19.3.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 104/46


Beroep ingesteld op 19 januari 2018 — Bulgarije / Commissie

(Zaak T-22/18)

(2018/C 104/59)

Procestaal: Bulgaars

Partijen

Verzoekende partij: Republiek Bulgarije (vertegenwoordigers: E. Petranova en L. Zaharieva, gemachtigden)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2014 van de Commissie van 8 november 2017 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 7263) nietig verklaren voor zover het gaat om onder begrotingspost 6711 vallende gedeelten waarin bepaalde uitgaven van de Republiek Bulgarije ter hoogte van 11 685 774,48 EUR, met financiële gevolgen van 11 412 865,79 EUR, na aftrek van 272 908,69 EUR, van de financiering door de Europese Unie in het kader van het Elfpo worden uitgesloten, en

de Europese Commissie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij tien middelen aan.

1.

Middelen met betrekking tot de bedragen die aan EU-financiering zijn onttrokken op grond van een tekortkoming in essentiële controle „Toereikende kwaliteit van controles ter plaatse”, een tekortkoming in essentiële controle „Passende verificatie van betalingsaanvragen”, een tekortkoming in essentiële controle „Passende evaluatie van de redelijkheid van de kosten” — uitgaven in verband met rechtstreekse aankopen, en een tekortkoming in essentiële controle „Passende evaluatie van de redelijkheid van de kosten” — uitgaven in verband met evaluatiecomité:

schending van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure van artikel 52 van verordening nr. 1306/2013 en artikel 34 van uitvoeringsverordening nr. 908/2014, voor zover de Commissie ter onderbouwing van haar bevindingen inzake de kwaliteit van de controles ter plaatse nieuwe redenen heeft aangevoerd;

schending van het rechtszekerheidsbeginsel, aangezien duidelijke criteria en richtsnoeren voor de toereikende kwaliteit van de controles ter plaatse ontbraken;

schending van het beginsel van goed financieel beheer en van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure van artikel 52 van verordening nr. 1306/2013, voor zover er ongegronde financiële correcties zijn verricht;

schending van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure van artikel 52 van verordening nr. 1306/2013 en van de richtsnoeren voor de berekening van de financiële correcties in verband met de financiële correctie in het kader van maatregel 311 voor de begrotingsjaren 2013,2014 en 2015;

schending van de richtsnoeren voor de berekening van de financiële correcties, aangezien de toegepaste financiële correctie niet in verhouding stond tot het reële risico van financiële schade voor de Unie;

schending van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure van artikel 52 van verordening nr. 1306/2013 en van de richtsnoeren voor de berekening van de financiële correcties in verband met financiële correcties in verband met de kwaliteit van de controles ter plaatse;

schending van artikel 34, lid 6, van uitvoeringsverordening nr. 908/2014, artikel 12, lid 8, van gedelegeerde verordening nr. 907/2014, de richtsnoeren voor de berekening van de financiële correcties en het evenredigheidsbeginsel in verband met het aanbrengen van correcties op alle gedeclareerde uitgaven, en

schending van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure van artikel 52, lid 2, van verordening nr. 1306/2013, de richtsnoeren voor de berekening van de financiële correcties en het evenredigheidsbeginsel bij de bepaling van de grondslag voor de correctie van de in de toezichtfase uitgevoerde projecten.

2.

Middelen die slechts betrekking hebben op bedragen die van de EU-financiering zijn uitgesloten op grond van een tekortkoming in essentiële controle „Passende evaluatie van de redelijkheid van de kosten” — uitgaven in verband met evaluatiecomité:

schending van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure van artikel 52 van verordening nr. 1306/2013, artikel 12 van gedelegeerde verordening nr. 907/2014 en van het rechtszekerheidsbeginsel in verband met de richtsnoeren voor de berekening van de financiële correcties bij de toepassing van de methode voor de berekening van de financiële correcties, en

schending van het evenredigheidsbeginsel met betrekking tot de omvang van de door de Commissie verrichte financiële correcties.