Research Agencies (nationale instanties op het gebied van opleiding, cultuur en onderzoek),

- Hospital Boards of a Public Character (openbare ziekenhuisinstanties),

- National Health & Social Agencies of a Public Character (nationale instanties op het gebied van de gezondheidszorg en de sociale zekerheid),

- Central & Regional Fishery Boards (centrale en regionale raden voor de visserij).

VIII. ITALIË Instellingen

- Agenzia per la promozione dello sviluppo nel Mezzogiorno.

Categorieën

- Enti portuali e aeroportuali (haven- en luchthavenautoriteiten),

- Consorzi per le opere idrauliche (consortia voor waterbouwkundige werken),

- Le università statali, gli istituti universitari statali, i consorzi per i lavori interessanti i le università (de rijksuniversiteiten, de nationale universitaire instellingen, de consortia voor de vernieuwing van universiteiten),

- Gli istituti superiori scientifici e culturali, gli osservatori astronomici, astrofisici, geofisici o vulcanologici (de hogere wetenschappelijke en culturele instellingen, de observatoria voor astronomie, astrofysica, geofysica en vulkanologie),

- Enti di ricerca e sperimentazione (instellingen voor onderzoek en proefnemingen),

- Le istituzioni pubbliche di assistenza e di beneficenza (openbare welzijns- en weldadigheidsinstellingen),

- Enti che gestiscono forme obbligatorie di previdenza e di assistenza (diensten die de verplichte stelsels van sociale zekerheid beheren),

- Consorzi di bonifica (consortia op het gebied van de grondverbetering),

- Enti di sviluppo o di irrigazione (diensten voor de ontwikkeling en irrigatie),

- Consorzi per le aree industriali (consortia voor industriegebieden),

- Comunità montane (doelcorporaties van gemeenten in berggebieden),

- Enti preposti a servizi di pubblico interesse (organisaties die diensten van algemeen belang verlenen),

- Enti pubblici preposti ad attività di spettacolo, sportive, turistiche e del tempo libero (openbare lichamen op het gebied van toneel, muziek, sport, toerisme en vrijetijdsbesteding),

- Enti culturali e di promozione artistica (instellingen tot bevordering van culturele en artistieke activiteiten).

IX. LUXEMBURG Categorieën

- Les établissements publics de l'État placés sous la surveillance d'un membre du gouvernement (de openbare staatsinstellingen die onder toezicht staan van een lid van de Regering),

- Les établissements publics placés sous la surveillance des communes (de openbare instellingen die onder toezicht staan van de gemeenten),

- Les syndicats de communes créés en vertu de la loi du 14 février 1900 telle qu'elle a été modifiée par la suite (de overeenkomstig de wet van 14 februari 1900 (zoals gewijzigd) opgerichte verenigingen van gemeenten).

X. NEDERLAND Instellingen

- De Nederlandse Centrale Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) en de daaronder ressorterende organisaties.

Categorieën

- De waterschappen,

- De instellingen van wetenschappelijk onderwijs vermeld in artikel 8 van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs (1985), de academische ziekenhuizen.

XI. PORTUGAL Categorieën

- Estabelecimentos públicos de ensino, investigaçao científica e saúde (openbare instellingen voor onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en gezondheidszorg),

- Institutos públicos sem carácter comercial ou industrial (openbare instellingen van niet-commerciële aard),

- Fundações públicas (openbare stichtingen),

- Administrações gerais e juntas autonómas (algemene bestuurslichamen en autonome raden).

XII. VERENIGD KONINKRIJK Instellingen

- Central Blood Laboratories Authority,

- Design Council,

- Health and Safety Executive,

- National Research Development Corporation,

- Public Health Laboratory Services Board,

- Advisory, Conciliation and Arbitration Service,

- Commission for the New Towns,

- Development Board for Rural Wales,

- English Industrial Estates Corporation,

- National Rivers Authority,

- Northern Ireland Housing Executive,

- Scottish Enterprise,

- Scottish Homes,

- Welsh Development Agency.

Categorieën

- Universities and polytechnics, maintained schools and colleges (universiteiten en polytechnische hogescholen, gesubsidieerde scholen en universiteiten),

- National Museums and Galleries (nationale musea),

- Research Councils (de met de bevordering van het onderzoek belaste raden),

- Fire Authorities (diensten van de brandweer),

- National Health Service Authorities (de instanties van de nationale gezondheidsdienst),

- Police Authorities (politieautoriteiten),

- New Town Development Corporations (verenigingen voor stadsplanning),

- Urban Development Corporations (verenigingen voor stadsontwikkeling).

BIJLAGE II

LIJST VAN BEROEPSWERKZAAMHEDEN GEBASEERD OP DE ALGEMENE SYSTEMATISCHE BEDRIJFSINDELING IN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN (NACE)

/* Tabellen: zie PB */

BIJLAGE III

DEFINITIE VAN ENKELE TECHNISCHE SPECIFICATIES In de zin van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. "technische specificatie": alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in het bestek, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een werk, een materiaal, een produkt of een levering en aan de hand waarvan op objectieve wijze een werk, een materiaal, een produkt of een levering zodanig kan worden omschreven dat dit beantwoordt aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende dienst is bestemd. Deze voorschriften omvatten het niveau van kwaliteit en gebruiksgeschiktheid, veiligheid en afmetingen met inbegrip van de voorschriften voor het materiaal, het produkt of de levering inzake het systeem voor het waarborgen van de kwaliteit, de terminologie, de symbolen, de proefnemingen en proefnemingsmethoden, de verpakking en het merken of etiketteren. Zij omvatten eveneens de voorschriften voor het berekenen en het ontwerpen van het werk, de voorwaarden voor de proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere voorwaarden van technische aard die de aanbestedende dienst bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;

2. "norm": technische specificatie die door een erkende normaliseringsinstelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming in beginsel niet verplicht is;

3. "Europese norm": norm die door het Europees Comité voor normalisatie (CEN) of het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (Cenelec) als "Europese norm" (EN) of "Harmonisatiebeleid" (HD) is goedgekeurd volgens de gemeenschappelijke regels van deze organisaties;

4. "Europese technische goedkeuring": op de bevinding dat aan de fundamentele voorschriften wordt voldaan gebaseerde, gunstig uitvallende technische beoordeling waarbij een produkt geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden volgens zijn intrinsieke eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden. De Europese technische goedkeuring wordt afgegeven door de te dien einde door de Lid-Staat erkende instelling;

5. "gemeenschappelijke technische specificatie": de technische specificatie die volgens een door de Lid-Staten erkende procedure is opgesteld met het oog op een uniforme toepassing in alle Lid-Staten en die in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen is bekendgemaakt;

6. "fundamentele voorschriften": voorschriften met betrekking tot de veiligheid, de gezondheid en andere aspecten van algemeen belang waaran de werken kunnen voldoen.

BIJLAGE IV

MODELLEN VOOR DE AANKONDIGING VAN OVERHEIDSOPDRACHTEN VOOR DE UITVOERING VAN WERKEN A. Voorinformatie 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst

2. a) Plaats van uitvoering

b) Aard en omvang van de prestaties en, indien het werk in verschillende percelen is verdeeld, belangrijkste kenmerken van deze percelen in verhouding tot het werk

c) Indien beschikbaar, raming van de kostenmarge van de overwogen prestaties

3. a) Voorlopige datum waarop de procedures voor het plaatsen van de opdracht(en) zullen worden ingeleid

b) Indien bekend, voorlopige datum voor de aanvang van de werkzaamheden

c) Indien bekend, voorlopig tijdschema voor de uitvoering van de werken

4. Indien bekend, voorwaarden inzake financiering van de werken en herziening van de prijzen en/of verwijzing naar de teksten waarin deze voorwaarden worden geregeld

5. Overige inlichtingen

6. Datum van verzending van de aankondiging

7. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen

B. Openbare procedures 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst

2. a) Wijze van aanbesteding

b) Vorm van de opdracht waarvoor de uitnodiging tot inschrijving wordt gedaan

3. a) Plaats van uitvoering

b) Aard en omvang van de prestaties, algemene kenmerken van het werk

c) Indien het werk of de opdracht in verschillende percelen is verdeeld, orde van grootte van de percelen en mogelijkheid om voor elk der percelen afzonderlijk, voor samengevoegde percelen of voor de massa de percelen in te schrijven

d) Gegevens betreffende het doel van het werk of de opdracht wanneer deze ook betrekking heeft op het uitwerken van ontwerpen

4. Eventueel opgelegde uitvoeringstermijn

5. a) Naam en adres van de dienst waar bestek en aanvullende stukken kunnen worden aangevraagd

b) In voorkomend geval, ter verkrijging van genoemde stukken te storten bedrag en wijze van betaling daarvan

6. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen

b) Adres waar deze moeten worden ingediend

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld

7. a) In voorkomend geval, de personen die bij de opening van de inschrijvingen worden toegelaten

b) Dag, uur en plaats van de opening

8. In voorkomend geval, de verlangde borgsommen en waarborgen

9. Belangrijkste voorschriften voor financiering en betaling en/of verwijzingen naar de teksten waarin deze worden geregeld

10. In voorkomend geval, de rechtsvorm die de combinatie van aannemers waaraan de opdracht wordt gegund, moet hebben

11. Economische en technische minimumeisen waaraan de aannemer moet voldoen

12. Termijn gedurende welke de inschrijver zijn aanbieding gestand moet doen

13. Bij de gunning van de opdracht aan te leggen criteria. De naast de laagste prijs geldende criteria worden vermeld, voor zover zij niet in het bestek zijn opgenomen

14. In voorkomend geval, het verbod van varianten

15. Overige inlichtingen

16. Datum van bekendmaking van de vooraankondiging in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen of vermelding van de niet-bekendmaking ervan

17. Datum van verzending van de aankondiging

18. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen

C. Niet-openbare procedures 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst

2. a) Wijze van aanbesteding

b) In voorkomend geval, de verantwoording van het gebruik van de versnelde procedure

c) Vorm van de opdracht waarvoor de uitnodiging tot inschrijving wordt gedaan

3. a) Plaats van uitvoering

b) Aard en omvang van de prestaties, algemene kenmerken van het werk

c) Indien het werk of de opdracht in verschillende percelen is verdeeld, de orde van grootte van de percelen en mogelijkheid om voor elk der percelen afzonderlijk, voor samengevoegde percelen of voor het geheel van de percelen in te schrijven

d) Gegevens betreffende het doel van het werk of van de opdracht, wanneer deze ook betrekking heeft op het uitwerken van eigen ontwerpen

4. Eventueel opgelegde uitvoeringstermijn

5. In voorkomend geval, de rechtsvorm die de combinatie of het consortium van aannemers waaraan de opdracht wordt gegund, moet hebben

6. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming

b) Adres waar deze moeten worden ingediend

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld

7. Uiterste datum voor de verzending van de uitnodigingen tot inschrijving

8. In voorkomend geval, de verlangde borgsommen en waarborgen

9. Belangrijkste voorschriften voor financiering en betaling en/of verwijzingen naar de teksten waarin deze worden geregeld

10. Gegevens over de eigen situatie van de aannemer, alsmede de economische en technische minimumeisen waaraan de aannemer moet voldoen

11. Bij de gunning aan te leggen criteria, voor zover zij niet in de uitnodiging tot inschrijving zijn opgenomen

12. In voorkomend geval, het verbod van varianten

13. Overige inlichtingen

14. Datum van bekendmaking van de vooraankondiging in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen of vermelding van de niet-bekendmaking ervan

15. Datum van verzending van de aankondiging

16. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen

D. Procedures van gunning via onderhandelingen 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst

2. a) Wijze van aanbesteding

b) In voorkomend geval, de verantwoording van het gebruik van de versnelde procedure

c) Vorm van de opdracht waarvoor de uitnodiging tot inschrijving wordt gedaan

3. a) Plaats van uitvoering

b) Aard en omvang van de prestaties, algemene kenmerken van het werk

c) Indien het werk of de opdracht in verschillende percelen is verdeeld, de orde van grootte van de percelen en mogelijkheid om voor elk der percelen afzonderlijk, voor samengevoegde percelen of voor het geheel van de percelen in te schrijven

4. Eventueel opgelegde uitvoeringstermijn

5. In voorkomend geval, de rechtsvorm die de combinatie van aannemers waaraan de opdracht wordt gegund, moet hebben

6. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming

b) Adres waar deze moeten worden ingediend

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld

7. In voorkomend geval, de verlangde borgsommen en waarborgen

8. Belangrijkste voorschriften voor financiering en betaling en/of verwijzingen naar de teksten waarin deze worden geregeld

9. Gegevens over de eigen situatie van de aannemer, alsmede gegevens en bescheiden om de technische en economische minimumeisen waaraan zij moeten voldoen, te kunnen beoordelen

10. In voorkomend geval, het verbod van varianten

11. In voorkomend geval, de namen en adressen van reeds door de aanbestedende dienst geselecteerde leveranciers

12. In voorkomend geval, de data van de voorgaande bekendmakingen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

13. Overige inlichtingen

14. Datum van bekendmaking van de vooraankondiging in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

15. Datum van verzending van de aankondiging

16. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen

E. Gegunde opdrachten 1. Naam en adres van de aanbestedende dienst

2. Wijze van aanbesteding

3. Datum van de gunning van de opdracht

4. Gunningscriteria

5. Aantal ontvangen offertes

6. Naam en adres van de begunstigde(n)

7. Aard en omvang van de geleverde prestaties, algemene kenmerken van het tot stand gebrachte werk

8. Betaalde prijs of prijzen (minimum/maximum)

9. In voorkomend geval, waarde en gedeelte van de overeenkomst dat aan derden in onderaanbesteding kan worden gegeven

10. Overige inlichtingen

11. Datum van bekendmaking van de aankondiging van de opdracht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

12. Datum van verzending van de onderhavige aankondiging

13. Datum van ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen

BIJLAGE V

MODELLEN VOOR DE AANKONDIGING VAN CONCESSIES VOOR OVERHEIDSOPDRACHTEN VOOR DE UITVOERING VAN WERKEN 1. Naam, adres, telegramadres, telefoon-, telex- en telefaxnummer van de aanbestedende dienst

2. a) Plaats van uitvoering

b) Onderwerp van de concessie; aard en omvang van de prestaties

3. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen

b) Adres waar deze moeten worden ingediend

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld

4. Persoonlijke, technische en financiële eisen waaraan de gegadigden moeten voldoen

5. Bij de gunning van de opdrachten aan te leggen criteria

6. In voorkomend geval, minimumpercentage van de aan derden onderaanbestede werken

7. Overige inlichtingen

8. Datum van verzending van de aankondiging

9. Datum van ontvangst van de aankondiging voor het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen

BIJLAGE VI

MODEL VOOR DE AANKONDIGING VAN DOOR DE CONCESSIEHOUDER GEPLAATSTE OPDRACHTEN VOOR DE UITVOERING VAN WERKEN 1. a) Plaats van uitvoering

b) Aard en omvang van de prestaties, algemene kenmerken van het werk

2. Eventueel opgelegde uitvoeringstermijn

3. Naam en adres van de instelling waar bestek en aanvullende stukken kunnen worden aangevraagd

4. a) Uiterste datum voor de ontvangst van de aanvraag tot deelname en/of van de inschrijvingen

b) Adres waar deze moeten worden ingediend

c) Taal of talen waarin zij moeten worden gesteld

5. In voorkomend geval, de verlangde borgsommen en waarborgen

6. Economische en technische eisen waaraan de aannemer moet voldoen

7. Bij de gunning van de opdracht aan te leggen criteria

8. Overige inlichtingen

9. Datum van verzending van de aankondiging

10. Datum van de ontvangst van de aankondiging door het Bureau voor officiële publikaties der Europese Gemeenschappen

BIJLAGE VII

UITERSTE DATA VOOR OMZETTING EN TOEPASSING

/* Tabellen: zie PB */

BIJLAGE VIII

CONCORDANTIETABEL

/* Tabellen: zie PB */

Top