Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Document 52025XC02153
2024 ANNUAL UPDATE OF THE REMUNERATION AND PENSIONS OF THE OFFICIALS AND OTHER SERVANTS OF THE EUROPEAN UNION AND THE CORRECTION COEFFICIENTS APPLIED THERETO
JAARLIJKSE ACTUALISERING 2024 VAN DE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN VAN DE AMBTENAREN EN DE ANDERE PERSONEELSLEDEN VAN DE EUROPESE UNIE, ALSMEDE VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DEZE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN
JAARLIJKSE ACTUALISERING 2024 VAN DE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN VAN DE AMBTENAREN EN DE ANDERE PERSONEELSLEDEN VAN DE EUROPESE UNIE, ALSMEDE VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DEZE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN
PUB/2025/380
PB C, C/2025/2153, 11.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2153/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/2153 |
11.4.2025 |
JAARLIJKSE ACTUALISERING 2024 VAN DE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN VAN DE AMBTENAREN EN DE ANDERE PERSONEELSLEDEN VAN DE EUROPESE UNIE, ALSMEDE VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DEZE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN (1)
(C/2025/2153)
1.1.
Tabel van het maandelijkse basissalaris voor elke rang en salaristrap in de functiegroepen AD en AST als bedoeld in artikel 66 van het Statuut, van toepassing vanaf 1 april 2025:|
1.4.2025 |
TRAPPEN |
||||
|
RANGEN |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
|
16 |
23 235,49 |
24 211,88 |
25 229,29 |
|
|
|
15 |
20 536,29 |
21 399,27 |
22 298,46 |
22 918,85 |
23 235,49 |
|
14 |
18 150,61 |
18 913,36 |
19 708,12 |
20 256,42 |
20 536,29 |
|
13 |
16 042,15 |
16 716,25 |
17 418,66 |
17 903,32 |
18 150,61 |
|
12 |
14 178,56 |
14 774,36 |
15 395,22 |
15 823,52 |
16 042,15 |
|
11 |
12 531,47 |
13 058,05 |
13 606,77 |
13 985,35 |
14 178,56 |
|
10 |
11 075,76 |
11 541,15 |
12 026,14 |
12 360,71 |
12 531,47 |
|
9 |
9 789,10 |
10 200,45 |
10 629,11 |
10 924,80 |
11 075,76 |
|
8 |
8 651,92 |
9 015,49 |
9 394,33 |
9 655,70 |
9 789,10 |
|
7 |
7 646,86 |
7 968,20 |
8 303,02 |
8 534,04 |
8 651,92 |
|
6 |
6 758,53 |
7 042,56 |
7 338,47 |
7 542,66 |
7 646,86 |
|
5 |
5 973,44 |
6 224,44 |
6 486,00 |
6 666,47 |
6 758,53 |
|
4 |
5 279,52 |
5 501,36 |
5 732,53 |
5 892,04 |
5 973,44 |
|
3 |
4 666,18 |
4 862,29 |
5 066,60 |
5 207,55 |
5 279,52 |
|
2 |
4 124,14 |
4 297,44 |
4 478,02 |
4 602,62 |
4 666,18 |
|
1 |
3 645,04 |
3 798,21 |
3 957,81 |
4 067,97 |
4 124,14 |
2.
Tabel van het maandelijkse basissalaris voor elke rang en salaristrap in de functiegroepen AST/SC als bedoeld in artikel 66 van het Statuut, van toepassing vanaf 1 april 2025:|
1.4.2025 |
TRAPPEN |
||||
|
RANGEN |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
|
6 |
5 926,03 |
6 175,06 |
6 434,54 |
6 613,52 |
6 704,91 |
|
5 |
5 237,60 |
5 457,70 |
5 687,85 |
5 845,27 |
5 926,03 |
|
4 |
4 629,18 |
4 823,69 |
5 026,41 |
5 166,24 |
5 237,60 |
|
3 |
4 091,41 |
4 263,33 |
4 442,51 |
4 566,08 |
4 629,18 |
|
2 |
3 616,12 |
3 768,10 |
3 926,45 |
4 035,66 |
4 091,41 |
|
1 |
3 196,06 |
3 330,37 |
3 470,32 |
3 566,84 |
3 616,12 |
3.
Tabel van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie als bedoeld in artikel 64 van het Statuut, die het volgende omvat:|
— |
de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 64 van het Statuut met ingang van 1 juli 2024 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden (kolom 2 van de onderstaande tabel); |
|
— |
de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het Statuut met ingang van 1 januari 2025 van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden (kolom 3 van de onderstaande tabel); |
|
— |
de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 1, van bijlage XIII bij het Statuut met ingang van 1 juli 2024 van toepassing zijn op de pensioenen (kolom 4 van de onderstaande tabel).
|
4.1.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de toelage voor het in artikel 42 bis, tweede alinea, van het Statuut bedoelde ouderschapsverlof vastgesteld op 1 252,09 EUR.
4.2.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de toelage voor het in artikel 42 bis, tweede en derde alinea, van het Statuut bedoelde ouderschapsverlof vastgesteld op 1 669,48 EUR.
5.1.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het basisbedrag van de in artikel 1, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kostwinnerstoelage vastgesteld op 234,18 EUR.
5.2.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de in artikel 2, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kindertoelage vastgesteld op 511,71 EUR.
5.3.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de in artikel 3, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde schooltoelage vastgesteld op 347,20 EUR.
5.4.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de in artikel 3, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde schooltoelage vastgesteld op 125,01 EUR.
5.5.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het minimumbedrag van de in artikel 69 van het Statuut en in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde ontheemdingstoelage vastgesteld op 694,07 EUR.
5.6.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de in artikel 134 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden bedoelde ontheemdingstoelage vastgesteld op 498,94 EUR.
6.1.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de in artikel 7, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kilometervergoeding vastgesteld op:|
0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
0 tot 200 km |
|
0,2581 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
201 en 1 000 km |
|
0,4304 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
1 001 en 2 000 km |
|
0,2581 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
2 001 en 3 000 km |
|
0,0859 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
3 001 en 4 000 km |
|
0,0414 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
4 001 en 10 000 km |
|
0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand dat hoger ligt dan |
10 000 km |
6.2.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het in artikel 7, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde forfaitaire supplement bij de kilometervergoeding vastgesteld op:|
— |
129,08 EUR als de geografische afstand tussen de in lid 1 bedoelde plaatsen tussen 600 en 1 200 km bedraagt; |
|
— |
258,14 EUR als de geografische afstand tussen de in lid 1 bedoelde plaatsen meer dan 1 200 km bedraagt. |
7.1.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de in artikel 8, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kilometervergoeding vastgesteld op:|
0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
0 tot 200 km |
|
0,5205 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
201 en 1 000 km |
|
0,8675 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
1 001 en 2 000 km |
|
0,5205 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
2 001 en 3 000 km |
|
0,1733 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
3 001 en 4 000 km |
|
0,0837 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van |
4 001 en 10 000 km |
|
0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand dat hoger ligt dan |
10 000 km |
7.2.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het in artikel 8, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde forfaitaire supplement bij de kilometervergoeding vastgesteld op:|
— |
260,23 EUR als de geografische afstand tussen de standplaats en de plaats van herkomst tussen 600 en 1 200 km bedraagt; |
|
— |
520,39 EUR als de geografische afstand tussen de standplaats en de plaats van herkomst meer dan 1 200 km bedraagt. |
8.
Met ingang van 1 april 2025 wordt de in artikel 10, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde dagvergoeding vastgesteld op:|
— |
53,79 EUR voor ambtenaren die recht hebben op de kostwinnerstoelage; |
|
— |
43,38 EUR voor ambtenaren die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage. |
9.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het minimumbedrag van de inrichtingsvergoeding als bedoeld in artikel 24, lid 3, van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op:|
— |
1 531,24 EUR voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage; |
|
— |
910,46 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage. |
10.1.
Met ingang van 1 april 2025 worden de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 28 bis, lid 3, tweede alinea, van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op:|
— |
1 836,41 EUR (minimumbedrag); |
|
— |
3 672,84 EUR (maximumbedrag). |
10.2.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het vaste bedrag als bedoeld in artikel 28 bis, lid 7, van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op:|
— |
1 669,48 EUR. |
11.
Tabel met de bedragen van de basissalarissen als bedoeld in artikel 93 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, van toepassing vanaf 1 april 2025:|
FUNCTIE-GROEPEN |
1.4.2025 |
TRAPPEN |
||||||
|
RANGEN |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
|
IV |
18 |
8 009,86 |
8 176,43 |
8 346,44 |
8 520,03 |
8 697,23 |
8 878,09 |
9 062,69 |
|
|
17 |
7 079,34 |
7 226,53 |
7 376,81 |
7 530,23 |
7 686,83 |
7 846,67 |
8 009,86 |
|
|
16 |
6 256,88 |
6 386,99 |
6 519,82 |
6 655,40 |
6 793,82 |
6 935,12 |
7 079,34 |
|
|
15 |
5 529,97 |
5 644,98 |
5 762,38 |
5 882,22 |
6 004,55 |
6 129,40 |
6 256,88 |
|
|
14 |
4 887,55 |
4 989,19 |
5 092,95 |
5 198,85 |
5 307,00 |
5 417,32 |
5 529,97 |
|
|
13 |
4 319,72 |
4 409,57 |
4 501,27 |
4 594,90 |
4 690,43 |
4 787,98 |
4 887,55 |
|
III |
12 |
5 529,90 |
5 644,89 |
5 762,30 |
5 882,11 |
6 004,41 |
6 129,28 |
6 256,74 |
|
|
11 |
4 887,52 |
4 989,12 |
5 092,88 |
5 198,78 |
5 306,90 |
5 417,24 |
5 529,90 |
|
|
10 |
4 319,71 |
4 409,54 |
4 501,25 |
4 594,87 |
4 690,40 |
4 787,95 |
4 887,52 |
|
|
9 |
3 817,90 |
3 897,30 |
3 978,35 |
4 061,09 |
4 145,55 |
4 231,72 |
4 319,71 |
|
|
8 |
3 374,39 |
3 444,56 |
3 516,21 |
3 589,31 |
3 663,97 |
3 740,14 |
3 817,90 |
|
II |
7 |
3 817,82 |
3 897,25 |
3 978,29 |
4 061,02 |
4 145,52 |
4 231,72 |
4 319,72 |
|
|
6 |
3 374,24 |
3 444,39 |
3 516,05 |
3 589,18 |
3 663,83 |
3 740,03 |
3 817,82 |
|
|
5 |
2 982,17 |
3 044,18 |
3 107,51 |
3 172,15 |
3 238,11 |
3 305,48 |
3 374,24 |
|
|
4 |
2 635,66 |
2 690,49 |
2 746,46 |
2 803,58 |
2 861,89 |
2 921,41 |
2 982,17 |
|
I |
3 |
3 246,94 |
3 314,31 |
3 383,11 |
3 453,31 |
3 524,97 |
3 598,15 |
3 672,84 |
|
|
2 |
2 870,43 |
2 929,99 |
2 990,81 |
3 052,88 |
3 116,25 |
3 180,93 |
3 246,94 |
|
|
1 |
2 537,59 |
2 590,27 |
2 644,01 |
2 698,87 |
2 754,90 |
2 812,07 |
2 870,43 |
12.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het minimumbedrag van de inrichtingsvergoeding als bedoeld in artikel 94 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op:|
— |
1 151,76 EUR voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage; |
|
— |
682,87 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage. |
13.1.
Met ingang van 1 april 2025 worden de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 96, lid 3, tweede alinea, van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op:|
— |
1 377,31 EUR (minimumbedrag); |
|
— |
2 754,58 EUR (maximumbedrag). |
13.2.
Met ingang van 1 april 2025 wordt het vaste bedrag als bedoeld in artikel 96, lid 7, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op 1 252,10 EUR.
13.3.
Met ingang van 1 april 2025 worden de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 136 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op:|
— |
1 211,72 EUR (minimumbedrag); |
|
— |
2 851,14 EUR (maximumbedrag). |
14.
De in artikel 1, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad bedoelde toeslagen voor continu- of ploegendienst (2) worden vastgesteld op:|
— |
524,86 EUR; |
|
— |
792,18 EUR; |
|
— |
866,17 EUR; |
|
— |
1 180,84 EUR. |
15.
Met ingang van 1 april 2025 wordt op de in artikel 4 van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad (3) genoemde bedragen een coëfficiënt toegepast van 7,5764.
16.
Tabel van de bedragen als bedoeld in artikel 8, lid 2, van bijlage XIII bij het Statuut van toepassing met ingang van 1 april 2025:|
1.4.2025 |
TRAPPEN |
|||||||
|
RANGEN |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
|
16 |
23 235,49 |
24 211,88 |
25 229,29 |
|
|
|
|
|
|
15 |
20 536,29 |
21 399,27 |
22 298,46 |
22 918,85 |
23 235,49 |
24 211,88 |
|
|
|
14 |
18 150,61 |
18 913,36 |
19 708,12 |
20 256,42 |
20 536,29 |
21 399,27 |
22 298,46 |
23 235,49 |
|
13 |
16 042,15 |
16 716,25 |
17 418,66 |
17 903,32 |
18 150,61 |
|
|
|
|
12 |
14 178,56 |
14 774,36 |
15 395,22 |
15 823,52 |
16 042,15 |
16 716,25 |
17 418,66 |
18 150,61 |
|
11 |
12 531,47 |
13 058,05 |
13 606,77 |
13 985,35 |
14 178,56 |
14 774,36 |
15 395,22 |
16 042,15 |
|
10 |
11 075,76 |
11 541,15 |
12 026,14 |
12 360,71 |
12 531,47 |
13 058,05 |
13 606,77 |
14 178,56 |
|
9 |
9 789,10 |
10 200,45 |
10 629,11 |
10 924,80 |
11 075,76 |
|
|
|
|
8 |
8 651,92 |
9 015,49 |
9 394,33 |
9 655,70 |
9 789,10 |
10 200,45 |
10 629,11 |
11 075,76 |
|
7 |
7 646,86 |
7 968,20 |
8 303,02 |
8 534,04 |
8 651,92 |
9 015,49 |
9 394,33 |
9 789,10 |
|
6 |
6 758,53 |
7 042,56 |
7 338,47 |
7 542,66 |
7 646,86 |
7 968,20 |
8 303,02 |
8 651,92 |
|
5 |
5 973,44 |
6 224,44 |
6 486,00 |
6 666,47 |
6 758,53 |
7 042,56 |
7 338,47 |
7 646,86 |
|
4 |
5 279,52 |
5 501,36 |
5 732,53 |
5 892,04 |
5 973,44 |
6 224,44 |
6 486,00 |
6 758,53 |
|
3 |
4 666,18 |
4 862,29 |
5 066,60 |
5 207,55 |
5 279,52 |
5 501,36 |
5 732,53 |
5 973,44 |
|
2 |
4 124,14 |
4 297,44 |
4 478,02 |
4 602,62 |
4 666,18 |
4 862,29 |
5 066,60 |
5 279,52 |
|
1 |
3 645,04 |
3 798,21 |
3 957,81 |
4 067,97 |
4 124,14 |
|
|
|
17.
Met ingang van 1 april 2025 wordt, voor de toepassing van artikel 18, lid 1, van bijlage XIII bij het Statuut, de vaste vergoeding genoemd in het vroegere artikel 4 bis van bijlage VII bij het Statuut dat vóór 1 mei 2004 van kracht was, vastgesteld op:|
— |
181,06 EUR maand voor ambtenaren in de rangen C4 of C5; |
|
— |
277,61 EUR per maand voor ambtenaren in de rangen C1, C2 of C3. |
18.
Tabel met de bedragen van de basissalarissen als bedoeld in artikel 133 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, van toepassing vanaf 1 april 2025:|
Rang |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
|
Basissalaris voltijds medewerker |
2 308,24 |
2 689,10 |
2 915,54 |
3 161,07 |
3 427,24 |
3 715,87 |
4 028,80 |
|
Rang |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
|
Basissalaris voltijds medewerker |
4 368,09 |
4 735,91 |
5 134,70 |
5 567,11 |
6 035,94 |
6 544,21 |
7 095,30 |
|
Rang |
15 |
16 |
17 |
18 |
19 |
|
|
|
Basissalaris voltijds medewerker |
7 692,80 |
8 340,61 |
9 043,00 |
9 804,48 |
10 630,16 |
|
|
(1) Verslag van Eurostat van 31 oktober 2024 over de jaarlijkse actualisering 2024 van de bezoldigingen en pensioenen van de EU-ambtenaren in overeenstemming met de artikelen 64 en 65 en bijlage XI bij het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie tot aanpassing met ingang van 1 juli 2024 van de bezoldiging van actieve medewerkers en de pensioenen van gepensioneerde werknemers, en tot actualisering met ingang van 1 juli 2024 van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing op de bezoldiging van actieve medewerkers die in intra-EU- en extra-EU-standplaatsen werkzaam zijn, op de pensioenen van gepensioneerde medewerkers volgens hun land van verblijf en voor pensioenoverdrachten (Ares(2024)7737647).
(2) Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad van 9 februari 1976 tot vaststelling van de categorieën van begunstigden, de voorwaarden voor toekenning en de hoogte van de toeslagen die kunnen worden toegekend aan ambtenaren die hun werkzaamheden verrichten in het kader van een continu- of ploegendienst (PB L 38 van 13.2.1976, blz. 1). Verordening aangevuld bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 1307/87 (PB L 124 van 13.5.1987, blz. 6).
(3) Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/2153/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)