26.3.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 112/33


Beroep ingesteld op 19 januari 2018 — Republiek Litouwen / Europese Commissie

(Zaak T-19/18)

(2018/C 112/43)

Procestaal: Litouws

Partijen

Verzoekende partij: Republiek Litouwen (vertegenwoordigers: D. Kriaučiūno, R. Krasuckaitės, R. Dzikovič, G. Taluntytės, V. Vasiliauskienės, M. Palionio en A. Dapkuvienės)

Verwerende partij: Europese Commissie

Conclusies

1.

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2014 van 8 november 2017 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) nietig verklaren, voor zover hierbij aan Litouwen een financiële correctie wordt opgelegd van 9 745 705,88 EUR voor uitgaven in verband met financiering uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling;

2.

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2014 van 8 november 2017 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) nietig verklaren, voor zover hierbij aan Litouwen een financiële correctie wordt opgelegd van 546 351,91 EUR voor uitgaven in verband met financiering uit het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling, en

3.

de Europese Commissie verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij de volgende middelen aan.

I.

Door een correctie van 9 745 705,88 EUR op te leggen wegens een tekortkoming in de essentiële controles heeft de Europese Commissie (hierna: „Commissie”) artikel 52, lid 2, van verordening (EU) nr. 1306/2013 geschonden doordat zij bij haar besluit omtrent de ernst van de niet-naleving, de aard van de inbreuken en de financiële schade voor de Europese Unie en

1.

op basis van een onjuiste uitlegging van artikel 24, lid 1 en lid 2, onder a), van verordening (EU) nr. 65/2011, ten onrechte heeft vastgesteld dat in Litouwen de subsidiabiliteit van de aanvragers onvoldoende is onderzocht, omdat:

1.1

de controles door de Litouwse autoriteiten met betrekking tot de band tussen een onderneming en een daarmee verboden onderneming of een buitenlandse partner niet grondig genoeg waren om de status van de aanvragers als midden- of kleine bedrijven te bevestigen, en

1.2

in Litouwen het toezicht op projecten die als risicovol zijn bestempeld wegens vermoedelijke kunstmatige voorwaarden, niet effectief is;

2.

op basis van een onjuiste uitlegging van artikel 24, lid 2, onder d), van verordening (EU) nr. 65/2011, ten onrechte heeft vastgesteld dat de kwaliteit van de in Litouwen uitgevoerde controles van de redelijkheid van de kosten ontoereikend was;

3.

op basis van een onjuiste uitlegging van artikel 26, lid 1, onder d), en lid 2, van verordening (EU) nr. 65/2011, ten onrechte heeft vastgesteld dat het in Litouwen gehanteerde systeem van controles ter plaatse ontoereikend is, en

4.

op basis van een onjuiste uitlegging van artikel 24, lid 2, onder a), van verordening (EU) nr. 65/2011 ten onrechte heeft vastgesteld dat goederen die in een van de gecontroleerde projecten waren verworven, hoofdzakelijk werden gebruikt voor andere doeleinden dan die van het project.

II.

Door een correctie van 546 351,91 EUR op te leggen wegens een tekortkoming in essentiële en aanvullende controles, heeft de Commissie artikel 52, lid 2, van verordening (EU) nr. 1306/2013 geschonden doordat zij bij het besluit omtrent de ernst van de niet-naleving, de aard van de inbreuken en de financiële schade voor de Europese Unie

1.

voor het aanvraagjaar 2014 geen rekening heeft gehouden met de berekeningen van de bevoegde autoriteiten van de Republiek Litouwen betreffende de financiële schade voor de Europese Unie, die verband houdt met afwijkingen in de sanctieregeling in verband met schendingen inzake de identificatie en registratie van dieren en waarover niets is geregeld in de relevante bepalingen van Unierecht;

2.

voor het aanvraagjaar 2014 geen rekening heeft gehouden met de berekeningen van de bevoegde autoriteiten van de Republiek Litouwen betreffende de financiële schade voor de Europese Unie, die verband houdt met een te soepele beoordeling van het feit dat de vereisten voor de identificatie en registratie van dieren niet in acht zijn genomen;

3.

tevens op basis van een onjuiste uitlegging van artikel 51, lid 1, van verordening (EG), ten onrechte heeft vastgesteld dat in Litouwen de risicoanalyse niet aan die verordening voldeed, omdat diergerelateerde risicofactoren er geen onderdeel van uitmaakten, en

4.

ook op basis van een onjuiste uitlegging van artikel 84 van verordening (EG) nr. 1122/2009, ten onrechte heeft vastgesteld dat het toezicht in Litouwen op de resultaten van de controles niet aan die verordening voldeed, omdat statistieken werd gegeven zonder volledig rekening te houden met de modellen van de Commissie.