3.9.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 311/9


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio (Italië) op 22 juni 2018 — Iccrea Banca SpA Istituto Centrale del Credito Cooperativo / Banca d’Italia

(Zaak C-414/18)

(2018/C 311/09)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Tribunale Amministrativo Regionale per il Lazio

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Iccrea Banca SpA Istituto Centrale del Credito Cooperativo

Verwerende partij: Banca d’Italia

Prejudiciële vraag

Staat artikel 5, lid 1, inzonderheid onder a) en f), van verordening 2015/63 (1), zoals uitgelegd tegen de achtergrond van de beginselen die te vinden zijn in deze verordening en in richtlijn 2014/59 (2), verordening 2014/806 (3) en artikel 120 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en op grond van de grondbeginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie en evenredigheid als bedoeld in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het verbod op dubbele bijdrageheffing, voor de berekening van de bijdragen als bedoeld in artikel 103, lid 2 van richtlijn 2014/59 eraan in de weg dat de regeling betreffende passiva binnen de groep ook wordt toegepast op een „de-factogroep” of zelfs indien sprake is van verwevenheid tussen een instelling en andere banken van eenzelfde systeem? Kan de gunstige behandeling die in artikel 5 aan de stimuleringsleningen wordt voorbehouden, tegen de achtergrond van bovengenoemde beginselen daarentegen naar analogie ook worden toegepast op de schulden van een zogeheten bank „van het tweede niveau” jegens andere banken van het systeem (van de Credito Cooperativo), of moet dit kenmerk van een instelling — die in concreto fungeert als centrale instelling binnen een groep van kleine met elkaar verweven en geïntegreerde banken, ook in de betrekkingen met de ECB en met de financiële markt — op grond van de geldende regeling tot gevolg hebben dat enige correcties worden aangebracht in de door de nationale afwikkelingsautoriteit bij de communautaire organen ingediende gegevens en bij de vaststelling van de bijdragen die de instelling aan het afwikkelingsfonds verschuldigd is op grond van haar werkelijke passiva en haar concrete risicoprofiel?


(1)  Gedelegeerde verordening (EU) 2015/63 van de Commissie van 21 oktober 2014 tot aanvulling van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van wat de vooraf te betalen bijdragen aan afwikkelingsfinancieringsregelingen betreft (PB 2015, L 11, blz. 44).

(2)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van richtlijn 82/891/EEG van de Raad en richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2014, L 173, blz. 190).

(3)  Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB 2014, L 225, blz. 1).