Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Rechtshandelingen

In artikel 288 van het Verdrag inzake de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt bepaald dat de Europese instellingen vijf soorten rechtshandelingen kunnen aannemen:

  • een verordening heeft een algemene strekking. Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke EU-lidstaat;
  • een richtlijn is verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is. Elke lidstaat heeft echter de bevoegdheid vorm en middelen voor het bereiken van het resultaat te kiezen;
  • een besluit is verbindend in al zijn onderdelen. Indien de adressaten worden vermeld, is het alleen voor hen verbindend;
  • aanbevelingen en adviezen zijn niet bindend.

Artikel 289 VWEU maakt een onderscheid tussen:

  • wetgevingshandelingen — beslissingen die zijn aangenomen krachtens de gewone of een bijzondere wetgevingsprocedure;
  • niet-wetgevingshandelingen — beslissingen die zijn aangenomen, gewoonlijk door de Europese Commissie na delegatie (gedelegeerde handelingen) of tenuitvoerlegging van een wetgevingshandeling (wetgevingshandelingen).

Artikel 132 VWEU geeft de Europese Centrale Bank (ECB) de bevoegdheid om:

  • verordeningen vast te stellen voor zover nodig voor de uitvoering van bepaalde taken omschreven in de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) en van de ECB in de gevallen die worden bepaald in bepaalde besluiten die zijn aangenomen door de Raad;
  • besluiten te nemen die nodig zijn voor de uitvoering van de bij de Verdragen en de statuten aan het ESCB opgedragen taken;
  • aanbevelingen te doen en adviezen te geven.

Artikel 14.3 van protocol (nr. 4) betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank geeft de ECB de bevoegdheid om richtsnoeren vast te stellen.

ZIE OOK

Top