Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES)

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EU) 2024/2803 betreffende de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim

WAT IS HET DOEL VAN DE VERORDENING?

Verordening (EU) 2024/2803 heeft tot doel de verbetering van de algemene efficiëntie van de wijze waarop het Europees luchtruim en de verlening van luchtvaartnavigatiediensten worden gereguleerd, georganiseerd en beheerd. De verordening is ook afgestemd op Verordening (EU) 2018/1139 (de EASA-basisverordening), met name om overlappingen aan te pakken.

Ze is erop gericht:

  • ervoor te zorgen dat het Europese luchtverkeersbeheersysteem (ATM) efficiënter en duurzamer wordt en in staat is om aan de toekomstige eisen van het luchtverkeer te voldoen met behoud van een hoog veiligheidsniveau;
  • in nieuwe mechanismen te voorzien voor het aanpakken van hardnekkige uitdagingen in de Europese ATM-sector.

KERNPUNTEN

Verordening (EU) 2024/2803 heeft verschillende kerndoelstellingen:

  • het ATM minder versnipperd maken om een naadloos Europees netwerk en een meer geïntegreerd Europees luchtruim tot stand te brengen;
  • het gebruik van het luchtruim efficiënter maken, zorgen voor minder vertragingen en de operationele kosten van verleners van luchtvaartnavigatiediensten (ANSP’s) voor luchtvaartmaatschappijen verlagen;
  • duurzaamheid bevorderen en de milieueffecten van de luchtvaart tot een minimum beperken door klimaatgeoptimaliseerde vliegroutes te eisen en de emissies te verminderen;
  • een hoog veiligheidsniveau van ATM in de Europese Unie (EU) waarborgen;
  • innovatie aanmoedigen, waardoor de ontwikkeling en uitrol van nieuwe technologieën en digitale oplossingen met het oog op de modernisering van ATM-systemen worden versneld;
  • de capaciteit voor luchtverkeersbeheer vergroten, om ervoor te zorgen dat het ATM-systeem snel groeiende luchtverkeersvolumes kan verwerken.

Toepassingsgebied

De verordening is van toepassing op:

  • EU-lidstaten en nationale autoriteiten. De verordening bevat bepalingen over de institutionele structuur van de nationale autoriteiten en heeft ook betrekking op civiel-militaire samenwerking.
  • Verleners van luchtvaartnavigatiediensten (ANSP’s). Entiteiten die verantwoordelijk zijn voor het beheer van luchtvaartnavigatiediensten.
  • Luchtruimgebruikers. Hieronder vallen luchtvaartmaatschappijen, vrachtexploitanten en andere vliegtuigexploitanten.
  • Luchthavens. Vooral die met grote verkeersvolumes.
  • De netwerkbeheerder. De centrale entiteit die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de netwerkfuncties, met name de coördinatie van het beheer van de luchtverkeersstromen in de hele EU.
  • De prestatiebeoordelingsraad. De raad is opgericht om de Europese Commissie te helpen bij de tenuitvoerlegging van de economische regulering van monopolistische verleners van luchtvaartnavigatiediensten.

Belangrijkste maatregelen

De verordening voert verschillende verbeteringen in om de doelstellingen ervan te verwezenlijken.

  • Meer keuze voor ANSP’s over de wijze waarop de dienstverlening moet worden georganiseerd, met inbegrip van de optie om diensten op de markt te kopen. Dit gaat gepaard met de wetswijzigingen die nodig zijn om de opkomst van een markt voor ondersteunende diensten (gegevens, communicatie, meteorologie, radars enz.) mogelijk te maken.
  • Gestroomlijnde economische regelgeving, in combinatie met een permanente en onafhankelijke prestatiebeoordelingsraad om de Commissie te adviseren, om de verordening doeltreffender en de diensten kostenefficiënter te maken.
  • Duidelijke prijsregulering voor de monopolistische upstreamdiensten die nodig zijn om het droneverkeer te beheren.
  • Strengere onafhankelijkheidsvereisten voor de nationale regelgevers van verleners van luchtvaartnavigatiediensten (gereglementeerde entiteiten).
  • Een goed gecoördineerde, Europese operationele luchtverkeersnetwerkbeheerder, die ook de uitrol van netwerkinfrastructuur coördineert en ondersteunt.

Institutionele opzet

De verordening bevat strengere eisen om ervoor te zorgen dat de nationale toezichthoudende autoriteiten (NSA’s) onafhankelijk zijn van ANSP’s (gereglementeerde entiteiten). Deze onafhankelijkheid heeft met name betrekking op de besluitvorming en de lidstaten moeten regels vaststellen om belangenconflicten te voorkomen. Indien de NSA niet juridisch gescheiden is van de ANSP, moet de lidstaat aantonen hoe aan de onafhankelijkheidsvereisten wordt voldaan. Bovendien kan de NSA geen instructies vragen aan of aanvaarden van de hiërarchie binnen de administratie die bevoegd is voor de ANSP. De nieuwe eisen treden in werking op .

Daarnaast is er een duidelijk onderscheid tussen:

  • de NSA, die bij deze verordening is opgericht en wier taken betrekking hebben op de uitvoering van deze verordening — voornamelijk de economische regulering van luchtvaartnavigatiediensten, en
  • de nationale bevoegde autoriteit die is opgericht op grond van de EASA-basisverordening en waarvan de taken betrekking hebben op veiligheidstoezicht.

Beide autoriteiten kunnen samen zijn gevestigd (gezamenlijke autoriteit), maar de besluiten van de NSA moeten onafhankelijk van andere besluiten van de gezamenlijke autoriteit worden genomen.

Certificering

De verordening integreert bestaande vereisten voor de certificering van ANSP’s in de EASA-basisverordening en verduidelijkt de rol van de nationale autoriteiten in het certificeringsproces. Het introduceert ook essentiële eisen voor luchtverkeersgegevensdiensten.

Vereisten voor dienstverlening

De verordening bevat voorwaarden voor de exclusieve aanwijzing door de lidstaten van verleners van luchtverkeersdiensten en verleners van meteorologische diensten. Ook worden eisen en voorwaarden ingevoerd voor de aanbesteding van luchtvaartnavigatiediensten (terminalluchtverkeersdiensten, communicatie, radar, meteorologie, datadiensten enz.) wanneer die diensten niet rechtstreeks door de verlener van luchtverkeersdiensten worden verleend.

Prestatie- en heffingsregelingen

De verordening bevat herziene regels voor de prestatie- en heffingsregelingen ter regulering van monopolistische ANSP’s. Zij zullen van toepassing zijn voor de periode vanaf 2030. Op de volgende drie prestatiekerngebieden moeten prestatiedoelstellingen worden vastgesteld.

  • Milieu en klimaat. Het minimaliseren van de milieu- en klimaatimpact van de luchtvaart.
  • Capaciteit. Vergroting van de capaciteit om het volume van het luchtverkeer aan te kunnen.
  • Kostenefficiëntie. Een adequaat kostenniveau waarborgen en buitensporige heffingen voor luchtvaartnavigatiediensten voorkomen.

De doelstellingen worden op EU-niveau vastgesteld door de Commissie, ondersteund door de prestatiebeoordelingsraad. Vervolgens beoordeelt de Commissie de door de lidstaten ingediende bindende nationale streefcijfers en keurt deze goed. Er is regelmatig toezicht en rapportage aanwezig om naleving te waarborgen. Daarnaast wordt de veiligheid blijvend bewaakt.

Versterking van de rol van de netwerkbeheerder

De netwerkbeheerder draagt bij aan de uitvoering van de netwerkfuncties, een verantwoordelijkheid van alle operationele belanghebbenden. Belangrijke verantwoordelijkheden zijn onder meer:

  • het coördineren van het beheer van de luchtverkeersstromen en het zorgen voor een efficiënt gebruik van het luchtruim, met name in overbelaste gebieden;
  • het coördineren van de levering van voldoende capaciteit voor het beheer van verkeersvolumes in het Europese netwerk;
  • het ondersteunen van de toepassing van nieuwe technologieën en het monitoren van de werking van ATM-infrastructuur in het hele netwerk.

Innovatie en digitalisering

In de verordening wordt het belang benadrukt van innovatie bij de modernisering van het ATM-systeem, met name via de innovatiecyclus van het SESAR-project (ATM-onderzoek van het gemeenschappelijk Europees luchtruim) en gemeenschappelijke projecten die gericht zijn op:

  • de ontwikkeling van hoogwaardige, gestandaardiseerde en onderling bewerkbare ATM-infrastructuur met meer digitale en gegevensgestuurde technologieën;
  • het coördineren van de uitrol van nieuwe technologieën van ANSP’s en andere belanghebbenden, wat voordelen oplevert voor het EU-netwerk voor wat betreft efficiëntie en verminderde milieueffecten.

Duurzaamheid

De verordening bevat maatregelen om de ecologische voetafdruk van de luchtvaart te verkleinen, in overeenstemming met de bredere EU-wetgeving van klimaatdoelstellingen, met inbegrip van de Europese Green Deal, waaronder:

  • verbetering van de coördinatie van het netwerk en optimalisering van de vliegroutes om congestie, brandstofverbruik en emissies te verminderen;
  • vaststelling van streefcijfers voor betere prestaties van ANSP’s op het gebied van klimaat- en milieuaspecten;
  • ondersteuning van financiële stimulansen voor betere milieuprestaties van luchtvaartmaatschappijen, eventueel door ondersteuning van het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen of efficiëntere luchtvaartuigen.

VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?

De verordening is sinds van toepassing.

De lidstaten hebben tot om de nodige wijzigingen aan te brengen in de institutionele opzet van de NSA’s, om ervoor te zorgen dat ANSP’s voldoen aan de vereisten inzake transparantie van de boekhouding en om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast te stellen voor inbreuken op de verordening.

De prestatiebeoordelingsraad werd opgericht op . De regels inzake prestatie- en heffingsregelingen gelden vanaf de vijfde referentieperiode.

Nieuwe taken voor de netwerkbeheerder zijn van toepassing zodra een besluit over zijn aanstelling betrekking heeft op dergelijke taken.

ACHTERGROND

De verordening wijzigt Verordening (EU) 2018/1139 en trekt Verordeningen (EG) nr. 549/2004, (EG) nr. 550/2004 en (EG) nr. 551/2004 in.

Zie voor meer informatie:

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verordening (EU) 2024/2803 van het Europees Parlement en de Raad van inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim (herschikking) (PB L, 2024/2803, ).

laatste bijwerking

Top