This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 02024R2847-20241120
Regulation (EU) 2024/2847 of the European Parliament and of the Council of 23 October 2024 on horizontal cybersecurity requirements for products with digital elements and amending Regulations (EU) No 168/2013 and (EU) 2019/1020 and Directive (EU) 2020/1828 (Cyber Resilience Act) (Text with EEA relevance)
Consolidated text: Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid) (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid) (Voor de EER relevante tekst)
02024R2847 — NL — 20.11.2024 — 000.003
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EU) 2024/2847 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid) (PB L 2847 van 20.11.2024, blz. 1) |
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EU) 2024/2847 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 23 oktober 2024
betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid)
(Voor de EER relevante tekst)
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening worden vastgesteld:
regels voor het op de markt aanbieden van producten met digitale elementen om de cyberbeveiliging van dergelijke producten te waarborgen;
essentiële cyberbeveiligingsvereisten voor het ontwerp, de ontwikkeling en de productie van producten met digitale elementen, en verplichtingen voor marktdeelnemers met betrekking tot die producten, op het gebied van cyberbeveiliging;
essentiële cyberbeveiligingsvereisten voor de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden die fabrikanten hebben ingesteld om de cyberbeveiliging van producten met digitale elementen te waarborgen gedurende de tijd dat de producten naar verwachting in gebruik zullen zijn, en verplichtingen voor marktdeelnemers met betrekking tot die procedures;
voorschriften inzake markttoezicht, met inbegrip van monitoring, en handhaving van de in dit artikel bedoelde regels en vereisten.
Artikel 2
Toepassingsgebied
Deze verordening is niet van toepassing op producten met digitale elementen waarop de volgende rechtshandelingen van de Unie van toepassing zijn:
Verordening (EU) 2017/745;
Verordening (EU) 2017/746;
Verordening (EU) 2019/2144.
De toepassing van deze verordening op producten met digitale elementen die vallen onder andere voorschriften van de Unie tot vaststelling van vereisten die betrekking hebben op alle of een deel van de risico’s die door de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I worden bestreken, kan worden beperkt of uitgesloten indien:
een dergelijke beperking of uitsluiting strookt met het algemene regelgevingskader dat op die producten van toepassing is, en
de sectorale voorschriften hetzelfde of een hoger beschermingsniveau bieden als deze verordening.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nader te bepalen of een dergelijke beperking of uitsluiting noodzakelijk is, welke producten en regels daarbij betrokken zijn en, voor zover relevant, wat het toepassingsgebied van de beperking is.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“product met digitale elementen”: een software- of hardwareproduct en zijn oplossingen voor gegevensverwerking op afstand, met inbegrip van software- of hardwarecomponenten die afzonderlijk in de handel worden gebracht;
“gegevensverwerking op afstand”: gegevensverwerking vanop een afstand waarvoor de software is ontworpen en ontwikkeld door de fabrikant of onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant, en bij gebreke waarvan het product met digitale elementen een van zijn functies niet zou kunnen vervullen;
“cyberbeveiliging”: cyberbeveiliging zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2019/881;
“software”: het deel van een elektronisch informatiesysteem dat uit computercode bestaat;
“hardware”: een fysiek elektronisch informatiesysteem, of delen daarvan, dat digitale gegevens kan verwerken, opslaan of verzenden;
“component”: software of hardware die bedoeld is om in een elektronisch informatiesysteem te worden geïntegreerd;
“elektronisch informatiesysteem”: een systeem, met inbegrip van elektrische of elektronische apparatuur, dat digitale gegevens kan verwerken, opslaan of verzenden;
“logische verbinding”: een virtuele weergave van een gegevensverbinding die wordt geïmplementeerd via een software-interface;
“fysieke verbinding”: een verbinding tussen elektronische informatiesystemen of componenten die met behulp van fysieke middelen tot stand wordt gebracht, onder meer via elektrische, optische of mechanische interfaces, draden of radiogolven;
“indirecte verbinding”: een verbinding met een apparaat of netwerk die niet direct plaatsvindt, maar eerder als onderdeel van een groter systeem dat een directe verbinding kan maken met dat apparaat of netwerk;
“endpoint”: een apparaat dat op een netwerk is aangesloten en als toegangspunt tot dat netwerk fungeert;
“marktdeelnemer”: de fabrikant, de gemachtigde vertegenwoordiger, de importeur, de distributeur of een andere natuurlijke of rechtspersoon op wie overeenkomstig deze verordening verplichtingen van toepassing zijn ten aanzien van de vervaardiging van producten met digitale elementen of het op de markt aanbieden van producten met digitale elementen;
“fabrikant”: een natuurlijke of rechtspersoon die producten met digitale elementen ontwikkelt of vervaardigt of die producten met digitale elementen laat ontwerpen, ontwikkelen of vervaardigen, en die onder zijn naam of merk tegen betaling, met een verdienmodel of gratis in de handel brengt;
“opensourcesoftwaresteward”: een rechtspersoon die geen fabrikant is en die als oogmerk of doelstelling heeft om systematisch en duurzaam ondersteuning te verlenen voor de ontwikkeling van specifieke producten met digitale elementen die als vrije en opensourcesoftware kunnen worden aangemerkt en voor handelsactiviteiten bestemd zijn, en die de levensvatbaarheid van die producten waarborgt;
“gemachtigde vertegenwoordiger”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;
“importeur”: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een product met digitale elementen in de handel brengt dat de naam of het merk van een buiten de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon draagt;
“distributeur”: een andere natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen dan de fabrikant of de importeur, die een product met digitale elementen in de Unie op de markt aanbiedt zonder de eigenschappen daarvan te beïnvloeden;
“consument”: een natuurlijke persoon die handelt met doeleinden die geen verband houden met de handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit van die persoon;
“micro-ondernemingen”, “kleine ondernemingen” en “middelgrote ondernemingen”: respectievelijk micro-ondernemingen, kleine ondernemingen en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd in de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG;
“ondersteuningsperiode”: de periode gedurende welke een fabrikant ervoor moet zorgen dat kwetsbaarheden van een product met digitale elementen doeltreffend en in overeenstemming met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I worden aangepakt;
“in de handel brengen”: een product met digitale elementen voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden;
“op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met digitale elementen met het oog op distributie of gebruik op de markt van de Unie;
“beoogde doel”: het gebruik waarvoor een product met digitale elementen door de fabrikant is bedoeld, met inbegrip van de specifieke context en voorwaarden van het gebruik, zoals gespecificeerd in de informatie die door de fabrikant in de gebruiksinstructies, reclame- of verkoopmaterialen en verklaringen, alsook in de technische documentatie is verstrekt;
“redelijkerwijs voorzienbaar gebruik”: gebruik dat niet noodzakelijk het beoogde doel is dat door de fabrikant in de gebruiksinstructies, reclame- of verkoopmaterialen en verklaringen, alsook in de technische documentatie is verstrekt, maar dat waarschijnlijk voortvloeit uit redelijkerwijs voorzienbaar menselijk gedrag of redelijkerwijs voorzienbare technische handelingen of interacties;
“redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik”: het gebruik van een product met digitale elementen op een wijze die niet in overeenstemming is met het beoogde doel, maar die kan voortvloeien uit redelijkerwijs te voorzien menselijk gedrag of de redelijkerwijs voorzienbare interactie met andere systemen;
“aanmeldende autoriteit”: de nationale autoriteit die verantwoordelijk is voor het opzetten en uitvoeren van de noodzakelijke procedures voor de beoordeling, aanwijzing en aanmelding van de conformiteitsbeoordelingsinstanties en de monitoring daarvan;
“conformiteitsbeoordeling”: het proces waarbij wordt nagegaan of aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I is voldaan;
“conformiteitsbeoordelingsinstantie”: een conformiteitsbeoordelingsinstantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 13, van Verordening (EG) nr. 765/2008;
“aangemelde instantie”: een conformiteitsbeoordelingsinstantie die overeenkomstig artikel 43 en andere relevante harmonisatiewetgeving van de Unie is aangewezen;
“ingrijpende wijziging”: een wijziging van het product met digitale elementen nadat het in de handel is gebracht, die gevolgen heeft voor de conformiteit van het product met digitale elementen met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I of leidt tot een wijziging van het beoogde doel waarvoor het product met digitale elementen is beoordeeld;
“CE-markering”: een markering waarmee een fabrikant aangeeft dat een product met digitale elementen en de door de fabrikant ingestelde processen in overeenstemming zijn met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I en andere toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet;
“harmonisatiewetgeving van de Unie”: harmonisatiewetgeving van de Unie die is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1020 en alle andere Uniewetgeving tot harmonisering van de voorwaarden voor het verhandelen van producten waarop die verordening van toepassing is;
“markttoezichtautoriteit”: een markttoezichtautoriteit zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 4, van Verordening (EU) 2019/1020;
“internationale norm”: een internationale norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, a), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;
“Europese norm”: een Europese norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, b), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;
“geharmoniseerde norm”: een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;
“cyberbeveiligingsrisico”: de mogelijkheid van verlies of verstoring als gevolg van een incident; dat wordt uitgedrukt als een combinatie van de omvang van een dergelijk verlies of een dergelijke verstoring en de waarschijnlijkheid dat het incident zich voordoet;
“significant cyberbeveiligingsrisico”: een cyberbeveiligingsrisico waarvan op basis van de technische kenmerken kan worden aangenomen dat het zeer waarschijnlijk is dat zich een incident voordoet met ernstige negatieve gevolgen, onder meer door aanzienlijke materiële of immateriële verliezen of verstoringen te veroorzaken;
“softwarestuklijst”: een formeel document met gegevens en relaties in de toeleveringsketen van componenten die zijn opgenomen in de software-elementen van een product met digitale elementen;
“kwetsbaarheid”: een zwakheid, vatbaarheid of gebrek van een product met digitale elementen die/dat door een cyberdreiging kan worden uitgebuit;
“uitbuitbare kwetsbaarheid”: een kwetsbaarheid die onder praktische operationele omstandigheden effectief door een tegenstander zou kunnen worden gebruikt;
“actief uitgebuite kwetsbaarheid”: een kwetsbaarheid waarvoor betrouwbare bewijzen bestaan dat een kwaadwillige actor die heeft uitgebuit in een systeem zonder toestemming van de systeemeigenaar;
“incident”: een incident zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 6, van Richtlijn (EU) 2022/2555;
“incident dat gevolgen heeft voor de beveiliging van het product met digitale elementen”: een incident dat negatieve gevolgen heeft of kan hebben voor het vermogen van een product met digitale elementen om de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van gegevens of functies te beschermen;
“bijna-incident”: een bijna-incident zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 5, van Richtlijn (EU) 2022/2555;
“cyberdreiging”: een cyberdreiging zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) 2019/881;
“persoonsgegevens”: persoonsgegevens zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679;
“vrije en opensourcesoftware”: software waarvan de broncode openlijk wordt gedeeld en die beschikbaar wordt gesteld onder een vrije en opensourcelicentie die voorziet in alle rechten om die vrij toegankelijk, bruikbaar, wijzigbaar en herdistrueerbaar te maken;
“terugroepen”: terugroepen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 22, van Verordening (EU) 2019/1020;
“uit de handel nemen”: uit de handel nemen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 23, van Verordening (EU) 2019/1020;
“als coördinator aangewezen CSIRT”: een CSIRT dat op grond van artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 als coördinator is aangewezen.
Artikel 4
Vrij verkeer
Artikel 5
Aankoop of gebruik van producten met digitale elementen
Artikel 6
Vereisten voor producten met digitale elementen
Producten met digitale elementen worden alleen op de markt aangeboden indien:
zij voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I, mits zij op passende wijze worden geïnstalleerd, onderhouden, gebruikt voor hun beoogde doel of in redelijkerwijs voorzienbare omstandigheden en, indien van toepassing, mits de nodige beveiligingsupdates zijn geïnstalleerd, en
de door de fabrikant ingestelde processen voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I.
Artikel 7
Belangrijke producten met digitale elementen
De in lid 1 van dit artikel bedoelde categorieën producten met digitale elementen, onderverdeeld in de klassen I en II als vermeld in bijlage III, voldoen aan ten minste een van de volgende criteria:
het product met digitale elementen vervult voornamelijk functies die van kritiek belang zijn voor de cyberbeveiliging van andere producten, netwerken of diensten, waaronder het beveiligen van authenticatie en toegang, het voorkomen en opsporen van binnendringing, endpointbeveiliging of netwerkbeveiliging;
het product met digitale elementen vervult een functie die een aanzienlijk risico op nadelige effecten inhoudt wat betreft de intensiteit ervan en het vermogen ervan om een groot aantal andere producten of de gezondheid, beveiliging of veiligheid van gebruikers ervan te verstoren, te controleren of te beschadigen door directe manipulatie, zoals een centrale systeemfunctie, waaronder netwerkbeheer, configuratiecontrole, virtualisering of verwerking van persoonsgegevens.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde gedelegeerde handelingen voorzien zo nodig in een minimale overgangsperiode van twaalf maanden, met name wanneer een nieuwe categorie belangrijke producten met digitale elementen wordt toegevoegd aan klasse I of II of wordt overgeheveld van klasse I naar klasse II als vermeld in bijlage III, voordat de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsprocedures als bedoeld in artikel 32, leden 2 en 3, van toepassing worden, tenzij een kortere overgangsperiode om dwingende redenen van urgentie gerechtvaardigd is.
Artikel 8
Kritieke producten met digitale elementen
Alvorens dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen, verricht de Commissie een beoordeling van het potentiële markteffect van de beoogde maatregelen en raadpleegt zij relevante belanghebbenden, waaronder de uit hoofde van Verordening (EU) 2019/881 opgerichte Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de mate waarin de lidstaten gereed zijn en over de capaciteit beschikken om de desbetreffende Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling toe te passen. Indien er geen gedelegeerde handelingen als bedoeld in de eerste alinea van dit lid zijn vastgesteld, worden producten met digitale elementen met de belangrijkste functionaliteit van een productcategorie als vermeld in bijlage IV onderworpen aan de in artikel 32, lid 3, bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures.
De in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen voorzien in een minimale overgangsperiode van zes maanden, tenzij een kortere overgangsperiode om dwingende redenen van urgentie gerechtvaardigd is.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage IV te wijzigen door categorieën producten met digitale elementen toe te voegen of te schrappen. Bij het bepalen van dergelijke categorieën kritieke producten met digitale elementen en het vereiste zekerheidsniveau, overeenkomstig lid 1 van dit artikel, houdt de Commissie rekening met de in artikel 7, lid 2, bedoelde criteria en zorgt ze ervoor dat de categorieën producten met digitale elementen ten minste aan een van de volgende criteria voldoen:
er is een kritieke afhankelijkheid van in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde essentiële entiteiten ten aanzien van de categorie producten met digitale elementen;
incidenten en uitgebuite kwetsbaarheden met betrekking tot de categorie producten met digitale elementen zouden tot ernstige verstoringen van kritieke toeleveringsketens in de hele interne markt kunnen leiden.
Alvorens dergelijke gedelegeerde handelingen vast te stellen, verricht de Commissie een beoordeling van het type als bedoeld in lid 1.
De in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handelingen voorzien in een minimale overgangsperiode van zes maanden, tenzij een kortere overgangsperiode om dwingende redenen van urgentie gerechtvaardigd is.
Artikel 9
Raadpleging van belanghebbenden
Bij de voorbereiding van maatregelen ter uitvoering van deze verordening raadpleegt de Commissie relevante belanghebbenden, zoals relevante autoriteiten van de lidstaten, ondernemingen uit de particuliere sector, met inbegrip van micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen, de opensourcesoftwaregemeenschap, consumentenorganisaties, de academische wereld en relevante agentschappen en organen van de Unie, alsook op het niveau van de Unie opgerichte deskundigengroepen, en houdt zij rekening met hun standpunten. In het bijzonder raadpleegt de Commissie, waar passend, die belanghebbenden op gestructureerde wijze en vraagt zij hun mening wanneer zij:
de in artikel 26 bedoelde richtsnoeren opstelt;
overeenkomstig artikel 7, lid 4, de technische beschrijvingen van de productcategorieën in bijlage III opstelt, overeenkomstig artikel 7, lid 3, en artikel 8, lid 2, beoordeelt of mogelijke actualiseringen van de lijst van productcategorieën nodig zijn, of de in artikel 8, lid 1, bedoelde beoordeling van het potentiële markteffect verricht, onverminderd artikel 61;
voorbereidende werkzaamheden voor de evaluatie en toetsing van deze verordening verricht.
Artikel 10
Verbetering van vaardigheden in een cyberveerkrachtige digitale omgeving
Voor de toepassing van deze verordening en om tegemoet te komen aan de behoeften van professionals ter ondersteuning van de uitvoering van deze verordening, bevorderen de lidstaten, waar passend met steun van de Commissie, het Europees kenniscentrum voor cyberbeveiliging en Enisa, en met volledige inachtneming van de verantwoordelijkheid van de lidstaten op onderwijsgebied, maatregelen en strategieën die beogen:
vaardigheden op het gebied van cyberbeveiliging te ontwikkelen en organisatorische en technologische instrumenten te creëren om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerde professionals beschikbaar zijn om de activiteiten van de markttoezichtautoriteiten en conformiteitsbeoordelingsinstanties te ondersteunen;
te zorgen voor meer samenwerking tussen de particuliere sector, marktdeelnemers — onder meer door om- of bijscholing voor werknemers van fabrikanten —, consumenten, aanbieders van opleidingen en overheidsdiensten, zodat jongeren meer mogelijkheden krijgen om een baan in de cyberbeveiligingssector te vinden.
Artikel 11
Algemene productveiligheid
In afwijking van artikel 2, lid 1, derde alinea, punt b), van Verordening (EU) 2023/988 zijn hoofdstuk III, punt 1, de hoofdstukken V en VII, en de hoofdstukken IX, X en XI van die verordening van toepassing op producten met digitale elementen met betrekking tot aspecten en risico’s of risicocategorieën die niet onder deze verordening vallen indien voor die producten geen specifieke veiligheidsvereisten gelden die zijn vastgesteld in andere “harmonisatiewetgeving van de Unie” zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 27, van Verordening (EU) 2023/988.
Artikel 12
AI-systemen met een hoog risico
Onverminderd de in artikel 15 van Verordening (EU) 2024/1689 vastgestelde vereisten inzake nauwkeurigheid en robuustheid worden producten met digitale elementen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen en die op grond van artikel 6 van die verordening als AI-systemen met een hoog risico worden aangemerkt, geacht in overeenstemming te zijn met de in artikel 15 van die verordening vastgestelde cyberbeveiligingsvereisten indien:
die producten voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I;
de door de fabrikant ingestelde processen voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I, en
in de krachtens deze verordening afgegeven EU-conformiteitsverklaring wordt aangetoond dat het krachtens artikel 15 van Verordening (EU) 2024/1689 vereiste niveau van bescherming van de cyberbeveiliging wordt bereikt.
HOOFDSTUK II
VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS EN BEPALINGEN IN VERBAND MET VRIJE EN OPENSOURCESOFTware
Artikel 13
Verplichtingen van fabrikanten
Fabrikanten bepalen de ondersteuningsperiode op zodanige wijze dat die de verwachte gebruiksduur van het product weerspiegelt, waarbij met name rekening wordt gehouden met redelijke verwachtingen van de gebruikers, de aard van het product, met inbegrip van het beoogde doel van het product, en het relevante Unierecht dat de levensduur van producten met digitale elementen bepaalt. Bij het bepalen van de ondersteuningsperiode kunnen fabrikanten ook rekening houden met de ondersteuningsperioden voor producten met digitale elementen met een soortgelijke functionaliteit die door andere fabrikanten in de handel worden gebracht, de beschikbaarheid van de operationele omgeving, de ondersteuningsperioden voor geïntegreerde componenten die kernfuncties leveren en afkomstig zijn van derden, alsook relevante richtsnoeren van de op grond van artikel 52, lid 15, opgerichte speciale administratievesamenwerkingsgroep (ADCO) en de Commissie. De aangelegenheden waarmee rekening moet worden gehouden om de ondersteuningsperiode te bepalen, worden op zodanige wijze in aanmerking genomen dat de evenredigheid wordt gewaarborgd.
Onverminderd de tweede alinea bedraagt de ondersteuningsperiode ten minste vijf jaar. Wanneer het product met digitale elementen naar verwachting minder dan vijf jaar in gebruik zal zijn, stemt de ondersteuningsperiode overeen met de verwachte gebruiksduur.
Rekening houdend met de ADCO-aanbevelingen als bedoeld in artikel 52, lid 16, kan de Commissie overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen vaststellen ter aanvulling van deze verordening door de minimale ondersteuningsperiode voor specifieke productcategorieën te specificeren wanneer uit de markttoezichtgegevens blijkt dat de ondersteuningsperioden ontoereikend zijn.
Fabrikanten nemen de informatie die in aanmerking is genomen om de ondersteuningsperiode van een product met digitale elementen te bepalen, op in de in bijlage VII beschreven technische documentatie.
Fabrikanten beschikken over passende beleidslijnen en procedures, met inbegrip van een gecoördineerd beleid inzake openbaarmaking van kwetsbaarheden, als bedoeld in deel II, punt 5, van bijlage I om potentiële kwetsbaarheden in het product met digitale elementen die door interne of externe bronnen zijn gemeld, te behandelen en te verhelpen.
Zij voeren de in artikel 32 bedoelde gekozen conformiteitsbeoordelingsprocedures uit of laten die uitvoeren.
Wanneer met die conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat het product met digitale elementen voldoet aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I en dat de door de fabrikant ingestelde processen voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I, stellen de fabrikanten de EU-conformiteitsverklaring op overeenkomstig artikel 28 en brengen zij de CE-markering aan overeenkomstig artikel 30.
Fabrikanten zorgen ervoor dat het centraal contactpunt gemakkelijk te identificeren is voor de gebruikers. Zij nemen het centrale contactpunt ook op in de in bijlage II vermelde informatie en instructies voor de gebruiker.
Het centrale contactpunt biedt gebruikers de mogelijkheid om de communicatiemiddelen van hun voorkeur te kiezen en beperkt die middelen niet tot geautomatiseerde hulpmiddelen.
Indien dat in verband met de aard van het product met digitale elementen technisch haalbaar is, stellen fabrikanten gebruikers door de weergave van een notificatie ervan op de hoogte dat hun product met digitale elementen het einde van de ondersteuningsperiode heeft bereikt.
Artikel 14
Rapportageverplichtingen van fabrikanten
Ten behoeve van de in lid 1 bedoelde melding dient de fabrikant het volgende in:
een vroegtijdige waarschuwing over een actief uitgebuite kwetsbaarheid, zonder onnodige vertraging en in elk geval binnen 24 uur nadat de fabrikant er kennis van heeft gekregen, met vermelding, in voorkomend geval, van de lidstaten op het grondgebied waarvan de fabrikant ervan op de hoogte is dat zijn product met digitale elementen beschikbaar is gesteld;
tenzij de relevante informatie reeds is verstrekt, een kwetsbaarheidsmelding, zonder onnodige vertraging en in elk geval binnen 72 uur nadat de fabrikant kennis heeft gekregen van de actief uitgebuite kwetsbaarheid, waarin algemene informatie wordt verstrekt, voor zover beschikbaar, over het desbetreffende product met digitale elementen, de algemene aard van de uitbuiting en van de betroffen kwetsbaarheid, alsook alle genomen corrigerende of risicobeperkende maatregelen, en corrigerende of risicobeperkende maatregelen die gebruikers kunnen nemen, en waarin in voorkomend geval ook wordt aangegeven hoe gevoelig de fabrikant de gemelde informatie acht;
tenzij de relevante informatie reeds is verstrekt, een eindverslag, uiterlijk 14 dagen nadat een corrigerende of risicobeperkende maatregel beschikbaar is, waarin ten minste het volgende is opgenomen:
een beschrijving van de kwetsbaarheid, inclusief de ernst en de gevolgen ervan;
indien beschikbaar, informatie over elke kwaadwillige actor die de kwetsbaarheid heeft uitgebuit of die de kwetsbaarheid aan het uitbuiten is;
details over de beveiligingsupdate of andere corrigerende maatregelen die beschikbaar zijn gesteld om de kwetsbaarheid te verhelpen.
Ten behoeve van de in lid 3 bedoelde melding dient de fabrikant het volgende in:
een vroegtijdige waarschuwing over een ernstig incident dat gevolgen heeft voor de beveiliging van het product met digitale elementen, zonder onnodige vertraging en in elk geval binnen 24 uur nadat de fabrikant er kennis van heeft gekregen, waarin ten minste wordt vermeld of het incident vermoedelijk door onwettige of kwaadwillige handelingen is veroorzaakt, en waarin, in voorkomend geval, ook de lidstaten worden vermeld op het grondgebied waarvan de fabrikant ervan op de hoogte is dat zijn product met digitale elementen beschikbaar is gesteld;
tenzij de relevante informatie reeds is verstrekt, een incidentmelding, zonder onnodige vertraging en in elk geval binnen 72 uur nadat de fabrikant kennis heeft gekregen van het incident, waarin algemene informatie wordt verstrekt, voor zover beschikbaar, over de aard van het incident, een eerste beoordeling van het incident, alsook alle genomen corrigerende of risicobeperkende maatregelen, en corrigerende of risicobeperkende maatregelen die gebruikers kunnen nemen, en waarin in voorkomend geval ook wordt aangegeven hoe gevoelig de fabrikant de gemelde informatie acht;
tenzij de relevante informatie reeds is verstrekt, binnen één maand na de indiening van de incidentmelding uit hoofde van punt b), een eindverslag waarin ten minste het volgende is opgenomen:
een gedetailleerde beschrijving van het incident, inclusief de ernst en de gevolgen ervan;
het soort bedreiging of de grondoorzaak die waarschijnlijk tot het incident heeft geleid;
toegepaste en lopende beperkende maatregelen.
Voor de toepassing van lid 3 wordt een incident dat gevolgen heeft voor de beveiliging van het product met digitale elementen als ernstig beschouwd wanneer:
het negatieve gevolgen heeft of negatieve gevolgen kan hebben voor het vermogen van een product met digitale elementen om de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van gevoelige of belangrijke gegevens of functies te beschermen, of
het heeft geleid of kan leiden tot de invoering of uitvoering van kwaadwillige code in een product met digitale elementen of in de netwerk- en informatiesystemen van een gebruiker van het product met digitale elementen.
Voor de toepassing van deze verordening wordt een fabrikant geacht zijn hoofdvestiging in de Unie te hebben in de lidstaat waar de besluiten met betrekking tot de cyberbeveiliging van zijn product met digitale elementen hoofdzakelijk worden genomen. Indien niet kan worden bepaald welke lidstaat dat is, wordt de hoofdvestiging geacht zich te bevinden in de lidstaat waar de betrokken fabrikant de vestiging met het grootste aantal werknemers in de Unie heeft.
Indien een fabrikant geen hoofdvestiging in de Unie heeft, dient hij de in de leden 1 en 3 bedoelde meldingen in met gebruikmaking van het elektronische endpoint voor melding van het als coördinator aangewezen CSIRT in de lidstaat die bepaald is op grond van onderstaande volgorde en op basis van de informatie waarover de fabrikant beschikt:
de lidstaat waar de gemachtigde vertegenwoordiger die namens de fabrikant optreedt voor het grootste aantal producten met digitale elementen van die fabrikant, is gevestigd;
de lidstaat waar de importeur is gevestigd die het grootste aantal producten met digitale elementen van die fabrikant in de handel brengt;
de lidstaat waar de distributeur is gevestigd die het grootste aantal producten met digitale elementen van die fabrikant op de markt aanbiedt;
de lidstaat waar het grootste aantal gebruikers van producten met digitale elementen van die fabrikant is gevestigd.
Met betrekking tot de derde alinea, punt d), kan een fabrikant bij hetzelfde als coördinator aangewezen CSIRT waaraan hij de eerste melding heeft gedaan, meldingen indienen in verband met elke volgende actief uitgebuite kwetsbaarheid of ernstig incident dat gevolgen heeft voor de beveiliging van het product met digitale elementen.
Artikel 15
Vrijwillige melding
Het als coördinator aangewezen CSIRT kan voorrang geven aan de verwerking van verplichte meldingen boven vrijwillige meldingen.
Artikel 16
Oprichting van een centraal meldingsplatform
In uitzonderlijke omstandigheden, en met name op verzoek van de fabrikant en in het licht van het gevoeligheidsniveau van de gemelde informatie zoals aangegeven door de fabrikant krachtens artikel 14, lid 2, punt a), van deze verordening, kan de verspreiding van de melding op basis van gegronde cyberbeveiligingsgerelateerde redenen worden uitgesteld gedurende een periode die niet langer dan strikt noodzakelijk is, ook wanneer een kwetsbaarheid onderworpen is aan een procedure voor gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden als bedoeld in artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555. Wanneer een CSIRT besluit een melding achter te houden, stelt het CSIRT Enisa onmiddellijk in kennis van het besluit en verstrekt het zowel een motivering voor het achterhouden van de melding als een indicatie van wanneer het de melding zal verspreiden overeenkomstig de in dit lid vastgestelde verspreidingsprocedure. Enisa kan het CSIRT ondersteunen bij de toepassing van cyberbeveiligingsgerelateerde redenen met betrekking tot het uitstellen van de verspreiding van de melding.
In zeer uitzonderlijke omstandigheden, wanneer de fabrikant in de in artikel 14, lid 2, punt b), bedoelde melding aangeeft:
dat de gemelde kwetsbaarheid actief wordt uitgebuit door een kwaadwillige actor en, volgens de beschikbare informatie, wordt uitgebuit in geen enkele andere lidstaat dan die van het als coördinator aangewezen CSIRT waaraan de fabrikant de kwetsbaarheid heeft gemeld;
dat elke onmiddellijke verdere verspreiding van de gemelde kwetsbaarheid waarschijnlijk zou leiden tot de verstrekking van informatie waarvan de bekendmaking strijdig zou zijn met de wezenlijke belangen van die lidstaat, of
dat de gemelde kwetsbaarheid een dreigend hoog cyberbeveiligingsrisico vormt als gevolg van de verdere verspreiding;
zullen uitsluitend de informatie dat de fabrikant een melding heeft gedaan, de algemene informatie over het product, de informatie over de algemene aard van de uitbuiting en de informatie dat er beveiligingsgerelateerde redenen zijn aangevoerd, tegelijkertijd aan Enisa ter beschikking worden gesteld totdat de volledige melding wordt verspreid onder de betrokken CSIRT’s en Enisa. Indien Enisa op basis van die informatie van oordeel is dat er een systeemrisico bestaat dat gevolgen heeft voor de veiligheid op de interne markt, beveelt Enisa het ontvangende CSIRT aan de volledige melding onder de andere als coördinatoren aangewezen CSIRT’s en Enisa zelf te verspreiden.
Artikel 17
Andere bepalingen in verband met melding
Artikel 18
Gemachtigde vertegenwoordigers
Een gemachtigde vertegenwoordiger voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij van de fabrikant heeft ontvangen. De gemachtigde vertegenwoordiger legt op verzoek een kopie van het mandaat over aan de markttoezichtautoriteiten. Het mandaat stelt de gemachtigde vertegenwoordiger in staat ten minste het volgende te doen:
hij houdt de EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 28 en de technische documentatie als bedoeld in artikel 31 gedurende een periode van ten minste tien jaar nadat het product met digitale elementen in de handel is gebracht of gedurende de ondersteuningsperiode indien die langer is, ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten;
hij verstrekt een markttoezichtautoriteit, wanneer die autoriteit daartoe een met redenen omkleed verzoek indient, alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het product met digitale elementen aan te tonen;
hij verleent op verzoek van de markttoezichtautoriteiten medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van een product met digitale elementen die onder het mandaat van de gemachtigde vertegenwoordiger vallen, weg te nemen.
Artikel 19
Verplichtingen van importeurs
Alvorens een product met digitale elementen in de handel te brengen, zorgen importeurs ervoor dat:
de fabrikant de juiste in artikel 32 bedoelde conformiteitsbeoordelingsprocedures heeft uitgevoerd;
de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld;
het product met digitale elementen is voorzien van de in artikel 30 bedoelde CE-markering en vergezeld gaat van de in artikel 13, lid 20, bedoelde EU-conformiteitsverklaring en de in bijlage II vastgestelde informatie en instructies voor de gebruiker, in een taal die gebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk kunnen begrijpen;
de fabrikant aan de vereisten van artikel 13, leden 15, 16 en 19, heeft voldaan.
Voor de toepassing van dit lid moeten importeurs de nodige documenten kunnen verstrekken waaruit blijkt dat aan de vereisten van dit artikel is voldaan.
Wanneer een importeur redenen heeft om aan te nemen dat een product met digitale elementen in het licht van niet-technische risicofactoren een significant cyberbeveiligingsrisico kan inhouden, stelt de importeur de markttoezichtautoriteiten daarvan op de hoogte. Na ontvangst van die informatie volgen de markttoezichtautoriteiten de in artikel 54, lid 2, bedoelde procedures.
Wanneer importeurs kennis krijgen van een kwetsbaarheid in het product met digitale elementen, stellen zij de fabrikant zonder onnodige vertraging in kennis van die kwetsbaarheid. Bovendien brengen importeurs, indien het product met digitale elementen een significant cyberbeveiligingsrisico inhoudt, de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product met digitale elementen op de markt hebben aangeboden, daarvan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.
Artikel 20
Verplichtingen van distributeurs
Alvorens een product met digitale elementen op de markt aan te bieden, gaan distributeurs na of:
het product met digitale elementen is voorzien van de CE-markering;
de fabrikant en de importeur hebben voldaan aan de verplichtingen van artikel 13, leden 15, 16, 18, 19 en 20, en artikel 19, lid 4, en alle nodige documenten hebben verstrekt aan de distributeur.
Wanneer distributeurs kennis krijgen van een kwetsbaarheid in het product met digitale elementen, stellen zij de fabrikant zonder onnodige vertraging in kennis van die kwetsbaarheid. Bovendien brengen distributeurs, indien het product met digitale elementen een significant cyberbeveiligingsrisico inhoudt, de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten waar zij het product met digitale elementen op de markt hebben aangeboden daarvan onmiddellijk op de hoogte, waarbij zij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijven.
Artikel 21
Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs
Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze verordening als een fabrikant beschouwd en moet aan de artikelen 13 en 14 voldoen wanneer die importeur of distributeur een product met digitale elementen onder zijn naam of merk in de handel brengt of een ingrijpende wijziging uitvoert aan een reeds in de handel gebrachte product met digitale elementen.
Artikel 22
Andere gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn
Artikel 23
Identificatie van marktdeelnemers
Marktdeelnemers verstrekken de markttoezichtautoriteiten op verzoek de volgende informatie:
naam en adres van alle marktdeelnemers die hun een product met digitale elementen hebben geleverd;
indien beschikbaar, naam en adres van alle marktdeelnemers aan wie zij een product met digitale elementen hebben geleverd.
Artikel 24
Verplichtingen van opensourcesoftwarestewards
Op een met redenen omkleed verzoek van een markttoezichtautoriteit verstrekken opensourcesoftwarestewards die autoriteit, in een taal die die autoriteit gemakkelijk kan begrijpen, de in lid 1 bedoelde documentatie op papier of in elektronische vorm.
Artikel 25
Beveiligingsattestatie van vrije en opensourcesoftware
Om de naleving van de in artikel 13, lid 5, vastgestelde passendezorgvuldigheidsverplichting te vergemakkelijken, met name ten aanzien van fabrikanten die vrije en opensourcesoftwarecomponenten in hun producten met digitale elementen integreren, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 61 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door vrijwillige beveiligingsattestatieprogramma’s vast te stellen die ontwikkelaars of gebruikers van producten met digitale elementen die als vrije en opensourcesoftware aangemerkt worden, alsook andere derden in staat stellen de conformiteit van dergelijke producten met alle of bepaalde essentiële cyberbeveiligingsvereisten of andere in deze verordening vastgestelde verplichtingen te beoordelen.
Artikel 26
Richtsnoeren
Wanneer de Commissie voornemens is de in lid 1 bedoelde richtsnoeren te verstrekken, gaat zij ten minste in op de volgende aspecten:
het toepassingsgebied van deze verordening, met bijzondere aandacht voor oplossingen voor gegevensverwerking op afstand en vrije en opensourcesoftware;
de toepassing van ondersteuningsperioden met betrekking tot bepaalde categorieën producten met digitale elementen;
richtsnoeren voor fabrikanten die onder deze verordening vallen en die ook onderworpen zijn aan andere harmonisatiewetgeving van de Unie dan deze verordening of andere daarmee verband houdende rechtshandelingen van de Unie;
het begrip “ingrijpende wijziging”.
De Commissie houdt ook een gemakkelijk toegankelijke lijst bij van de gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld.
HOOFDSTUK III
CONFORMITEIT VAN HET PRODUCT MET DIGITALE ELEMENTEN
Artikel 27
Vermoeden van conformiteit
De Commissie verzoekt overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 een of meer Europese normalisatieorganisaties om geharmoniseerde normen op te stellen voor de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I bij deze verordening. Bij het opstellen van normalisatieverzoeken voor deze verordening streeft de Commissie ernaar rekening te houden met bestaande Europese en internationale normen voor cyberbeveiliging die van kracht of in ontwikkeling zijn, teneinde de ontwikkeling van geharmoniseerde normen te vereenvoudigen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012.
Die uitvoeringshandelingen worden alleen vastgesteld indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
de Commissie heeft, op grond van artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012, één of meer Europese normalisatieorganisaties verzocht geharmoniseerde normen voor de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I op te stellen en:
het verzoek is niet aanvaard;
de geharmoniseerde normen waarop dat verzoek betrekking heeft, worden niet binnen de overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 vastgestelde termijn geleverd, of
de geharmoniseerde normen voldoen niet aan het verzoek, en
er is geen referentie van geharmoniseerde normen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie voor de desbetreffende essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I bij deze verordening, en een dergelijke referentie zal naar verwachting niet binnen een redelijke termijn worden bekendgemaakt.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 62, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 28
EU-conformiteitsverklaring
De in artikel 13, lid 20, bedoelde vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring komt qua structuur overeen met het model in bijlage VI. Zij wordt beschikbaar gesteld in de talen die zijn voorgeschreven door de lidstaat waar het product met digitale elementen in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.
Artikel 29
Algemene beginselen van de CE-markering
De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die zijn vastgesteld in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.
Artikel 30
Regels en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering
Het identificatienummer van de aangemelde instantie wordt aangebracht door die instantie zelf dan wel overeenkomstig haar instructies door de fabrikant of de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant.
Artikel 31
Technische documentatie
Artikel 32
Conformiteitsbeoordelingsprocedures voor producten met digitale elementen
De fabrikant voert een conformiteitsbeoordeling uit van het product met digitale elementen en van de processen die de fabrikant heeft ingesteld, om te bepalen of aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I is voldaan. De fabrikant toont de conformiteit met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten aan de hand van een van de volgende procedures aan:
de procedure voor interne controle (op basis van module A) zoals beschreven in bijlage VIII;
de procedure voor EU-typeonderzoek (op basis van module B) zoals beschreven in bijlage VIII, gevolgd door conformiteit met het EU-type op basis van interne productiecontrole (op basis van module C) zoals beschreven in bijlage VIII;
een conformiteitsbeoordeling op basis van volledige kwaliteitsborging (op basis van module H) zoals beschreven in bijlage VIII, of
indien beschikbaar en van toepassing, een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling op grond van artikel 27, lid 9.
Wanneer de fabrikant bij de beoordeling van de conformiteit van een belangrijk product met digitale elementen dat valt onder klasse I zoals vastgesteld in bijlage III en van de door de fabrikant ingestelde processen met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I, geen geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties of Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen op ten minste zekerheidsniveau “substantieel” als bedoeld in artikel 27 heeft toegepast of slechts gedeeltelijk heeft toegepast, of indien dergelijke geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties of Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen niet bestaan, worden het betrokken product met digitale elementen en de door de fabrikant ingestelde processen met betrekking tot die essentiële cyberbeveiligingsvereisten aan een van de volgende procedures onderworpen:
de procedure voor EU-typeonderzoek (op basis van module B) zoals beschreven in bijlage VIII, gevolgd door conformiteit met het EU-type op basis van interne productiecontrole (op basis van module C) zoals beschreven in bijlage VIII, of
een conformiteitsbeoordeling op basis van volledige kwaliteitsborging (op basis van module H) zoals beschreven in bijlage VIII.
Indien het product een belangrijk product met digitale elementen is dat valt onder klasse II zoals beschreven in bijlage III, toont de fabrikant de conformiteit met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I aan door middel van een van de volgende procedures:
de procedure voor EU-typeonderzoek (op basis van module B) zoals beschreven in bijlage VIII, gevolgd door conformiteit met het EU-type op basis van interne productiecontrole (op basis van module C) zoals beschreven in bijlage VIII;
een conformiteitsbeoordeling op basis van volledige kwaliteitsborging (op basis van module H) zoals beschreven in bijlage VIII, of
indien beschikbaar en van toepassing, een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling op grond van artikel 27, lid 9, van deze verordening op ten minste zekerheidsniveau “substantieel” op grond van Verordening (EU) 2019/881.
Voor kritieke producten met digitale elementen die zijn opgenomen in bijlage IV, wordt de conformiteit met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I aangetoond door middel van een van de volgende procedures:
een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling overeenkomstig artikel 8, lid 1, of
indien niet aan de voorwaarden van artikel 8, lid 1, is voldaan, een van de in lid 3 van dit artikel bedoelde procedures.
Artikel 33
Steunmaatregelen voor micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van start-ups
De lidstaten ondernemen, waar passend, de volgende acties die zijn afgestemd op de behoeften van micro-ondernemingen en kleine ondernemingen:
specifieke bewustmakings- en opleidingsactiviteiten over de toepassing van deze verordening organiseren;
een specifiek kanaal opzetten voor communicatie met micro-ondernemingen en kleine ondernemingen en, voor zover passend, lokale overheden om advies te verstrekken en vragen over de uitvoering van deze verordening te beantwoorden;
ondersteunen van test- en conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, voor zover relevant onder meer met de steun van het Europees kenniscentrum voor cyberbeveiliging.
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 62, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 34
Overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning
Rekening houdend met het niveau van technische ontwikkeling en de aanpak van de conformiteitsbeoordeling van een derde land, kan de Unie overeenkomstig artikel 218 VWEU overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning met derde landen sluiten om de internationale handel te bevorderen en te vergemakkelijken.
HOOFDSTUK IV
AANMELDING VAN CONFORMITEITSBEOORDELINGSINSTANTIES
Artikel 35
Aanmelding
Artikel 36
Aanmeldende autoriteiten
Artikel 37
Vereisten met betrekking tot aanmeldende autoriteiten
Artikel 38
Informatieverplichting voor aanmeldende autoriteiten
Artikel 39
Vereisten met betrekking tot aangemelde instanties
Een instantie die lid is van een ondernemersorganisatie of van een beroepsvereniging die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de ontwikkeling, de productie, de levering, de assemblage, het gebruik of het onderhoud van producten met digitale elementen die zij beoordeelt, kan als een dergelijke derde partij worden beschouwd, op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten worden aangetoond.
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, ontwikkelen, vervaardigen, importeren, distribueren, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van de door hen beoordeelde producten met digitale elementen. Zij voeren geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangemeld, in het gedrang kunnen brengen. Dat geldt met name voor adviesdiensten.
Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elke soort of elke categorie producten met digitale elementen waarvoor zij is aangemeld, over:
het nodige personeel met technische kennis en voldoende passende ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;
de nodige beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van die procedures worden gewaarborgd. Zij beschikt over een gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangemelde instantie verricht en andere activiteiten;
de nodige procedures voor de uitoefening van haar activiteiten die naar behoren rekening houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin die actief is, haar structuur, de mate van complexiteit van de producttechnologie in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten.
Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verantwoordelijke personeel beschikt over:
een gedegen technische en beroepsopleiding die alle conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangemeld;
toereikende kennis van de vereisten inzake de beoordelingen die het verricht en voldoende bevoegdheden om die beoordelingen uit te voeren;
voldoende kennis van en inzicht in de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I, de toepasselijke geharmoniseerde normen en gemeenschappelijke specificaties, en de relevante bepalingen van harmonisatiewetgeving van de Unie en uitvoeringshandelingen;
de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht.
De beloning van de hoogste leidinggevenden en het beoordelingspersoneel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.
Artikel 40
Vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties
Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zake doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt zij geacht aan de vereisten van artikel 39 te voldoen, voor zover die vereisten door de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen worden bestreken.
Artikel 41
Dochterondernemingen van en uitbesteding door aangemelde instanties
Artikel 42
Verzoek om aanmelding
Artikel 43
Aanmeldingsprocedure
Alleen een dergelijke instantie wordt voor de toepassing van deze verordening als aangemelde instantie beschouwd.
Artikel 44
Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties
Zij kent per instantie slechts één nummer toe, ook als de instantie uit hoofde van diverse rechtshandelingen van de Unie is aangemeld.
De Commissie zorgt voor de bijwerking van die lijst.
Artikel 45
Wijzigingen van aanmeldingen
Artikel 46
Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties
Artikel 47
Operationele verplichtingen van aangemelde instanties
Artikel 48
Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties
De lidstaten voorzien in een beroepsprocedure tegen besluiten van de aangemelde instanties.
Artikel 49
Informatieplicht voor aangemelde instanties
Aangemelde instanties brengen de aanmeldende autoriteit op de hoogte van:
elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van een certificaat;
omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van en de voorwaarden voor aanmelding;
informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen;
op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en onderaanneming.
Artikel 50
Uitwisseling van ervaringen
De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid.
Artikel 51
Coördinatie van aangemelde instanties
HOOFDSTUK V
MARKTTOEZICHT EN HANDHAVING
Artikel 52
Markttoezicht op en controle van producten met digitale elementen op de markt van de Unie
De autoriteiten die toezicht houden op het gegevensbeschermingsrecht van de Unie hebben de bevoegdheid om alle krachtens deze verordening gecreëerde of bewaarde documentatie op te vragen en in te zien wanneer toegang tot die documentatie noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taken. Zij stellen de aangewezen markttoezichtautoriteiten van de betrokken lidstaat in kennis van een dergelijk verzoek.
De ADCO publiceert in een openbaar toegankelijke en gebruiksvriendelijke vorm relevante statistieken over categorieën producten met digitale elementen, met inbegrip van gemiddelde ondersteuningsperioden, zoals bepaald door de fabrikant op grond van artikel 13, lid 8, en verstrekt richtsnoeren met indicatieve ondersteuningsperioden voor categorieën producten met digitale elementen.
Wanneer uit de gegevens blijkt dat de ondersteuningsperioden voor specifieke categorieën producten met digitale elementen ontoereikend zijn, kan de ADCO de markttoezichtautoriteiten aanbevelingen doen om hun activiteiten te richten op dergelijke categorieën producten met digitale elementen.
Artikel 53
Toegang tot gegevens en documentatie
Indien dat nodig is om de conformiteit van producten met digitale elementen en de door de fabrikanten ervan ingestelde processen met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I te beoordelen, krijgen de markttoezichtautoriteiten, op een met redenen omkleed verzoek, in een voor hen gemakkelijk te begrijpen taal toegang tot de gegevens die nodig zijn om het ontwerp, de ontwikkeling, de productie en de respons op kwetsbaarheden van dergelijke producten te beoordelen, met inbegrip van de daarmee verband houdende interne documentatie van de desbetreffende marktdeelnemer.
Artikel 54
Procedure op nationaal niveau voor producten met digitale elementen die een significant cyberbeveiligingsrisico inhouden
Indien de markttoezichtautoriteit bij die evaluatie vaststelt dat het product met digitale elementen niet aan de vereisten van deze verordening voldoet, gelast zij de betrokken marktdeelnemer onverwijld alle passende corrigerende maatregelen te nemen om het product met digitale elementen binnen een door de markttoezichtautoriteit vast te stellen redelijke termijn, die evenredig is met de aard van het cyberbeveiligingsrisico, in overeenstemming te brengen met die vereisten, uit de handel te nemen of terug te roepen.
De markttoezichtautoriteit stelt de betrokken aangemelde instantie daarvan in kennis. Artikel 18 van Verordening (EU) 2019/1020 is van toepassing op de corrigerende maatregelen.
Die autoriteit stelt de Commissie en de andere lidstaten onverwijld in kennis van die maatregelen.
De in lid 5 bedoelde informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het non-conforme product met digitale elementen te identificeren en om de oorsprong van dat product met digitale elementen, de aard van de beweerde non-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die worden aangevoerd door de desbetreffende marktdeelnemer. De markttoezichtautoriteit vermeldt met name of de non-conformiteit een of meer van de volgende redenen heeft:
het product met digitale elementen of de door de fabrikant ingestelde processen voldoen niet aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I;
tekortkomingen in de in artikel 27 bedoelde geharmoniseerde normen, Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen of gemeenschappelijke specificaties.
Artikel 55
Vrijwaringsprocedure van de Unie
Artikel 56
Procedure op het niveau van de Unie voor producten met digitale elementen die een significant cyberbeveiligingsrisico inhouden
Artikel 57
Conforme producten met digitale elementen die een significant cyberbeveiligingsrisico inhouden
De markttoezichtautoriteit van een lidstaat vereist van een marktdeelnemer dat hij alle passende maatregelen neemt wanneer zij na uitvoering van een evaluatie uit hoofde van artikel 54 vaststelt dat, hoewel een product met digitale elementen en de door de fabrikant ingestelde processen in overeenstemming zijn met deze verordening, deze een significant cyberbeveiligingsrisico inhoudt en, alsook een risico voor:
de gezondheid of veiligheid van personen;
de naleving van verplichtingen uit hoofde van het Unierecht of het interne recht ter bescherming van de grondrechten;
de beschikbaarheid, de authenticiteit, de integriteit of de vertrouwelijkheid van diensten die via een elektronisch informatiesysteem worden aangeboden door in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde essentiële entiteiten, of
andere aspecten van de bescherming van het algemeen belang.
De in de eerste alinea bedoelde maatregelen kunnen maatregelen omvatten om ervoor te zorgen dat het betrokken product met digitale elementen en de door de fabrikant ingestelde processen de desbetreffende risico’s niet meer inhouden wanneer het product op de markt wordt aangeboden, dat het product met digitale elementen uit de handel wordt genomen of dat het wordt teruggeroepen, en die maatregelen staan in verhouding tot de aard van die risico’s.
Artikel 58
Formele non-conformiteit
Indien de markttoezichtautoriteit van een lidstaat een van de volgende feiten vaststelt, vereist zij van de betrokken fabrikant dat die een einde maakt aan de non-conformiteit:
de CE-markering is in strijd met artikel 29 en artikel 30 aangebracht;
de CE-markering is niet aangebracht;
de EU-conformiteitsverklaring is niet opgesteld;
de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;
het identificatienummer van de aangemelde instantie die betrokken is bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure is, in voorkomend geval, niet aangebracht;
de technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig.
Artikel 59
Gezamenlijke activiteiten van markttoezichtautoriteiten
Artikel 60
Bezemacties
HOOFDSTUK VI
BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN COMITÉPROCEDURE
Artikel 61
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
Artikel 62
Comitéprocedure
HOOFDSTUK VII
VERTROUWELIJKHEID EN SANCTIES
Artikel 63
Vertrouwelijkheid
Alle partijen die betrokken zijn bij de toepassing van deze verordening, eerbiedigen de vertrouwelijke aard van informatie en gegevens die zij hebben verkregen tijdens het uitvoeren van hun taken en activiteiten met het oog op de bescherming van:
intellectuele-eigendomsrechten, en vertrouwelijke bedrijfsinformatie of bedrijfsgeheimen van een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van broncode, uitgezonderd de in artikel 5 van Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ) genoemde gevallen;
de doeltreffende uitvoering van deze verordening, met name ten behoeve van de uitvoering van inspecties, onderzoeken of audits;
openbare en nationale veiligheidsbelangen;
de integriteit van strafrechtelijke of bestuursrechtelijke procedures.
Artikel 64
Sancties
Bij het bepalen van het bedrag van de administratieve geldboete per geval worden alle relevante omstandigheden van de specifieke situatie in aanmerking genomen en wordt terdege rekening gehouden met het volgende:
de aard, ernst en duur van de inbreuk en de gevolgen ervan;
of administratieve geldboeten reeds door dezelfde of andere markttoezichtautoriteiten voor een soortgelijke inbreuk op dezelfde marktdeelnemer zijn toegepast;
de omvang, met name met betrekking tot micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van start-ups, en het marktaandeel van de marktdeelnemer die de inbreuk pleegt.
►C1 In afwijking van de leden 2 tot en met 9 zijn de in die leden bedoelde administratieve geldboeten niet van toepassing op: ◄
fabrikanten die kunnen worden aangemerkt als micro-ondernemingen of kleine ondernemingen met betrekking tot het niet naleven van de in artikel 14, lid 2, punt a), of artikel 14, lid 4, punt a), bedoelde termijn;
inbreuken op deze verordening door opensourcesoftwarestewards.
Artikel 65
Representatieve vorderingen
Richtlijn (EU) 2020/1828 is van toepassing op de representatieve vorderingen die worden ingesteld tegen marktdeelnemers wegens inbreuken op bepalingen van deze verordening die de collectieve belangen van consumenten schaden of kunnen schaden.
HOOFDSTUK VIII
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 66
Wijziging van Verordening (EU) 2019/1020
Aan bijlage I bij Verordening (EU) 2019/1020 wordt het volgende punt toegevoegd:
Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad ( *1 ).
Artikel 67
Wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828
Aan bijlage I bij Richtlijn (EU) 2020/1828 wordt het volgende punt toegevoegd:
Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad ( *2 ).
Artikel 68
Wijziging van Verordening (EU) nr. 168/2013
In deel C1 van de tabel van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) wordt de volgende vermelding ingevoegd:
“
|
16 |
18 |
bescherming van het voertuig tegen cyberaanvallen |
|
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
x |
”
Artikel 69
Overgangsbepalingen
Artikel 70
Evaluatie en toetsing
Artikel 71
Inwerkingtreding en toepassing
Artikel 14 is evenwel van toepassing met ingang van 11 september 2026, en hoofdstuk IV (de artikelen 35 tot en met 51) is van toepassing met ingang van 11 juni 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE I
ESSENTIËLE CYBERBEVEILIGINGSVEREISTEN
Deel I Cyberbeveiligingsvereisten met betrekking tot de eigenschappen van producten met digitale elementen
1) Producten met digitale elementen worden zodanig ontworpen, ontwikkeld en geproduceerd dat zij een passend cyberbeveiligingsniveau op basis van de risico’s waarborgen.
2) Op basis van de in artikel 13, lid 2, bedoelde beoordeling van cyberbeveiligingsrisico’s en indien van toepassing, moeten producten met digitale elementen:
op de markt worden aangeboden zonder bekende uitbuitbare kwetsbaarheden;
op de markt worden aangeboden met een standaard beveiligde configuratie, tenzij anders overeengekomen tussen de fabrikant en de zakelijke gebruiker met betrekking tot een product met digitale elementen op maat, met inbegrip van de mogelijkheid om het product in zijn oorspronkelijke toestand te herstellen;
garanderen dat kwetsbaarheden kunnen worden aangepakt door middel van beveiligingsupdates, waaronder, indien van toepassing, door automatische beveiligingsupdates die worden geïnstalleerd binnen een passende termijn en die als standaardinstelling zijn ingeschakeld, met een duidelijk en gebruiksvriendelijk opt-outmechanisme, door de melding van beschikbare updates aan gebruikers, en door de mogelijkheid om die tijdelijk uit te stellen;
zorgen voor bescherming tegen ongeoorloofde toegang door middel van passende controlemechanismen, met inbegrip van maar niet beperkt tot authenticatie-, identiteits- of toegangsbeheersystemen, en melding maken van eventuele ongeoorloofde toegang;
de vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of anderszins verwerkte persoonsgegevens of andere gegevens beschermen, bijvoorbeeld door relevante inactieve gegevens of gegevens in overdracht met behulp van geavanceerde mechanismen te versleutelen, en door andere technische middelen te gebruiken;
de integriteit van opgeslagen, verzonden of anderszins verwerkte gegevens, persoonsgegevens of andere gegevens, commando’s, programma’s en configuraties beschermen tegen manipulatie of wijziging die niet door de gebruiker is toegestaan, en melding maken van beschadiging;
uitsluitend persoons- of andere gegevens verwerken die toereikend en ter zake dienend zijn en beperkt zijn tot wat noodzakelijk is met betrekking tot het beoogde doel van het product met digitale elementen (minimale gegevensverwerking);
de beschikbaarheid van essentiële en basisfuncties beschermen, ook na een incident, onder meer door middel van weerbaarheids- en beperkingsmaatregelen tegen denial of serviceaanvallen;
de negatieve impact van de producten zelf of van verbonden apparaten op de beschikbaarheid van diensten die door andere apparaten of netwerken worden geleverd, tot een minimum beperken;
worden ontworpen, ontwikkeld en geproduceerd om kwetsbaarheden voor aanvallen, met inbegrip van externe interfaces, te beperken;
worden ontworpen, ontwikkeld en geproduceerd om de gevolgen van een incident te beperken met behulp van passende mechanismen en technieken om uitbuiting te beperken;
beveiligingsgerelateerde informatie verstrekken door relevante interne activiteiten te registreren en te monitoren, met inbegrip van de toegang tot of wijziging van gegevens, diensten of functies, met een opt-outmechanisme voor de gebruiker;
gebruikers de mogelijkheid bieden om alle gegevens en instellingen veilig en gemakkelijk permanent te verwijderen en, indien die gegevens naar andere producten of systemen kunnen worden overgedragen, ervoor zorgen dat dat op een veilige manier gebeurt.
Deel II Vereisten inzake de respons op kwetsbaarheden
Fabrikanten van producten met digitale elementen moeten:
kwetsbaarheden en componenten in producten met digitale elementen vaststellen en documenteren, onder meer door een softwarestuklijst op te stellen in een algemeen gebruikt en machineleesbaar formaat waarin ten minste de afhankelijkheden van de producten op het hoogste niveau worden aangegeven;
in verband met de risico’s die verbonden zijn aan producten met digitale elementen, kwetsbaarheden onverwijld aanpakken en verhelpen, onder meer door beveiligingsupdates te verstrekken; indien technisch haalbaar moeten nieuwe beveiligingsupdates afzonderlijk van de functionaliteitsupdates worden verstrekt;
de beveiliging van het product met digitale elementen op doeltreffende en regelmatige wijze testen en evalueren;
zodra een beveiligingsupdate beschikbaar is gesteld, informatie delen en openbaar maken over verholpen kwetsbaarheden, met inbegrip van een beschrijving van de kwetsbaarheden, informatie aan de hand waarvan gebruikers het betreffende product met digitale elementen kunnen identificeren, de gevolgen van de kwetsbaarheden, de ernst ervan en duidelijke en toegankelijke informatie die gebruikers helpt de kwetsbaarheden te verhelpen; in naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen fabrikanten, wanneer zij van mening zijn dat de beveiligingsrisico’s van openbaarmaking zwaarder wegen dan de beveiligingsvoordelen, het openbaar maken van informatie over een verholpen kwetsbaarheid uitstellen totdat de gebruikers de mogelijkheid hebben gekregen de desbetreffende patch uit te voeren;
een beleid inzake gecoördineerde openbaarmaking van kwetsbaarheden invoeren en handhaven;
maatregelen nemen om het delen van informatie over potentiële kwetsbaarheden in hun product met digitale elementen en in componenten van derden in dat product te vergemakkelijken, onder meer door een contactadres te verstrekken voor de melding van de kwetsbaarheden die in het product met digitale elementen zijn ontdekt;
voorzien in mechanismen om updates voor producten met digitale elementen veilig te verspreiden om ervoor te zorgen dat kwetsbaarheden tijdig en, waar van toepassing voor beveiligingsupdates, automatisch worden verholpen of beperkt;
ervoor zorgen dat, wanneer er beveiligingsupdates beschikbaar zijn om vastgestelde beveiligingsproblemen aan te pakken, die onverwijld en — tenzij anders overeengekomen tussen een fabrikant en een zakelijke gebruiker met betrekking tot een product met digitale elementen op maat — kosteloos worden verspreid, vergezeld van adviezen met relevante informatie voor gebruikers, onder meer over eventueel te nemen maatregelen.
BIJLAGE II
INFORMATIE EN INSTRUCTIES VOOR DE GEBRUIKER
Het product met digitale elementen gaat ten minste vergezeld van:
de naam, de geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde merk van de fabrikant, en het postadres, het e-mailadres of een ander digitaal communicatiemiddel alsook, indien beschikbaar, de website waarop contact met de fabrikant kan worden opgenomen;
het centraal contactpunt waar informatie over kwetsbaarheden van het product met digitale elementen kan worden gemeld en ontvangen, en waar het beleid van de fabrikant inzake gecoördineerde openbaarmaking van kwetsbaarheden kan worden gevonden;
naam en type en eventuele aanvullende informatie die de unieke identificatie van het product met digitale elementen mogelijk maakt;
het beoogde doel van het product met digitale elementen, met inbegrip van de door de fabrikant geboden beveiligingsomgeving, alsook de essentiële functies en informatie over de beveiligingseigenschappen van het product;
elke bekende of voorzienbare omstandigheid die verband houdt met het gebruik van het product met digitale elementen overeenkomstig het beoogde doel ervan of in een situatie van redelijkerwijs voorzienbaar verkeerd gebruik, die tot significante cyberbeveiligingsrisico’s kan leiden;
indien van toepassing, het internetadres waarop de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd;
het soort technische beveiligingsondersteuning dat door de fabrikant wordt aangeboden en de einddatum van de ondersteuningsperiode tijdens welke gebruikers kunnen verwachten dat kwetsbaarheden worden aangepakt en zij beveiligingsupdates ontvangen;
gedetailleerde instructies of een internetadres met betrekking tot dergelijke gedetailleerde instructies en informatie over:
de nodige maatregelen tijdens de eerste inbedrijfstelling en gedurende de hele levensduur van het product met digitale elementen om een veilig gebruik ervan te waarborgen;
hoe veranderingen in het product met digitale elementen van invloed kunnen zijn op de beveiliging van gegevens;
hoe veiligheidsrelevante updates kunnen worden geïnstalleerd;
de veilige buitenbedrijfstelling van het product met digitale elementen, met inbegrip van informatie over de wijze waarop gebruikersgegevens veilig kunnen worden verwijderd;
hoe de standaardinstelling die de automatische installatie van beveiligingsupdates mogelijk maakt, zoals voorgeschreven in deel I, punt 2, c), van bijlage I, kan worden uitgeschakeld;
indien het product met digitale elementen bestemd is om te worden geïntegreerd in andere producten met digitale elementen, de informatie die de integrator nodig heeft om te voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I en de documentatievereisten van bijlage VII.
indien de fabrikant besluit de softwarestuklijst ter beschikking te stellen van de gebruiker, informatie over waar de softwarestuklijst kan worden geraadpleegd.
BIJLAGE III
BELANGRIJKE PRODUCTEN MET DIGITALE ELEMENTEN
Klasse I
1. software en hardware voor identiteitsbeheersystemen en voor het beheer van geprivilegieerde toegang, met inbegrip van lezers voor authenticatie en toegangscontrole, waaronder biometrische lezers
2. op zichzelf staande en ingebedde browsers
3. wachtwoordbeheer
4. software die kwaadaardige software opzoekt, verwijdert of in quarantaine plaatst
5. producten met digitale elementen met de functie van virtueel particulier netwerk (VPN)
6. netwerkbeheersystemen
7. Security information and event management-systemen (SIEM) (beveiligingsinformatie en evenementenbeheer)
8. bootmanagement
9. publiekesleutelinfrastructuur en software voor de afgifte van digitale certificaten
10. fysieke en virtuele netwerkinterfaces
11. besturingssystemen
12. routers, modems bestemd voor verbinding met het internet, en netwerkswitches
13. microprocessoren met beveiligingsgerelateerde functies
14. microcontrollers met beveiligingsgerelateerde functies
15. toepassingsspecifieke geïntegreerde schakelingen (ASIC) en veld-programmeerbare gatearrays (FPGA) met beveiligingsgerelateerde functies
16. virtuele assistenten voor slimme huizen voor algemene doeleinden
17. producten voor slimme huizen met beveiligingsfuncties, met inbegrip van slimme deursloten, beveiligingscamera’s, babymonitoringsystemen en alarmsystemen
18. met het internet verbonden speelgoed dat onder Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ) valt en sociale interactieve functies (bv. spreken of filmen) of locatietraceringsfuncties heeft
19. persoonlijke wearables die op een menselijk lichaam moeten worden gedragen of geplaatst en bedoeld zijn voor gezondheidsmonitoring (zoals tracking) en die niet onder Verordening (EU) 2017/745 of (EU) 2017/746 vallen, of persoonlijke wearables die bestemd zijn voor gebruik door en voor kinderen
Klasse II
1. hypervisors en containerruntimesystemen die de gevirtualiseerde uitvoering van besturingssystemen en soortgelijke omgevingen ondersteunen
2. firewalls, inbraakdetectiesystemen en inbraakpreventiesystemen
3. manipulatiebestendige microprocessoren
4. manipulatiebestendige microcontrollers
BIJLAGE IV
KRITIEKE PRODUCTEN MET DIGITALE ELEMENTEN
1. hardwareapparaten met beveiligingskastje
2. gateways voor slimme meters binnen slimme-metersystemen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 23), van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad ( 5 ) en andere apparaten voor geavanceerde beveiligingsdoeleinden, onder meer voor beveiligde cryptoverwerking
3. smartcards of soortgelijke apparaten, met inbegrip van secure elements (beveiligde elementen)
BIJLAGE V
EU-CONFORMITEITSVERKLARING
De in artikel 28 bedoelde EU-conformiteitsverklaring omvat alle volgende informatie:
naam en type van het product met digitale elementen en eventuele aanvullende informatie die de unieke identificatie ervan mogelijk maakt
naam en adres van de fabrikant of de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant
een vermelding dat de EU-conformiteitsverklaring wordt verstrekt onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de aanbieder
voorwerp van de verklaring (identificatie van het product met digitale elementen aan de hand waarvan het product kan worden getraceerd; indien passend kan een foto worden bijgevoegd)
een verklaring dat het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring in overeenstemming is met de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie
verwijzingen naar alle gebruikte relevante geharmoniseerde normen of andere gemeenschappelijke specificaties of cyberbeveiligingscertificering met betrekking waartoe de conformiteitsverklaring is aangegeven
indien van toepassing, de naam en het nummer van de aangemelde instantie, een beschrijving van de uitgevoerde conformiteitsbeoordelingsprocedure en de identificatie van het afgegeven certificaat;
aanvullende informatie:
Ondertekend voor en namens:
(plaats en datum van afgifte):
(naam, functie) (handtekening):
BIJLAGE VI
VEREENVOUDIGDE EU-CONFORMITEITSVERKLARING
De in artikel 13, lid 20, bedoelde vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring wordt als volgt geformuleerd:
BIJLAGE VII
INHOUD VAN DE TECHNISCHE DOCUMENTATIE
De in artikel 31 bedoelde technische documentatie bevat ten minste de volgende informatie, voor zover van toepassing op het desbetreffende product met digitale elementen:
een algemene beschrijving van het product met digitale elementen, met inbegrip van:
het beoogde doel ervan;
versies van software die van invloed zijn op de naleving van de essentiële cyberbeveiligingsvereisten;
wanneer het product met digitale elementen een hardwareproduct is, foto’s of illustraties waarop de externe kenmerken, markering en interne lay-out te zien zijn;
gebruikersinformatie en -instructies zoals beschreven in bijlage II;
een beschrijving van het ontwerp, de ontwikkeling en de productie van het product met digitale elementen en de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden, met inbegrip van:
noodzakelijke informatie over het ontwerp en de ontwikkeling van het product met digitale elementen, met inbegrip van, indien van toepassing, tekeningen en schema’s en een beschrijving van de systeemarchitectuur waarin wordt uitgelegd hoe softwarecomponenten voortbouwen op elkaar of elkaar aanvullen en zijn geïntegreerd in de algemene verwerking;
noodzakelijke informatie en specificaties van de door de fabrikant ingestelde processen inzake de respons op kwetsbaarheden, met inbegrip van de softwarestuklijst, het gecoördineerde beleid inzake openbaarmaking van kwetsbaarheden, bewijs van het verstrekken van een contactadres voor de melding van de kwetsbaarheden en een beschrijving van de gekozen technische oplossingen voor de veilige verspreiding van updates;
noodzakelijke informatie en specificaties van de productie- en monitoringprocessen van het product met digitale elementen en de validering van die processen;
een beoordeling van de cyberbeveiligingsrisico’s waartegen het product met digitale elementen wordt ontworpen, ontwikkeld, geproduceerd, geleverd en onderhouden op grond van artikel 13, met inbegrip van de wijze waarop de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I van toepassing zijn;
relevante informatie die in aanmerking is genomen om op grond van artikel 13, lid 8, de ondersteuningsperiode van het product met digitale elementen te bepalen;
een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, gemeenschappelijke specificaties als bedoeld in artikel 27 van deze verordening of Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die zijn vastgesteld op grond van Verordening (EU) 2019/881 op grond van artikel 27, lid 8, van deze verordening en, indien die geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties of Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen niet zijn toegepast, een beschrijving van de gekozen oplossingen om aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van de delen I en II van bijlage I te voldoen, met inbegrip van een lijst van andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. In het geval van gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties of Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;
verslagen van de tests die zijn uitgevoerd om de conformiteit van het product met digitale elementen en van de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden met de toepasselijke essentiële cyberbeveiligingsvereisten van de delen I en II van bijlage I te verifiëren;
een exemplaar van de EU-conformiteitsverklaring;
indien van toepassing, de softwarestuklijst, ingevolge een met redenen omkleed verzoek van een markttoezichtautoriteit, op voorwaarde dat dat noodzakelijk is om die autoriteit in staat te stellen de naleving van de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I te controleren.
BIJLAGE VIII
CONFORMITEITSBEOORDELINGSPROCEDURES
Deel I Conformiteitsbeoordelingsprocedure op basis van interne controle (op basis van module A)
1. Met “interne controle” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen van de punten 2, 3 en 4 van dit deel nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat de producten met digitale elementen aan alle essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I voldoen en dat de fabrikant aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I voldoet.
2. De fabrikant stelt de in bijlage VII beschreven technische documentatie op.
3. Ontwerp, ontwikkeling, productie en respons op kwetsbaarheden van producten met digitale elementen
De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het ontwerp, de ontwikkeling, de productie en de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden en de monitoring daarvan waarborgen dat de vervaardigde of ontwikkelde producten met digitale elementen en de door de fabrikant ingestelde processen in overeenstemming zijn met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van de delen I en II van bijlage I.
4. Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring
4.1. De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk product met digitale elementen dat aan de toepasselijke vereisten van deze verordening voldoet.
4.2. De fabrikant stelt overeenkomstig artikel 28 voor elk product met digitale elementen een schriftelijke EU-conformiteitsverklaring op en houdt die verklaring, samen met de technische documentatie, tot tien jaar na het in de handel brengen van het product met digitale elementen of gedurende de ondersteuningsperiode, indien die langer is, ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het product met digitale elementen geïdentificeerd waarvoor de verklaring is opgesteld. Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.
5. Gemachtigde vertegenwoordigers
De in punt 4 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens en onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant worden vervuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant, op voorwaarde dat de relevante verplichtingen in het mandaat gespecificeerd zijn.
Deel II EU-typeonderzoek (op basis van module B)
1. Met “EU-typeonderzoek” wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin een aangemelde instantie het technisch ontwerp en de ontwikkeling van een product met digitale elementen en de door de fabrikant ingestelde procedures inzake de respons op kwetsbaarheden onderzoekt en verklaart dat een product met digitale elementen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I voldoet en dat de fabrikant aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I voldoet.
2. Het EU-typeonderzoek wordt uitgevoerd door beoordeling van de geschiktheid van het technisch ontwerp en ontwikkeling van het product met digitale elementen door middel van het onderzoek van de technische documentatie en het bewijsmateriaal die zijn bedoeld in punt 3, en het onderzoek van monsters van een of meer kritieke delen van het product (combinatie van productietype en ontwerptype).
3. De fabrikant dient een aanvraag voor het EU-typeonderzoek in bij een aangemelde instantie van zijn keuze.
De aanvraag omvat:
naam en adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant, de naam en het adres van die gemachtigde vertegenwoordiger;
een schriftelijke verklaring dat dezelfde aanvraag niet is ingediend bij een andere aangemelde instantie;
de technische documentatie aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of het product met digitale elementen voldoet aan de toepasselijke essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I en de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden van de fabrikant van deel II van bijlage I, en die een adequate analyse en beoordeling van de risico’s omvat. In de technische documentatie worden de toepasselijke vereisten vermeld en de documentatie heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de vervaardiging en de werking van het product met digitale elementen. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de in bijlage VII vermelde elementen;
het bewijsmateriaal voor de adequaatheid van de technische ontwerp- en ontwikkelingsoplossingen en de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden. In het bewijsmateriaal worden alle gebruikte documenten vermeld, met name wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen of technische specificaties niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens en onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant door een ander laboratorium zijn verricht.
4. De aangemelde instantie:
onderzoekt de technische documentatie en het bewijsmateriaal om te beoordelen of het technisch ontwerp en de ontwikkeling van het product met digitale elementen voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I en of de door de fabrikant ingestelde procedures inzake de respons op kwetsbaarheden voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I;
controleert of de monsters overeenkomstig de technische documentatie zijn ontwikkeld of vervaardigd, en stelt vast welke elementen zijn ontworpen en ontwikkeld overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de desbetreffende geharmoniseerde normen of technische specificaties, alsook welke elementen zijn ontworpen en ontwikkeld zonder de desbetreffende bepalingen van die normen toe te passen;
verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, wanneer de fabrikant ervoor heeft gekozen de oplossingen uit de desbetreffende geharmoniseerde normen of technische specificaties voor de vereisten van bijlage I toe te passen, te controleren of die op de juiste wijze zijn toegepast;
verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de oplossingen in de desbetreffende geharmoniseerde normen of technische specificaties voor de cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de desbetreffende essentiële cyberbeveiligingsvereisten voldoen;
stelt in overleg met de fabrikant de plaats vast waar de onderzoeken en tests zullen worden uitgevoerd.
5. De aangemelde instantie stelt een evaluatieverslag op over de overeenkomstig punt 4 verrichte activiteiten en de resultaten daarvan. Onverminderd haar verplichtingen jegens de aanmeldende autoriteiten, maakt de aangemelde instantie de inhoud van dat verslag uitsluitend met instemming van de fabrikant geheel of gedeeltelijk openbaar.
6. Wanneer het type en de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I voldoen, verstrekt de aangemelde instantie de fabrikant een certificaat van EU-typeonderzoek. Het certificaat bevat de naam en het adres van de fabrikant, de conclusies van het onderzoek, de eventuele voorwaarden voor de geldigheid ervan en de nodige gegevens voor de identificatie van het goedgekeurde type en de goedgekeurde procedures inzake de respons op kwetsbaarheden. Bij het certificaat kunnen één of meerdere bijlagen worden gevoegd.
Het certificaat en de bijlagen bevatten alle relevante informatie om de conformiteit van de vervaardigde of ontwikkelde producten met digitale elementen met het onderzochte type en de onderzochte procedures inzake de respons op kwetsbaarheden te kunnen evalueren en controle tijdens het gebruik mogelijk te maken.
Wanneer het type en de procedures inzake de respons op kwetsbaarheden niet voldoen aan de toepasselijke essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I, weigert de aangemelde instantie een certificaat van EU-typeonderzoek af te geven en stelt zij de aanvrager daarvan in kennis, met vermelding van de gedetailleerde redenen voor haar weigering.
7. De aangemelde instantie houdt zich op de hoogte van alle veranderingen in de algemeen erkende stand van de techniek die erop wijzen dat het goedgekeurde type en de goedgekeurde procedures inzake de respons op kwetsbaarheden mogelijk niet langer voldoen aan de toepasselijke essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I, en bepaalt of dergelijke wijzigingen nader onderzoek vereisen. Als dat het geval is, stelt de aangemelde instantie de fabrikant daarvan in kennis.
De fabrikant brengt de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende het certificaat van EU-typeonderzoek bewaart op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde type en de goedgekeurde procedures inzake de respons op kwetsbaarheden die van invloed kunnen zijn op de conformiteit met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van bijlage I of de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat. Dergelijke wijzigingen vereisen een aanvullende goedkeuring in de vorm van een bijvoegsel bij het oorspronkelijke certificaat van EU-typeonderzoek.
8. De aangemelde instantie verricht periodieke audits om ervoor te zorgen dat de in deel II van bijlage I beschreven procedures inzake de respons op kwetsbaarheden adequaat worden uitgevoerd.
9. Elke aangemelde instantie brengt haar aanmeldende autoriteiten op de hoogte van de door haar verstrekte of ingetrokken certificaten van EU-typeonderzoek en eventuele bijvoegsels daarbij, en verstrekt haar aanmeldende autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte certificaten en eventuele bijvoegsels daarbij.
Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte certificaten van EU-typeonderzoek en eventuele bijvoegsels daarbij, alsook, op verzoek, van de door haar verstrekte certificaten en bijvoegsels daarbij.
De Commissie, de lidstaten en de andere aangemelde instanties kunnen op verzoek een kopie van de certificaten van EU-typeonderzoek en eventuele bijvoegsels ontvangen. De Commissie en de lidstaten kunnen op verzoek een kopie van de technische documentatie en de resultaten van het door de aangemelde instantie verrichte onderzoek ontvangen. De aangemelde instantie bewaart een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en bijvoegsels daarbij, alsook het technisch dossier, met inbegrip van de door de fabrikant verstrekte documentatie, tot het einde van de geldigheidsduur van het certificaat.
10. De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het product met digitale elementen of gedurende de ondersteuningsperiode, indien die langer is, een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek en de bijlagen en bijvoegsels daarbij, samen met de technische documentatie, ter beschikking van de nationale autoriteiten.
11. De gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant kan de in punt 3 bedoelde aanvraag indienen en de in de punten 7 en 10 vermelde verplichtingen vervullen, op voorwaarde dat de relevante verplichtingen in het mandaat gespecificeerd zijn.
Deel III Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole (op basis van module C)
1. Met “conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole” wordt het gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen van de punten 2 en 3 nakomt en garandeert en verklaart dat de betrokken producten met digitale elementen in overeenstemming zijn met het type dat is beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I voldoen, en dat de fabrikant aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I voldoet.
2. Productie
De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de productie en de monitoring daarvan garanderen dat de vervaardigde producten met digitale elementen in overeenstemming zijn met het goedgekeurde type dat is beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I, en garandeert dat de fabrikant aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I voldoet.
3. Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring
De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk product met digitale elementen dat in overeenstemming is met het type dat is beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoet aan de toepasselijke vereisten van deze verordening.
De fabrikant stelt voor elk productmodel een schriftelijke conformiteitsverklaring op en houdt die verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van het product met digitale elementen of gedurende de ondersteuningsperiode, indien die langer is, ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het productmodel geïdentificeerd waarvoor de verklaring is opgesteld. Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.
4. Gemachtigde vertegenwoordiger
De in punt 3 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens en onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant worden vervuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant, op voorwaarde dat de relevante verplichtingen in het mandaat gespecificeerd zijn.
Deel IV Conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging (op basis van module H)
1. Met “conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen van de punten 2 en 5 van dit deel nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat de betrokken producten met digitale elementen of productcategorieën aan alle essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I voldoen en dat de door de fabrikant ingestelde procedures inzake de respons op kwetsbaarheden aan de vereisten van deel II van bijlage I voldoen.
2. Ontwerp, ontwikkeling, productie en respons op kwetsbaarheden van producten met digitale elementen
De fabrikant past een goedgekeurd kwaliteitssysteem als bedoeld in punt 3 toe op het ontwerp, de ontwikkeling en de eindproductcontrole en producttests van de betrokken producten met digitale elementen en op de respons op kwetsbaarheden, handhaaft de doeltreffendheid ervan gedurende de ondersteuningsperiode en is onderworpen aan toezicht als omschreven in punt 4.
3. Kwaliteitssysteem
De fabrikant dient voor de betrokken producten met digitale elementen bij een aangemelde instantie van zijn keuze een aanvraag tot beoordeling van zijn kwaliteitssysteem in.
De aanvraag omvat:
de naam en het adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant, de naam en het adres van die gemachtigde vertegenwoordiger;
de technische documentatie voor één model van elke categorie producten met digitale elementen die bestemd is om te worden vervaardigd of ontwikkeld. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de in bijlage VII vermelde elementen;
de documentatie over het kwaliteitssysteem, en
een schriftelijke verklaring dat dezelfde aanvraag niet is ingediend bij een andere aangemelde instantie.
Het kwaliteitssysteem waarborgt dat de producten met digitale elementen voldoen aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I en dat de door de fabrikant ingestelde procedures inzake de respons op kwetsbaarheden voldoen aan de cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I.
Alle door de fabrikant vastgestelde elementen, vereisten en bepalingen worden systematisch en geordend gedocumenteerd in de vorm van schriftelijk vastgelegde beleidsmaatregelen, procedures en instructies. Aan de hand van die documentatie van het kwaliteitssysteem moeten de kwaliteitsprogramma’s, -plannen, -handboeken en -dossiers eenduidig kunnen worden geïnterpreteerd.
Zij bevat met name een behoorlijke beschrijving van:
de kwaliteitsdoelstellingen en het organisatieschema, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het management met betrekking tot ontwerp, ontwikkeling, productkwaliteit en respons op kwetsbaarheden;
de technische ontwerp- en ontwikkelingsspecificaties, met inbegrip van normen, die zullen worden toegepast en, indien de relevante geharmoniseerde normen of technische specificaties niet volledig zullen worden toegepast, de middelen die zullen worden gebruikt om ervoor te zorgen dat aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel I van bijlage I die op de producten met digitale elementen van toepassing zijn, wordt voldaan;
de procedurele specificaties, met inbegrip van normen, die zullen worden toegepast en, indien de relevante geharmoniseerde normen of technische specificaties niet volledig zullen worden toegepast, de middelen die zullen worden gebruikt om ervoor te zorgen dat aan de essentiële cyberbeveiligingsvereisten van deel II van bijlage I die op de fabrikant van toepassing zijn, wordt voldaan;
de controle op het ontwerp en de ontwikkeling, alsook verificatietechnieken, processen en systematische maatregelen voor ontwerp en ontwikkeling die zullen worden gebruikt bij het ontwerpen en ontwikkelen van de producten met digitale elementen in de betrokken productcategorie;
de bijbehorende productie-, kwaliteitscontrole- en kwaliteitsborgingstechnieken, -processen en systematische maatregelen die zullen worden gebruikt;
de onderzoeken en tests die voor, tijdens en na de productie zullen worden verricht, en de frequentie daarvan;
de kwaliteitsdossiers, zoals inspectieverslagen, test- en kalibratiegegevens en rapporten betreffende de kwalificaties van het betrokken personeel;
de middelen om het bereiken van de vereiste ontwerp- en productkwaliteit en de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem te monitoren.
De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om te controleren of het aan de in punt 3.2 bedoelde vereisten voldoet.
Zij veronderstelt dat aan die vereisten wordt voldaan voor elementen van het kwaliteitssysteem die voldoen aan de desbetreffende specificaties van de nationale norm ter uitvoering van de desbetreffende geharmoniseerde norm of technische specificatie.
Het auditteam heeft ervaring met kwaliteitsmanagementsystemen. Bovendien heeft ten minste één lid van het team ervaring met beoordelingen in het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en is op de hoogte van de toepasselijke vereisten van deze verordening. De audit omvat een beoordelingsbezoek aan de bedrijfsruimten van de fabrikant, indien dergelijke bedrijfsruimten bestaan. Het auditteam evalueert de in punt 3.1, b), bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant zich bewust is van de toepasselijke vereisten van deze verordening en in staat is het vereiste onderzoek te verrichten om te waarborgen dat het product met digitale elementen aan die vereisten voldoet.
De fabrikant of de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant wordt van de beslissing in kennis gesteld.
In die kennisgeving moeten de conclusies van de audit worden opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.
De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem na te komen en ervoor te zorgen dat het systeem passend en doeltreffend blijft.
De fabrikant brengt de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd op de hoogte van elke voorgenomen wijziging van het kwaliteitssysteem.
De aangemelde instantie evalueert de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem blijft voldoen aan de in punt 3.2 bedoelde vereisten dan wel of een nieuwe beoordeling noodzakelijk is.
Zij stelt de fabrikant van haar besluit in kennis. In die kennisgeving moeten de conclusies van het onderzoek worden opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.
4. Toezicht onder de verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie
Het toezicht heeft tot doel te controleren of de fabrikant naar behoren voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem.
De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor beoordelingsdoeleinden toegang tot de ontwerp-, ontwikkelings-, productie-, inspectie-, test- en opslaglocaties en verstrekt haar alle nodige informatie, met name:
de documentatie over het kwaliteitssysteem;
de kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van het kwaliteitssysteem dat betrekking heeft op het ontwerp, zoals resultaten van analyses, berekeningen en tests;
de kwaliteitsdossiers als bedoeld in het deel van het kwaliteitssysteem dat betrekking heeft op de vervaardiging, zoals inspectieverslagen, test- en kalibratiegegevens en rapporten betreffende de kwalificaties van het betrokken personeel.
De aangemelde instantie verricht periodieke audits om te controleren of de fabrikant het kwaliteitssysteem onderhoudt en toepast en verstrekt de fabrikant een auditverslag.
5. Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring
De fabrikant brengt de CE-markering en, onder de verantwoordelijkheid van de in punt 3.1 bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die instantie aan op elk afzonderlijk product met digitale elementen dat aan de vereisten van deel I van bijlage I voldoet.
De fabrikant stelt voor elk productmodel een schriftelijke conformiteitsverklaring op en houdt die verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van het product met digitale elementen of gedurende de ondersteuningsperiode, indien die langer is, ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het productmodel geïdentificeerd waarvoor de verklaring is opgesteld.
Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.
6. De fabrikant houdt gedurende een periode van ten minste tien jaar nadat het product met digitale elementen in de handel is gebracht of gedurende de ondersteuningsperiode, indien die langer is, het volgende ter beschikking van de nationale autoriteiten:
de in punt 3.1 bedoelde technische documentatie;
de in punt 3.1 bedoelde documentatie over het kwaliteitssysteem;
de in punt 3.5 bedoelde wijzigingen zoals die zijn goedgekeurd;
de in de punten 3.5 en 4.3 bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.
7. Elke aangemelde instantie brengt haar aanmeldende autoriteiten op de hoogte van de door haar verstrekte of ingetrokken goedkeuringen van kwaliteitssystemen en verstrekt haar aanmeldende autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.
Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, geschorste of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen alsook, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.
8. Gemachtigde vertegenwoordiger
De in de punten 3.1, 3.5, 5 en 6 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens en onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant worden vervuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant, op voorwaarde dat de relevante verplichtingen in het mandaat gespecificeerd zijn.
Met betrekking tot deze verordening werd een verklaring afgelegd; die verklaring kan geraadpleegd worden in PB C, 2024/6786, 20.11.2024 en via de volgende link: ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6786/oj.
( ) Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146).
( ) Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).
( *1 ) Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid) (PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj)”.
( *2 ) Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid) (PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj).”
( ) Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).
( ) Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).
( ) Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125).
( ) PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj.