3.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 436/23


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróságx (Hongarije) op 7 september 2018 — LH / Bevándorlási és Menekültügyi Hivatal

(Zaak C-564/18)

(2018/C 436/32)

Procestaal: Hongaars

Verwijzende rechter

Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: LH

Verwerende partij: Bevándorlási és Menekültügyi Hivatal

Prejudiciële vragen

1)

Kunnen de bepalingen betreffende niet-ontvankelijke verzoeken van artikel 33 van richtlijn 2013/32/EU (1) van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking) (hierna: „procedurerichtlijn”) aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen de regeling van een lidstaat volgens welke een verzoek in het kader van een asielprocedure niet-ontvankelijk is wanneer de verzoeker in de betreffende lidstaat, met name Hongarije, is aangekomen via een land waar hij niet aan vervolging of een risico op ernstige schade is blootgesteld of waar een toereikend beschermingsniveau wordt gewaarborgd?

2)

Kunnen artikel 47 van het Handvest van de grondrechten en artikel 31 van de procedurerichtlijn — mede in het licht van de artikelen 6 en 13 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens — aldus worden uitgelegd dat de regeling van een lidstaat in overeenstemming is met die bepalingen wanneer deze in asielprocedures met betrekking tot niet-ontvankelijk verklaarde verzoeken voor de bestuursrechtelijke procedure voor de rechter voorziet in een dwingende termijn van acht dagen?


(1)  Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (PB 2013, L 180, blz. 60).