201808030542050252018/C 294/283552018CJC29420180820NL01NLINFO_JUDICIAL20180531212221

Zaak C-355/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesgericht Salzburg (Oostenrijk) op 31 mei 2018 — Barbara Rust-Hackner/Nürnberger Versicherung Aktiengesellschaft Österreich


C2942018NL2110120180531NL0028211222

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesgericht Salzburg (Oostenrijk) op 31 mei 2018 — Barbara Rust-Hackner/Nürnberger Versicherung Aktiengesellschaft Österreich

(Zaak C-355/18)

2018/C 294/28Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Landesgericht Salzburg

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Barbara Rust-Hackner

Verwerende partij: Nürnberger Versicherung Aktiengesellschaft Österreich

Prejudiciële vragen

1)

Dient artikel 15, lid 1, van richtlijn 90/619/EEG (Tweede levensrichtlijn) ( 1 ) zoals gewijzigd bij richtlijn 92/96/EEG (Derde levensrichtlijn) ( 2 ) juncto artikel 31 van richtlijn 92/96/EEG aldus te worden uitgelegd dat in de kennisgeving betreffende de mogelijkheid van opzegging ook moet worden vermeld dat de opzegging niet in een bepaalde vorm behoeft te geschieden?

2)

Kan de levensverzekeringspolis ook dan nog wegens onjuiste informatie inzake het opzeggingsrecht worden opgezegd nadat deze door de verzekeringnemer reeds is beëindigd (en afgekocht)?


( 1 ) Tweede richtlijn 90/619/EEG van de Raad van 8 november 1990 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf, tot vaststelling van de bepalingen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het vrij verrichten van diensten en houdende wijziging van richtlijn 79/267/EEG (PB 1990, L 330, blz. 50).

( 2 ) Richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (Derde levensrichtlijn) (PB 1992, L 360, blz. 1).