Use quotation marks to search for an "exact phrase". Append an asterisk (*) to a search term to find variations of it (transp*, 32019R*). Use a question mark (?) instead of a single character in your search term to find variations of it (ca?e finds case, cane, care).
Verordening (EU) 2021/1060 wordt ook wel de verordening gemeenschappelijke bepalingen genoemd en omvat de gemeenschappelijke financiële regels voor de volgende financieringsbronnen van de Europese Unie (EU) en extra gemeenschappelijke bepalingen voor de fondsen die met een asterisk (*) zijn gemarkeerd:
een Europa dat dichter bij de burger staat, door duurzame en geïntegreerde ontwikkeling van alle soorten gebieden en lokale initiatieven.
Klimaatdoelstellingen
De fondsen moeten bijdragen aan de integratie van klimaatmaatregelen en aan de verwezenlijking van een algemeen streefcijfer van 30 % van de EU-begrotingsuitgaven ten bate van klimaatdoelstellingen. De EU-lidstaten moeten met name informatie verstrekken over de manier waarop zij de milieu- en klimaatdoelstellingen ondersteunen met hun bijdrage aan de algemene doelstelling uitgedrukt als percentage van hun totale toewijzing uit het EFRO en het Cohesiefonds. Indien er onvoldoende vooruitgang wordt geboekt bij het bereiken van deze doelstellingen komen de lidstaat en de Europese Commissie tijdens de jaarlijkse evaluatievergadering corrigerende maatregelen overeen.
Belangrijkste beginselen
De lidstaten en de Commissie wijzen de begroting toe op basis van de volgende beginselen.
Gedeeld beheer. De Commissie en de lidstaten plannen gezamenlijk maatregelen. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen en de vergoeding van de uitgaven aan de begunstigden, de Commissie houdt toezicht op de uitvoering, vergoedt de lidstaten en draagt de eindverantwoordelijkheid voor de begroting.
Partnerschap en bestuur op verschillende niveaus. Lidstaten organiseren en implementeren een uitgebreid partnerschap met ten minste de volgende partners:
regionale, lokale, stedelijke en andere overheden;
relevante instanties die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen, zoals milieupartners, niet-gouvernementele organisaties en instanties die tot taak hebben sociale insluiting, grondrechten, rechten van personen met een handicap, gendergelijkheid en non-discriminatie te bevorderen;
de gelijkheid van vrouwen en mannen, gendermainstreaming, de integratie van een genderperspectief en de toegankelijkheid voor personen met een handicap worden meegewogen;
passende maatregelen worden genomen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid bij de voorbereiding en de uitvoering van, het toezicht op, de rapportage over en de evaluatie van programma’s te voorkomen.
Partnerschapsovereenkomst
Elke lidstaat bereidt een partnerschapsovereenkomst voor waarin zij uiteenzetten hoe zij van plan zijn doeltreffend en doelmatig gebruik te maken van het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds, het JTF en het EFMZVA voor de periode van 2021-2027.
Programmering
In samenwerking met de partners stellen de lidstaten financieringsprogramma’s op voor 2021-2027 en dienen die niet later dan 3 maanden na indiening van de partnerschapsovereenkomst in bij de Commissie. De verordening bevat regels betreffende de volgende aspecten van de programma’s:
inhoud;
goedkeuring;
wijziging;
gezamenlijke steun uit het EFRO, het ESF+, het Cohesiefonds en het JTF;
overdracht van middelen, met inbegrip van speciale regels voor overdrachten van EFRO en ESF+ naar JTF.
Territoriale ontwikkeling
De aanpak van geïntegreerde territoriale ontwikkeling kan op een van de volgende manieren wordt versterkt en ondersteund:
geïntegreerde territoriale investering waarmee lidstaten financiering uit verschillende fondsen, programma’s of prioriteiten van hetzelfde programma kunnen combineren om een geïntegreerde strategie voor een bepaald gebied te bewerkstelligen;
vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, een instrument op subregionaal niveau als aanvulling op de steun op lokaal niveau om lokale gemeenschappen en organisaties te mobiliseren en bij de ontwikkeling te betrekken, met de nadruk op:
capaciteitsopbouw,
de tenuitvoerlegging van acties en
strategiebeheer, toezicht en evaluatie, waaronder communicatie tussen belanghebbenden;
andere territoriale instrumenten die door de lidstaat zijn opgezet.
Technische bijstand
Op initiatief van de Commissie mogen de fondsen steun verlenen aan de voorbereiding, monitoring, controle, audit, evaluatie, communicatie, zichtbaarheid, en administratieve en technische bijstand voor de uitvoering van de verordening en, in voorkomend geval, ook in niet-EU-landen.
Op initiatief van een lidstaat mogen de fondsen steun verlenen aan maatregelen voor een doeltreffend beheer en gebruik van de fondsen, met inbegrip van capaciteitsopbouw van partners, voorbereiding, opleiding, beheer, toezicht, evaluatie, zichtbaarheid en communicatie.
Prestaties
Lidstaten zetten een systeem op om de prestaties te kunnen monitoren, rapporteren en evalueren, bestaande uit:
output- en resultaatindicatoren, gekoppeld aan specifieke doelstellingen;
tussendoelen die uiterlijk eind 2024 moeten zijn bereikt; en
einddoelen voor output- en resultaatindicatoren die uiterlijk eind 2029 moeten zijn bereikt.
Monitoring
Elke lidstaat zet een binnen drie maanden na goedkeuring van een programma een monitoringcomité op. De comités komen ten minste één keer per jaar bijeen en evalueren de voortgang die wordt geboekt bij het bereiken van de programmadoelstellingen. De lidstaat bepaalt de samenstelling van het comité en moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de bevoegde instanties en vertegenwoordigers van partners.
Elk lid van het monitoringcomité heeft een stem. Het reglement van orde regelt het stemrecht en de bijzonderheden van de procedure in het monitoringcomité.
Vertegenwoordigers van de Commissie nemen als toezichthouder met raadgevende stem deel.
De Commissie en de lidstaat komen éénmaal per jaar bijeen om de prestaties van de programma’s te evalueren.
Evaluatie
Lidstaten of hun bevoegde beheersautoriteiten evalueren de programma’s met hulp van functioneel onafhankelijke deskundigen om de kwaliteit en tenuitvoerlegging van de programma’s te verbeteren.
De Commissie voert uiterlijk eind 2024 haar eigen tussentijdse evaluatie van elk fonds uit en uiterlijk op een evaluatie achteraf. De evaluaties geschieden op basis van de volgende criteria:
effectiviteit
efficiëntie
relevantie
samenhang
voordeel voor de EU.
Bij de evaluaties kan ook worden gekeken naar inclusiviteit, non-discriminatie en zichtbaarheid.
Daarnaast wordt uiterlijk een evaluatie van elk programma verricht om het effect ervan te beoordelen.
Zichtbaarheid
Elke lidstaat moet zorgen voor zichtbaarheid van de steun bij alle maatregelen met betrekking tot de ondersteunde concrete acties door de fondsen en voor de communicatie aan de EU-burgers over de rol en resultaten van de fondsen via een centrale website met toegang tot alle programma’s in die lidstaat.
Met name begunstigden en instanties die financieringsinstrumenten uitvoeren, moeten de steun uit de fondsen erkennen overeenkomstig de in de verordening vastgestelde regels; als zij dit niet doen, is de beheersautoriteit bevoegd maatregelen te treffen door maximaal 3 % van de steun uit de fondsen aan de betrokken concrete actie in te trekken.
Financiële steun
De financiële bijdrage van de EU kan de volgende vormen aannemen:
financiering die niet gekoppeld is aan kosten, die gebaseerd is op naleving van voorwaarden of het boeken van resultaten;
vergoeding van de steun die lidstaten aan begunstigden hebben verstrekt;
financiering op basis van een van tevoren omschreven vast percentage;
een combinatie van deze vormen.
De lidstaten gebruiken de bijdrage uit de fondsen om begunstigden steun te verstrekken in de vorm van subsidies, financieringsinstrumenten of prijzen (of een combinatie daarvan).
Subsidiabiliteit
De subsidiabiliteit van de uitgaven wordt op basis van de nationale regels bepaald, tenzij er specifieke regels zijn vastgelegd in of op grond van fondsspecifieke verordeningen.
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor een bijdrage uit de fondsen:
debetrente, behalve kleine uitzonderingen;
de aankoop van grond voor een bedrag van meer dan 10 % van de totale subsidiabele uitgaven of 15 % voor verwaarloosde gebieden en voormalige industriezones met gebouwen (niet van toepassing op concrete acties ten behoeve van milieubehoud);
de belasting over de toegevoegde waarde (btw), behalve voor:
acties waarvan de totale kosten lager zijn dan 5 000 000 EUR (inclusief btw),
acties waarvan de totale kosten ten minste 5 000 000 EUR (inclusief btw) bedragen indien zij krachtens de nationale btw-wetgeving niet terugvorderbaar zijn of voor
De middelen van het EFRO en ESF+ worden met name toegewezen aan de volgende drie categorieën regio’s:
minder ontwikkelde gebieden met een bruto binnenlands product (bbp) per persoon van minder dan 75 % van het gemiddelde van de EU-27 (alle 27 EU-lidstaten);
gebieden in overgang met een bbp per persoon tussen 75 % en 100 % van het gemiddelde van de EU-27;
meer ontwikkelde gebieden met een bbp per persoon van meer dan 100 % van het gemiddelde van de EU-27.
Het Cohesiefonds ondersteunt lidstaten met een bruto nationaal inkomen per persoon, gemeten in koopkrachtstandaard en berekend op basis van de EU-cijfers voor de periode 2015-2017, dat minder is dan 90 % van het gemiddelde bruto nationaal inkomen per persoon van de EU-27 voor dezelfde referentieperiode.
Extra flexibiliteit om de gevolgen van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde Russische invasie van Oekraïne aan te pakken
Wijzigingsverordening (EU) 2022/2039 heeft tot doel de druk op de begrotingen van de lidstaten te verlichten en de uitvoering van operaties voor de aanpak van de uitdagingen in verband met de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne te vergemakkelijken.
De verordening heeft de voorfinanciering verhoogd voor programma’s uit het EFRO, het ESF+ en het Cohesiefonds in het kader van de doelstelling Investeren in werkgelegenheid en groei met 0,5 % in 2022 en met 0,5 % in 2023 van de totale steun uit de fondsen, die is vastgesteld in het besluit tot goedkeuring van het programma in alle lidstaten.
De verordening maakt een cofinancieringspercentage van de EU mogelijk van maximaal 100 % tot voor afzonderlijke prioriteiten die zijn vastgesteld in programma’s, die acties ter bevordering van de sociaaleconomische integratie van niet-EU-burgers ondersteunen. Minstens 30 % van de steun binnen deze prioriteit moet worden toegekend aan begunstigden van lokale autoriteiten en maatschappelijke organisaties die actief zijn in lokale gemeenschappen. Het totale bedrag voor programma’s in het kader van dergelijke prioriteiten in een lidstaat mag niet meer bedragen dan 5 % van de initiële nationale toewijzing van die lidstaat uit het EFRO en ESF+ samen. Uiterlijk op wordt het cofinancieringspercentage van maximaal 100 % herzien.
Acties waarvan de totale kosten meer dan 1 miljoen euro bedragen en die zijn geselecteerd voor steun krachtens Verordening (EU) nr. 1303/2013 en die al vóór van start zijn gegaan, komen in aanmerking voor steun in de programmeringsperiode 2021-2027. De beheerautoriteit mag rechtstreeks steun verlenen, mits aan bepaalde belangrijke voorwaarden is voldaan.
Ondersteuning van betaalbare energie (SAFE)
Wijzigingsverordening (EU) 2023/435 maakt deel uit van een grotere beleidsverandering om de energieafhankelijkheid van de EU van Rusland aan te pakken.
De verordening stelt lidstaten in staat om maximaal 7,5 % van de toewijzing van het cohesiebeleid voor 2021-2027 te gebruiken om bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van REPowerEU. Dergelijke maatregelen moeten in overeenstemming blijven met de fondsspecifieke regels, waaronder het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”.
Platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP)
Wijzigingsverordening (EU) 2024/795 stelt het initiatief platform voor strategische technologieën voor Europa vast, dat de soevereiniteit en veiligheid van de EU moet versterken, haar groene en digitale transitie moet versnellen, haar concurrentievermogen moet vergroten en haar strategische afhankelijkheid op drie strategische industriële gebieden moet verminderen: digitale en diepgaande technologische innovatie, schone en hulpbronnenefficiënte technologieën, en biotechnologieën. De verordening maakt het mogelijk om middelen uit bestaande EU-programma’s als hefboom te gebruiken zonder nieuwe fondsen te hoeven creëren en stelt specifieke regels vast voor projecten op deze gebieden. Projecten waaraan een Sovereignty Seal is toegekend (het EU-kwaliteitslabel dat wordt toegekend aan zeer kwalitatieve projecten die bijdragen tot de doelstellingen van het platform, waardoor ze zichtbaarheid krijgen en die alternatieve of aanvullende publieke en particuliere investeringen helpen aantrekken) kunnen profiteren van een betere toegang tot EU-financiering, met name door het vergemakkelijken van cumulatieve of gecombineerde financiering uit verschillende instrumenten.
Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van , blz. 159)
Achtereenvolgende wijzigingen aan Verordening (EU) 2021/1060 werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (PB L 231 van , blz. 1)
Verordening (EU) nr. 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PB L 231 van , blz. 21)
Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PB L 231 van , blz. 60)
Verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten (PB L 231 van , blz. 94)
Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PB L 247 van , blz. 1)
Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van , blz. 320)
Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van , blz. 1)