Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Atypische handelingen

SAMENVATTING VAN:

Artikel 121 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) — Economisch beleid

Artikel 148 VWEU — Werkgelegenheid

Artikel 171 VWEU — Trans-Europese netwerken

Artikel 177 VWEU — Economische, sociale en territoriale samenhang

Artikel 218 VWEU — Internationale overeenkomsten

Artikel 232 VWEU — Het Europees Parlement

Artikel 240 VWEU — De Raad

Artikel 249 VWEU — De Commissie

Artikel 254 VWEU — Het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 256 VWEU — Het Hof van Justitie van de Europese Unie

Artikel 287 VWEU — De Rekenkamer

Artikel 295 VWEU — Vaststellingsprocedures en overige bepalingen

Artikel 303 VWEU — Het Economisch en Sociaal Comité

Artikel 306 VWEU — Het Comité van de regio’s

WAT IS HET DOEL VAN DEZE ARTIKELEN?

  • Atypische handelingen zijn een categorie handelingen die door de instellingen van de Europese Unie (EU) worden aangenomen en die betrekking hebben op de interne organisatie van de EU. Deze handelingen worden als atypisch beschreven omdat ze geen deel uitmaken van de nomenclatuur van rechtshandelingen zoals bepaald in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
  • Er zijn veel soorten atypische handelingen. Sommige worden genoemd in de verdragen van de EU, terwijl andere in de praktijk naar voren zijn gekomen.
  • Atypische handelingen onderscheiden zich van andere rechtshandelingen door hun reikwijdte, die doorgaans politiek is. Sommige kunnen verbindendzijn, hoewel dit beperkt blijft tot het institutionele kader van de EU.

KERNPUNTEN

In de verdragen voorziene atypische handelingen

  • De reglementen van orde van de EU-instellingen zijn atypische handelingen. De oprichtingsverdragen leggen de opstelling door de instellingen van de EU van een eigen reglement van orde vast.
  • In de reglementen van orde worden de interne organisatiestructuur, de werking en de werkmethoden van de instellingen van de EU vastgesteld. Ze zijn slechts bindend voor de betreffende instelling of het betreffende orgaan.
  • De volgende artikelen bevatten de rechtsgrondslagen voor de goedkeuring van het reglement van orde:
  • De oprichtingsverdragen voorzien ook in andere soorten handelingen die worden aangenomen in het kader van de politieke dialoog tussen de EU-instellingen. Deze handelingen zijn voornamelijk bedoeld om het werk en de samenwerking tussen de instellingen te vergemakkelijken. In het kader van de goedkeuringsprocedure van internationale overeenkomsten kan de Raad van de Europese Unie onderhandelingsrichtsnoeren voor de Europese Commissie vaststellen voor de onderhandeling van de overeenkomsten (artikel 218 VWEU).
  • De instellingen kunnen nog een stap verder gaan en hun samenwerking in interinstitutionele akkoorden gieten (artikel 295 VWEU). Ook dergelijke akkoorden zijn atypische handelingen. Zij kunnen verbindend zijn, maar uitsluitend voor de instellingen die ze ondertekend hebben.

Niet in de verdragen voorziene atypische handelingen

EU-instellingen maken gebruik van een hele reeks instrumenten die uit de praktijk zijn ontstaan. Deze omvatten verklaringen, besluiten, aanbevelingen, resoluties, mededelingen, gedragscodes, interinstitutionele akkoorden, tijdschema’s, conclusies en wit- en groenboeken.

  • Het Parlement verwoordt sommige van zijn politieke standpunten op internationaal niveau door middel van resoluties (bijv. over de Russische agressie tegen Oekraïne).
  • De Raad neemt aan het einde van zijn vergaderingen regelmatig conclusies, resoluties of richtsnoeren aan. Deze handelingen geven in wezen de mening van de instelling weer over bepaalde Europese of internationale kwesties. Zij hebben een algemene strekking, maar zijn niet verbindend. Voorbeelden zijn de conclusies over uitbreiding de Raad van .
  • Ook de Commissie maakt gebruik van eigen atypische handelingen.
    • De meest voorkomende zijn mededelingen waarin doorgaans nieuwe beleidsprogramma’s worden voorgesteld.
    • Werkdocumenten van de diensten van de Commissie bieden achtergrondinformatie, inclusief details van onderzoek dat is uitgevoerd om de grondgedachte voor het beleid dat in een mededeling wordt beschreven te verschaffen; ze worden ook gebruikt om te schetsen hoe en waarom beleidskeuzes worden gemaakt in geval van wetgevingsvoorstellen.
    • Ze neemt groenboeken aan die bedoeld zijn om openbare raadplegingen over bepaalde EU-kwesties op gang te brengen (bijv. het “groenboek over de vergrijzing”, dat in 2021 is aangenomen). Op die manier verzamelt zij de nodige informatie om een wetgevingsvoorstel te kunnen opstellen.
    • Ze neemt af en toe witboeken aan met gedetailleerde voorstellen voor maatregelen die op EU-niveau moeten worden genomen (bijv. het “witboek over kunstmatige intelligentie”, dat in 2020 is uitgegeven).
    • Ze geeft ook richtsnoeren uit, vaak om praktische informatie te geven als hulpmiddel bij de interpretatie van de wetgeving. Een voorbeeld hiervan zijn de richtsnoeren inzake staatssteun voor klimaat, milieubescherming en energie, die in 2022 zijn uitgegeven.

BELANGRIJKSTE DOCUMENTEN

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Derde deel — Het beleid en intern optreden van de Unie — Titel VIII — Economisch en monetair beleid — Hoofdstuk 1 — Economisch beleid — Artikel 121 (oud artikel 99 VEG) (PB C 202 van , blz. 97-98).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Derde deel — Het beleid en intern optreden — Titel IX — Werkgelegenheid — Artikel 148 (oud artikel 128 VEG) (PB C 202 van , blz. 112-113).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Derde deel — Het beleid en intern optreden van de Unie — Titel XVI — Trans-Europese netwerken — Artikel 171(oud artikel 155 VEG) (PB C 202 van , blz. 125).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Derde deel — Het beleid en intern optreden van de Unie — Titel XVIII — Economische, sociale en territoriale samenhang — Artikel 177 (oud artikel 161 VEG) (PB C 202 van , blz. 128).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Vijfde deel — Extern optreden van de Unie — Titel V — Internationale overeenkomsten — Artikel 218 (oud artikel 300 VEG) (PB C 202 van , blz. 144-146).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 1 — De instellingen — Eerste afdeling — Het Europees Parlement — Artikel 232 (oud artikel 199 VEG) (PB C 202 van , blz. 152).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 1 — De instellingen — Derde afdeling — De Raad — Artikel 240 (oud artikel 207 VEG) (PB C 202, , blz. 154).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 1 — De instellingen — Vierde afdeling — De Commissie — Artikel 249 (oud artikelen 218(2) en 212 VEG) (PB L 202 van , blz. 157).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 1 — De instellingen — Vijfde afdeling — Het Hof van Justitie van de Europese Unie — Artikel 254 (oud artikel 224 VEG) (PB C 202 van , blz. 158-159).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 1 — De instellingen — Vijfde afdeling — Het Hof van Justitie van de Europese Unie — Artikel 256 (oud artikel 225 VEG) (PB C 202 van , blz. 159-160).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 1 — De instellingen — Zevende afdeling — De Rekenkamer — Artikel 287 (oud artikel 248 VEG) (PB C 202 van , blz. 170-171).

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (geconsolideerde versie) — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 2 — Rechtshandelingen van de Unie, vaststellingsprocedures en overige bepalingen — Tweede afdeling — Vaststellingsprocedures en overige bepalingen — Artikel 295 (PB C 202 van , blz. 175).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 3 — De adviesorganen van de Unie — Eerste afdeling — Het Economisch en Sociaal Comité — Artikel 303 (oud artikel 260 VEG) (PB C 202 van , blz. 178).

Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie — Zesde deel — Institutionele en financiële bepalingen — Titel I — Bepalingen inzake de instellingen — Hoofdstuk 3 — De adviesorganen van de Europese Unie — Tweede afdeling — Het Comité van de Regio’s — Artikel 306 (oud artikel 264 VEG) (PB C 202 van , blz. 179).

laatste bijwerking

Top