17.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 455/23


Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunal Administrativo e Fiscal de Coimbra (Portugal) op 5 oktober 2018 — Nelson Antunes da Cunha, Lda / Instituto de Financiamento da Agricultura e Pescas IP (IFAP)

(Zaak C-627/18)

(2018/C 455/33)

Procestaal: Portugees

Verwijzende rechter

Tribunal Administrativo e Fiscal de Coimbra

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Nelson Antunes da Cunha, Lda

Verwerende partij: Instituto de Financiamento da Agricultura e Pescas IP (IFAP)

Prejudiciële vragen

1)

Is de verjaringstermijn voor de uitoefening van bevoegdheden tot terugvordering van steun als bedoeld in artikel 17, lid 1, van verordening (EU) 2015/1589 (1) van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, enkel van toepassing op de betrekkingen tussen de Europese Unie en de lidstaat tot welke het besluit tot terugvordering van de steun is gericht, of eveneens op de betrekkingen tussen die lidstaat en eiseres in verzet als begunstigde van de met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar geachte steun?

2)

Indien wordt geoordeeld dat de bovenvermelde verjaringstermijn van toepassing is op de betrekkingen tussen de lidstaat tot welke het besluit tot terugvordering van de steun is gericht en de begunstigde van de met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar geachte steun, dient dan te worden aangenomen dat die verjaringstermijn enkel van toepassing is op de procedurele fase, of eveneens bij de tenuitvoerlegging van het terugvorderingsbesluit?

3)

Indien wordt geoordeeld dat de bovenvermelde verjaringstermijn van toepassing is op de betrekkingen tussen de lidstaat tot welke het besluit tot terugvordering van de steun is gericht en de begunstigde van de met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar geachte steun, dient dan te worden aangenomen dat die verjaringstermijn wordt gestuit door om het even welke handeling van de Commissie of van de lidstaat in verband met de onrechtmatige steun, ook al is de begunstigde van de terug te betalen steun van die handelingen nog niet in kennis gesteld?

4)

Staan artikel 16, lid 2, van verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 en de Europese beginselen, met name het doeltreffendheidsbeginsel en het beginsel dat staatssteun onverenigbaar is met de interne markt, in de weg aan de toepassing van een verjaringstermijn die korter is dan de in artikel 17 van die verordening gestelde verjaringstermijn, zoals de verjaringstermijn die in artikel 310, lid 1, onder d), van het Burgerlijk Wetboek is opgelegd voor rente waarmee die terug te vorderen steun wordt vermeerderd?


(1)  PB 2015, L 248, blz. 9.