EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31964L0433

Richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

/* GECODIFICEERDE VERSIE CF 375Y0820(02) */

OJ 121, 29.7.1964, p. 2012–2032 (DE, FR, IT, NL)
Danish special edition: Series I Volume 1963-1964 P. 175 - 183
English special edition: Series I Volume 1963-1964 P. 185 - 197
Greek special edition: Chapter 03 Volume 001 P. 129 - 141
Spanish special edition: Chapter 03 Volume 001 P. 101 - 110
Portuguese special edition: Chapter 03 Volume 001 P. 101 - 110
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 001 P. 89 - 98
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 001 P. 89 - 98
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 001 P. 34 - 46

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2005; opgeheven door 32004L0041 . Latest consolidated version: 01/05/2004

?: http://data.europa.eu/eli/dir/1964/433/oj

31964L0433

Richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees /* GECODIFICEERDE VERSIE CF 375Y0820(02) */

Publicatieblad Nr. 121 van 29/07/1964 blz. 2012 - 2032
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 1 blz. 0089
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1963-1964 blz. 0175
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 1 blz. 0089
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1963-1964 blz. 0185
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 1 blz. 0129
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 1 blz. 0101
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 1 blz. 0101


++++

( 1 ) PB no . 134 van 14 . 12 . 1962 , blz . 2871/62 .

( 2 ) Zie blz . 2028/64 van dit Publikatieblad .

( 3 ) PB no . 30 van 20 . 4 . 1962 , blz . 945/62 .

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 26 juni 1964

inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

( 64/433/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 43 en 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat Verordening no . 20 van de Raad houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees ( 3 ) reeds van toepassing is en dat een soortgelijke verordening is voorzien voor de sector rundvlees ;

Overwegende dat bij Verordening no . 20 van de Raad de talrijke traditionele beschermende maatregelen aan de grens worden vervangen door een uniform stelsel , dat met name is bestemd om het intracommunautaire handelsverkeer te vergemakkelijken ; dat de verordening die is voorzien voor rundvlees eveneens is gericht op de opheffing van de belemmeringen van dit handelsverkeer ;

Overwegende dat de toepassing van bovengenoemde verordeningen niet de verwachte uitwerking zal hebben , zolang het intracommunautaire handelsverkeer wordt belemmerd door de in de Lid-Staten bestaande ongelijkheid op het gebied van de gezondheidsvoorschriften inzake vlees ;

Overwegende dat het , ter opheffing van deze ongelijkheid , noodzakelijk is naast de reeds vastgestelde of in voorbereiding zijnde verordeningen met betrekking tot de geleidelijke totstandbrenging van gemeenschappelijke ordeningen der markten de voorschriften van de Lid-Staten op sanitair gebied nader tot elkaar te brengen ;

Overwegende dat dit nader tot elkaar brengen in het bijzonder gericht moet zijn op uniformering van de omstandigheden op sanitair gebied in de slachthuizen en uitsnijderijen , alsmede van het opslaan en het vervoer van vlees ; dat het wenselijk is het aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten over te laten , voor zover het het intracommunautaire handelsverkeer betreft , de slachthuizen en uitsnijderijen die aan de bij deze richtlijn vastgestelde sanitaire voorwaarden voldoen , te erkennen en toe te zien op de naleving van de voor deze erkenning gestelde voorwaarden ; dat men eveneens dient te voorzien in de erkenning van de koelhuizen door de Lid-Staten ;

Overwegende dat de afgifte van een door een officiële dierenarts van het land van verzending verstrekt gezondheidscertificaat het meest geschikte middel wordt geacht om de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming de waarborg te verstrekken dat een zending vlees aan de voorschriften van deze richtlijn voldoet ; dat dit certificaat de zending vlees moet begeleiden tot de plaats van bestemming ;

Overwegende dat de Lid-Staten het recht moeten hebben de overbrenging naar hun grondgebied te weigeren van vlees dat ongeschikt blijkt voor menselijke consumptie of dat niet voldoet aan de communautaire voorschriften op sanitair gebied ;

Overwegende dat de afzender of zijn lasthebber op verzoek de mogelijkheid dient te worden geboden om het vlees terug te zenden voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan ;

Overwegende dat de afzender of zijn lasthebber en , in bepaalde gevallen , de bevoegde autoriteiten van het land van verzending , in kennis dienen te worden gesteld van de gronden waarop een verbod of beperking berust , ten einde de betrokkenen in staat te stellen zich een oordeel te vormen over de redenen daarvan ;

Overwegende dat de afzender , in geval van een geschil tussen hem en de autoriteiten van het land van bestemming over de juistheid van een verbod of beperking , in staat dient te worden gesteld het advies in te winnen van een veterinair deskundige , gekozen uit een door de Commissie opgestelde lijst ;

Overwegende dat het echter wenselijk is een snelle communautaire procedure in te stellen voor het bijleggen van eventuele geschillen tussen de Lid-Staten over de juistheid van de erkenning van een slachthuis of een uitsnijderij ;

Overwegende dat op bepaalde gebieden , waarvoor zich bijzondere problemen voordoen , het nader tot elkaar brengen van de voorschriften van de Lid-Staten eerst na een nader onderzoek kan worden verwezenlijkt ;

Overwegende dat ten aanzien van de voorschriften inzake de gezondheidsbescherming voor het handelsverkeer in levende dieren en vlees andere communautaire richtlijnen zullen worden gegeven ; dat het nu reeds noodzakelijk is gebleken een eerste onderlinge toenadering tussen de nationale voorschriften op deze gebieden te bewerkstelligen , waarbij bepaalde voorwaarden worden vastgesteld waaronder de Lid-Staten de overbrenging van vlees naar hun grondgebied om redenen van gezondheidsbescherming mogen verbieden of beperken en waarbij wordt voorzien in een procedure voor onderling overleg ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn heeft betrekking op het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees , afkomstig van huisdieren behorende tot de soorten : runderen , varkens , schapen en geiten , alsmede van eenhoevige dieren die als huisdieren worden gehouden .

2 . Als vlees worden beschouwd alle delen van deze dieren , die geschikt zijn voor menselijke consumptie .

3 . Als vers vlees worden beschouwd alle vleessoorten die geen behandeling hebben ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid ; in deze richtlijn wordt echter ook als vlees beschouwd vlees dat een koelbehandeling heeft ondergaan .

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

a ) geslacht dier : het gehele lichaam van een slachtdier na verbloeding en verwijdering van de ingewanden en van de uiers van koeien , alsmede _ behalve voor varkens _ na verwijdering van de huid en na verwijdering van de kop en van de ledematen ter hoogte van het carpaal - en het tarsaalgewicht ;

b ) slachtafvallen : vers vlees dat niet behoort tot het geslachte dier als omschreven onder a ) ;

c ) ingewanden : de slachtafvallen die zich in de borst - , buik - en bekkenholte bevinden , met inbegrip van de luchtpijp en de slokdarm ;

d ) officiële dierenarts : door de bevoegde centrale autoriteiten van de Lid-Staat aangewezen dierenarts ;

e ) land van verzending : Lid-Staat vanuit welke vers vlees naar een andere Lid-Staat wordt verzonden ;

f ) land van bestemming : Lid-Staat naar welke vers vlees uit een andere Lid-Staat wordt verzonden .

Artikel 3

1 . Iedere Lid-Staat draagt er zorg voor dat uit zijn gebied naar het gebied van een andere Lid-Staat slechts vers vlees wordt verzonden dat , onverminderd het bepaalde in artikel 8 , voldoet aan de volgende voorwaarden :

a ) het moet afkomstig zijn van dieren die in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkend en onder toezicht staand slachthuis zijn geslacht ;

b ) het moet , wanneer het kleinere delen betreft dan de vierendelen , genoemd in artikel 6 , lid 1 , sub A a ) , zijn uitgesneden in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en onder toezicht staande uitsnijderij ;

c ) het moet afkomstig zijn van een slachtdier dat , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I , voor het slachten door een officiële dierenarts is gekeurd en hierbij gezond is bevonden ;

d ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk V van bijlage I , op voldoende hygiënische wijze zijn behandeld ;

e ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van bijlage I , na het slachten door een officiële dierenarts zijn gekeurd en geen enkele afwijking hebben vertoond , met uitzondering van verwondingen die kort voor het slachten zijn opgelopen , van plaatselijk begrensde misvormingen of afwijkingen , voor zoverre zo nodig door passend laboratoriumonderzoek wordt vastgesteld dat deze het geslachte dier en de daarbij behorende slachtafvallen niet ongeschikt maken voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de menselijke gezondheid .

f ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VII van bijlage I , zijn voorzien van een merk ;

g ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VIII van bijlage I , gedurende de verzending naar het land van bestemming vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat ;

h ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IX van bijlage I , na de keuring na het slachten op voldoende hygiënische wijze zijn opgeslagen in overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en onder toezicht staande slachthuizen of uitsnijderijen of in de zin van artikel 4 , lid 4 , erkende en onder toezicht staande koelhuizen ;

i ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk X van bijlage I , op voldoende hygiënische wijze naar het land van bestemming worden vervoerd .

2 . Bij de in lid 1 , sub e ) , bedoelde keuring na het slachten kan de officiële dierenarts voor zuiver materiële werkzaamheden worden bijgestaan door speciaal hiertoe opgeleide assistenten .

Na raadpleging van de Lid-Staten kan de Commissie de wijze van deze bijstand bepalen .

3 . Tot het intracommunautaire handelsverkeer mogen niet worden toegelaten :

a ) vers vlees van mannelijke varkens en cryptorchide varkens ;

b ) vers vlees dat met natuurlijke of kunstmatige kleurstoffen is bewerkt , met uitzondering van de kleurstof die in hoofdstuk VII van de bijlage I wordt voorgeschreven voor de merking ;

c ) vers vlees van dieren bij welke een of andere vorm van tuberculose is vastgesteld , of een of meer levende of dode vinnen zijn geconstateerd ;

d ) de delen van het geslachte dier of de slachtafvallen met de in artikel 3 , lid 1 sub e ) bedoelde verwondingen die kort voor het slachten zijn opgelopen , misvormingen of afwijkingen ;

e ) bloed dat met chemische stoffen is behandeld om stolling te voorkomen .

Artikel 4

1 . De bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het slachthuis of de uitsnijderij zich bevindt , draagt er zorg voor dat de erkenning , bedoeld in artikel 3 , lid 1 sub a ) en sub b ) , slechts wordt verleend , indien is voldaan aan het bepaalde in de hoofdstukken I , II en III van bijlage I .

De bevoegde centrale autoriteit draagt er zorg voor dat een officiële dierenarts voortdurend toezicht houdt op de naleving van deze bepalingen ; zij draagt ook zorg voor de intrekking van de erkenning , indien deze bepalingen niet meer worden nageleefd .

2 . Alle erkende slachthuizen en uitsnijderijen worden op afzonderlijke lijsten vermeld , waarbij aan elk slachthuis en elke uitsnijderij een toelatingsnummer wordt toegekend . Iedere Lid-Staat doet de andere Lid-Staten en de Commissie de lijsten toekomen van de erkende slachthuizen en uitsnijderijen en stelt hen in kennis van de toelatingsnummers , alsmede van de eventuele intrekking van een erkenning .

3 . Indien een Lid-Staat van mening is dat in een slachthuis of een uitsnijderij van een andere Lid-Staat de bepalingen waarvan de erkenning afhankelijk is , niet of niet meer worden nageleefd , stelt hij de bevoegde centrale autoriteit van de betrokken staat daarvan in kennis . Deze autoriteit treft de nodige maatregelen en stelt de bevoegde centrale autoriteit van de eerste Lid-Staat in kennis van de genomen beslissingen en de gronden waarop deze berusten .

Wanneer deze laatste vreest dat deze maatregelen niet genomen worden of niet voldoende zijn , kan hij zich tot de Commissie wenden , die een of meer veterinaire deskundigen verzoekt advies uit te brengen . Indien de Commissie , gelet op dit advies , vaststelt dat de bepalingen waarvan de erkenning afhankelijk is niet of niet meer worden nageleeft , machtigt zij de Lid-Staten om de overbrenging naar hun grondgebied van vers vlees dat uit het betrokken slachthuis afkomstig is of in deze uitsnijderij is uitgesneden , voorlopig te verbieden .

Op verzoek van de voor de erkenning verantwoordelijke Lid-Staat trekt de Commissie deze machtiging in , nadat zij een of meer veterinaire deskundigen heeft verzocht een nieuw advies uit te brengen en heeft vastgesteld dat de erkenning opnieuw is gerechtvaardigd .

De veterinaire deskundigen dienen de nationaliteit van één der Lid-Staten te bezitten ; zij mogen echter niet de nationaliteit van een bij het geschil betrokken Lid-Staat bezitten .

De Commissie stelt , na raadpleging van de Lid-Staten , vast hoe dit lid moet worden toegepast , in het bijzonder wat betreft het aanwijzen van de veterinaire deskundigen en de bij het uitbrengen van een advies te volgen procedure .

4 . Ook buiten een slachthuis gelegen koelhuizen worden voor het opslaan van vers vlees onder het toezicht van een officiële dierenarts geplaatst .

Voor wat betreft het opslaan van vers vlees is de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het koelhuis zich bevindt verantwoordelijk voor de erkenning van deze inrichting , alsmede voor de intrekking hiervan .

Artikel 5

1 . Onverminderd de bevoegdheid die voortvloeit uit het bepaalde in artikel 4 , lid 3 , tweede alinea , tweede zin , kan een Lid-Staat het in de handel brengen van vers vlees op zijn grondgebied verbieden

a ) indien het bij de keuring in het land van bestemming niet geschikt blijkt te zijn voor menselijke consumptie of

b ) indien het bepaalde in artikel 3 niet in acht is genomen .

2 . In de krachtens lid 1 genomen besluiten dient bepaald te worden dat terugzending van het verse vlees op verzoek van de afzender of van zijn lasthebber is toegestaan voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan .

3 . Deze besluiten moeten ter kennis worden gebracht van de afzender of van zijn lasthebber met vermelding van de redenen . Wanneer hierom wordt verzocht , moeten deze gemotiveerde besluiten hem onverwijld schriftelijk worden medegedeeld met vermelding van de beroepsmogelijkheden die het geldende recht biedt , alsook van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden aangewend .

4 . Wanneer deze besluiten berusten op de vaststelling van de aanwezigheid van een besmettelijke ziekte , van een afwijking die gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of op ernstige veronachtzaming van de voorschriften van deze richtlijn , worden zij eveneens onverwijld en met vermelding van de redenen ter kennis gebracht van de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending .

Artikel 6

1 . Onverminderd het bepaalde in artikel 3 , lid 3 , en tot aan de inwerkingtreding van eventueel door de Europese Economische Gemeenschap vast te stellen voorschriften , laat deze richtlijn onverlet de bepalingen van de Lid-Staten die :

A . een verbod of beperking inhouden voor de overbrenging naar het grondgebied van deze staten van de volgende produkten :

a ) andere delen van het geslachte dier dan :

1 . Voor wat runderen betreft

_ helften en vierendelen

2 . Voor wat varkens betreft

_ helften en vierendelen ,

_ niet uitgebeende gehele hammen ,

_ niet uitgebeende gehele schouders ,

_ niet uitgebeende rugstukken en lendestukken ,

_ spek ,

_ buiken .

De achter de drie laatste strepen vermelde delen moeten ten minste een gewicht van drie kilogram bezitten .

b ) de van het geslachte dier gescheiden slachtafvallen ;

c ) vers vlees van eenhoevige dieren ;

B . betrekking hebben op de voorwaarden voor de erkenning van koelhuizen genoemd in artikel 4 , lid 4 , en de eventuele intrekking van deze erkenning ;

C . betrekking hebben op de behandeling van slachtdieren met stoffen die de consumptie van vers vlees eventueel gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid van de mens kunnen maken , zoals antibiotica , oestrogene en thyreostatische stoffen of vermalsers " tenderisers " ;

D . betrekking hebben op de toevoeging van vreemde stoffen aan het verse vlees en op de behandeling van het verse vlees met ioniserende en ultraviolette stralen .

2 . Deze richtlijn laat onverlet de bepalingen van de Lid-Staten die betrekking hebben op het onderzoek van vers varkensvlees op trichinen .

Artikel 7

1 . Deze richtlijn laat onverlet de beroepsmogelijkheden van het in de Lid-Staten geldende recht tegen de in deze richtlijn bedoelde besluiten van de bevoegde autoriteiten .

2 . Elke Lid-Staat kent de afzenders van vers vlees dat , overeenkomstig artikel 5 , lid 1 , niet in de handel mag worden gebracht , het recht toe het advies van een veterinair deskundige in te winnen . Elke Lid-Staat draagt er zorg voor dat de deskundigen , voordat door de bevoegde autoriteit tot andere maatregelen , zoals tot de onbruikbaarmaking van het vlees wordt overgegaan , kunnen uitmaken of aan de voorwaarden van artikel 5 , lid 1 , is voldaan .

De veterinaire deskundige dient de nationaliteit van een van de Lid-Staten te bezitten ; hij mag echter noch de nationaliteit van het land van verzending , noch die van het land van bestemming bezitten .

De Commissie stelt , op voorstel van de Lid-Staten , de lijst op van de veterinaire deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen belast kunnen worden . Na raadpleging van de Lid-Staten , stelt zij algemene uitvoeringsvoorschriften vast , in het bijzonder wat betreft de bij het uitbrengen van deze adviezen te volgen procedure .

Artikel 8

1 . Onverminderd het bepaalde in de leden 2 tot en met 4 blijven de bepalingen van de Lid-Staten inzake de gezondheidsbescherming betreffende het handelsverkeer in levende dieren en vers vlees van kracht tot aan de inwerkingtreding van eventueel door de Europese Economische Gemeenschap hieromtrent vast te stellen bepalingen .

2 . Een Lid-Staat kan , indien er gevaar bestaat voor verbreiding van dierziekten door de overbrenging van vers vlees uit een andere Lid-Staat naar zijn grondgebied , onderstaande maatregelen treffen :

a ) indien er zich in deze andere Lid-Staat een veeziekte voordoet , kan hij de overbrenging van dit vlees van uit de delen van het grondgebied van deze staat , waar deze ziekte zich heeft voorgedaan , tijdelijk verbieden of beperken ;

b ) indien een veeziekte zich snel uitbreidt of in geval van een nieuwe ernstige of besmettelijke dierziekte , kan hij de overbrenging van dit vlees uit het gehele grondgebied van deze staat tijdelijk verbieden of beperken .

3 . De maatregelen die een Lid-Staat uit hoofde van het bepaalde in lid 2 heeft genomen , moeten binnen een termijn van tien werkdagen ter kennis van de overige Lid-Staten en van de Commissie worden gebracht met nauwkeurige vermelding van de gronden waarop zij berusten .

4 . Indien de betrokken Lid-Staat het in lid 2 bedoelde verbod of beperking ongerechtvaardigd acht , kan hij zich tot de Commissie wenden , ten einde de onverwijlde opening van besprekingen te verkrijgen .

Artikel 9

Indien de communautaire regeling voor de invoer van vers vlees uit derde landen op het ogenblik van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn nog niet van toepassing is , mogen in afwachting hiervan , de nationale bepalingen voor de uit die landen ingevoerde produkten niet gunstiger zijn dan die welke voor het intracommunautaire handelsverkeer gelden .

Artikel 10

Binnen een termijn van twaalf maanden volgende op de kennisgeving van deze richtlijn doen de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden ten einde gevolg te geven aan het bepaalde in deze richtlijn en de bijlage daarvan ; zij stellen de Commissie onverwijld hiervan in kennis .

Artikel 11

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 26 juni 1964 .

Voor de Raad

De Voorzitter

C . HEGER

BIJLAGE I

HOOFDSTUK I

Eisen voor de erkenning van slachthuizen

1 . Slachthuizen moeten zijn voorzien van :

a ) voldoende stalruimte voor het onderbrengen van de slachtdieren ;

b ) slachtruimten die voldoende groot zijn om het slachten op bevredigende wijze te doen verlopen en zijn voorzien van een afzonderlijke afdeling voor het slachten van varkens ;

c ) een ruimte voor het ledigen en schoonmaken van magen en darmen ;

d ) ruimten voor het verwerken van magen en darmen ;

e ) ruimten voor het afzonderlijk opslaan van talg enerzijds en van huiden , horens en hoeven anderzijds ;

f ) afsluitbare ruimten voor zieke en van ziekte verdachte dieren , voor het slachten van deze dieren , voor tot nadere keuring aangehouden vlees en voor afgekeurd vlees ;

g ) ruimten van voldoende grootte voor de koeling van vlees ;

h ) een voldoende ingericht en afsluitbaar lokaal dat uitsluitend ter beschikking van de veterinaire dienst staat ; indien het onderzoek naar besmetting met trichinen is verplicht , een lokaal voorzien van een voldoende apparatuur voor het verrichten van dit onderzoek ;

i ) kleedlokalen , was - en douche-gelegenheden en toiletten met waterspoeling die geen rechtstreekse toegang tot de werkruimten mogen geven ; de wasgelegenheid moet zijn voorzien van koud en warm stromend water , was - en ontsmettingsmiddelen voor de handen , alsmede van handdoeken die slechts eenmaal mogen worden gebruikt ; in de nabijheid van de toiletten moeten wasgelegenheden zijn geplaatst ;

j ) voorzieningen die het mogelijk maken de in deze richtlijn voorgeschreven keuring te allen tijde op doelmatige wijze uit te voeren ;

k ) een voorziening die het mogelijk maakt het binnenkomen en verlaten van het slachthuis te controleren ;

l ) een voldoende scheiding tussen het schone en het verontreinigde gedeelte ;

m ) in de ruimten waar het slachten plaatsvindt :

_ enigzins aflopende vloeren uit waterdicht , gemakkelijk schoon te houden en te ontsmetten materiaal , dat niet vatbaar is voor rotting , voorzien van een waterafvoersysteem naar met een rooster afgedekte en van stankafsluiting voorziene kolken ;

_ gladde wanden die tot een hoogte van ten minste drie meter van een lichte , afwasbare bekleding zijn voorzien of met lichte , afwasbare verf zijn bestreken en waarvan de overgang van vloer naar wanden en de overgang van de wanden onderling rond moeten zijn afgewerkt ;

n ) voldoende luchtverversing en goede afvoer van dampen in de ruimten waar het vlees wordt bewerkt ;

o ) voldoende verlichting door daglicht of door kunstlicht , waardoor de kleuren niet worden veranderd , in ruimten waar het vlees wordt bewerkt ;

p ) een inrichting voor drinkwatervoorziening , onder druk en in voldoende hoeveelheden ;

q ) een installatie die in voldoende hoeveelheden warm water levert ;

r ) een voorziening voor de afvoer van afvalwater , die voldoet aan hygiënische eisen ;

s ) in de werkruimten voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van de handen en van het gereedschap en de werktuigen ;

t ) een installatie voor het ophangen van de dieren na het verdoven , zodat de gehele verdere behandeling zoveel mogelijk op het vrij hangende dier kan plaatsvinden ; wanneer het verwijderen van de huid op schragen geschiedt , moeten deze uit tegen corrosie bestand materiaal bestaan en zo hoog zijn , dat het geslachte dier niet met de vloer in aanraking komt ;

u ) een luchtspoor voor het vervoer van het vlees ;

v ) voorzieningen ter bescherming tegen insekten en knaagdieren ;

w ) werktuigen en gereedschap , in het bijzonder bakken voor niet gereinigde magen en darmen , uit tegen corrosie bestand materiaal , die gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn ;

x ) een speciaal voor de opslag van mest ingerichte plaats ;

y ) gelegenheid en voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van voertuigen .

HOOFDSTUK II

Eisen voor de erkenning van uitsnijderijen

2 . Uitsnijderijen moeten zijn voorzien van :

a ) ruimten voor het uitsnijden van vlees , die van andere ruimten door wanden zijn gescheiden ;

b ) ruimten van voldoende grootte voor de koeling van vlees ;

c ) een voldoende ingericht en afsluitbaar lokaal dat uitsluitend ter beschikking van de veterinaire dienst staat ;

d ) kleedlokalen , was - en douchegelegenheden en toiletten met waterspoeling die geen rechtstreekse toegang tot de werkruimten mogen geven ; de wasgelegenheid moet zijn voorzien van koud en warm stromend water , was - en ontsmettingsmiddelen voor de handen , alsmede van handdoeken die slechts eenmaal mogen worden gebruikt ; in de nabijheid van de toiletten moeten wasgelegenheden zijn geplaatst ;

e ) in de ruimten voor het uitsnijden van vlees

_ enigzins aflopende vloeren uit waterdicht , gemakkelijk schoon te houden en te ontsmetten materiaal , dat niet vatbaar is voor rotting , voorzien van een waterafvoersysteem naar met een rooster afgedekte en van stankafsluiting voorziene kolken ;

_ gladde wanden die tot een hoogte van ten minste twee meter van een lichte , afwasbare bekleding zijn voorzien of met lichte , afwasbare verf zijn bestreken en waarvan de overgang van vloer naar wanden en de overgang van de wanden onderling rond moeten zijn afgewerkt ;

f ) koelinstallaties die waarborgen dat ook in de ruimten voor het uitsnijden van vlees de inwendige temperatuur van het vlees niet meer dan + 7 C bedraagt ;

g ) voldoende luchtverversing in de ruimten voor het uitsnijden van vlees ;

h ) voldoende verlichting door daglicht of door kunstlicht , waardoor de kleuren niet worden veranderd , in de uitsnijderijen ;

i ) een inrichting voor drinkwatervoorziening , onder druk in in voldoende hoeveelheden ;

j ) een installatie die in voldoende hoeveelheden warm water levert ;

k ) een voorziening voor de afvoer van afvalwater , die voldoet aan hygiënische eisen ;

l ) in de werkruimten voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van de handen en van het gereedschap en de werktuigen ;

m ) voorzieningen ter bescherming tegen insekten en knaagdieren ;

n ) werktuigen en gereedschap , in het bijzonder tafels met verstelbare uitsnijbladen , bakken , transportbanden , zagen , uit tegen corrosie bestand materiaal dat gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten is .

HOOFDSTUK III

Hygiëne van het personeel , de ruimten , het gereedschap en de werktuigen in slachthuizen en uitsnijderijen

3 . Een zo volmaakt mogelijke zindelijke toestand wordt verplicht gesteld voor personeel , ruimten , gereedschap en werktuigen :

a ) het personeel dient in het bijzonder schone werkkleding alsmede een schoon hoofddeksel en , zo nodig , een nekbeschermer te dragen ; personen die met zieke dieren of besmet vlees in aanraking zijn gekomen , dienen onverwijld handen en armen grondig met warm water te wassen en te ontsmetten ; in de werk - en opslagruimten mag niet worden gerookt ;

b ) Honden , katten , konijnen en pluimvee mogen niet tot de slachthuizen en de uitsnijderijen worden toegelaten ; voorts dient er te worden gezorgd voor een stelselmatige verdelging van knaagdieren , insekten en ander ongedierte ;

c ) Gereedschappen en werktuigen die bij de vleesbewerking worden gebruikt , dienen in een goede staat van onderhoud en rein te worden gehouden . Zij moeten verscheidene malen per werkdag , bij het einde van de dagelijkse werkzaamheden en alvorens opnieuw te worden gebruikt wanneer zij , met name door ziekteverwekkers , zijn verontreinigd , zorgvuldig worden gereinigd en ontsmet .

4 . Ruimten , werktuigen en gereedschap mogen niet worden aangewend voor andere doeleinden dan voor de bewerking van vlees . Gereedschap voor het uitsnijden van vlees mag slechts voor dit doel worden gebruikt .

5 . Vlees mag niet in aanraking komen met de vloer .

6 . Het gebruik van reinigingsmiddelen , ontsmettingsmiddelen en middelen ter bestrijding van ongedierte mag generlei invloed hebben op de geschiktheid van het vlees voor menselijke consumptie .

7 . Personen die het vlees kunnen besmetten , mogen niet bij het bewerken en de verdere behandeling van het vlees betrokken zijn . Dit verbod geldt in het bijzonder voor personen die :

a ) lijden aan typhus abdominalis , paratyphus A en B , enteritis infectiosa ( salmonellosis ) , dysenterie , hepatitis infectiosa of roodvonk , of er van verdacht worden aan een van deze ziekten te lijden dan wel dragers van verwekkers van deze ziekten zijn ;

b ) lijden aan besmettelijke tuberculose of er van verdacht worden aan deze ziekte te lijden ;

c ) lijden aan een besmettelijke huidziekte of er van verdacht worden aan een dergelijke ziekte te lijden ;

d ) tegelijkertijd een bezigheid uitoefenen waardoor ziekteverwekkers op het vlees kunnen worden overgebracht ;

e ) een verband aan de handen dragen , met uitzondering van een verband van kunststof ter bescherming van een verse , niet geïnfecteerde verwonding aan de vinger .

8 . Voor alle personen die bij de bewerking van vlees zijn betrokken , dient door middel van een geneeskundige verklaring te worden aangetoond dat er geen bezwaar bestaat tegen hun tewerkstelling . Deze verklaring dient ieder jaar , alsmede telkens wanneer de officiële dierenarts zulks verlangt , te worden vernieuwd . De betrokkene moet de verklaring ter beschikking van de officiële dierenarts houden .

HOOFDSTUK IV

Keuring voor het slachten

9 . De dieren dienen op de dag waarop zij het slachthuis binnenkomen aan de keuring voor het slachten te worden onderworpen . Deze keuring dient onmiddellijk voor het slachten nogmaals plaats te vinden , indien het dier zich langer dan 24 uur in het slachthuis heeft bevonden .

10 . De officiële dierenarts dient deze keuring volgens wetenschappelijk verantwoorde methoden en bij voldoende belichting te verrichten .

11 . De keuring moet het mogelijk maken vast te stellen :

a ) of de dieren lijden aan een ziekte die besmettelijk is voor mens of dier dan wel of de aanwezige verschijnselen of de algemene gezondheidstoestand van het dier het uitbreken van een dergelijke ziekte doen vrezen ;

b ) of de dieren een storing van de algemene gezondheidstoestand of verschijnselen van een ziekte vertonen , waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke consumptie ;

c ) of de dieren vermoeid of zeer onrustig zijn .

12 . Met het oog op het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees mogen niet worden geslacht de dieren :

a ) die een van de onder 11 , sub a ) en b ) , genoemde verschijnselen vertonen ;

b ) die niet voldoende lang hebben kunnen rusten ; vermoeide of zeer onrustige dieren moeten ten minste 24 uur kunnen rusten ;

c ) bij welke de een of andere vorm van tuberculose is vastgesteld of die als tuberculeus worden aangemerkt naar aanleiding van een positieve tuberculine-reactie .

HOOFDSTUK V

Hygiëne bij het slachten en uitsnijden

13 . Slachtdieren die in de slachtruimten worden binnengeleid , moeten onmiddellijk worden geslacht .

14 . De dieren moeten goed zijn uitgebloed . Voor menselijke consumptie bestemd bloed dient in volmaakt reine voorwerpen te worden opgevangen . Het mag niet met de hand worden geklopt , maar uitsluitend met voorwerpen die voldoen aan hygiënische eisen .

15 . Behalve bij varkens , moet de huid onmiddellijk en volledig worden verwijderd . Varkens waarvan de huid niet wordt verwijderd , moeten terstond worden onthaard .

16 . Het verwijderen van maag en darmen moet onverwijld geschieden en moet binnen 30 minuten na het verbloeden zijn beëindigd . De longen , het hart , de lever , de milt en het mediastinum kunnen of worden uitgenomen of met de natuurlijke hechtmiddelen aan het geslachte dier verbonden blijven . Indien deze organen worden uitgenomen , dienen zij met een nummer of op andere wijze zodanig te worden gemerkt , dat blijkt , dat zij bij het geslachte dier behoren ; hetzelfde geldt voor de kop , de tong , het spijsverteringskanaal , alsmede voor de andere voor de keuring na het slachten benodigde delen van het geslachte dier . De genoemde organen en delen dienen totdat de keuring is beëindigd in de onmiddellijke nabijheid van het geslachte dier te blijven . De nieren dienen bij alle dieren met de natuurlijke hechtmiddelen aan het geslachte dier verbonden te blijven , maar zij dienen te worden losgemaakt uit hun kapsel .

17 . Het reinigen van het vlees met behulp van doeken alsmede het opblazen zijn verboden .

18 . De geslachte eenhoevige dieren , varkens en runderen , met uitzondering van kalveren , dienen voor de keuring na het slachten door splijting van de wervelkolom in de lengte , en bij varkens en eenhoevige dieren eveneens van de kop in de lengte , in tweeën te worden verdeeld ; zo nodig kan de officiële dierenarts voor elk geslacht dier splijting in de lengte verlangen .

19 . Tot aan de beëindiging van de keuring na het slachten is het verboden het geslachte dier verder te verdelen , enig deel van het geslachte dier weg te nemen of daaraan verdere handelingen te verrichten .

20 . Voor nadere keuring aangehouden en afgekeurd vlees , alsmede magen , darmen , huiden , hoorns en hoeven moeten zo spoedig mogelijk in daarvoor bestemde ruimten worden ondergebracht .

21 . Indien het bloed van meer dan een dier is opgevangen in één vat , moet de gehele inhoud van dit vat van het intracommunautaire handelsverkeer worden uitgesloten , indien het vlees van een van de dieren als ongeschikt voor menselijke consumptie is aangemerkt .

22 . Een verder uitsnijden van het geslachte dier dan in helften of vierendelen is slechts toegestaan in uitsnijderijen .

HOOFDSTUK VI

Keuring na het slachten

23 . Alle delen van het dier , met inbegrip van het bloed , moeten onmiddellijk na het slachten worden gekeurd .

24 . De keuring na het slachten omvat :

a ) het bezichtigen op het oog van het geslachte dier ;

b ) het betasten van bepaalde organen , met name de longen , de lever , de milt , de baarmoeder , de uier en de tong ;

c ) het insnijden van organen en lymfklieren ;

d ) een onderzoek naar afwijkingen in de consistentie , de kleur , de geur en eventueel de smaak ;

e ) indien nodig een laboratoriumonderzoek .

25 . De officiële dierenarts dient in het bijzonder te onderzoeken :

a ) het bloed op de kleur , het stollingsvermogen en de aanwezigheid van vreemde elementen ;

b ) de kop , de keel , de lymfklieren v}}r en achter in de keelholte , alsmede de oorspeeksellymfklieren ( Lnn . retropharyngiales , mandibulares et parotidei ) en de amandelen ; de tong dient zover te worden losgesneden dat de mond - en keelholte in zijn geheel zichtbaar zijn ; de amandelen dienen na het onderzoek te worden verwijderd ;

c ) de longen , de luchtpijp , de slokdarm en de lymfklieren aan de bronchiën ( Lnn . bifurcationes eparteriales ) en aan het borstvlies ( Lnn . mediastinales ) ; bovendien dient er een overlangse snede in de luchtpijp en de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp en een dwarssnede in het onderste derde gedeelte van de longen door de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp te worden aangebracht ;

d ) het hartezakje en het hart ; in het hart dient een overlangse snede te worden aangebracht , waardoor de beide kamers worden geopend en hun scheidingswand wordt ingesneden ;

e ) het middenrif ;

f ) de lever , de galblaas en de galgangen , alsmede de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier ( Lnn . portales ) ;

g ) het maag-darmkanaal , het mesenterium , de lymfklieren behorende bij de magen ( Lnn . gastrici ) en de lymfklieren behorende tot het darmkanaal ( Lnn . mesenterici craniales et caudales ) ;

h ) de milt ;

i ) de nieren en hun lymfklieren ( Lnn . renales ) alsmede de blaas ;

j ) het borstvlies en het buikvlies ;

k ) de geslachtsorganen ; bij koeien dient de baarmoeder door een snede in de lengte te worden opengelegd ;

l ) de uier en haar lymfklieren ( Lnn . supramammarue ) ; bij koeien dient elke helft van de uier door een lange en diepe snede tot de melkboezem te worden geopend ;

m ) de navelstreek en de gewrichten van jonge dieren ; in verdachte gevallen dient een insnijding in de navelstreek plaats te vinden en dienen de gewrichten te worden opengesneden .

De bovenvermelde lymfklieren dienen systematisch te worden vrijgemaakt en overlangs in zo dun mogelijke schijfjes te worden gesneden .

In verdachte gevallen dienen ook de lymfklieren van de boeg ( Lnn . cervicales superficiales ) , de lymfklieren in de oksels ( Lnn . axillares proprii et primae costae ) , aan het borstbeen ( Lnn . sternales craniales ) , aan de hals ( Lnn . cervicales profundi en costocervicales ) , aan de zitbeenderen ( Lnn . ischiadici ) , de lymfklieren in het midden en aan de zijkanten van het darmbeen ( Lnn . iliacide ) , in de knieholte ( Lnn . poplitei ) , in de knieplooien ( Lnn . subiliacide ) , alsmede de lymfklieren van de lendenen ( Lnn . lumbales ) op dezelfde wijze te worden ingesneden .

Bij schapen en geiten behoeft slechts in verdachte gevallen het hart te worden opengesneden en de lymfklieren aan de kop te worden ingesneden .

26 . De officiële dierenarts dient bovendien te verrichten :

A . Het onderzoek op cysticercose :

a ) bij runderen ouder dan 6 weken :

_ van de tong , door een snede in de lengte in het spierweefsel aan de onderkant , zonder dat de tong sterk beschadigd wordt ;

_ van de slokdarm , na het losmaken van de luchtpijp ;

_ van het hart , afgezien van de sub 25 d ) voorgeschreven insnijding , door een van de hartoren naar de hartpunt lopende snede in beide helften ;

_ van de inwendige en uitwendige kauwspieren , door twee parallel met de onderkaak lopende sneden van de onderste rand van de onderkaak tot de bovenste aanhechtingsplaats van de kauwspieren ;

_ van het spierweefsel van het middenrif , nadat de sereuse vliezen van deze spieren zijn losgemaakt ;

_ van de zichtbare spieroppervlakten van het geslachte dier ;

b ) bij varkens :

van de zichtbare spieroppervlakten , in het bijzonder de spieren aan het platte deel van de schenkel , de buikwand , de van vetweefsels ontdane grote lendespieren , de peilers van het middenrif , de tussenribspieren , het hart , de tong en het strottehoofd .

B . Het onderzoek op distomatosis :

bij runderen , schapen en geiten door insnijdingen aan de maagzijde van de lever , waarbij ook de galgangen worden geraakt , en door een diepe snede in de basis van de Spiegelse kwab .

C . Het onderzoek op malleus :

bij eenhoevige dieren , door inspectie van de slijmvliezen van de luchtpijp , het strottehoofd , de neusholte en de neusgangen , nadat de kop overlangs middendoor is gezaagd of gehakt en de scheidingswand in de neus is verwijderd .

HOOFDSTUK VII

Het merken

27 . Het merken moet geschieden onder verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts .

28 . Het merken dient te geschieden met een ovaal stempel , dat 6,5 cm breed en 4,5 cm hoog is . Het stempel dient , duidelijk leesbaar , de volgende aanduidingen te bevatten :

_ in het bovenste gedeelte , in hoofdletters , de naam van het land van verzending ;

_ in het midden het toelatingsnummer van het slachthuis ;

_ in het onderste gedeelte een van de afkortingen CEE-EEG-EWG .

De letters dienen 0,8 cm en de cijfers 1 cm hoog te zijn .

29 . Geslachte dieren worden overeenkomstig het bepaalde onder nummer 28 gemerkt met een inktstempel :

_ de geslachte dieren met een gewicht van meer dan 60 kilogram dienen op iedere helft ten minste op de volgende plaatsen te worden gemerkt : de buitenzijde van de dij , de lenden , de rug , de borst , de schouders , alsmede de pleura ter hoogte van de lendenen ;

_ de overige geslachte dieren moeten ten minste vier maal zijn gemerkt nl . op elke schouder en op de buitenzijde van elke dij .

30 . De kop , de tong , het hart , de longen en de lever dienen overeenkomstig het bepaalde onder nummer 28 met een inkt - of een brandstempel te worden gemerkt ; bij schapen en geiten mag het stempel op de tong en op het hart ontbreken .

31 . De in uitsnijderijen verkregen delen van volgens de voorschriften gemerkte geslachte dieren moeten , voor zover zij niet zijn gemerkt overeenkomstig het bepaalde onder nummer 28 , worden gemerkt met een inkt - of een brandstempel , dat in het midden in plaats van het toelatingsnummer van het slachthuis dat van de uitsnijderij vermeldt .

32 . Bij het verzenden van verpakte delen of van verpakte slachtafvallen dient overeenkomstig het bepaalde onder de nummers 28 en 31 een stempel op een duidelijk zichtbaar op of aan de verpakking bevestigd etiket te worden aangebracht .

Het etiket dient voorts de navolgende aanduidingen te bevatten :

_ een volgnummer ;

_ de anatomische benaming van de stukken of van de slachtafvallen ;

_ de soort dieren waarvan de stukken of de slachtafvallen afkomstig zijn ;

_ het nettogewicht van de verpakkingseenheid .

Een afschrift van dit etiket moet in elke verpakkingseenheid worden aangebracht .

33 . Als stempelinkt mag alleen methylblauw worden gebruikt .

HOOFDSTUK VIII

Gezondheidscertificaat

34 . Het gezondheidscertificaat dat het vlees begeleidt gedurende de verzending naar het land van bestemming wordt op het tijdstip van de verzending door de officiële dierenarts afgegeven . Het dient ten minste te zijn opgesteld in de taal van het land van bestemming en moet de gegevens bevatten die zijn vermeld in het als bijlage II bijgevoegde model .

HOOFDSTUK IX

Opslag

35 . Vers vlees dat is bestemd voor het intracommunautaire handelsverkeer dient na de keuring na het slachten onmiddellijk te worden gekoeld en voortdurend op een inwendige temperatuur van niet meer dan + 7 C voor geslachte dieren en de delen daarvan en van niet meer dan + 3 C voor slachtafvallen te worden gehouden .

HOOFDSTUK X

Vervoer

36 . Vers vlees mag slechts worden vervoerd in verzegelde voertuigen of andere vervoermiddelen die zodanig zijn gebouwd en ingericht dat gedurende het vervoer de in hoofdstuk IX voorgeschreven temperaturen niet worden overschreden .

37 . De voertuigen of vervoermiddelen moeten voldoen aan de volgende eisen :

a ) de binnenwanden en andere delen die met het vlees in aanraking kunnen komen , moeten tegen corrosie zijn bestand en mogen de eigenschappen van het vlees niet kunnen aantasten noch voor de gezondheid van de mens schadelijke stoffen op het vlees kunnen overbrengen ; deze wanden moeten glad zijn en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten ;

b ) zij moeten zijn uitgerust met doelmatige inrichtingen ter bescherming van het vlees tegen insekten en stof en zij moeten zodanig zijn afgedicht , dat er geen vloeistoffen kunnen wegvloeien ;

c ) voor het vervoer van geslachte dieren , halve dieren en vierendelen _ met uitzondering van bevroren vlees in hygiënisch verantwoorde verpakking _ moet een ophanginstallatie uit tegen corrosie bestand materiaal worden aangebracht en wel zo dat het vlees niet met de vloer in aanraking kan komen .

38 . De voertuigen of vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van vlees mogen in geen enkel geval worden gebruikt voor het vervoer van levende dieren of produkten , die het vlees zouden kunnen aantasten of besmetten .

39 . Het is verboden andere produkten tezamen met vlees in hetzelfde voertuig of vervoermiddel te vervoeren ; magen mogen slechts in gebroeide toestand , koppen en poten mogen slechts van de huid ontdaan of gebroeid en onthaard worden vervoerd .

40 . De voor het vervoer van vlees gebruikte voertuigen of vervoermiddelen dienen terstond na het uitladen te worden gereinigd en ontsmet .

41 . Geslachte dieren , halve dieren en vierendelen moeten , met uitzondering van bevroren vlees in hygiënisch verantwoorde verpakking , steeds hangend worden vervoerd . De andere delen en de slachtafvallen moeten worden opgehangen of geplaatst op onderlagen , voor zover zij zich niet bevinden in een verpakking of in voorwerpen uit tegen corrosie bestand materiaal . Deze onderlagen , verpakking of voorwerpen moeten beantwoorden aan hygiënische eisen . Ingewanden moeten steeds verpakt worden vervoerd ; de verpakking moet stevig zijn en noch water noch vet doorlaten . Alvorens de verpakking opnieuw wordt gebruikt , dient zij te worden gereinigd en ontsmet .

42 . De officiële dierenarts dient zich er voor de verzending van te vergewissen dat de voertuigen en vervoermiddelen , alsmede de inlading , voldoen aan de in dit hoofdstuk vermelde eisen ten aanzien van de hygiëne .

BIJLAGE II

MODEL

GEZONDHEIDSCERTIFICAAT

betreffende vers vlees ( 1 ) dat bestemd is voor een Lid-Staat van de E.E.G .

No . ...

Land van verzending ...

Ministerie ...

Dienst ...

I . Identificatie van het vlees :

Vlees van ...

( diersoort )

Aard van het verzondene ...

Aard van de verpakking ...

Aantal stuks of colli ...

Nettogewicht ...

II . Herkomst van het vlees :

Adres ( sen ) en toelatingsnummer ( s ) van het ( de ) erkende slachthuis ( en ) ...

Adres ( sen ) en toelatingsnummer ( s ) van de erkende uitsnijderij ( en ) ...

( 1 ) Vers vlees : in de zin van de onder IV b ) van dit certificaat vermelde richtlijn , alle voor menselijke consumptie geschikte delen van huisdieren van de volgende soorten : runderen , varkens , schapen , geiten en eenhoevige dieren , welke delen geen behandeling hebben ondergaan die de houdbaarheid beïnvloedt ; als vers vlees wordt ook beschouwd vlees dat koelbehandeling heeft ondergaan .

III . Bestemming van het vlees :

Het vlees wordt verzonden

uit ...

( plaats van verzending )

naar ...

( plaats en land van bestemming )

per ... ( 1 )

Naam en adres van de afzender ...

Naam en adres van degene voor wie de zending is bestemd ...

IV . Gezondheidsverklaring

Ondergetekende verklaart hiermede :

a ) dat het hierboven omschreven vlees ( 2 ) _ dat de verpakking van het hierboven omschreven vlees ( 2 ) _ een merk draagt dat aantoont dat het vlees uitsluitend afkomstig is van dieren die in een erkend slachthuis zijn geslacht ;

b ) dat het bij keuring overeenkomstig de richtlijn inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees geschikt voor menselijke consumptie is bevonden ;

c ) dat het _ niet _ in een erkende uisnijderij is uitgesneden ( 2 ) ;

d ) dat het vlees is _ niet is _ onderzocht op trichinen ( 2 ) ;

e ) dat de voertuigen en vervoermiddelen en de wijze waarop deze zending is ingeladen , voldoen aan de in voornoemde richtlijn vermelde eisen ten aanzien van de hygiëne .

Gedaan te ... , ...

Handtekening

...

Officieel dierenarts

( 1 ) Bij verzending per spoorwegwagon of vrachtwagen dient het kenteken of nummer te worden vermeld ; bij verzending per vliegtuig dient het nummer van de vlucht te worden aangegeven .

( 2 ) Doorhalen wat niet van toepassing is .

RAADPLEGING VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

inzake de ontwerp-richtlijn van de Raad inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

A . VERZOEK OM ADVIES

Tijdens zijn 74e zitting van 28 , 29 en 30 juni 1962 heeft de Raad besloten , overeenkomstig artikel 100 van het Verdrag , het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen aangaande het Commissievoorstel voor een richtlijn inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees .

Met een brief d.d . 5 juli 1962 heeft de heer E . Colombo , Voorzitter van de Raad , het verzoek om advies over deze hierna opgenomen tekst aan de heer Roche , Voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité , gezonden .

Ontwerp-richtlijn van de Raad inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder op artikel 43 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

Overwegende dat Verordening no . 20 van de Raad houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees met ingang van 1 juli 1962 toegepast moet worden en dat een overeenkomstige verordening op 1 november 1962 voor de sector rundvlees in werking zal treden ;

Overwegende dat de veelsoortige traditionele maatregelen tot bescherming aan de grens krachtens voornoemde verordeningen vervangen werden door een gelijkvormig systeem , ten einde het handelsverkeer binnen de Gemeenschap te vergemakkelijken , en dat de in het kader van dit systeem voorziene maatregelen in de loop van de overgangsperiode geleidelijk afgeschaft moeten worden ;

Overwegende dat de door genoemde verordeningen ingevoerde regeling niet de verwachte uitwerking zal hebben zolang het handelsverkeer binnen de Gemeenschap belemmerd wordt door de verschillen die tussen de Lid-Staten bestaan op het gebied van de veterinairrechtelijke voorschriften voor vlees ;

Overwegende dat in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en parallel met de reeds vastgestelde verordeningen voor de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten maatregelen getroffen moeten worden om deze verschillen op te heffen , en dat het derhalve noodzakelijk is over te gaan tot een onderlinge aanpassing van de veterinairrechtelijke voorschriften van de Lid-Staten ;

Overwegende dat de Lid-Staten ingevolge artikel 36 van het Verdrag weliswaar het recht hebben de verboden of beperkingen van invoer , uitvoer of doorvoer te handhaven , welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de gezondheid en het leven van personen en dieren , maar dat dit recht hen niet ontslaat van de verplichting om de voorschriften , waarop deze verboden en beperkingen gebaseerd zijn , onderling aan te passen , voor zover de tussen deze voorschriften bestaande verschillen een belemmering vormen voor de verwezenlijking en het functioneren van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ;

Overwegende dat daartoe een aanpassing noodzakelijk is van de hygiënische regels voor de behandeling van vlees in de door de bevoegde autoriteiten van elke Lid-Staat erkende abattoirs , alsmede van de hygiënische regels voor de opslag en het vervoer van vlees ;

Overwegende dat de Lid-Staten garanties dienen te hebben dat deze regels in acht genomen worden en dat het derhalve gewenst is te voorzien in de afgifte van een gezondheidscertificaat door een officiële veearts , welk certificaat bij het te verzenden vlees gevoegd moet worden en daarvan niet gescheiden mag worden voordat het vlees in het land van bestemming is aangekomen ;

Overwegende dat de Lid-Staten uiteraard het recht moeten hebben om de overbrenging naar hun grondgebied te verbieden van vlees dat niet geschikt blijkt te zijn voor consumptie of dat niet voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften die de Gemeenschap heeft uitgevaardigd ;

Overwegende dat het bij een eventueel conflict tussen Lid-Staten over de juistheid van de erkenning van een abattoir evenwel gewenst is , dat een orgaan van de Gemeenschap met het onderzoek van het desbetreffende geschilpunt wordt belast , voordat de Lid-Staten een algemeen verbod voor de overbrenging naar hun grondgebied van vlees dat uit dit abattoir afkomstig is kunnen uitvaardigen ; dat die procedure wegens de bederfelijkheid van vlees zo snel mogelijk moet aanvangen en dat het derhalve gerechtvaardigd lijkt de Commissie te belasten met een dergelijk onderzoek , dat een voorlopig karakter draagt , en wel in die zin dat daardoor niet vooruitgelopen wordt op een eventuele beslissing van het Hof van Justitie ;

Overwegende dat het niet gerechtvaardigd is de Lid-Staten toe te staan , om andere dan sanitaire redenen de overbrenging naar hun grondgebied van vlees te verbieden , en dat derhalve aan de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees desgevraagd de mogelijkheid geboden moet worden om het vlees weer naar het land van herkomst te vervoeren , voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan ;

Overwegende dat de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees alsmede de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst nauwkeurig op de hoogte gesteld moeten worden van de gronden waarop een eventueel verbod berust , ten einde hen in staat te stellen zich daarover een oordeel te vormen ;

Overwegende dat het wenselijk is de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees , in geval van een geschil tussen hem en de autoriteiten van het land van bestemming over de juistheid van een verbod , in staat te stellen het advies van een neutrale deskundige in te winnen , zodat hij zodoende over meer bewijs kan beschikken ;

Overwegende dat op enige gebieden , waarop zich bijzondere problemen voordoen , de onderlinge aanpassing van de voorschriften der Lid-Staten eerst na een nader onderzoek verwezenlijkt kan worden ;

Overwegende dat er een verband bestaat tussen de in deze richtlijn voorziene maatregelen en veterinaire voorschriften voor levende dieren en vlees ; dat de Commissie derhalve het voornemen heeft zo spoedig mogelijk ook op veterinair gebied bepaalde voorstellen te doen ; dat het nochtans noodzakelijk lijkt een eerste stap te doen tot onderlinge aanpassing van de nationale voorschriften op het onderhavige gebied , waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder de Lid-Staten de overbrenging naar hun grondgebied van vlees om veterinaire redenen mogen verbieden of beperken en waarbij voorzien wordt in een procedure voor onderling overleg ;

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn heeft betrekking op het handelsverkeer binnen de Gemeenschap in vers vlees , afkomstig van huisdieren behorende tot de volgende soorten : runderen , varkens , schapen en geiten , alsmede van eenhoevige dieren die als huisdieren worden gehouden .

2 . Als vlees worden beschouwd alle delen van deze dieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie .

3 . Als vers vlees worden beschouwd alle vleessoorten die geen behandeling hebben ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid ; in deze richtlijn wordt echter ook als vers vlees beschouwd vlees dat een koelbehandeling heeft ondergaan .

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

a ) Geslacht dier : Het gehele lichaam van een slachtdier na het verbloeden en het verwijderen van de ingewanden , alsmede _ behalve voor varkens _ na het afstropen van de huid en het afhakken van de kop en van de ledematen ter hoogte van het carpus - en het tarsusgewricht ;

b ) Bijprodukten van het slachten : Vers vlees dat niet behoort tot het geslachte dier als omschreven onder a ) ;

c ) Ingewanden : De organen die zich in de borst - , buik - en bekkenholte bevinden , met inbegrip van de luchtpijp en slokdarm ;

d ) Officiële veearts : Door de bevoegde centrale autoriteiten van het land van herkomst benoemde of aangewezen veearts ;

e ) Land van herkomst : Lid-Staat vanuit welke vers vlees naar een andere Lid-Staat wordt verzonden ;

f ) Land van bestemming : Lid-Staat naar welke vers vlees uit een andere Lid-Staat wordt verzonden ;

Artikel 3

1 . Iedere Lid-Staat draagt er zorg voor dat uit zijn gebied naar het gebied van een andere Lid-Staat slechts vers vlees wordt verzonden dat , onverminderd het bepaalde in artikel 8 , voldoet aan de volgende voorwaarden :

a ) het moet in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkend en gecontroleerd abattoir geslacht zijn ;

b ) het moet afkomstig zijn van een slachtdier dat , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk III van bijlage I , voor de slachting door een officiële veearts is onderzocht en hierbij gezond bevonden is ;

c ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I , na het slachten op volstrekt hygiënische wijze behandeld zijn ;

d ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk V van bijlage I , na de slachting door een officiële veearts onderzocht zijn en geen veranderingen of afwijkingen vertoond hebben , tenzij deze door voor de gezondheid onschadelijke parasieten zijn teweeggebracht en slechts een plaatselijk begrensd effect op de ingewanden hebben gehad ;

e ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van bijlage I , voorzien zijn van een keuringsstempel ;

f ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VII van bijlage I , gedurende de verzending naar het land van bestemming van een gezondheidscertificaat vergezeld gaan ;

g ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VIII van bijlage I , na het vleesonderzoek na de slachting op volstrekt hygiënische wijze in overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en gecontroleerde abattoirs of in overeenkomstig artikel 4 , lid 4 , erkende en gecontroleerde koelhuizen opgeslagen zijn ;

h ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IX van bijlage I , op volstrekt hygiënische wijze naar het land van bestemming vervoerd worden .

2 . In ieder geval mogen niet tot het handelsverkeer binnen de Gemeenschap worden toegelaten :

a ) vers vlees van wilde zwijnen en cryptorchiden ;

b ) vers vlees dat met natuurlijke of kunstmatige kleurstoffen is bewerkt , met uitzondering van de kleurstof die is voorzien voor het in hoofdstuk VI van bijlage I voorgeschreven keuringsstempel ;

c ) vers vlees van dieren bij welke een of andere vorm van tuberculose is vastgesteld of een of meer levende of dode lintwormlarven zijn geconstateerd ;

d ) ingewanden aan welke bij het vleesonderzoek na de slachting veranderingen door voor de gezondheid onschadelijke parasieten zijn geconstateerd ;

e ) bloed dat met chemische stoffen is behandeld om stolling te voorkomen .

Artikel 4

1 . De erkenning , bedoeld in artikel 3 , lid 1 , sub a ) , dient te geschieden door de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het abattoir zich bevindt . Erkenning mag slechts plaatsvinden , wanneer voldaan wordt aan het bepaalde in de hoofdstukken I en II van bijlage I en vaststaat dat zulks ook in de toekomst het geval zal zijn .

De bevoegde centrale autoriteiten verzekeren de naleving van deze bepalingen door middel van een voortdurende controle van een officiële veearts ; zij moeten de erkenning intrekken indien aan deze bepalingen niet meer wordt voldaan .

2 . Alle erkende abattoirs worden in een register ingeschreven , waarbij aan ieder abattoir een veterinair controlenummer wordt toegekend . Iedere Lid-Staat dient de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis te stellen van de erkende abattoirs en hun veterinaire controlenummers , alsmede van het eventuele intrekken van een erkenning .

3 . Indien een Lid-Staat van mening is dat een abattoir van een andere Lid-Staat niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor de erkenning worden gesteld , dient hij de bevoegde autoriteit van de betrokken staat daarvan in kennis te stellen . Deze autoriteiten moeten de nodige maatregelen treffen en de autoriteiten van de andere Lid-Staat van de genomen beslissingen en de gronden waarop deze beslissingen genomen zijn in kennis stellen .

Wanneer de Lid-Staat vreest dat deze maatregelen niet genomen worden of niet voldoende zijn , kan hij zich tot de Commissie wenden , die een of meer deskundigen verzoekt advies uit te brengen . Indien de Commissie vaststelt dat aan de voorwaarden voor erkenning niet werd of niet meer wordt voldaan , kan zij de Lid-Staten machtigen om de overbrenging naar hun grondgebied van vers vlees , dat uit het betrokken abattoir afkomstig is en dat voor menselijke consumptie bestemd is , voorlopig te verbieden .

Op verzoek van de voor de erkenning verantwoordelijke Lid-Staat herroept de Commissie deze machtiging , nadat zij een of meer deskundigen verzocht heeft een nieuw advies uit te brengen en vastgesteld heeft dat de erkenning voortaan gerechtvaardigd is .

Zo mogelijk dienen de deskundigen de nationaliteit van een der Lid-Staten te bezitten ; zij mogen echter niet de nationaliteit van een bij het geschil betrokken Lid-Staat bezitten . De Commissie stelt , na raadpleging van de Lid-Staten , vast hoe dit lid moet worden toegepast , in het bijzonder wat betreft het aanwijzen van deskundigen en de bij het uitbrengen van een advies te volgen procedure .

4 . De erkenning van een buiten een erkend abattoir gelegen koelhuis als bedoeld in artikel 3 , lid 1 , sub g ) , alsmede een eventuele herroeping van een dergelijke erkenning dienen te geschieden door de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het koelhuis zich bevindt .

Artikel 5

1 . Een Lid-Staat kan het in de handel brengen verbieden van voor menselijke consumptie bestemd vers vlees

a ) dat bij overbrenging naar zijn grondgebied niet geschikt blijkt te zijn voor consumptie , of

b ) ten aanzien waarvan het bepaalde in artikel 3 niet in acht is genomen ; in de in artikel 4 , lid 3 , genoemde gevallen is voor het uitvaardigen van een dergelijk verbod evenwel een machtiging van de Commissie vereist . In het besluit , waarbij het in de handel brengen van vers vlees verboden wordt , dient op verzoek van de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees bepaald te worden dat terugzending is toegestaan voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan .

2 . De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 genomen besluiten van de bevoegde autoriteit moeten nauwkeurig gemotiveerd worden . Zij dienen onverwijld ter kennis te worden gebracht van de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees , met vermelding van de rechtsmiddelen die het geldende recht biedt alsmede van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze rechtsmiddelen gebruikt moeten worden . Deze besluiten moeten eveneens ter kennis worden gebracht van de bevoegde centrale autoriteit van het land van herkomst .

Artikel 6

1 . Onverminderd het bepaalde in artikel 3 , lid 2 , en totdat door de Europese Economische Gemeenschap eventuele nadere voorschriften worden uitgevaardigd , blijven van kracht de bepalingen van de Lid-Staten die

a ) een verbod op beperking inhouden voor de overbrenging naar het grondgebied van deze staten van de volgende produkten :

aa ) andere delen van het geslachte dier dan helften en vierendelen van runderen en varkens en ham , spek , borststukken , schouders , rugstukken en lendestukken van varkens ;

bb ) bijprodukten van het slachten die van het geslachte dier zijn gescheiden ;

cc ) vers vlees van eenhoevige dieren ;

b ) betrekking hebben op de voorwaarden voor de erkenning van koelhuizen volgens artikel 4 , lid 4 , en een eventuele herroeping van een dergelijke erkenning ;

c ) betrekking hebben op slachtdieren die met antibiotica of , ter beïnvloeding van de kwaliteit van het vlees , met oestrogene of thyreostatische stoffen dan wel " tenderisers " behandeld zijn ;

d ) betrekking hebben op de toevoeging van vreemde stoffen aan het verse vlees en op de behandeling van het verse vlees met inoniserende en ultraviolette stralen

2 . De bepalingen van de Lid-Staten die betrekking hebben op het onderzoek van vers varkensvlees op trichinen blijven van kracht .

Artikel 7

1 . De eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees kan tegen de in deze richtlijn voorziene besluiten van de bevoegde autoriteiten der Lid-Staten de rechtsmiddelen aanwenden die het geldende recht biedt .

2 . De Lid-Staten dragen er zorg voor dat eigenaars van vers vlees of degenen die de beschikking hebben over vers vlees dat volgens artikel 5 , lid 1 , niet in de handel mag worden gebracht , bij de bevoegde bestuursinstanties kunnen eisen , dat een deskundige advies uitbrengt over de vraag , of aan de voorwaarden van artikel 5 , lid 1 , is voldaan , voordat tot verdere maatregelen _ en met name tot destructie van het vlees _ wordt overgegaan .

Zo mogelijk dient de deskundige de nationaliteit van een der Lid-Staten te bezitten ; hij mag echter noch de nationaliteit van het land van herkomst noch die van het land van bestemming bezitten .

De Commissie stelt , op voorstel van de Lid-Staten , een lijst op van deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen belast kunnen worden . Na raadpleging van de Lid-Staten , stelt zij vast hoe dit lid moet worden toegepast , in het bijzonder wat betreft de bij het uitbrengen van een advies te volgen procedure .

Artikel 8

1 . Totdat door de Europese Economische Gemeenschap veterinaire voorschriften worden uitgevaardigd voor het handelsverkeer in levende dieren en vers vlees binnen de Gemeenschap , blijven de desbetreffende bepalingen van de Lid-Staten van kracht , voor zover ten aanzien van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap geen andere bepalingen voortvloeien uit de leden 2 tot en met 4 .

2 . Wanneer in een Lid-Staat een veeziekte of een nieuwe , ernstige en besmettelijke dierenziekte is uitgebroken , kan een andere Lid-Staat voorlopig het overbrengen naar zijn grondgebied van vers vlees uit deze Lid-Staat verbieden of beperken , voor zover deze overbrenging het gevaar van een uitbreiding der ziekte met zich brengt .

3 . De maatregelen die een Lid-Staat overeenkomstig het bepaalde in lid 2 heeft genomen moeten binnen een termijn van tien werkdagen ter kennis van de Commissie en de overige Lid-Staten worden gebracht met nauwkeurige vermelding van de gronden waarop zij berusten .

4 . Indien de betrokken Lid-Staat het in lid 2 bedoelde verbod ongerechtvaardigd acht kan hij eisen dat in het kader van de Commissie onverwijld overleg plaatsvindt .

Artikel 9

Binnen een jaar na de bekendmaking van deze richtlijn doen de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden teneinde gevolg te geven aan het bepaalde in deze richtlijn en de bijlagen daarvan ; zij stellen de Commissie onverwijld hiervan in kennis .

Artikel 10

Deze richtlijn is gericht tot alle Lid-Staten .

B . ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

Tijdens zijn 24e zitting , gehouden te Brussel op 29 en 30 oktober 1962 heeft het Economisch en Sociaal Comité het volgende advies uitgebracht :

ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

inzake de " Ontwerp-richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap "

HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE ,

Gezien het verzoek om advies van de Raad van Ministers van de Europese Economische Gemeenschap d.d . 5 juli 1962 inzake de " ontwerp-richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " ,

Gezien het besluit van het Bureau van het Economisch en Sociaal Comité d.d . 16 juli 1962 , waarbij de Gespecialiseerde Afdeling voor de landbouw overeenkomstig art . 13 van het Reglement van Orde van het Comité wordt verzocht , een advies over dit onderwerp op te stellen ,

Gezien het advies van de Gespecialiseerde Afdeling voor de landbouw d.d . 29 oktober 1962 en het rapport van mevrouw Landgrebe-Wolff , rapporteur , welke documenten tijdens de Zitting van 30 oktober 1962 aan de voltallige vergadering van het Comité werden voorgelegd ,

Overwegende dat de door de Raad vastgestelde " Verordening no . 20 houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees " op 30 juli 1962 van kracht is geworden en dat de overeenkomstige Verordening inzake rundvlees volgens alle vooruitzichten op 1 april 1963 in werking treedt ,

Overwegende dat een " richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " een logische en noodzakelijke aanvulling van beide bovengenoemde verordeningen vormt ,

Overwegende dat verschillen tussen de sanitaire bepalingen van de onderscheidene Lid-Staten het goederenverkeer binnen de Gemeenschap belemmeren ,

Overwegende dat ook de onderlinge aanpassing van de nationale verordeningen op dit gebied een essentiële voorwaarde is voor de werking van de gemeenschappelijke markt voor landbouwprodukten in de zin van artikel 38 van het Verdrag .

Overwegende dat aan de " richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " een belang moet worden toegekend , dat ver boven het eigenlijke toepassingsgebied uitgaat , daar de bij de verwezenlijking hiervan verkregen ervaring van nut zal zijn met betrekking tot overeenkomstige regelingen voor andere voedingsmiddelen ,

Overwegende dat de overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag nagestreefde " toenemende verbetering van de levensstandaard " in de eerste plaats een inspanning inhoudt , gericht op het behoud van en de zorg voor de gezondheid van de bevolking ,

BRENGT VOLGEND ADVIES UIT :

Het Economisch en Sociaal Comité hecht in principe zijn goedkeuring aan de ontwerp-richtlijn van de Raad betreffende enkele sanitaire vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees , echter onder voorbehoud van de volgende overwegingen :

Algemene Beschouwingen

1 . Artikel 36 van het Verdrag voorziet weliswaar invoerbeperkingen , voor zover deze " gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van ... de gezondheid en het leven van personen , dieren en planten " , doch het bepaalt ook , dat deze beperkingen " geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de Lid-Staten ( mogen ) vormen " .

2 . De onderlinge aanpassing van de nationale bepalingen is dus een essentiële voorwaarde voor de werking van de Gemeenschappelijke Markt voor landbouwprodukten in de zin van artikel 38 . De totstandbrenging van uniforme sanitaire voorschriften voor alle zes landen dient daarom als een dringende taak te worden gezien .

3 . Hierbij dient wel te worden verstaan , dat een regeling van dezelfde strekking ten aanzien van het handelsverkeer met derde landen op hetzelfde tijdstip in werking zou moeten treden als de regeling , die in de Lid-Staten als gevolg van de onderhavige richtlijn zal worden ingesteld .

4 . Aan de onderhavige richtlijn dient een belang te worden toegekend , dat ver boven het eigenlijke toepassingsgebied uitgaat , daar de bij de verwezenlijking hiervan verkregen ervaring van nut zal zijn met betrekking tot overeenkomstige regelingen voor andere voedingsmiddelen .

5 . Overigens dient men krachtig te streven naar een Europese harmonisatie van de bepalingen op het gehele gebied van de sanitaire regelingen . Dit maakt het tevens noodzakelijk , de wenselijkheid sterker te onderstrepen van een Europees voedingsmiddelenrecht , dat de belangen van verbruikers en producenten enerzijds en het vrije handelsverkeer anderzijds in gelijke mate dient . Het uiteindelijke doel en de weg om dit te bereiken dienen daarom zorgvuldig en met vooruitziende blik te worden bepaald .

6 . De vorm van een richtlijn werd gekozen ten einde iedere Lid-Staat in de gelegenheid te stellen de op grond van de voorschriften der Gemeenschap noodzakelijk geworden aanpassingen overeenkomstig zijn eigen wetgevingstechniek te verwezenlijken . Dit maakt tot op zekere hoogte een pragmatische behandeling mogelijk ; voorwaarde hiervoor is evenwel een zeer duidelijke vaststelling van de sanitaire minimumeisen .

7 . Ten aanzien van het handelsverkeer in vers vlees is voorts een gelijktijdige toepassing noodzakelijk van op het niveau der Gemeenschap geharmoniseerde veterinaire bepalingen voor levende dieren en vlees . In velerlei opzicht vormen deze bepalingen immers juridisch een eenheid met de sanitaire regeling op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap .

8 . Het gehele samenstel van de nodige maatregelen moet enerzijds een zonder wrijving verlopend handelsverkeer binnen de Gemeenschap , anderzijds de " bescherming van de gezondheid van personen en dieren " dienen . De door het Verdrag nagestreefde " toenemende verbetering van de levensstandaard " dient gepaard te gaan met een daadwerkelijke inspanning voor het behoud van en de zorg voor de gezondheid van de bevolking .

9 . Volgens het voorstel van de Commissie is de richtlijn van de Raad op artikel 43 van het Verdrag te gegrond . Om de volgende redenen zijn hier grote belangen van de landbouw in het geding :

a ) het goederenverkeer , in dit geval het handelsverkeer in vers vlees , dient onbelemmerd door bijzondere nationale sanitaire bepalingen tussen de zes landen plaats te vinden ; nationale sanitaire bepalingen zouden slechts uit hoofde van de bescherming van de volksgezondheid dienen te worden toegepast . Deze bepalingen mogen op generlei wijze worden gebruikt om het handelsverkeer tussen de Lid-Staten te belemmeren ;

b ) noch voor de agrarische producent , noch voor de handel mag ten gevolge van onduidelijkheden in de bepalingen bij de verzending van deze bijzonder bederfelijke produkten risico ontstaan , hetgeen weer met een belemmering zou gelijkstaan ;

c ) niet alleen met het oog op de gerechtvaardigde eisen van de verbruikers , doch ook in de zin van de nagestreefde verhoging der prestatie , welke ook een verbetering van de kwaliteit in de ruimste zin inhoudt , dient in aller belang te worden vermeden , dat er door een onvolledige naleving van de sanitaire bepalingen een vermindering van de kwaliteit zal optreden ;

d ) met het oog op de toenemende betekenis van de Gemeenschappelijke Markt als een economische ruimte van hoog niveau ten aanzien van de produktie van en het handelsverkeer in goederen dienen ook overeenkomstige maatstaven aan de sanitaire voorschriften te worden aangelegd . Zo niet , dan zou het gevaar bestaan , dat op een later tijdstip niet meer aan de voorwaarden zou kunnen worden voldaan voor de handel met die landen , waarin strengere hygiënische bepalingen gelden . Hieruit zou een benadeling van de landbouw der E.E.G.-landen kunnen voortvloeien ;

e ) de toepassing van de op grond van de richtlijn vast te stellen nationale bepalingen zal voorts in bepaalde gevallen aanzienlijke investeringen noodzakelijk maken , zodat men niet zonder meer van geval tot geval wijzigingen kan aanbrengen . Bovendien zullen de aanvullende of gewijzigde bepalingen soms reeds tientallen jaren bestaande nationale bepalingen moeten vervangen , doch van hun kant dienen zij ook weer langere tijd van kracht te kunnen blijven . Daarom is het noodzakelijk , bij het vaststellen van de eisen niet alleen bijzondere zorgvuldigheid , doch ook een zekere gestrengheid te betrachten . Om verschillende redenen is er namelijk een duidelijke neiging te bespeuren , de kwalitatieve en hygiënische eisen steeds hoger te stellen . Noodzakelijkerwijs moet bij een verhoging van de levensstandaard met deze ontwikkeling rekening worden gehouden .

10 . Met het oog op de grote betekenis van de agrarische produktie verzoekt het Economisch en Sociaal Comité , bij de behandeling van sanitaire vraagstukken in principe hoog te willen grijpen . Zij stelt er prijs op , dat met deze beschouwingen rekening wordt gehouden bij alle latere maatregelen betreffende sanitaire vraagstukken . Het Economisch en Sociaal Comité geeft uitdrukkelijk haar goedkeuring aan het voorstel van de Commissie van een " richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " ; zij beschouwt deze richtlijn als een waardevolle bijdrage tot het nagestreefde doel , met voorbehoud evenwel van de hieronder weergegeven opmerkingen ten aanzien van afzonderlijke artikelen .

Bijzondere opmerkingen

11 . Het Comité stelt voor , de volgende tekst aan artikel 1 van de ontwerp-richtlijn te doen voorafgaan :

" De onderlinge aanpassing van de sanitaire bepalingen der zes Lid-Staten zal van nut zijn zowel voor het onder zo gunstig mogelijke omstandigheden verkrijgen van een bescherming van de gezondheid van de bevolking en van de dieren als met het oog op de opheffing van de belemmeringen van de handel in vers vlees binnen de Gemeenschap . In deze geest dienen de onderstaande artikelen te worden opgevat " .

Artikel 1

12 . Volgens lid 3 moet vlees als vers worden beschouwd wanneer het geen behandeling heeft ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid ; in de zin van deze richtlijn wordt vlees ook als vers beschouwd wanneer het een koelbehandeling heeft ondergaan , dit overeenkomstig de door de vertegenwoordiger van de Commissie gegeven interpretatie .

13 . Het Economisch en Sociaal Comité is van mening , dat de uitdrukking " koelbehandeling " nader gedefinieerd zou moeten worden . Hiertoe stelt het voor , artikel 1 als volgt te formuleren :

" 1 . Deze richtlijn heeft betrekking op het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees , afkomstig van huisdieren behorende tot de volgende soorten : runderen , varkens , schapen , geiten en eenhoevigen , en dat overeenkomstig artikel 3 , 1 a ) , wordt verkregen . Als vers vlees in de zin van deze richtlijn wordt ook beschouwd het vlees dat bij welke temperatuur dan ook een koelbehandeling heeft ondergaan .

2 . Als vlees worden beschouwd alle delen van deze dieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie .

3 . Als vers vlees worden beschouwd alle vleessoorten die geen behandeling hebben ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid , onverminderd het bepaalde in lid 1 van dit artikel met betrekking tot vlees , dat aan een koelbehandeling is onderworpen . "

Artikel 2

14 . In lid a ) , b ) en c ) van artikel 2 worden definities gegeven van de begrippen " geslacht dier " , " bijprodukten van het slachten " en " ingewanden " . Met het oog op de in de afzonderlijke landen geldende gewoonten is het Economisch en Sociaal Comité van mening , dat deze definities niet toereikend zijn . Zij kunnen namelijk aanleiding geven tot onduidelijkheden en dienen daarom te worden toegelicht .

15 . Zeer in het algemeen is het wenselijk te achten , een definitie te geven van alle met dit samenstel van vraagpunten verbonden begrippen , waarbij dan tevens met de in de handel gebruikelijke aanduidingen rekening gehouden dient te worden .

16 . Ten aanzien van d ) " Officiële veearts " , zou men volgens het Economisch en Sociaal Comité nog dienen te onderzoeken , of deze term in alle zes landen betrekking heeft op personen met dezelfde technische kwalificaties en beroepservaring . Gezien de buitengewoon grote verantwoordelijkheid die deze functie met zich medebrengt is het gewenst , dat nadere aanduidingen worden gegeven omtrent opleiding en beroepservaring van de betrokkenen .

17 . Het Economisch en Sociaal Comité beveelt aan , in art . 2 d ) de beperkende vermelding " van het land van herkomst " te schrappen , aangezien ook in het land van bestemming de keuringen uitsluitend door officiële veeartsen dienen te geschieden .

Artikel 3

18 . Volgens lid c mag alleen dat vlees in het land van bestemming worden ingevoerd , dat " overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I , na het slachten op volstrekt hygiënische wijze is behandeld " .

19 . Het Economisch en Sociaal Comité is van mening dat de woorden " na het slachten " geschrapt dienen te worden , aangezien zij een beperking inhouden .

20 . Verder lijken haar in art . 3 , lid 2 , de woorden " in ieder geval " overbodig toe .

Artikel 4

21 . Ten aanzien van art . 4 , lid 1 , vraagt het Economisch en Sociaal Comité zich af of de controleplicht uitsluitend tot de centrale instantie van de Lid-Staten beperkt moet blijven . Mede met het oog op een groter vertrouwen in de daadwerkelijke toepassing van de onderhavige richtlijn in de verschillende landen , zou het wenselijk zijn bepaalde controlebevoegdheden aan de Commissie te verlenen . Deze zou ten dien einde gerechtigd moeten zijn om zich door het nemen van steekproeven te vergewissen van het feit dat de voorschriften van de onderhavige richtlijn opgevolgd worden .

22 . Mocht de Commissie bij een dergelijke controle tot de conclusie komen , dat aan de voorwaarden voor erkenning niet of niet meer wordt voldaan , dan dient zij , naar het oordeel van het Comité , onmiddellijk gebruik te kunnen maken van de haar in lid 3 van dit artikel toegekende bevoegdheden .

23 . Een dergelijke verruiming van bevoegdheden van een communautair orgaan zou volledig in overeenstemming zijn met het streven naar een Europees sanitair - en voedingsmiddelenrecht .

24 . Ten aanzien van lid 3 is met nadruk gewezen op de wenselijkheid van een snellere afhandeling van de genoemde klachten . Tijdverlies schept een verwarde toestand , die het handelsverkeer belemmert of de kwaliteit van de waren vermindert .

25 . Genoemd doel kan worden gerealiseerd door een verruiming van de bevoegdheden van de Commissie op het gebied van de controle . Met het oog hierop stelt het Comité voor , behalve de bevoegde centrale autoriteit van het land van herkomst , ook de Commissie direct in kennis te stellen van klachten van de zijde van het land van bestemming .

26 . De tekst van lid 3 zou dan als volgt komen te luiden :

" Indien een Lid-Staat van mening is dat een abattoir van een andere Lid-Staat niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor de erkenning worden gesteld , dient hij de bevoegde centrale autoriteit van de betrokken staat en de Commissie daarvan in kennis te stellen . De autoriteiten van de betrokken Lid-Staat moeten de nodige maatregelen treffen en de autoriteiten van de andere Lid-Staat en de Commissie van de genomen beslissingen en de gronden waarop deze beslissingen genomen zijn in kennis stellen .

Wanneer de Commissie vreest dat deze maatregelen niet genomen worden of niet voldoende zijn " verzoekt zij één of meer deskundigen advies uit te brengen . Indien de Commissie vaststelt ... " ( overige tekst ongewijzigd ) .

Artikel 5

27 . Artikel 5 , 1 , bepaalt volgens de Duitse tekst dat " beim Verbringen in sein Gebiet ein Mitgliedstaat untersagen kann , frisches Fleisch unter bestimmten Bedingungen in den Verkehr zu bringen " . In de Franse en Italiaanse tekst kan deze formulering aanleiding geven tot misverstand . Ook hierin dient duidelijk tot uitdrukking te worden gebracht , dat niet beslist gedacht is aan een onderzoek direct aan de grens . Het Economisch en Sociaal Comité heeft in dit verband voorkeur uitgesproken voor onderzoek op de plaats van bestemming .

28 . Verder is het Economisch en Sociaal Comité van mening , dat het toepasselijk zijn van lid 1 a ) en 1 b ) uitsluitend door een officiële veearts mag geschieden .

Artikel 6

29 . De wens werd uitgesproken , dat in lid 1 , a ) , aa ) , ook uitgebeend vlees en voor de detailverkoop gereed vlees zouden worden opgenomen . De vertegenwoordiger van de Commissie deelde mede , dat bepalingen te dien aanzien wel in voorbereiding zijn , doch dat er nog vele technische problemen moeten worden opgelost .

Ten aanzien van artikel 6 , 1 , c ) , stelt het Economisch en Sociaal Comité de volgende formulering voor :

" c ) betrekking hebben op de behandeling van slachtdieren met stoffen die in staat zijn , aan het verse vlees een voor de gezondheid schadelijke of ongewenste eigenschap te verlenen , zoals antibiotica , oestrogene of thyreostatische stoffen , of " tenderisers " " .

Artikel 7

30 . Omtrent de in lid 2 , derde alinea , genoemde lijst van deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen belast kunnen worden , zou ter bespoediging van de afwikkeling het voorstel als volgt dienen te worden aangevuld :

" in de daartoe geschikte vorm een hulpdienst in te stellen die het mogelijk maakt een deskundige af te vaardigen die in korte tijd de geschillen kan oplossen " .

31 . De factor tijd is immers met het oog op deze waren , die in het bijzonder aan bederf onderhevig zijn , van zeer groot belang .

Artikel 8 en 9

32 . Twaalf maanden na de bekendmaking van de richtlijn dienen de zes Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden . Tot dat tijdstip blijven op grond van artikel 8 de desbetreffende bepalingen van de Lid-Staten van kracht .

33 . Daartegen wordt het bezwaar aangevoerd dat hierdoor een belemmering van het handelsverkeer zou kunnen ontstaan ten gevolge van een vergroting van het risico voor de handel , daar hoewel de verordeningen voor de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening van de markt in de sectoren varkensvlees en rundvlees dan reeds van kracht zijn , er tegen het overbrengen van vers vlees op grond van artikel 36 bezwaren kunnen worden gemaakt , zolang er geen uniforme regeling van de sanitaire bepalingen bestaat .

34 . Verder wijst het Economisch en Sociaal Comité er nogmaals op , dat de gelijktijdige toepassing van de bepalingen inzake veeziekten met betrekking tot levende dieren en vlees onontbeerlijk en een uitgebreide regeling van bepalingen op sanitair gebied op Europees niveau noodzakelijk is .

35 . Een dienovereenkomstige aanvulling van de tekst zou daarom naar de mening van het Economisch en Sociaal Comité door de Commissie aan het slot van art . 8 , lid 1 , dienen te worden aangebracht .

36 . Verder stelt het Economisch en Sociaal Comité voor , lid 2 van artikel 8 als volgt te wijzigen :

" Wanneer in een Lid-Staat een veeziekte of een nieuwe , ernstige en besmettelijke dierenziekte is uitgebroken , en indien de noodzakelijke sanitaire maatregelen niet onmiddellijk worden toegepast , kan een andere Lid-Staat voorlopig het overbrengen naar zijn grondgebied van vers vlees uit deze Lid-Staat verbieden of beperk en , voor zover door het uitblijven van deze maatregelen deze overbrenging het gevaar van een uitbreiding der ziekte met zich medebrengt . "

Bijlage I

37 . Het Economisch en Sociaal Comité ziet ervan af , met betrekking tot bijlage I een uitvoerig advies uit te brengen , aangezien een voldoende gespecialiseerde kennis voor de beoordeling van de technische details bij de leden niet aanwezig mag worden verondersteld . Aan de hand van een gedetailleerde toelichting heeft het bepaalde vraagstukken aan een onderzoek onderworpen ; naar aanleiding hiervan beveelt het de volgende punten in de bijzondere aandacht van de Commissie aan :

38 . Hoofdstuk I , 1 , e ) : De gestelde eis van gescheiden opslagplaatsen voor ieder van de produkten talg , huiden , horens en hoeven lijkt overdreven toe . Huiden , horens en hoeven kunnen zonder bezwaar in dezelfde opslagplaats worden ondergebracht . De voor menselijke consumptie bestemde talg kan tezamen met het vlees , de talg voor industriële doeleinden tezamen met de huiden worden opgeslagen .

39 . Hoofdstuk I , 1 , h ) : het Economisch en Sociaal Comité stelt voor dit punt de volgende redactie voor :

" De lokalen en inrichtingen moeten het mogelijk maken , het in deze richtlijn voorgeschreven veterinaire onderzoek te allen tijde op doelmatige wijze uit te voeren " .

40 . Hoofdstuk I , 1 , l ) : De in dit punt gestelde eisen zouden met uitzondering van de bepalingen inzake de muurbekleding voor alle lokalen moeten gelden en niet alleen voor de slachtlokalen .

41 . Hoofdstuk II , 5 , e ) : Voor dit punt stelt het Economisch en Sociaal Comité de volgende formulering voor :

" een in hygiënisch opzicht niet onberispelijk verband aan de hand dragen " .

42 . Hoofdstuk III , 10 : De inleidende zin van dit punt zou volgens het Economisch en Sociaal Comité als volgt dienen te luiden :

" Ten behoeve van de handel binnen de Gemeenschap mogen niet worden geslacht : "

43 . Hoofdstuk III , 10 , b ) : Daar het met het oog op de wisselende omstandigheden niet mogelijk is , de tijden nauwkeurig voor te schrijven , zou dit punt dienen te luiden :

" dieren , die kennelijk vermoeid of zeer onrustig zijn " .

44 . Verder zou als punt d ) dienen te worden toegevoegd :

" dieren , bij welke brucellose is vastgesteld " .

Aldus besloten te Brussel op 30 oktober 1962 .

De Voorzitter

van het

Economisch en Sociaal Comité

Emile ROCHE++++

( 1 ) PB no . 134 van 14 . 12 . 1962 , blz . 2871/62 .

( 2 ) Zie blz . 2028/64 van dit Publikatieblad .

( 3 ) PB no . 30 van 20 . 4 . 1962 , blz . 945/62 .

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 26 juni 1964

inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

( 64/433/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 43 en 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat Verordening no . 20 van de Raad houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees ( 3 ) reeds van toepassing is en dat een soortgelijke verordening is voorzien voor de sector rundvlees ;

Overwegende dat bij Verordening no . 20 van de Raad de talrijke traditionele beschermende maatregelen aan de grens worden vervangen door een uniform stelsel , dat met name is bestemd om het intracommunautaire handelsverkeer te vergemakkelijken ; dat de verordening die is voorzien voor rundvlees eveneens is gericht op de opheffing van de belemmeringen van dit handelsverkeer ;

Overwegende dat de toepassing van bovengenoemde verordeningen niet de verwachte uitwerking zal hebben , zolang het intracommunautaire handelsverkeer wordt belemmerd door de in de Lid-Staten bestaande ongelijkheid op het gebied van de gezondheidsvoorschriften inzake vlees ;

Overwegende dat het , ter opheffing van deze ongelijkheid , noodzakelijk is naast de reeds vastgestelde of in voorbereiding zijnde verordeningen met betrekking tot de geleidelijke totstandbrenging van gemeenschappelijke ordeningen der markten de voorschriften van de Lid-Staten op sanitair gebied nader tot elkaar te brengen ;

Overwegende dat dit nader tot elkaar brengen in het bijzonder gericht moet zijn op uniformering van de omstandigheden op sanitair gebied in de slachthuizen en uitsnijderijen , alsmede van het opslaan en het vervoer van vlees ; dat het wenselijk is het aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten over te laten , voor zover het het intracommunautaire handelsverkeer betreft , de slachthuizen en uitsnijderijen die aan de bij deze richtlijn vastgestelde sanitaire voorwaarden voldoen , te erkennen en toe te zien op de naleving van de voor deze erkenning gestelde voorwaarden ; dat men eveneens dient te voorzien in de erkenning van de koelhuizen door de Lid-Staten ;

Overwegende dat de afgifte van een door een officiële dierenarts van het land van verzending verstrekt gezondheidscertificaat het meest geschikte middel wordt geacht om de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming de waarborg te verstrekken dat een zending vlees aan de voorschriften van deze richtlijn voldoet ; dat dit certificaat de zending vlees moet begeleiden tot de plaats van bestemming ;

Overwegende dat de Lid-Staten het recht moeten hebben de overbrenging naar hun grondgebied te weigeren van vlees dat ongeschikt blijkt voor menselijke consumptie of dat niet voldoet aan de communautaire voorschriften op sanitair gebied ;

Overwegende dat de afzender of zijn lasthebber op verzoek de mogelijkheid dient te worden geboden om het vlees terug te zenden voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan ;

Overwegende dat de afzender of zijn lasthebber en , in bepaalde gevallen , de bevoegde autoriteiten van het land van verzending , in kennis dienen te worden gesteld van de gronden waarop een verbod of beperking berust , ten einde de betrokkenen in staat te stellen zich een oordeel te vormen over de redenen daarvan ;

Overwegende dat de afzender , in geval van een geschil tussen hem en de autoriteiten van het land van bestemming over de juistheid van een verbod of beperking , in staat dient te worden gesteld het advies in te winnen van een veterinair deskundige , gekozen uit een door de Commissie opgestelde lijst ;

Overwegende dat het echter wenselijk is een snelle communautaire procedure in te stellen voor het bijleggen van eventuele geschillen tussen de Lid-Staten over de juistheid van de erkenning van een slachthuis of een uitsnijderij ;

Overwegende dat op bepaalde gebieden , waarvoor zich bijzondere problemen voordoen , het nader tot elkaar brengen van de voorschriften van de Lid-Staten eerst na een nader onderzoek kan worden verwezenlijkt ;

Overwegende dat ten aanzien van de voorschriften inzake de gezondheidsbescherming voor het handelsverkeer in levende dieren en vlees andere communautaire richtlijnen zullen worden gegeven ; dat het nu reeds noodzakelijk is gebleken een eerste onderlinge toenadering tussen de nationale voorschriften op deze gebieden te bewerkstelligen , waarbij bepaalde voorwaarden worden vastgesteld waaronder de Lid-Staten de overbrenging van vlees naar hun grondgebied om redenen van gezondheidsbescherming mogen verbieden of beperken en waarbij wordt voorzien in een procedure voor onderling overleg ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn heeft betrekking op het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees , afkomstig van huisdieren behorende tot de soorten : runderen , varkens , schapen en geiten , alsmede van eenhoevige dieren die als huisdieren worden gehouden .

2 . Als vlees worden beschouwd alle delen van deze dieren , die geschikt zijn voor menselijke consumptie .

3 . Als vers vlees worden beschouwd alle vleessoorten die geen behandeling hebben ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid ; in deze richtlijn wordt echter ook als vlees beschouwd vlees dat een koelbehandeling heeft ondergaan .

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

a ) geslacht dier : het gehele lichaam van een slachtdier na verbloeding en verwijdering van de ingewanden en van de uiers van koeien , alsmede _ behalve voor varkens _ na verwijdering van de huid en na verwijdering van de kop en van de ledematen ter hoogte van het carpaal - en het tarsaalgewicht ;

b ) slachtafvallen : vers vlees dat niet behoort tot het geslachte dier als omschreven onder a ) ;

c ) ingewanden : de slachtafvallen die zich in de borst - , buik - en bekkenholte bevinden , met inbegrip van de luchtpijp en de slokdarm ;

d ) officiële dierenarts : door de bevoegde centrale autoriteiten van de Lid-Staat aangewezen dierenarts ;

e ) land van verzending : Lid-Staat vanuit welke vers vlees naar een andere Lid-Staat wordt verzonden ;

f ) land van bestemming : Lid-Staat naar welke vers vlees uit een andere Lid-Staat wordt verzonden .

Artikel 3

1 . Iedere Lid-Staat draagt er zorg voor dat uit zijn gebied naar het gebied van een andere Lid-Staat slechts vers vlees wordt verzonden dat , onverminderd het bepaalde in artikel 8 , voldoet aan de volgende voorwaarden :

a ) het moet afkomstig zijn van dieren die in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkend en onder toezicht staand slachthuis zijn geslacht ;

b ) het moet , wanneer het kleinere delen betreft dan de vierendelen , genoemd in artikel 6 , lid 1 , sub A a ) , zijn uitgesneden in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en onder toezicht staande uitsnijderij ;

c ) het moet afkomstig zijn van een slachtdier dat , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I , voor het slachten door een officiële dierenarts is gekeurd en hierbij gezond is bevonden ;

d ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk V van bijlage I , op voldoende hygiënische wijze zijn behandeld ;

e ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van bijlage I , na het slachten door een officiële dierenarts zijn gekeurd en geen enkele afwijking hebben vertoond , met uitzondering van verwondingen die kort voor het slachten zijn opgelopen , van plaatselijk begrensde misvormingen of afwijkingen , voor zoverre zo nodig door passend laboratoriumonderzoek wordt vastgesteld dat deze het geslachte dier en de daarbij behorende slachtafvallen niet ongeschikt maken voor menselijke consumptie of gevaarlijk voor de menselijke gezondheid .

f ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VII van bijlage I , zijn voorzien van een merk ;

g ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VIII van bijlage I , gedurende de verzending naar het land van bestemming vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat ;

h ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IX van bijlage I , na de keuring na het slachten op voldoende hygiënische wijze zijn opgeslagen in overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en onder toezicht staande slachthuizen of uitsnijderijen of in de zin van artikel 4 , lid 4 , erkende en onder toezicht staande koelhuizen ;

i ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk X van bijlage I , op voldoende hygiënische wijze naar het land van bestemming worden vervoerd .

2 . Bij de in lid 1 , sub e ) , bedoelde keuring na het slachten kan de officiële dierenarts voor zuiver materiële werkzaamheden worden bijgestaan door speciaal hiertoe opgeleide assistenten .

Na raadpleging van de Lid-Staten kan de Commissie de wijze van deze bijstand bepalen .

3 . Tot het intracommunautaire handelsverkeer mogen niet worden toegelaten :

a ) vers vlees van mannelijke varkens en cryptorchide varkens ;

b ) vers vlees dat met natuurlijke of kunstmatige kleurstoffen is bewerkt , met uitzondering van de kleurstof die in hoofdstuk VII van de bijlage I wordt voorgeschreven voor de merking ;

c ) vers vlees van dieren bij welke een of andere vorm van tuberculose is vastgesteld , of een of meer levende of dode vinnen zijn geconstateerd ;

d ) de delen van het geslachte dier of de slachtafvallen met de in artikel 3 , lid 1 sub e ) bedoelde verwondingen die kort voor het slachten zijn opgelopen , misvormingen of afwijkingen ;

e ) bloed dat met chemische stoffen is behandeld om stolling te voorkomen .

Artikel 4

1 . De bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het slachthuis of de uitsnijderij zich bevindt , draagt er zorg voor dat de erkenning , bedoeld in artikel 3 , lid 1 sub a ) en sub b ) , slechts wordt verleend , indien is voldaan aan het bepaalde in de hoofdstukken I , II en III van bijlage I .

De bevoegde centrale autoriteit draagt er zorg voor dat een officiële dierenarts voortdurend toezicht houdt op de naleving van deze bepalingen ; zij draagt ook zorg voor de intrekking van de erkenning , indien deze bepalingen niet meer worden nageleefd .

2 . Alle erkende slachthuizen en uitsnijderijen worden op afzonderlijke lijsten vermeld , waarbij aan elk slachthuis en elke uitsnijderij een toelatingsnummer wordt toegekend . Iedere Lid-Staat doet de andere Lid-Staten en de Commissie de lijsten toekomen van de erkende slachthuizen en uitsnijderijen en stelt hen in kennis van de toelatingsnummers , alsmede van de eventuele intrekking van een erkenning .

3 . Indien een Lid-Staat van mening is dat in een slachthuis of een uitsnijderij van een andere Lid-Staat de bepalingen waarvan de erkenning afhankelijk is , niet of niet meer worden nageleefd , stelt hij de bevoegde centrale autoriteit van de betrokken staat daarvan in kennis . Deze autoriteit treft de nodige maatregelen en stelt de bevoegde centrale autoriteit van de eerste Lid-Staat in kennis van de genomen beslissingen en de gronden waarop deze berusten .

Wanneer deze laatste vreest dat deze maatregelen niet genomen worden of niet voldoende zijn , kan hij zich tot de Commissie wenden , die een of meer veterinaire deskundigen verzoekt advies uit te brengen . Indien de Commissie , gelet op dit advies , vaststelt dat de bepalingen waarvan de erkenning afhankelijk is niet of niet meer worden nageleeft , machtigt zij de Lid-Staten om de overbrenging naar hun grondgebied van vers vlees dat uit het betrokken slachthuis afkomstig is of in deze uitsnijderij is uitgesneden , voorlopig te verbieden .

Op verzoek van de voor de erkenning verantwoordelijke Lid-Staat trekt de Commissie deze machtiging in , nadat zij een of meer veterinaire deskundigen heeft verzocht een nieuw advies uit te brengen en heeft vastgesteld dat de erkenning opnieuw is gerechtvaardigd .

De veterinaire deskundigen dienen de nationaliteit van één der Lid-Staten te bezitten ; zij mogen echter niet de nationaliteit van een bij het geschil betrokken Lid-Staat bezitten .

De Commissie stelt , na raadpleging van de Lid-Staten , vast hoe dit lid moet worden toegepast , in het bijzonder wat betreft het aanwijzen van de veterinaire deskundigen en de bij het uitbrengen van een advies te volgen procedure .

4 . Ook buiten een slachthuis gelegen koelhuizen worden voor het opslaan van vers vlees onder het toezicht van een officiële dierenarts geplaatst .

Voor wat betreft het opslaan van vers vlees is de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het koelhuis zich bevindt verantwoordelijk voor de erkenning van deze inrichting , alsmede voor de intrekking hiervan .

Artikel 5

1 . Onverminderd de bevoegdheid die voortvloeit uit het bepaalde in artikel 4 , lid 3 , tweede alinea , tweede zin , kan een Lid-Staat het in de handel brengen van vers vlees op zijn grondgebied verbieden

a ) indien het bij de keuring in het land van bestemming niet geschikt blijkt te zijn voor menselijke consumptie of

b ) indien het bepaalde in artikel 3 niet in acht is genomen .

2 . In de krachtens lid 1 genomen besluiten dient bepaald te worden dat terugzending van het verse vlees op verzoek van de afzender of van zijn lasthebber is toegestaan voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan .

3 . Deze besluiten moeten ter kennis worden gebracht van de afzender of van zijn lasthebber met vermelding van de redenen . Wanneer hierom wordt verzocht , moeten deze gemotiveerde besluiten hem onverwijld schriftelijk worden medegedeeld met vermelding van de beroepsmogelijkheden die het geldende recht biedt , alsook van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden aangewend .

4 . Wanneer deze besluiten berusten op de vaststelling van de aanwezigheid van een besmettelijke ziekte , van een afwijking die gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of op ernstige veronachtzaming van de voorschriften van deze richtlijn , worden zij eveneens onverwijld en met vermelding van de redenen ter kennis gebracht van de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending .

Artikel 6

1 . Onverminderd het bepaalde in artikel 3 , lid 3 , en tot aan de inwerkingtreding van eventueel door de Europese Economische Gemeenschap vast te stellen voorschriften , laat deze richtlijn onverlet de bepalingen van de Lid-Staten die :

A . een verbod of beperking inhouden voor de overbrenging naar het grondgebied van deze staten van de volgende produkten :

a ) andere delen van het geslachte dier dan :

1 . Voor wat runderen betreft

_ helften en vierendelen

2 . Voor wat varkens betreft

_ helften en vierendelen ,

_ niet uitgebeende gehele hammen ,

_ niet uitgebeende gehele schouders ,

_ niet uitgebeende rugstukken en lendestukken ,

_ spek ,

_ buiken .

De achter de drie laatste strepen vermelde delen moeten ten minste een gewicht van drie kilogram bezitten .

b ) de van het geslachte dier gescheiden slachtafvallen ;

c ) vers vlees van eenhoevige dieren ;

B . betrekking hebben op de voorwaarden voor de erkenning van koelhuizen genoemd in artikel 4 , lid 4 , en de eventuele intrekking van deze erkenning ;

C . betrekking hebben op de behandeling van slachtdieren met stoffen die de consumptie van vers vlees eventueel gevaarlijk of schadelijk voor de gezondheid van de mens kunnen maken , zoals antibiotica , oestrogene en thyreostatische stoffen of vermalsers " tenderisers " ;

D . betrekking hebben op de toevoeging van vreemde stoffen aan het verse vlees en op de behandeling van het verse vlees met ioniserende en ultraviolette stralen .

2 . Deze richtlijn laat onverlet de bepalingen van de Lid-Staten die betrekking hebben op het onderzoek van vers varkensvlees op trichinen .

Artikel 7

1 . Deze richtlijn laat onverlet de beroepsmogelijkheden van het in de Lid-Staten geldende recht tegen de in deze richtlijn bedoelde besluiten van de bevoegde autoriteiten .

2 . Elke Lid-Staat kent de afzenders van vers vlees dat , overeenkomstig artikel 5 , lid 1 , niet in de handel mag worden gebracht , het recht toe het advies van een veterinair deskundige in te winnen . Elke Lid-Staat draagt er zorg voor dat de deskundigen , voordat door de bevoegde autoriteit tot andere maatregelen , zoals tot de onbruikbaarmaking van het vlees wordt overgegaan , kunnen uitmaken of aan de voorwaarden van artikel 5 , lid 1 , is voldaan .

De veterinaire deskundige dient de nationaliteit van een van de Lid-Staten te bezitten ; hij mag echter noch de nationaliteit van het land van verzending , noch die van het land van bestemming bezitten .

De Commissie stelt , op voorstel van de Lid-Staten , de lijst op van de veterinaire deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen belast kunnen worden . Na raadpleging van de Lid-Staten , stelt zij algemene uitvoeringsvoorschriften vast , in het bijzonder wat betreft de bij het uitbrengen van deze adviezen te volgen procedure .

Artikel 8

1 . Onverminderd het bepaalde in de leden 2 tot en met 4 blijven de bepalingen van de Lid-Staten inzake de gezondheidsbescherming betreffende het handelsverkeer in levende dieren en vers vlees van kracht tot aan de inwerkingtreding van eventueel door de Europese Economische Gemeenschap hieromtrent vast te stellen bepalingen .

2 . Een Lid-Staat kan , indien er gevaar bestaat voor verbreiding van dierziekten door de overbrenging van vers vlees uit een andere Lid-Staat naar zijn grondgebied , onderstaande maatregelen treffen :

a ) indien er zich in deze andere Lid-Staat een veeziekte voordoet , kan hij de overbrenging van dit vlees van uit de delen van het grondgebied van deze staat , waar deze ziekte zich heeft voorgedaan , tijdelijk verbieden of beperken ;

b ) indien een veeziekte zich snel uitbreidt of in geval van een nieuwe ernstige of besmettelijke dierziekte , kan hij de overbrenging van dit vlees uit het gehele grondgebied van deze staat tijdelijk verbieden of beperken .

3 . De maatregelen die een Lid-Staat uit hoofde van het bepaalde in lid 2 heeft genomen , moeten binnen een termijn van tien werkdagen ter kennis van de overige Lid-Staten en van de Commissie worden gebracht met nauwkeurige vermelding van de gronden waarop zij berusten .

4 . Indien de betrokken Lid-Staat het in lid 2 bedoelde verbod of beperking ongerechtvaardigd acht , kan hij zich tot de Commissie wenden , ten einde de onverwijlde opening van besprekingen te verkrijgen .

Artikel 9

Indien de communautaire regeling voor de invoer van vers vlees uit derde landen op het ogenblik van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn nog niet van toepassing is , mogen in afwachting hiervan , de nationale bepalingen voor de uit die landen ingevoerde produkten niet gunstiger zijn dan die welke voor het intracommunautaire handelsverkeer gelden .

Artikel 10

Binnen een termijn van twaalf maanden volgende op de kennisgeving van deze richtlijn doen de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden ten einde gevolg te geven aan het bepaalde in deze richtlijn en de bijlage daarvan ; zij stellen de Commissie onverwijld hiervan in kennis .

Artikel 11

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 26 juni 1964 .

Voor de Raad

De Voorzitter

C . HEGER

BIJLAGE I

HOOFDSTUK I

Eisen voor de erkenning van slachthuizen

1 . Slachthuizen moeten zijn voorzien van :

a ) voldoende stalruimte voor het onderbrengen van de slachtdieren ;

b ) slachtruimten die voldoende groot zijn om het slachten op bevredigende wijze te doen verlopen en zijn voorzien van een afzonderlijke afdeling voor het slachten van varkens ;

c ) een ruimte voor het ledigen en schoonmaken van magen en darmen ;

d ) ruimten voor het verwerken van magen en darmen ;

e ) ruimten voor het afzonderlijk opslaan van talg enerzijds en van huiden , horens en hoeven anderzijds ;

f ) afsluitbare ruimten voor zieke en van ziekte verdachte dieren , voor het slachten van deze dieren , voor tot nadere keuring aangehouden vlees en voor afgekeurd vlees ;

g ) ruimten van voldoende grootte voor de koeling van vlees ;

h ) een voldoende ingericht en afsluitbaar lokaal dat uitsluitend ter beschikking van de veterinaire dienst staat ; indien het onderzoek naar besmetting met trichinen is verplicht , een lokaal voorzien van een voldoende apparatuur voor het verrichten van dit onderzoek ;

i ) kleedlokalen , was - en douche-gelegenheden en toiletten met waterspoeling die geen rechtstreekse toegang tot de werkruimten mogen geven ; de wasgelegenheid moet zijn voorzien van koud en warm stromend water , was - en ontsmettingsmiddelen voor de handen , alsmede van handdoeken die slechts eenmaal mogen worden gebruikt ; in de nabijheid van de toiletten moeten wasgelegenheden zijn geplaatst ;

j ) voorzieningen die het mogelijk maken de in deze richtlijn voorgeschreven keuring te allen tijde op doelmatige wijze uit te voeren ;

k ) een voorziening die het mogelijk maakt het binnenkomen en verlaten van het slachthuis te controleren ;

l ) een voldoende scheiding tussen het schone en het verontreinigde gedeelte ;

m ) in de ruimten waar het slachten plaatsvindt :

_ enigzins aflopende vloeren uit waterdicht , gemakkelijk schoon te houden en te ontsmetten materiaal , dat niet vatbaar is voor rotting , voorzien van een waterafvoersysteem naar met een rooster afgedekte en van stankafsluiting voorziene kolken ;

_ gladde wanden die tot een hoogte van ten minste drie meter van een lichte , afwasbare bekleding zijn voorzien of met lichte , afwasbare verf zijn bestreken en waarvan de overgang van vloer naar wanden en de overgang van de wanden onderling rond moeten zijn afgewerkt ;

n ) voldoende luchtverversing en goede afvoer van dampen in de ruimten waar het vlees wordt bewerkt ;

o ) voldoende verlichting door daglicht of door kunstlicht , waardoor de kleuren niet worden veranderd , in ruimten waar het vlees wordt bewerkt ;

p ) een inrichting voor drinkwatervoorziening , onder druk en in voldoende hoeveelheden ;

q ) een installatie die in voldoende hoeveelheden warm water levert ;

r ) een voorziening voor de afvoer van afvalwater , die voldoet aan hygiënische eisen ;

s ) in de werkruimten voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van de handen en van het gereedschap en de werktuigen ;

t ) een installatie voor het ophangen van de dieren na het verdoven , zodat de gehele verdere behandeling zoveel mogelijk op het vrij hangende dier kan plaatsvinden ; wanneer het verwijderen van de huid op schragen geschiedt , moeten deze uit tegen corrosie bestand materiaal bestaan en zo hoog zijn , dat het geslachte dier niet met de vloer in aanraking komt ;

u ) een luchtspoor voor het vervoer van het vlees ;

v ) voorzieningen ter bescherming tegen insekten en knaagdieren ;

w ) werktuigen en gereedschap , in het bijzonder bakken voor niet gereinigde magen en darmen , uit tegen corrosie bestand materiaal , die gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn ;

x ) een speciaal voor de opslag van mest ingerichte plaats ;

y ) gelegenheid en voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van voertuigen .

HOOFDSTUK II

Eisen voor de erkenning van uitsnijderijen

2 . Uitsnijderijen moeten zijn voorzien van :

a ) ruimten voor het uitsnijden van vlees , die van andere ruimten door wanden zijn gescheiden ;

b ) ruimten van voldoende grootte voor de koeling van vlees ;

c ) een voldoende ingericht en afsluitbaar lokaal dat uitsluitend ter beschikking van de veterinaire dienst staat ;

d ) kleedlokalen , was - en douchegelegenheden en toiletten met waterspoeling die geen rechtstreekse toegang tot de werkruimten mogen geven ; de wasgelegenheid moet zijn voorzien van koud en warm stromend water , was - en ontsmettingsmiddelen voor de handen , alsmede van handdoeken die slechts eenmaal mogen worden gebruikt ; in de nabijheid van de toiletten moeten wasgelegenheden zijn geplaatst ;

e ) in de ruimten voor het uitsnijden van vlees

_ enigzins aflopende vloeren uit waterdicht , gemakkelijk schoon te houden en te ontsmetten materiaal , dat niet vatbaar is voor rotting , voorzien van een waterafvoersysteem naar met een rooster afgedekte en van stankafsluiting voorziene kolken ;

_ gladde wanden die tot een hoogte van ten minste twee meter van een lichte , afwasbare bekleding zijn voorzien of met lichte , afwasbare verf zijn bestreken en waarvan de overgang van vloer naar wanden en de overgang van de wanden onderling rond moeten zijn afgewerkt ;

f ) koelinstallaties die waarborgen dat ook in de ruimten voor het uitsnijden van vlees de inwendige temperatuur van het vlees niet meer dan + 7 C bedraagt ;

g ) voldoende luchtverversing in de ruimten voor het uitsnijden van vlees ;

h ) voldoende verlichting door daglicht of door kunstlicht , waardoor de kleuren niet worden veranderd , in de uitsnijderijen ;

i ) een inrichting voor drinkwatervoorziening , onder druk in in voldoende hoeveelheden ;

j ) een installatie die in voldoende hoeveelheden warm water levert ;

k ) een voorziening voor de afvoer van afvalwater , die voldoet aan hygiënische eisen ;

l ) in de werkruimten voldoende voorzieningen voor het reinigen en ontsmetten van de handen en van het gereedschap en de werktuigen ;

m ) voorzieningen ter bescherming tegen insekten en knaagdieren ;

n ) werktuigen en gereedschap , in het bijzonder tafels met verstelbare uitsnijbladen , bakken , transportbanden , zagen , uit tegen corrosie bestand materiaal dat gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten is .

HOOFDSTUK III

Hygiëne van het personeel , de ruimten , het gereedschap en de werktuigen in slachthuizen en uitsnijderijen

3 . Een zo volmaakt mogelijke zindelijke toestand wordt verplicht gesteld voor personeel , ruimten , gereedschap en werktuigen :

a ) het personeel dient in het bijzonder schone werkkleding alsmede een schoon hoofddeksel en , zo nodig , een nekbeschermer te dragen ; personen die met zieke dieren of besmet vlees in aanraking zijn gekomen , dienen onverwijld handen en armen grondig met warm water te wassen en te ontsmetten ; in de werk - en opslagruimten mag niet worden gerookt ;

b ) Honden , katten , konijnen en pluimvee mogen niet tot de slachthuizen en de uitsnijderijen worden toegelaten ; voorts dient er te worden gezorgd voor een stelselmatige verdelging van knaagdieren , insekten en ander ongedierte ;

c ) Gereedschappen en werktuigen die bij de vleesbewerking worden gebruikt , dienen in een goede staat van onderhoud en rein te worden gehouden . Zij moeten verscheidene malen per werkdag , bij het einde van de dagelijkse werkzaamheden en alvorens opnieuw te worden gebruikt wanneer zij , met name door ziekteverwekkers , zijn verontreinigd , zorgvuldig worden gereinigd en ontsmet .

4 . Ruimten , werktuigen en gereedschap mogen niet worden aangewend voor andere doeleinden dan voor de bewerking van vlees . Gereedschap voor het uitsnijden van vlees mag slechts voor dit doel worden gebruikt .

5 . Vlees mag niet in aanraking komen met de vloer .

6 . Het gebruik van reinigingsmiddelen , ontsmettingsmiddelen en middelen ter bestrijding van ongedierte mag generlei invloed hebben op de geschiktheid van het vlees voor menselijke consumptie .

7 . Personen die het vlees kunnen besmetten , mogen niet bij het bewerken en de verdere behandeling van het vlees betrokken zijn . Dit verbod geldt in het bijzonder voor personen die :

a ) lijden aan typhus abdominalis , paratyphus A en B , enteritis infectiosa ( salmonellosis ) , dysenterie , hepatitis infectiosa of roodvonk , of er van verdacht worden aan een van deze ziekten te lijden dan wel dragers van verwekkers van deze ziekten zijn ;

b ) lijden aan besmettelijke tuberculose of er van verdacht worden aan deze ziekte te lijden ;

c ) lijden aan een besmettelijke huidziekte of er van verdacht worden aan een dergelijke ziekte te lijden ;

d ) tegelijkertijd een bezigheid uitoefenen waardoor ziekteverwekkers op het vlees kunnen worden overgebracht ;

e ) een verband aan de handen dragen , met uitzondering van een verband van kunststof ter bescherming van een verse , niet geïnfecteerde verwonding aan de vinger .

8 . Voor alle personen die bij de bewerking van vlees zijn betrokken , dient door middel van een geneeskundige verklaring te worden aangetoond dat er geen bezwaar bestaat tegen hun tewerkstelling . Deze verklaring dient ieder jaar , alsmede telkens wanneer de officiële dierenarts zulks verlangt , te worden vernieuwd . De betrokkene moet de verklaring ter beschikking van de officiële dierenarts houden .

HOOFDSTUK IV

Keuring voor het slachten

9 . De dieren dienen op de dag waarop zij het slachthuis binnenkomen aan de keuring voor het slachten te worden onderworpen . Deze keuring dient onmiddellijk voor het slachten nogmaals plaats te vinden , indien het dier zich langer dan 24 uur in het slachthuis heeft bevonden .

10 . De officiële dierenarts dient deze keuring volgens wetenschappelijk verantwoorde methoden en bij voldoende belichting te verrichten .

11 . De keuring moet het mogelijk maken vast te stellen :

a ) of de dieren lijden aan een ziekte die besmettelijk is voor mens of dier dan wel of de aanwezige verschijnselen of de algemene gezondheidstoestand van het dier het uitbreken van een dergelijke ziekte doen vrezen ;

b ) of de dieren een storing van de algemene gezondheidstoestand of verschijnselen van een ziekte vertonen , waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke consumptie ;

c ) of de dieren vermoeid of zeer onrustig zijn .

12 . Met het oog op het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees mogen niet worden geslacht de dieren :

a ) die een van de onder 11 , sub a ) en b ) , genoemde verschijnselen vertonen ;

b ) die niet voldoende lang hebben kunnen rusten ; vermoeide of zeer onrustige dieren moeten ten minste 24 uur kunnen rusten ;

c ) bij welke de een of andere vorm van tuberculose is vastgesteld of die als tuberculeus worden aangemerkt naar aanleiding van een positieve tuberculine-reactie .

HOOFDSTUK V

Hygiëne bij het slachten en uitsnijden

13 . Slachtdieren die in de slachtruimten worden binnengeleid , moeten onmiddellijk worden geslacht .

14 . De dieren moeten goed zijn uitgebloed . Voor menselijke consumptie bestemd bloed dient in volmaakt reine voorwerpen te worden opgevangen . Het mag niet met de hand worden geklopt , maar uitsluitend met voorwerpen die voldoen aan hygiënische eisen .

15 . Behalve bij varkens , moet de huid onmiddellijk en volledig worden verwijderd . Varkens waarvan de huid niet wordt verwijderd , moeten terstond worden onthaard .

16 . Het verwijderen van maag en darmen moet onverwijld geschieden en moet binnen 30 minuten na het verbloeden zijn beëindigd . De longen , het hart , de lever , de milt en het mediastinum kunnen of worden uitgenomen of met de natuurlijke hechtmiddelen aan het geslachte dier verbonden blijven . Indien deze organen worden uitgenomen , dienen zij met een nummer of op andere wijze zodanig te worden gemerkt , dat blijkt , dat zij bij het geslachte dier behoren ; hetzelfde geldt voor de kop , de tong , het spijsverteringskanaal , alsmede voor de andere voor de keuring na het slachten benodigde delen van het geslachte dier . De genoemde organen en delen dienen totdat de keuring is beëindigd in de onmiddellijke nabijheid van het geslachte dier te blijven . De nieren dienen bij alle dieren met de natuurlijke hechtmiddelen aan het geslachte dier verbonden te blijven , maar zij dienen te worden losgemaakt uit hun kapsel .

17 . Het reinigen van het vlees met behulp van doeken alsmede het opblazen zijn verboden .

18 . De geslachte eenhoevige dieren , varkens en runderen , met uitzondering van kalveren , dienen voor de keuring na het slachten door splijting van de wervelkolom in de lengte , en bij varkens en eenhoevige dieren eveneens van de kop in de lengte , in tweeën te worden verdeeld ; zo nodig kan de officiële dierenarts voor elk geslacht dier splijting in de lengte verlangen .

19 . Tot aan de beëindiging van de keuring na het slachten is het verboden het geslachte dier verder te verdelen , enig deel van het geslachte dier weg te nemen of daaraan verdere handelingen te verrichten .

20 . Voor nadere keuring aangehouden en afgekeurd vlees , alsmede magen , darmen , huiden , hoorns en hoeven moeten zo spoedig mogelijk in daarvoor bestemde ruimten worden ondergebracht .

21 . Indien het bloed van meer dan een dier is opgevangen in één vat , moet de gehele inhoud van dit vat van het intracommunautaire handelsverkeer worden uitgesloten , indien het vlees van een van de dieren als ongeschikt voor menselijke consumptie is aangemerkt .

22 . Een verder uitsnijden van het geslachte dier dan in helften of vierendelen is slechts toegestaan in uitsnijderijen .

HOOFDSTUK VI

Keuring na het slachten

23 . Alle delen van het dier , met inbegrip van het bloed , moeten onmiddellijk na het slachten worden gekeurd .

24 . De keuring na het slachten omvat :

a ) het bezichtigen op het oog van het geslachte dier ;

b ) het betasten van bepaalde organen , met name de longen , de lever , de milt , de baarmoeder , de uier en de tong ;

c ) het insnijden van organen en lymfklieren ;

d ) een onderzoek naar afwijkingen in de consistentie , de kleur , de geur en eventueel de smaak ;

e ) indien nodig een laboratoriumonderzoek .

25 . De officiële dierenarts dient in het bijzonder te onderzoeken :

a ) het bloed op de kleur , het stollingsvermogen en de aanwezigheid van vreemde elementen ;

b ) de kop , de keel , de lymfklieren v}}r en achter in de keelholte , alsmede de oorspeeksellymfklieren ( Lnn . retropharyngiales , mandibulares et parotidei ) en de amandelen ; de tong dient zover te worden losgesneden dat de mond - en keelholte in zijn geheel zichtbaar zijn ; de amandelen dienen na het onderzoek te worden verwijderd ;

c ) de longen , de luchtpijp , de slokdarm en de lymfklieren aan de bronchiën ( Lnn . bifurcationes eparteriales ) en aan het borstvlies ( Lnn . mediastinales ) ; bovendien dient er een overlangse snede in de luchtpijp en de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp en een dwarssnede in het onderste derde gedeelte van de longen door de voornaamste vertakkingen van de luchtpijp te worden aangebracht ;

d ) het hartezakje en het hart ; in het hart dient een overlangse snede te worden aangebracht , waardoor de beide kamers worden geopend en hun scheidingswand wordt ingesneden ;

e ) het middenrif ;

f ) de lever , de galblaas en de galgangen , alsmede de lymfklieren aan de lever en aan de alvleesklier ( Lnn . portales ) ;

g ) het maag-darmkanaal , het mesenterium , de lymfklieren behorende bij de magen ( Lnn . gastrici ) en de lymfklieren behorende tot het darmkanaal ( Lnn . mesenterici craniales et caudales ) ;

h ) de milt ;

i ) de nieren en hun lymfklieren ( Lnn . renales ) alsmede de blaas ;

j ) het borstvlies en het buikvlies ;

k ) de geslachtsorganen ; bij koeien dient de baarmoeder door een snede in de lengte te worden opengelegd ;

l ) de uier en haar lymfklieren ( Lnn . supramammarue ) ; bij koeien dient elke helft van de uier door een lange en diepe snede tot de melkboezem te worden geopend ;

m ) de navelstreek en de gewrichten van jonge dieren ; in verdachte gevallen dient een insnijding in de navelstreek plaats te vinden en dienen de gewrichten te worden opengesneden .

De bovenvermelde lymfklieren dienen systematisch te worden vrijgemaakt en overlangs in zo dun mogelijke schijfjes te worden gesneden .

In verdachte gevallen dienen ook de lymfklieren van de boeg ( Lnn . cervicales superficiales ) , de lymfklieren in de oksels ( Lnn . axillares proprii et primae costae ) , aan het borstbeen ( Lnn . sternales craniales ) , aan de hals ( Lnn . cervicales profundi en costocervicales ) , aan de zitbeenderen ( Lnn . ischiadici ) , de lymfklieren in het midden en aan de zijkanten van het darmbeen ( Lnn . iliacide ) , in de knieholte ( Lnn . poplitei ) , in de knieplooien ( Lnn . subiliacide ) , alsmede de lymfklieren van de lendenen ( Lnn . lumbales ) op dezelfde wijze te worden ingesneden .

Bij schapen en geiten behoeft slechts in verdachte gevallen het hart te worden opengesneden en de lymfklieren aan de kop te worden ingesneden .

26 . De officiële dierenarts dient bovendien te verrichten :

A . Het onderzoek op cysticercose :

a ) bij runderen ouder dan 6 weken :

_ van de tong , door een snede in de lengte in het spierweefsel aan de onderkant , zonder dat de tong sterk beschadigd wordt ;

_ van de slokdarm , na het losmaken van de luchtpijp ;

_ van het hart , afgezien van de sub 25 d ) voorgeschreven insnijding , door een van de hartoren naar de hartpunt lopende snede in beide helften ;

_ van de inwendige en uitwendige kauwspieren , door twee parallel met de onderkaak lopende sneden van de onderste rand van de onderkaak tot de bovenste aanhechtingsplaats van de kauwspieren ;

_ van het spierweefsel van het middenrif , nadat de sereuse vliezen van deze spieren zijn losgemaakt ;

_ van de zichtbare spieroppervlakten van het geslachte dier ;

b ) bij varkens :

van de zichtbare spieroppervlakten , in het bijzonder de spieren aan het platte deel van de schenkel , de buikwand , de van vetweefsels ontdane grote lendespieren , de peilers van het middenrif , de tussenribspieren , het hart , de tong en het strottehoofd .

B . Het onderzoek op distomatosis :

bij runderen , schapen en geiten door insnijdingen aan de maagzijde van de lever , waarbij ook de galgangen worden geraakt , en door een diepe snede in de basis van de Spiegelse kwab .

C . Het onderzoek op malleus :

bij eenhoevige dieren , door inspectie van de slijmvliezen van de luchtpijp , het strottehoofd , de neusholte en de neusgangen , nadat de kop overlangs middendoor is gezaagd of gehakt en de scheidingswand in de neus is verwijderd .

HOOFDSTUK VII

Het merken

27 . Het merken moet geschieden onder verantwoordelijkheid van de officiële dierenarts .

28 . Het merken dient te geschieden met een ovaal stempel , dat 6,5 cm breed en 4,5 cm hoog is . Het stempel dient , duidelijk leesbaar , de volgende aanduidingen te bevatten :

_ in het bovenste gedeelte , in hoofdletters , de naam van het land van verzending ;

_ in het midden het toelatingsnummer van het slachthuis ;

_ in het onderste gedeelte een van de afkortingen CEE-EEG-EWG .

De letters dienen 0,8 cm en de cijfers 1 cm hoog te zijn .

29 . Geslachte dieren worden overeenkomstig het bepaalde onder nummer 28 gemerkt met een inktstempel :

_ de geslachte dieren met een gewicht van meer dan 60 kilogram dienen op iedere helft ten minste op de volgende plaatsen te worden gemerkt : de buitenzijde van de dij , de lenden , de rug , de borst , de schouders , alsmede de pleura ter hoogte van de lendenen ;

_ de overige geslachte dieren moeten ten minste vier maal zijn gemerkt nl . op elke schouder en op de buitenzijde van elke dij .

30 . De kop , de tong , het hart , de longen en de lever dienen overeenkomstig het bepaalde onder nummer 28 met een inkt - of een brandstempel te worden gemerkt ; bij schapen en geiten mag het stempel op de tong en op het hart ontbreken .

31 . De in uitsnijderijen verkregen delen van volgens de voorschriften gemerkte geslachte dieren moeten , voor zover zij niet zijn gemerkt overeenkomstig het bepaalde onder nummer 28 , worden gemerkt met een inkt - of een brandstempel , dat in het midden in plaats van het toelatingsnummer van het slachthuis dat van de uitsnijderij vermeldt .

32 . Bij het verzenden van verpakte delen of van verpakte slachtafvallen dient overeenkomstig het bepaalde onder de nummers 28 en 31 een stempel op een duidelijk zichtbaar op of aan de verpakking bevestigd etiket te worden aangebracht .

Het etiket dient voorts de navolgende aanduidingen te bevatten :

_ een volgnummer ;

_ de anatomische benaming van de stukken of van de slachtafvallen ;

_ de soort dieren waarvan de stukken of de slachtafvallen afkomstig zijn ;

_ het nettogewicht van de verpakkingseenheid .

Een afschrift van dit etiket moet in elke verpakkingseenheid worden aangebracht .

33 . Als stempelinkt mag alleen methylblauw worden gebruikt .

HOOFDSTUK VIII

Gezondheidscertificaat

34 . Het gezondheidscertificaat dat het vlees begeleidt gedurende de verzending naar het land van bestemming wordt op het tijdstip van de verzending door de officiële dierenarts afgegeven . Het dient ten minste te zijn opgesteld in de taal van het land van bestemming en moet de gegevens bevatten die zijn vermeld in het als bijlage II bijgevoegde model .

HOOFDSTUK IX

Opslag

35 . Vers vlees dat is bestemd voor het intracommunautaire handelsverkeer dient na de keuring na het slachten onmiddellijk te worden gekoeld en voortdurend op een inwendige temperatuur van niet meer dan + 7 C voor geslachte dieren en de delen daarvan en van niet meer dan + 3 C voor slachtafvallen te worden gehouden .

HOOFDSTUK X

Vervoer

36 . Vers vlees mag slechts worden vervoerd in verzegelde voertuigen of andere vervoermiddelen die zodanig zijn gebouwd en ingericht dat gedurende het vervoer de in hoofdstuk IX voorgeschreven temperaturen niet worden overschreden .

37 . De voertuigen of vervoermiddelen moeten voldoen aan de volgende eisen :

a ) de binnenwanden en andere delen die met het vlees in aanraking kunnen komen , moeten tegen corrosie zijn bestand en mogen de eigenschappen van het vlees niet kunnen aantasten noch voor de gezondheid van de mens schadelijke stoffen op het vlees kunnen overbrengen ; deze wanden moeten glad zijn en gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten ;

b ) zij moeten zijn uitgerust met doelmatige inrichtingen ter bescherming van het vlees tegen insekten en stof en zij moeten zodanig zijn afgedicht , dat er geen vloeistoffen kunnen wegvloeien ;

c ) voor het vervoer van geslachte dieren , halve dieren en vierendelen _ met uitzondering van bevroren vlees in hygiënisch verantwoorde verpakking _ moet een ophanginstallatie uit tegen corrosie bestand materiaal worden aangebracht en wel zo dat het vlees niet met de vloer in aanraking kan komen .

38 . De voertuigen of vervoermiddelen die bestemd zijn voor het vervoer van vlees mogen in geen enkel geval worden gebruikt voor het vervoer van levende dieren of produkten , die het vlees zouden kunnen aantasten of besmetten .

39 . Het is verboden andere produkten tezamen met vlees in hetzelfde voertuig of vervoermiddel te vervoeren ; magen mogen slechts in gebroeide toestand , koppen en poten mogen slechts van de huid ontdaan of gebroeid en onthaard worden vervoerd .

40 . De voor het vervoer van vlees gebruikte voertuigen of vervoermiddelen dienen terstond na het uitladen te worden gereinigd en ontsmet .

41 . Geslachte dieren , halve dieren en vierendelen moeten , met uitzondering van bevroren vlees in hygiënisch verantwoorde verpakking , steeds hangend worden vervoerd . De andere delen en de slachtafvallen moeten worden opgehangen of geplaatst op onderlagen , voor zover zij zich niet bevinden in een verpakking of in voorwerpen uit tegen corrosie bestand materiaal . Deze onderlagen , verpakking of voorwerpen moeten beantwoorden aan hygiënische eisen . Ingewanden moeten steeds verpakt worden vervoerd ; de verpakking moet stevig zijn en noch water noch vet doorlaten . Alvorens de verpakking opnieuw wordt gebruikt , dient zij te worden gereinigd en ontsmet .

42 . De officiële dierenarts dient zich er voor de verzending van te vergewissen dat de voertuigen en vervoermiddelen , alsmede de inlading , voldoen aan de in dit hoofdstuk vermelde eisen ten aanzien van de hygiëne .

BIJLAGE II

MODEL

GEZONDHEIDSCERTIFICAAT

betreffende vers vlees ( 1 ) dat bestemd is voor een Lid-Staat van de E.E.G .

No . ...

Land van verzending ...

Ministerie ...

Dienst ...

I . Identificatie van het vlees :

Vlees van ...

( diersoort )

Aard van het verzondene ...

Aard van de verpakking ...

Aantal stuks of colli ...

Nettogewicht ...

II . Herkomst van het vlees :

Adres ( sen ) en toelatingsnummer ( s ) van het ( de ) erkende slachthuis ( en ) ...

Adres ( sen ) en toelatingsnummer ( s ) van de erkende uitsnijderij ( en ) ...

( 1 ) Vers vlees : in de zin van de onder IV b ) van dit certificaat vermelde richtlijn , alle voor menselijke consumptie geschikte delen van huisdieren van de volgende soorten : runderen , varkens , schapen , geiten en eenhoevige dieren , welke delen geen behandeling hebben ondergaan die de houdbaarheid beïnvloedt ; als vers vlees wordt ook beschouwd vlees dat koelbehandeling heeft ondergaan .

III . Bestemming van het vlees :

Het vlees wordt verzonden

uit ...

( plaats van verzending )

naar ...

( plaats en land van bestemming )

per ... ( 1 )

Naam en adres van de afzender ...

Naam en adres van degene voor wie de zending is bestemd ...

IV . Gezondheidsverklaring

Ondergetekende verklaart hiermede :

a ) dat het hierboven omschreven vlees ( 2 ) _ dat de verpakking van het hierboven omschreven vlees ( 2 ) _ een merk draagt dat aantoont dat het vlees uitsluitend afkomstig is van dieren die in een erkend slachthuis zijn geslacht ;

b ) dat het bij keuring overeenkomstig de richtlijn inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees geschikt voor menselijke consumptie is bevonden ;

c ) dat het _ niet _ in een erkende uisnijderij is uitgesneden ( 2 ) ;

d ) dat het vlees is _ niet is _ onderzocht op trichinen ( 2 ) ;

e ) dat de voertuigen en vervoermiddelen en de wijze waarop deze zending is ingeladen , voldoen aan de in voornoemde richtlijn vermelde eisen ten aanzien van de hygiëne .

Gedaan te ... , ...

Handtekening

...

Officieel dierenarts

( 1 ) Bij verzending per spoorwegwagon of vrachtwagen dient het kenteken of nummer te worden vermeld ; bij verzending per vliegtuig dient het nummer van de vlucht te worden aangegeven .

( 2 ) Doorhalen wat niet van toepassing is .

RAADPLEGING VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

inzake de ontwerp-richtlijn van de Raad inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

A . VERZOEK OM ADVIES

Tijdens zijn 74e zitting van 28 , 29 en 30 juni 1962 heeft de Raad besloten , overeenkomstig artikel 100 van het Verdrag , het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen aangaande het Commissievoorstel voor een richtlijn inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees .

Met een brief d.d . 5 juli 1962 heeft de heer E . Colombo , Voorzitter van de Raad , het verzoek om advies over deze hierna opgenomen tekst aan de heer Roche , Voorzitter van het Economisch en Sociaal Comité , gezonden .

Ontwerp-richtlijn van de Raad inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder op artikel 43 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ,

Overwegende dat Verordening no . 20 van de Raad houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees met ingang van 1 juli 1962 toegepast moet worden en dat een overeenkomstige verordening op 1 november 1962 voor de sector rundvlees in werking zal treden ;

Overwegende dat de veelsoortige traditionele maatregelen tot bescherming aan de grens krachtens voornoemde verordeningen vervangen werden door een gelijkvormig systeem , ten einde het handelsverkeer binnen de Gemeenschap te vergemakkelijken , en dat de in het kader van dit systeem voorziene maatregelen in de loop van de overgangsperiode geleidelijk afgeschaft moeten worden ;

Overwegende dat de door genoemde verordeningen ingevoerde regeling niet de verwachte uitwerking zal hebben zolang het handelsverkeer binnen de Gemeenschap belemmerd wordt door de verschillen die tussen de Lid-Staten bestaan op het gebied van de veterinairrechtelijke voorschriften voor vlees ;

Overwegende dat in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en parallel met de reeds vastgestelde verordeningen voor de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten maatregelen getroffen moeten worden om deze verschillen op te heffen , en dat het derhalve noodzakelijk is over te gaan tot een onderlinge aanpassing van de veterinairrechtelijke voorschriften van de Lid-Staten ;

Overwegende dat de Lid-Staten ingevolge artikel 36 van het Verdrag weliswaar het recht hebben de verboden of beperkingen van invoer , uitvoer of doorvoer te handhaven , welke gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van de gezondheid en het leven van personen en dieren , maar dat dit recht hen niet ontslaat van de verplichting om de voorschriften , waarop deze verboden en beperkingen gebaseerd zijn , onderling aan te passen , voor zover de tussen deze voorschriften bestaande verschillen een belemmering vormen voor de verwezenlijking en het functioneren van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ;

Overwegende dat daartoe een aanpassing noodzakelijk is van de hygiënische regels voor de behandeling van vlees in de door de bevoegde autoriteiten van elke Lid-Staat erkende abattoirs , alsmede van de hygiënische regels voor de opslag en het vervoer van vlees ;

Overwegende dat de Lid-Staten garanties dienen te hebben dat deze regels in acht genomen worden en dat het derhalve gewenst is te voorzien in de afgifte van een gezondheidscertificaat door een officiële veearts , welk certificaat bij het te verzenden vlees gevoegd moet worden en daarvan niet gescheiden mag worden voordat het vlees in het land van bestemming is aangekomen ;

Overwegende dat de Lid-Staten uiteraard het recht moeten hebben om de overbrenging naar hun grondgebied te verbieden van vlees dat niet geschikt blijkt te zijn voor consumptie of dat niet voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften die de Gemeenschap heeft uitgevaardigd ;

Overwegende dat het bij een eventueel conflict tussen Lid-Staten over de juistheid van de erkenning van een abattoir evenwel gewenst is , dat een orgaan van de Gemeenschap met het onderzoek van het desbetreffende geschilpunt wordt belast , voordat de Lid-Staten een algemeen verbod voor de overbrenging naar hun grondgebied van vlees dat uit dit abattoir afkomstig is kunnen uitvaardigen ; dat die procedure wegens de bederfelijkheid van vlees zo snel mogelijk moet aanvangen en dat het derhalve gerechtvaardigd lijkt de Commissie te belasten met een dergelijk onderzoek , dat een voorlopig karakter draagt , en wel in die zin dat daardoor niet vooruitgelopen wordt op een eventuele beslissing van het Hof van Justitie ;

Overwegende dat het niet gerechtvaardigd is de Lid-Staten toe te staan , om andere dan sanitaire redenen de overbrenging naar hun grondgebied van vlees te verbieden , en dat derhalve aan de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees desgevraagd de mogelijkheid geboden moet worden om het vlees weer naar het land van herkomst te vervoeren , voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan ;

Overwegende dat de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees alsmede de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst nauwkeurig op de hoogte gesteld moeten worden van de gronden waarop een eventueel verbod berust , ten einde hen in staat te stellen zich daarover een oordeel te vormen ;

Overwegende dat het wenselijk is de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees , in geval van een geschil tussen hem en de autoriteiten van het land van bestemming over de juistheid van een verbod , in staat te stellen het advies van een neutrale deskundige in te winnen , zodat hij zodoende over meer bewijs kan beschikken ;

Overwegende dat op enige gebieden , waarop zich bijzondere problemen voordoen , de onderlinge aanpassing van de voorschriften der Lid-Staten eerst na een nader onderzoek verwezenlijkt kan worden ;

Overwegende dat er een verband bestaat tussen de in deze richtlijn voorziene maatregelen en veterinaire voorschriften voor levende dieren en vlees ; dat de Commissie derhalve het voornemen heeft zo spoedig mogelijk ook op veterinair gebied bepaalde voorstellen te doen ; dat het nochtans noodzakelijk lijkt een eerste stap te doen tot onderlinge aanpassing van de nationale voorschriften op het onderhavige gebied , waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder de Lid-Staten de overbrenging naar hun grondgebied van vlees om veterinaire redenen mogen verbieden of beperken en waarbij voorzien wordt in een procedure voor onderling overleg ;

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn heeft betrekking op het handelsverkeer binnen de Gemeenschap in vers vlees , afkomstig van huisdieren behorende tot de volgende soorten : runderen , varkens , schapen en geiten , alsmede van eenhoevige dieren die als huisdieren worden gehouden .

2 . Als vlees worden beschouwd alle delen van deze dieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie .

3 . Als vers vlees worden beschouwd alle vleessoorten die geen behandeling hebben ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid ; in deze richtlijn wordt echter ook als vers vlees beschouwd vlees dat een koelbehandeling heeft ondergaan .

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

a ) Geslacht dier : Het gehele lichaam van een slachtdier na het verbloeden en het verwijderen van de ingewanden , alsmede _ behalve voor varkens _ na het afstropen van de huid en het afhakken van de kop en van de ledematen ter hoogte van het carpus - en het tarsusgewricht ;

b ) Bijprodukten van het slachten : Vers vlees dat niet behoort tot het geslachte dier als omschreven onder a ) ;

c ) Ingewanden : De organen die zich in de borst - , buik - en bekkenholte bevinden , met inbegrip van de luchtpijp en slokdarm ;

d ) Officiële veearts : Door de bevoegde centrale autoriteiten van het land van herkomst benoemde of aangewezen veearts ;

e ) Land van herkomst : Lid-Staat vanuit welke vers vlees naar een andere Lid-Staat wordt verzonden ;

f ) Land van bestemming : Lid-Staat naar welke vers vlees uit een andere Lid-Staat wordt verzonden ;

Artikel 3

1 . Iedere Lid-Staat draagt er zorg voor dat uit zijn gebied naar het gebied van een andere Lid-Staat slechts vers vlees wordt verzonden dat , onverminderd het bepaalde in artikel 8 , voldoet aan de volgende voorwaarden :

a ) het moet in een overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkend en gecontroleerd abattoir geslacht zijn ;

b ) het moet afkomstig zijn van een slachtdier dat , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk III van bijlage I , voor de slachting door een officiële veearts is onderzocht en hierbij gezond bevonden is ;

c ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I , na het slachten op volstrekt hygiënische wijze behandeld zijn ;

d ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk V van bijlage I , na de slachting door een officiële veearts onderzocht zijn en geen veranderingen of afwijkingen vertoond hebben , tenzij deze door voor de gezondheid onschadelijke parasieten zijn teweeggebracht en slechts een plaatselijk begrensd effect op de ingewanden hebben gehad ;

e ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VI van bijlage I , voorzien zijn van een keuringsstempel ;

f ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VII van bijlage I , gedurende de verzending naar het land van bestemming van een gezondheidscertificaat vergezeld gaan ;

g ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk VIII van bijlage I , na het vleesonderzoek na de slachting op volstrekt hygiënische wijze in overeenkomstig artikel 4 , lid 1 , erkende en gecontroleerde abattoirs of in overeenkomstig artikel 4 , lid 4 , erkende en gecontroleerde koelhuizen opgeslagen zijn ;

h ) het moet , overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IX van bijlage I , op volstrekt hygiënische wijze naar het land van bestemming vervoerd worden .

2 . In ieder geval mogen niet tot het handelsverkeer binnen de Gemeenschap worden toegelaten :

a ) vers vlees van wilde zwijnen en cryptorchiden ;

b ) vers vlees dat met natuurlijke of kunstmatige kleurstoffen is bewerkt , met uitzondering van de kleurstof die is voorzien voor het in hoofdstuk VI van bijlage I voorgeschreven keuringsstempel ;

c ) vers vlees van dieren bij welke een of andere vorm van tuberculose is vastgesteld of een of meer levende of dode lintwormlarven zijn geconstateerd ;

d ) ingewanden aan welke bij het vleesonderzoek na de slachting veranderingen door voor de gezondheid onschadelijke parasieten zijn geconstateerd ;

e ) bloed dat met chemische stoffen is behandeld om stolling te voorkomen .

Artikel 4

1 . De erkenning , bedoeld in artikel 3 , lid 1 , sub a ) , dient te geschieden door de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het abattoir zich bevindt . Erkenning mag slechts plaatsvinden , wanneer voldaan wordt aan het bepaalde in de hoofdstukken I en II van bijlage I en vaststaat dat zulks ook in de toekomst het geval zal zijn .

De bevoegde centrale autoriteiten verzekeren de naleving van deze bepalingen door middel van een voortdurende controle van een officiële veearts ; zij moeten de erkenning intrekken indien aan deze bepalingen niet meer wordt voldaan .

2 . Alle erkende abattoirs worden in een register ingeschreven , waarbij aan ieder abattoir een veterinair controlenummer wordt toegekend . Iedere Lid-Staat dient de andere Lid-Staten en de Commissie in kennis te stellen van de erkende abattoirs en hun veterinaire controlenummers , alsmede van het eventuele intrekken van een erkenning .

3 . Indien een Lid-Staat van mening is dat een abattoir van een andere Lid-Staat niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor de erkenning worden gesteld , dient hij de bevoegde autoriteit van de betrokken staat daarvan in kennis te stellen . Deze autoriteiten moeten de nodige maatregelen treffen en de autoriteiten van de andere Lid-Staat van de genomen beslissingen en de gronden waarop deze beslissingen genomen zijn in kennis stellen .

Wanneer de Lid-Staat vreest dat deze maatregelen niet genomen worden of niet voldoende zijn , kan hij zich tot de Commissie wenden , die een of meer deskundigen verzoekt advies uit te brengen . Indien de Commissie vaststelt dat aan de voorwaarden voor erkenning niet werd of niet meer wordt voldaan , kan zij de Lid-Staten machtigen om de overbrenging naar hun grondgebied van vers vlees , dat uit het betrokken abattoir afkomstig is en dat voor menselijke consumptie bestemd is , voorlopig te verbieden .

Op verzoek van de voor de erkenning verantwoordelijke Lid-Staat herroept de Commissie deze machtiging , nadat zij een of meer deskundigen verzocht heeft een nieuw advies uit te brengen en vastgesteld heeft dat de erkenning voortaan gerechtvaardigd is .

Zo mogelijk dienen de deskundigen de nationaliteit van een der Lid-Staten te bezitten ; zij mogen echter niet de nationaliteit van een bij het geschil betrokken Lid-Staat bezitten . De Commissie stelt , na raadpleging van de Lid-Staten , vast hoe dit lid moet worden toegepast , in het bijzonder wat betreft het aanwijzen van deskundigen en de bij het uitbrengen van een advies te volgen procedure .

4 . De erkenning van een buiten een erkend abattoir gelegen koelhuis als bedoeld in artikel 3 , lid 1 , sub g ) , alsmede een eventuele herroeping van een dergelijke erkenning dienen te geschieden door de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het koelhuis zich bevindt .

Artikel 5

1 . Een Lid-Staat kan het in de handel brengen verbieden van voor menselijke consumptie bestemd vers vlees

a ) dat bij overbrenging naar zijn grondgebied niet geschikt blijkt te zijn voor consumptie , of

b ) ten aanzien waarvan het bepaalde in artikel 3 niet in acht is genomen ; in de in artikel 4 , lid 3 , genoemde gevallen is voor het uitvaardigen van een dergelijk verbod evenwel een machtiging van de Commissie vereist . In het besluit , waarbij het in de handel brengen van vers vlees verboden wordt , dient op verzoek van de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees bepaald te worden dat terugzending is toegestaan voor zover daar uit sanitair oogpunt geen bezwaren tegen bestaan .

2 . De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 genomen besluiten van de bevoegde autoriteit moeten nauwkeurig gemotiveerd worden . Zij dienen onverwijld ter kennis te worden gebracht van de eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees , met vermelding van de rechtsmiddelen die het geldende recht biedt alsmede van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze rechtsmiddelen gebruikt moeten worden . Deze besluiten moeten eveneens ter kennis worden gebracht van de bevoegde centrale autoriteit van het land van herkomst .

Artikel 6

1 . Onverminderd het bepaalde in artikel 3 , lid 2 , en totdat door de Europese Economische Gemeenschap eventuele nadere voorschriften worden uitgevaardigd , blijven van kracht de bepalingen van de Lid-Staten die

a ) een verbod op beperking inhouden voor de overbrenging naar het grondgebied van deze staten van de volgende produkten :

aa ) andere delen van het geslachte dier dan helften en vierendelen van runderen en varkens en ham , spek , borststukken , schouders , rugstukken en lendestukken van varkens ;

bb ) bijprodukten van het slachten die van het geslachte dier zijn gescheiden ;

cc ) vers vlees van eenhoevige dieren ;

b ) betrekking hebben op de voorwaarden voor de erkenning van koelhuizen volgens artikel 4 , lid 4 , en een eventuele herroeping van een dergelijke erkenning ;

c ) betrekking hebben op slachtdieren die met antibiotica of , ter beïnvloeding van de kwaliteit van het vlees , met oestrogene of thyreostatische stoffen dan wel " tenderisers " behandeld zijn ;

d ) betrekking hebben op de toevoeging van vreemde stoffen aan het verse vlees en op de behandeling van het verse vlees met inoniserende en ultraviolette stralen

2 . De bepalingen van de Lid-Staten die betrekking hebben op het onderzoek van vers varkensvlees op trichinen blijven van kracht .

Artikel 7

1 . De eigenaar van het vlees of degene die de beschikking heeft over het vlees kan tegen de in deze richtlijn voorziene besluiten van de bevoegde autoriteiten der Lid-Staten de rechtsmiddelen aanwenden die het geldende recht biedt .

2 . De Lid-Staten dragen er zorg voor dat eigenaars van vers vlees of degenen die de beschikking hebben over vers vlees dat volgens artikel 5 , lid 1 , niet in de handel mag worden gebracht , bij de bevoegde bestuursinstanties kunnen eisen , dat een deskundige advies uitbrengt over de vraag , of aan de voorwaarden van artikel 5 , lid 1 , is voldaan , voordat tot verdere maatregelen _ en met name tot destructie van het vlees _ wordt overgegaan .

Zo mogelijk dient de deskundige de nationaliteit van een der Lid-Staten te bezitten ; hij mag echter noch de nationaliteit van het land van herkomst noch die van het land van bestemming bezitten .

De Commissie stelt , op voorstel van de Lid-Staten , een lijst op van deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen belast kunnen worden . Na raadpleging van de Lid-Staten , stelt zij vast hoe dit lid moet worden toegepast , in het bijzonder wat betreft de bij het uitbrengen van een advies te volgen procedure .

Artikel 8

1 . Totdat door de Europese Economische Gemeenschap veterinaire voorschriften worden uitgevaardigd voor het handelsverkeer in levende dieren en vers vlees binnen de Gemeenschap , blijven de desbetreffende bepalingen van de Lid-Staten van kracht , voor zover ten aanzien van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap geen andere bepalingen voortvloeien uit de leden 2 tot en met 4 .

2 . Wanneer in een Lid-Staat een veeziekte of een nieuwe , ernstige en besmettelijke dierenziekte is uitgebroken , kan een andere Lid-Staat voorlopig het overbrengen naar zijn grondgebied van vers vlees uit deze Lid-Staat verbieden of beperken , voor zover deze overbrenging het gevaar van een uitbreiding der ziekte met zich brengt .

3 . De maatregelen die een Lid-Staat overeenkomstig het bepaalde in lid 2 heeft genomen moeten binnen een termijn van tien werkdagen ter kennis van de Commissie en de overige Lid-Staten worden gebracht met nauwkeurige vermelding van de gronden waarop zij berusten .

4 . Indien de betrokken Lid-Staat het in lid 2 bedoelde verbod ongerechtvaardigd acht kan hij eisen dat in het kader van de Commissie onverwijld overleg plaatsvindt .

Artikel 9

Binnen een jaar na de bekendmaking van deze richtlijn doen de Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden teneinde gevolg te geven aan het bepaalde in deze richtlijn en de bijlagen daarvan ; zij stellen de Commissie onverwijld hiervan in kennis .

Artikel 10

Deze richtlijn is gericht tot alle Lid-Staten .

B . ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

Tijdens zijn 24e zitting , gehouden te Brussel op 29 en 30 oktober 1962 heeft het Economisch en Sociaal Comité het volgende advies uitgebracht :

ADVIES VAN HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE

inzake de " Ontwerp-richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap "

HET ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE ,

Gezien het verzoek om advies van de Raad van Ministers van de Europese Economische Gemeenschap d.d . 5 juli 1962 inzake de " ontwerp-richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " ,

Gezien het besluit van het Bureau van het Economisch en Sociaal Comité d.d . 16 juli 1962 , waarbij de Gespecialiseerde Afdeling voor de landbouw overeenkomstig art . 13 van het Reglement van Orde van het Comité wordt verzocht , een advies over dit onderwerp op te stellen ,

Gezien het advies van de Gespecialiseerde Afdeling voor de landbouw d.d . 29 oktober 1962 en het rapport van mevrouw Landgrebe-Wolff , rapporteur , welke documenten tijdens de Zitting van 30 oktober 1962 aan de voltallige vergadering van het Comité werden voorgelegd ,

Overwegende dat de door de Raad vastgestelde " Verordening no . 20 houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector varkensvlees " op 30 juli 1962 van kracht is geworden en dat de overeenkomstige Verordening inzake rundvlees volgens alle vooruitzichten op 1 april 1963 in werking treedt ,

Overwegende dat een " richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " een logische en noodzakelijke aanvulling van beide bovengenoemde verordeningen vormt ,

Overwegende dat verschillen tussen de sanitaire bepalingen van de onderscheidene Lid-Staten het goederenverkeer binnen de Gemeenschap belemmeren ,

Overwegende dat ook de onderlinge aanpassing van de nationale verordeningen op dit gebied een essentiële voorwaarde is voor de werking van de gemeenschappelijke markt voor landbouwprodukten in de zin van artikel 38 van het Verdrag .

Overwegende dat aan de " richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " een belang moet worden toegekend , dat ver boven het eigenlijke toepassingsgebied uitgaat , daar de bij de verwezenlijking hiervan verkregen ervaring van nut zal zijn met betrekking tot overeenkomstige regelingen voor andere voedingsmiddelen ,

Overwegende dat de overeenkomstig artikel 2 van het Verdrag nagestreefde " toenemende verbetering van de levensstandaard " in de eerste plaats een inspanning inhoudt , gericht op het behoud van en de zorg voor de gezondheid van de bevolking ,

BRENGT VOLGEND ADVIES UIT :

Het Economisch en Sociaal Comité hecht in principe zijn goedkeuring aan de ontwerp-richtlijn van de Raad betreffende enkele sanitaire vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees , echter onder voorbehoud van de volgende overwegingen :

Algemene Beschouwingen

1 . Artikel 36 van het Verdrag voorziet weliswaar invoerbeperkingen , voor zover deze " gerechtvaardigd zijn uit hoofde van bescherming van ... de gezondheid en het leven van personen , dieren en planten " , doch het bepaalt ook , dat deze beperkingen " geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de Lid-Staten ( mogen ) vormen " .

2 . De onderlinge aanpassing van de nationale bepalingen is dus een essentiële voorwaarde voor de werking van de Gemeenschappelijke Markt voor landbouwprodukten in de zin van artikel 38 . De totstandbrenging van uniforme sanitaire voorschriften voor alle zes landen dient daarom als een dringende taak te worden gezien .

3 . Hierbij dient wel te worden verstaan , dat een regeling van dezelfde strekking ten aanzien van het handelsverkeer met derde landen op hetzelfde tijdstip in werking zou moeten treden als de regeling , die in de Lid-Staten als gevolg van de onderhavige richtlijn zal worden ingesteld .

4 . Aan de onderhavige richtlijn dient een belang te worden toegekend , dat ver boven het eigenlijke toepassingsgebied uitgaat , daar de bij de verwezenlijking hiervan verkregen ervaring van nut zal zijn met betrekking tot overeenkomstige regelingen voor andere voedingsmiddelen .

5 . Overigens dient men krachtig te streven naar een Europese harmonisatie van de bepalingen op het gehele gebied van de sanitaire regelingen . Dit maakt het tevens noodzakelijk , de wenselijkheid sterker te onderstrepen van een Europees voedingsmiddelenrecht , dat de belangen van verbruikers en producenten enerzijds en het vrije handelsverkeer anderzijds in gelijke mate dient . Het uiteindelijke doel en de weg om dit te bereiken dienen daarom zorgvuldig en met vooruitziende blik te worden bepaald .

6 . De vorm van een richtlijn werd gekozen ten einde iedere Lid-Staat in de gelegenheid te stellen de op grond van de voorschriften der Gemeenschap noodzakelijk geworden aanpassingen overeenkomstig zijn eigen wetgevingstechniek te verwezenlijken . Dit maakt tot op zekere hoogte een pragmatische behandeling mogelijk ; voorwaarde hiervoor is evenwel een zeer duidelijke vaststelling van de sanitaire minimumeisen .

7 . Ten aanzien van het handelsverkeer in vers vlees is voorts een gelijktijdige toepassing noodzakelijk van op het niveau der Gemeenschap geharmoniseerde veterinaire bepalingen voor levende dieren en vlees . In velerlei opzicht vormen deze bepalingen immers juridisch een eenheid met de sanitaire regeling op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap .

8 . Het gehele samenstel van de nodige maatregelen moet enerzijds een zonder wrijving verlopend handelsverkeer binnen de Gemeenschap , anderzijds de " bescherming van de gezondheid van personen en dieren " dienen . De door het Verdrag nagestreefde " toenemende verbetering van de levensstandaard " dient gepaard te gaan met een daadwerkelijke inspanning voor het behoud van en de zorg voor de gezondheid van de bevolking .

9 . Volgens het voorstel van de Commissie is de richtlijn van de Raad op artikel 43 van het Verdrag te gegrond . Om de volgende redenen zijn hier grote belangen van de landbouw in het geding :

a ) het goederenverkeer , in dit geval het handelsverkeer in vers vlees , dient onbelemmerd door bijzondere nationale sanitaire bepalingen tussen de zes landen plaats te vinden ; nationale sanitaire bepalingen zouden slechts uit hoofde van de bescherming van de volksgezondheid dienen te worden toegepast . Deze bepalingen mogen op generlei wijze worden gebruikt om het handelsverkeer tussen de Lid-Staten te belemmeren ;

b ) noch voor de agrarische producent , noch voor de handel mag ten gevolge van onduidelijkheden in de bepalingen bij de verzending van deze bijzonder bederfelijke produkten risico ontstaan , hetgeen weer met een belemmering zou gelijkstaan ;

c ) niet alleen met het oog op de gerechtvaardigde eisen van de verbruikers , doch ook in de zin van de nagestreefde verhoging der prestatie , welke ook een verbetering van de kwaliteit in de ruimste zin inhoudt , dient in aller belang te worden vermeden , dat er door een onvolledige naleving van de sanitaire bepalingen een vermindering van de kwaliteit zal optreden ;

d ) met het oog op de toenemende betekenis van de Gemeenschappelijke Markt als een economische ruimte van hoog niveau ten aanzien van de produktie van en het handelsverkeer in goederen dienen ook overeenkomstige maatstaven aan de sanitaire voorschriften te worden aangelegd . Zo niet , dan zou het gevaar bestaan , dat op een later tijdstip niet meer aan de voorwaarden zou kunnen worden voldaan voor de handel met die landen , waarin strengere hygiënische bepalingen gelden . Hieruit zou een benadeling van de landbouw der E.E.G.-landen kunnen voortvloeien ;

e ) de toepassing van de op grond van de richtlijn vast te stellen nationale bepalingen zal voorts in bepaalde gevallen aanzienlijke investeringen noodzakelijk maken , zodat men niet zonder meer van geval tot geval wijzigingen kan aanbrengen . Bovendien zullen de aanvullende of gewijzigde bepalingen soms reeds tientallen jaren bestaande nationale bepalingen moeten vervangen , doch van hun kant dienen zij ook weer langere tijd van kracht te kunnen blijven . Daarom is het noodzakelijk , bij het vaststellen van de eisen niet alleen bijzondere zorgvuldigheid , doch ook een zekere gestrengheid te betrachten . Om verschillende redenen is er namelijk een duidelijke neiging te bespeuren , de kwalitatieve en hygiënische eisen steeds hoger te stellen . Noodzakelijkerwijs moet bij een verhoging van de levensstandaard met deze ontwikkeling rekening worden gehouden .

10 . Met het oog op de grote betekenis van de agrarische produktie verzoekt het Economisch en Sociaal Comité , bij de behandeling van sanitaire vraagstukken in principe hoog te willen grijpen . Zij stelt er prijs op , dat met deze beschouwingen rekening wordt gehouden bij alle latere maatregelen betreffende sanitaire vraagstukken . Het Economisch en Sociaal Comité geeft uitdrukkelijk haar goedkeuring aan het voorstel van de Commissie van een " richtlijn tot regeling van sanitaire vraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees binnen de Gemeenschap " ; zij beschouwt deze richtlijn als een waardevolle bijdrage tot het nagestreefde doel , met voorbehoud evenwel van de hieronder weergegeven opmerkingen ten aanzien van afzonderlijke artikelen .

Bijzondere opmerkingen

11 . Het Comité stelt voor , de volgende tekst aan artikel 1 van de ontwerp-richtlijn te doen voorafgaan :

" De onderlinge aanpassing van de sanitaire bepalingen der zes Lid-Staten zal van nut zijn zowel voor het onder zo gunstig mogelijke omstandigheden verkrijgen van een bescherming van de gezondheid van de bevolking en van de dieren als met het oog op de opheffing van de belemmeringen van de handel in vers vlees binnen de Gemeenschap . In deze geest dienen de onderstaande artikelen te worden opgevat " .

Artikel 1

12 . Volgens lid 3 moet vlees als vers worden beschouwd wanneer het geen behandeling heeft ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid ; in de zin van deze richtlijn wordt vlees ook als vers beschouwd wanneer het een koelbehandeling heeft ondergaan , dit overeenkomstig de door de vertegenwoordiger van de Commissie gegeven interpretatie .

13 . Het Economisch en Sociaal Comité is van mening , dat de uitdrukking " koelbehandeling " nader gedefinieerd zou moeten worden . Hiertoe stelt het voor , artikel 1 als volgt te formuleren :

" 1 . Deze richtlijn heeft betrekking op het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees , afkomstig van huisdieren behorende tot de volgende soorten : runderen , varkens , schapen , geiten en eenhoevigen , en dat overeenkomstig artikel 3 , 1 a ) , wordt verkregen . Als vers vlees in de zin van deze richtlijn wordt ook beschouwd het vlees dat bij welke temperatuur dan ook een koelbehandeling heeft ondergaan .

2 . Als vlees worden beschouwd alle delen van deze dieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie .

3 . Als vers vlees worden beschouwd alle vleessoorten die geen behandeling hebben ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid , onverminderd het bepaalde in lid 1 van dit artikel met betrekking tot vlees , dat aan een koelbehandeling is onderworpen . "

Artikel 2

14 . In lid a ) , b ) en c ) van artikel 2 worden definities gegeven van de begrippen " geslacht dier " , " bijprodukten van het slachten " en " ingewanden " . Met het oog op de in de afzonderlijke landen geldende gewoonten is het Economisch en Sociaal Comité van mening , dat deze definities niet toereikend zijn . Zij kunnen namelijk aanleiding geven tot onduidelijkheden en dienen daarom te worden toegelicht .

15 . Zeer in het algemeen is het wenselijk te achten , een definitie te geven van alle met dit samenstel van vraagpunten verbonden begrippen , waarbij dan tevens met de in de handel gebruikelijke aanduidingen rekening gehouden dient te worden .

16 . Ten aanzien van d ) " Officiële veearts " , zou men volgens het Economisch en Sociaal Comité nog dienen te onderzoeken , of deze term in alle zes landen betrekking heeft op personen met dezelfde technische kwalificaties en beroepservaring . Gezien de buitengewoon grote verantwoordelijkheid die deze functie met zich medebrengt is het gewenst , dat nadere aanduidingen worden gegeven omtrent opleiding en beroepservaring van de betrokkenen .

17 . Het Economisch en Sociaal Comité beveelt aan , in art . 2 d ) de beperkende vermelding " van het land van herkomst " te schrappen , aangezien ook in het land van bestemming de keuringen uitsluitend door officiële veeartsen dienen te geschieden .

Artikel 3

18 . Volgens lid c mag alleen dat vlees in het land van bestemming worden ingevoerd , dat " overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk IV van bijlage I , na het slachten op volstrekt hygiënische wijze is behandeld " .

19 . Het Economisch en Sociaal Comité is van mening dat de woorden " na het slachten " geschrapt dienen te worden , aangezien zij een beperking inhouden .

20 . Verder lijken haar in art . 3 , lid 2 , de woorden " in ieder geval " overbodig toe .

Artikel 4

21 . Ten aanzien van art . 4 , lid 1 , vraagt het Economisch en Sociaal Comité zich af of de controleplicht uitsluitend tot de centrale instantie van de Lid-Staten beperkt moet blijven . Mede met het oog op een groter vertrouwen in de daadwerkelijke toepassing van de onderhavige richtlijn in de verschillende landen , zou het wenselijk zijn bepaalde controlebevoegdheden aan de Commissie te verlenen . Deze zou ten dien einde gerechtigd moeten zijn om zich door het nemen van steekproeven te vergewissen van het feit dat de voorschriften van de onderhavige richtlijn opgevolgd worden .

22 . Mocht de Commissie bij een dergelijke controle tot de conclusie komen , dat aan de voorwaarden voor erkenning niet of niet meer wordt voldaan , dan dient zij , naar het oordeel van het Comité , onmiddellijk gebruik te kunnen maken van de haar in lid 3 van dit artikel toegekende bevoegdheden .

23 . Een dergelijke verruiming van bevoegdheden van een communautair orgaan zou volledig in overeenstemming zijn met het streven naar een Europees sanitair - en voedingsmiddelenrecht .

24 . Ten aanzien van lid 3 is met nadruk gewezen op de wenselijkheid van een snellere afhandeling van de genoemde klachten . Tijdverlies schept een verwarde toestand , die het handelsverkeer belemmert of de kwaliteit van de waren vermindert .

25 . Genoemd doel kan worden gerealiseerd door een verruiming van de bevoegdheden van de Commissie op het gebied van de controle . Met het oog hierop stelt het Comité voor , behalve de bevoegde centrale autoriteit van het land van herkomst , ook de Commissie direct in kennis te stellen van klachten van de zijde van het land van bestemming .

26 . De tekst van lid 3 zou dan als volgt komen te luiden :

" Indien een Lid-Staat van mening is dat een abattoir van een andere Lid-Staat niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor de erkenning worden gesteld , dient hij de bevoegde centrale autoriteit van de betrokken staat en de Commissie daarvan in kennis te stellen . De autoriteiten van de betrokken Lid-Staat moeten de nodige maatregelen treffen en de autoriteiten van de andere Lid-Staat en de Commissie van de genomen beslissingen en de gronden waarop deze beslissingen genomen zijn in kennis stellen .

Wanneer de Commissie vreest dat deze maatregelen niet genomen worden of niet voldoende zijn " verzoekt zij één of meer deskundigen advies uit te brengen . Indien de Commissie vaststelt ... " ( overige tekst ongewijzigd ) .

Artikel 5

27 . Artikel 5 , 1 , bepaalt volgens de Duitse tekst dat " beim Verbringen in sein Gebiet ein Mitgliedstaat untersagen kann , frisches Fleisch unter bestimmten Bedingungen in den Verkehr zu bringen " . In de Franse en Italiaanse tekst kan deze formulering aanleiding geven tot misverstand . Ook hierin dient duidelijk tot uitdrukking te worden gebracht , dat niet beslist gedacht is aan een onderzoek direct aan de grens . Het Economisch en Sociaal Comité heeft in dit verband voorkeur uitgesproken voor onderzoek op de plaats van bestemming .

28 . Verder is het Economisch en Sociaal Comité van mening , dat het toepasselijk zijn van lid 1 a ) en 1 b ) uitsluitend door een officiële veearts mag geschieden .

Artikel 6

29 . De wens werd uitgesproken , dat in lid 1 , a ) , aa ) , ook uitgebeend vlees en voor de detailverkoop gereed vlees zouden worden opgenomen . De vertegenwoordiger van de Commissie deelde mede , dat bepalingen te dien aanzien wel in voorbereiding zijn , doch dat er nog vele technische problemen moeten worden opgelost .

Ten aanzien van artikel 6 , 1 , c ) , stelt het Economisch en Sociaal Comité de volgende formulering voor :

" c ) betrekking hebben op de behandeling van slachtdieren met stoffen die in staat zijn , aan het verse vlees een voor de gezondheid schadelijke of ongewenste eigenschap te verlenen , zoals antibiotica , oestrogene of thyreostatische stoffen , of " tenderisers " " .

Artikel 7

30 . Omtrent de in lid 2 , derde alinea , genoemde lijst van deskundigen die met het uitbrengen van dergelijke adviezen belast kunnen worden , zou ter bespoediging van de afwikkeling het voorstel als volgt dienen te worden aangevuld :

" in de daartoe geschikte vorm een hulpdienst in te stellen die het mogelijk maakt een deskundige af te vaardigen die in korte tijd de geschillen kan oplossen " .

31 . De factor tijd is immers met het oog op deze waren , die in het bijzonder aan bederf onderhevig zijn , van zeer groot belang .

Artikel 8 en 9

32 . Twaalf maanden na de bekendmaking van de richtlijn dienen de zes Lid-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden . Tot dat tijdstip blijven op grond van artikel 8 de desbetreffende bepalingen van de Lid-Staten van kracht .

33 . Daartegen wordt het bezwaar aangevoerd dat hierdoor een belemmering van het handelsverkeer zou kunnen ontstaan ten gevolge van een vergroting van het risico voor de handel , daar hoewel de verordeningen voor de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening van de markt in de sectoren varkensvlees en rundvlees dan reeds van kracht zijn , er tegen het overbrengen van vers vlees op grond van artikel 36 bezwaren kunnen worden gemaakt , zolang er geen uniforme regeling van de sanitaire bepalingen bestaat .

34 . Verder wijst het Economisch en Sociaal Comité er nogmaals op , dat de gelijktijdige toepassing van de bepalingen inzake veeziekten met betrekking tot levende dieren en vlees onontbeerlijk en een uitgebreide regeling van bepalingen op sanitair gebied op Europees niveau noodzakelijk is .

35 . Een dienovereenkomstige aanvulling van de tekst zou daarom naar de mening van het Economisch en Sociaal Comité door de Commissie aan het slot van art . 8 , lid 1 , dienen te worden aangebracht .

36 . Verder stelt het Economisch en Sociaal Comité voor , lid 2 van artikel 8 als volgt te wijzigen :

" Wanneer in een Lid-Staat een veeziekte of een nieuwe , ernstige en besmettelijke dierenziekte is uitgebroken , en indien de noodzakelijke sanitaire maatregelen niet onmiddellijk worden toegepast , kan een andere Lid-Staat voorlopig het overbrengen naar zijn grondgebied van vers vlees uit deze Lid-Staat verbieden of beperk en , voor zover door het uitblijven van deze maatregelen deze overbrenging het gevaar van een uitbreiding der ziekte met zich medebrengt . "

Bijlage I

37 . Het Economisch en Sociaal Comité ziet ervan af , met betrekking tot bijlage I een uitvoerig advies uit te brengen , aangezien een voldoende gespecialiseerde kennis voor de beoordeling van de technische details bij de leden niet aanwezig mag worden verondersteld . Aan de hand van een gedetailleerde toelichting heeft het bepaalde vraagstukken aan een onderzoek onderworpen ; naar aanleiding hiervan beveelt het de volgende punten in de bijzondere aandacht van de Commissie aan :

38 . Hoofdstuk I , 1 , e ) : De gestelde eis van gescheiden opslagplaatsen voor ieder van de produkten talg , huiden , horens en hoeven lijkt overdreven toe . Huiden , horens en hoeven kunnen zonder bezwaar in dezelfde opslagplaats worden ondergebracht . De voor menselijke consumptie bestemde talg kan tezamen met het vlees , de talg voor industriële doeleinden tezamen met de huiden worden opgeslagen .

39 . Hoofdstuk I , 1 , h ) : het Economisch en Sociaal Comité stelt voor dit punt de volgende redactie voor :

" De lokalen en inrichtingen moeten het mogelijk maken , het in deze richtlijn voorgeschreven veterinaire onderzoek te allen tijde op doelmatige wijze uit te voeren " .

40 . Hoofdstuk I , 1 , l ) : De in dit punt gestelde eisen zouden met uitzondering van de bepalingen inzake de muurbekleding voor alle lokalen moeten gelden en niet alleen voor de slachtlokalen .

41 . Hoofdstuk II , 5 , e ) : Voor dit punt stelt het Economisch en Sociaal Comité de volgende formulering voor :

" een in hygiënisch opzicht niet onberispelijk verband aan de hand dragen " .

42 . Hoofdstuk III , 10 : De inleidende zin van dit punt zou volgens het Economisch en Sociaal Comité als volgt dienen te luiden :

" Ten behoeve van de handel binnen de Gemeenschap mogen niet worden geslacht : "

43 . Hoofdstuk III , 10 , b ) : Daar het met het oog op de wisselende omstandigheden niet mogelijk is , de tijden nauwkeurig voor te schrijven , zou dit punt dienen te luiden :

" dieren , die kennelijk vermoeid of zeer onrustig zijn " .

44 . Verder zou als punt d ) dienen te worden toegevoegd :

" dieren , bij welke brucellose is vastgesteld " .

Aldus besloten te Brussel op 30 oktober 1962 .

De Voorzitter

van het

Economisch en Sociaal Comité

Emile ROCHE

Top