201808030502050222018/C 294/413832018CJC29420180820NL01NLINFO_JUDICIAL20180611303011

Zaak C-383/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy Lublin-Wschód w Lublinie z siedzibą w Świdniku (Polen) op 11 juni 2018 — Lexitor Sp. z o.o./Spółdzielcza Kasa Oszczędnościowo — Kredytowa im. Franciszka Stefczyka z siedzibą w Gdyni, Santander Consumer Bank S.A. z siedzibą we Wrocławiu, mBank S.A. z siedzibą w Warszawie


C2942018NL3010120180611NL0041301301

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Rejonowy Lublin-Wschód w Lublinie z siedzibą w Świdniku (Polen) op 11 juni 2018 — Lexitor Sp. z o.o./Spółdzielcza Kasa Oszczędnościowo — Kredytowa im. Franciszka Stefczyka z siedzibą w Gdyni, Santander Consumer Bank S.A. z siedzibą we Wrocławiu, mBank S.A. z siedzibą w Warszawie

(Zaak C-383/18)

2018/C 294/41Procestaal: Pools

Verwijzende rechter

Sąd Rejonowy Lublin-Wschód w Lublinie z siedzibą w Świdniku

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Lexitor Sp. z o.o.

Verwerende partijen: Spółdzielcza Kasa Oszczędnościowo — Kredytowa im. Franciszka Stefczyka z siedzibą w Gdyni, Santander Consumer Bank S.A. z siedzibą we Wrocławiu, mBank S.A. z siedzibą w Warszawie

Prejudiciële vraag

Moet artikel 16, lid 1, gelezen in samenhang met artikel 3, onder g), van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad ( 1 ) aldus worden uitgelegd dat een consument die zich vervroegd van zijn verplichtingen op grond van een kredietovereenkomst kwijt, recht heeft op een verlaging van de totale kredietkosten en dus ook van de kosten die niet afhankelijk zijn van de duur van deze kredietovereenkomst?


( 1 ) (PB 2008, L 133, blz. [66], zoals gewijzigd)