Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Interinstitutioneel akkoord betreffende samenwerking in begrotingszaken

Het interinstitutioneel akkoord betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer, dat op 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement (EP), de Raad en de Commissie is gesloten, bevat het financieel kader voor de jaren 2007-2013 teneinde de begrotingsdiscipline toe te passen. Verder beoogt het akkoord de verbetering van het verloop van de jaarlijkse begrotingsprocedure en van de interinstitutionele samenwerking op budgettair gebied.

BESLUIT

Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

Het interinstitutioneel akkoord over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (IIA) werd gesloten tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Het heeft betrekking op de opstelling en de uitvoering van de begroting van de Europese Unie (EU). Met dit akkoord hebben de Europese instellingen besloten samen te werken om de begrotingsprocedure beter te laten verlopen en ervoor te zorgen dat de middelen van de Europese Unie goed worden beheerd.

Het IIA omvat drie delen:

  • in deel I wordt het financieel kader vastgesteld voor de periode van 2007 tot 2013, dat wil zeggen de bedragen van de voor elk beleidsdomein voorziene uitgaven;
  • in deel II wordt de samenwerking tussen het Parlement, de Raad en de Commissie in het kader van de begrotingsprocedure geregeld;
  • in deel III zijn regels vastgesteld die ervoor moeten zorgen dat de financiële middelen van de EU goed worden beheerd.

Financieel kader 2007-2013

Het financieel kader moet zorgen voor een geordende ontwikkeling van de uitgaven van de EU in een bepaalde periode. Zo is in het financieel kader voor elke uitgavencategorie een maximumbedrag bepaald voor elk van de jaren 2007-2013. De Europese instellingen verbinden zich ertoe bij de uitoefening van hun bevoegdheden de vastgestelde maximumbedragen in acht te nemen.4. Het financieel kader voor de periode van 2007 tot 2013 is opgenomen in bijlage I bij het IIA. De maximumbedragen zijn vastgesteld binnen de grenzen van de eigen middelen van de EU.

Bovendien kan de Commissie in het financieel kader technische aanpassingen doorvoeren. Het gaat dan bijvoorbeeld om een herberekening van de maximumbedragen naargelang de ontwikkeling van de prijzen of om een aanpassing in verband met de uitvoering van de begroting.

Het financieel kader kan ook herzien worden om situaties het hoofd te bieden die aanvankelijk niet waren voorzien, met inachtneming van het maximum van de eigen middelen. Het voorstel van de Commissie voor een dergelijke herziening moet voor de start van de begrotingsprocedure voor het financiële jaar (of het eerste van de desbetreffende financiële jaren) ingediend en goedgekeurd worden.

Voorts bevat het IIA ook regels voor de inzet van bepaalde instrumenten die zich buiten het financieel kader bevinden:

  • de reserve voor spoedhulp: deze reserve is bedoeld om snel in te spelen op specifieke hulpbehoeften van derde landen, in verband met gebeurtenissen die bij de opstelling van de begroting niet voorzien konden worden. De jaarlijkse toewijzing van de reserve is vastgesteld op 221 miljoen EUR voor de duur van het financieel kader;
  • het solidariteitsfonds: het Solidariteitsfonds van de EU is bedoeld om snel financiële hulp te kunnen bieden in geval van grote rampen op het grondgebied van een lidstaat of een kandidaat-lidstaat. Jaarlijks is er een maximaal bedrag van 1 miljard EUR beschikbaar voor het fonds;
  • het flexibiliteitsinstrument: het flexibiliteitsinstrument, waarvan het jaarlijks maximum 200 miljoen EUR beloopt, heeft ten doel uitgaven te financieren die niet binnen het beschikbare maximum van één of meer van de rubrieken zouden kunnen worden gefinancierd;
  • het Europees fonds voor aanpassing aan de mondialisering: het fonds voor aanpassing aan de mondialisering is bedoeld om werknemers die door de gevolgen van ingrijpende structurele veranderingen in de internationale handelspatronen zijn getroffen, aanvullende ondersteuning te geven, om hen te helpen bij hun herintreding op de arbeidsmarkt. Het maximum bedrag dat per jaar aan het fonds wordt toegewezen bedraagt 500 miljoen EUR.

Interinstitutionele samenwerking in de begrotingsprocedure

In het interinstitutioneel akkoord worden de procedures en de modaliteiten voor de interinstitutionele samenwerking op begrotingsgebied vastgesteld voor wat betreft:

  • de opstelling van de begroting;
  • de indeling van de uitgaven;
  • het maximaal stijgingspercentage van de niet-verplichte uitgaven bij ontbreken van een financieel kader;
  • de opneming van financiële bepalingen in de wetgevingsbesluiten;
  • de uitgaven voor de visserijovereenkomsten;
  • de financiering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB).

Goed financieel beheer

De instellingen dienen ervoor te zorgen dat het onderhavige akkoord en de begroting worden uitgevoerd in het kader van een goed financieel beheer dat stoelt op de beginselen van zuinigheid, efficiëntie, bescherming van de financiële belangen, proportionaliteit van de administratieve kosten en gebruiksvriendelijkheid van de procedures.

Voorts legt de Commissie tweemaal per jaar een volledige financiële programmering voor die is onderverdeeld in rubrieken, beleidsdomeinen en begrotingslijnen. Deze financiële programmering moet nauw aan de wetgevingsprogrammering van de Commissie gekoppeld zijn.

Bovendien willen het Parlement, de Raad en de Commissie de interne controle op de Europese middelen opdrijven zonder dat de administratieve belasting daardoor toeneemt. De instellingen voorzien daartoe maatregelen in de desbetreffende wetgevingsbesluiten.

Ten slotte verbinden de instellingen zich er ook toe de totstandbrenging van medefinancieringsregelingen aan te moedigen waaraan zowel openbare als particuliere actoren aan deelnemen. Het is daarbij de bedoeling het hefboomeffect van de begroting van de EU te versterken.

Context

Het Verdrag van Lissabon, dat op 1 december 2009 in werking is getreden, bevat nieuwe bepalingen in verband met de begroting van de EU.

Artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de EU bepaalt namelijk dat het meerjarig financieel kader voortaan het voorwerp moet uitmaken van een verordening van de Raad, die met eenparigheid van stemmen wordt aangenomen na goedkeuring door het Parlement.

Voorts werd ook de procedure voor de goedkeuring van de begroting gewijzigd. Het Parlement heeft namelijk een belangrijkere rol gekregen en het onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte uitgaven is afgeschaft.

Door de veranderingen als gevolg van het Verdrag van Lissabon dient dit interinstitutioneel akkoord dan ook te worden herzien. Daarom wordt op Europees niveau momenteel gewerkt aan twee wetgevingsvoorstellen:

  • een voorstel voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2007-2013;
  • een nieuw voorstel voor een Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende samenwerking in begrotingszaken.

Referenties

Besluit

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten

Publicatieblad

Interinstitutioneel akkoord betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

1.1.2007

-

C 139, 14.6.2006

Wijzigingsbesluit(en)

Datum van inwerkingtreding

Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten

Publicatieblad

Besluit 2008/29/EG

18.12.2007

-

L 6, 10.1.2008

Besluit 2008/371/EG

29.4.2008

-

L 128, 16.5.2008

Besluit 2009/407/EG

6.5.2009

-

L 132, 29.5.2009

Besluit 2009/1005/EU

17.12.2009

-

L 347, 24.12.2009

Besluit 2012/5/EU

27.1.2012

-

L 4, 7.1.2012

See also

  • Aanvullende informatie is te vinden op de site van de Europese Commissie (DE) (EN) (FR)

Laatste wijziging: 24.04.2012

Top