Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Digitaal EU-COVID-certificaat

SAMENVATTING VAN:

Verordening (EU) nr. 2021/953 betreffende het digitale EU-COVID-certificaat

WAT IS HET DOEL VAN DE VERORDENING?

De verordening roept een digitaal COVID-certificaat van de Europese Unie (EU) in het leven: een geharmoniseerd kader voor een COVID-19-vaccinatie-, test- of herstelbewijs. Het certificaat:

  • wordt afgegeven in een beveiligd en interoperabel1 formaat;
  • helpt houders hun recht van vrij verkeer tijdens de COVID-19-pandemie uit te oefenen;
  • is een gecoördineerde manier om het reizen te vergemakkelijken, als EU-lidstaten beperkingen opleggen om de verspreiding van COVID-19 te beperken.

KERNPUNTEN

Het kader regelt hoe de volgende certificaten worden afgegeven, aanvaard en geverifieerd.

  • Vaccinatiecertificaat. Bevestigt dat de persoon een COVID-19-vaccin heeft gekregen en bevat informatie over het vaccin, het aantal doses en de datum van vaccinatie. Vaccinatiecertificaten worden afgegeven door de lidstaat waar de vaccinatie is toegediend.
  • Testcertificaat. Bevestigt dat de persoon een van de volgende testen heeft ondergaan: een nucleïnezuuramplificatietest (NAAT-test2) of een antigeentest3 zoals opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van COVID-19-antigeentests, om te testen op een infectie met het virus dat COVID-19 (SARS-CoV-2) veroorzaakt, met informatie over de test, datum en tijdstip van de test, en het resultaat. Testcertificaten worden afgegeven door de lidstaat waar de test is uitgevoerd.
  • Herstelcertificaat. Bevestigt dat de persoon is hersteld van een SARS-CoV-2-infectie na een positieve uitslag van een NAAT-test of een in de gemeenschappelijke EU-lijst van COVID-19-antigeentests opgenomen antigeentest, met vermelding van de datum van de positieve test. Herstelcertificaten worden afgegeven door de lidstaat waar de herstelde persoon zich bevindt.

Lidstaten geven afzonderlijke certificaten af voor elke vaccinatiedosis, elk testresultaat of elk herstel, met de volgende kenmerken:

  • in digitale vorm of op papier;
  • met een quick-response-code (QR-code ) om verificatie te vergemakkelijken en vervalsing te voorkomen;
  • gratis;
  • in de officiële taal/talen van de lidstaat en in het Engels;
  • geldig in alle lidstaten.

De certificaten bevatten slechts een beperkte hoeveelheid vereiste informatie, die door de verificateurs niet mag worden bewaard. Bij verificatie worden alleen de geldigheid en de echtheid van het certificaat gecontroleerd door de, in de QR-code opgeslagen, digitale handtekening van de autoriteit van afgifte te verifiëren.

Handtekeningen op de certificaten kunnen in heel de EU geverifieerd worden.

Wanneer lidstaten een vaccinatie-, test- of herstelbewijs aanvaarden om vrijstelling te verlenen van de beperkingen van het vrije verkeer, zijn zij verplicht om — onder dezelfde voorwaarden — door andere lidstaten afgegeven EU-certificaten te aanvaarden.

Voor reizen binnen de EU zijn vaccinatiecertificaten die na voltooiing van de eerste vaccinatiecyclus zijn afgegeven, 270 dagen geldig. Lidstaten mogen alleen certificaten aanvaarden als er niet meer dan 270 dagen sinds de laatste dosis zijn verstreken. Deze acceptatieperiode is beperkt tot personen van 18 jaar en ouder. Certificaten voor boosterdoses hebben geen maximale geldigheidsduur. Herstelcertificaten vervallen uiterlijk 180 dagen na het positieve testresultaat. Testcertificaten vermelden geen vervaldatum.

Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/483 van de Commissie versterkt het vertrouwenskader door ondersteuning van de bilaterale uitwisseling tussen lidstaten van lijsten van ingetrokken certificaten, daar waar certificaten ten onrechte of als gevolg van fraude zijn afgegeven, of na het stopzetten van vaccinatie met een partij COVID-19-vaccins die ondeugdelijk is gebleken.

Het bezit van een certificaat:

  • mag geen voorwaarde voor het uitoefenen van het recht van vrij verkeer zijn;
  • mag niet leiden tot discriminatie op basis van het bezit van een specifieke categorie certificaten.

Exploitanten van grensoverschrijdende personenvervoersdiensten die op grond van het nationale recht verplicht zijn om tijdens de COVID-19-pandemie bepaalde volksgezondheidsmaatregelen toe te passen, mogen de informatie in de certificaten controleren maar niet bewaren. Zij moeten het systeem van certificaten ook integreren in hun activiteiten op luchthavens, in havens en op/in trein- en busstations.

Een afzonderlijke door de Raad van de Europese Unie aangenomen aanbeveling heeft betrekking op de versoepeling van de beperkingen van het vrije verkeer binnen de EU. Het basisbeginsel is dat iedereen die zijn recht op vrij verkeer uitoefent en een geldig digitaal EU-COVID-certificaat heeft, op uitzonderlijke situaties na, niet mag worden onderworpen aan bijkomende beperkingen zoals verdere tests. De aanbeveling is echter niet bindend dus elke lidstaat heeft een zekere vrijheid bij de toepassing ervan. Hoewel elke lidstaat het certificaat als geldig bewijs moet aanvaarden, kunnen de gevolgen voor de houders dus enigszins variëren.

Het binnenlands gebruik van COVID-19-certificaten, bijvoorbeeld voor toegang tot evenementen, restaurants, sportlocaties, openbaar vervoer of de werkplek, valt niet onder het toepassingsgebied van de verordening betreffende het digitale EU-COVID-certificaat. Lidstaten mogen het digitale EU-COVID-certificaat wel voor binnenlandse doeleinden gebruiken, maar moeten daarvoor een rechtsgrondslag in de nationale wetgeving opnemen die onder meer aan de voorschriften voor gegevensbescherming voldoet.

Gelijkwaardigheid van COVID-19-certificaten van niet-EU-landen

Wanneer een niet-EU-land interoperabele certificaten afgeeft die aan de benodigde technische normen voldoen, kan de Europese Commissie uitvoeringsbesluiten (“gelijkwaardigheidsbesluiten”) goedkeuren waarin wordt bepaald dat de door dat land afgegeven COVID-19-certificaten gelijkwaardig zijn aan de digitale EU-COVID-certificaten.

Het betreffende niet-EU-land wordt vervolgens verbonden met het digitale COVID-certificaatsysteem van de EU. De door dat land afgegeven certificaten moeten vervolgens direct onder dezelfde voorwaarden worden aanvaard als de EU-certificaten.

Tot dusver heeft de Commissie dergelijke besluiten vastgesteld met betrekking tot de volgende niet-EU-landen:

  • Zwitserland (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1126)
  • Vaticaanstad (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1272)
  • San Marino (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1273)
  • Oekraïne (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1380)
  • Noord-Macedonië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1381)
  • Turkije (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1382)
  • Andorra (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1476)
  • Albanië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1477)
  • Faeröer (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1478)
  • Monaco (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1479)
  • Panama (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1480)
  • Marokko (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1481)
  • Israël (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1482)
  • Armenië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1894)
  • Verenigd Koninkrijk (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1895)
  • Nieuw-Zeeland (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1993) en, ten aanzien van de Cookeilanden, Niue en Tokelau, Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1949)
  • Moldavië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1994)
  • Georgië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1995)
  • Servië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1996)
  • Togo (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2056)
  • Singapore (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2057)
  • El Salvador (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2113)
  • Libanon (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2187)
  • Verenigd Arabische Emiraten (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2188)
  • Kaapverdië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2189)
  • Tunesië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2296)
  • Montenegro (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2297)
  • Uruguay (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2298)
  • Thailand (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2299)
  • Taiwan (Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/2300)
  • Benin (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/206)
  • Jordanië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/207)
  • Colombia (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/533)
  • Maleisië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/534)
  • Seychellen (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/724)
  • Vietnam (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/725)
  • Indonesië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/726)
  • Zuid-Korea (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1096)
  • Madagaskar (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1097)
  • Kosovo* (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1098)
  • Bahrein (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1099)
  • Ecuador (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1100)
  • Filipijnen (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1338)
  • Oman (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1339)
  • Peru (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1340)
  • Brazilië (Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/1948)

VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?

De verordening zou in eerste instantie twaalf maanden, van tot , van toepassing zijn. Maar op hebben het Europees Parlement en de Raad verlenging van de verordening tot goedgekeurd.

Aangezien het effect van een mogelijke toename van infecties op dit moment niet kan worden voorzien en ook afhankelijk is van het feit of zich al dan niet nieuwe varianten voordoen, zorgt de verlenging ervoor dat mensen hun certificaat kunnen blijven gebruiken om door de EU te reizen wanneer een toename van het aantal infecties lidstaten dwingt in de tweede helft van 2022 en in de eerste helft van 2023 tijdelijk reisbeperkingen in te voeren.

Deze verlenging mag echter niet worden opgevat als een verplichting voor de EU-lidstaten, met name lidstaten die hun binnenlandse volksgezondheidsmaatregelen opheffen, om beperkingen van het vrije verkeer te handhaven of op te leggen.

ACHTERGROND

Verordening (EU) 2021/954 heeft betrekking op het digitaal COVID-certificaat van de EU en op niet-EU-onderdanen die legaal in de EU verblijven of wonen.

Zie voor meer informatie:

KERNBEGRIPPEN

  1. Interoperabel. Het vermogen van de verificatiesystemen in een lidstaat om gegevens te gebruiken die door een andere lidstaat zijn gecodeerd.
  2. NAAT-test. Een moleculaire nucleïnezuuramplificatietest, op basis van technieken zoals reverse transcription polymerase chain reaction (RT-PCR), loop-mediated isothermal amplification (LAMP) en transcription-mediated amplification (TMA), die wordt gebruikt om de aanwezigheid van het ribonucleïnezuur van SARS-CoV-2 te detecteren.
  3. Antigeentest. Een test die berust op de detectie van virale eiwitten (antigenen) met behulp van een lateral flow immunoassay en die resultaten geeft in minder dan 30 minuten.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Verordening (EU) 2021/953 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende een kader voor de afgifte, verificatie en aanvaarding van interoperabele COVID-19-vaccinatie-, test- en herstelcertificaten (digitaal EU-COVID-certificaat) teneinde het vrije verkeer tijdens de COVID-19-pandemie te faciliteren (PB L 211 van , blz. 1-22)

Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU) 2021/953 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.

laatste bijwerking

*Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Top