4.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 190/39


Beroep ingesteld op 3 april 2018 — Microsemi Europe en Microsemi/Commissie

(Zaak T-227/18)

(2018/C 190/64)

Procestaal: Duits

Partijen

Verzoekende partijen: Microsemi Europe Ltd (Reading, Verenigd Koninkrijk) en Microsemi Corp. (Aliso Viejo, Californië, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: D. Aulfes en J. Lenz, advocaten)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

nietigverklaring van het op artikel 18, lid 3 van verordening (EG) nr. 1/2003 gebaseerde besluit van de Commissie van 23 januari 2018 (in zaak AT.40529 — TSMC),

verwijzing van verweerster in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen twaalf middelen aan.

1.

Eerste middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften, aangezien niet voldoende duidelijk aangegeven en verifieerbaar is wie de geadresseerde van het besluit is.

2.

Tweede middel: Onbevoegdheid, voor zover de als tweede genoemde verzoekster als geadresseerde van het bestreden besluit wordt beschouwd

Verzoeksters voeren aan dat de Commissie niet bevoegd is om rechtshandelingen vast te stellen die verder reiken dan het grondgebied van de Europese Unie en een in de Verenigde Staten gevestigde onderneming niet kan verplichten informatie te verstrekken.

3.

Derde middel: schending van de Verdragen en van de voor de toepassing ervan geldende rechtsregels, voor zover de tweede verzoekster als geadresseerde van het bestreden besluit wordt beschouwd

Op dit punt wordt aangevoerd dat de Commissie een in de Verenigde Staten gevestigde onderneming niet kan verplichten informatie te verstrekken en deze niet incorrect mag informeren over de mogelijkheid tot het opleggen van een geldboete.

4.

Vierde middel: schending van de Verdragen en van de voor de toepassing ervan geldende rechtsregels

Verder voeren verzoeksters aan dat de Commissie volgens overweging 23 van verordening (EG) nr. 1/2003 geen inlichtingen kan verlangen over alle ondernemingen van de ondernemingsgroep op globaal niveau, maar alleen die inlichtingen die de Europese markt betreffen.

5.

Vijfde middel: schending van de Verdragen en van de voor de toepassing ervan geldende rechtsregels

Voorts wordt aangevoerd dat de Commissie het evenredigheidsbeginsel schendt wanneer zij ook inlichtingen verzoekt over markten die zich buiten de Europese Unie bevinden.

6.

Zesde middel: schending van de Verdragen en van de voor de toepassing ervan geldende rechtsregels, voor zover de als eerste genoemde verzoekster als geadresseerde van het bestreden besluit wordt beschouwd

Op dit punt wordt aangevoerd dat het in strijd is met het evenredigheidsbeginsel om aan een in de Europese Unie gevestigde dochteronderneming inlichtingen te verzoeken over de moederonderneming in de Verenigde Staten en verdere verbonden ondernemingen in Europa.

7.

Zevende middel: misbruik van bevoegdheid

Verzoeksters voeren aan dat het verzoeken om inlichtingen over verbonden ondernemingen in de Europese Unie misbruik van bevoegdheid inhoudt, aangezien deze ondernemingen rechtstreeks kunnen worden verplicht tot het verschaffen van inlichtingen.

8.

Achtste middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften wegens ontoereikende motivering van het bestreden besluit

9.

Negende middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften wegens ontoereikende vermelding van het doel van de verzoeken om inlichtingen

10.

Tiende middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften, omdat de vragen die middels het bestreden besluit zijn gesteld, ontoelaatbaar zijn

11.

Elfde middel: schending van de Verdragen en van de voor de toepassing ervan geldende rechtsregels, omdat de vragen die middels het bestreden besluit zijn gesteld onduidelijk zijn

12.

Twaalfde middel: schending van de Verdragen en van de voor de toepassing ervan geldende rechtsregels