This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) behoort tot de bevoegdheden die worden gedeeld tussen de Europese Unie (EU) en de EU-lidstaten.
Volgens artikel 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft het GLB tot doel:
Met het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) helpt het GLB Europese landbouwers te zorgen voor een zekere aanvoer van veilig, gezond en betaalbaar voedsel door hen inkomenssteun te verlenen. Ook worden hiermee maatregelen gefinancierd om de landbouwmarkten te ondersteunen en te stabiliseren. Het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) financiert programma’s voor plattelandsontwikkeling van de EU-lidstaten.
De meeste besluiten over landbouw worden sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon via de gewone wetgevingsprocedure genomen (artikel 42, lid 1 en artikel 43, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie).
Het GLB is nu bijna 60 jaar oud en wordt momenteel voor de zesde keer grondig hervormd. Het nieuwe GLB zal vanaf begin 2023 van toepassing zijn. Het aandeel ervan in de EU-begroting is in de laatste 30 jaar gestaag afgenomen van 73% in 1985 tot 31% in 2021-2027.
Het nieuwe GLB moet een duurzame en concurrerende landbouwsector bevorderen die de bestaansmiddelen van de landbouwers kan ondersteunen en de samenleving kan voorzien van gezond en duurzaam voedsel, en plattelandsgebieden vitaal kan maken.
Landbouw en plattelandsgebieden staan centraal in de Europese Green Deal en het nieuwe GLB is een belangrijk instrument om de ambities van de strategieën “van boer tot bord” en “biodiversiteit” te realiseren.
Door de vertraging bij de onderhandelingen over het nieuwe GLB is de startdatum tot uitgesteld. Verordening (EU) 2020/2220 (overgangsverordening) werd aangenomen om de betaling aan landbouwers en andere begunstigden van het GLB in 2021 en 2022 te garanderen.