21.1.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 25/26


Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 5 november 2018 — Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden

(Zaak C-678/18)

(2019/C 25/32)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Hoge Raad der Nederlanden

Partijen in het hoofdgeding

Verzoeker: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden

Prejudiciële vragen

Moet artikel 90, lid 1, GModVo (1) aldus worden uitgelegd dat het een dwingende toekenning inhoudt aan alle daar genoemde rechterlijke instanties van een lidstaat, van de bevoegdheid om voorlopige en beschermende maatregelen te bevelen, of laat het de lidstaten — geheel of gedeeltelijk — vrij om de bevoegdheid dergelijke maatregelen te bevelen, bij uitsluiting op te dragen aan de rechterlijke instanties die overeenkomstig artikel 80, lid 1, GModVo zijn aangewezen als rechtbanken (van eerste en tweede aanleg) voor het Gemeenschapsmodel?


(1)  Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PB 2002, L 3, blz. 1–24).