3.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 311/13


Beroep ingesteld op 20 juni 2018 — Intercept Pharma en Intercept Pharmaceuticals/EMA

(Zaak T-377/18)

(2018/C 311/14)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partijen: Intercept Pharma Ltd (Bristol, Verenigd Koninkrijk) en Intercept Pharmaceuticals, Inc. (New York, New York, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: L. Tsang, J. Mulryne, E. Amos en H. Kerr-Peterson, Solicitors en F. Campbell, Barrister)

Verwerende partij: Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)

Conclusies

besluit ASK-40399, dat verweerder aan verzoeksters heeft meegedeeld op 15 mei 2018, om enkele documenten vrij te geven op grond van verordening (EG) nr. 1049/2001 nietig verklaren; en

verweerder verwijzen in de juridische en overige kosten en uitgaven van verzoeksters in verband met deze zaak.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters twee middelen aan.

1.

Eerste middel: verweerder heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat in de onderhavige zaak de uitzondering omtrent de bescherming van „gerechtelijke procedures” in artikel 4, lid 2, tweede streepje, van verordening nr. 1049/2001 niet van toepassing was, op grond dat het niet ging om een document dat was „opgesteld voor gerechtelijke procedures”. Verweerder had rechtens moeten oordelen dat de uitzondering van toepassing was.

2.

Tweede middel: voorts, of subsidiair, zou de enige rechtens toelaatbare uitkomst van een passende afweging in het kader van de uitzondering omtrent de bescherming van „gerechtelijke procedures” van artikel 4, lid 2, tweede streepje, van verordening nr. 1049/2001 een besluit zijn om de documenten niet vrij te geven wegens: (i) het zwaarwegende particuliere belang van verzoeksters bij het vermijden van openbaarmaking; en (ii) het slechts vage en algemene publieke belang bij openbaarmaking.