Use quotation marks to search for an "exact phrase". Append an asterisk (*) to a search term to find variations of it (transp*, 32019R*). Use a question mark (?) instead of a single character in your search term to find variations of it (ca?e finds case, cane, care).
Verordening (EU) nr. 139/2014 voert vereisten in voor het beheren, certificeren en exploiteren van luchtvaartterreinen1 in de hele Europese Unie (EU), die de bestaande nationale voorschriften op het gebied van de veiligheid van luchtvaartterreinen vervangen.
KERNPUNTEN
Toezicht
Elke lidstaat moet een bevoegde autoriteit (of bevoegde autoriteiten) aanwijzen die:
bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft (of hebben) voor certificering van en toezicht op luchtvaartterreinen en de daarbij betrokken personeelsleden en organisaties;
onafhankelijk is (of zijn) van de exploitanten van luchtvaartterreinen en de verleners van platformbeheersdiensten (AMS)2.
Personeel dat door de bevoegde autoriteit gemachtigd is, moet de bevoegdheid hebben om minstens de volgende taken uit te voeren:
de archieven, gegevens en procedures onderzoeken, evenals alle andere materialen die relevant zijn voor de uitvoering van de certificerings- en/of toezichtstaak;
kopieën of uittreksels van dergelijke materialen meenemen;
een mondelinge toelichting ter plaatse vragen;
zich toegang verschaffen tot luchtvaartterreinen, relevante terreinen en gebouwen, exploitatieterreinen of andere relevante zones en vervoermiddelen;
audits, onderzoeken, tests, oefeningen, beoordelingen en inspecties uitvoeren;
voor zover nodig handhavingsmaatregelen nemen of op gang brengen.
Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart
Binnen drie maanden na de toepassing van Verordening (EU) nr. 139/2014 moesten de lidstaten het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA), opgericht krachtens Verordening (EU) 2018/1139, informeren over de volgende informatie met betrekking tot de luchtvaartterreinen:
Verordening (EU) nr. 376/2014 (zie samenvatting) bevat specifieke verplichtingen voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om systemen op te zetten voor het melden, analyseren en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart als onderdeel van hun beheerssysteem. Aangezien deze verplichtingen parallel bestaan aan de rapportagevereisten krachtens Verordening (EU) nr. 139/2014, wordt Uitvoeringsverordening (EU) 2024/894 (een uitvoeringshandeling) afgestemd op de systemen voor de verslaglegging over voorvallen van de nationale bevoegde autoriteiten krachtens Verordening (EU) nr. 139/2014 met de beginselen van Verordening (EU) nr. 376/2014 inzake de rapportage, analyse en follow-up van voorvallen in de burgerluchtvaart met ingang van .
Lidstaten kunnen bepaalde luchtvaartterreinen vrijstellen van de regels van Verordening (EU) nr. 139/2014 voor het melden, analyseren en opvolgen van voorvallen in de burgerluchtvaart, met name de luchtvaartterreinen die niet meer dan:
10.000 passagiers per jaar behandelen,
850 bewegingen per jaar behandelen die gerelateerd zijn aan vrachtexploitatie.
De EU-landen moet echter op jaarlijkse basis de verkeerscijfers onderzoeken van luchthaventerreinen waaraan een ontheffing is toegekend.
Certificaten
De verordening bevat bepalingen met betrekking tot de omzetting van certificaten die vóór zijn afgegeven op basis van nationale wetgeving, voor een overgangsperiode tot .
Gedurende een overgangsperiode mogen bevoegde autoriteiten certificaataanvragen aanvaarden, inclusief afwijkingen van de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart afgegeven certificeringsspecificaties, voor zover aan bepaalde voorwaarden uit de bijlagen van de verordening is voldaan. In dergelijke gevallen moeten de bevoegde autoriteiten bewijzen dat aan deze voorwaarden is voldaan, samenbrengen in een deviation acceptance and action document (DAAD), dat aan het certificaat moet worden toegevoegd.
De bevoegde autoriteiten moeten de geldigheidstermijn van het DAAD vermelden en kunnen het DAAD wijzigen, opschorten of intrekken indien de voorwaarden niet meer worden nageleefd.
Activiteiten op het luchtvaartterrein
Om het veiligheidsniveau van de luchtvaartterreinen te waarborgen, moeten aan de gegevenskwaliteitseisen op het niveau van de activiteiten worden voldaan.
In een gedelegeerde handeling, Gedelegeerde verordening (EU) 2020/1234, vastgestelde aanvullende eisen, zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 139/2014 en zijn sinds van toepassing. Deze hebben betrekking op luchtvaartterreinen en organisaties die AMS verlenen en omvatten:
de bevoegdheid van bevoegde instanties met betrekking tot verklaringen van bekwaamheid, ingediend door organisaties die AMS verlenen;
eisen voor organisaties die AMS verlenen met betrekking tot veiligheidsbeheer, operationele procedures en personeel;
eisen voor beheer van de veiligheidsgerelateerde interfaces tussen exploitanten van het luchtvaartterreinen, organisaties die verantwoordelijk zijn voor de verlening van AMS en verleners van luchtverkeersdiensten met betrekking tot de activiteiten op het platform.
Grondafhandelingsactiviteiten
Gedelegeerde verordening (EU) 2025/21 introduceert specifieke veiligheidsgerelateerde verplichtingen voor exploitanten van luchtvaartterreinen die grondafhandelingsactiviteiten uitvoeren en past verschillende eisen aan, zodat deze beter aansluiten op de verplichtingen van grondafhandelingsorganisaties als gebruikers van luchtvaartterreinen.
Exploitanten van luchtvaartterreinen moeten grondafhandelingsorganisaties in kennis stellen van de maatregelen die zijn genomen om voorvallen van niet-naleving aan te pakken, wanneer die rechtstreeks van invloed zijn op de veiligheidsrisico’s of de verantwoordelijkheden van die organisaties.
Indien exploitanten van luchtvaartterreinen zelf grondafhandelingsdiensten verrichten, moeten zij voldoen aan de toepasselijke veiligheidseisen voor grondafhandeling die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2025/20 en die in hun bestaande managementsystemen kunnen worden geïntegreerd.
Exploitanten van luchtvaartterreinen mogen de documentatie met betrekking tot grondafhandeling opnemen in het handboek van het luchtvaartterrein of deze afzonderlijk bijhouden; het handboek en de wijzigingen die uitsluitend betrekking hebben op grondafhandeling, behoeven geen goedkeuring van de bevoegde autoriteit.
Exploitanten van luchtvaartterreinen en verleners van AMS die tevens grondafhandelingsdiensten verlenen, kunnen een geïntegreerd beheersysteem toepassen dat alle toepasselijke regelgevende veiligheidseisen omvat.
Er zijn nieuwe minimale veiligheidsvoorwaarden van toepassing op opslagfaciliteiten die door exploitanten van luchtvaartterreinen beschikbaar worden gesteld voor:
gevaarlijke goederen, waarbij wordt gezorgd voor scheiding en bescherming tegen beschadiging;
eenheidslaadinrichtingen (ULD’s), die bescherming bieden tegen beschadiging, vernietiging, opslag op de grond en ongunstige weersomstandigheden.
Landingsbanen
Verordening (EU) 2018/401 wijzigt Bijlage I van de verordening. De wijzigingen geven veranderingen weer die zijn aangenomen door de ICAO, ontworpen om de bestaande indeling van landingsbanen te vereenvoudigen en de verschillende soorten naderingen en landingen nauwkeuriger te beschrijven.
Bijlage I is verder gewijzigd door de Gedelegeerde verordening (EU) 2020/2148, om het aantal ongevallen in verband met baanveiligheid en ernstige incidenten door ongeoorloofde toegang tot de baan en andere voorvallen in verband met de baanveiligheid terug te dringen. Het heeft tot doel de toepasselijke ICAO-normen en aanbevolen praktijken te implementeren omtrent het beoordelen en rapporteren van de toestand van het baanoppervlak, waaronder het toevoegen van de definities nieuwe termen.
Omgeving van luchtvaartterreinen
De lidstaten moeten er daarnaast op toezien:
dat er overleg wordt gepleegd over de veiligheidsgevolgen van geplande constructie:
binnen het hindernisbeperkend vlak3, het hindernisbeschermend vlak4 en andere zones die verband houden met het luchtvaartterrein,
buiten het hindernisbeperkend vlak, het hindernisbeschermend vlak en andere zones die verband houden met het luchtvaartterrein, en die de door de lidstaten vastgestelde hoogte overschrijden;
dat er overleg wordt gepleegd over de bescherming van luchtvaartterreinen die zich in de nabijheid van grenzen met andere lidstaten bevinden;
dat er overleg wordt gepleegd over menselijke activiteiten en grondgebruik, zoals:
ontwikkelingen die kunnen leiden tot door obstakels veroorzaakte turbulentie die gevaarlijk kan zijn voor vluchtuitvoeringen,
het gebruik van gevaarlijke, verwarrende en misleidende verlichting,
het gebruik van sterk reflecterende oppervlakken die verblinding kunnen veroorzaken,
activiteiten die het functioneren van systemen voor luchtvaartcommunicatie, navigatie en toezicht kunnen verstoren.
Beheer van gevaar door wilde dieren
De lidstaten moeten:
procedures hanteren voor de registratie en rapportering van botsingen tussen wilde dieren en vliegtuigen;
bij exploitanten van vliegtuigen, luchtvaartterreinpersoneel en andere bronnen informatie verzamelen over de aanwezigheid van wilde dieren die een gevaar kunnen vormen voor vluchtuitvoeringen;
het gevaar door wilde dieren permanent laten beoordelen door bevoegd personeel; en
verslagen van botsingen met wilde dieren verzamelen en doorsturen naar de ICAO, die ze opneemt in het ICAO Bird Strike Information System.
Eisen voor vluchtuitvoeringen onder alle weersomstandigheden
Gedelegeerde verordening (EU) 2022/208 stelt regels vast over het implementeren van vluchtuitvoeringen onder alle weersomstandigheden op luchtvaartterreinen en wijzigt Bijlage I, III en IV van de verordening.
Risico’s voor de informatiebeveiliging met mogelijke gevolgen voor de luchtvaartveiligheid
Gedelegeerde verordening (EU) 2022/1645 stelt eisen vast voor exploitanten van luchtvaartterreinen en verleners van AMS voor het beheer van risico’s voor de informatiebeveiliging met mogelijke gevolgen voor de luchtvaartveiligheid. De verordening is sinds van toepassing.
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2293 corrigeert de relevante kruisverwijzingen in Verordening (EU) nr. 139/2014 om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de bijbehorende goedkeuringen beoordelen in het kader van hun toezichtauditcycli en wanneer de reikwijdte van de activiteiten van een organisatie verandert.
VANAF WANNEER IS DE VERORDENING VAN TOEPASSING?
Verordening (EU) nr. 139/2014 is sinds van toepassing.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/21 is van toepassing vanaf .
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2293 is van toepassing sinds .
Luchtvaartterreinen (Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart)
KERNBEGRIPPEN
Luchtvaartterrein. Een afgebakend gebied (met de zich daarop bevindende gebouwen, installaties en apparatuur) op het land of het water of op een vaste off-shore of drijvende structuur die geheel of gedeeltelijk bedoeld is voor aankomst, vertrek en grondbewegingen van vliegtuigen.
Platformbeheersdiensten. De organisatie waarop door een bevoegde autoriteit wordt toegezien en die diensten verleent om de activiteiten en bewegingen van vliegtuigen en voertuigen te beheren op een platform – een afgebakend gebied dat bestemd is voor het laden en lossen van passagiers, post of vracht; brandstof tanken; parkeren; of onderhoud.
Hindernisbeperkend vlak. Een vlak dat aangeeft tot waar voorwerpen mogen uitsteken in het luchtruim.
Hindernisbeschermend vlak. Een vlak voor dalingshoeklichten waarboven nieuwe voorwerpen of uitbreidingen van bestaande voorwerpen niet zijn toegestaan, tenzij de bevoegde autoriteit van oordeel is dat het nieuwe voorwerp of de uitbreiding wordt afgeschermd door een reeds aanwezig vast voorwerp.
BELANGRIJKSTE DOCUMENTEN
Verordening (EU) nr. 139/2014 van de Commissie van tot vaststelling van eisen en administratieve procedures met betrekking tot luchtvaartterreinen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 44, , blz. 1-34).
Achtereenvolgende wijzigingen aan de Verordening (EU) have werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
Uitvoeringsverordening (EU) 2024/894 van de Commissie van tot wijziging van Verordening (EU) Nr. 139/2014 met betrekking tot melding van voorvallen (PB L, 2024/894, ).
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1645 van de Commissie van 14 juli 2022 tot vaststelling van regels voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft eisen voor het beheer van risico’s voor de informatiebeveiliging met mogelijke gevolgen voor de luchtvaartveiligheid.
Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart.