201806220471970572018/C 240/633052018TC24020180709NL01NLINFO_JUDICIAL20180516545411

Zaak T-305/18: Beroep ingesteld op 16 mei 2018 — Klyuyev / Raad


C2402018NL5410120180516NL0063541541

Beroep ingesteld op 16 mei 2018 — Klyuyev / Raad

(Zaak T-305/18)

2018/C 240/63Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Andriy Klyuyev (Donetsk, Oekraïne) (vertegenwoordigers: B. Kennelly, QC, J. Pobjoy, Barrister, R Gherson en T. Garner, Solicitors)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:

nietig te verklaren besluit (GBVB) 2018/333 van de Raad van 5 maart 2018 tot wijziging van besluit 2014/119/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2018, L 63, blz. 48), en

nietig te verklaren uitvoeringsverordening (EU) 2018/326 van de Raad van 5 maart 2018 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne (PB 2018, L 63, blz. 5),

voor zover deze verzoeker betreffen.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.

1.

Eerste middel, ontleend aan beoordelingsfouten van de Raad bij de vaststelling dat is voldaan aan het criterium om verzoeker op te nemen in artikel 1, lid 1, van het bestreden besluit en in artikel 3, lid 1, van de bestreden verordening.

2.

Tweede middel, ontleend aan schending van de rechten die verzoeker ontleent aan artikel 6, gelezen in samenhang met de artikelen 2 en 3, VEU, en de artikelen 47 en 48 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, doordat de Raad ervan is uitgegaan dat verzoekers behandeling in de Oekraïne in overeenstemming was de fundamentele rechten van de mens.

3.

Derde middel, ontleend aan schending door de Raad van verzoekers rechten van verdediging, van het recht op behoorlijk bestuur en van het recht op een effectieve rechterlijke bescherming.

4.

Vierde middel, ontleend aan het feit dat de Raad zonder rechtvaardiging en op onevenredige wijze afbreuk heeft gedaan aan verzoekers eigendomsrechten en zijn reputatie.