201808030272049782018/C 294/453892018CJC29420180820NL01NLINFO_JUDICIAL20180613323322

Zaak C-389/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal de première instance francophone de Bruxelles (België) op 13 juni 2018 — Brussels Securities nv / Belgische Staat


C2942018NL3220120180613NL0045322332

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal de première instance francophone de Bruxelles (België) op 13 juni 2018 — Brussels Securities nv / Belgische Staat

(Zaak C-389/18)

2018/C 294/45Procestaal: Frans

Verwijzende rechter

Tribunal de première instance francophone de Bruxelles

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Brussels Securities nv

Verwerende partij: Belgische Staat

Prejudiciële vraag

Moet artikel 4 van richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten ( 1 ) (met ingang van 18 januari 2012 vervangen door richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten ( 2 )), gelezen in samenhang met de andere rechtsbronnen van de Unie,

aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een regeling van een nationale autoriteit, zoals het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de versie die van toepassing is voor het aanslagjaar 2011,

waarbij die autoriteit heeft geopteerd voor een vrijstellingsmethode (niet-belasten van de uitgekeerde winst die een moedermaatschappij als deelgerechtigde van haar dochteronderneming ontvangt), die erin bestaat eerst het door de dochteronderneming uitgekeerde dividend in de belastbare basis van de moedermaatschappij op te nemen en vervolgens 95 % van dat dividend van die belastbare basis af te trekken als definitief belaste inkomsten,

wegens de gezamenlijke toepassing — om de berekeningsgrondslag van de vennootschapsbelasting van de moedermaatschappij te bepalen — van die Belgische aftrekmethode van de definitief belaste inkomsten en (1) de regels inzake een andere aftrek, die een bij die regeling bepaald fiscaal voordeel vormt (de aftrek voor risicokapitaal), (2) het recht om het saldo van de vorige recupereerbare verliezen af te trekken, (3) het recht om de verrekening van het overschot van de definitief belaste inkomsten, van de aftrek voor risicokapitaal en van het saldo van de vorige recupereerbare verliezen naar de volgende belastingjaren over te dragen, wanneer het bedrag ervan voor een belastingjaar hoger is dan dat van de belastbare winst, en (4) de aanrekeningsvolgorde die bepaalt dat in die volgende belastingjaren eerst de overgedragen definitief belaste inkomsten, vervolgens de overgedragen aftrek voor risicokapitaal (waarvan de overdracht is beperkt tot de ‘zeven volgende belastbare tijdperken’) en ten slotte het saldo van de vorige recupereerbare verliezen moeten worden verrekend, en dat tot er geen belastbare winst meer is,

leidt tot een vermindering — met het volledige of een gedeeltelijk bedrag van de van de dochteronderneming ontvangen dividenden — van de verliezen die de moedermaatschappij zou kunnen aftrekken indien die dividenden eenvoudigweg niet in de winst zouden worden opgenomen van het belastingjaar waarin zij zijn verkregen (met als gevolg een lager belastbaar resultaat in dat belastingjaar en in voorkomend geval hogere overdraagbare fiscale verliezen), terwijl die dividenden nu eerst in de winst worden opgenomen en vervolgens worden onderworpen aan regels voor de vrijstelling en overdracht van het bedrag dat bij ontoereikende winst wordt vrijgesteld,

te weten een vermindering van het saldo van de vorige recupereerbare verliezen van de moedermaatschappij, die kan voorkomen in belastingjaren die volgen op een belastingjaar waarin de definitief belaste inkomsten, de aftrek voor risicokapitaal en het saldo van de vorige recupereerbare verliezen hoger zijn dan het bedrag van de belastbare winst?


( 1 ) PB 1990, L 225, blz. 6

( 2 ) PB 2011, L 345, blz. 8