26.11.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 427/98


Beroep ingesteld op 28 september 2018 — Wywiał-Prząda / Europese Commissie

(Zaak T-592/18)

(2018/C 427/129)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Katarzyna Wywiał-Prząda (Wezembeek-Oppem, België) (vertegenwoordigers: S. Orlandi en T. Martin, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

Te verklaren en vast te stellen,

het besluit van 23 november 2017 houdende weigering om haar de ontheemdingstoelage toe te kennen wordt nietig verklaard;

de Europese Commissie wordt verwezen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.

1.

Eerste, primair aangevoerde middel: schending van artikel 4, lid 1, onder a), van bijlage VII bij het Statuut van de Ambtenaren van de Europese Unie, zoals uitgelegd bij het arrest van 21 juni 2007, Commissie/Hosman-Chevalier (C-424/05 P, EU:C:2007:367), op grond dat de periode waarin zij gedurende de referentieperiode in de hoedanigheid van diplomaat in België heeft gewoond, gelijkstaat aan een situatie „die voortvloeit uit diensten, verricht voor een andere staat of een internationale organisatie”.

2.

Tweede, subsidiair aangevoerde middel, indien deze periode niet buiten beschouwing kan blijven: schending van artikel 4, lid 1, onder a), van bijlage VII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, op grond dat ervan moet worden uitgegaan dat zij gedurende de referentieperiode in elk geval niet de wens heeft gehad om aan haar verblijf in België, los van de diplomatieke taak van haar echtgenoot, de stabiliteit te verlenen die inherent is aan het begrip gewone verblijfplaats.