?

1.5.2014    | NL | Publicatieblad van de Europese Unie | L 130/11.5.2014    | EN | Official Journal of the European Union | L 130/1
RICHTLIJN 2014/41/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAADDIRECTIVE 2014/41/EU OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL
van 3 april 2014of 3 April 2014
betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzakenregarding the European Investigation Order in criminal matters
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL OF THE EUROPEAN UNION,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, onder a),Having regard to the Treaty on the Functioning of the European Union, and in particular Article 82 (1)(a) thereof,
Gezien het initiatief van het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Republiek Estland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Slovenië en het Koninkrijk Zweden,Having regard to the initiative of the Kingdom of Belgium, the Republic of Bulgaria, the Republic of Estonia, the Kingdom of Spain, the Republic of Austria, the Republic of Slovenia and the Kingdom of Sweden,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,After transmission of the draft legislative act to the national parliaments,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),Acting in accordance with the ordinary legislative procedure (1),
Overwegende hetgeen volgt:Whereas:
(1) | De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te ontwikkelen en te handhaven.(1) | The European Union has set itself the objective of maintaining and developing an area of freedom, security and justice.
(2) | Krachtens artikel 82, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) berust de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie op het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke uitspraken en beslissingen, dat sinds de Europese Raad van Tampere op 15 en 16 oktober 1999 algemeen beschouwd wordt als een hoeksteen van de justitiële samenwerking in strafzaken in de Unie.(2) | Pursuant to Article 82(1) of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU), judicial cooperation in criminal matters in the Union is to be based on the principle of mutual recognition of judgments and judicial decisions, which is, since the Tampere European Council of 15 and 16 October 1999, commonly referred to as a cornerstone of judicial cooperation in criminal matters within the Union.
(3) | Met Kaderbesluit 2003/577/JBZ van de Raad (2) is tegemoetgekomen aan de noodzaak van een onmiddellijke wederzijdse erkenning van beslissingen ter voorkoming van de vernietiging, verwerking, verplaatsing, overdracht of vervreemding van bewijsstukken. Aangezien dat instrument evenwel beperkt is tot de bevriezingsfase, moet een beslissing tot bevriezing vergezeld gaan van een afzonderlijk verzoek tot overdracht van het bewijsmateriaal naar de staat die de beslissing geeft („de beslissingsstaat”), in overeenstemming met de voorschriften die van toepassing zijn op de wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Het resultaat is een procedure in twee fasen, die nadelig is vanuit het oogpunt van efficiëntie. Bovendien bestaat deze regeling naast de traditionele samenwerkingsinstrumenten en wordt zij daarom in de praktijk door de bevoegde autoriteiten zelden gebruikt.(3) | Council Framework Decision 2003/577/JHA (2) addressed the need for immediate mutual recognition of orders to prevent the destruction, transformation, moving, transfer or disposal of evidence. However, since that instrument is restricted to the freezing phase, a freezing order needs to be accompanied by a separate request for the transfer of the evidence to the State issuing the order (‘the issuing State’) in accordance with the rules applicable to mutual assistance in criminal matters. This results in a two-step procedure detrimental to its efficiency. Moreover, this regime coexists with the traditional instruments of cooperation and is therefore seldom used in practice by the competent authorities.
(4) | Kaderbesluit 2008/978/JBZ van de Raad (3) betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel (EBB) is vastgesteld om het beginsel van de wederzijdse erkenning toe te passen op het verkrijgen van voorwerpen, documenten en gegevens, om deze te gebruiken in procedures in strafzaken. Het EBB geldt evenwel alleen ten aanzien van reeds bestaand bewijsmateriaal en betreft derhalve slechts een beperkt onderdeel van de justitiële samenwerking in strafzaken met betrekking tot bewijsmateriaal. Wegens de beperkte werkingssfeer staat het de bevoegde autoriteiten vrij gebruik te maken van de nieuwe regeling, dan wel van de procedures voor wederzijdse rechtshulp, die in ieder geval van toepassing blijven op het bewijsmateriaal dat buiten de werkingssfeer van het EBB valt.(4) | Council Framework Decision 2008/978/JHA (3) concerning the European evidence warrant (EEW) was adopted to apply the principle of mutual recognition for the purpose of obtaining objects, documents and data for use in proceedings in criminal matters. However, the EEW is only applicable to evidence which already exists and covers therefore a limited spectrum of judicial cooperation in criminal matters with respect to evidence. Because of its limited scope, competent authorities have been free to use the new regime or to use mutual legal assistance procedures which, in any case, remain applicable to evidence falling outside of the scope of the EEW.
(5) | Na de vaststelling van Kaderbesluit 2003/577/JBZ en Kaderbesluit 2008/978/JBZ is duidelijk geworden dat het bestaande kader voor de bewijsgaring te gefragmenteerd en te ingewikkeld is. Daarom is een nieuwe aanpak nodig.(5) | Since the adoption of Framework Decisions 2003/577/JHA and 2008/978/JHA, it has become clear that the existing framework for the gathering of evidence is too fragmented and complicated. A new approach is therefore necessary.
(6) | In het programma van Stockholm dat door de Europese Raad van 10 en 11 december 2009 is vastgesteld, heeft de Europese Raad besloten dat verder moet worden gewerkt aan de totstandkoming van een op wederzijdse erkenning gebaseerd alomvattend systeem voor de bewijsverkrijging in zaken met een grensoverschrijdende dimensie. De Europese Raad heeft erop gewezen dat de bestaande instrumenten op dit gebied een fragmentarisch geheel vormden en dat een nieuwe aanpak nodig was, die op het beginsel van wederzijdse erkenning is gestoeld, maar waarbij ook de flexibiliteit van het klassieke stelsel van wederzijdse rechtshulp wordt meegenomen. Daarom wilde de Europese Raad een alomvattend systeem — ter vervanging van alle bestaande instrumenten op dit gebied, waaronder Kaderbesluit 2008/978/JBZ — dat zo veel mogelijk betrekking heeft op alle soorten bewijsmiddelen, tenuitvoerleggingstermijnen kent en zo weinig mogelijk weigeringsgronden bevat.(6) | In the Stockholm Programme adopted by the European Council of 10-11 December 2009, the European Council considered that the setting up of a comprehensive system for obtaining evidence in cases with a cross-border dimension, based on the principle of mutual recognition, should be further pursued. The European Council indicated that the existing instruments in this area constituted a fragmentary regime and that a new approach was needed, based on the principle of mutual recognition, but also taking into account the flexibility of the traditional system of mutual legal assistance. The European Council therefore called for a comprehensive system to replace all the existing instruments in this area, including Framework Decision 2008/978/JHA, covering as far as possible all types of evidence, containing time-limits for enforcement and limiting as far as possible the grounds for refusal.
(7) | Deze nieuwe aanpak is gebaseerd op één enkel instrument, dat de naam Europees onderzoeksbevel (EOB) zal dragen. Een EOB moet worden uitgevaardigd met het doel één of meer specifieke onderzoeksmaatregelen in de staat die het EOB ten uitvoer legt („de uitvoerende staat”) ten uitvoer te doen leggen met het oog op bewijsgaring. Daarmee wordt ook het verkrijgen van bewijsmateriaal beoogd dat reeds in het bezit is van de uitvoerende autoriteit.(7) | This new approach is based on a single instrument called the European Investigation Order (EIO). An EIO is to be issued for the purpose of having one or several specific investigative measure(s) carried out in the State executing the EIO (‘the executing State’) with a view to gathering evidence. This includes the obtaining of evidence that is already in the possession of the executing authority.
(8) | Het EOB moet een horizontale werkingssfeer hebben en moet derhalve van toepassing zijn op alle onderzoeksmaatregelen die tot doel hebben bewijs te vergaren. Voor het opzetten van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en de bewijsvergaring door een dergelijk team zijn echter specifieke voorschriften vereist die beter apart kunnen worden behandeld. Bestaande instrumenten moeten derhalve op dit soort onderzoeksmaatregelen van toepassing blijven, onverminderd de toepassing van deze richtlijn.(8) | The EIO should have a horizontal scope and therefore should apply to all investigative measures aimed at gathering evidence. However, the setting up of a joint investigation team and the gathering of evidence within such a team require specific rules which are better dealt with separately. Without prejudice to the application of this Directive, existing instruments should therefore continue to apply to this type of investigative measure.
(9) | Deze richtlijn dient niet van toepassing te zijn op grensoverschrijdende observaties als bedoeld in de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord (4).(9) | This Directive should not apply to cross-border surveillance as referred to in the Convention implementing the Schengen Agreement (4).
(10) | Het EOB moet gericht zijn op de onderzoeksmaatregel die ten uitvoer moet worden gelegd. De uitvaardigende autoriteit is de meest aangewezen autoriteit om op basis van haar kennis van de nadere gegevens betreffende het betrokken onderzoek te beslissen welke onderzoeksmaatregel moet worden gekozen. De uitvoerende autoriteit moet voor zover mogelijk evenwel een ander soort onderzoeksmaatregel toepassen indien de aangegeven maatregel in het nationale recht niet bestaat of in een soortgelijke binnenlandse zaak niet beschikbaar zou zijn. Beschikbaarheid dient betrekking te hebben op de gevallen waarin de aangegeven onderzoeksmaatregel bestaat in het recht van de uitvoerende staat, maar er wettelijk alleen in bepaalde situaties gebruik van kan worden gemaakt, bijvoorbeeld voor strafbare feiten van enigszins ernstige aard; tegen personen tegen wie al enige verdenking bestaat; of met instemming van de betrokkene. De uitvoerende autoriteit kan tevens een ander soort onderzoeksmaatregel dan de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel toepassen indien dit hetzelfde resultaat zou opleveren en de fundamentele rechten van de betrokkene minder worden aangetast.(10) | The EIO should focus on the investigative measure to be carried out. The issuing authority is best placed to decide, on the basis of its knowledge of the details of the investigation concerned, which investigative measure is to be used. However, the executing authority should, wherever possible, use another type of investigative measure if the indicated measure does not exist under its national law or would not be available in a similar domestic case. Availability should refer to occasions where the indicated investigative measure exists under the law of the executing State but is only lawfully available in certain situations, for example where the investigative measure can only be carried out for offences of a certain degree of seriousness, against persons for whom there is already a certain level of suspicion or with the consent of the person concerned. The executing authority may also have recourse to another type of investigative measure where it would achieve the same result as the investigative measure indicated in the EIO by means implying less interference with the fundamental rights of the person concerned.
(11) | Het EOB is het geschikte instrument in het geval dat de tenuitvoerlegging van een onderzoeksmaatregel evenredig, passend en toepasbaar lijkt. De uitvaardigende autoriteit moet derhalve nagaan of het verlangde bewijsmateriaal noodzakelijk is voor de procedure, en in verhouding staat tot het doel ervan, of de gekozen onderzoeksmaatregel noodzakelijk en proportioneel is voor het verkrijgen van het bewijs in kwestie, en of een andere lidstaat door middel van de uitvaardiging van het EOB bij de bewijsgaring moet worden betrokken. Hetzelfde geldt in de valideringsprocedure, wanneer een EOB volgens deze richtlijn moet worden gevalideerd. De tenuitvoerlegging van een EOB mag niet om andere dan de in deze richtlijn genoemde redenen worden geweigerd. De uitvoerende autoriteit moet echter kunnen kiezen voor minder indringende onderzoeksmaatregelen dan die welke in het EOB worden aangegeven, indien daarmee vergelijkbare resultaten kunnen worden bereikt.(11) | The EIO should be chosen where the execution of an investigative measure seems proportionate, adequate and applicable to the case in hand. The issuing authority should therefore ascertain whether the evidence sought is necessary and proportionate for the purpose of the proceedings, whether the investigative measure chosen is necessary and proportionate for the gathering of the evidence concerned, and whether, by means of issuing the EIO, another Member State should be involved in the gathering of that evidence. The same assessment should be carried out in the validation procedure, where the validation of an EIO is required under this Directive. The execution of an EIO should not be refused on grounds other than those stated in this Directive. However the executing authority should be entitled to opt for a less intrusive investigative measure than the one indicated in an EIO if it makes it possible to achieve similar results.
(12) | Bij het uitvaardigen van een EOB moet de uitvaardigende autoriteit er in het bijzonder op letten dat de rechten die zijn neergelegd in artikel 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het Handvest), volledig worden geëerbiedigd. Het vermoeden van onschuld en de rechten van de verdediging in strafzaken zijn een hoeksteen van de grondrechten die op het gebied van strafvordering en strafrecht in het Handvest zijn erkend. Iedere inperking van deze rechten door een overeenkomstig deze richtlijn gelaste onderzoeksmaatregel moet volledig stroken met de eisen in artikel 52 van het Handvest waar het gaat om de noodzaak, evenredigheid en doelstellingen die met de maatregel worden nagestreefd, in het bijzonder de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.(12) | When issuing an EIO the issuing authority should pay particular attention to ensuring full respect for the rights as enshrined in Article 48 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union (the Charter). The presumption of innocence and the rights of defence in criminal proceedings are a cornerstone of the fundamental rights recognised in the Charter within the area of criminal justice. Any limitation of such rights by an investigative measure ordered in accordance with this Directive should fully conform to the requirements established in Article 52 of the Charter with regard to the necessity, proportionality and objectives that it should pursue, in particular the protection of the rights and freedoms of others.
(13) | Om de toezending van het EOB aan de bevoegde autoriteit van de uitvoerende staat zeker te stellen, kan de uitvaardigende autoriteit gebruikmaken van alle mogelijke/relevante kanalen, zoals het beveiligde telecommunicatiesysteem van het Europees justitieel netwerk, Eurojust, of andere kanalen die worden gebruikt door rechterlijke of rechtshandhavingsautoriteiten.(13) | With a view to ensuring the transmission of the EIO to the competent authority of the executing State, the issuing authority may make use of any possible or relevant means of transmission, for example the secure telecommunications system of the European Judicial Network, Eurojust, or other channels used by judicial or law enforcement authorities.
(14) | De lidstaten worden ertoe aangespoord om in hun verklaring over de talenregeling, behalve hun officiële talen, ten minste één in de Unie frequent gebruikte taal te vermelden.(14) | When making a declaration concerning the language regime, Member States are encouraged to include at least one language which is commonly used in the Union other than their official language(s).
(15) | Bij de uitvoering van deze richtlijn moet rekening worden gehouden met de Richtlijnen 2010/64/EU (5), 2012/13/EU (6), en 2013/48/EU (7) van het Europees Parlement en de Raad, welke procedurele rechten in strafprocedures betreffen.(15) | This Directive should be implemented taking into account Directives 2010/64/EU (5), 2012/13/EU (6), and 2013/48/EU (7) of the European Parliament and of the Council, which concern procedural rights in criminal proceedings.
(16) | Onderzoeksmaatregelen van niet-dwingende en niet-intrusieve aard kunnen bijvoorbeeld maatregelen zijn die geen inbreuk maken op het recht op privacy of eigendom, afhankelijk van het nationale recht.(16) | Non-coercive measures could be, for example, such measures that do not infringe the right to privacy or the right to property, depending on national law.
(17) | Het „ne bis in idem”-beginsel is een fundamenteel rechtsbeginsel in de Unie, zoals erkend in het Handvest en verder ontwikkeld in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daarom zou de uitvoerende autoriteit het recht moeten hebben de tenuitvoerlegging van een EOB te weigeren als die tenuitvoerlegging tegen dat beginsel indruist. Gezien het voorlopige karakter van de procedure die aan een EOB ten grondslag ligt, mag de tenuitvoerlegging van een EOB niet worden geweigerd als het tot doel heeft mogelijke strijdigheid met het „ne bis in idem”-beginsel vast te stellen, of als de uitvaardigende autoriteit garandeert dat de als gevolg van de tenuitvoerlegging van een EOB overgedragen bewijsstukken niet zullen worden gebruikt om een persoon die in een andere lidstaat in laatste aanleg wegens dezelfde feiten is berecht, te vervolgen of een straf op te leggen.(17) | The principle of ne bis in idem is a fundamental principle of law in the Union, as recognised by the Charter and developed by the case-law of the Court of Justice of the European Union. Therefore the executing authority should be entitled to refuse the execution of an EIO if its execution would be contrary to that principle. Given the preliminary nature of the proceedings underlying an EIO, its execution should not be subject to refusal where it is aimed to establish whether a possible conflict with the ne bis in idem principle exists, or where the issuing authority has provided assurances that the evidence transferred as a result of the execution of the EIO would not be used to prosecute or impose a sanction on a person whose case has been finally disposed of in another Member State for the same facts.
(18) | Evenals andere instrumenten inzake wederzijdse erkenning geldt deze richtlijn onverminderd de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en de fundamentele rechtsbeginselen die zijn neergelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en het Handvest. Om dit te verduidelijken wordt een specifieke bepaling in de tekst ingevoegd.(18) | As in other mutual recognition instruments, this Directive does not have the effect of modifying the obligation to respect the fundamental rights and fundamental legal principles as enshrined in Article 6 of the Treaty on European Union (TEU) and the Charter. In order to make this clear, a specific provision is inserted in the text.
(19) | Het scheppen van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht binnen de Unie is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en een vermoeden van naleving door de andere lidstaten van het recht van de Unie, en met name van de grondrechten. Dat vermoeden is evenwel weerlegbaar. Derhalve, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de uitvoering van een in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel tot een inbreuk op een grondrecht van de betrokkene zou resulteren, en dat de tenuitvoerleggingsstaat zijn verplichtingen betreffende de bescherming van de grondrechten die zijn vervat in het Handvest niet zou nakomen, dient de tenuitvoerlegging van het EOB te worden geweigerd.(19) | The creation of an area of freedom, security and justice within the Union is based on mutual confidence and a presumption of compliance by other Member States with Union law and, in particular, with fundamental rights. However, that presumption is rebuttable. Consequently, if there are substantial grounds for believing that the execution of an investigative measure indicated in the EIO would result in a breach of a fundamental right of the person concerned and that the executing State would disregard its obligations concerning the protection of fundamental rights recognised in the Charter, the execution of the EIO should be refused.
(20) | Een EOB moet geweigerd kunnen worden indien de erkenning of tenuitvoerlegging ervan in de uitvoerende staat inbreuk op een immuniteit of voorrecht in die staat tot gevolg heeft. Er bestaat geen gemeenschappelijke definitie van immuniteiten of voorrechten in het recht van de Unie; de nauwkeurige omschrijving van deze begrippen is derhalve een zaak van nationaal recht, hetgeen immuniteiten ten behoeve van medische en juridische beroepen kan bevatten, maar welk niet mag worden geïnterpreteerd op een wijze die indruist tegen de verplichting bepaalde weigeringsgronden als opgenomen in het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (8), af te schaffen. Het kan ook gaan om bepalingen betreffende de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media hoewel deze niet noodzakelijk worden aangemerkt als voorrechten of immuniteiten.(20) | It should be possible to refuse an EIO where its recognition or execution in the executing State would involve a breach of an immunity or privilege in that State. There is no common definition of what constitutes an immunity or privilege in Union law,; the precise definition of these terms is therefore left to national law, which may include protections which apply to medical and legal professions, but should not be interpreted in a way to counter the obligation to abolish certain grounds for refusal as set out in the Protocol to the Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters between the Member States of the European Union (8). This may also include, even though they are not necessarily considered as privilege or immunity, rules relating to freedom of the press and freedom of expression in other media.
(21) | Met het oog op een snelle, doeltreffende en consistente samenwerking in strafzaken tussen de lidstaten, moet worden voorzien in termijnen. De beslissing betreffende de erkenning of tenuitvoerlegging, alsmede de feitelijke tenuitvoerlegging van de onderzoeksmaatregel, moeten met dezelfde snelheid en prioriteit plaatsvinden als in een vergelijkbare binnenlandse zaak. Er moet worden voorzien in termijnen opdat binnen een redelijke tijdspanne een beslissing wordt genomen of het EOB ten uitvoer wordt gelegd, of opdat aan bepaalde procedurele regels in de uitvaardigende staat kan worden voldaan.(21) | Time limits are necessary to ensure quick, effective and consistent cooperation between the Member States in criminal matters. The decision on the recognition or execution, as well as the actual execution of the investigative measure, should be carried out with the same celerity and priority as for a similar domestic case. Time limits should be provided to ensure a decision or execution within reasonable time or to meet procedural constraints in the issuing State.
(22) | De rechtsmiddelen die tegen een EOB kunnen worden ingezet, moeten ten minste gelijk zijn aan die welke in een binnenlandse zaak tegen de onderzoeksmaatregel kunnen worden ingezet. De lidstaten moeten er overeenkomstig hun nationale recht voor zorgen dat deze rechtsmiddelen toepasbaar zijn, onder meer door een belanghebbende partij tijdig mee te delen over welke rechtsmiddelen zij beschikken en hoe die kunnen worden ingesteld. In gevallen waarin het EOB in de uitvoerende staat door een belanghebbende partij op materiële gronden wordt aangevochten, is het raadzaam de uitvaardigende autoriteit daaromtrent te informeren, onder kennisgeving aan de belanghebbende partij.(22) | Legal remedies available against an EIO should be at least equal to those available in a domestic case against the investigative measure concerned. In accordance with their national law Member States should ensure the applicability of such legal remedies, including by informing in due time any interested party about the possibilities and modalities for seeking those legal remedies. In cases where objections against the EIO are submitted by an interested party in the executing State in respect of the substantive reasons for issuing the EIO, it is advisable that information about such challenge be transmitted to the issuing authority and that the interested party be informed accordingly.
(23) | De op het grondgebied van de uitvoerende staat voor de tenuitvoerlegging van een EOB gemaakte kosten worden uitsluitend door deze staat gedragen. Deze regeling sluit aan bij het algemene beginsel van wederzijdse erkenning. De tenuitvoerlegging van een EOB kan echter uitzonderlijk hoge kosten voor de uitvoerende staat meebrengen. Dergelijke kosten kunnen bijvoorbeeld verbonden zijn aan complexe deskundigenadviezen of grootscheepse politiële actie of surveillance gedurende een lange periode. Dit mag de tenuitvoerlegging van het EOB niet beletten en de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit moeten trachten vast te stellen welke kosten als uitzonderlijk hoog worden beschouwd. De kosten kunnen onderwerp van overleg worden tussen de uitvaardigende staat en de uitvoerende staat en hen wordt aangeraden dit punt in de overlegfase op te lossen. In laatste instantie kan de uitvaardigende autoriteit besluiten het EOB in te trekken of het te handhaven, en in dit laatste geval moet het deel van de kosten dat door de uitvoerende staat uitzonderlijk hoog wordt bevonden en als absoluut noodzakelijk voor de procedures wordt beschouwd, worden gedragen door de uitvaardigende staat. Dit mechanisme mag geen extra grond voor weigering zijn en mag in geen geval zodanig worden gebruikt dat de tenuitvoerlegging van het EOB wordt vertraagd of verhinderd.(23) | The expenses incurred in the territory of the executing State for the execution of an EIO should be borne exclusively by that State. This arrangement complies with the general principle of mutual recognition. However, the execution of an EIO may incur exceptionally high costs on the executing State. Such exceptionally high costs may, for example, be complex experts' opinions or extensive police operations or surveillance activities over a long period of time. This should not impede the execution of the EIO and the issuing and executing authorities should seek to establish which costs are to be considered as exceptionally high. The issue of costs might become subject to consultations between the issuing State and the executing State and they are recommended to resolve this issue during the consultations stage. As a last resort, the issuing authority may decide to withdraw the EIO or to maintain it, and the part of the costs which are estimated exceptionally high by the executing State and absolutely necessary in the course of the proceedings, should be covered by the issuing State. The given mechanism should not constitute an additional ground for refusal, and in any event should not be abused in a way to delay or impede the execution of the EIO.
(24) | Met het EOB wordt één enkele regeling voor bewijsverkrijging vastgesteld. Er zijn evenwel bijkomende voorschriften nodig voor bepaalde soorten onderzoeksmaatregelen die in het EOB moeten worden aangegeven, zoals de tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis, verhoor via video- of teleconferentie, het verkrijgen van informatie betreffende bankrekeningen of bancaire verrichtingen, gecontroleerde afleveringen of infiltratieoperaties. Onderzoeksmaatregelen waarbij rechtstreeks, doorlopend en gedurende een bepaalde tijdspanne bewijsmateriaal wordt verzameld, moeten onder het EOB vallen, maar indien nodig moeten de uitvaardigende staat en de uitvoerende staat praktische afspraken maken om de verschillen in de nationale wetgeving tussen deze staten op te vangen.(24) | The EIO establishes a single regime for obtaining evidence. Additional rules are however necessary for certain types of investigative measures which should be indicated in the EIO, such as the temporary transfer of persons held in custody, hearing by video or telephone conference, obtaining of information related to bank accounts or banking transactions, controlled deliveries or covert investigations. Investigative measures implying a gathering of evidence in real time, continuously and over a certain period of time should be covered by the EIO, but, where necessary, practical arrangements should be agreed between the issuing State and the executing State in order to accommodate the differences existing in the national laws of those States.
(25) | In deze richtlijn worden regels bepaald voor het ten uitvoer leggen van een onderzoeksmaatregel, in elke fase van de strafprocedure, dus ook op het proces zelf, indien nodig met deelname van de betrokkene, met als doel bewijsmateriaal te verzamelen. Er kan bijvoorbeeld een EOB worden uitgevaardigd voor de tijdelijke overbrenging van de betrokkene naar de uitvaardigende staat of met het oog op een verhoor per videoconferentie. Indien de betrokkene echter naar een andere lidstaat wordt overgebracht om er te worden vervolgd en ook te worden berecht, dient er een Europees aanhoudingsbevel (EAB) te worden uitgevaardigd overeenkomstig Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad (9).(25) | This Directive sets out rules on carrying out, at all stages of criminal proceedings, including the trial phase, of an investigative measure, if needed with the participation of the person concerned with a view to collecting evidence. For example an EIO may be issued for the temporary transfer of that person to the issuing State or for the carrying out of a hearing by videoconference. However, where that person is to be transferred to another Member State for the purposes of prosecution, including bringing that person before a court for the purpose of the standing trial, a European Arrest Warrant (EAW) should be issued in accordance with Council Framework Decision 2002/584/JHA (9).
(26) | De uitvaardigende autoriteit zou, met het oog op een proportionele toepassing van een EAB, moeten nagaan of een EOB een effectief en evenredig middel is voor het voeren van een strafprocedure. De uitvaardigende autoriteit zou met name moeten nagaan of het uitvaardigen van een EOB voor het horen van een verdachte of een beschuldigde persoon middels een videoconferentie een effectief alternatief kan zijn.(26) | With a view to the proportionate use of an EAW, the issuing authority should consider whether an EIO would be an effective and proportionate means of pursuing criminal proceedings. The issuing authority should consider, in particular, whether issuing an EIO for the hearing of a suspected or accused person by videoconference could serve as an effective alternative.
(27) | Een EOB kan worden uitgevaardigd om bewijsmateriaal te verkrijgen over de rekeningen, ongeacht de aard ervan, bij een bank of een niet-bancaire financiële instelling, van een persoon tegen wie een strafprocedure loopt. Deze ruime mogelijkheid geldt niet alleen met betrekking tot verdachte of beschuldigde personen maar ook met betrekking tot eenieder ten aanzien van wie dergelijke inlichtingen door de bevoegde autoriteiten in de loop van een strafprocedure noodzakelijk worden geacht.(27) | An EIO may be issued in order to obtain evidence concerning the accounts, of whatever nature, held in any bank or any non-banking financial institution by a person subject to criminal proceedings. This possibility is to be understood broadly as comprising not only suspected or accused persons but also any other person in respect of whom such information is found necessary by the competent authorities in the course of criminal proceedings.
(28) | In deze richtlijn dient de term financiële instellingen te worden verstaan in de zin van de desbetreffende definitie in artikel 3 van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (10).(28) | Where in this Directive a reference is made to financial institutions, this term should be understood according to the relevant definition of Article 3 of Directive 2005/60/EC of the European Parliament and the Council (10).
(29) | In het geval van een EOB dat wordt uitgevaardigd voor het verkrijgen van de „bijzonderheden” betreffende een gespecificeerde bankrekening, omvatten deze „bijzonderheden” op zijn minst de naam en het adres van de rekeninghouder, gegevens over volmachten voor die rekening, en andere gegevens of documenten die de rekeninghouder bij het openen van de rekening heeft voorgelegd en die de bank nog heeft.(29) | When an EIO is issued to obtain ‘details’ of a specified account, ‘details’ should be understood to include at least the name and address of the account holder, details of any powers of attorney held over the account, and any other details or documents provided by the account holder when the account was opened and that are still held by the bank.
(30) | De mogelijkheden tot samenwerking op grond van deze richtlijn inzake de interceptie van telecommunicatie mogen niet worden beperkt tot de inhoud van de telecommunicatie, maar kunnen ook het verzamelen van de verkeers- en locatiegegevens in verband met deze telecommunicatie omvatten, zodat de bevoegde autoriteiten een EOB kunnen uitvaardigen dat tot een minder indringende vorm van verkrijging van telecommunicatiegegevens strekt. Een EOB dat strekt tot het verkrijgen van oude verkeers- en locatiegegevens in verband met telecommunicatie moet worden behandeld volgens de algemene regeling inzake de tenuitvoerlegging van het EOB, en kan, afhankelijk van de nationale wetgeving van de uitvoerende staat, als een onderzoeksmaatregel van dwingende of intrusieve aard worden beschouwd.(30) | Possibilities to cooperate under this Directive on the interception of telecommunications should not be limited to the content of the telecommunications, but could also cover collection of traffic and location data associated with such telecommunications, allowing competent authorities to issue an EIO for the purpose of obtaining less intrusive data on telecommunications. An EIO issued to obtain historical traffic and location data related to telecommunications should be dealt with under the general regime related to the execution of the EIO and may be considered, depending on the national law of the executing State, as a coercive investigative measure.
(31) | Indien verscheidene lidstaten de vereiste technische bijstand kunnen verlenen, moet het EOB naar slechts één ervan, bij voorrang de lidstaat waar de betrokkene zich bevindt, worden gezonden. Indien de technische bijstand van de lidstaat waar de persoon zich bevindt tegen wie de interceptie gericht is, niet nodig is voor het uitvoeren van de interceptie, moet die lidstaat daarvan overeenkomstig deze richtlijn op de hoogte worden gebracht. Indien daarentegen de technische bijstand wellicht niet van slechts één lidstaat komt, kan een EOB naar meer dan één uitvoerende staat worden gezonden.(31) | Where several Member States are in a position to provide the necessary technical assistance, an EIO should be sent only to one of them and priority should be given to the Member State where the person concerned is located. Member States where the subject of the interception is located and from which no technical assistance is needed to carry out the interception should be notified thereof in accordance with this Directive. However, where the technical assistance may not be received from merely one Member State, an EIO may be transmitted to more than one executing State.
(32) | In een EOB houdende een verzoek tot interceptie van telecommunicatie moet de uitvaardigende autoriteit de uitvoerende autoriteit voldoende informatie verschaffen — bijvoorbeeld inzake de strafbare feiten waarnaar een onderzoek is ingesteld — zodat de uitvoerende autoriteit kan beoordelen of de betrokken onderzoeksmaatregel in een soortgelijke binnenlandse zaak zou worden toegestaan.(32) | In an EIO containing the request for interception of telecommunications the issuing authority should provide the executing authority with sufficient information, such as details of the criminal conduct under investigation, in order to allow the executing authority to assess whether that investigative measure, would be authorised in a similar domestic case.
(33) | Het moet voor de lidstaten van belang zijn ervoor te zorgen dat technische bijstand kan worden verleend door een exploitant van netwerken en diensten inzake algemeen beschikbare telecommunicatie op het grondgebied van de betrokken lidstaat, om een vlottere samenwerking met het oog op rechtsgeldige interceptie van telecommunicatie in het kader van deze richtlijn te bewerkstelligen.(33) | Member States should have regard to the importance of ensuring that technical assistance can be provided by a service provider operating publicly available telecommunications networks and services in the territory of the Member State concerned, in order to facilitate cooperation under this instrument in relation to the lawful interception of telecommunications.
(34) | Deze richtlijn heeft, gelet op het toepassingsgebied ervan, betrekking op voorlopige maatregelen uitsluitend met het oog op bewijsverkrijging. Hierbij moet erop worden gewezen dat voorwerpen, financiële activa daaronder begrepen, tijdens een strafprocedure het voorwerp kunnen uitmaken van verschillende voorlopige maatregelen, die kunnen strekken tot het verzamelen van bewijsmateriaal, maar ook tot confiscatie. Het onderscheid tussen beide doelen is niet altijd duidelijk, en het doel van een voorlopige maatregel kan in de loop van de procedure veranderen. Het is daarom van cruciaal belang dat de verschillende toepasselijke wetteksten naadloos op elkaar aansluiten. Om dezelfde reden is het de uitvaardigende autoriteit die zal oordelen of een element als bewijsmateriaal zal worden gebruikt en of daarvoor dus een EOB wordt uitgevaardigd.(34) | This Directive, by virtue of its scope, deals with provisional measures only with a view to gathering evidence. In this respect, it should be underlined that any item, including financial assets, may be subject to various provisional measures in the course of criminal proceedings, not only with a view to gathering evidence but also with a view to confiscation. The distinction between the two objectives of provisional measures is not always obvious and the objective of the provisional measure may change in the course of the proceedings. For this reason, it is crucial to maintain a smooth relationship between the various instruments applicable in this field. Furthermore, for the same reason, the assessment of whether the item is to be used as evidence and therefore be the object of an EIO should be left to the issuing authority.
(35) | In de gevallen waarin in internationale regelgeving ter zake, zoals verdragen die in het kader van de Raad van Europa zijn gesloten, wordt verwezen naar wederzijdse rechtshulp, heeft deze richtlijn tussen de lidstaten die door deze richtlijn gebonden zijn, voorrang op die verdragen.(35) | Where reference is made to mutual assistance in relevant international instruments, such as in conventions concluded within the Council of Europe, it should be understood that between the Member States bound by this Directive it takes precedence over those conventions.
(36) | Wat onder de in bijlage D genoemde categorieën strafbare feiten wordt verstaan, moet coherent zijn met hetgeen er in de bestaande regelgeving over wederzijdse erkenning onder wordt verstaan.(36) | The categories of offences listed in Annex D should be interpreted consistently with their interpretation under existing legal instruments on mutual recognition.
(37) | Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (11) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om, indien zulks gerechtvaardigd is, de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsteksten wordt toegelicht. Het Europees Parlement en de Raad vinden de overdracht van dergelijke stukken in het kader van deze richtlijn gerechtvaardigd.(37) | In accordance with the Joint Political Declaration of 28 September 2011 of Member States and the Commission on explanatory documents (11), Member States have undertaken to accompany, in justified cases, the notification of their transposition measures with one or more documents explaining the relationship between the components of a directive and the corresponding parts of national transposition instruments. With regard to this Directive, the European Parliament and the Council consider the transmission of such documents to be justified.
(38) | Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de wederzijdse erkenning van tot het verkrijgen van bewijs strekkende beslissingen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.(38) | Since the objective of this Directive, namely the mutual recognition of decisions taken to obtain evidence, cannot be sufficiently achieved by the Member States but can rather, by reason of its scale and effects, be better achieved at Union level, the Union may adopt measures in accordance with the principle of subsidiarity as set out in Article 5 of the TEU. In accordance with the principle of proportionality, as set out in that Article, this Directive does not go beyond what is necessary in order to achieve that objective.
(39) | Deze richtlijn is in overeenstemming met de grondrechten en beginselen die worden erkend bij artikel 6 VEU en in het Handvest, met name titel VI daarvan, in internationaal recht en internationale overeenkomsten waarbij de Unie of alle lidstaten partij zijn, met inbegrip van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en in de grondwetten van de lidstaten, op hun respectieve toepassingsgebied. Niets in deze richtlijn belet dat de tenuitvoerlegging van een EOB wordt geweigerd, indien er objectieve redenen bestaan om aan te nemen dat het EOB is uitgevaardigd om de betrokkene te vervolgen of een straf op te leggen vanwege zijn of haar geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst, seksuele gerichtheid, nationaliteit, taal of politieke overtuiging, of dat de positie van die persoon om een van deze redenen kan worden aangetast.(39) | This Directive respects the fundamental rights and observes the principles recognised by Article 6 of the TEU and in the Charter, notably Title VI thereof, by international law and international agreements to which the Union or all the Member States are party, including the European Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms, and in Member States' constitutions in their respective fields of application. Nothing in this Directive may be interpreted as prohibiting refusal to execute an EIO when there are reasons to believe, on the basis of objective elements, that the EIO has been issued for the purpose of prosecuting or punishing a person on account of his or her sex, racial or ethnic origin, religion, sexual orientation, nationality, language or political opinions, or that the person's position may be prejudiced for any of these reasons.
(40) | De bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens is een grondrecht. Krachtens artikel 8, lid 1, van het Handvest en artikel 16, lid 1, van het VWEU heeft eenieder recht op bescherming van zijn persoonsgegevens.(40) | The protection of natural persons in relation to the processing of personal data is a fundamental right. In accordance with Article 8(1) of the Charter and Article 16(1) of the TFEU, everyone has the right to the protection of personal data concerning them.
(41) | De lidstaten moeten bij het toepassen van deze richtlijn een transparant beleid ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens voeren en garanderen dat de betrokkene zijn rechten op rechtsmiddelen ter bescherming van zijn persoonsgegevens kan uitoefenen.(41) | Member States should, in the application of this Directive, provide for transparent policies with regard to the processing of personal data and for the exercise of the rights of data subjects to legal remedies for the protection of their personal data.
(42) | De krachtens deze richtlijn verkregen persoonsgegevens moeten uitsluitend worden verwerkt als dat nodig is en moeten in verhouding staan tot de doeleinden die verenigbaar zijn met het voorkomen, onderzoeken, opsporen en vervolgen van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties en de uitoefening van de rechten van de verdediging. Alleen bevoegde personen mogen volgens een authenticatieprocedure toegang hebben tot informatie die persoonsgegevens bevat.(42) | Personal data obtained under this Directive should only be processed when necessary and should be proportionate to the purposes compatible with the prevention, investigation, detection and prosecution of crime or enforcement of criminal sanctions and the exercise of the rights of defence. Only authorised persons should have access to information containing personal data which may be obtained through authentication processes.
(43) | Overeenkomstig artikel 3 van het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, heeft het Verenigd Koninkrijk kennis gegeven van zijn wens deel te nemen aan de vaststelling en de toepassing van deze richtlijn.(43) | In accordance with Article 3 of Protocol No 21 on the position of the United Kingdom and Ireland in respect of the area of Freedom, Security and Justice annexed to the TEU and the TFEU, the United Kingdom has notified its wish to take part in the adoption and application of this Directive.
(44) | Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en artikel 4 bis, lid 1, van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat.(44) | In accordance with Articles 1 and 2 and Article 4a(1) of Protocol No 21 on the position of the United Kingdom and Ireland in respect of the area of Freedom, Security and Justice annexed to the TEU and the TFEU, and without prejudice to Article 4 of that Protocol, Ireland is not taking part in the adoption of this Directive and is not bound by it or subject to its application.
(45) | Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het VEU en het VWEU gehechte Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze richtlijn, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat,(45) | In accordance with Articles 1 and 2 of Protocol No 22 on the Position of Denmark annexed to the TEU and the TFEU, Denmark is not taking part in the adoption of this Directive and is not bound by it or subject to its application.
(46) | De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming heeft op 5 oktober 2010 (12) zijn op artikel 41, lid 2, van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (13) gebaseerde advies uitgebracht,(46) | The European Data Protection Supervisor delivered an opinion on 5 October 2010 (12), based on Article 41(2) of Regulation (EC) No 45/2001 of the European Parliament and of the Council (13),
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:HAVE ADOPTED THIS DIRECTIVE:
HOOFDSTUK ICHAPTER I
HET EUROPEES ONDERZOEKSBEVELTHE EUROPEAN INVESTIGATION ORDER
Artikel 1Article 1
Het Europees onderzoeksbevel en de verplichting tot tenuitvoerlegging ervanThe European Investigation Order and obligation to execute it
1.   Een Europees onderzoeksbevel (EOB) is een door een rechterlijke autoriteit van een lidstaat („de uitvaardigende staat”) uitgevaardigde of erkende rechterlijke beslissing die ertoe strekt in een andere lidstaat („de uitvoerende staat”) één of meer specifieke onderzoeksmaatregelen te laten uitvoeren met het oog op het verkrijgen van bewijsmateriaal conform het bepaalde in deze richtlijn.1.   A European Investigation Order (EIO) is a judicial decision which has been issued or validated by a judicial authority of a Member State (‘OGthe issuing State’) to have one or several specific investigative measure(s) carried out in another Member State (‘the executing State’) to obtain evidence in accordance with this Directive.
Het EOB kan tevens worden uitgevaardigd om bewijsmateriaal te verkrijgen dat reeds in het bezit is van de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat.The EIO may also be issued for obtaining evidence that is already in the possession of the competent authorities of the executing State.
2.   De lidstaten verbinden zich ertoe om, op grond van het beginsel van wederzijdse erkenning en overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, een EOB ten uitvoer te leggen.2.   Member States shall execute an EIO on the basis of the principle of mutual recognition and in accordance with this Directive.
3.   Om uitvaardiging van een EOB kan worden verzocht door een verdachte of een beschuldigde persoon, of namens hem door een advocaat, binnen het kader van de toepasselijke rechten op verdediging in overeenstemming met de nationale strafprocedure.3.   The issuing of an EIO may be requested by a suspected or accused person, or by a lawyer on his behalf, within the framework of applicable defence rights in conformity with national criminal procedure.
4.   Deze richtlijn geldt onverminderd de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en de rechtsbeginselen die zijn neergelegd in artikel 6 VEU, inclusief het recht op verdediging van personen tegen wie een strafprocedure loopt, en laat alle verplichtingen die in dat verband op de rechterlijke autoriteiten rusten onverlet.4.   This Directive shall not have the effect of modifying the obligation to respect the fundamental rights and legal principles as enshrined in Article 6 of the TEU, including the rights of defence of persons subject to criminal proceedings, and any obligations incumbent on judicial authorities in this respect shall remain unaffected.
Artikel 2Article 2
DefinitiesDefinitions
In deze richtlijn wordt verstaan onder:For the purposes of this Directive the following definitions apply:
a) | „uitvaardigende staat”: de lidstaat waar het EOB wordt uitgevaardigd;(a) | ‘issuing State’ means the Member State in which the EIO is issued;
b) | „uitvoerende staat”: de lidstaat waar het EOB ten uitvoer wordt gelegd en waar de onderzoeksmaatregel moet worden uitgevoerd;(b) | ‘executing State’ means the Member State executing the EIO, in which the investigative measure is to be carried out;
c) | „uitvaardigende autoriteit”: | i) | een in de zaak bevoegde rechter, rechtbank, een onderzoeksrechter of officier van justitie, of | ii) | iedere andere door de uitvaardigende staat aangeduide bevoegde autoriteit, die in de zaak in kwestie optreedt als strafrechtelijke onderzoeksautoriteit en overeenkomstig de nationale wetgeving bevoegd is opdracht te geven tot bewijsgaring. Voordat het EOB wordt toegezonden aan de uitvoerende autoriteit, wordt het gevalideerd door een rechter, een rechtbank, een onderzoeksrechter of een officier van justitie in de uitvaardigende staat, na onderzoek of het aan de voorwaarden voor het uitvaardigen van een EOB uit hoofde van deze richtlijn, in het bijzonder de in artikel 6, lid 1, gestelde voorwaarden, voldoet. Indien het EOB door een rechterlijke autoriteit is gevalideerd, kan deze autoriteit in het kader van de verzending van het EOB ook als uitvaardigende autoriteit worden aangemerkt;(c) | ‘issuing authority’ means: | (i) | a judge, a court, an investigating judge or a public prosecutor competent in the case concerned; or | (ii) | any other competent authority as defined by the issuing State which, in the specific case, is acting in its capacity as an investigating authority in criminal proceedings with competence to order the gathering of evidence in accordance with national law. In addition, before it is transmitted to the executing authority the EIO shall be validated, after examination of its conformity with the conditions for issuing an EIO under this Directive, in particular the conditions set out in Article 6.1, by a judge, court, investigating judge or a public prosecutor in the issuing State. Where the EIO has been validated by a judicial authority, that authority may also be regarded as an issuing authority for the purposes of transmission of the EIO;
d) | „uitvoerende autoriteit”: een autoriteit die bevoegd is om een EOB in overeenstemming met deze richtlijn en de in een soortgelijke binnenlandse zaak geldende procedures te erkennen en ten uitvoer te laten leggen. In deze procedures kan in de uitvoerende staat krachtens het nationale recht de toestemming van een rechtbank vereist zijn.(d) | ‘executing authority’ means an authority having competence to recognise an EIO and ensure its execution in accordance with this Directive and the procedures applicable in a similar domestic case. Such procedures may require a court authorisation in the executing State where provided by its national law.
Artikel 3Article 3
Toepassingsgebied van het EOBScope of the EIO
Het EOB omvat alle onderzoeksmaatregelen met uitzondering van het instellen van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en de bewijsgaring in het kader van een dergelijk onderzoeksteam zoals voorzien in artikel 13 van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (14) („de overeenkomst”) en in Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad (15), behalve met het oog op de toepassing van artikel 13, lid 8, van de overeenkomst en artikel 1, lid 8, van het kaderbesluit.The EIO shall cover any investigative measure with the exception of the setting up of a joint investigation team and the gathering of evidence within such a team as provided in Article 13 of the Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters between the Member States of the European Union (14) (‘the Convention’) and in Council Framework Decision 2002/465/JHA (15), other than for the purposes of applying, respectively, Article 13(8) of the Convention and Article 1(8) of the Framework Decision.
Artikel 4Article 4
Procedures waarvoor een EOB kan worden uitgevaardigdTypes of proceedings for which the EIO can be issued
Een EOB kan worden uitgevaardigd:An EIO may be issued:
a) | in verband met een strafprocedure die door of bij een rechterlijke autoriteit is of kan worden ingesteld wegens feiten die volgens het nationale recht van de uitvaardigende staat strafbaar zijn;(a) | with respect to criminal proceedings that are brought by, or that may be brought before, a judicial authority in respect of a criminal offence under the national law of the issuing State;
b) | in een procedure die door een bestuurlijke autoriteit is ingesteld in verband met feiten die volgens het nationale recht van de uitvaardigende staat strafbaar zijn wegens schending van de wetgeving, mits tegen de beslissing beroep mogelijk is bij een in het bijzonder in strafzaken bevoegde rechter;(b) | in proceedings brought by administrative authorities in respect of acts which are punishable under the national law of the issuing State by virtue of being infringements of the rules of law and where the decision may give rise to proceedings before a court having jurisdiction, in particular, in criminal matters;
c) | in een procedure die door een rechterlijke autoriteit is ingesteld wegens feiten die volgens het nationale recht van de uitvaardigende staat strafbaar zijn wegens schending van wetgeving, mits tegen de beslissing beroep mogelijk is bij een met name in strafzaken bevoegde rechter, en(c) | in proceedings brought by judicial authorities in respect of acts which are punishable under the national law of the issuing State by virtue of being infringements of the rules of law, and where the decision may give rise to proceedings before a court having jurisdiction, in particular, in criminal matters; and
d) | in samenhang met de onder a), b) en c) bedoelde procedures die verband houden met een strafbaar feit of een wetsovertreding waarvoor in de uitvaardigende staat een rechtspersoon aansprakelijk gesteld of gestraft kan worden.(d) | in connection with proceedings referred to in points (a), (b), and (c) which relate to offences or infringements for which a legal person may be held liable or punished in the issuing State.
Artikel 5Article 5
Inhoud en vorm van het EOBContent and form of the EIO
1.   De uitvaardigende autoriteit vult het EOB, dat in het formulier in bijlage A staat, in. De uitvaardigende autoriteit vergewist zich ervan dat de inhoud van het EOB nauwkeurig en correct is en ondertekent het.1.   The EIO in the form set out in Annex A shall be completed, signed, and its content certified as accurate and correct by the issuing authority.
Het EOB bevat ten minste volgende informatie:The EIO shall, in particular, contain the following information:
a) | gegevens over de uitvaardigende autoriteit en, indien van toepassing, de validerende autoriteit;(a) | data about the issuing authority and, where applicable, the validating authority;
b) | het voorwerp en de redenen van het EOB;(b) | the object of and reasons for the EIO;
c) | de beschikbare noodzakelijke informatie over de betrokkene(n);(c) | the necessary information available on the person(s) concerned;
d) | een beschrijving van het strafbare feit dat het voorwerp vormt van het onderzoek of de procedure en het toepasselijke strafrecht van de uitvaardigende staat;(d) | a description of the criminal act, which is the subject of the investigation or proceedings, and the applicable provisions of the criminal law of the issuing State;
e) | een beschrijving van de gevraagde onderzoeksmaatregel(en) en het te verkrijgen bewijsmateriaal.(e) | a description of the investigative measures(s) requested and the evidence to be obtained.
2.   Elke lidstaat deelt mee in welke officiële taal of talen van de instellingen van de Unie, naast zijn eigen officiële taal of talen, het EOB kan worden ingevuld of kan worden vertaald voor het geval waarin de betrokken lidstaat de uitvoerende staat is.2.   Each Member State shall indicate the language(s) which, among the official languages of the institutions of the Union and in addition to the official language(s) of the Member State concerned, may be used for completing or translating the EIO when the Member State concerned is the executing State.
3.   De bevoegde autoriteit van de uitvaardigende staat vertaalt het EOB zoals is beschreven in bijlage A in overeenstemming met lid 2 van dit artikel in een officiële taal van de uitvoerende staat of in een andere, door de uitvoerende staat aangegeven taal.3.   The competent authority of the issuing State shall translate the EIO set out in Annex A into an official language of the executing State or any other language indicated by the executing State in accordance with paragraph 2 of this Article.
HOOFDSTUK IICHAPTER II
PROCEDURES EN WAARBORGEN VOOR DE UITVAARDIGENDE STAATPROCEDURES AND SAFEGUARDS FOR THE ISSUING STATE
Artikel 6Article 6
Voorwaarden voor het uitvaardigen en toezenden van een EOBConditions for issuing and transmitting an EIO
1.   De uitvaardigende autoriteit kan een EOB alleen uitvaardigen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:1.   The issuing authority may only issue an EIO where the following conditions have been met:
a) | het uitvaardigen van het EOB is noodzakelijk voor en staat in verhouding tot het doel van de in artikel 4 bedoelde procedure, daarbij rekening houdend met de rechten van de verdachte of beschuldigde persoon, en(a) | the issuing of the EIO is necessary and proportionate for the purpose of the proceedings referred to in Article 4 taking into account the rights of the suspected or accused person; and
b) | de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel(en) had(den) in dezelfde omstandigheden in een vergelijkbare binnenlandse zaak bevolen kunnen worden.(b) | the investigative measure(s) indicated in the EIO could have been ordered under the same conditions in a similar domestic case.
2.   De uitvaardigende autoriteit beoordeelt per geval of aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan.2.   The conditions referred to in paragraph 1 shall be assessed by the issuing authority in each case.
3.   Indien de uitvoerende autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat niet is voldaan aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden, kan zij met de uitvaardigende autoriteit in overleg treden over het belang van de tenuitvoerlegging van het EOB. Na dat overleg kan de uitvaardigende autoriteit besluiten het EOB in te trekken.3.   Where the executing authority has reason to believe that the conditions referred to in paragraph 1 have not been met, it may consult the issuing authority on the importance of executing the EIO. After that consultation the issuing authority may decide to withdraw the EIO.
Artikel 7Article 7
Toezending van het EOBTransmission of the EIO
1.   De uitvaardigende autoriteit zendt het overeenkomstig artikel 5 ingevulde EOB toe aan de uitvoerende autoriteit, op zodanige wijze dat dit schriftelijk kan worden vastgelegd en de uitvoerende staat de echtheid ervan kan vaststellen.1.   The EIO completed in accordance with Article 5 shall be transmitted from the issuing authority to the executing authority by any means capable of producing a written record under conditions allowing the executing State to establish authenticity.
2.   Alle verdere officiële communicatie geschiedt rechtstreeks tussen de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit.2.   Any further official communication shall be made directly between the issuing authority and the executing authority.
3.   Onverminderd artikel 2, onder d), kan iedere lidstaat één of, indien zijn rechtsorde daarin voorziet, meer centrale autoriteiten aanwijzen die de bevoegde autoriteiten zullen bijstaan. Een lidstaat kan, indien zijn rechterlijke organisatie zulks vereist, één of meer centrale autoriteiten belasten met de administratieve toezending en de ontvangst van de EOB's en de desbetreffende officiële correspondentie.3.   Without prejudice to Article 2(d), each Member State may designate a central authority or, where its legal system so provides, more than one central authority, to assist the competent authorities. A Member State may, if necessary due to the organisation of its internal judicial system, make its central authority(ies) responsible for the administrative transmission and receipt of EIOs, as well as for other official correspondence relating to EIOs.
4.   De uitvaardigende autoriteit kan EOB's toezenden via het telecommunicatiesysteem van het Europees justitieel netwerk (EJN), als opgericht bij Gemeenschappelijk Optreden 98/428/JBZ van de Raad (16).4.   The issuing authority may transmit EIOs via the telecommunications system of the European Judicial Network (EJN), as set up by Council Joint Action. 98/428/JHA (16).
5.   Indien de identiteit van de uitvoerende autoriteit niet bekend is, wordt de uitvoerende staat door de uitvaardigende autoriteit langs alle mogelijke kanalen, waaronder de contactpunten van het EJN, om inlichtingen verzocht.5.   If the identity of the executing authority is unknown, the issuing authority shall make all necessary inquiries, including via the EJN contact points, in order to obtain the information from the executing State.
6.   Indien de autoriteit in de uitvoerende staat die het EOB ontvangt, niet bevoegd is om het EOB te erkennen of om de nodige maatregelen te nemen om het ten uitvoer te leggen, zendt zij het EOB ambtshalve door aan de uitvoerende autoriteit en stelt zij de uitvaardigende autoriteit hiervan in kennis.6.   Where the authority in the executing State which receives the EIO has no competence to recognise the EIO or to take the necessary measures for its execution, it shall, ex officio, transmit the EIO to the executing authority and so inform the issuing authority.
7.   Alle moeilijkheden in verband met de toezending of de echtheid van een voor de tenuitvoerlegging van het EOB noodzakelijk document worden opgelost door middel van rechtstreekse contacten tussen de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit of, in voorkomend geval, door toedoen van de centrale autoriteiten van de betrokken lidstaten.7.   All difficulties concerning the transmission or authenticity of any document needed for the execution of the EIO shall be dealt with by direct contacts between the issuing authority and the executing authority involved or, where appropriate, with the involvement of the central authorities of the Member States.
Artikel 8Article 8
EOB in verband met een eerder EOBEIO related to an earlier EIO
1.   Indien een uitvaardigende autoriteit een EOB uitvaardigt ter aanvulling van een eerder EOB, wordt dit vermeld in het EOB in deel D van het formulier in bijlage A.1.   Where an issuing authority issues an EIO which supplements an earlier EIO, it shall indicate this fact in the EIO in Section D of the form set out in Annex A.
2.   Indien de uitvaardigende autoriteit overeenkomstig artikel 9, lid 4, bijstand verleent bij de tenuitvoerlegging van het EOB in de uitvoerende staat kan zij, onverminderd de kennisgevingen gedaan op grond van artikel 33, lid 1, onder c), een EOB ter aanvulling van een eerder EOB rechtstreeks aan de uitvoerende autoriteit richten terwijl zij in die staat aanwezig is.2.   If the issuing authority assists in the execution of the EIO in the executing State, in accordance with Article 9(4), it may, without prejudice to notifications made under Article 33(1)(c), address an EIO which supplements an earlier EIO directly to the executing authority, while present in that State.
3.   Het EOB dat een eerder EOB aanvult, bevat overeenkomstig artikel 5, lid 1, eerste alinea, een verklaring dat de inhoud nauwkeurig en correct is en wordt, waar van toepassing, overeenkomstig artikel 2, onder c), gevalideerd.3.   The EIO which supplements an earlier EIO shall be certified in accordance with the first subparagraph of Article 5(1), and, where applicable, be validated in accordance with Article 2(c).
HOOFDSTUK IIICHAPTER III
PROCEDURES EN WAARBORGEN VOOR DE UITVOERENDE STAATPROCEDURES AND SAFEGUARDS FOR THE EXECUTING STATE
Artikel 9Article 9
Erkenning en tenuitvoerleggingRecognition and execution
1.   De uitvoerende autoriteit erkent het overeenkomstig deze richtlijn toegezonden EOB zonder verdere formaliteiten en zorgt voor de tenuitvoerlegging ervan op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als waren de betrokken onderzoeksmaatregelen bevolen door een autoriteit van de uitvoerende staat, tenzij die autoriteit beslist zich te beroepen op een van de gronden voor weigering van erkenning of tenuitvoerlegging of een van de gronden voor uitstel, zoals bepaald in deze richtlijn.1.   The executing authority shall recognise an EIO, transmitted in accordance with this Directive, without any further formality being required, and ensure its execution in the same way and under the same modalities as if the investigative measure concerned had been ordered by an authority of the executing State, unless that authority decides to invoke one of the grounds for non-recognition or non-execution or one of the grounds for postponement provided for in this Directive.
2.   Tenzij in deze richtlijn anders is bepaald, neemt de uitvoerende autoriteit de door de uitvaardigende autoriteit uitdrukkelijk aangegeven vormvoorschriften en procedures in acht, mits deze niet strijdig zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van de uitvoerende staat.2.   The executing authority shall comply with the formalities and procedures expressly indicated by the issuing authority unless otherwise provided in this Directive and provided that such formalities and procedures are not contrary to the fundamental principles of law of the executing State.
3.   Indien een uitvoerende autoriteit een EOB ontvangt dat niet door een uitvaardigende autoriteit in de zin van artikel 2, onder c), is uitgevaardigd, stuurt de uitvoerende autoriteit het EOB terug naar de uitvaardigende staat.3.   Where an executing authority receives an EIO which has not been issued by an issuing authority as specified in Article 2(c), the executing authority shall return the EIO to the issuing State.
4.   De uitvaardigende autoriteit kan vragen dat één of meer autoriteiten van de uitvaardigende staat de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat bijstand verlenen bij de tenuitvoerlegging van het EOB, voor zover de aangewezen autoriteiten van de uitvaardigende staat in een vergelijkbare binnenlandse zaak bijstand zouden kunnen verlenen bij de tenuitvoerlegging van de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregelen. De uitvoerende autoriteit geeft gevolg aan dat verzoek, mits het verlenen van deze bijstand bij de tenuitvoerlegging niet strijdig is met de fundamentele rechtsbeginselen van de uitvoerende staat en diens wezenlijke nationale veiligheidsbelangen niet schaadt.4.   The issuing authority may request that one or more authorities of the issuing State assist in the execution of the EIO in support to the competent authorities of the executing State to the extent that the designated authorities of the issuing State would be able to assist in the execution of the investigative measures indicated in the EIO in a similar domestic case. The executing authority shall comply with this request provided that such assistance is not contrary to the fundamental principles of law of the executing State or does not harm its essential national security interests.
5.   De in de uitvoerende staat aanwezige autoriteiten van de uitvaardigende staat zijn tijdens de tenuitvoerlegging van het EOB gebonden door het recht van de uitvoerende staat. Zij hebben op het grondgebied van de uitvoerende staat geen rechtshandhavingsbevoegdheden, tenzij de uitoefening van deze bevoegdheden op het grondgebied van de uitvoerende staat in overeenstemming is met het recht van de uitvoerende staat en met de desbetreffende afspraken tussen de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit.5.   The authorities of the issuing State present in the executing State shall be bound by the law of the executing State during the execution of the EIO. They shall not have any law enforcement powers in the territory of the executing State, unless the execution of such powers in the territory of the executing State is in accordance with the law of the executing State and to the extent agreed between the issuing authority and the executing authority.
6.   De uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit kunnen op iedere gepaste wijze met elkaar in overleg treden, teneinde de efficiënte toepassing van dit artikel te bevorderen.6.   The issuing authority and executing authority may consult each other, by any appropriate means, with a view to facilitating the efficient application of this Article.
Artikel 10Article 10
Toepassing van een andere soort onderzoeksmaatregelRecourse to a different type of investigative measure
1.   De uitvoerende autoriteit past, indien mogelijk, een andere dan de in het EOB genoemde onderzoeksmaatregel toe indien:1.   The executing authority shall have, wherever possible, recourse to an investigative measure other than that provided for in the EIO where:
a) | de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel niet bestaat in het recht van de uitvoerende staat, of(a) | the investigative measure indicated in the EIO does not exist under the law of the executing State; or
b) | de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel in een vergelijkbare binnenlandse zaak niet zou kunnen worden toegepast.(b) | the investigative measure indicated in the EIO would not be available in a similar domestic case.
2.   Onverminderd artikel 11 is lid 1 niet van toepassing op de volgende onderzoeksmaatregelen, die altijd krachtens het nationale recht van de uitvoerende staat beschikbaar dienen te zijn:2.   Without prejudice to Article 11, paragraph (1) does not apply to the following investigative measures, which always have to be available under the law of the executing State:
a) | het verkrijgen van informatie die of bewijsmateriaal dat reeds in het bezit is van de uitvoerende autoriteit en volgens het recht van de uitvoerende staat in het kader van een strafprocedure of voor de doeleinden van het EOB had kunnen worden verkregen;(a) | the obtaining of information or evidence which is already in the possession of the executing authority and the information or evidence could have been obtained, in accordance with the law of the executing State, in the framework of criminal proceedings or for the purposes of the EIO;
b) | het verkrijgen van informatie die is opgeslagen in gegevensbanken van de politie of rechterlijke autoriteiten waartoe de uitvoerende autoriteit rechtstreeks toegang heeft in het kader van een strafprocedure;(b) | the obtaining of information contained in databases held by police or judicial authorities and directly accessible by the executing authority in the framework of criminal proceedings;
c) | het horen van een getuige, deskundige, slachtoffer, verdachte of beschuldigde persoon of derde op het grondgebied van de uitvoerende staat;(c) | the hearing of a witness, expert, victim, suspected or accused person or third party in the territory of the executing State;
d) | een onderzoeksmaatregel van niet-dwingende of niet-intrusieve aard zoals gedefinieerd in het recht van de uitvoerende staat;(d) | any non-coercive investigative measure as defined under the law of the executing State;
e) | de identificatie van personen die zijn aangesloten op een bepaald telefoonnummer of IP-adres.(e) | the identification of persons holding a subscription of a specified phone number or IP address.
3.   Voorts kan de uitvoerende autoriteit besluiten een andere onderzoeksmaatregel dan die welke is aangegeven in het EOB toe te passen, indien de door de uitvoerende autoriteit geselecteerde onderzoeksmaatregel met minder indringende middelen tot hetzelfde resultaat zou leiden als de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel.3.   The executing authority may also have recourse to an investigative measure other than that indicated in the EIO where the investigative measure selected by the executing authority would achieve the same result by less intrusive means than the investigative measure indicated in the EIO.
4.   Indien de uitvoerende autoriteit besluit een beroep te doen op de in de leden 1 en 3 genoemde mogelijkheid, meldt zij dit eerst aan de uitvaardigende autoriteit, die kan besluiten het EOB in te trekken of aan te vullen.4.   When the executing authority decides to avail itself of the possibility referred to in paragraphs 1 and 3, it shall first inform the issuing authority, which may decide to withdraw or supplement the EIO.
5.   Indien de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel, overeenkomstig lid 1, in het nationale recht van de uitvoerende staat niet bestaat of in een vergelijkbare binnenlandse zaak niet zou kunnen worden toegepast, en indien er geen andere onderzoeksmaatregel is die tot hetzelfde resultaat zou leiden als de gevraagde onderzoeksmaatregel, stelt de uitvoerende autoriteit de uitvaardigende autoriteit ervan in kennis dat de gevraagde bijstand niet verleend is kunnen worden.5.   Where, in accordance with paragraph 1, the investigative measure indicated in the EIO does not exist under the law of the executing State or it would not be available in a similar domestic case and where there is no other investigative measure which would have the same result as the investigative measure requested, the executing authority shall notify the issuing authority that it has not been possible to provide the assistance requested.
Artikel 11Article 11
Gronden voor weigering van de erkenning of de tenuitvoerleggingGrounds for non-recognition or non-execution
1.   Onverminderd artikel 1, lid 4, kan de erkenning of tenuitvoerlegging van een EOB in de uitvoerende staat worden geweigerd indien:1.   Without prejudice to Article 1(4), recognition or execution of an EIO may be refused in the executing State where:
a) | het EOB volgens het recht van de uitvoerende staat wegens een immuniteit of voorrecht, dan wel wegens voorschriften betreffende het vaststellen en beperken van strafrechtelijke aansprakelijkheid in verband met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in andere media, niet ten uitvoer kan worden gelegd;(a) | there is an immunity or a privilege under the law of the executing State which makes it impossible to execute the EIO or there are rules on determination and limitation of criminal liability relating to freedom of the press and freedom of expression in other media, which make it impossible to execute the EIO;
b) | in een specifiek geval de tenuitvoerlegging van het EOB de wezenlijke belangen van nationale veiligheid zou schaden, de bron van de informatie in gevaar zou brengen of het gebruik zou inhouden van gerubriceerde gegevens met betrekking tot specifiek inlichtingenwerk;(b) | in a specific case the execution of the EIO would harm essential national security interests, jeopardise the source of the information or involve the use of classified information relating to specific intelligence activities;
c) | het EOB is uitgevaardigd in een procedure in de zin van artikel 4, onder b) en c), en de onderzoeksmaatregel volgens het recht van de uitvoerende staat in een vergelijkbare binnenlandse zaak niet zou worden toegestaan;(c) | the EIO has been issued in proceedings referred to in Article 4(b) and (c) and the investigative measure would not be authorised under the law of the executing State in a similar domestic case;
d) | de tenuitvoerlegging van het EOB in strijd zou zijn met het „ne bis in idem”-beginsel;(d) | the execution of the EIO would be contrary to the principle of ne bis in idem;
e) | het EOB betrekking heeft op een strafbaar feit dat buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat en geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van de uitvoerende staat zou zijn gepleegd, en dat volgens het recht van de uitvoerende staat niet strafbaar is;(e) | the EIO relates to a criminal offence which is alleged to have been committed outside the territory of the issuing State and wholly or partially on the territory of the executing State, and the conduct in connection with which the EIO is issued is not an offence in the executing State;
f) | er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de uitvoering van de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel niet verenigbaar zou zijn met de verplichtingen die overeenkomstig artikel 6 VEU en het Handvest op de uitvoerende staat rusten;(f) | there are substantial grounds to believe that the execution of the investigative measure indicated in the EIO would be incompatible with the executing State's obligations in accordance with Article 6 TEU and the Charter;
g) | het feit waarvoor het EOB is uitgevaardigd, volgens het recht van de uitvoerende staat niet strafbaar is, tenzij het een in bijlage D bedoeld en door de uitvaardigende autoriteit in het EOB vermeld strafbaar feit betreft, waarop in de uitvaardigende staat een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximum van ten minste drie jaar staat, of(g) | the conduct for which the EIO has been issued does not constitute an offence under the law of the executing State, unless it concerns an offence listed within the categories of offences set out in Annex D, as indicated by the issuing authority in the EIO, if it is punishable in the issuing State by a custodial sentence or a detention order for a maximum period of at least three years; or
h) | de toepassing van de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregel volgens het recht van de uitvoerende staat beperkt is tot een lijst of categorie strafbare feiten of tot feiten die tenminste strafbaar worden gesteld met een bepaalde straf, waartoe het strafbaar feit waarop het EOB betrekking heeft niet behoort.(h) | the use of the investigative measure indicated in the EIO is restricted under the law of the executing State to a list or category of offences or to offences punishable by a certain threshold, which does not include the offence covered by the EIO.
2.   Lid 1, onder g) en h), geldt niet voor de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksmaatregelen.2.   Paragraphs 1(g) and 1(h) do not apply to investigative measures referred to in Article 10(2).
3.   Indien het EOB een strafbaar feit betreft in verband met belastingen of heffingen, douane en deviezen weigert de uitvoerende autoriteit de erkenning of tenuitvoerlegging niet op grond van het feit dat het recht van de uitvoerende staat niet voorziet in dezelfde soort belasting of heffing, of niet dezelfde soort regeling inzake belastingen, heffingen, douane en deviezen kent als het recht van de uitvaardigende staat.3.   Where the EIO concerns an offence in connection with taxes or duties, customs and exchange, the executing authority shall not refuse recognition or execution on the ground that the law of the executing State does not impose the same kind of tax or duty or does not contain a tax, duty, customs and exchange regulation of the same kind as the law of the issuing State.
4.   In de in lid 1, onder a), b), d), e) en f), bedoelde gevallen overlegt de uitvoerende autoriteit, alvorens te besluiten dat zij een EOB, geheel of gedeeltelijk, niet erkent of ten uitvoer legt, op iedere gepaste wijze met de uitvaardigende autoriteit; en verzoekt de uitvoerende autoriteit, indien nodig, de uitvaardigende autoriteit onverwijld alle benodigde gegevens te verstrekken.4.   In the cases referred to in points (a), (b), (d), (e) and (f) of paragraph 1 before deciding not to recognise or not to execute an EIO, either in whole or in part the executing authority shall consult the issuing authority, by any appropriate means, and shall, where appropriate, request the issuing authority to supply any necessary information without delay.
5.   Indien een autoriteit van de uitvoerende staat bevoegd is tot opheffing van een voorrecht of immuniteit, wordt hierom in het in lid 1, onder a), bedoelde geval door de uitvoerende autoriteit onmiddellijk verzocht. Indien een autoriteit van een andere staat of van een internationale organisatie bevoegd is tot opheffing van het voorrecht of de immuniteit, wordt de betrokken autoriteit hierom door de uitvaardigende autoriteit verzocht.5.   In the case referred to in paragraph 1(a) and where power to waive the privilege or immunity lies with an authority of the executing State, the executing authority shall request it to exercise that power forthwith. Where power to waive the privilege or immunity lies with an authority of another State or international organisation, it shall be for the issuing authority to request the authority concerned to exercise that power.
Artikel 12Article 12
Termijnen voor erkenning of tenuitvoerleggingTime limits for recognition or execution
1.   De beslissing betreffende de erkenning of tenuitvoerlegging wordt genomen en de uitvoering van de onderzoeksmaatregel vindt plaats met dezelfde snelheid en prioriteit als ware het een vergelijkbare binnenlandse zaak, en in ieder geval binnen de in dit artikel bepaalde termijnen.1.   The decision on the recognition or execution shall be taken and the investigative measure shall be carried out with the same celerity and priority as for a similar domestic case and, in any case, within the time limits provided in this Article.
2.   Indien de uitvaardigende autoriteit in het EOB heeft aangegeven dat, wegens proceduretermijnen, de ernst van het strafbaar feit of andere bijzonder dringende omstandigheden, een kortere termijn nodig is dan die welke in dit artikel zijn vastgesteld, of indien de uitvaardigende autoriteit in het EOB heeft aangegeven dat de onderzoeksmaatregel op een bepaalde datum ten uitvoer dient te worden gelegd, houdt de uitvoerende autoriteit daarmee zo veel mogelijk rekening.2.   Where the issuing authority has indicated in the EIO that, due to procedural deadlines, the seriousness of the offence or other particularly urgent circumstances, a shorter deadline than those provided in this Article is necessary, or if the issuing authority has indicated in the EIO that the investigative measure must be carried out on a specific date, the executing authority shall take as full account as possible of this requirement.
3.   De uitvoerende autoriteit neemt de beslissing betreffende de erkenning of tenuitvoerlegging van het EOB zo spoedig mogelijk en, onverminderd lid 5, uiterlijk dertig dagen na de ontvangst van het EOB door de bevoegde uitvoerende autoriteit.3.   The executing authority shall take the decision on the recognition or execution of the EIO as soon as possible and, without prejudice to paragraph 5, no later than 30 days after the receipt of the EIO by the competent executing authority.
4.   Tenzij er op grond van artikel 15 redenen tot uitstel bestaan dan wel de uitvoerende staat het bewijsmateriaal genoemd in de in het EOB vervatte onderzoeksmaatregel reeds in zijn bezit heeft, wordt de onderzoeksmaatregel door de uitvoerende autoriteit onverwijld en, onverminderd lid 5, binnen negentig dagen na het nemen van de in lid 3 bedoelde beslissing uitgevoerd.4.   Unless grounds for postponement under Article 15 exist or evidence mentioned in the investigative measure covered by the EIO is already in the possession of the executing State, the executing authority shall carry out the investigative measure without delay and without prejudice to paragraph 5, not later than 90 days following the taking of the decision referred to in paragraph 3.
5.   In specifieke gevallen waarin het voor de bevoegde uitvoerende autoriteit niet haalbaar is de in lid 3 genoemde termijn of de in lid 2 genoemde specifieke datum na te leven, stelt zij de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende staat hiervan onverwijld en op elke willekeurige wijze in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging en van de voor het nemen van de beslissing nodig geachte tijd. In dat geval kan de in lid 3 bedoelde termijn met ten hoogste dertig dagen worden verlengd.5.   If it is not practicable in a specific case for the competent executing authority to meet the time limit set out in paragraph 3 or the specific date set out in paragraph 2, it shall, without delay, inform the competent authority of the issuing State by any means, giving the reasons for the delay and the estimated time necessary for the decision to be taken. In such a case, the time limit laid down in paragraph 3 may be extended by a maximum of 30 days.
6.   In specifieke gevallen waarin het voor de bevoegde uitvoerende autoriteit niet haalbaar is de in lid 4 genoemde termijn na te leven, stelt zij de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende staat hiervan onverwijld en op elke willekeurige wijze in kennis, met opgave van de redenen voor de vertraging, en overlegt zij met de uitvaardigende autoriteit over een passend tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de onderzoeksmaatregel.6.   If it is not practicable in a specific case for the competent executing authority to meet the time limit set out in paragraph 4, it shall, without delay, inform the competent authority of the issuing State by any means, giving the reasons for the delay and it shall consult with the issuing authority on the appropriate timing to carry out the investigative measure.
Artikel 13Article 13
Overdracht van bewijsmateriaalTransfer of evidence
1.   De uitvoerende autoriteit draagt het bij de tenuitvoerlegging van het EOB verkregen bewijsmateriaal of het bewijsmateriaal dat reeds in het bezit is van de bevoegde instanties van de uitvoerende staat, zonder onnodige vertraging over aan de uitvaardigende staat.1.   The executing authority shall, without undue delay, transfer the evidence obtained or already in the possession of the competent authorities of the executing State as a result of the execution of the EIO to the issuing State.
Indien zulks in het EOB wordt gevraagd en het recht van de uitvoerende staat in die mogelijkheid voorziet, wordt het bewijsmateriaal onmiddellijk overgedragen aan de bevoegde autoriteiten van de uitvaardigende staat die overeenkomstig artikel 9, lid 4, bijstand verlenen bij de tenuitvoerlegging van het EOB.Where requested in the EIO and if possible under the law of the executing State, the evidence shall be immediately transferred to the competent authorities of the issuing State assisting in the execution of the EIO in accordance with Article 9(4).
2.   De overdracht van het bewijsmateriaal kan worden opgeschort in afwachting van een beslissing op een ingesteld rechtsmiddel, tenzij in het EOB voldoende gemotiveerd is dat een onmiddellijke overdracht essentieel is voor het goede verloop van het onderzoek of voor de bescherming van de individuele rechten. De overdracht van het bewijsmateriaal wordt echter opgeschort indien de betrokkene daardoor ernstige en onomkeerbare schade zou lijden.2.   The transfer of the evidence may be suspended, pending a decision regarding a legal remedy, unless sufficient reasons are indicated in the EIO that an immediate transfer is essential for the proper conduct of its investigations or for the preservation of individual rights. However, the transfer of evidence shall be suspended if it would cause serious and irreversible damage to the person concerned.
3.   Bij de overdracht van het verkregen bewijsmateriaal deelt de uitvoerende autoriteit mee of zij verlangt dat het bewijsmateriaal aan de uitvoerende staat wordt teruggegeven zodra de uitvaardigende staat het niet meer nodig heeft.3.   When transferring the evidence obtained, the executing authority shall indicate whether it requires the evidence to be returned to the executing State as soon as it is no longer required in the issuing State.
4.   Indien de betrokken voorwerpen, documenten of gegevens reeds van belang zijn voor andere procedures, kan de uitvoerende autoriteit, op uitdrukkelijk verzoek van en na overleg met de uitvaardigende autoriteit, het bewijsmateriaal tijdelijk overdragen op voorwaarde dat het aan de uitvoerende staat wordt teruggegeven zodra de uitvaardigende staat het niet meer nodig heeft, dan wel op een ander tijdstip of bij een andere gelegenheid, zoals overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten.4.   Where the objects, documents, or data concerned are already relevant for other proceedings, the executing authority may, at the explicit request of and after consultations with the issuing authority, temporarily transfer the evidence on the condition that it be returned to the executing State as soon as it is no longer required in the issuing State or at any other time or occasion agreed between the competent authorities.
Artikel 14Article 14
RechtsmiddelenLegal remedies
1.   De lidstaten zien erop toe dat op de in het EOB aangegeven onderzoeksmaatregelen rechtsmiddelen toepasselijk zijn die gelijkwaardig zijn met die welke in een vergelijkbare binnenlandse zaak mogelijk zijn.1.   Member States shall ensure that legal remedies equivalent to those available in a similar domestic case, are applicable to the investigative measures indicated in the EIO.
2.   De materiële gronden voor het uitvaardigen van het EOB kunnen alleen in de uitvaardigende staat worden aangevochten, onverminderd de in de uitvoerende staat gewaarborgde grondrechten.2.   The substantive reasons for issuing the EIO may be challenged only in an action brought in the issuing State, without prejudice to the guarantees of fundamental rights in the executing State.
3.   Indien de geheimhouding van een onderzoek daardoor niet in het gedrang komt, krachtens artikel 19, lid 1, nemen de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit passende maatregelen om ervoor te zorgen dat er informatie wordt verstrekt over de in het nationale recht geboden mogelijkheden om rechtsmiddelen in te stellen, zodra die middelen van toepassing worden, en wel tijdig zodat zij daadwerkelijk kunnen worden toegepast.3.   Where it would not undermine the need to ensure confidentiality of an investigation under Article 19(1), the issuing authority and the executing authority shall take the appropriate measures to ensure that information is provided about the possibilities under national law for seeking the legal remedies when these become applicable and in due time to ensure that they can be exercised effectively.
4.   De lidstaten verzekeren dat de termijnen voor het instellen van een rechtsmiddel dezelfde zijn als die in vergelijkbare binnenlandse zaken, en dat deze termijnen worden gehanteerd op een wijze die garandeert dat het recht tot aanwending van dat rechtsmiddel effectief kan worden gebruikt door de betrokken personen.4.   Member States shall ensure that the time-limits for seeking a legal remedy shall be the same as those that are provided for in similar domestic cases and are applied in a way that guarantees the possibility of the effective exercise of these legal remedies for the parties concerned.
5.   De uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit stellen elkaar in kennis van de rechtsmiddelen die tegen de uitvaardiging, de erkenning of de tenuitvoerlegging van een EOB zijn ingesteld.5.   The issuing authority and the executing authority shall inform each other about the legal remedies sought against the issuing, the recognition or the execution of an EIO.
6.   De instelling van een rechtsmiddel schort de tenuitvoerlegging van de onderzoeksmaatregel niet op, tenzij dat in vergelijkbare binnenlandse zaken wel het geval is.6.   A legal challenge shall not suspend the execution of the investigative measure, unless it is provided in similar domestic cases.
7.   Indien de erkenning of tenuitvoerlegging van een EOB met succes is aangevochten, wordt daarmee in de uitvaardigende staat in overeenstemming met het eigen nationale recht rekening gehouden. Onverminderd de nationale procedurele voorschriften zorgen de lidstaten ervoor dat, bij het beoordelen van het middels het EOB verkregen bewijsmateriaal, de rechten van de verdediging en het eerlijke verloop van de procedures tijdens een strafprocedure in de uitvaardigende staat worden gewaarborgd.7.   The issuing State shall take into account a successful challenge against the recognition or execution of an EIO in accordance with its own national law. Without prejudice to national procedural rules Member States shall ensure that in criminal proceedings in the issuing State the rights of the defence and the fairness of the proceedings are respected when assessing evidence obtained through the EIO
Artikel 15Article 15
Gronden voor uitstel van de erkenning of tenuitvoerleggingGrounds for postponement of recognition or execution
1.   De erkenning of tenuitvoerlegging van het EOB in de uitvoerende staat kan in elk van de volgende gevallen worden uitgesteld:1.   The recognition or execution of the EIO may be postponed in the executing State where:
a) | de tenuitvoerlegging zou een lopend strafrechtelijk onderzoek of een ingestelde strafvervolging kunnen schaden, in welk geval zij wordt uitgesteld voor de tijd dat de uitvoerende staat zulks redelijk acht;(a) | its execution might prejudice an on-going criminal investigation or prosecution, until such time as the executing State deems reasonable;
b) | de betrokken voorwerpen, documenten of gegevens worden reeds in een andere procedure gebruikt, in welk geval de erkenning of tenuitvoerlegging wordt uitgesteld voor de tijd dat zij daarvoor benodigd zijn;(b) | the objects, documents, or data concerned are already being used in other proceedings, until such time as they are no longer required for that purpose.
2.   Zodra de reden voor het uitstel vervalt, neemt de uitvoerende autoriteit onmiddellijk de nodige maatregelen ter tenuitvoerlegging van het EOB en stelt zij de uitvaardigende autoriteit op zodanige wijze in kennis dat dit schriftelijk kan worden vastgelegd.2.   As soon as the ground for postponement has ceased to exist, the executing authority shall forthwith take the necessary measures for the execution of the EIO and inform the issuing authority by any means capable of producing a written record.
Artikel 16Article 16
InformatieplichtObligation to inform
1.   De bevoegde autoriteit in de uitvoerende staat die het EOB ontvangt, geeft onverwijld en in ieder geval binnen een week kennis van de ontvangst van het EOB door het formulier in bijlage B in te vullen en toe te zenden.1.   The competent authority in the executing State which receives the EIO shall, without delay, and in any case within a week of the reception of an EIO, acknowledge reception of the EIO by completing and sending the form set out in Annex B.
Indien overeenkomstig artikel 7, lid 3, een centrale autoriteit is aangewezen, geldt deze verplichting voor zowel de centrale autoriteit als voor de uitvoerende autoriteit die het EOB van de centrale autoriteit ontvangt.Where a central authority has been designated in accordance with Article 7(3), this obligation is applicable both to the central authority and to the executing authority which receives the EIO from the central authority.
In de in artikel 7, lid 6, bedoelde gevallen geldt deze verplichting voor zowel de bevoegde autoriteit die het EOB in eerste instantie heeft ontvangen als de uitvoerende autoriteit waar het EOB uiteindelijk terechtkomt.In the cases referred to in Article 7(6), this obligation applies both to the competent authority which initially received the EIO and to the executing authority to which the EIO is finally transmitted.
2.   Onverminderd artikel 10, leden 4 en 5, geeft de uitvoerende autoriteit bericht aan de uitvaardigende autoriteit onmiddellijk, op elke willekeurige wijze:2.   Without prejudice to Article 10(4) and (5) the executing authority shall inform the issuing authority immediately by any means:
a) | indien de uitvoerende autoriteit onmogelijk een beslissing over de erkenning of tenuitvoerlegging kan nemen omdat het formulier als voorzien in bijlage A onvolledig is of kennelijk onjuist is ingevuld;(a) | if it is impossible for the executing authority to take a decision on the recognition or execution due to the fact that the form provided for in Annex A is incomplete or manifestly incorrect;
b) | indien de uitvoerende autoriteit het tijdens de tenuitvoerlegging van het EOB zonder verdere navraag passend acht onderzoeksmaatregelen uit te voeren waarin oorspronkelijk niet was voorzien — of die op het ogenblik waarop het EOB werd uitgevaardigd niet konden worden bepaald — opdat de uitvaardigende autoriteit ter zake verdere maatregelen kan nemen, of(b) | if the executing authority, in the course of the execution of the EIO, considers without further enquiries that it may be appropriate to carry out investigative measures not initially foreseen, or which could not be specified when the EIO was issued, in order to enable the issuing authority to take further action in the specific case; or
c) | indien de uitvoerende autoriteit vaststelt dat zij in een specifiek geval de vormvoorschriften en procedures die de uitvaardigende autoriteit overeenkomstig artikel 9 uitdrukkelijk heeft aangegeven, niet in acht kan nemen.(c) | if the executing authority establishes that, in the specific case, it cannot comply with formalities and procedures expressly indicated by the issuing authority in accordance with Article 9.
Op verzoek van de uitvaardigende autoriteit wordt het bericht onverwijld bevestigd op zodanige wijze dat het schriftelijk kan worden vastgelegd.Upon request by the issuing authority, the information shall be confirmed without delay by any means capable of producing a written record.
3.   Onverminderd artikel 10, leden 4 en 5, geeft de uitvoerende autoriteit bericht aan de uitvaardigende autoriteit onmiddellijk, op elke willekeurige wijze waardoor schriftelijke vastlegging mogelijk is, van:3.   Without prejudice to Article 10(4) and (5) the executing authority shall inform the issuing authority without delay by any means capable of producing a written record:
a) | alle op grond van artikel 10 of artikel 11 genomen besluiten;(a) | of any decision taken pursuant to Articles 10 or 11;
b) | alle besluiten tot uitstel van de tenuitvoerlegging of de erkenning van het EOB, de redenen voor het uitstel en, indien mogelijk, de verwachte duur van het uitstel.(b) | of any decision to postpone the execution or recognition of the EIO, the reasons for the postponement and, if possible, the expected duration of the postponement.
Artikel 17Article 17
Strafrechtelijke aansprakelijkheid met betrekking tot ambtenarenCriminal liability regarding officials
Ambtenaren van de uitvaardigende staat die in het kader van de toepassing van deze richtlijn aanwezig zijn op het grondgebied van de uitvoerende staat, worden met betrekking tot tegen of door hen gepleegde misdrijven beschouwd als ambtenaren van de uitvoerende staat.When present in the territory of the executing State in the framework of the application of this Directive, officials from the issuing State shall be regarded as officials of the executing State with respect to offences committed against them or by them.
Artikel 18Article 18
Burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ambtenarenCivil liability regarding officials
1.   Indien in het kader van de toepassing van deze richtlijn ambtenaren van een lidstaat aanwezig zijn op het grondgebied van een andere lidstaat, is de eerste lidstaat aansprakelijk voor alle schade die zijn ambtenaren tijdens hun werkzaamheden hebben aangericht, zulks overeenkomstig het recht van de lidstaat op het grondgebied waarvan zij werken.1.   Where, in the framework of the application of this Directive, officials of a Member State are present in the territory of another Member State, the former Member State shall be liable for any damage caused by its officials during their operations, in accordance with the law of the Member State in whose territory they are operating.
2.   De lidstaat op het grondgebied waarvan de in lid 1 bedoelde schade wordt veroorzaakt, vergoedt deze schade op dezelfde wijze als schade die door zijn eigen ambtenaren wordt toegebracht.2.   The Member State in whose territory the damage referred to in paragraph 1 was caused shall make good such damage under the conditions applicable to damage caused by its own officials.
3.   De lidstaat waarvan de ambtenaren op het grondgebied van een andere lidstaat enige schade hebben veroorzaakt, betaalt het volledige bedrag terug dat deze andere lidstaat aan de slachtoffers of hun rechthebbenden heeft uitgekeerd.3.   The Member State whose officials have caused damage to any person in the territory of another Member State shall reimburse in full any sums the latter Member State has paid to the victims or persons entitled on their behalf.
4.   Onverminderd de uitoefening van zijn rechten tegenover derden en met uitzondering van het bepaalde in lid 3, ziet elke lidstaat er in de in lid 1 bedoelde gevallen van af het bedrag van de door hem geleden schade op een andere lidstaat te verhalen.4.   Without prejudice to the exercise of its rights vis-à-vis third parties and with the exception of paragraph 3, each Member State shall refrain in cases referred to in paragraph 1 from requesting reimbursement of damages it has sustained from another Member State.
Artikel 19Article 19
GeheimhoudingConfidentiality
1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de uitvaardigende autoriteiten en de uitvoerende autoriteiten bij de tenuitvoerlegging van een EOB de geheimhouding van het onderzoek voldoende in acht nemen.1.   Each Member State shall take the necessary measures to ensure that in the execution of an EIO the issuing authority and the executing authority take due account of the confidentiality of the investigation.
2.   De uitvoerende autoriteit garandeert, overeenkomstig haar nationale recht, de geheimhouding van de feiten en de inhoud van het EOB, behalve voor zover deze gegevens met het oog op de tenuitvoerlegging van de onderzoeksmaatregelen moeten worden vrijgegeven. Indien de uitvoerende autoriteit niet in staat is aan de geheimhoudingsplicht te voldoen, stelt zij de uitvaardigende autoriteit hiervan onverwijld in kennis.2.   The executing authority shall, in accordance with its national law, guarantee the confidentiality of the facts and the substance of the EIO, except to the extent necessary to execute the investigative measure. If the executing authority cannot comply with the requirement of confidentiality, it shall notify the issuing authority without delay.
3.   Overeenkomstig het nationale recht en tenzij anders bepaald door de uitvoerende autoriteit, zorgt de uitvaardigende autoriteit ervoor dat het bewijsmateriaal of de gegevens die door de uitvoerende autoriteit zijn verstrekt, niet worden vrijgegeven, behalve voor zover vrijgave nodig is met het oog op de in het EOB omschreven onderzoeken of procedures.3.   The issuing authority shall, in accordance with its national law and unless otherwise indicated by the executing authority, not disclose any evidence or information provided by the executing authority, except to the extent that its disclosure is necessary for the investigations or proceedings described in the EIO.
4.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat banken niet aan de betrokken klanten van de bank of aan andere derden meedelen dat overeenkomstig de artikelen 26 en 27 gegevens aan de uitvaardigende staat zijn doorgegeven of dat er een onderzoek loopt.4.   Each Member State shall take the necessary measures to ensure that banks do not disclose to the bank customer concerned or to other third persons that information has been transmitted to the issuing State in accordance with Articles 26 and 27 or that an investigation is being carried out.
Artikel 20Article 20
Bescherming van persoonsgegevensProtection of personal data
Bij de uitvoering van deze richtlijn zorgen de lidstaten ervoor dat persoonsgegevens worden beschermd en uitsluitend mogen worden verwerkt overeenkomstig Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (17), en overeenkomstig de beginselen van het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens van 28 januari 1981 en het aanvullende protocol.When implementing this Directive, Member States shall ensure that personal data are protected and may only be processed in accordance with Council Framework Decision 2008/977/JHA (17) and the principles of the Council of Europe Convention for the protection of Individuals with regard to the Automatic Processing of Personal Data of 28 January 1981 and its Additional Protocol.
De toegang tot deze gegevens wordt beperkt, onverminderd rechten van de betrokkene. Alleen bevoegde personen mogen toegang hebben tot dergelijke gegevens.Access to such data shall be restricted, without prejudice to the rights of the data subject. Only authorised persons may have access to such data.
Artikel 21Article 21
KostenCosts
1.   Tenzij in deze richtlijn anders is bepaald, worden alle kosten die op het grondgebied van de uitvoerende staat in verband met de tenuitvoerlegging van een EOB zijn gemaakt, door deze staat gedragen.1.   Unless otherwise provided in this Directive, the executing State shall bear all costs undertaken on the territory of the executing State which are related to the execution of an EIO.
2.   Als de uitvoerende autoriteit van oordeel is dat de kosten voor de tenuitvoerlegging van het EOB als uitzonderlijk hoog kunnen worden beschouwd, kan zij samen met de uitvaardigende autoriteit nagaan of en hoe de kosten kunnen worden gedeeld, dan wel of het EOB kan worden gewijzigd.2.   Where the executing authority considers that the costs for the execution of the EIO may be deemed exceptionally high, it may consult with the issuing authority on whether and how the costs could be shared or the EIO modified.
De uitvoerende autoriteit geeft de uitvaardigende autoriteit voorafgaandelijk een gespecificeerde opgave van het deel van de kosten dat uitzonderlijk hoog wordt geacht.The executing authority shall inform the issuing authority in advance of the detailed specifications of the part of the costs deemed exceptionally high.
3.   In uitzonderlijke gevallen waarin geen overeenstemming kan worden bereikt aangaande kosten als bedoeld in lid 2, kan de uitvaardigende autoriteit besluiten:3.   In exceptional situations where no agreement can be reached with regard to the costs referred to in paragraph 2, the issuing authority may decide to:
a) | het EOB geheel of gedeeltelijk in te trekken, of(a) | withdraw the EIO in whole or in part; or
b) | het EOB te handhaven en het deel van de kosten te dragen dat uitzonderlijk hoog wordt geacht.(b) | keep the EIO, and bear the part of the costs deemed exceptionally high.
HOOFDSTUK IVCHAPTER IV
SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR BEPAALDE ONDERZOEKSMAATREGELENSPECIFIC PROVISIONS FOR CERTAIN INVESTIGATIVE MEASURES
Artikel 22Article 22
Tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis naar de uitvaardigende staat ter uitvoering van een onderzoeksmaatregelTemporary transfer to the issuing State of persons held in custody for the purpose of carrying out an investigative measure
1.   Een EOB kan worden uitgevaardigd met het oog op de tijdelijke overbrenging van een persoon in hechtenis in de uitvoerende staat, ter uitvoering van een onderzoeksmaatregel voor het verzamelen van bewijs, waarvoor de aanwezigheid van die persoon op het grondgebied van de uitvaardigende staat is vereist, mits de betrokkene binnen de door de uitvoerende staat bepaalde termijn wordt teruggezonden.1.   An EIO may be issued for the temporary transfer of a person in custody in the executing State for the purpose of carrying out an investigative measure with a view to gathering evidence for which the presence of that person on the territory of the issuing State is required, provided that he shall be sent back within the period stipulated by the executing State.
2.   Behalve op de in artikel 11 genoemde gronden voor weigering van erkenning of tenuitvoerlegging kan de tenuitvoerlegging van het EOB worden geweigerd indien:2.   In addition to the grounds for non-recognition or non-execution referred to in Article 11 the execution of the EIO may also be refused if:
a) | de persoon in hechtenis er niet in toestemt, of(a) | the person in custody does not consent; or
b) | de overbrenging de detentie van de persoon in hechtenis kan verlengen.(b) | the transfer is liable to prolong the detention of the person in custody.
3.   Onverminderd lid 2, onder a), wordt, indien de uitvoerende staat het in verband met de leeftijd of de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de persoon in hechtenis nodig acht, aan diens wettelijk vertegenwoordiger de mogelijkheid geboden zijn mening te geven over de tijdelijke overbrenging.3.   Without prejudice to paragraph 2(a), where the executing State considers it necessary in view of the person's age or physical or mental condition, the opportunity to state the opinion on the temporary transfer shall be given to the legal representative of the person in custody.
4.   In de in lid 1 bedoelde gevallen wordt op verzoek toegestaan dat de persoon in hechtenis over het grondgebied van een derde lidstaat („de lidstaat van doorvoer”) reist, mits alle benodigde documenten worden overgelegd.4.   In cases referred to in paragraph 1, transit of the person in custody through the territory of a third Member State (‘the Member State of transit’) shall be granted on application, accompanied by all necessary documents.
5.   De praktische regeling voor de tijdelijke overbrenging van de betrokkene met inbegrip van de specifieke voorwaarden waaronder hij in de uitvaardigende staat zal worden gedetineerd en de termijnen waarbinnen hij uit de uitvoerende staat moet worden overgebracht en daarheen moet worden teruggebracht, worden door de uitvaardigende staat en de uitvoerende staat overeengekomen, met inachtneming van de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene en het in de uitvaardigende staat vereiste beveiligingsniveau.5.   The practical arrangements regarding the temporary transfer of the person including the details of his custody conditions in the issuing State, and the dates by which he must be transferred from and returned to the territory of the executing State shall be agreed between the issuing State and the executing State, ensuring that the physical and mental condition of the person concerned, as well as the level of security required in the issuing State, are taken into account.
6.   De overgebrachte persoon blijft op het grondgebied van de uitvaardigende staat en, in voorkomend geval, van de lidstaat van doorvoer, in hechtenis wegens de feiten ten aanzien waarvan hij in de uitvoerende staat als verdachte of veroordeelde in hechtenis werd genomen, tenzij de uitvoerende staat om zijn vrijlating verzoekt.6.   The transferred person shall remain in custody in the territory of the issuing State and, where applicable, in the territory of the Member State of transit, for the acts or convictions for which he has been kept in custody in the executing State, unless the executing State applies for his release.
7.   De hechtenis op het grondgebied van de uitvaardigende staat wordt in mindering gebracht op de duur van de vrijheidsbeneming die de betrokkene op het grondgebied van de uitvoerende staat moet of zal moeten ondergaan.7.   The period of custody in the territory of the issuing State shall be deducted from the period of detention which the person concerned is or will be obliged to undergo in the territory of the executing State.
8.   Onverminderd lid 6 wordt de overgebrachte persoon in de uitvaardigende staat niet vervolgd, in hechtenis genomen of anderszins aan een beperking van de persoonlijke vrijheid onderworpen wegens feiten die zijn gepleegd of veroordelingen die zijn uitgesproken voordat hij het grondgebied van de uitvoerende staat heeft verlaten en die niet in het EOB zijn vermeld.8.   Without prejudice to paragraph 6, a transferred person shall not be prosecuted or detained or subjected to any other restriction of his personal liberty in the issuing State for acts committed or convictions handed down before his departure from the territory of the executing State and which are not specified in the EIO.
9.   De in lid 8 bedoelde onschendbaarheid neemt een einde indien de overgebrachte persoon gedurende een termijn van vijftien opeenvolgende dagen vanaf de datum waarop zijn aanwezigheid niet langer door de uitvaardigende autoriteit was vereist, de gelegenheid heeft gehad het grondgebied te verlaten, maar:9.   The immunity referred to in paragraph 8 shall cease to exist if the transferred person, having had an opportunity to leave for a period of 15 consecutive days from the date when his presence is no longer required by the issuing authorities, has either:
a) | er niettemin is gebleven, of(a) | nevertheless remained in the territory; or
b) | er, na het te hebben verlaten, is teruggekeerd.(b) | having left it, has returned.
10.   De kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel worden gedragen overeenkomstig artikel 21, met uitzondering van de kosten die voortvloeien uit de overbrenging van de betrokkene naar en van de uitvaardigende staat, die door die staat worden gedragen.10.   Costs resulting from the application of this Article shall be borne in accordance with Article 21, except for the costs arising from the transfer of the person to and from the issuing State which shall be borne by that State.
Artikel 23Article 23
Tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis naar de uitvoerende staat ter uitvoering van een onderzoeksmaatregelTemporary transfer to the executing State of persons held in custody for the purpose of carrying out an investigative measure
1.   Een EOB kan worden uitgevaardigd voor de tijdelijke overbrenging van een persoon in hechtenis in de uitvaardigende staat, met het oog op de uitvoering van een onderzoeksmaatregel voor het verzamelen van bewijs, waarvoor zijn aanwezigheid op het grondgebied van de uitvoerende staat is vereist.1.   An EIO may be issued for the temporary transfer of a person held in custody in the issuing State for the purpose of carrying out an investigative measure with a view to gathering evidence for which his presence on the territory of the executing State is required.
2.   Lid 2, onder a), en artikel 22, leden 3 tot en met 9, zijn van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke overbrenging volgens onderhavig artikel.2.   Paragraph 2(a) and paragraphs 3 to 9 of Article 22 are applicable mutatis mutandis to the temporary transfer under this Article.
3.   Kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel worden gedragen overeenkomstig artikel 21, met uitzondering van de kosten die voortvloeien uit de overbrenging van de betrokkene naar en van de uitvoerende staat die door de uitvaardigende staat worden gedragen.3.   Costs resulting from the application of this Article shall be borne in accordance with Article 21, except for the costs arising from the transfer of the person concerned to and from the executing State which shall be borne by the issuing State.
Artikel 24Article 24
Verhoor per videoconferentie of met andere audiovisuele transmissiemiddelenHearing by videoconference or other audiovisual transmission
1.   Indien een persoon zich op het grondgebied van de uitvoerende staat bevindt en door de bevoegde autoriteiten van de uitvaardigende staat als getuige of deskundige moet worden gehoord, kan de uitvaardigende autoriteit een EOB uitvaardigen om de getuige of deskundige per videoconferentie of andere audiovisuele transmissie te doen verhoren, overeenkomstig de leden 5 tot en met 7.1.   Where a person is in the territory of the executing State and has to be heard as a witness or expert by the competent authorities of the issuing State, the issuing authority may issue an EIO in order to hear the witness or expert by videoconference or other audiovisual transmission in accordance with paragraphs 5 to 7.
De uitvaardigende autoriteit kan tevens een EOB uitvaardigen voor het verhoren van een verdachte of een beschuldigde persoon per videoconferentie of met andere audiovisuele transmissiemiddelen.The issuing authority may also issue an EIO for the purpose of hearing a suspected or accused person by videoconference or other audiovisual transmission.
2.   In aanvulling op de in artikel 11 genoemde gronden voor weigering van erkenning of tenuitvoerlegging kan de tenuitvoerlegging van het EOB worden geweigerd indien:2.   In addition to the grounds for non-recognition or non-execution referred to in Article 11, execution of an EIO may be refused if either:
a) | de verdachte of beschuldigde persoon er niet in toestemt, of(a) | the suspected or accused person does not consent; or
b) | de tenuitvoerlegging van een dergelijke onderzoeksmaatregel in een bepaalde zaak strijdig is met de fundamentele beginselen van het recht van de uitvoerende staat.(b) | the execution of such an investigative measure in a particular case would be contrary to the fundamental principles of the law of the executing State.
3.   De praktische regeling wordt overeengekomen tussen de uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit. Bij de regeling verbindt de uitvoerende autoriteit zich ertoe:3.   The issuing authority and the executing authority shall agree the practical arrangements. When agreeing such arrangements, the executing authority shall undertake to:
a) | de getuige of deskundige in kennis te stellen van plaats en tijdstip van het verhoor;(a) | summon the witness or expert concerned, indicating the time and the venue of the hearing;
b) | de verdachte of de beschuldigde persoon in overeenstemming met de nadere regels van het recht van de uitvaardigende staat te gelasten voor het verhoor te verschijnen en de betrokkene op zijn rechten volgens het recht van de uitvaardigende staat te wijzen, op een tijdstip dat het hem mogelijk maakt zijn rechten op verdediging daadwerkelijk uit te oefenen;(b) | summon the suspected or accused persons to appear for the hearing in accordance with the detailed rules laid down in the law of the executing State and inform such persons about their rights under the law of the issuing State, in such a time as to allow them to exercise their rights of defence effectively;
c) | ervoor te zorgen dat de identiteit wordt vastgesteld van de persoon die moet worden verhoord.(c) | ensure the identity of the person to be heard.
4.   Indien in de omstandigheden van een specifiek geval de uitvoerende autoriteit niet over de technische middelen voor een verhoor per videoconferentie beschikt, kunnen deze na overleg ter beschikking worden gesteld door de uitvaardigende staat.4.   If in circumstances of a particular case the executing authority has no access to technical means for a hearing held by videoconference, such means may be made available to it by the issuing State by mutual agreement.
5.   Met betrekking tot verhoor per videoconferentie of met andere audiovisuele transmissiemiddelen gelden de volgende regels:5.   Where a hearing is held by videoconference or other audiovisual transmission, the following rules shall apply:
a) | de bevoegde autoriteit van de uitvoerende staat is aanwezig tijdens het verhoor, indien nodig bijgestaan door een tolk, en heeft tot taak de identiteit van de te verhoren persoon te laten vaststellen en erop toe te zien dat de fundamentele beginselen van het recht van de uitvoerende staat in acht worden genomen. | Indien de uitvoerende autoriteit van oordeel is dat de fundamentele beginselen van het recht van de uitvoerende staat tijdens het verhoor worden geschonden, treft zij onverwijld de nodige maatregelen opdat het verhoor verder met inachtneming van deze beginselen verloopt;(a) | the competent authority of the executing State shall be present during the hearing, where necessary assisted by an interpreter, and shall also be responsible for ensuring both the identity of the person to be heard and respect for the fundamental principles of the law of the executing State. | If the executing authority is of the view that during the hearing the fundamental principles of the law of the executing State are being infringed, it shall immediately take the necessary measures to ensure that the hearing continues in accordance with those principles;
b) | de bevoegde autoriteiten van de uitvaardigende staat en die van de uitvoerende staat komen indien nodig maatregelen ter bescherming van de te verhoren persoon overeen;(b) | measures for the protection of the person to be heard shall be agreed, where necessary, between the competent authorities of the issuing State and the executing State;
c) | het verhoor wordt rechtstreeks door of onder leiding van de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende staat overeenkomstig het recht van die staat afgenomen;(c) | the hearing shall be conducted directly by, or under the direction of, the competent authority of the issuing State in accordance with its own laws;
d) | op verzoek van de uitvaardigende staat of van de te verhoren persoon draagt de uitvoerende staat er zorg voor dat de persoon die wordt verhoord indien nodig door een tolk wordt bijgestaan;(d) | at the request of the issuing State or the person to be heard, the executing State shall ensure that the person to be heard is assisted by an interpreter, if necessary;
e) | de verdachte of beschuldigde persoon wordt voorafgaand aan het verhoor op de hoogte gesteld van de procedurele rechten, met name het verschoningsrecht, die hij volgens het recht van de uitvoerende staat en van de uitvaardigende staat geniet. Getuigen en deskundigen kunnen zich beroepen op het verschoningsrecht dat zij volgens het recht van de uitvoerende staat of de uitvaardigende staat genieten, en worden daarvan voorafgaand aan het verhoor op de hoogte gesteld.(e) | suspected or accused persons shall be informed in advance of the hearing of the procedural rights which would accrue to them, including the right not to testify, under the law of the executing State and the issuing State. Witnesses and experts may claim the right not to testify which would accrue to them under the law of either the executing or the issuing State and shall be informed about this right in advance of the hearing.
6.   Onverminderd de maatregelen die ter bescherming van personen zijn overeengekomen, stelt de uitvoerende autoriteit na afloop van het verhoor een proces-verbaal op, waarin wordt vermeld: de datum en de plaats van het verhoor; de identiteit van de verhoorde persoon; de identiteit en de hoedanigheid van alle andere personen die in de uitvoerende staat aan het verhoor hebben deelgenomen; eventuele beëdigingen; en de technische omstandigheden waaronder het verhoor heeft plaatsgevonden. De uitvoerende autoriteit stuurt dit document aan de uitvaardigende autoriteit.6.   Without prejudice to any measures agreed for the protection of persons, on the conclusion of the hearing, the executing authority shall draw up minutes indicating the date and place of the hearing, the identity of the person heard, the identities and functions of all other persons in the executing State participating in the hearing, any oaths taken and the technical conditions under which the hearing took place. The document shall be forwarded by the executing authority to the issuing authority.
7.   Elke lidstaat treft de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat ten aanzien van de betrokkene die overeenkomstig dit artikel op zijn grondgebied wordt verhoord en die weigert een verklaring af te leggen terwijl hij daartoe is verplicht of die niet naar waarheid antwoordt, zijn nationale recht van toepassing is alsof het een verhoor in een nationale procedure betreft.7.   Each Member State shall take the necessary measures to ensure that, where the person is being heard within its territory in accordance with this Article and refuses to testify when under an obligation to testify or does not testify the truth, its national law applies in the same way as if the hearing took place in a national procedure.
Artikel 25Article 25
Verhoor per telefoonconferentieHearing by telephone conference
1.   Indien een persoon die zich op het grondgebied van een lidstaat bevindt, door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat als getuige of deskundige moet worden verhoord, kan de uitvaardigende autoriteit van deze laatste lidstaat, indien het niet wenselijk of mogelijk is de betrokkene persoonlijk op zijn grondgebied te laten verschijnen, en na andere passende middelen te hebben onderzocht, een EOB uitvaardigen om een getuige of een deskundige per telefoonconferentie te laten verhoren zoals voorzien in lid 2.1.   If a person is in the territory of one Member State and has to be heard as a witness or expert by competent authorities of another Member State, the issuing authority of the latter Member State may, where it is not appropriate or possible for the person to be heard to appear in its territory in person, and after having examined other suitable means, issue an EIO in order to hear a witness or expert by telephone conference as provided for in paragraph 2.
2.   Tenzij anders is overeengekomen, is artikel 24, leden 3, 5, 6 en 7, van overeenkomstige toepassing op verhoren per telefoonconferentie.2.   Unless otherwise agreed, Article 24(3), (5), (6) and (7) shall apply mutatis mutandis to hearings by telephone conference.
Artikel 26Article 26
Inlichtingen over bankrekeningen en andere financiële rekeningenInformation on bank and other financial accounts
1.   Een EOB kan worden uitgevaardigd om te laten vaststellen of een natuurlijke of rechtspersoon tegen wie een strafprocedure in kwestie loopt, één of meer rekeningen van om het even welke aard, bezit of controleert bij enige bank op het grondgebied van de uitvoerende staat en in voorkomend geval alle gegevens over de aangeduide rekeningen te laten overleggen.1.   An EIO may be issued in order to determine whether any natural or legal person subject to the criminal proceedings concerned holds or controls one or more accounts, of whatever nature, in any bank located in the territory of the executing State, and if so, to obtain all the details of the identified accounts.
2.   Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om de in lid 1 bedoelde gegevens te kunnen verstrekken volgens de in dit artikel bepaalde voorwaarden.2.   Each Member State shall take the measures necessary to enable it to provide the information referred to in paragraph 1 in accordance with the conditions under this Article.
3.   De in lid 1 bedoelde gegevens kunnen ook, indien deze in het EOB worden gevraagd, betrekking hebben op rekeningen waarvoor de betrokkene tegen wie de strafprocedure loopt, een volmacht heeft.3.   The information referred to in paragraph 1 shall also, if requested in the EIO, include accounts for which the person subject to the criminal proceedings concerned has powers of attorney.
4.   De in dit artikel neergelegde verplichting is alleen van toepassing voor zover de gegevens in het bezit zijn van de bank die de rekening onder zich heeft.4.   The obligation set out in this Article shall apply only to the extent that the information is in the possession of the bank keeping the account.
5.   De uitvaardigende autoriteit geeft in het EOB de redenen op waarom zij van mening is dat de gevraagde inlichtingen vermoedelijk van wezenlijk belang zijn voor de strafprocedure in kwestie, en op welke gronden zij veronderstelt dat banken in de uitvoerende staat de rekening onder zich hebben en, voor zover hierover gegevens beschikbaar zijn, om welke banken het zou kunnen gaan. Het EOB bevat tevens elke beschikbare informatie die de tenuitvoerlegging ervan kan vergemakkelijken.5.   In the EIO the issuing authority shall indicate the reasons why it considers that the requested information is likely to be of substantial value for the purpose of the criminal proceedings concerned and on what grounds it presumes that banks in the executing State hold the account and, to the extent available, which banks may be involved. It shall also include in the EIO any information available which may facilitate its execution.
6.   Voorts kan een EOB worden uitgevaardigd om te laten nagaan of een natuurlijke of rechtspersoon tegen wie de strafprocedure in kwestie loopt, één of meer rekeningen heeft bij enige niet-bancaire financiële instelling op het grondgebied van de uitvoerende staat. De leden 3 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing. In dat geval kan, behalve op de gronden voor weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 11, de tenuitvoerlegging van het EOB ook worden geweigerd als de uitvoering van de onderzoeksmaatregel in een soortgelijke binnenlandse zaak niet zou worden toegestaan.6.   An EIO may also be issued to determine whether any natural or legal person subject to the criminal proceedings concerned holds one or more accounts, in any non-bank financial institution located on the territory of the executing State. Paragraphs 3 to 5 shall apply mutatis mutandis. In such case and in addition to the grounds for non-recognition and non-execution referred to in Article 11, the execution of the EIO may also be refused if the execution of the investigative measure would not be authorised in a similar domestic case.
Artikel 27Article 27
Inlichtingen over bancaire en andere financiële operatiesInformation on banking and other financial operations
1.   Een EOB kan worden uitgevaardigd met het oog op het verkrijgen van de bijzonderheden betreffende gespecificeerde bankrekeningen en betreffende bankoperaties die in een bepaald tijdvak zijn verricht via één of meer in het EOB genoemde bankrekeningen, met inbegrip van de bijzonderheden betreffende een rekening van herkomst of bestemming.1.   An EIO may be issued in order to obtain the details of specified bank accounts and of banking operations which have been carried out during a defined period through one or more accounts specified therein, including the details of any sending or recipient account.
2.   Iedere lidstaat neemt de nodige maatregelen om de in lid 1 bedoelde gegevens te kunnen verstrekken volgens de in dit artikel bepaalde voorwaarden.2.   Each Member State shall take the measures necessary to enable it to provide the information referred to in paragraph 1 in accordance with the conditions under this Article.
3.   De in dit artikel neergelegde verplichting is alleen van toepassing voor zover de gegevens in het bezit zijn van de bank waar de rekening wordt gehouden.3.   The obligation set out in this Article shall apply only to the extent that the information is in the possession of the bank in which the account is held.
4.   De uitvaardigende autoriteit geeft in het EOB de redenen op waarom zij de gevraagde inlichtingen van belang acht voor de strafprocedure in kwestie.4.   In the EIO the issuing authority shall indicate the reasons why it considers the requested information relevant for the purpose of the criminal proceedings concerned.
5.   Voorts kan een EOB met betrekking tot de in lid 1 verstrekte inlichtingen worden uitgevaardigd betreffende de financiële operaties van niet-bancaire financiële instellingen. De leden 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing. In dit geval kan, behalve op de gronden voor weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 11, de tenuitvoerlegging van het EOB worden geweigerd als de uitvoering van de onderzoeksmaatregel in een soortgelijke binnenlandse zaak niet zou worden toegestaan.5.   An EIO may also be issued with regard to the information provided for in paragraph 1 with reference to the financial operations conducted by non-banking financial institutions. Paragraphs 3 to 4 shall apply mutatis mutandis. In such case and in addition to the grounds for non-recognition and non-execution referred to in Article 11, the execution of the EIO may also be refused where the execution of the investigative measure would not be authorised in a similar domestic case.
Artikel 28Article 28
Onderzoeksmaatregelen waarbij rechtstreeks, doorlopend en gedurende een bepaalde tijdspanne bewijsmateriaal wordt verzameldInvestigative measures implying the gathering of evidence in real time, continuously and over a certain period of time
1.   Indien het EOB wordt uitgevaardigd ter uitvoering van een onderzoeksmaatregel waarbij rechtstreeks, doorlopend en gedurende een bepaalde tijdspanne bewijsmateriaal moet wordt verzameld, zoals:1.   When the EIO is issued for the purpose of executing an investigative measure requiring the gathering of evidence in real time, continuously and over a certain period of time, such as:
a) | toezicht op bancaire of andere financiële operaties via één of meer gespecificeerde rekeningen;(a) | the monitoring of banking or other financial operations that are being carried out through one or more specified accounts;
b) | gecontroleerde aflevering op het grondgebied van de uitvoerende staat;(b) | the controlled deliveries on the territory of the executing State;
kan, behalve op de gronden voor weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 11, de tenuitvoerlegging van het EOB worden geweigerd als de uitvoering van de betrokken onderzoeksmaatregel in een soortgelijke binnenlandse zaak niet zou worden toegestaan.its execution may be refused, in addition to the grounds for non-recognition and non-execution referred to in Article 11, if the execution of the investigative measure concerned would not be authorised in a similar domestic case.
2.   De praktische regeling voor de onderzoeksmaatregel, bedoeld in lid 1, onder b), en voor ieder ander doel, wordt door de uitvaardigende staat en de uitvoerende staat afgesproken.2.   The practical arrangements regarding the investigative measure referred to in paragraph 1(b) and wherever else necessary shall be agreed between the issuing State and the executing State.
3.   De uitvaardigende autoriteit geeft in het EOB de redenen op waarom zij de gevraagde inlichtingen van belang acht voor de strafprocedure in kwestie.3.   The issuing authority shall indicate in the EIO why it considers the information requested relevant for the purpose of the criminal proceedings concerned.
4.   Het recht om op te treden en operaties in verband met de tenuitvoerlegging van een EOB in de zin van lid 1 te leiden en te controleren, berust bij de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat.4.   The right to act, to direct and to control operations related to the execution of an EIO referred to in paragraph 1 shall lie with the competent authorities of the executing State.
Artikel 29Article 29
InfiltratieoperatiesCovert investigations
1.   De uitvoerende staat kan in een EOB worden verzocht de uitvaardigende staat te helpen bij een strafrechtelijk onderzoek dat wordt verricht door functionarissen die infiltreren of met een fictieve identiteit werken (infiltratieoperaties).1.   An EIO may be issued for the purpose of requesting the executing State to assist the issuing State in the conduct of investigations into crime by officers acting under covert or false identity (‘covert investigations’).
2.   De uitvaardigende autoriteit geeft in het EOB aan waarom zij van mening is dat de infiltratieoperatie vermoedelijk van belang is voor de strafprocedure. De beslissing inzake de erkenning en tenuitvoerlegging van een volgens dit artikel uitgevaardigd EOB wordt per geval genomen door de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat, met inachtneming van het recht en de procedures van deze staat.2.   The issuing authority shall indicate in the EIO why it considers that the covert investigation is likely to be relevant for the purpose of the criminal proceedings. The decision on the recognition and execution of an EIO issued under this Article shall be taken in each individual case by the competent authorities of the executing State with due regard to its national law and procedures.
3.   Behalve op de in artikel 11 genoemde gronden voor weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging, kan de uitvoerende autoriteit de tenuitvoerlegging van een in lid 1 bedoeld EOB weigeren indien:3.   In addition to the grounds for non-recognition and non-execution referred to in Article 11, the executing authority may refuse to execute an EIO referred to in paragraph 1, where:
a) | de uitvoering van de infiltratieoperatie in een soortgelijke binnenlandse zaak niet zou worden toegestaan, of(a) | the execution of the covert investigation would not be authorised in a similar domestic case; or
b) | er geen regeling kon worden getroffen voor infiltratieoperaties in de zin van lid 4.(b) | it was not possible to reach an agreement on the arrangements for the covert investigations under paragraph 4.
4.   Infiltratieoperaties vinden plaats volgens de wetgeving en procedures van de lidstaat op het grondgebied waarvan zij worden uitgevoerd. Het recht om op te treden en operaties in verband met de infiltratieoperatie te leiden en te controleren, berust uitsluitend bij de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat. De duur van de infiltratieoperaties, de nadere voorwaarden en de rechtspositie van de betrokken functionarissen tijdens infiltratieoperaties worden door de uitvaardigende staat en de uitvoerende staat overeengekomen, met inachtneming van hun nationale wetgeving en procedures.4.   Covert investigations shall take place in accordance with the national law and procedures of the Member State on the territory of which the covert investigation takes place. The right to act, to direct and to control the operation related to the covert investigation shall lie solely with the competent authorities of the executing State. The duration of the covert investigation, the detailed conditions, and the legal status of the officers concerned during covert investigations shall be agreed between the issuing State and the executing State with due regard to their national laws and procedures.
HOOFDSTUK VCHAPTER V
INTERCEPTIE VAN TELECOMMUNICATIEINTERCEPTION OF TELECOMMUNICATIONS
Artikel 30Article 30
Interceptie van telecommunicatie met technische hulp van een andere lidstaatInterception of telecommunications with technical assistance of another Member State
1.   Een EOB kan worden uitgevaardigd voor de interceptie van telecommunicatie in de lidstaat van waaruit technische bijstand nodig is.1.   An EIO may be issued for the interception of telecommunications in the Member State from which technical assistance is needed.
2.   Indien de technische bijstand voor dezelfde interceptie van telecommunicatie geheel door meerdere lidstaten kan worden verleend, wordt het EOB gestuurd naar één ervan. Voorrang wordt gegeven aan de lidstaat waar de persoon op wie de interceptie betrekking heeft, zich bevindt of zal bevinden.2.   Where more than one Member State is in a position to provide the complete necessary technical assistance for the same interception of telecommunications, the EIO shall be sent only to one of them. Priority shall always be given to the Member State where the subject of the interception is or will be located.
3.   Het in lid 1 bedoelde EOB bevat tevens de volgende informatie:3.   An EIO referred to in paragraph 1 shall also contain the following information:
a) | informatie aan de hand waarvan de identiteit van de persoon op wie de interceptie betrekking heeft, kan worden vastgesteld;(a) | information for the purpose of identifying the subject of the interception;
b) | de gewenste duur van de interceptie, en(b) | the desired duration of the interception; and
c) | voldoende technische gegevens, in het bijzonder ter bepaling van het doelwit, met het oog op de tenuitvoerlegging van het EOB.(c) | sufficient technical data, in particular the target identifier, to ensure that the EIO can be executed.
4.   De uitvaardigende autoriteit geeft in het EOB de redenen op waarom zij de aangegeven onderzoeksmaatregel voor de strafprocedure in kwestie van belang acht.4.   The issuing authority shall indicate in the EIO the reasons why it considers the indicated investigative measure relevant for the purpose of the criminal proceedings concerned.
5.   Behalve op de gronden voor weigering van de erkenning of tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 11 kan de tenuitvoerlegging van een EOB bedoeld in lid 1 ook worden geweigerd als de onderzoeksmaatregel in een soortgelijke binnenlandse zaak niet zou zijn toegestaan. De uitvoerende staat mag aan zijn toestemming de voorwaarden verbinden die in een soortgelijke binnenlandse zaak zouden gelden.5.   In addition to the grounds for non-recognition or non-execution referred to in Article 11, the execution of an EIO referred to in paragraph 1 may also be refused where the investigative measure would not have been authorised in a similar domestic case. The executing State may make its consent subject to any conditions which would be observed in a similar domestic case.
6.   Het in lid 1 bedoelde EOB kan worden uitgevoerd door:6.   An EIO referred to in paragraph 1 may be executed by:
a) | onmiddellijke doorzending van telecommunicatie naar de uitvaardigende staat, of(a) | transmitting telecommunications immediately to the issuing State; or
b) | interceptie, opname en vervolgens toezending van het resultaat van de interceptie van de telecommunicatie aan de uitvaardigende staat.(b) | intercepting, recording and subsequently transmitting the outcome of interception of telecommunications to the issuing State.
De uitvaardigende autoriteit en de uitvoerende autoriteit plegen overleg, om te kunnen besluiten of de interceptie overeenkomstig punt a) dan wel punt b) wordt uitgevoerd.The issuing authority and the executing authority shall consult each other with a view to agreeing on whether the interception is carried out in accordance with point (a) or (b).
7.   Bij de uitvaardiging van het in lid 1 bedoelde EOB of tijdens de interceptie mag de uitvaardigende autoriteit, indien zij daarvoor een bijzondere reden heeft, ook een transcriptie, decodering of ontsleuteling vragen van de opname, mits zij de instemming van de uitvoerende autoriteit heeft verkregen.7.   When issuing an EIO referred to in paragraph 1 or during the interception, the issuing authority may, where it has a particular reason to do so, also request a transcription, decoding or decrypting of the recording subject to the agreement of the executing authority.
8.   Kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit artikel worden gedragen overeenkomstig artikel 21, met uitzondering van de kosten die voortvloeien uit de transcriptie, decodering of ontsleuteling van de geïntercepteerde telecommunicatie, die door de uitvaardigende staat worden gedragen.8.   Costs resulting from the application of this Article shall be borne in accordance with Article 21, except for the costs arising from the transcription, decoding and decrypting of the intercepted communications which shall be borne by the issuing State.
Artikel 31Article 31
Kennisgeving aan de lidstaat waar de persoon op wie de interceptie betrekking heeft, zich bevindt en van welke geen technische bijstand vereist isNotification of the Member State where the subject of the interception is located from which no technical assistance is needed
1.   Indien de bevoegde autoriteit van één lidstaat (de „intercepterende lidstaat”) ten behoeve van de uitvoering van een onderzoeksmaatregel toestemming heeft gegeven voor interceptie van telecommunicatie, en het communicatieadres van de in de interceptieopdracht genoemde persoon op wie de interceptie betrekking heeft, in gebruik is op het grondgebied van een andere lidstaat (de „in kennis gestelde lidstaat”) en de interceptie kan worden uitgevoerd zonder de technische bijstand van die lidstaat, stelt de intercepterende lidstaat de bevoegde autoriteit van de in kennis gestelde lidstaat van de interceptie in kennis, en wel:1.   Where, for the purpose of carrying out an investigative measure, the interception of telecommunications is authorised by the competent authority of one Member State (the ‘intercepting Member State’) and the communication address of the subject of the interception specified in the interception order is being used on the territory of another Member State (the ‘notified Member State’) from which no technical assistance is needed to carry out the interception, the intercepting Member State shall notify the competent authority of the notified Member State of the interception:
a) | voorafgaand aan de interceptie in de gevallen waarin de bevoegde autoriteit van de intercepterende lidstaat op het tijdstip van het geven van de interceptieopdracht weet dat de persoon op wie de interceptie betrekking heeft, zich op het grondgebied van de in kennis gestelde lidstaat bevindt of zal bevinden;(a) | prior to the interception in cases where the competent authority of the intercepting Member State knows at the time of ordering the interception that the subject of the interception is or will be on the territory of the notified Member State;
b) | tijdens of na de interceptie, zodra de intercepterende lidstaat te weten komt dat de persoon op wie de interceptie betrekking heeft, zich tijdens de interceptie op het grondgebied van de in kennis gestelde lidstaat bevindt of heeft bevonden.(b) | during the interception or after the interception has been carried out, immediately after it becomes aware that the subject of the interception is or has been during the interception, on the territory of the notified Member State.
2.   De in lid 1 bedoelde kennisgeving geschiedt middels het formulier in bijlage C.2.   The notification referred to in paragraph 1 shall be made by using the form set out in Annex C.
3.   Indien de interceptie in een soortgelijke binnenlandse zaak niet zou zijn toegestaan, kan de bevoegde autoriteit van de in kennis gestelde lidstaat onverwijld en uiterlijk 96 uur na ontvangst van de in lid 1 bedoelde kennisgeving, de bevoegde autoriteit van de intercepterende lidstaat ervan in kennis stellen:3.   The competent authority of the notified Member States may, in case where the interception would not be authorised in a similar domestic case, notify, without delay and at the latest within 96 hours after the receipt of the notification referred to in paragraph 1, the competent authority of the intercepting Member State:
a) | dat de interceptie niet mag worden uitgevoerd of dat zij moet worden beëindigd, en,(a) | that the interception may not be carried out or shall be terminated; and
b) | dat waar nodig, materiaal dat reeds is geïntercepteerd terwijl de persoon op wie de interceptie betrekking heeft, zich op haar grondgebied bevond, niet mag worden gebruikt of alleen mag worden gebruikt op de voorwaarden die zij stelt. De bevoegde autoriteit van de in kennis gestelde lidstaat deelt de bevoegde autoriteit van de intercepterende lidstaat de redenen voor deze voorwaarden mee.(b) | where necessary, that any material already intercepted while the subject of the interception was on its territory may not be used, or may only be used under conditions which it shall specify. The competent authority of the notified Member State shall inform the competent authority of the intercepting Member State of reasons justifying those conditions.
4.   Artikel 5, lid 2, is van overeenkomstige toepassing op de in lid 2 bedoelde kennisgeving.4.   Article 5(2) shall be applicable mutatis mutandis for the notification referred to in paragraph 2.
HOOFDSTUK VICHAPTER VI
VOORLOPIGE MAATREGELENPROVISIONAL MEASURES
Artikel 32Article 32
Voorlopige maatregelenProvisional measures
1.   De uitvaardigende autoriteit kan een EOB uitvaardigen om elke maatregel te laten nemen waarbij de vernietiging, omzetting, verplaatsing, overdracht of vervreemding van materiaal dat als bewijsstuk kan worden gebruikt, voorlopig wordt voorkomen.1.   The issuing authority may issue an EIO in order to take any measure with a view to provisionally preventing the destruction, transformation, removal, transfer or disposal of an item that may be used as evidence.
2.   Het besluit over de voorlopige maatregel wordt door de uitvoerende autoriteit binnen 24 uur na ontvangst van het EOB, en in ieder geval zo snel mogelijk, genomen en meegedeeld.2.   The executing authority shall decide and communicate the decision on the provisional measure as soon as possible and, wherever practicable, within 24 hours of receipt of the EIO.
3.   Indien om de in lid 1 bedoelde voorlopige maatregel wordt gevraagd, geeft de uitvaardigende autoriteit in het EOB aan of het bewijsmateriaal aan de uitvaardigende staat wordt overgedragen dan wel in de uitvoerende staat blijft. Het EOB wordt door de uitvoerende autoriteit erkend en ten uitvoer gelegd en het bewijsmateriaal wordt door haar overgedragen volgens de in deze richtlijn voorgeschreven procedures.3.   Where a provisional measure referred to in paragraph 1 is requested the issuing authority shall indicate in the EIO whether the evidence is to be transferred to the issuing State or is to remain in the executing State. The executing authority shall recognise and execute the EIO and transfer the evidence in accordance with the procedures laid down in this Directive.
4.   Indien een EOB overeenkomstig lid 3 vergezeld gaat van de instructie dat het bewijsmateriaal in de uitvoerende staat moet blijven, vermeldt de uitvaardigende autoriteit op welke datum de in lid 1 bedoelde voorlopige maatregel wordt ingetrokken, of op welke datum het verzoek tot overdracht van het bewijsmateriaal aan de uitvaardigende staat vermoedelijk zal worden gedaan.4.   Where, in accordance with paragraph 3, an EIO is accompanied by an instruction that the evidence shall remain in the executing State, the issuing authority shall indicate the date of lifting the provisional measure referred to in paragraph 1, or the estimated date for the submission of the request for the evidence to be transferred to the issuing State.
5.   Na overleg met de uitvaardigende autoriteit kan de uitvoerende autoriteit, overeenkomstig het nationale recht en de nationale praktijk, naargelang van de omstandigheden passende voorwaarden stellen om de duur van de in lid 1 bedoelde voorlopige maatregel te beperken. Indien de uitvoerende autoriteit, overeenkomstig deze voorwaarden, intrekking van de voorlopige maatregel overweegt, stelt zij de uitvaardigende autoriteit daarvan in kennis en geeft zij haar de gelegenheid opmerkingen te maken. De uitvaardigende autoriteit laat de uitvoerende autoriteit onmiddellijk weten dat de in lid 1 bedoelde voorlopige maatregel is ingetrokken.5.   After consulting the issuing authority, the executing authority may, in accordance with its national law and practice, lay down appropriate conditions in light of the circumstances of the case to limit the period for which the provisional measure referred to in paragraph 1 is to be maintained. If, in accordance with those conditions, it envisages lifting the provisional measure, the executing authority shall inform the issuing authority, which shall be given the opportunity to submit its comments. The issuing authority shall forthwith notify the executing authority that the provisional measure referred to in paragraph 1 has been lifted.
HOOFDSTUK VIICHAPTER VII
SLOTBEPALINGENFINAL PROVISIONS
Artikel 33Article 33
KennisgevingenNotifications
1.   Uiterlijk op 22 mei 2017 verstrekt elke lidstaat de Commissie de volgende gegevens:1.   By 22 May 2017 each Member State shall notify the Commission of the following:
a) | de autoriteit of de autoriteiten die, overeenkomstig hun nationale recht, volgens artikel 2, onder c) en d), bevoegd zijn indien deze lidstaat de uitvaardigende staat of de uitvoerende staat is;(a) | the authority or authorities which, in accordance with its national law, are competent according to Article 2(c) and (d) when this Member State is the issuing State or the executing State;
b) | de talen waarin een EOB kan worden opgesteld, zoals bepaald in artikel 5, lid 2;(b) | the languages accepted for an EIO, as referred to in Article 5(2);
c) | de gegevens betreffende de aangewezen centrale autoriteit of autoriteiten indien de lidstaat gebruik wenst te maken van de in artikel 7, lid 3, geboden mogelijkheid. Deze gegevens zijn bindend voor de autoriteit van de uitvaardigende staat.(c) | the information regarding the designated central authority or authorities if the Member State wishes to make use of the possibility under Article 7(3). This information shall be binding upon the authorities of the issuing State.
2.   De lidstaat kan de Commissie tevens opgave doen van de documenten die hij krachtens artikel 22, lid 4, nodig heeft.2.   Each Member State may also provide the Commission the list of necessary documents it would require under Article 22(4).
3.   De lidstaten delen de Commissie alle wijzigingen van de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens mee.3.   Member States shall inform the Commission of any subsequent changes to the information referred to in paragraphs 1 and 2.
4.   De Commissie stelt de op grond van de toepassing van dit artikel ontvangen gegevens beschikbaar voor alle lidstaten en het EJN. Het EJN maakt de gegevens beschikbaar op de website, bedoeld in artikel 9 van Besluit 2008/976/JBZ van de Raad (18).4.   The Commission shall make the information received under this Article available to all the Member States and to the EJN. The EJN shall make the information available on the website referred to in Article 9 of the Council Decision 2008/976/JHA (18).
Artikel 34Article 34
Verhouding tot andere rechtsinstrumenten, overeenkomsten en regelingenRelations to other legal instruments, agreements and arrangements
1.   Onverminderd de toepassing ervan tussen de lidstaten en derde landen en de voorlopige toepassing ervan overeenkomstig artikel 35, vervangt deze richtlijn met ingang van 22 mei 2017 de overeenkomstige bepalingen van de volgende verdragen die tussen de door deze richtlijn gebonden lidstaten van toepassing zijn:1.   Without prejudice to their application between Member States and third States and their temporary application by virtue of Article 35, this Directive replaces, as from 22 May 2017, the corresponding provisions of the following conventions applicable between the Member States bound by this Directive:
a) | het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van de Raad van Europa van 20 april 1959, alsmede de twee aanvullende protocollen, en de overeenkomstig artikel 26 van dat verdrag gesloten bilaterale overeenkomsten;(a) | European Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters of the Council of Europe of 20 April 1959, as well as its two additional protocols, and the bilateral agreements concluded pursuant to Article 26 thereof;
b) | de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord;(b) | Convention implementing the Schengen Agreement;
c) | de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie en het bijbehorende protocol.(c) | Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters between the Member States of the European Union and its protocol.
2.   Kaderbesluit 2008/978/JBZ wordt vervangen door deze richtlijn ten aanzien van alle lidstaten die door deze richtlijn gebonden zijn. De bepalingen van Kaderbesluit 2003/577/JBZ worden vervangen ten aanzien van de lidstaten die aan door deze richtlijn gebonden zijn wat de bevriezing van bewijsmateriaal betreft.2.   Framework Decision 2008/978/JHA is hereby replaced for the Member States bound by this Directive. Provisions of Framework Decision 2003/577/JHA are replaced for Member States bound by this Directive as regards freezing of evidence.
Voor de lidstaten waarop deze richtlijn van toepassing is, gelden verwijzingen naar Kaderbesluit 2008/978/JBZ en, waar het gaat over het bevriezen van bewijsmateriaal, naar Kaderbesluit 2003/577/JBZ, als verwijzingen naar deze richtlijn.For the Member States bound by this Directive, references to Framework Decision 2008/978/JHA and, as regards freezing of evidence, to Framework Decision 2003/577/JHA, shall be construed as references to this Directive.
3.   De lidstaten mogen bilaterale en multilaterale overeenkomsten en regelingen met andere lidstaten die na 22 mei 2017 van kracht zijn, naast de bepalingen van deze richtlijn blijven toepassen, mits dit ten goede komt aan de doelstellingen van deze richtlijn en ertoe bijdraagt de procedures voor bewijsgaring te vereenvoudigen of verder te versoepelen, en mits het in deze richtlijn voorgeschreven niveau van waarborgen in acht wordt genomen.3.   In addition to this Directive, Member States may conclude or continue to apply bilateral or multilateral agreements or arrangements with other Member States after 22 May 2017 only insofar as these make it possible to further strengthen the aims of this Directive and contribute to simplifying or further facilitating the procedures for gathering evidence and provided that the level of safeguards set out in this Directive is respected.
4.   De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 22 mei 2017 mee welke van de in lid 3 bedoelde overeenkomsten en regelingen zij willen blijven toepassen. De lidstaten geven de Commissie ook kennis van nieuwe overeenkomsten of regelingen in de zin van lid 3, binnen drie maanden na de ondertekening daarvan.4.   Member States shall notify to the Commission by 22 May 2017 the existing agreements and arrangements referred to in paragraph 3 which they wish to continue to apply. Member States shall also notify the Commission within three months of the signing of any new agreement or arrangement referred to in paragraph 3.
Artikel 35Article 35
OvergangsbepalingenTransitional provisions
1.   Vóór 22 mei 2017 ontvangen verzoeken om wederzijdse hulp blijven vallen onder de bestaande regelgeving betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Kaderbesluit 2003/577/JBZ is van toepassing op de op grond ervan gegeven beslissingen tot het bevriezen van bewijsmateriaal die vóór 22 mei 2017 zijn ontvangen.1.   Mutual assistance requests received before 22 May 2017 shall continue to be governed by existing instruments relating to mutual assistance in criminal matters. Decisions to freeze evidence by virtue of Framework Decision 2003/577/JHA and received before 22 May 2017 shall also be governed by that Framework Decision.
2.   Artikel 8, lid 1, is van overeenkomstige toepassing op het EOB dat volgt op een bevriezingsbeslissing op grond van Kaderbesluit 2003/577/JBZ.2.   Article 8(1) is applicable mutatis mutandis to the EIO following a decision of freezing taken under Framework Decision 2003/577/JHA.
Artikel 36Article 36
OmzettingTransposition
1.   De lidstaten treffen de nodige maatregelen om uiterlijk op 22 mei 2017 aan deze richtlijn te voldoen.1.   Member States shall take the necessary measures to comply with this Directive by 22 May 2017.
2.   Wanneer de lidstaten die maatregelen vaststellen, wordt in de maatregelen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.2.   When Member States adopt these measures, they shall contain a reference to this Directive or shall be accompanied by such reference on the occasion of their official publication. The methods of making such reference shall be laid down by Member States.
3.   De lidstaten verstrekken de Commissie uiterlijk op 22 mei 2017 de tekst van de bepalingen waarmee zij hun uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen in nationaal recht omzetten.3.   By 22 May 2017, Member States shall transmit to the Commission the text of the provisions transposing into their national law the obligations imposed on them under this Directive.
Artikel 37Article 37
Verslag over de toepassingReport on the application
Uiterlijk vijf jaar na 21 mei 2014 brengt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag uit over de toepassing van deze richtlijn, dat op zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie is gebaseerd en waarin met name de gevolgen ervan voor de samenwerking in strafzaken en voor de bescherming van personen worden beoordeeld, alsmede de uitvoering van de voorschriften betreffende de interceptie van telecommunicatie in het licht van de technische ontwikkelingen. Dit verslag gaat indien nodig vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze richtlijn.No later than five years after 21 May 2014, the Commission shall present to the European Parliament and the Council a report on the application of this Directive, on the basis of both qualitative and quantitative information, including in particular, the evaluation of its impact on the cooperation in criminal matters and the protection of individuals, as well as the execution of the provisions on the interception of telecommunications in light of technical developments. The report shall be accompanied, if necessary, by proposals for amendments to this Directive.
Artikel 38Article 38
InwerkingtredingEntry into force
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.This Directive shall enter into force on the twentieth day following its publication in the Official Journal of the European Union.
Artikel 39Article 39
AdressatenAddressees
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.This Directive is addressed to the Member States in accordance with the Treaties.
Gedaan te Brussel, 3 april 2014.Done at Brussels, 3 April 2014.
Voor het Europees ParlementFor the European Parliament
De voorzitterThe President
M. SCHULZM. SCHULZ
Voor de RaadFor the Council
De voorzitterThe President
D. KOURKOULASD. KOURKOULAS
(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 27 februari 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 14 maart 2014.(1)  Position of the European Parliament of 27 February 2014 (not yet published in the Official Journal) and decision of the Council of 14 March 2014.
(2)  Kaderbesluit 2003/577/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de tenuitvoerlegging in de Europese Unie van beslissingen tot bevriezing van voorwerpen of bewijsstukken (PB L 196 van 2.8.2003, blz. 45).(2)  Council Framework Decision 2003/577/JHA of 22 July 2003 on the execution in the European Union of orders freezing property or evidence (OJ L 196, 2.8.2003, p. 45).
(3)  Kaderbesluit 2008/978/JBZ van de Raad van 18 december 2008 betreffende het Europees bewijsverkrijgingsbevel ter verkrijging van voorwerpen, documenten en gegevens voor gebruik in strafprocedures (PB L 350 van 30.12.2008, blz. 72).(3)  Council Framework Decision 2008/978/JHA of 18 December 2008 on the European evidence warrant for the purpose of obtaining objects, documents and data for use in proceedings in criminal matters (OJ L 350, 30.12.2008, p. 72).
(4)  Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord van 14 juni 1985 tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek, betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen (PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19).(4)  Convention implementing the Schengen Agreement of 14 June 1985 between the Governments of the States of the Benelux Economic Union, the Federal Republic of Germany and the French Republic on the gradual abolition of checks at their common borders (OJ L 239, 22.9.2000, p. 19).
(5)  Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1).(5)  Directive 2010/64/EU of the European Parliament and of the Council of 20 October 2010 on the right to interpretation and translation in criminal proceedings (OJ L 280, 26.10.2010, p. 1).
(6)  Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1).(6)  Directive 2012/13/EU of the European Parliament and of the Council of 22 May 2012 on the right to information in criminal proceedings (OJ L 142, 1.6.2012, p. 1).
(7)  Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel, en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1).(7)  Directive 2013/48/EU of the European Parliament and of the Council of 22 October 2013 on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and in European arrest warrant proceedings, and on the right to have a third party informed upon deprivation of liberty and to communicate with third persons and with consular authorities while deprived of liberty (OJ L 294, 6.11.2013, p. 1).
(8)  Protocol vastgesteld door de Raad overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (PB C 326 van 21.11.2001, blz. 2).(8)  Protocol established by the Council in accordance with Article 34 of the Treaty on European Union to the Convention on Mutual Assistance in Criminal Matters between the Member States of the European Union (OJ C 326, 21.11.2001, p. 2).
(9)  Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (PB L 190 van 18.7.2002, blz. 1).(9)  Council Framework Decision 2002/584/JHA of 13 June 2002 on the European arrest warrant and the surrender procedures between Member States (OJ L 190, 18.7.2002, p. 1).
(10)  Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15).(10)  Directive 2005/60/EC of the European Parliament and of the Council of 26 October 2005 on the prevention of the use of the financial system for the purpose of money laundering and terrorist financing (OJ L 309, 25.11.2005, p. 15).
(11)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.(11)  OJ C 369, 17.12.2011, p. 14.
(12)  PB C 355 van 29.12.2010, blz. 1.(12)  OJ C 355, 29.12.2010, p. 1.
(13)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).(13)  Regulation (EC) No 45/2001 of the European Parliament and of the Council of 18 December 2000 on the protection of individuals with regard to the processing of personal data by the Community institutions and bodies and on the free movement of such data (OJ L 8, 12.1.2001, p. 1).
(14)  Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (PB C 197 van 12.7.2000, blz. 3).(14)  Convention established by the Council in accordance with Article 34 of the Treaty on European Union, on Mutual Assistance in Criminal Matters between the Member States of the European Union (OJ C 197, 12.7.2000, p. 3).
(15)  Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams (PB L 162 van 20.6.2002, blz. 1).(15)  Council Framework Decision 2002/465/JHA of 13 June 2002 on joint investigation teams (OJ L 162, 20.6.2002, p. 1).
(16)  Gemeenschappelijk Optreden 98/428/JBZ van 29 juni 1998 door de Raad aangenomen op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, tot oprichting van een Europees justitieel netwerk (PB L 191 van 7.7.1998, blz. 4).(16)  Joint Action 98/428/JHA of 29 June 1998 adopted by the Council on the basis of Article K.3 of the Treaty on European Union, on the creation of a European Judicial Network (OJ L 191, 7.7.1998, p. 4).
(17)  Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken (PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60).(17)  Council Framework Decision 2008/977/JHA of 27 November 2008 on the protection of personal data processed in the framework of police and judicial cooperation in criminal matters (OJ L 350, 30.12.2008, p. 60).
(18)  Besluit 2008/976/JBZ van de Raad van 16 december 2008 betreffende het Europees justitieel netwerk (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 130).(18)  Council Decision 2008/976/JHA of 16 December 2008 on the European Judicial Network (OJ L 348, 24.12.2008, p. 130).
BIJLAGE AANNEX A
EUROPEES ONDERZOEKSBEVEL (EOB)EUROPEAN INVESTIGATION ORDER (EIO)
Dit EOB is uitgevaardigd door een bevoegde autoriteit. De uitvaardigende autoriteit verklaart dat de afgifte van dit EOB noodzakelijk is en evenredig voor de doeleinden van de hieronder omschreven procedure met aandacht voor de rechten van de verdachte of de beschuldigde persoon en dat de verlangde onderzoeksmaatregelen onder dezelfde omstandigheden in een vergelijkbaar binnenlands geval ook gevraagd hadden kunnen worden. Hierbij verzoek ik om tenuitvoerlegging van de volgende onderzoeksmaatregel(en) met inachtneming van de geheimhouding van het onderzoek en om toezending van het bewijsmateriaal dat als resultaat van de tenuitvoerlegging van het EOB is verkregen.This EIO has been issued by a competent authority. The issuing authority certifies that the issuing of this EIO is necessary and proportionate for the purpose of the proceedings specified within it taking into account the rights of the suspected or accused person and that the investigative measures requested could have been ordered under the same conditions in a similar domestic case. I request that the investigative measure or measures specified below be carried out taking due account of the confidentiality of the investigation and that the evidence obtained as a result of the execution of the EIO be transferred.
BIJLAGE BANNEX B
BERICHT VAN ONTVANGST VAN EEN EOBCONFIRMATION OF THE RECEIPT OF AN EIO
Dit formulier moet worden ingevuld door de autoriteit van de uitvoerende staat die het hieronder bedoelde EOB heeft ontvangen.This form has to be completed by the authority of the executing State which received the EIO referred to below.
BIJLAGE CANNEX C
KENNISGEVINGNOTIFICATION
Dit formulier is bedoeld om een lidstaat in kennis te stellen van de interceptie van telecommunicatie die zonder technische bijstand van die lidstaat op zijn grondgebied is, wordt of zal worden uitgevoerd. Hierbij breng ik … (de in kennis gestelde lidstaat) op de hoogte van de interceptie.This form is used in order to notify a Member State about the interception of telecommunication that will be, is or has been carried out on its territory without its technical assistance. I hereby inform … (notified Member State) of the interception.
BIJLAGE DANNEX D
CATEGORIEËN VAN STRAFBARE FEITEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 11THE CATEGORIES OF OFFENCES REFERRED TO IN ARTICLE 11
— | deelneming aan een criminele organisatie,— | participation in a criminal organisation,
— | terrorisme,— | terrorism,
— | mensenhandel,— | trafficking in human beings,
— | seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie,— | sexual exploitation of children and child pornography,
— | illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen,— | illicit trafficking in narcotic drugs and psychotropic substances,
— | illegale handel in wapens, munitie en explosieven,— | illicit trafficking in weapons, munitions and explosives,
— | corruptie,— | corruption,
— | fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen,— | fraud, including that affecting the financial interests of the European Union within the meaning of the Convention of 26 July 1995 on the protection of the European Communities' financial interests,
— | witwassen van opbrengsten van misdrijven,— | laundering of the proceeds of crime,
— | vervalsing met inbegrip van namaak van de euro,— | counterfeiting currency, including of the euro,
— | cybercriminaliteit,— | computer-related crime,
— | milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten,— | environmental crime, including illicit trafficking in endangered animal species and in endangered plant species and varieties,
— | hulp aan illegale binnenkomst en illegaal verblijf,— | facilitation of unauthorised entry and residence,
— | moord en doodslag, zware lichamelijke mishandeling,— | murder, grievous bodily injury,
— | illegale handel in menselijke organen en weefsels,— | illicit trade in human organs and tissue,
— | ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling,— | kidnapping, illegal restraint and hostage-taking,
— | racisme en vreemdelingenhaat,— | racism and xenophobia,
— | georganiseerde of gewapende diefstal,— | organised or armed robbery,
— | illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen,— | illicit trafficking in cultural goods, including antiques and works of art,
— | oplichting,— | swindling,
— | racketeering en afpersing,— | racketeering and extortion,
— | namaak van producten en productpiraterij,— | counterfeiting and piracy of products,
— | vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten,— | forgery of administrative documents and trafficking therein,
— | vervalsing van betaalmiddelen,— | forgery of means of payment,
— | illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars,— | illicit trafficking in hormonal substances and other growth promoters,
— | illegale handel in nucleaire of radioactieve stoffen,— | illicit trafficking in nuclear or radioactive materials,
— | handel in gestolen voertuigen,— | trafficking in stolen vehicles,
— | verkrachting,— | rape,
— | opzettelijke brandstichting,— | arson,
— | misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen,— | crimes within the jurisdiction of the International Criminal Court,
— | kaping van vliegtuigen/schepen,— | unlawful seizure of aircraft/ships,
— | sabotage.— | sabotage.