Ce document est extrait du site web EUR-Lex
In de verordening worden de maximumbedragen vastgesteld die jaarlijks aan de beleidsterreinen van de Europese Unie (EU) kunnen worden besteed in de periode 2021-2027. De in die periode vastgestelde jaarlijkse begrotingen moeten aan dit algemene kader voldoen.
In de verordening inzake het meerjarig financieel kader (MFK) worden voor de periode 2021-2027 de jaarlijkse maximumbedragen (“MFK-maxima”) vastgesteld voor de EU-uitgaven als geheel en voor de belangrijkste uitgavencategorieën die de belangrijke beleidsterreinen weerspiegelen (“MFK-rubrieken”).
De MFK-verordening wordt vastgesteld volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, waarbij de Raad van de Europese Unie met eenparigheid van stemmen besluit na goedkeuring door het Europees Parlement.
De drie belangrijkste EU-begrotingsinstellingen (het Parlement, de Raad en de Europese Commissie) moeten ervoor zorgen dat de uitgaven in de jaarbegrotingen van de EU in overeenstemming zijn met de MFK-maxima.
Voor de periode 2021-2027 stelt het MFK een maximum bestedingsniveau vast van 1 074 miljard EUR (alle bedragen in prijzen van 2018), die betrekking hebben op zeven belangrijke gebieden, en die als volgt zijn onderverdeeld:
In het bijzonder worden in het MFK voor deze periode ook maximale vastleggingskredieten gereserveerd voor twee grootschalige projecten:
Daarnaast worden in het MFK maximumbedragen vastgesteld die naast de MFK-maxima kunnen worden uitgegeven voor reacties in noodsituaties of onvoorziene behoeften, waarbij als volgt “speciale instrumenten” worden ingezet:
Gedurende de looptijd van het MFK worden diverse aanpassingen aangebracht aan de MFK-maxima. Deze zijn:
Andere mogelijke aanpassingen aan het MFK zijn:
Het MFK kan worden herzien, in overeenstemming met dezelfde bijzondere wetgevingsprocedure voor de vaststelling ervan, naar aanleiding van:
Het MFK is in februari 2024 herzien door Wijzigingsverordening (EU, Euratom) 2024/765. Met deze herziening werd nog eens 65,6 miljard EUR beschikbaar gesteld voor het aanpakken van nieuwe en opkomende uitdagingen waarmee de EU te maken krijgt en om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen die anders niet binnen het bestaande begrotingsplafond zouden kunnen worden nagekomen. Deze aanvullende financiering bestaat uit:
Het Parlement, de Raad en de Commissie moeten maatregelen nemen om de jaarlijkse begrotingsprocedure vlot te doen verlopen, te goeder trouw samenwerken en op samenhangende wijze te werk gaan in het kader van het interinstitutioneel akkoord betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer (zie de samenvatting).
Het MFK schrijft voor dat de Commissie vóór een voorstel voor een nieuw MFK moet indienen.
De verordening is sinds van toepassing.
De 1 074,3 miljard EUR van het MFK en de uitzonderlijke en tijdelijke extra 750 miljard EUR van het herstelinstrument van de EU van Verordening (EU) 2020/2094 (zie de samenvatting), zorgen voor een ongekende 1,8 biljoen EUR ter ondersteuning van het herstel van de EU na de COVID-19-pandemie, met speciale aandacht voor de modernisering van de economie van de EU en de transitie naar een groene en digitale toekomst.
Het begin van het nieuwe MFK viel samen met de veranderingen in het stelsel van eigen middelen van de EU voor de financiering van Eu-uitgaven in Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 (zie de samenvatting).
Verordening (EU, Euratom) 2020/2093van de Raad van tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van , blz. 11-22).
De achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
laatste bijwerking